Een tekening van je spijsverteringsstelsel, met op de voorgrond je lever.

Van mond tot kont, deel 2

Hé, ken je me nog?
Ik ben die brok voedsel van vorige keer.
En op dit moment bevind ik mij in je maag.
Ik ben met erg zure sappen doorkneed en daardoor echt al wat kleiner geworden.
En nu ben ik klaar om de reis verder te zetten.
Beetje bij beetje kom ik in je duodenum, je twaalfvingerige darm terecht.

Het duodenum, de spijsverteringsfabriek

Inderdaad, beetje bij beetje komt telkens een zure brok voedsel uit je maag in het duodenum of de twaalfvingerige darm terecht. Wat daar gebeurt is niet minder dan een wonder. Eerst en vooral wordt het zoutzuur in het voedsel geneutraliseerd, en dat is maar goed ook, want anders zouden er al gauw gaten branden in onze darmen. Vervolgens komt er gal uit de lever bij die brij. De gal emulgeert de vetdruppels in het voedsel tot kleinere vetbolletjes. Want je weet – of je weet het misschien nog niet – : hoe kleiner de voedselbrokken in het duodenum, hoe makkelijker het voedsel ook echt verteerd kan worden.

Want dat is wat nu helemaal hoort te gebeuren: het voedsel moet verteren tot de kleinst mogelijke deeltjes. Koolhydraten moeten gesplitst worden tot afzonderlijke suikers: glucose, fructose en galactose (wat het kleinste deeltje is uit lactose of melksuiker). Eiwitten moeten afbreken tot diverse aminozuren. Vetten worden verteert tot afzonderlijke vetzuren. Die afbraak van voedsel tot de kleinst mogelijke deeltjes is noodzakelijk, want alleen die kleinst mogelijke deeltjes kunnen door de darmwand heen in onze bloedbaan komen. Alles wat niet zo klein kan worden, gaat rechtstreeks door en komt in de afvalverwerking terecht.

Om dat hele proces te laten gebeuren, komen vanuit de pancreas verschillende spijsverteringssappen de twaalfvingerige darm in. Je kunt wat daar in die twaalfvingerige darm gebeurt het best vergelijken met een fabriek die chemische stoffen met elkaar verbindt. Ieder stofje moet op exact het goede moment en in exact de juiste hoeveelheid toegevoegd worden. En in de juiste omstandigheden, gebeurt dat ook. Eén van de grote boosdoeners echter, die de juiste omstandigheden kan verstoren, is stress. Als we stress hebben, dan denkt ons lichaam dat we in levensgevaar zijn, en dan zet ons hele wezen alles op alles om te vechten of te vluchten. En dan is de spijsvertering wel de laatste van onze zorgen. De chemische fabriek gaat tijdelijk op slot. Alleen, als tijdelijk ‘chronisch’ wordt, dan gaat het goed fout. Dan verteert ons voedsel onvoldoende en kan er ook weinig voedsel opgenomen worden. We verhongeren dan als het ware, ook al eten we misschien best wel veel.

Ken je dat gevoel, dat je bij stress gaat hunkeren naar iets zoets? Dat komt omdat suiker maar heel weinig vertering nodig heeft. Suiker bestaat uit één molecule glucose en één molecule fructose. Er moet dus maar één keer geknipt worden, en suiker is klaar om opgenomen te worden. En dan is glucose ook nog eens de energiebron die we nodig hebben om te kunnen vechten of vluchten. En dus verlangen we in tijden van stress meer naar zoet. Alleen, wij vechten of vluchten niet, want de stress die wij ervaren vraagt juist vaak dat we niet reageren. Er komt dus veel suiker in ons bloed binnen, die niet verbruikt wordt … en dus maar opgeslagen wordt als vet. Ja, stress maakt dik!

 

Hé, jij, als je mij nu zou zien, je zou mij niet meer herkennen.
Ik ben ondertussen als kleinste voedingsdeeltje door je darmwand heen gegaan.
En nu zwem ik in je bloed, richting je lever.
En je lever, dat is pas een fabriek, daar gebeurt van alles.
Ik passeer een zuiveringsinstallatie zodat er geen ziektekiemen mee naar binnen kunnen.
En dan worden verschillende onderdeeltjes omgebouwd tot voor je lichaam bruikbare elementen:
glucose om je energie te geven, aminozuren en eiwitten om je lichaam op te bouwen, vetten voor opbouw of als reserve-energie.
Wat gebruikt kan worden gaat met de bloedbaan mee, de rest wordt opgeslagen voor later gebruik.
En wat niet meer kan dienen gaat weer de darm in voor afvalverwerking.
Die lever, die is echt van levensbelang.
Daar wil je goed zorg voor dragen, geloof me maar.

Zorg dragen voor je lever

Zoals gezegd, je lever, dat is een heel belangrijk orgaan. Je lever moet echt massaal veel werk verzetten om je hele lichaam gezond te houden. Ik noem maar een paar van de taken van je lever:

  • Bloed, verzadigd met voedsel uit je darm, zuiveren.
  • Daar uithalen wat bruikbaar is en bewerken waar nodig.
  • Toxische stoffen tegenhouden en weer uitscheiden.
  • Alles in de juiste mate doorsturen naar de rest van je lichaam.
  • Wat nu niet nodig is opslaan voor als het wel nodig is.
  • Alle bloed uit je lichaam zuiveren, iedere keer als dat bloed je lever passeert.
  • Alle afval – resten van energieverbranding, toxische stoffen, afbraak van kapotte cellen – in recyclage nemen of weer richting je darm sturen.

Een lever die niet goed werkt, raakt makkelijk overbelast. Jij voelt je dan niet lekker. Je hebt weinig energie en al helemaal geen zin om te eten. Je kunt je wat flauw gaan voelen, wat misselijk ook. Het beste wat je dan kunt doen, is je lever een handje helpen om er weer doorheen te raken. Ken je het spreekwoord: ‘Bitter in de mond maakt het hart gezond’? Wel, het spreekwoord is niet helemaal juist. Het had beter geklonken als: ‘Bitter in de mond maakt de lever gezond’. Bitterstoffen helpen je lever bij het uitvoeren van de vele taken.

Absolute boosdoeners zijn dan alcohol en suiker. Alcohol belast de lever in hoge mate, en dit niet alleen als je zoveel dronk dat je er een kater aan overhield. Die kater is trouwens een signaal dat je lever jouw drinkgelag niet op tijd ontgift kon krijgen. Een deel van de toxiciteit van de alcohol vergiftigt dan je hersenen, met koppijn als gevolg. Minder gekend, maar even ernstig, is de ‘non alcoholic liver disease’ (NALD). Dat komt omdat fructose (die andere helft uit suiker) even toxisch voor je lever is als alcohol. Je lever moet heel veel moeite doen om fructose om te zetten in iets bruikbaars, en net zoals bij alcohol: te veel is te veel. Wil je dus je lever sparen, wees dan matig met zowel alcohol als met suiker (en suikerhoudend voedsel).

Wordt vervolgd …

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Een bord met veel groenten en een lekker stukje vis.

Van mond tot kont, deel 1

Hé, zie je mij?
Ik ben een lekker brokje en ik lig net voor jou, … op je bord.
Jij ziet mij, je ruikt mij en het water loopt je al in de mond. 
Je proeft al van tevoren hoe lekker ik zal smaken en hoe ik je buikje zal vullen tot jij voldaan bent.
Ja, ik ben dat wat jij zult eten, en ik neem je mee op mijn reis door jouw lichaam heen.
Ik neem je mee … van mond tot kont!

Over wat gebeurt voor wij gaan eten

Veel mensen hebben tegenwoordig last van de spijsvertering: zure oprispingen, krampen in de darmen, winderigheid, diarree of juist constipatie. Daarom vertel ik je het verhaal van wat er met ons voedsel gebeurt op die reis doorheen ons lichaam. Samen met dat lekker brokje vertel ik je wat je kunt doen om je spijsvertering te verbeteren en dus ook om een aantal klachten te vermijden. En die reis van dat voedsel, die begint al voordat jij ook maar één enkele hap in je mond steekt.

Als je zelf kookt, dan zie je het voedsel dat je zult eten. Je raakt het aan, je maakt het klaar, je ruikt hoe het lekker gaar wordt. Je dekt de tafel, het huis vult zich met fijne geuren en je lichaam weet: hier komt lekkers aan. Nu al, nog voordat je ook maar één hap hebt geproefd, maakt je lichaam zich klaar om dat lekkers te verteren. Het klaarmaken van je voedsel zorgt voor een hongergevoel. Je voelt het in je maag en ook in je mond. Speeksel en andere spijsverteringssappen beginnen te stromen. Je weet dat er voedsel aankomt en je begint ernaar te verlangen. En dat alles is een belangrijke eerste stap in de spijsvertering.

In hedendaagse huishoudens gaat het vaak anders: eten wordt kant en klaar gekocht en op vijf minuten tijd opgewarmd in de microgolfoven. Het plastic velletje wordt van de maaltijd gehaald en dan eten we maar uit dat plastic bakje waarin we het eten hebben opgewarmd. Ons lichaam krijgt amper de tijd om zich voor te bereiden op de maaltijd: we zien het voedsel niet, we hebben het niet in de handen om het klaar te maken, we ruiken het nauwelijks. Kan het ons dan verwonderen dat het verteren van ons voedsel al van bij het begin van de reis fout gaat?

 

Hé, jij, dankjewel dat je tijd nam om mij te bereiden.
Dat is fijn voor mij en dat is goed voor jou.
En als je mij dan proeft en langzaam kauwt, dan geef ik jou met mijn rijke smaak veel voldoening.
En nee, je doet mij geen pijn door goed te kauwen.
Alleen op die manier kan ik voor jou doen wat nodig is, namelijk: jou voeden!

