Suiker, de zoete boosdoener (deel 2)

Herinner je je nog dat ik je vorige keer – in het eerste deel over suiker als boosdoener – vertelde dat we tegenwoordig zo’n 60 kg suiker eten per persoon per jaar? Niet te geloven, hé, dat ieder van onze zo’n 60 pakken van 1 kg suiker per jaar naar binnen werkt? Wel, deze keer vertel ik je meer over hoe we dat wel degelijk doen …

Zichtbare suikerconsumptie

Wij, mensen, zijn van nature zoetekauwen. Echt waar, dat hebben we mee sinds we in oeroude tijden ons bestaan vonden. We zijn er, van in onze genen, op gericht om zoet en vet en zout tot ons te nemen, zoveel als we kunnen, om te overleven.

In de natuurlijke omgeving waar we als oermens in leefden was dat een belangrijke tool om als soort te kunnen blijven bestaan. We aten fruit, zoveel als we konden, als het er het seizoen voor was. We snoepten honing als we die konden vinden. Ook knolgewassen gaven wel eens een extra energieke boost. Daarnaast probeerden we vette vis te vangen, aten we vlees mét het randje vet, roofden we eieren uit de nesten van de vogels, enz.

Je hoort het me vertellen: Als dat voorhanden was … én na de nodige moeite om het te verkrijgen. Want zeg nu zelf: die oermens moest heel wat meer moeite doen dan wij, die wekelijks onze boodschappen doen, en daarna niet verder dan naar de voorraadkast, de frigo of de diepvries moeten lopen. Geen dagenlange jacht, geen verzamelen van plantaardig voedsel, geen moeite om een vuurtje aan te krijgen én aan te houden. Hoe eenvoudig kan het leven zijn …

En de combinatie van zoet, vet en zout ligt gewoon voor het grijpen: zoete en zoute koekjes, allerlei lekkers van bij de bakker, confituur en choco en speculoospasta voor bij de boterham, frisdranken en fruitsappen. Het kan gewoon niet op! Je moet al heel taai zijn om, tegen je genen in, niet naar al deze verleiders te grijpen als je gaat winkelen.

… en onzichtbare suikerconsumptie

Het staat er met onze suikerconsumptie echter nog slechter voor, nog veel slechter dan alleen maar het bewust eten van zoete dingen. De voedingsindustrie heeft weet van onze menselijke hang naar zoet. En dus gaat ze aan zowat elke vorm van ‘fabrieksvoedsel’ suiker toevoegen.

Aan soep uit blik of brik wordt net die hoeveelheid suiker toegevoegd die mensen dat tikkeltje meer doet eten. Mayonaises en dressings zijn ‘vetarm’ gemaakt, maar om smaak toe te voegen, wordt suiker ingezet. Zowat alle charcuterie bevat toegevoegde suikers. Brood zonder suiker vind je amper nog in de rekken. Kant en klare groenten hebben hun portie suiker in de bereiding meegekregen.

Suiker, suiker, suiker!

En toch blijkt dat niet zomaar uit de etiketten van wat we kopen. Vaak staat suiker niet eens op het etiket, of toch minstens niet op een belangrijke plaats. Dat komt omdat er wel 50 verschillende namen voor suiker bestaan. Wist jij dat dextrose, glucose, fructose, sucrose, sacharose, maltose, HFCS, agavesiroop en ahornsiroop, druivensuiker, maltodextrine, vruchtensapconcentraat, rijststroop, speltstroop en tarwestroop een paar van de namen zijn die je op etiketten kunt vinden en die allemaal gewoon ‘suiker’ betekenen? Bij sommige voedingsproducten staan wel 3 of 4 verschillende namen voor suiker op het etiket. Wedden dat, als je die hoeveelheden bij elkaar zou optellen, suiker een veel groter percentage van je voedsel zou uitmaken?

Suiker ondermijnt de gezondheid!

Al die toegevoegde suikers – vaak in combinatie met ongezonde vetten en een teveel aan zout – doen onze gezondheid absoluut geen goed. De kwalen obesitas en diabetes swingen de pan uit. Het aantal hart- en vaatziekten vermindert niet ook al is zowat ieder van ons van een bepaalde leeftijd af aan de cholesterolverlagers. Kanker en dementie, beide op een specifieke manier aan suiker gerelateerd, nemen alsmaar toe.

Willen we dus van onze welvaartskwalen af, dan is de terugkeer naar ‘natuurlijk voedsel’ een belangrijke tool. Eet weer vers fruit en verse groenten. Grijp naar écht vlees en échte vis, en niet naar dingen die daar amper nog op lijken. Kies voor volkoren brood met een zekere stevigheid (met nog veel vezels in, en dus niet alleen maar donker gekleurd met o.a. koffie).Sta weer in de keuken, bereid meer en meer zelf je eten en grijp niet te vlug naar kant-en-klaar. Kortom: Eet zoals de natuur het heeft bedoeld. Dat komt je gezondheid absoluut ten goede!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Suiker, de zoete boosdoener (deel 1)

In de loop van mijn opleiding tot Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg hoorde ik al over dr. Lustig en zijn ideeën over hoe ongezond suiker wel is. Laatst liep ik die dr. Lustig tegen het lijf … op youtube. En ik heb veel van hem geleerd, moet ik bekennen. Sta me toe dat ik daar iets van met je deel …

Glucose en fructose

Suiker, het zoete goed dat we allemaal lekker vinden, is helaas niet zo onschuldig als het eruit ziet. Chemisch gezien bestaat suiker uit één molecule glucose en één molecule fructose. Glucose is het deel van de suiker dat je bloedsuikerspiegel de hoogte in jaagt. Een deel van die glucose gaat rechtstreeks de spieren in als bron van energie. Glucose eten en dan energie verbruiken, is een goede zaak. Zo zou het eigenlijk altijd moeten gaan. Glucose die niet direct gebruikt wordt, wordt in het lichaam opgeslagen als glycogeen oftewel reserve-energie, om als eerste te verbruiken als er niet direct glucose voorhanden is.