Over kauwen, kauwen en nogmaals kauwen

Een tweede stap in een goede spijsvertering is het grondig kauwen van ons voedsel. Want, daar in die mond, daar gebeurt al heel wat. Door het voedsel klein te kauwen, zorgen we ervoor dat de spijsverteringssappen die voor de vertering van het voedsel zullen zorgen veel intenser met dat voedsel in contact kunnen komen. Hoe kleiner het voedsel versneden is, hoe makkelijker de brij met spijsverteringssappen doordrongen kan worden en hoe makkelijker het voedsel dus ook verteert.

En weet je, die vertering begint eigenlijk al in de mond. Het speeksel bevat enzymen die het zetmeel in vb. brood al beginnen los te maken in kleinere stukjes. Dat kan je eigenlijk zelfs al een beetje proeven. Als je op een stukje brood heel lang blijft kauwen, dan ontstaat geleidelijk aan een iets zoetere smaak in je mond. Dat komt omdat de vertering van zetmeel tot glucose (suiker!) al begint in de mond, maar dat kan natuurlijk alleen maar als dat zetmeel voldoende in contact komt met de enzymen uit je speeksel.

Zie je hoe het ook hier fout kan gaan? In al onze haast vergeten wij om grondig te kauwen. Hoe wij eten lijkt vaak meer op: hap – knabbel – slik – hap – knabbel – slik – … Als wij zo haastig eten, dan moet het wel fout gaan. Te grote brokken gaan door naar de volgende stap, en dat geeft last op de verdere reis door ons lichaam heen. En daar komt nog iets bij kijken: als we te haastig eten, dan voelen we pas te laat dat we eigenlijk voldaan zijn. Onze hersenen kunnen immers pas na twintig minuten registreren dat we genoeg hebben. Eten we te haastig, dan eten vanzelf ook te veel, met vanzelfsprekend overgewicht tot gevolg.

 

Hé, jij …
Ja, je ontdekt het al: eten vraagt tijd.
Hap – knabbel, knabbel, knabbel, knabbel – slik – rust.
En daarna hetzelfde opnieuw en opnieuw en opnieuw … tot je hersenen snappen dat jij voldaan bent.
Dan voel jij je vol voordat je maag overvol zit.
En dan blijft er voldoende plaats in je maag dat die mij kan kneden en met zure sappen doordringen.
Belangrijk, weet je wel, want die zure sappen breken mij langzaam af tot kleine stukjes die jou kunnen voeden.

Over wat je maag doet in dit verhaal

Jij slikt het voedsel door en dan glijdt het door je slokdarm heen tot in je maag. Als alles goed gaat, kan het voedsel in je maag niet terug naar de slokdarm, want tussen die twee zit een sluitspier. Dat moet, want het zure sap in je maag is niet alleen in staat om je voedsel te verteren, maar kan – als het met je slokdarm in contact komt – ook die slokdarm aantasten. Dat voel jij dan als zure oprispingen en als een brandend gevoel. Het is alsof je spijsverteringssappen je eigen lichaam beginnen te verteren.

Deze klacht is vaak het gevolg van wat fout liep in de vorige stappen:

  • We waren er onvoldoende op voorbereid dat er eten aankwam, en de spijsverteringssappen waren nog niet paraat.
  • We aten veel te haastig en voelden niet dat we al voldaan waren. We aten te veel, eigenlijk tot onze maag overvol zat. Als nu de maag dat voedsel begint te kneden, dan blijkt de sluitspier tussen slokdarm en maag onvoldoende sterk om de druk die ontstaat door het kneden van die overvolle maag te weerstaan. Omdat de maag te vol zit, gaat de sluitspier af en toe weer een beetje open. En dan komt er maagzuur in de slokdarm terecht.
  • We kauwden onvoldoende en dat maakt dat de maag veel meer moeite moet doen om de te grote brokken te verteren. Het voedsel blijft langer in je maag en er is meer zuur nodig. En opnieuw kan dat last geven, zeker als we dan op eind van de maaltijd iets zoets gebruiken. Dat zoet verteert veel vlugger en gaat gisten. Dat geeft opboeren, vaak weer van zure verteringssappen, tot gevolg.

Langzaam eten en goed kauwen kan dus zure oprispingen vermijden. Heb je onvoldoende tijd om te eten, eet dan liever niet. Wacht tot je in alle rust kunt genieten van een gezonde maaltijd. En zorg er misschien ook voor dat je na de maaltijd nog even in rust kunt blijven. Het zal het verdere verloop van de reis van je voedsel alleen maar beter en vruchtbaarder maken.

Wordt vervolgd …

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Foto met een stethoscoop, een mondmasker, pillen en een boek.

Een tekort aan dokters?

Ik was laatst op een congres, een congres over gezondheid, en meer in het bijzonder over de intelligentie van de natuur daarin. Boeiend, zeker voor iemand als ikzelf. En, weet je, één quote die ik toen hoorde, blijft maar hameren in mijn hoofd:

“Ik wil graag zo jong mogelijk sterven
op een zo hoog mogelijke leeftijd.”

Koen Kas, de spreker van dat moment, vertelde over mensen die leven in de Blue Zones, vijf gebieden op de wereld waar men tot op hoge leeftijd gezond blijft. Er leven op die plekken gemiddeld meer honderdjarigen dan elders in de wereld, en deze honderdjarigen zijn zijn gezonder en vitaler dan veel zestigers bij ons. Daar doelde onze spreker dus op: dat je op hoge leeftijd nog een lichaam mag hebben dat jong en gezond is, een lichaam dat geen last heeft van zovele ouderdomskwalen waar Westerse mensen wel last van hebben.

Want dat is wat ik in onze huidige tijd in overvloed zie: mensen die oud worden, ja, soms zelfs heel erg oud. Gezond zijn ze echter meestal niet. Al van op steeds jongere leeftijd zitten ze aan de medicatie – tegen hoge bloeddruk, tegen te dik bloed, tegen te veel bloedsuiker, tegen ontstekingen, tegen pijn, … Jammer genoeg wil dat zeggen dat mensen in onze huidige maatschappij steeds jonger chronisch ziek worden. Dankzij de medicatie worden de ziektesymptomen onderdrukt, waardoor mensen minder last van hun ziek zijn ervaren, maar ze blijven wel ziek. Waren ze dat niet, dan konden ze die medicatie gewoon weer stoppen.

En het is zelfs erger dan dat, want al die medicatie die niet geneest heeft ook bijwerkingen, die dan weer andere medicatie vragen om ook die klachten te onderdrukken. Vanaf dat eerste pilletje dat langdurig genomen wordt, ontstaat een kettingreactie van steeds nieuwe bijwerkingen op telkens weer bijgevoegde medicatie. En zo ontstaat een vicieuze cirkel van medicatie op medicatie op medicatie, en bij gevolg een vicieuze cirkel van steeds dieper ziek worden. In het Westen sterven de meeste mensen weliswaar op een hoge leeftijd, maar met een diep ziek lichaam. Daar spreken welvaartziekten als hart- en vaatziekten, kanker en dementie overduidelijk van.

Nu al wordt duidelijk dat we op iets langere termijn de zorg die we vandaag aan mensen bieden, niet kunnen blijven bieden. Dat merk ik op vele terreinen. Wil je een dokter consulteren, dan moet je tegenwoordig langer wachten dan vroeger. Dat is zeker zo in de gespecialiseerde zorg, maar zelfs bij een huisarts kun je niet altijd meer direct een afspraak maken. Erger wordt het als je een nieuwe huisarts of tandarts wil vinden. Vaak hebben deze artsen een patiëntenstop, nieuwe klanten geraken niet zomaar binnen.

En dan is er de zorg in ziekenhuizen, woonzorgcentra en instellingen voor mensen met beperkingen. Vroeger waren daar wachtlijsten omdat er plaats tekort was. Nu zijn daar wachtlijsten omdat er personeel te kort is. Te veel mensen verlaten de arbeidsmarkt en te weinig mensen vullen de open plaatsen in. En dat wordt er in de toekomst zeker niet beter op. Nu al zie je een ’tweeklassengeneeskunde’ ontstaan. Immers, waar een tekort is, spelen marktprincipes scherper mee, en dus zullen mensen die veel geld hebben een ver doorgedreven medische zorg kunnen blijven betalen. Mensen die het niet zo breed hebben, zullen vaker in de kou blijven staan.

Hebben wij een tekort aan dokters? Dat geloof ik eigenlijk niet. Ik denk dat wij onze hele gezondheidszorg moeten herzien tot een soort ’trappengezondheidzorg’, waarbij eerst aan leefstijl wordt gedacht en daarna aan natuurlijke manieren om te genezen en pas daarna – als al die andere dingen niet helpen – aan klassieke geneeskunde met dokters en medicijnen en medische apparatuur. Dat vraagt echter dat mensen zelf meer verantwoordelijkheid nemen voor hun gezondheid en dat ze hun leefstijl daartoe aanpassen.

De lessen uit de Blue Zones geven ons alvast een paar duidelijke handvaten om hiermee van start te gaan:

  • Kies voor gezonde en natuurlijke voeding.
  • Beweeg regelmatig, vermijd een zittend leven.
  • Zorg ervoor dat je iets zinvols te doen hebt, en dat je dus een doel hebt in het leven.
  • Verbind je met andere mensen, met de natuur, met het Goddelijke.

Elk van deze stappen zorgt op zijn eigen manier voor een betere gezondheid tot op hogere leeftijd. En als je dan de kwaaltjes die toch nog opduiken in de wortel aanpakt om ze te genezen, in plaats van enkel en alleen de symptomen te onderdrukken, dan ben je goed op weg op “zo jong mogelijk te sterven op een zo hoog mogelijke leeftijd”!

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Een postzegel met daarop verschillende skeletten in beweging.

Over botten en gewrichten

Na een eerste blog over bewegen – Leven is bewegen – volgt een tweede, over botten en gewrichten, deze keer. Want ja, beide heb je nodig om te kunnen bewegen. Samen staan ze voor stevigheid en beweeglijkheid. Met botten alleen kom je er niet, want dan wordt stevigheid alleen maar star. Met gewrichten alleen kom je er niet, want dan wordt beweeglijkheid alleen maar flodderig. De combinatie van botten en gewrichten vormt een soepel maar stevig geheel, een beweeglijke stevigheid en een stevige beweeglijkheid.

Over botten …

Om te kunnen bewegen hebben we een skelet nodig, een structuur van botten die ons lichaam vorm en stevigheid geeft. Het menselijk skelet is zo gebouwd dat wij rechtop kunnen lopen, dat wij ons hoofd kunnen draaien en zo alle kanten uitkijken, dat wij onze handen kunnen gebruiken om aan handenarbeid te doen en nog zoveel meer.

Ons beenderstelsel heeft vijf belangrijke functies:

  • Structuur van het lichaam: Het skelet van mens of dier bepaalt de vorm van die mens of dat dier. Het is een geraamte waaraan spieren en organen zijn vastgemaakt, zodat elk deel in het lichaam op zijn juiste plaats blijft.
  • Opslag van mineralen en vetten: Onze botten bevatten een schat een mineralen. Omdat er in ons lichaam een voortdurend evenwicht moet zijn, worden die mineralen soms ingezet om tekorten elders in het lichaam aan te vullen. En het beenmerg bestaat uit vetten, en die vormen dan weer een energiereserve voor moeilijke tijden.
  • Vorming van bloedcellen: Een heel bijzondere taak van het beenmerg is de vorming van rode en witte bloedcellen en van allerlei andere onderdelen van ons bloed.
  • Bescherming van zachte weefsels en organen: Twee belangrijke voorbeelden daarvan zijn onze schedel, die de hersenen beschermt, en onze borstkas, een structuur van allerlei botten die het hart en de longen beschermen.
  • En tot slot, bewegen.

Osteoporose

Eén van de belangrijkste ‘ziekten’ van het skelet is osteoporose of botontkalking. Net zoals in het hele lichaam worden in de botten oude cellen afgebroken en nieuwe cellen opgebouwd. Als er evenwicht is tussen beide, dan blijft het skelet stevig, robuust, betrouwbaar. Als er meer cellen worden afgebroken dan er worden opgebouwd, wordt het skelet broos en breekbaar. Dat laatste gebeurt vanzelf bij het ouder worden. Op oudere leeftijd kan het skelet zo broos worden, dat het bijna vanzelf breekt.

Heb je last van osteoporose, dan krijg je wellicht van je huisarts calciumtabletten. Jammer genoeg doen die klassieke calciumtabletten niet zo heel erg veel. Dat is in de eerste plaats zo omdat meestal de goedkoopste vorm van calcium wordt voorgeschreven, nl. calciumcarbonaat. Die vorm van calcium wordt maar heel moeizaam in het lichaam opgenomen. Je kunt bij wijze van spreken net zo goed op een krijtje gaan kauwen. Wil je dus goed resultaat halen, dan is het van belang om een goed opneembare vorm van calcium in te nemen.

Vervolgens is er het rare gegeven dat mensen soms tegelijk osteoporose (botontkalking) en artherosclerose (aderverkalking) hebben. Er is dus wel degelijk kalk in het lichaam aanwezig, maar het zit op de verkeerde plek. Daar komen enkele vitamines bij kijken. Om mineralen in het lichaam op te nemen, hebben we voldoende vitamine D nodig. Vitamine D brengt de calcium uit het spijsverteringskanaal in de bloedbaan. Echter, als de calcium in de bloedbaan blijft, ontstaat het gevaar voor artherosclerose. Er is een tweede vitamine nodig om de calcium uit de bloed in de botten te krijgen en dat is vitamine K.

En tot slot is er niet alleen calcium nodig om gezonde botten op te bouwen, maar ook voldoende magnesium en liefst niet al te veel fosfor (volop aanwezig in onze frisdranken en in onze bewerkte vleeswaren). Enkel en alleen inzetten op een slecht opneembare vorm van calcium zal dus weinig zoden aan de dijk zetten. Een goed preparaat bij osteoporose is Osteoton Forte van Mannavital. Het mag dan al wat duurder zijn dan de klassieke kalktabletten, het zal een wezenlijk verschil maken in het tegengaan van steeds verdergaande osteoporose.

En vervolgens zijn ook voedings- en leefstijladviezen van belang:

  • Het belang van blijvende lichaamsbeweging: Wat je niet gebruikt, gaat verloren. Dat is ook zo als het gaat om je skelet. Dagelijkse matige tot intensieve lichaamsbeweging verhoogt de botdichtheid met gemiddeld 30%. Dat is heel wat, en als je daar vroeg genoeg mee begint, kun je osteoporose op latere leeftijd sterk verminderen.
  • Het belang van de blootstelling aan zonlicht: Vitamine D is de zonnevitamine. Je maakt ze zelf in je lichaam aan als je je blootstelt aan zonlicht. Een kwartiertje zonlicht op het midden van de dag op je blote (onbeschermde) huid maakt al een heel verschil. Je hoeft er echt niet uren voor te liggen bakken.
  • Te vermijden:
    • Geraffineerde suikers in snoep, gebak, chocolade.
    • Te veel dierlijke voeding en te weinig plantaardige voeding.
    • Te veel fosfor in de voeding: charcuterie, frisdranken.
    • Tabak, te veel alcohol, te veel cafeïne.
  • Toe te voegen:
    • Voeding met magnesium uit verse groenten en fruit, peulvruchten, noten, vis en zeevoedsel.
    • Vitamine D: olijfolie, vette vissoorten.
    • Vitamine K: gefermenteerde melkproducten zoals yoghurt, kefir of kwark, en ook kaas, boter, eieren.
    • Bio groenten en ongeschild fruit: bevatten vele soorten mineralen en sporenelementen die mee de botmatrix opbouwen.

… en gewrichten

Zorgen de botten voor structuur, dan zorgen de gewrichten voor plooibaarheid. Wij kunnen ons niet zoals een slang elke richting uit bewegen. We zijn gebonden aan wat onze gewrichten toelaten. Als je even je lichaam gaat ‘uitproberen’, dan zul je merken dat er verschillende soorten gewrichten zijn. Je vingerkootjes, bijvoorbeeld, kunnen maar in één richting buigen, maar het gewricht waarmee de vinger aan de hand vastzit, kan veel meer kanten uit. Je kunt met dat gewricht een draaibeweging maken. Wat dat gewricht niet kan, is  naar achter overplooien. Dat laatste kun je met je pols wel doen. Met je pols kun je een volledige draaibeweging maken. Al naar gelang het gewricht is er dus meer of minder beweging mogelijk.

De gewrichten kennen twee heel belangrijke ziektes: artritis en artrose.

Artritis

Artritis is de ontsteking van een gewricht. Er ontstaat pijn, roodheid, zwelling, warmte en stijfheid. Bewegen wordt moeilijker, en vooral het in beweging komen is bij artritis heel erg pijnlijk. Eens je in beweging bent, beter het wel weer wat. De ontsteking kan het gevolg zijn van een bacteriële of virale infectie, maar ook van een te sterke vervuiling in je lichaam. Als er meer toxische en verzurende stoffen je lichaam binnenkomen dan er weer uitgescheiden worden, stapelen die stoffen zich vaak in je de gewrichten op. Daar zorgen ze dan voor ontsteking. En tenslotte kan het ook gaan om een auto-immuunziekte. Dan vallen je eigen immuun-cellen je kraakbeen aan alsof het vijandelijke indringers zou bevatten.

Bij artritis is het dus vaak kwestie van je lichaam eens grondig te zuiveren. Dan zorg je er eerst en vooral voor dat er zo weinig mogelijk belastende stoffen binnenkomen.

Vermijd volgende zaken:

  • Geraffineerde suikers in snoep, koek, chocolade, frisdranken, …
  • Witmeelproducten.
  • Koffie, alcohol, zwarte thee.
  • Slechte vetten, in het bijzonder transvetten (ontstaan door sterke verhitting van oliën) en te veel omega 6-vetzuren.
  • Te veel vlees, en zeker de bewerkte vleeswaren.
  • Geconserveerde voeding, voeding met daarin bewaarmiddelen, kleurstoffen, geur- en smaakstoffen.
  • Koemelkproducten, behalve zure zuivel, zoals yoghurt, kwark, kefir.
  • Vruchtensappen.
  • Elke voeding waarvoor jij een allergie of intolerantie hebt.

En vervolgens stimuleer je de zuiverings- en uitscheidingsorganen om zoveel mogelijk afvalstoffen te verwijderen. Daartoe zijn aan te raden:

  • Een vastenkuur, sapvastenkuur of Mayr-kuur onder begeleiding van een gezondheidsbegeleider met kennis van zaken.
  • Evenwicht in de voeding door te letten op het zuur-basen evenwicht. Met andere woorden: eet meer groenten en fruit, en minder vlees, vis, kaas, granen.
  • Kies voor kwaliteitsvoedsel: vers, biologisch, recht uit de natuur.
  • Eet enkel op de daartoe voorziene tijdstippen: ontbijt, middagmaal, een niet al te laat avondmaal.
  • Voldoende slaap, want het ontgiften en de ontzuring van het lichaam gebeurt vooral tijdens de nachtrust.
  • Een lichaamsmassage helpt de vastzittende kristallen weer de bloedbaan in, zodat ze uitgescheiden kunnen worden.

Heb je regelmatig last van artritis, zoek dan een goede gezondheidsprofessional die je hierin kan begeleiding. Het is immers niet zo makkelijk om te weten wat je in dit geval beter wel of niet kan eten.