Fructose, ook wel ‘fruitsuiker’ genoemd, daarentegen doet helemaal niks met de bloedsuikerspiegel en vraagt dus ook geen insuline als het de bloedbaan in komt. Daarom ook wordt fructose makkelijk gebruikt om koekjes e.d. mee te zoeten voor mensen met diabetes. Fructose is echter veel minder onschuldig dan het lijkt. Als deze suiker in de bloedbaan terecht komt, gaat ze integraal naar de lever. Daar wordt ze gemetaboliseerd op een gelijkaardige manier als … alcohol. Jawel, net zoals alcohol toxisch is voor de lever, is fructose dat ook. Steeds meer horen we in de medische wereld over ‘non alcoholic fatty liver disease’, vrij vertaald: ‘niet door alcohol ontstane vervette lever’.

Dik, dikker, dikst

Fructose wordt in het lichaam in eerste instantie helemaal omgezet in vet. Vet in de lever en visceraal vet, ’t is te zeggen, vet rondom de organen. Net zoals we bij mannen de bierbuik kennen, kennen we nu al bij heel wat kinderen de frisdrankbuik. Erger nog, het begint tegenwoordig al bij baby’s, want mama’s die te veel fructose gebruiken (uit o.a. frisdranken) geven dat voor een deel al door aan hun ongeboren kind.

Sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw zijn we met z’n allen steeds minder vet gaan eten. De bedoeling was om daarmee het aantal hart- en vaatziekten te doen dalen. Wel, we eten minder vet … maar we blijven sterven aan hart- en vaatziekten, dat is nog steeds doodsoorzaak nummer één in westerse landen.

We zijn echter véél meer suiker gaan eten. Voor 1900 gebruikten we gemiddeld ca. 2 kg suiker per jaar. Je begrijpt dat suiker toen enkel gebruikt werd voor die uitzonderlijke zoete lekkernij. Op vandaag gebruiken wij gemiddeld zo’n 60 kg suiker per persoon per jaar. En de helft daarvan is fructose, en dus na vertering en metabolisering uiteindelijk gewoon … vet! Als je het zo bekijkt, is ons huidige dieet helemaal niet vetarm, maar juist vetrijk te noemen. Daar halen wij dus onze obesitas en onze hart- en vaatziekten vandaan.

Eén van de grootste boosdoeners hierbij zijn de ‘gedronken suikers’ van frisdranken en fruitsappen. Die vullen immers je maag niet, en dus geven ze geen signaal dat je al voedsel binnenkreeg. Je kunt na een halve liter cola gewoon evenveel eten dan zonder die halve liter cola. (En hier nu toch even tussen haakjes dat light en zero soorten beslist niet gezonder zijn. Je kunt je lever vergiftigen met fructose, je kunt dat evenzeer met aspartaam en aanverwanten). Je drinkt als het ware gewoon vet. Wie elke dag één frisdrank of fruitsap drinkt, wint er elk jaar een paar kilo’s bij.

En de fructose uit fruit dan?

Inderdaad, fructose is de natuurlijke suiker uit fruit. Dr. Lustig vertelt hierover het volgende: ‘Als God de mensen een gif te eten geeft, geeft Hij er vanzelf het tegengif bij.’ De fructose in fruit, als hele vrucht, wel te verstaan, zit verpakt in massaal veel vezels. Die vezels zorgen er enerzijds voor dat we er veel minder van kunnen eten dan zonder die vezels. Je kunt wellicht hooguit twee appels na elkaar eten, maar je kunt er makkelijk tien drinken, in de vorm van appelsap. Anderzijds zorgen die vezels er ook voor dat er veel minder van de fructose opgenomen wordt. In de darm moet die fructose immers uit de vezels losgeweekt worden. Dat gebeurt niet helemaal efficiënt (en zeker al niet als wij niet grondig kauwen). De vezels met daarin nog heel wat fructose gaan door naar de dikke darm … waar ze als voedsel dienen voor … onze darmbacteriën. Iets wat voor ons ongezond zou kunnen zijn, houdt onze darmbacteriën (en dus ook onszelf) wel degelijk wél gezond.

De beste tip die ik in verband met fruit zou kunnen geven, luidt als volgt: ‘Eet het fruit, drink niet het sap ervan!’ Fruit eten houdt je gezond, fruit drinken helpt je in het graf.

Mocht je na het lezen van dit artikel meer willen weten, dan raad ik je aan de lezing van dr. Lustig zelf eens te bekijken op youtube: Sugar: The Bitter Truth.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Een nieuwe kijk op gezondheid

Onder deze titel wil ik vanaf januari 2020 vorming aan groepen aanbieden. Maar goed, misschien wil jij eerst wel eens weten wat ik bedoel met ‘Een nieuwe kijk op gezondheid’.

Wel … vandaag neem ik je mee op een trip doorheen een veranderend landschap van ziekte en gezondheid. De tijden veranderen, de ziektes veranderen, … en dus moeten ook de remedies mee veranderen, willen we gezondheid behouden of creëren.

Welvaart creëert nieuwe ziektes

Sinds het einde van de tweede wereldoorlog is de welvaart in de westerse landen fors de hoogte ingeschoten. En het dagelijks leven is in diezelfde mate veranderd. Wij kennen geen honger meer, we hebben comfortabele huizen, er bestaat een goed uitgebouwde ziektezorg … en ziektes die vroeger dodelijk waren, zijn ofwel uitgeroeid, ofwel heel sterk onder controle.

De beschikbaarheid van voldoende voedsel én een verbeterde hygiëne hebben gezorgd voor het stilletjes aan verdwijnen van heel wat infectieziektes. Moeders sterven minder in het kraambed omdat dokters hun handen wassen, goede voeding zorgt voor minder kindersterfte, en dus leven we globaal gezien langer.

De laatste 50 jaar zien we echter nieuwe ziektes ontstaan, ziektes die ik ‘leefstijlziektes’ zou willen noemen: obesitas (en dat zelfs al bij peuters!), diabetes type 2, hart- en vaatziekten, kanker, dementie in al zijn vormen, enz. Medicijnen lossen bij deze ziektes de problemen niet op. Ze onderdrukken alleen levenslang de symptomen … tot het lichaam echt niet meer kan, en het dan maar opgeeft, vaak na een lange lijdensweg.

Deze nieuwe ziektes dagen ons uit om een nieuwe kijk op gezondheid te ontwikkelen. Het wordt des te belangrijker om ons te gaan focussen op de oorzaken van deze ziektes. Als we kunnen achterhalen hoe deze ziektes ontstaan, dan kunnen we er pas écht iets aan gaan doen. En meer en meer artsen kijken inderdaad die kant uit. Allemaal komen ze op het spoor van de ‘leefstijlgeneeskunde’. Dan het gaat in wezen om ‘tevelen’ en ‘tekorten’: een te veel aan toxische stoffen en een tekort aan voedende stoffen, een te veel aan stress en een tekort aan echte ontspanning, een te veel aan zitten en een tekort aan beweging, …

Een nieuwe kijk op gezondheid … zal dus op je leefstijl moeten gaan focussen: Hoe kun je je lichaam (en dat van je naasten) geven wat het écht nodig heeft? En hoe kun je ‘detoxen’ van al die overload van ons moderne leven?

Niet alleen het lichaam, maar ook de geest

Tegelijk gaan we een stap verder, want in klassieke geneeskunde wordt nog altijd vooral het lichaam benaderd als ‘ziek en moet weer gezond worden’. Dat er ook een psyche bestaat, ja, dat hebben we al door … maar daarvoor moet je wel bij een heel bijzonder soort dokter langs: de psychiater! Dat lichaam en geest één zijn, dat heeft onze huidige klassieke medische wereld nog niet door.

Dat die ‘tekorten’ of ‘tevelen’ ook kunnen zorgen voor depressie en angststoornissen, voor ADHD of autisme, voor diep ongelukkig zijn en zelfs voor zelfmoordneigingen, … dat is nog geen gemeengoed.

Daarom moeten we ons bij de ‘nieuwe kijk op gezondheid’ niet alleen op het lichaam focussen, maar ook op de emoties, de gedachten en zelfs op het meest wezenlijke, nl. de zin van het leven.

Meer over deze vorming

Wil jij meer weten over deze vorming? Klik dan op deze link, en je komt op de juiste pagina op mijn website terecht. Daar lees je meer én je vindt er ook de praktische informatie om deze vorming voor jouw groep aan te vragen.

Ben jij een individu en je wilt er graag meer over weten, stuur dan een mailtje naar hilde@gezondheid-wijzer.com. Ik hou je op de hoogte van de data waarop ik zelf deze vorming aanbied.

Geniet van de zon!

Daar is de lente, daar is de zon … bijna, maar ik denk dat ze weldra zal komen, zingt Jan De Wilde in zijn liedje. En inderdaad, als de eerste lentezon zich op het eind van de winter al vertoont, dan begint het bij mij te kriebelen. Dan zou ik zelf ook wel willen zingen … of in de tuin gaan werken … of een lange wandeling maken in de vrije natuur …

Want de zon geeft léven, de zon geeft nieuwe energie!

Het zonnevitamientje

Als wij in de zon komen met ontblote huid – en dan liefst niet preventief ingesmeerd met zonnebrandcrème – wordt in onze huid onder invloed van de zon vitamine D aangemaakt.

Vitamine D zorgt er niet alleen voor dat we ons beter gaan voelen en dat de winterblues plaats maakt voor lentekriebels, ze zorgt ook voor een goede werking van ons immuunsysteem, zodat we minder vlug ziek worden. Ze helpt de calciumspiegel in ons lichaam op peil te houden, zodat we sterke botten en sterke tanden behouden. Vitamine D draagt zorg voor een gezond hart, gezonde bloedvaten, gezonde hersenen en zenuwen, en helpt zelfs om een normale bloedsuikerspiegel en een normaal gewicht te behouden.