Artrose

Bij artrose gaat het om slijtage van het gewricht. Het kraakbeen is geheel of gedeeltelijk weggesleten en de beweging doet pijn. Hoe langer en hoe meer je beweegt, hoe meer pijn er ontstaan. Daar ligt ook het typische verschil tussen artritis en artrose: bij artritis heb je vooral pijn bij het in beweging komen, bij artrose wordt de pijn erger naarmate je meer of langer beweegt. De klachten van artrose nemen toe met de leeftijd.

De voedingsadviezen die hierboven gegeven zijn, kunnen ook dienst bewijzen bij artrose. Verder zijn ook belangrijk:

  • Vermijd zoveel mogelijk de klassieke pijnmedicatie. Die verlicht wel de pijn, maar breekt tegelijk het nog aanwezige kraakbeen verder af.
  • Blijf bewegen, echter zonder te overdrijven. Als je blijft bewegen, komt er regelmatig nieuw gewrichtssmeersel in het gewricht, en dat voedt het kraakbeen.
  • Een lichaamsmassage kan de overdreven druk van de spieren op het aangetaste gewricht verminderen. Daardoor vermindert vanzelf ook de pijn.
  • Bij overgewicht is vermageren sterk aan te raden. Immers, elke kilo van je lichaamsgewicht moet door je voeten en je knieën elk moment van de dag meegedragen worden.

Een goed preparaat, zowel bij artritis als bij artrose is Cartilaton van Mannavital. Het bevat zowel stoffen die de ontsteking tegengaan als stoffen die het gewrichtskraakbeen opnieuw opbouwen. Dat laatste is vanzelfsprekend een werk van langere duur. Zelf heb ik dit preparaat altijd in huis. Als er gewrichtspijn begint, dan neem ik de maximaal toegelaten dosis. Verdwijnt de pijn, dan verminder ik het aantal tabletten, tot ik weer helemaal zonder kan. Op die manier hou ik mijn gewrichten pijnvrij en gezond.

In een volgende blog lees je meer over spieren en pezen, allebei ook noodzakelijk om te kunnen bewegen.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Een kopje citroen-gember-thee.

Mijn huisapotheek voor de winter

De herfst is volop in het land, de winter is in aantocht. En met de wintertijd komt ook de kou, de regen, het gure weer. Tijd dus om in je huisapotheek een en ander te voorzien om vlug te kunnen ingrijpen als verkoudheden en griepachtige toestanden toeslaan.

Je immuniteit versterken

De basis van je gezondheid is een sterke immuniteit. Wie zwak staat, valt immers veel gemakkelijker ten prooi aan allerlei winterse kwaaltjes dan wie heeft geïnvesteerd in een sterkere immuniteit. En die immuniteit bouw je op met een aantal vitamines en mineralen:

  • Vitamine A in acute situaties. Vitamine A staat o.a. in voor gezonde slijmvliezen. Je vindt vitamine A volop in de algjes spirulina en chlorella, in donkergroene, rode, oranje en gele groenten en fruit, en ook in vette vis, in eieren, melk en kaas.
  • Vitamine C bij chronische klachten. Topbronnen van vitamine C zijn acerolakers, rozebottels en zwarte bessen. Daarnaast vind je ook veel vitamine C in peterselie, tuinkers, bladgroenten, koolsoorten, groene en rode paprika, citrusvruchten, allerhande bessen, kiwi, ananas, …
  • Vitamine D neem je doorlopend. Vitamine D vermindert sterk de kans op griep en andere luchtweginfecties. Vitamine D maak je zelf aan onder invloed van de zon. Daarom wordt algemeen aangeraden om in de maanden met een ‘r’ een goed vitamine D supplement in te nemen.
  • Zink geeft je een sterkere weerstand. Bronnen van zink zijn: schaal- en schelpdieren, vis, vlees, eieren, gerijpte kaas, peulvruchten, noten en zaden.
  • Selenium speelt samen met zink een sleutelrol in het immuunsysteem. Selenium komt te weinig in onze voeding voor omdat de Europese landbouwgronden een te laag seleniumgehalte bevatten. Willen we toch selenium binnenkrijgen, dan kan dat door het eten van vlees, eieren, vis, oesters, volle granen, knoflook, uien, broccoli. Een topbron van selenium zijn paranoten of brazilnoten. Let echter wel op, van deze laatste mag je er dagelijks slechts een drietal eten. ‘Meer’ betekent hier absoluut niet ‘beter’.

Zelf heb ik ook altijd het vitamine- en mineralenpreparaat ‘Immunoton Forte’ van Mannavital in mijn huisapotheek staan. Van zodra ik voel dat mijn immuniteit verzwakt, neem ik driemaal daags een capsule.

Bijenproducten

De bijen leveren ons heel wat producten die onze gezondheid bij winterse kwaaltjes kunnen ondersteunen.

Honing werkt verzachtend bij verkoudheid en beginnende keelontsteking. Een lepel honing in een kopje tijm- of saliethee is een goed middel om die beginnende irritatie te stoppen. Voor kinderen kan je een ‘lekkere’ versie hiervan maken door een halve citroen en een halve sinaasappel uit te persen, daar wat heet water over te gieten en daar dan die lepel honing in op te lossen. Deze ‘warme limonade’ bevat naast honing ook vitamine C. Twee vliegen in één klap, dus.

Stuifmeelpollen zijn de korrels die de bijen uit diverse bloemen verzamelen, vermengd met wat secretie uit de speekselklieren van bijen. Deze stuifmeelpollen kunnen, als je ze regelmatig inneemt, je immuniteit een boost geven. Ze worden al sinds de oudheid als krachtvoedsel gezien. Ze verminderen vermoeidheid en zwakte, en ze  bevorderen herstel na een ziekte.

Propolis is dan weer een harsachtige substantie die bijen aanmaken uit hars van boomknoppen. Ze maken er hun bijenkorf water- en winddicht mee en ze beschermen er hun bijenkolonie mee tegen indringers, nl. insecten en microben. Voor ons, mensen, geeft propolis gunstige effecten bij neus-, keel- en oorinfecties. Propolis is te verkrijgen in tinctuur, in sprays en in pastilles.

Bij een ernstig verzwakte immuniteit – dat wil zeggen, als je tijdens de winter de ene verkoudheid of griep na de andere doet – kan koninginnenbrij of ‘gelée royale’ een extra boost geven.

Etherische oliën

Wie kennis heeft van etherische oliën kan deze zeker inzetten bij het versterken van de immuniteit en zo het tegengaan van bacteriële of virale infecties. Maar wie daar geen kennis van heeft, is er beter toch wat voorzichtig mee. Etherische oliën zijn geconcentreerde preparaten uit geneeskrachtige planten. Ze kunnen veel goed doen, maar ze kunnen ook irritatie en allergieën opwekken. Hieronder wil ik er toch twee aanraden:

  • De etherische van citroen werkt bij verstuiving in de atmosfeer algemeen ontsmettend. Het geeft een frisse geur en houdt bacteriën en virussen op afstand.
  • De etherische olie van ravintsara of de etherische olie van saro kun je verdampen als er al snotterende mensen in huis zijn. Zij werken sterker antibacterieel en antiviraal én ze helpen de luchtwegen van de zieke open te houden. Heb je een verstopte neus, dan kun je ook dampen met deze oliën. Je doet dan een paar druppels in een kom heet water en met een handdoek over je hoofd en over de kom adem je een tiental minuten de damp van water en olie in.

Om deze etherische oliën in de ruimte te verdampen, schaf je je best een verdamper voor etherische oliën aan. Wil je gebruik maken van de geneeskracht van etherische oliën, dan is het geen goed idee ze te verspreiden via een schaaltje met een theelichtje onder. Hierin verbranden de etherische oliën, waardoor ze hun helende werking verliezen.

Vliersiroop

De topper bij griep en griepachtige klachten is de ‘ouderwetse’ vliersiroop. Je kunt natuurlijk zelf in het juiste seizoen vlierbessen plukken en daar een siroop van maken. Wil je een goede vliersiroop kopen, let er dan op dat je een product koopt dat voldoende vlierextracten bevat en niet alleen maar uit suiker bestaat. Bij de firma Ladrôme zit je wat dat betreft helemaal goed.

Tijgerbalsem

Tijgerbalsem heb ik in huis om hals, borst en neus mee in te smeren als de slijmen vastzitten. Ik doe dat ’s avonds, net voor het slapengaan. Het maakt het ademhalen weer mogelijk en het zorgt ervoor dat je niet de hele nacht ligt te hoesten.

Goudsbloemzalf

En ja, als je dan toch een verkoudheid te pakken hebt en je vele malen op een dag je neus moet snuiten, dan gebeurt het wel eens dat neus en lippen en de hele regio daarrond geïrriteerd raken. Dan brengt goudsbloemzalf verzachting. Je brengt de zalf in een dun laagje aan op de aangetaste huid en, bij korsten in de neus, zelfs ook op het neusslijmvlies. Goudsbloem of calendula is immers gekend om zijn verzachtende werking bij huidklachten.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Kruiden op je bordje

Complementaire gezondheidszorg, deel 2

In het eerste deel over complementaire gezondheidszorg had ik het over ‘lichaamswerk’. In het tweede deel spreek ik over die vormen van complementaire gezondheidzorg, waarbij je iets inneemt. Je eet iets, je drinkt iets, je slikt iets. Ik heb het dus over voeding, voedingssupplementen, kruidenpreparaten, Bachbloesems en homeopathie.

 Voeding

In onze huidige maatschappij gaat heel veel aan gezondheid verloren door onze verarmde, vaak industrieel bewerkte voeding. Weinig mensen eten nog zoals voeding bedoeld is: rechtstreeks uit de natuur, zonder pesticiden en zonder kunstmest gekweekt, vers klaargemaakt, zonder additieven voor kleur, geur, smaak of om te bewaren. Voeding hoort ‘levend’ te zijn: vers, vrij van toxische stoffen, vol licht en en vol vitaliteit. Alleen dan kan ze gezondheid voortbrengen.