Als een beetje zonlicht op onze huid dat allemaal voor ons kan doen, dan zouden we ons naar buiten moeten haasten van zodra de zon ook maar een beetje om het hoekje komt piepen. Helaas, wij zitten te vaak en te veel binnen, en dat bevordert onze gezondheid niet.

Zonnebrand

Is de zon dan niet ook gevaarlijk voor ons? Moeten we ons niet dik, dik, dik insmeren tegen zonnebrand?

Wel, ja en nee … De zon kan gevaarlijk zijn, maar alleen als wij ‘onverstandig’ gaan zonnen. Veel meer dan gevaarlijk is de zon gezond voor ons. Zonder zonlicht kunnen wij niet leven. Maar daarover verder meer, eerst iets over ‘gezond zonnen’.

De zon is gevaarlijk … als wij onvoorbereid ineens in felle zon uren gaan liggen bakken. Je begrijpt dat jezelf laten verbranden geen goed idee kan zijn. Maar jezelf beschermen – of tenminste, denken dat je beschermd bent – met een zonnebrandcrème factor ik-weet-niet-hoeveel is ook niet gezond. De crème voorkomt dat je huid het te warm krijgt en verbrandt, maar de meest schadelijk stralen van de zon worden er niet door tegengehouden.

Beter is het de huid geleidelijk aan te laten wennen aan de zon. Dan krijg je beetje bij beetje een bruin kleurtje, en juist dat bruine kleurtje is je eigen natuurlijke bescherming tegen de zon. Stel je huid iedere keer het mooi weer is een beetje meer aan de zon bloot, en je lichaam zorgt zelf voor de beste bescherming die je kunt krijgen. Als je in de lente begint met regelmatig een uurtje ‘zonnen met blote armen en benen’, dan mag je in de zomer best wat langer in de zon.

De zon en het dag-en-nacht-ritme

Eén van de dingen die de zon – en het zonlicht, het daglicht – ook met je doet, is je ’s morgens wakker maken. Wie op een natuurlijke manier wakker wordt, gewekt door het licht, zal vanzelf makkelijker de dag beginnen. Evenzo zouden we vanzelf moe moeten worden als het daglicht vermindert. En daar gaat het in onze moderne tijden fout. Lang nadat de zon is ondergegaan, blijven wij wakker en alert … door het gebruikt van kunstlicht en blauw licht uit TV, computer, tablet, smartphone, …

Wie last heeft van vermoeidheid overdag zou het eens moeten proberen: laat je ’s morgens wekken door het daglicht en zorg ervoor dat ’s avonds het licht minder fel wordt. Vermijd vooral blauw licht, vanaf zo’n tweetal uur voor je gaat slapen. Laat geel licht – kaarslicht of gedempt licht – je helpen om de overgang van activiteit naar slaap te maken.

En er is meer: zonlicht moet je eten …

Dr. Henk Fransen, een Nederlandse arts die zwaar zieke mensen helpt gezonder te worden, beschrijft het als volgt: elke cel van ons lichaam heeft zonlicht nodig om zijn functies te kunnen uitvoeren. Een gezonde cel is een cel vol licht, een donkere cel is een zieke cel. Wil je gezond worden, voed dan je lichaamscellen met licht!

Klinkt gek, is het niet ?!?

Maar als je de man verder beluistert, dan besef je dat het in wezen heel eenvoudig is. Via de huid en ook via de ogen kunnen we het zonlicht rechtstreeks absorberen, dat is waar. Maar dat is onvoldoende om al onze cellen vol licht te krijgen. Om dat te laten gebeuren, moeten we zonlicht eten.

Jawel, zonlicht eten …

… en dat kan heel makkelijk, want planten zetten zonlicht om in voedsel dat wij kunnen eten. Denk maar aan de fotosynthese, waardoor groene bladgroenten ontstaan. Verse groeten en vers fruit bevatten ‘eetbaar zonlicht’ in alle kleuren van de regenboog. Zieke mensen hebben dus – naast de zon op hun huid – een overdosis aan verse groenten en fruit nodig, minstens een deel daarvan in de vorm van rauwkost.

En gezonde mensen … blijven gezond als ook zij hun cellen voeden met vers, door de natuur geproduceerd zonlicht!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

Natuurlijke middelen bij diabetes

Wil je diabetes op een natuurlijke manier aanpakken, dan is gezonde voeding van het allergrootste belang. Daarover schreef ik al in Diabetes, een kwestie van voeding! Toch kunnen ook voedingssupplementen en kruiden helpen het tij te keren.

Laat me het zo stellen: Als je enkel en alleen met natuurlijke hulpmiddelen aan de slag gaat, dan doe je net als in de klassieke geneeskunde. Je geneest niks, je onderdrukt alleen de symptomen van de ziekte. Als je ook met gezonde voeding aan de slag gaat, dan kan de ziekte helemaal worden teruggedrongen. En dan werk je ook échte genezing in de hand!

Over wat in ons lichaam gebeurt met ‘suikers’

Alles begint bij wat we eten. Als we eten, wordt ons voedsel in maag en darmen zodanig verteerd dat de voedingsstoffen onze darmwand kunnen passeren. Het voedsel komt in onze bloedbaan terecht. Van daaruit worden de voedingsstoffen getransporteerd naar overal in het lichaam waar deze stoffen nodig zijn. Op die manier houden we ons lichaam vitaal.

Een deel van wat we eten, bestaat uit koolhydraten, ook ‘suikers’ genoemd. Deze koolhydraten worden inderdaad verteerd tot ze alleen nog uit enkelvoudige suikers bestaan. Brood, rijst, aardappelen, pasta, koekjes, suiker, … komen allemaal onze bloedbaan binnen onder de vorm van suiker.

Ook fruit en groenten bevatten suiker, maar omdat hun volume vooral uit vocht en vezels bestaat, is de concentratie van de suiker in deze voedingsmiddelen veel minder hoog.

De suiker in ons bloed wordt eerst en vooral gebruikt als bron van energie voor al onze lichaamsfuncties – ons hart dat slaat, onze longen die ademen, onze spijsvertering die werkt, enz. – én om te bewegen. Pas als er overschot is, ontstaat er een probleem. Met dat overschot worden eerst de reservestocks in lever en spieren aangevuld. De rest wordt met behulp van insuline in onze cellen opgeslagen onder de vorm van … vet!

Hoe het komt dat de bloedsuikerspiegel ontspoort

Eten we bijvoorbeeld een appel, dan zal de bloedsuikerspiegel een beetje stijgen. Ze blijft echter wel binnen gezonde waarden. Een appel bevat immers wel een beetje suiker, maar ook veel vocht en vezels.

Eten we daarentegen een snoepreep, dan gaat de bloedsuikerspiegel pieken. Tegen zoveel ‘suikergeweld’ kan onze pancreas niet anders dan een serieuze hoeveelheid insuline vrijstellen. De insuline zorgt ervoor dat de overdosis aan suiker veilig in onze cellen gestockeerd wordt, voor in tijden van nood.

Omdat er echter zo’n enorme hoeveelheid suiker ons bloed binnenkomt (en omdat een teveel aan suiker in het bloed daar heel wat schade kan aanrichten), krijgt de pancreas niet de tijd om de hoeveelheid insuline helemaal juist af te meten. Veel kans dus dat er wat te veel insuline het bloed ingejaagd wordt. En dat maakt dan weer dat we binnen de kortste keren weer een hongergevoel krijgen. We hébben wel energie, maar die is in de vorm van vet in onze cellen opgeslagen, en ons bloed hunkert door dat teveel aan insuline naar suiker.

Op die manier grijpen we zo ongeveer om de twee uur naar een (zoete) snack. En op die manier blijft het systeem van opeenvolgende pieken en dalen in de bloedsuikerspiegel in stand gehouden. En wij, we blijven maar eten … en we worden steeds dikker. Ongezond dik zelfs, we lijden aan obesitas.

Insulineresistentie

Op dat moment ontstaat de eerste stap op weg naar diabetes: insulineresistentie. Je moet weten dat de bloedsuiker enkel onze cellen binnen kan met behulp van insuline. Op de celwand van onze cellen zitten receptoren voor insuline. Dat zijn als het ware de sleutelgaten waar onze sleutel insuline in past. Insuline opent het deurtje van de cel, en de bloedsuiker kan binnen.

Op het moment nu dat de cel te vol raakt van vet, sluit ze wat van die receptoren af. Er zijn dan minder sleutelgaatjes waar insuline in past. Vol is vol, en de cel gaat niet meer open. De receptoren kunnen ook beschadigd raken door voortdurende ontstekingen in ons lichaam. En ook dan past de sleutel insuline niet meer. De cellen worden insulineresistent. Ze reageren niet meer, ze laten geen suiker meer binnen.

Je begrijpt dat dit een probleem is, want nu blijft de suiker in het bloed. En te veel suiker in het bloed, dat komt niet goed, want die suiker richt schade aan: diabetesvoet, blindheid, nierproblemen, schade aan zenuwen en bloedvaten, …

De bast van Chinese kaneel of Cinnamomum aromaticum helpt hierbij. Het verlaagt de insulineresistentie waardoor de bloedsuiker weer beter door de cellen wordt opgenomen. Tegelijk zal ze ook de cholesterol en bloedvetten verlagen. En stel je dan maar eens voor wat dit kruid kan doen, als je ook minder koolhydraten of suikers gaat eten.

Uitputting van de pancreas

Maar meestal doen we geen van beide. We gebruiken geen Cinnamomum aromaticum en blijven gewoon eten wat we eten. Dan gaat de pancreas in eerste instantie steeds meer insuline vrijstellen. Ze gaat als het ware in overdrive om toch maar die bloedsuikerspiegel naar beneden te krijgen. We krijgen dan hyperinsulinemie, een fase van een teveel aan insuline in de bloedbaan.

Dat duurt tot de pancreas op een bepaald moment niet meer kan. Ze is uitgeput. Ze kan nauwelijks nog voldoende insuline produceren. Op dat moment breekt de ziekte diabetes natuurlijk te volle door. De bloedsuikerspiegel blijft nu immers constant te hoog.