Hoe herken je dit ‘levend’ voedsel?

  • Het komt van bij de boer of uit de versafdeling van de markt of van de winkel. Het is de verse groente, het verse fruit, het verse vlees of de verse vis. Laat die laatste er ook nog uitzien als vers vlees of verse vis, en niet verwerkt in slaatjes of worsten of welke vorm van bewerking dan ook.
  • Het ziet er nog vers uit, en niet verlept, verkleurd, verdord.
  • Het is biologisch, en dus gekweekt zonder toxische stoffen.
  • Diepgevroren voedsel kan ook, op voorwaarde dat het slechts één of een paar ingrediënten bevat. Als er moeilijk begrijpbare namen in de ingrediëntenlijst voorkomen, dan is het niet meer oké.

Wat is zeker niet gezond:

  • Sterk bewerkt voedsel, met veel toegevoegde additieven.
  • Een overdaad aan suiker, dat aan quasi alle bewerkte voeding wordt toegevoegd.
  • Industriële oliën en vetten, geperst bij hoge temperaturen, met behulp van solventen en daarna ontgeurd, gebleekt, geraffineerd en al dan niet gehard.
  • Bewerkt met bewaarmiddelen, geurstoffen, kleurstoffen, smaakstoffen.

Ik hou dus een pleidooi om weer zelf in de keuken te staan en eenvoudige maar eerlijke maaltijden klaar te maken. En ja, dat vraagt tijd en dat geeft last. Maar het komt ook je gezondheid ten goede.

Voedingssupplementen

Wat dus eerst komt en een goede basis voor gezondheid is, is een gevarieerde, verse en gezonde voeding. Zorg ervoor dat alle kleuren van de regenboog regelmatig op je bord komen. Toch kan het dat – ook al eet jij doorgaans gezond – er tekorten ontstaan. Daar zijn twee redenen voor:

  • Onze voeding is armer aan vitamines, mineralen en fyto-nutriënten, omdat onze landbouwgrond uitgeput raakt. Wat onvoldoende in de grond zit, kan onmogelijk voldoende in onze voeding voorkomen.
  • Wij leven een te belastend leven. Onze omgeving vraagt meer dan we uit onze voeding kunnen halen. Wij leven niet meer met het daglicht mee. We doen te veel. We blijven voortdurend in de aan-stand staan. We nemen onvoldoende rust en ontspanning. We leven druk, druk, druk, … en dat al te drukke leven eist zijn tol.

Daarom is het goed om onze gezondheid te ondersteunen met goed gekozen supplementen. En dat ‘goed gekozen’ betekent enerzijds dat de supplementen die je neemt nodig zijn voor jou én dat ze ook nog eens goed opneembaar zijn. En beide lopen wel eens fout, omdat een gewone huisarts te weinig weet over deze zaken. Immers, volgens de reguliere geneeskunde is er pas sprake van een tekort als je ziek wordt door dat tekort. In de complementaire orthomoleculaire geneeskunde gaat men uit van ‘optimaal functioneren’. Het kan dus dat je geen tekort vertoont om niet ziek te worden, maar onvoldoende hebt om je helemaal goed te voelen. Hier kan een orthomoleculaire arts of therapeut je echt op weg helpen.

En dan is er nog het probleem van de opneembaarheid van de supplementen die je neemt. Het is niet wat je slikt, wat van belang is, maar wel wat je opneemt. Sommige vormen van calcium, magnesium, vitamines, kurkuma, … geraken heel moeilijk door de darmwand heen en vormen dus enkel dure stoelgang. Ook hier is kennis van zaken nodig, kennis die je haalt bij een orthomoleculaire arts of therapeut.

Kruidenpreparaten

Je weet het misschien – of je weet het niet – dat vele van onze farmaceutische medicijnen hun oorsprong vinden in stofjes die zich in kruiden en in geneeskrachtige planten bevinden. De farmaceutische industrie isoleert deze werkzame stoffen uit de volledige plant en maakt die dan synthetisch na. Dat laatste is de voorwaarde om een medicijn te kunnen pattenteren, en juist uit die patenten haalt de farmaceutische industrie gigantische winsten.

Maar het is ook daar dat het fout gaat. Door stofjes te isoleren uit het geheel van de kruiden of geneeskrachtige planten én door ze synthetisch na te maken, hebben deze medicijnen ook sterke nevenwerkingen. Ze zouden je moeten genezen, maar ze maken je ook weer ziek. Denk maar aan de maagbeschermer die je moet nemen om de te sterke belasting van je maag van bepaalde medicijnen tegen te gaan. Of denk aan de diarree die je kunt krijgen van antibiotica en de constipatie van een synthetisch ijzerpreparaat. En zo zijn er vele mogelijke nevenwerkingen van synthetische medicijnen, die allemaal weer extra medicijnen vragen.

Kruiden en geneeskrachtige planten werken, als ze met kennis en kunde ingezet worden, als een geheel. In de volledige plant zit de werkzame stof in zijn natuurlijke vorm, en omgeven door andere stoffen die voor evenwicht zorgen. Waar dat ene stofje je in onevenwicht zou brengen, zorgen de bijhorende stoffen in de plant voor een heilzame werking zonder de nevenwerkingen. Maar je leest het al: kennis en kunde zijn van groot belang. Wie met kruiden en medicinale planten werkt én wie uit deze kruiden en medicinale planten kruidenpreparaten maakt, moet weten wat hij doet. Als herborist leer je al die dingen. Wil je dus advies op dat vlak, haal het dan bij iemand die deze kennis in huis heeft.

Energetisch werkende methoden

En ja, in de complementaire gezondheidszorg hebben we ook energetisch werkende methoden. Hierbij denk ik in de eerste plaats aan Bachbloesems en aan homeopathie. Beide bevatten geen werkzame stoffen meer. Ze zijn zo bereid dat alleen de energie van de stof nog in het middel aanwezig is. Laat je deze stoffen in een laboratorium ontleden, dan vind je stoffen als suiker, alcohol en water. Meer is er in het middel niet aanwezig.

Of toch, …

Want ja, het middel werkt … want het heeft de energie van een stof opgenomen, en het geeft jou die energie. Bij de Bachbloesems wordt de energie van de bloesems op het middel overgedragen door de bloesems op het juiste tijdstip te oogsten en die dan in zuiver water een passende tijd in de zon te laten trekken. In de moedertinctuur die zo ontstaat, zit alleen de energie van de bloesem, niet een of andere werkzame stof eruit. Bij homeopathie ontstaat hetzelfde resultaat door een middel met wel die werkzame stof erin zo vaak te verdunnen en tussenin ook telkens te schudden, dat er uiteindelijk geen werkzame stof meer te vinden is. Alleen de energie van het middel is overgedragen op het homeopathisch middel.

En nu kun je wel denken dat hier alleen een placebo-effect speelt, nl. de zieke denkt te zullen genezen en geneest dus ook. Weet je, dat speelt altijd wel een beetje een rol, ook bij klassieke medicijnen. Maar het kan echt niet alleen maar een placebo-effect zijn, want als je het juiste middel geeft, dan wordt de zieke beter en als je een verkeerd middel geeft, dan gebeurt dat niet. En wat meer is, deze middelen werken niet alleen op volwassen mensen (die door een placebo-effect beïnvloed kunnen worden) maar ook op baby’s, op dieren en zelfs op planten. En die laatste kun je moeilijk van een placebo-gevoeligheid verdenken.

Mijn conclusie

Ik zou graag zien dat een geneeskunde ontstaat die het beste uit elk van deze vormen haalt om mensen zo gezond mogelijk te houden of weer te maken. Daarbij zou ik willen dat eerst gebruik gemaakt wordt van meer natuurlijke en onschuldige middelen en pas als die niet helpen, van chemische en best wel gevaarlijke middelen. Ik zou ook willen dat mensen écht genezen, en dus dat ze niet voor de rest van hun leven afhankelijk blijven van medicijnen. En juist daarom hou ik een pleidooi voor een gezonde manier van leven, het inzetten van complementaire geneeswijzen als dat onvoldoende is en het pas grijpen naar chemische medicijnen als ultieme poging om mensen toch zo gezond mogelijk te houden.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Bloedvaten zijn als rivieren die het land van water voorzien

Je bloedvaten, een stelsel van buizen

Vorige keer vertelde ik je over je bloed, die bron van leven die door je lijf stroomt. Dat bloed moet letterlijk overal in je lichaam passeren. Wat geen bloed krijgt, gaat dood. Om dat mogelijk te maken heeft ons lichaam een ingenieus buizensysteem met daaraan gekoppeld een motor. Over de motor hebben we het volgende keer. Vandaag bekijken we het buizensysteem.

Je kunt dat buizensysteem een beetje vergelijken met om het even welk ander ‘watersysteem’. Denk vb. aan de waterlopen die het land vochtig houden of misschien nog meer aan het buizensysteem van de vloerverwarming. Het beeld van de waterlopen geeft ons een idee van grote rivieren, over steeds kleinere waterlopen, tot de beekjes rondom iedere wei of akker. Er is aanvoer en afvoer van vocht. Het beeld van de vloerverwarming toont ons een gesloten buizenparkoers, waar het water doorheen stroomt omdat er een motor is die het voortdurend in beweging houdt. Zo komt de warmte overal. De combinatie van beide geeft ons een goed idee van het buizenstelsel in ons lichaam.

Het buizenstelsel van onze bloedsomloop bestaat uit een kleine bloedsomloop en een grote bloedsomloop. De kleine bloedsomloop brengt zuurstofarm bloed van het hart naar de longen en weer terug. In de longen wordt het bloed verzadigd met zuurstof. De grote bloedsomloop brengt het van zuurstof verzadigde bloed naar elke plek in je lichaam. Elke cel krijgt van het bloed de nodige zuurstof om voedsel tot energie te kunnen verbranden.

En dan is er een tweede belangrijke functie van die bloedsomloop. Rondom onze darmen zitten heel veel kleine bloedvaatjes. In die bloedvaten wordt het verteerde voedsel opgevangen en via een grotere ader, de poortader, naar de lever getransporteerd. In de lever worden al die voedingsstoffen gezuiverd, opgeslagen en weer vrijgemaakt al naar gelang de noden. Ook dat gezuiverde voedsel gaat uiteindelijk via het bloed mee naar elke plek in je lichaam. Naast zuurstof krijgt elke cel ook de nodige bouwstoffen en voedingsstoffen. Zo houdt je lichaam zichzelf in stand.

Ik hoef je dus niet te vertellen dat het buizensysteem van slagaders, haarvaatjes en aders van groot belang is. We moeten er dus zeker zorg voor dragen.

Kwalen van de bloedvaten

In wezen zijn er twee grote categorieën van kwalen:

  • De bloedvaten gaan stuk. Ze scheuren en het bloed vloeit weg.
  • De bloedvaten vernauwen, waardoor het bloed niet meer stromen kan.

In beide gevallen krijgen delen van je lichaam onvoldoende bloed toegevoerd, en dat heeft kwalijke gevolgen.

De bloedvaten gaan stuk

… en dat kan in het mini of in het maxi. In het eerste geval heb je je misschien ergens gestoten, en kneusden daardoor een paar haarvaatjes. Wellicht kreeg jij op die plek een bloeduitstorting, een blauwe plek. Of je sneed jezelf met een mes in de vingertoppen. Het bloedt even, maar bloed raakt ook makkelijk weer gestelpt. Eigenlijk is er dan niet zoveel gevaar. Je lichaam is beslist capabel om dit soort kleine verwondingen uit zichzelf te helen.

Ernstiger is het natuurlijk als de kwetsuur groter is en het bloed zomaar blijft wegstromen. Denk vb. aan een ongeluk met zware fysieke letsels. Het bloedverlies bij zo’n accident kan dodelijk zijn. Of denk aan een harde stomp in de buik, waarbij je ingewanden gekwetst werden. Het bloed stroomt dan niet letterlijk naar buiten, maar het stroomt wel uit de gekwetste ingewanden je buikholte in. Ook dat is, als er niet tijdelijk gepaste hulp wordt ingeroepen, dodelijk.

En dan is er ook nog de kwestie van de staat waarin je bloedvaten zich bevinden. Zoals overal in het lichaam kennen ook de bloedvaten slijtage. Als er te veel druk op de buizen wordt uitgeoefend, worden ze kwetsbaar voor kleine scheurtjes. Ook een teveel aan suiker in het bloed, maakt dat de vaatwanden aangetast worden. En dan hebben we ook nog allerlei toxische stoffen die we met ons voedsel mee naar binnen krijgen, die een nefaste invloed op onze bloedvaten uitoefenen. Naarmate we ouder worden, is er dus meer herstelwerk nodig.

De bloedvaten vernauwen

Een eerste manier waarop de bloedvaten vernauwen is net door het herstelwerk dat nodig is als onze bloedvaten stuk gaan. Kleine scheurtjes worden quasi continu hersteld. Dat gebeurt door cholesterol. En nu hoor ik je natuurlijk denken: ‘Cholesterol? Die grote boosdoener als het gaat om hart en bloedvaten?’ Wel, cholesterol is helemaal niet die grote boosdoener die men ervan gemaakt heeft. Cholesterol is van levensbelang, en dat niet alleen bij het dichtmaken van al die kleine scheurtjes in onze bloedvaten ontstaan. Daar schreef ik eerder al over in de blog ‘De cholesterolmythe’.

Bloedvaten vernauwen ook als ze verkrampen, en dat gebeurt bij stress. Wie voortdurend in stress leeft, krijgt makkelijk een hoge bloeddruk, net omdat de bloedvaten vernauwen.

Adviezen om de bloedvaten gezond te houden

Aanpassen van je levensstijl

  • Ga meer bewegen. Beweging helpt het bloed in je lijf mee in beweging houden. Je hart pompt immers het bloed naar de verste uiteinden, maar beweging zorgt ervoor – door het gebruiken van je spieren als pomp – om het bloed terug naar het hart te krijgen.
  • Kies voor gezonde voeding, recht uit de natuur. Vermijd voeding die ontsteking bevordert – suiker in al z’n vormen, witmeelproducten, omega 6 vetzuren in de meeste oliën en in margarine, transvetzuren, toxische stoffen.
  • Heb je overgewicht, probeer dan af te vallen. Vooral buikvet is enorm schadelijk, het scheidt uit zichzelf al ontsteking bevorderende stoffen uit.
  • Verminder de stress in je leven. Zoek naar dingen die jou echt ontspanning geven.
  • Stop met roken.

Aanpassen van je voeding

Af te raden

  • Transvetzuren, te veel aan omega 6 vetzuren.
  • Geraffineerde suiker, witmeelproducten.
  • Overvoeding. Stop met eten als je voor 80% vol bent.
  • Te veel alcohol.
  • Te veel koffie.
  • Te veel frisdranken, te veel vruchtensappen.
  • Te veel natuurlijke, ongeraffineerde suikers. Wees dus ook matig met honing, ahornsiroop, ongeraffineerde ruwe rietsuiker, agavesiroop, …

Aan te raden

  • Vetten: Boter, kokosolie, ongeraffineerde oliën van eerste, koude persing (extra vierge), met olijfolie als betere keuze, vette vis met z’n omega 3.
  • Volop verse groenten en fruit, omwille van de beschermende antioxidanten.
  • Noten en zaden.
  • Volle granen.

Nuttige voedingssupplementen

  • Gefermenteerde knoflook heeft een goede invloed op hart en bloedvaten. Verse knoflook helpt ook, maar kan niet in zo’n hoeveelheid ingenomen worden als nodig, zonder ook schade te veroorzaken. Gefermenteerde knoflook werkt bloed verdunnend, verlaagt mild de cholesterol, zorgt ervoor dat de bloedvaten soepel blijven, gaat atherosclerose tegen. Kortom, gefermenteerde knoflook werkt op zowat alle aspecten die het onze bloedvaten moeilijk maken.
  • OPC’s uit de schors van de zeeden werkt vooral in op de kleine bloedvaatjes. Het is ook meer aan te raden voor vrouwen, vb. bij spataders.
  • Stikstofmonoxide, vb. uit rode bietensap, want dat ontspant de wand van de bloedvaten, waardoor ook de bloeddruk vermindert.
  • Kurkuma, omdat die de ontstekingen in je lichaam remt. Kies wel voor een goed preparaat, want kurkuma wordt uit zichzelf moeilijk in het lichaam opgenomen.
  • De omega 3 vetzuren EPA en DHA.

Symbolische betekenis van de bloedvaten

Staat het bloed voor leven, vitaliteit, energie, dan zijn de bloedvaten de verkeerswegen van de levenskracht. Het zijn energiewegen, ze zorgen voor transport van vitaliteit en energie. Het zijn ook communicatiewegen. Ze zorgen voor de aan- en afvoer van wat nodig is.

In je bloedvaten is altijd een zekere druk aanwezig, de bloeddruk. Bij een te hoge bloeddruk moet het hart te hard werken en kunnen de bloedvaten scheuren. Bij een lage bloeddruk ga jij je flauw en duizelig voelen. Als in je bloed jouw levensopdracht vervat zit, dan staat een hoge bloeddruk voor het harder vragen aan jou dat je toch met je levensopdracht zou bezig zijn. Je ziel wil dat jij met enthousiasme bezig bent met dat wat bij jou past. Doe je dat niet, dan ontstaat er stress, want je ziel wil dat jij wordt wie je in wezen bent. Doe je dat, dan ervaar je een wegvallen van heel wat stress, en dan kan het enthousiasme weer stromen.

Een te lage bloeddruk, met de daarbij gepaard gaande duizeligheid, zegt ons hetzelfde, maar op een iets andere manier. Het is alsof je ziel tegen je zegt: ‘Als jij dan toch niet bezig bent met je levensopdracht, dan trek ik de stekker er even uit. Ik zorg ervoor dat jij niet verder kunt op dat verkeerde pad.’ Je wordt als het ware gedwongen om even stil te staan bij waar je (niet) mee bezig bent.

Acute en chronische problemen

Het moge duidelijk zijn dat bij acute problemen met je bloedvaten het absoluut het allerbeste is je te laten helpen door onze Westerse klassieke geneeswijzen. Daar kunnen medische beeldvorming, operaties, medicijnen je het leven redden. Aarzel dus bij acute problemen niet over wat je hoort te doen.

Maar als je na zo’n acuut probleem gewoon verder doet zoals je bezig was, dan loopt het binnen de kortste keren weer fout. Vaak ligt bij een acuut probleem een chronisch probleem aan de basis. En juist daar is het wijs om op een complementaire manier aan de slag te gaan. Verminder stress, ga meer bewegen, ga gezonder eten, … en laat je daarbij misschien helpen door iemand die niet focust op ziekte, maar juist op gezondheid. En dat is nu net wat wij, gezondheidsbegeleiders, voor je doen.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Bloed dat door een ader stroomt

Leven dat door je lijf stroomt

Kedoem! Kedoem! Kedoem!
Woesssssh! Woesssssh! Woesssssh!

Het hart klopt.
Het bloed stroomt door je lijf.
Leven bereikt elk orgaan, elke spier, elk stukje van jou.

Het cardiovasculair stelsel

Ik beloofde je dit jaar af en toe iets meer te vertellen over één of ander aspect van ons lichaam. Daarom begin vandaag een ‘minireeks’ over het stelsel van hart en bloedvaten. En ja, je leest het al: ik noem hart en bloedvaten. Wat ik niet noem is misschien wel het allerbelangrijkste, nl. het bloed, en daar heeft niemand het ooit over. Ik doe wat eigenwijs en ik begin mijn verhaal bij dat bloed. Het bloed noem ik ‘leven dat door je lijf stroomt’. Stel dat het hele cardiovasculair stelsel – dat is het stelsel van hart en bloedvaten – in perfecte staat was, maar dat er water door je lijf stroomde in plaats van bloed, het zou niet lang duren of je leven hield op te bestaan.

Het cardiovasculair stelsel is dus eigenlijk alleen maar de machine – de motor en het buizenstelsel – die dient om het bloed overal in het lichaam te krijgen. En ja, we moeten ervoor zorgen, voor dat cardiovasculair stelsel, want zonder de machine stroomt het leven niet meer, en stilstand betekent dood. Daar schrijf ik dus zeker volgende keren over. Vandaag nog niet, vandaag schrijf over ‘bloed’, omdat het bloed de levenskracht symboliseert, de stroom van leven doorheen ons hele lijf.

Bloed

Bloed is een heel bijzonder sap. Het is de stoffelijke drager van het leven. Bloed voorziet elke cel in ons lichaam van voedingsstoffen enerzijds en van zuurstof anderzijds. Met die twee kunnen onze cellen alle energie produceren die wij nodig hebben om ons lichaam gezond te houden én om alles te doen wat wij willen doen. Als dat systeem mankeert, dan valt plots alle energie weg. Denk maar aan bloedarmoede, wat betekent dat het bloed te weinig rode bloedcellen bevat. Die rode bloedcellen staan in voor het transport van zuurstof. Bij een gebrek aan zuurstof kunnen de cellen geen energie produceren, want zuurstof is nodig om voedingsstoffen te verbranden en zo energie te doen ontstaan. Wie ooit al bloedarmoede heeft gehad, die weet het wel. Je hebt dan nergens energie voor. Je voelt je zo slap als vod.

Bloed doet ook het omgekeerde. Het vervoert de afvalstoffen naar de longen, de nieren en de lever. Daar worden die afvalstoffen uit het bloed gezuiverd en naar buiten toe gestuurd. We ademen koolzuurgas uit, we plassen in water oplosbare afvalstoffen uit en via de stoelgang worden de vaste en de in vet oplosbare afvalstoffen uitgescheiden. Het bloed doet dus zijn uiterste best om ons innerlijk milieu schoon te houden. Als de balans echter doorslaat en er zich te veel afvalstoffen in ons lichaam bevinden, dan lukt dat niet helemaal. Dan krijgen we last van moeheid en lusteloosheid, van stramme spieren en pijnlijke gewrichten, van chronische ziekten van diverse aard. Als je dat soort dingen voelt, dan is het wellicht tijd voor een grote schoonmaak. Dan zorg je ervoor dat je lichaam minder blootgesteld wordt aan alles wat toxisch is – je gaat minder en schoner eten, vb. – zodat je bloed zich kan concentreren op het elimineren van alles wat niet in je lichaam thuishoort.

Bloed zorgt ook voor een stabiel innerlijk milieu. Het reguleert de warmtehuishouding, de hormonale huishouding, de zuurtegraad in je lichaam. Het bloed detecteert het minste onevenwicht, signaleert dat aan de nodige systemen of organen en zorgt er op die manier voor dat je lichaam zo goed mogelijk blijft functioneren. Hier is je eigen zelfgenezend vermogen optimaal aan het werk.

Daarnaast bevat je bloed ook diverse soorten soorten witte bloedcellen. Die maken samen je immuunsysteem uit, je afweersysteem tegen ziektekiemen. En tenslotte bevat je bloed ook bloedplaatjes, die ervoor zorgen dat kwetsuren worden hersteld en dat bij een wonde bloedverlies tot een minimum wordt beperkt.

Het moge duidelijk zijn: zonder bloed kan geen enkel systeem in ons lichaam functioneren. Bloed is letterlijk van levensbelang.

Symboliek van bloed

Juist omwille van het grote belang van bloed in ons lichaam, krijgt dat bloed de symboliek van ‘leven’. Dat zie je bijvoorbeeld in oude culturen, waar in een religieus ritueel een mens of een dier geslacht wordt en waarvan het bloed over mensen en akkers wordt geplengd. Men geloofde dat een bloedig offer in het prille voorjaar voor voorspoedig leven zou zorgen in het hele komende jaar. Vrouwen zouden vruchtbaar blijken, akkers zouden veelvoudig vruchten voortbrengen, de mensengemeenschap zou een voorspoedig jaar gegund worden.

Diezelfde symboliek vind je terug in het aangaan van een bloedbroederschap. Twee krijgers vermengden, via een snee in beider hand, hun bloed met dat van de ander. Hiermee gaven ze aan elkaar de eed: ik sta met mijn leven in voor dat van jou, en jij doet hetzelfde voor mij. We zijn niet langer twee, we zijn één in hart en ziel.

Als we die symboliek doortrekken, dan kunnen we zeggen dat iedere druppel bloed een blauwdruk van jouw hele leven bevat. Je bloed staat voor jou, voor je leven, voor wie jij ten diepste bent. Er is een spreuk, die zegt: ‘Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.’ Die spreuk betekent zoveel als: Je ware aard kun je niet verbergen. Je passie zal aan de oppervlakte komen, en je zult er iets mee moeten doen. Bloed staat dus niet alleen voor ‘leven’, maar ook voor ‘levensopdracht’. Zo uniek als jouw bloed is, zo uniek is ook je levensopdracht. Ga je onzorgvuldig om met je levensopdracht, dan doe je dat in feite ook met je bloed. Immers, je bloed informeert op elk moment elke cel in je lichaam waar jij toe geroepen wordt. Je hele lichaam wil met die levensopdracht aan de slag. Doe jij daar niets mee, dan ga jij je steeds minder goed voelen en uiteindelijk word je ziek. Ziekte is in die zin altijd een beetje een wake-up-call. Ziekte zegt: ‘Hé, word wakker, jij, en doe nu eindelijk eens wat je zou moeten doen. Ga aan de slag met die passie die leeft in jou.’

Hou je bloed gezond

Je bloed gezond houden, dat doe je dus tweeërlei:

  • Je zorgt voor een balans tussen aanvoer van leven brengende stoffen en afvoer van afvalstoffen. Je gunt je lichaam voldoende kansen om afval op een efficiënte manier af te voeren.
  • Je gaat aan de slag met je levensopdracht. Je valt regelmatig even stil om te voelen, te ontdekken waar het in jouw leven om draait, en daar ga je dan mee aan de slag. Je zult zien dat het je voldoening geeft en vreugde en diep geluk, als je dat doet.

Heb je hulp nodig bij het één of het ander, dan kun je bij mij of bij één van mijn collega’s gezondheidsbegeleiders terecht. Wij helpen je graag vooruit, zowel op dat fysieke als op dat spirituele vlak.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

 

 

Daslook, bloempje en blad

De daslook schiet!

Joepie, de lente komt!

En dat zie ik in mijn tuin. De winterjasmijn is uitgebloeid. Krokussen en madeliefjes steken in het gras hun kopjes boven. Ze lachen me toe als ik naar buiten kijk. De bomen beginnen te botten … en in de kruidentuin schiet als eerste de daslook. Dus ja, al spreekt de kalender dat nog even tegen, de lente is in ’t land.

Daslook

Bevordert de spijsvertering

Daslook kan helpen bij maag- en darmklachten, gaande van darminfecties tot een opgeblazen gevoel en winderigheid. Ze werkt ontsmettend, en kan dus ingezet worden bij een verstoorde darmflora, een overgroei met candida en zelfs bij wormpjes. Daslook helpt ook een zwakke en trage spijsvertering op gang.

Goed voor hart en bloedvaten

Net zoals haar grote broer, de look, draagt daslook haar steentje bij om het hart en de bloedvaten gezond te houden. Daslook doet dat door verkalking van aders en slagaders tegen te gaan, door een te hoge bloeddruk te reguleren en door een te hoog cholesterolgehalte naar beneden te halen.

Bloedzuiverend

Daslook is een meerwaarde in een lentekuur. Ze werkt bloedzuiverend, vooral door het stimuleren van de galaanmaak en het ontgiften van de lever. Ze gaat leverzwakte tegen en daardoor ook algemene zwakte en voorjaarsmoeheid. Daarom is de daslook, vers gebruikt of als tinctuur, een absolute meerwaarde als het erom gaat de ‘slakken van de winter’ je lichaam uit te krijgen.

Stimuleert de immuniteit

Daslook werkt ook algemeen ontsteking werend: ze werkt ontsmettend en gaat bacteriën en virussen te lijf. En als je met een hardnekkige hoest zit, dan maakt ze ook de slijmen los. Daslook is in de lente dus een kruidenhulpje bij griep, hoest, bronchitis, verkoudheid en keelpijn.

Regelt mee de bloedsuikerspiegel

Daslook verlaagt ook de bloedsuikerspiegel. Ze ondersteunt de aanmaak van insuline en helpt dus bij metabool syndroom (prediabetes) en diabetes type 2 de bloedsuiker te regelen.

Daslook gebruiken als keukenkruid

Als eerste moet ik je een waarschuwing geven: als je daslook gaat plukken, zorg er dan voor dat je zeker weet dat het om daslook gaat. Immers, het jonge blad van het lelietje-van-dalen (meiklokje) lijkt helemaal op dat van daslook. En is daslook gezondheid bevorderend, lelietje-van-dalen daarentegen is giftig. Er is één kernmerk waaraan je daslook zeker kunt herkennen: als je het blad kneust, ruik je look!

En dan zijn er ook nog een tweetal tegenindicaties voor het gebruik van daslook:

  • Als je een maagontsteking of een maagzweer hebt, blijf je beter van daslook en ook gewone look af. Beide kunnen immers je maagvlies nog verder irriteren.
  • Daslook, en ook look, werken ook lichtjes bloed verdunnend. Je kunt ze dus beter niet gebruiken voor een chirurgische of tandheelkundige ingreep.

Recepten

Je kunt van daslook eigenlijk de hele plant gebruiken, maar als je natuurlijk alle knolletjes verwijdert, dan maak je weinig kans volgend jaar weer daslook te kunnen eten. Daarom raak ik je aan vooral het bovengronds groeiende kruid te gebruiken: bladeren, bloemknoppen, bloemen. Je kunt ze verwerken in soepen, salades, kruidenboters, pesto’s.

Daslookolie

  • Neem 400 ml olijfolie.
  • Voeg een handvol daslookbladeren toe.
  • Blend de olie en de bladeren zo fijn mogelijk.
  • Zeef daarna de olie door een kaasdoek om een pure, groene extractie te krijgen.
  • Je kunt de olie goed bewaren in de koelkast en gebruiken als dressing voor je salades.

Kwark met daslook

  • Neem de hoeveelheid kwark die je wil nuttigen.
  • Kruid met peper en zout.
  • Snij een paar blaadjes daslook fijn en meng ze onder de kwark.

Omelet met daslook

  • Kluts 1 of 2 eieren per persoon.
  • Snijd een handvol daslook (of meer) fijn en voeg toe aan het eiermengsel.
  • Kruid met peper en zout.
  • Doe een klontje boter in de pan en bak de omelet gaar.

Kruidenboter met daslook

  • Neem 100 gr boter en laat die op kamertemperatuur komen.
  • Snij een handvol daslook zeer fijn en doe dat bij de roomboter.
  • Voeg daarbij een teentje geperste knoflook.
  • Voeg een snuifje peper en een snuifje zout toe, en een een tl citroensap.
  • Prak de boter met de rest van de ingrediënten goed dooreen.
  • Proef of nog wat peper, zout of citroensap toegevoegd moet worden.

En als het daslookseizoen voorbij is …

… dan wachten ons de bieslook en de gewone look, om onze gerechten te kruiden!

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

 

Het gezicht van een meisje, vol acné

GEZONDHEID-WIJZER bij huidklachten

De minst erge manier van ziek zijn

De mens is wezenlijk één. Toegegeven, we kunnen de mens onderverdelen in domeinen en in stelsels, maar wezenlijk zijn we één. En als één deel van de mens ziek is, dan is de hele mens ziek. Toch kunnen we gradaties van ziekte – en dus ook van gezondheid – onderkennen. Een mens bestaat uit een fysiek, een emotioneel, een mentaal en een spiritueel aspect.

  • Fysiek: alles wat het lichaam aangaat, van irritatie van de huid over maag- of longproblemen tot een hartinfarct of een herseninfarct.
  • Emotioneel: alles wat de gevoelens aangaat, van vreugde, blijheid en een gevoel van gelukkig zijn over onverschilligheid tot diep verdriet, woede of agressie.
  • Mentaal: alles wat het denken aangaat, van helder denken en oplossingen kunnen bedenken over een mistig brein tot dementie.
  • Spiritueel: alles wat zingeving aangaat, van ‘er te mogen zijn’ en onvoorwaardelijke liefde over een zoektocht naar de zin van het leven tot levensmoeheid en het niet meer zien zitten en zelfmoordgedachten.

Wie spiritueel ziek is, is het diepste ziek. Daarop volgt mentaal ziek zijn en vervolgens emotioneel ziek zijn. Wie alleen maar ziek is op het fysieke niveau, is het gezondst. En ook binnen dat fysieke niveau is er een gradatie. Het moge duidelijk zijn dat een ontsteking van de hersenen of het hart veel gevaarlijker zijn dan een ontsteking van de longen of de maag. En dat is dan weer een stuk gevaarlijker dan alleen maar een ontsteking van de huid.

Als we het hier hebben over huidklachten, dan hebben we het dus over de minst erge manier van ziek zijn. Toegegeven, een kwaal op huidniveau kan behoorlijk vervelend zijn, maar we gaan er doorgaans niet aan dood. Pas als een huidklacht kanker is geworden – en dat is de verst gevorderde manier van ziek zijn – of als de hele huid zodanig is aangetast dat ze haar functie niet meer kan vervullen, is een huidziekte ook dodelijk. En dat maakt dat we bij een huidziekte alle tijd en alle kansen hebben om die op een natuurlijke manier te helen.

Want ook dit moet je weten: als je een huidklacht onderdrukt, word je dieper ziek. Een huidklacht met cortisone behandelen, zal de huidklacht (tijdelijk) doen verdwijnen, maar op termijn ontstaan daardoor ademhalingsklachten. En als je dan die astma met cortisone behandelt, kan ook die weer verdwijnen, maar dan ontstaan wellicht spierklachten en tenslotte hartproblemen en tenslotte de dood. Huidklachten kun je dus het beste op een natuurlijke manier behandelen. Dat behoedt je voor dieper ziek worden.

Behandeling van buitenaf

Wil je de huid van buitenaf verzorgen, gebruik dan natuurlijke producten. Vermijd gewone geparfumeerde zepen, kies voor een zeep met een neutrale pH-waarde. Gebruik geen gewone make-up, maar alternatieve cosmetica op waterbasis. Gebruik geen synthetische smeersels die de poriën verstoppen, maar gebruik natuurlijke producten.

Om je huid te verzorgen, kun je olie gebruiken:

  • Zoete amandelolie: voedend, verzachtend, verzorgend
  • Jojoba-olie: ontsteking remmend, verstevigt de huid, hydraterend, regelt de talgproductie
  • Avocado-olie: een zeer vette olie die snel intrekt, sterk verzorgend
  • Arganolie: tonicum voor de huid, bijzonder geschikt bij brandwonden, littekens, striae, cellulitis
  • Kokosolie: bruinend, verkoelend na de zon, antibacterieel
  • Abrikozenpitolie: verstevigend, samentrekkend, UV-beschermend
  • Hazelnootolie: bevordert de elasticiteit, te gebruiken bij couperose, spataders, aambeien
  • Zonnebloempitolie: stimuleert de aanmaak van collageen
  • Macadamia-olie: gaat huidveroudering tegen
  • Muskaatroosolie: cel regenererend, vertraagt carcinogene celgroei in de huid
  • Bernagie-olie: regelt de vochtbalans in de huid, verjongend

Is de huid geschonden, dan kun je goudsbloemzalf gebruiken.

Calendula officinalis of goudsbloem

Calendula officinalis of tuingoudsbloem werkt ontsmettend, ontsteking-werend en wond-helend. Calendulazalf kan ingezet worden bij schaafwonden, snijwonden en slecht genezende, etterende wonden. Ze is een zegen bij gevoelige en geïrriteerde huid, bij ruwe en schrale huid, bij kloven.

Ook gel uit het binnenste van de aloe vera is een belangrijke middel in de huidverzorging.

Aloe vera

Aloe vera is een eerste hulp-middel bij droge, schrale en schilferende huid. Ze kan ingezet worden bij brandwonden (eerste en tweede graad) en bij wonden door stralingstherapie. Ze gaat vroegtijdige veroudering van de huid en rimpelvorming tegen.

Behandeling van binnenin

Bij spontane ontsteking van de huid – denk aan acné, zweren, eczeem – is het aangewezen om de huid niet alleen van buitenaf te behandelen. Als de huid irritatie vertoont, ligt de oorzaak daarvan immers vaak in het milieu binnenin het lichaam. De huid staat, via transpiratie en talgvorming, mee in voor het dagelijks ontgiften van het lichaam. Als het lichaam te veel toxische stoffen via de huid probeert te verwijderen, kan de huid daar last van krijgen. Willen we dus een zuivere huid, dan werken we best ook aan een gezonde voeding met weinig toxische belasting.

  • Eet voldoende verse groenten, liefst van biologische kwaliteit.
  • Eet vers fruit
  • Eet volle granen: zilvervliesrijst, quinoa.
  • Eet zure melkproducten: yoghurt, kefir, kwark.
  • Drink voldoende water.
  • Vermijd voedsel waar je allergisch of intolerant voor bent.
  • Vermijd suiker en zoetstoffen.
  • Vermijd alle slechte vetten: geraffineerde oliën, geharde vetten (margarine, mayonaise, sausen).
  • Vermijd een overmaat aan omega-6 vetzuren: maisolie, sojaolie, zonnebloemolie.
  • Vermijd een overmaat aan dierlijke eiwitten: varkensvlees, vaste kazen, koemelk.
  • Vermijd alcohol, koffie, echte thee, chocolade, cola.

Als we daarnaast ook af en toe inzetten op het detoxen van ons lichaam, krijgen huidklachten minder kansen.

Energetische behandeling

Soms blijven huidklachten bestaan, ondanks de beste natuurlijke verzorging zoals hierboven beschreven. De kans is dan groot dat je batterij, je energiepeil wat is gezakt. Je zelfgenezend vermogen kan op dit moment niet de nodige energie opbrengen om de huidklachten de baas te kunnen. Hier kan homeopathie wellicht hulp bieden. Een homeopaat zoekt een passend middel bij het geheel van de klachten die jij vertoont. Hij zoekt naar alles wat ‘strange’ (vreemd), ‘rare’ (zeldzaam)  en ‘peculiar’ (bijzonder) is. Op basis daarvan kiest hij een homeopathisch middel dat jou net die kleine prikkel geeft, waarop je lichaam reageert met een genezende reactie. Je krijgt als het ware dat ene duwtje in de rug, waardoor je energiepeil weer opgekrikt wordt. Niet het homeopathisch middel, maar jouw eigen zelfgenezend vermogen zorgt dan voor de rest.

Heb je huidklachten en zoek je hiervoor verlichting, dan kun je bij mij of bij één van mijn collega’s gezondheidsbegeleiders terecht.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