Ook daar is echter een kruidje tegen gewassen. Gymnema sylvestre verhoogt de afscheiding van insuline in de pancreas. Tegelijk vermindert ze de opname van glucose (suiker) in de darm. En alsof dat nog niet genoeg is, vermindert ze ook de drang naar zoet. Gymnema sylvestre trekt zich op die manier het tweede aspect van het probleem aan. Je pancreas krijgt de nodige ondersteuning én ze maakt het je makkelijker om je voedingspatroon aan te passen ‘richting gezond’.

Diabetes vermeden, gezondheid verbeterd!

Op die manier kunnen we inderdaad diabetes vermijden en zelfs terugdraaien. En dat is voor onze gezondheid absoluut een grote meerwaarde, want naast de gekende problemen die diabetes kan geven, werkt ze ook hart- en vaatziekten, Alzheimer en dementie en zelfs kanker in de hand.

Wil je meer weten … of wil je hulp om je lichaam bij te staan om diabetes op een natuurlijke manier te bestrijden, dan kun je terecht bij mezelf of bij één van mijn collega’s gezondheidsbegeleiders. We zullen je graag leren hoe jij je zelfgenezend vermogen kunt aanwenden om van diabetes af te raken.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Diabetes, een kwestie van voeding!

Als de klassieke westerse geneeskunde aan diabetes type 2 denkt, dan denkt ze eerst aan orale medicijnen en vervolgens aan insuline spuiten. Dat voeding een eerste en bepalende factor is, en dat zowel in de preventie als in het terugdringen van de zogenaamde ‘ouderdomsdiabetes’, daar wordt veel te weinig nadruk op gelegd.

Wie echter bereid is zijn voeding in de juiste zin aan te passen, kan helemaal genezen van diabetes type 2. Alleen, … wat is dan die juiste voeding? Want ook daar mogen we de klassieke westerse voedingsindustrie (en dieetleer in het zog daarvan) niet zomaar geloven …

Blijf van die tussendoortjes af!

Een eerste belangrijke stap die je kunt zetten, is voortaan alleen nog drie keer per dag te eten: ’s morgens, ’s middags en ’s avonds. Alle tussendoortjes en achterafjes laat je vallen. Geen stuk fruit, kop soep of zoete snack meer in de voormiddag, geen koekje bij de koffie, geen vieruurtje meer en zeker al niks meer na het avondeten.

Ook alle dranken behalve water, kruidenthee en in beperkte mate koffie reken ik ook onder die tussendoortjes. Ze brengen immers ook calorieën en in de meeste gevallen dus suiker(s) aan.

Hiermee geef ik je al een eerste kader voor een gezond voedingspatroon: beperk je tot ontbijt, middagmaal en avondmaal. Wil je het nog beter doen, sla dan één of twee keer per week het ontbijt over. Je bouwt dan als het ware een ‘mini vasten’ in. Daarmee geef je je lichaam de kans eens een langere periode te leven van de overvloedige reserves die we – zeker bij diabetes en pre-diabetes – meestal wel hebben.

En verder: groenten, groenten en nog eens groenten

Een tweede verandering die nodig is, willen we diabetes een halt toeroepen, is dat we van groenten ons basisvoedsel maken. Als de meeste van onze maaltijden minstens voor de helft uit groenten zouden bestaan, dan zou dat een ongelooflijk grote stap in de goede richting zijn. En dat zou het zeker zijn als meer groenten tegelijk ook betekent: minder brood, minder aardappelen, rijst of pasta.

Granen en aardappelen bevatten heel veel zetmeel, dat zich in onze darm ontbindt tot allemaal moleculetjes glucose, oftewel suiker. Die glucose doet de bloedsuikerspiegel zo’n half uurtje na de maaltijd enorm pieken, waardoor ook ineens heel wat insuline nodig is. Beperk deze voedingsmiddelen daarom tot maximaal één keer per dag. Eet dus ofwel brood ofwel aardappelen ofwel rijst ofwel … en niet én brood én aardappelen én vermicelli in de soep én dan nog eens brood!

Groenten daarentegen brengen ons enerzijds een waaier aan vitamines, mineralen en andere stofjes die onze gezondheid bevorderen. Anderzijds bevatten groenten ook veel vezels, en die vezels zorgen ervoor dat de aanwezige suikers, ook koolhydraten genoemd, minder makkelijk vrijkomen. Op die manier stijgt de bloedsuikerspiegel veel langzamer en is er dus minder insuline nodig. Ons lichaam krijgt als het ware de tijd om de aanwezige suikers te verbruiken in plaats van ze in onze cellen op te moeten slaan als ‘reserve-energie’ onder de vorm van vet. Want ja, de strijd tegen diabetes is in wezen gelijk aan de strijd tegen zwaarlijvigheid.

Het vraagt wat creativiteit om aan de meeste maaltijden groenten toe te voegen. Daarom een paar voorbeeldjes:

  • Zorg ervoor dat er regelmatig een stevige groentesoep op tafel komt. Je hebt dan ineens al verschillende soorten groenten binnen.
  • Zorg bij de hoofdmaaltijd voor twee of drie soorten groenten, waarvan liefst ééntje onder de vorm van rauwkost.
  • En wat denk je van een omelet met groenten? En nee, daar hoeven geen brood of aardappelen bij!
  • En echte creatievelingen proberen vervanggroenten te vinden voor pastagerechten. Superlekker is bijvoorbeeld de butternut-lasagne van Steffi Vertriest (De Gezonde Goesting).

En fruit?
Mag dat dan nog?
Jawel, fruit mag, maar bij diabetes wel met mate. Kies ook liever voor het niet al te zoete fruit, en dan nog best in combinatie met wat volle yoghurt en wat noten. De vetten uit deze voedingsmiddelen zorgen ervoor dat de suikers uit het fruit langzamer in de bloedbaan terecht komen. Én … eet het fruit niet als tussendoortje, maar als één van de maaltijden. Als ontbijt, bijvoorbeeld.

Suikers zijn de boosdoeners

Als wij de term diabetes horen – het woord ‘suikerziekte’ geeft dat eigenlijk vanzelf al aan – dan weten we dat de ziekte iets met suiker van doen heeft. En inderdaad, alles wat onze bloedbaan binnenkomt als ‘suiker’ of ‘glucose’ doet de bloedsuikerspiegel stijgen. Als  er daar dan voortdurend te veel van binnenkomt, ontstaat diabetes type 2.

Alles wat onze bloedbaan binnenkomt als ‘suiker’ of ‘glucose’ …

Daar valt suiker onder, dat spreekt vanzelf. En suiker zit tegenwoordig in zowat alle kant en klare voeding. Geloof het of niet, maar er zit suiker in pastasauzen, in klaargemaakte groenten, in soepen uit brik of blik, in vinaigrettes, in charcuterie, in pickles, … Als je het niet zelf hebt bereid, mag je er vanop aan dat er suiker toegevoegd is. Wil je suiker vermijden, dan moet je weer zelf aan de slag in de keuken.

En dan, veel meer voeding dan alleen maar suiker wordt in ons lichaam afgebroken tot suiker. Zetmeel uit granen, bijvoorbeeld, worden eerst in de mond en daarna in de twaalfvingerige darm gesplitst tot er enkel glucose, suiker dus overblijft. Ook fruit en groenten bevatten van die suikers.

Nu hebben we een bepaalde hoeveelheid glucose nodig, echt waar, maar te veel is te veel! En vooral als er teveel glucose ineens in de bloedbaan terechtkomt, is het hek helemaal van de dam. Daarom zijn groenten en fruit absoluut gezonder voor diabetici dan suiker en graanproducten.

En kunstmatige zoetstoffen dan?

Ik moet je ontgoochelen. Néé, ze zijn absoluut niet goed voor diabetici. Trouwens, ze zijn ook niet goed voor mensen die willen vermageren. Hoe dat komt? Wel, er zijn daar minstens twee overduidelijke redenen voor:

  1. Als je tong zoet proeft, geeft dat aan je hersenen het signaal dat er suiker aankomt. ‘Hmm, lekker!’, zeggen je hersenen dan, en ze maken je lichaam al klaar om dat lekkere zoet te ontvangen. Je hersenen geven je pancreas het signaal om alvast al wat insuline vrij te maken. Maar dan komt dat voedsel, verteerd en wel, in je bloed terecht, en daar is geen suiker bij. ‘Hé, hé,’ zegt je lichaam dan, ‘waar is dat zoet dat je beloofd hebt?’ En lichaam gaat snakken naar waar die insuline in je bloed om vraagt. Gevolg: jij krijgt honger en je gaat binnen de kortste keren weer iets eten.
  2. Kunstmatige zoetstoffen zijn lichaamsvreemde stoffen. Voor je lichaam zijn dat dus dingen waar het niks mee kan doen. Integendeel zelfs, ze zijn toxisch voor je lichaam. Nu zijn er twee manieren waarop je lichaam toxische stoffen veilig opbergt. Ofwel wordt extra vocht opgehouden om de concentratie van die giftige stoffen laag genoeg te houden, ofwel wordt extra vet aangemaakt, want vet heeft in ons lichaam zo’n beetje dezelfde taak als een kernafvalcontainer voor kernafval. Superveilig … tot jij gaat vermageren!

Zoals je ziet … met kunstmatige zoetstoffen bedrieg jij alleen maar jezelf!

Is voeding dan het hele plaatje bij diabetes?

Nee, voeding is niet het hele plaatje. Ook in de natuurlijke gezondheidszorg kennen we kruiden en voedingssupplementen die kunnen helpen bij diabetes type 2. Daar heb ik het een andere keer beslist nog over. Echter, ook die producten staan pas op het tweede plan. Neem je alleen die en doe je niks aan je voeding, dan ben je gedoemd om ze je hele leven te nemen. Je geneest niet echt als je niet ook met je voeding aan de slag gaat.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

Obesitas en diabetes, oorzaak van onze welvaartsziekten

Ik weet het, ik weet het …
Wat ik hierboven als titel neerpen, lijkt in jouw ogen wellicht overdreven.
Fel overdreven!

Het kan toch niet dat al onze welvaartsziekten – denk aan hart- en vaatziekten, kanker, depressiviteit, dementie in al zijn vormen, … – hun ontstaan kennen in simpelweg een beetje te zwaarlijvig zijn of in de ‘normale kwaal’ die ouderdomsdiabetes heet?

Wel, ik moet je wakker schudden. Het is wel degelijk zo dat obesitas en diabetes de grote boosdoeners zijn als het gaat over de gezondheid van westerse mensen van vandaag. Om je dat een beetje duidelijk te maken, moet ik je het verhaal vertellen van je pancreas en van wat insuline met je lichaam doet.

Niet van vet maar van suiker(s) word je dik

Sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw worden wij bang gemaakt voor vet. “Van vet word je dik”, klinkt ons bekend in de oren. Wel, vandaag mag (of beter gezegd: moet) ik je vertellen dat wat ons toen is verteld niet juist is. Gezonde vetten zijn nodig om gezond te blijven, gezonde vetten maken ook niet dik, eerder integendeel.

Sinds de jaren ’50 zijn we de vetten systematisch gaan vervangen door ‘light’ producten. We zijn er niet gezonder door geworden: we kennen meer obesitas, meer diabetes, meer hart- en vaatziekten en kanker, meer depressie en dementie dan ooit voorheen. Vandaag moeten we toegeven dat toen een ongelooflijke blunder is begaan: verzadigd vet is nooit de boosdoener geweest, het waren altijd al suiker en witmeelproducten …

Over insuline en insulineresistentie

Het hele verhaal begint bij de pancreas. De pancreas produceert onder andere twee hormonen: insuline en glucagon. Beide zijn nodig om de suikerstofwisseling in ons lichaam gezond te houden.

Insuline is het hormoon dat ervoor zorgt dat er nooit te veel suiker in ons bloed aanwezig blijft. Te veel suiker in het bloed zorgt immers voor ontstekingen her en der, en dat zorgt dan weer voor veel van onze welvaartsziekten. Glucagon is het hormoon dat de opgeslagen reserves van suiker weer kan omzetten in bruikbare energie. Beide zijn dus elkaars tegenhangers, en als alles goed gaat zou ons lichaam beide hormonen afwisselend moeten gebruiken en op die manier zouden wij langere tijd zonder voedsel moeten kunnen.

Wij echter eten zo vaak suiker en / of witmeelproducten, dat we quasi voortdurend insuline nodig hebben. Insuline is de sleutel die de cellen openmaakt om er glucose (suiker, dus) in binnen te laten. In de cellen wordt de suiker opgeslagen onder de vorm van vet: vet op de heupen, buikvet. Gevolg: obesitas!

En dan komt er een moment dat onze cellen zo vol zitten van vet, dat ze weigeren nog glucose binnen te laten. De cellen verminderen het aantal slotjes waar de sleutel insuline op past. We worden insuline-resistent. Het gevolg daarvan is eerst dat onze pancreas steeds meer insuline gaat produceren om toch maar de bloedsuikerspiegel naar beneden te krijgen. En dat gaat zo maar door … tot plots onze pancreas uitgeput raakt. We worden insuline-deficiënt, onze bloedsuikerspiegel stijgt, we krijgen diabetes type 2.

Van diabetes naar de andere welvaartsziekten

Inderdaad, van diabetes sukkel je zo verder naar één van die andere welvaartsziekten. Een teveel aan suiker in je bloed zorgt immers voor ontstekingen her en der. Hart- en vaatziekten ontstaan door ontstekingen van de slagaderwanden. Hierdoor ontstaan kleine scheurtjes die door cholesterol hersteld moeten worden. Kanker ontstaat in hoofdzaak doordat de cellen een overvloed suiker gaan fermenteren. Depressie en dementie ontstaan door een tekort aan gezonde vetten en door een teveel aan ontstekingen in de hersenen. En zo kun je maar doorgaan …

Het moge duidelijk zijn, bij de meeste van onze welvaartsziekten speelt onze hedendaagse ongezonde voeding een belangrijke rol. Waar we zo’n honderd jaar geleden amper 2 kg suiker per persoon per jaar verbruikten, ligt dat nu rond de 50 kg per persoon per jaar. Je kunt wellicht geen voedsel vinden dat zonder suiker is als het de voedingsindustrie is gepasseerd. Overal is ofwel suiker ofwel gemodificeerd zetmeel aan toegevoegd. Dat laatste wordt tijdens de vertering zo omgezet in … suiker!

Gezonde voeding is dé oplossing!

Voor zowel obesitas als diabetes, als ook voor alle andere welvaartsziekten, behoort een gezonde basisvoeding tot de oplossing van het probleem. Een paar tips:

  • Kies voor vers voedsel: verse groenten, vers fruit, eerlijk vlees (en dus niet verwerkt in God-weet-wat). Aardappelen eet je als een van de vele varianten van groenten, en dus niet dagelijks.
  • Maak van groeten en fruit je basisvoedsel. Eet daar een beetje kwaliteitsvlees of -vis bij. Ook een eitje is een gezonde bron van eiwitten. Daarnaast kun je ook kiezen voor noten, pitten en zaden en voor peulvruchten.
  • Af en toe wat brood of andere graanproducten kan, maar kies dan voor de volkoren varianten. Eet maximaal één brood- of granenmaaltijd per dag.
  • Wees niet bang van gezonde, ongeraffineerde vetten. Gebruik ze echter wel op de juiste manier: verzadigde vetten zoals boter of kokosvet om te bakken en te braden. Ook olijfolie mag matig verwarmd worden. Andere oliën gebruik je enkel koud, want door het verwarmen maak je er ongezonde vetten van.

Wie deze veranderingen in zijn voedingspatroon consequent doorvoert, maakt meer kans om gespaard te blijven van obesitas en diabetes, en dus ook van zoveel andere welvaartsziekten.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

%d bloggers liken dit: