Die zomer van 2020 …

We tellen eind mei.

De lente is bijna voorbij, de zomer komt eraan. En dat betekent voor mij alvast: vakantie van dat regelmatig schrijven. Jawel, vandaag krijg je van mij de laatste blog van dit voorjaar. Je leest me pas opnieuw met dit soort berichten als de herfst in aantocht is.

De zomer is voor mij – en dit jaar misschien nog wel sterker dan anders – de tijd om weer verbinding te zoeken met de natuur. Of er ook echt vakantie kan, is nog niet duidelijk. Corona, weet je wel, … en zullen we deze zomer al de grens over mogen? Of moeten we nog steeds ‘in ons kot’, in onze buurt, in ons land blijven?

Weet je, ik laat het niet aan mijn hart komen. Of het nu van thuis uit is of vanop een andere plek, ik laat me inspireren door wat de natuur mij te vertellen heeft. En misschien, als mij dat een beetje lukt, laat ik jou meegenieten. Hou daarvoor alvast mijn Facebookpagina in de gaten.

Trek je mee op avontuur?

De wandelschoenen aan

Mijn eerste zomerse genoegen zal zijn: elke dag mijn wandelschoenen aan en, weer of geen weer, minstens een half uurtje uit wandelen gaan. In ons Diksmuidse vlakke land geeft dat weidse horizonten, langs de Handzamevaart of langs de IJzer: de lucht, het water, de weilanden en de boerderijen. En ook dichtbij valt heel veel te zien: de wilgen en andere struiken langs het water, de bloeiende bermen, vogels, bijen en libellen en andere insecten.

Wandelen geeft mij ook de kans mijn lichaam op een voor mij juiste manier in beweging te brengen. Anderen joggen of fietsen misschien liever, ik hou meer van het trage tempo van te voet. Het is alsof ik dan pas echt thuis kan komen, in de omgeving, in mijn gedachten, in mijzelf. Al wandelend doe ik nieuwe energie op en wordt mijn creativiteit aangescherpt. De last van wat voorbij is laat ik achter, zodat er ruimte komt voor ‘God-weet-wat’ …

Genieten van mijn tuin

Wat zeker ook te gebeuren staat, is het volop genieten van mijn tuin. Nu denken de meesten van jullie wellicht aan een gezellige zit- en eethoek daar buiten, maar dat is nu net niet wat ik bedoel. Ik hou van dat echte contact met de aarde. Het bezig zijn in de tuin geeft mij een gevoel van geaard zijn, van gegrond in het leven staan.

Mijn tuin heeft iets van een pluktuin, een snoeptuin. De zomer is dan ook volop de tijd om te oogsten. Dan ga ik ’s morgens vroeg al even de tuin in om bessen te verzamelen: aalbessen, kruisbessen, frambozen, bramen, druiven. Nu is er ook de rabarber en begin augustus geven twee pruimenbomen het beste van zichzelf. Verder vallen er ook volop kruiden te plukken: dragon en tijm en oregano en peterselie, citroenmelisse en munt en lavas. En straks wellicht ook nog courgettes en pompoen en …

Puur natuur op mijn bord

Alle goeie dingen bestaan uit drie, en nummer drie, da’s voor mij gezond eten. Ook daar is de zomer hét seizoen bij uitstek voor. Ik hou van de eenvoud én van de smaak van zomerse groenten en zomers fruit. Die zullen dan ook de basis vormen van waarmee ik mijn lichaam voeden zal, deze zomer.

Deze zomer wil ik daar schepje bovenop doen: ik wil weer leren bewust te eten, langzamer, alles proevend … en dus als vanzelf minder. Ik wil in alle rust eten, zodat wat ik eet ook optimaal kan verteren. Ik hoop op die manier mijn toch al wat ouder wordend lichaam nieuwe energie en een betere gezondheid te kunnen geven. Daarom ook deze zomer even geen fabrieksvoedsel en ook geen suiker, geen brood, geen zuivel.

Misschien is uitdaging nummer drie voor mij wel de moeilijkste. Ik heb de maand juni om te oefenen, want nu ben ik met verlof, en dus heb ik alle tijd. Uitdagender wordt het als ik begin juli weer aan de slag moet. En toch, toch wil ik het proberen. Omdat ik geloof, omdat ik weet dat gezondheid daar te vinden is: in de natuur en in beweging in de buitenlucht, in de bessen en kruiden uit de tuin, in gezond voedsel gesmaakt in alle rust.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Een nieuwe kijk op … corona

Misschien had je het al door, of misschien ook nog niet … maar met deze website én met mijn bezig zijn als gezondheidsbegeleider sta ik voor ‘een nieuwe kijk op gezondheid’. Het spreekt dan ook vanzelf dat een pandemie zoals deze coronacrisis mij een uitdaging biedt. Ik voel me getriggerd om ook ‘anders’ te gaan kijken, ‘nieuw’ te gaan kijken naar deze bijzondere situatie. Kijk je even met mij mee?

Een wake-up-call

Elke ziekte in het leven van een mens is een wake-up-call. Het is alsof het leven zelf je wil zeggen: ‘Hé, word eens wakker, want zoals je nu bezig bent, zo kan het niet verder!’ Misschien werk je te hard of eet je ongezond of kom je te weinig in beweging. Misschien leef je veel te oppervlakkig of naast je schoenen of met je kop in de wolken. Misschien heeft het leven iets met je voor, dat door jouw manier van leven niet tot ontplooiing kan komen.

En dan, ja, dan word je ziek …

Eerst waren er wellicht al wat signalen. Je voelde je niet helemaal gelukkig, misschien zelfs wat depressief. Je had meer en meer moeite om ’s morgens je bed uit te komen. Je bleef maar bezig, een beetje verveeld en zonder pit, maar je hoopte met al je drukte dat landerige gevoel te kunnen verdrijven. En weet je, voor een tijdje lukte dat misschien zelfs wel … maar als jij niet leerde wat het leven je wilde zeggen … dan komt onvermijdelijk dat negatieve gevoel terug. ‘Wie niet horen wil, moeten voelen’, zeggen ze wel eens. En dus, als je weigert te luisteren naar wat het leven je wil aanreiken, écht te luisteren én daaraan te gehoorzamen, dan word je ziek.

Nee, ziekte is geen straf. Geen ‘Zie je nu wel, nu zit je met de gebakken peren. Nu moet je de gevolgen maar dragen.’ Ziekte is een uitnodiging – de zoveelste wellicht – om stil te vallen en nu eens eindelijk echt te kijken naar wat er gaande is. Geef je aan die oproep gehoor, dan staat je een hernieuwde gezondheid te wachten.

Corona: een wereldwijde wake-up-call

Ziekte is een uitnodiging om stil te vallen, een uitnodiging om te kijken naar wat er gaande is, een uitnodiging tot een andere manier van leven. Is het niet dat wat er nu wereldwijd gaande is?

O, er waren al wel wat signalen vooraf: terrorisme dat hand over hand toeneemt, vluchtelingen die van overal op ons afkomen, welvaartsziekten waar steeds meer mensen onder lijden, de opwarming van de aarde en alle andere milieukwesties, … De wereld staat in brand. Zoals het nu gaat, kan het niet verder.

En wij, we luisteren niet. We gaan maar door … tot corona ons overvalt. Van de ene dag op de andere valt de hele wereld stil. En in die stilte valt te horen welke richting het met de wereld én met ons eigen leven misschien wel uit wil gaan. Luister je even mee?

  • Misschien worden we uitgenodigd om te leven met minder haast en minder rush en minder stress, leven op een ‘Blijf in uw kot’-tempo, als het ware.
  • Of we horen de roep om weer tijd te maken voor onze maaltijden: zelf koken met verse producten, samen tafelen in alle rust, dankbaar zijn omdat we te eten hebben, …
  • Valt het ook jou op dat je weer meer contact maakt met de natuur? Je gaat veel meer wandelen of fietsen. De zon nodigt je uit om meer tijd buiten door te brengen. Je werkt in de tuin en je ziet de natuur weer tot bloei komen. Een rivier, een boom, een vogel, een bloem , een insect, … ze kunnen je opeens weer boeien.
  • Voor mij valt ook te horen dat ik misschien wel met minder toe kan komen dan ik dacht. Ik koop minder, leef wat meer ‘puur’, en dat spaart ook centen uit.

Een uitnodiging ook om anders met ziekte om te gaan

In deze coronacrisis zien we dat weinig jonge mensen ziek worden, maar dat het vooral ouderen zijn die sneuvelen. Het valt ook op dat chronisch zieke mensen veel gevoeliger zijn aan corona, ernstiger ziek worden en er ook vaker aan sterven. En juist dat vertelt mij dat wij met onze gezondheidszorg op een verkeerd spoor zitten.

  • Door het voortdurend onderdrukken van symptomen – diarree, koorts, een snotneus, hoofdpijn, … alles wordt met een pilletje geblokkeerd – geven wij ons lichaam niet de kans zich zelf tegen ziekte te leren verweren.
  • Met vaccinaties allerhande proberen we zelfs te voorkomen dat we nog ‘gewone’ ziektes krijgen. Ook hier wordt ons lichaam de kans ontnomen om voor zichzelf te leren opkomen. Ons immuunsysteem wordt slapend of sluimerend gehouden, het mag nooit eens op volle kracht aan het werk.
  • In onze gezondheidszorg wordt amper aandacht gegeven aan een gezonde levensstijl. Het immuunsysteem krijgt niet de juiste voeding, de juiste ontspanning, de juiste beweging, de juiste mindset, … om in tijden van nood voor ons in de bres te kunnen springen.
  • Te veel mensen lijken wel gezond, maar zijn dat niet. Ze slikken dagelijks medicijnen, en zijn dus chronisch ziek. Hun zelfgenezend vermogen kan niet optimaal werken, want ze blijven volharden in hun ziekmakende manier van leven én ze slikken vergif daar bovenop. Is het dan te verwonderen dat deze mensen meer vatbaar zijn voor een ziekte als corona?

Voor mij het is het duidelijk. Als onze gezondheidszorg niet een ommezwaai maakt, dan zal corona niet het laatste virus zijn dat ons zo onderuit haalt. En dus blijf ik ijveren voor ‘een nieuwe kijk op gezondheid’!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Het coronavirus en je immuniteit

Wat mij opvalt in deze hele coronacrisis is dat de adviezen die ons vanuit de overheid gegeven worden, allemaal gaan over een poging om het coronavirus buiten de deur te houden. Als het ons huis niet binnen kan, dan kan het zeker ons lichaam niet binnen.

Ik denk dat dit een utopie is. Ik ga ervan uit dat vroeg of laat het coronavirus mij of een van mijn dierbaren bereikt. En voor mij is dan dé vraag hoe ik, hoe wij ons daarop kunnen voorbereiden. Daarom dus ook van mij een schrijfsel over dit ‘nieuwe coronavirus’.

Voor ik eraan begin nog dit: Mocht je vragen of bedenkingen hebben, laat ze dan gerust weten. Normaal gezien schrijf ik tweewekelijks, maar als de nood zich aandient … en het onderwerp mij aangereikt wordt, dan schrijf ik graag nog wel een extraatje. En mocht je dit schrijven van mij als zinvol beschouwen, bezorg het dan met een gerust hart aan al wie jou dierbaar is.

Voila, dit gezegd zijnde … begin ik er maar aan!

Je innerlijke milieu en je immuniteit

In de klassiek Westerse geneeskunde is men er op uit om met medicijnen ‘het beestje’, in dit geval het coronavirus dood te maken. Dat is eigenlijk zowat de enige kijkrichting. En omdat dit met medicijnen gebeurt, is dat aan dokters voorbehouden. Daarom ook kan en mag onze regering ons hier niet verder helpen.

In de natuurlijke gezondheidszorg heerst een heel andere kijk op gezondheid. Daar gaan we ervan uit dat het van groot belang is waar ‘het beestje’ terecht komt. Komt het terecht in een al ziek lichaam – en velen zijn op onze dagen ziek, zij het dat de ziekte met medicijnen blijvend onderdrukt is – dan is de natuurlijke afweer tegen dat beestje eerder zwak. Ook als ons lichaam vervuild is of te weinig echt gevoed (met natuurlijke voeding boordevol vitamines en mineralen en andere vitale stoffen), is onze immuniteit niet optimaal.

En juist die afweer, die immuniteit is van uiterst groot belang. Ons lichaam is zo gecreëerd dat het in wezen zichzelf kan genezen. Als dat niet het geval was geweest, dan was de mensheid al in de oertijd uitgestorven. Dat dit niet zo was en nog steeds niet is, toont de kracht van ons zelfgenezend vermogen.

Hoe je immuniteit versterken?

Voor mij is dit nu de belangrijkste vraag: ‘Hoe kan ik mijn immuniteit zo versterken, dat het coronavirus mij niet klein krijgt?’

Ik ga ervan uit dat ik hoe dan ook besmet raak, en daar ben ik niet bang van. Als mijn immuniteit supersterk is, dan zal die besmetting mij misschien niet eens ziek maken, maar minstens zal ze in het verweer gaan tegen het virus zoals het hoort. Daar zet ik dan ook volop op in.

Dr. Fons Vanden Berghe en dr. Geert Verhelst, twee ‘dokters – docenten van De Levensschool’ in wie ik het volste vertrouwen heb, schreven hier al een duidelijk artikel over. Het verschijnt binnenkort in Bio Gezond, een tijdschrift dat via de biowinkels gratis verspreid wordt. Omdat zij dat zo duidelijk deden, doe ik hun werk hier niet over. Je krijgt van mijn een link naar het bewuste artikel.

Dr. Fons Vanden Berghe schreef ook een korter en zeer overzichtelijk artikel over wat je allemaal kunt doen. Het gaat dan om het versterken van je immuniteit met voeding en levensstijl:

  • Mijd hoogbewerkte en geraffineerde producten zoals suiker, frisdranken, kant- en klare voeding.
  • Zorg voor voldoende vitamine D: Ga in de zon. Eet vette vis, biologische boter en eitjes en ongezoete yoghurt.
  • Zorg voor voldoende vitamine A, want die maakt enerzijds je witte bloedcellen meer actief en versterkt de slijmvliezen, waarlangs het coronavirus binnenkomt: eet veel donkergroene, gele, oranje en rode groenten. Ook vette vis, eieren, boter en ongezoete yoghurt zijn toppers van vitamine A.
  • Zorg voor voldoende vitamine C: uit alle soorten groenten en fruit. Ben je ziek, neem dan een supplement van vitamine C.
  • Zorg voor voldoende zink en selenium: in rood vlees, vis, eieren en in pompoenpitten, zonnebloempitten en noten.
  • Neem bij griepsymptomen extra de ouderwetse vlierbessensiroop.

Wil je het hele artikel van dr. Fons Vanden Berghe lezen, stuur dan een mailtje naar hilde@gezondheid-wijzer.com en ik bezorg het je. Zelf voeg ik daar nog aan toe:

  • Zorg voor een goede nachtrust. Tijdens de slaap is je immuunsysteem het meest actief.
  • Blijf bewegen, want beweging houdt je fysiek fit. Tegelijk zorgt bewegen ervoor dat je stressniveau minder wordt.
  • Kom in de zon. Het coronavirus blijkt niet zo goed tegen de zon te kunnen. En zelfs als dat niet waar zou zijn, dan nog heeft de zon een bijzondere invloed op je humeur, op je welzijn, op je vitaliteit.

Over wat angst en stress met je immuniteit doen

Misschien wel het allerbelangrijkste wat ik je vandaag te vertellen heb, gaat over angst en stress en over hoe beiden je immuniteit onderuit halen. Maar om je dat duidelijk te maken, moet ik je meenemen naar oeroude tijden …

Wij, mensen, leven wel in de moderne wereld, maar onze lichaamssystemen zijn nog geen haar veranderd sinds de oertijd. Een oermens kende eigenlijk maar één soort stress: acute stress. Wij daarentegen leven quasi voortdurend in stress, en nu, in deze coronatijden, komt daar nog de angst voor het virus bovenop. We leven nu als het ware continu in angst en stress.

De acute stress van de oermens kwam op zijn pad in de vorm van een levensbedreigende tegenstander: een tijger, een leeuw, een panter, … Op het moment dat die oermens zo’n gevaar ontdekte, maakte zijn lichaam zich klaar om ofwel te vechten, ofwel te vluchten. En dan gebeuren een aantal dingen in het lichaam:

  • Je hart gaat sneller slaan en je ademt ook vlugger, want je lichaam heeft extra zuurstof en voeding nodig.
  • Je blik vernauwt zich, je gaat heel gefocust kijken.
  • Je bloedsuikerspiegel verhoogt.
  • Je bloeddruk verhoogt en je bloed maakt meer stollingsstoffen aan.
  • Je spieren krijgen volop energie.

Een aantal andere dingen worden daarvoor op een laag pitje gezet. Je immuniteit is er daar eentje van. Immers, als je belaagd wordt door een leeuw, doet een bacterie of een virus er even minder toe.

Dat is wat je nu ziet gebeuren. Mensen staan, door de dreiging van het coronavirus, in de stress en angst-modus. Ze zijn helemaal paraat om te vechten … ja, zelfs om een pak WC-papier. Wat ze niet beseffen, is dat juist daardoor hun immuniteit niet optimaal werkt. Angst is in deze tijden absoluut een slechte raadgever, als was het alleen al maar hierom.

Daarom is de allerbeste raad ik je vandaag kan geven om te zoeken naar manieren om de angst en de stress minder te maken. Dat kan met ademhalingsoefeningen, met een fikse wandeling, met yoga, met meditatie of gebed, met een goed gesprek, met Bachbloesems, … Het doet er niet hoe je het doet, zoek beslist jouw eigen unieke manier daartoe. Maar weet: hoe sterker je vertrouwen, hoe hoger je immuniteit!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Lenteschoonmaak

Er was een tijd waarin elke huisvrouw tegen Pasen een lenteschoonmaak deed. Ik weet niet of jij dat nog doet, maar ik helaas niet meer. Bij mij komt zo’n uitgebreide schoonmaak eerder ergens in de grote vakantie, na de eventuele werken die ik in huis wilde doen. Pas daarna maak ik het hele huis weer schoon, zodat het er weer een jaartje tegen kan …

Nu denk jij waarschijnlijk: dit is toch een website in verband met gezondheid. Wat heeft een lenteschoonmaak in hemelsnaam van doen met gezondheid? Wel, ook je lichaam vraagt om schoonmaak, en inderdaad, de lente is een ideale periode daarvoor!

Lenteschoonmaak voor je body

Geloof het of niet, maar net zoals het gaat in je huis, gaat het ook in je body. Ongemerkt blijft hier wat liggen en daar stapelt zich iets op en op nog een andere plek kom je helaas zo weinig aan poetsen toe … tot er uiteindelijk te veel ‘vuil’ blijft liggen. Plots zie je, voel je, merk je dat er iets moet gebeuren.

Bij je lichaam begint het met een zekere vermoeidheid die niet overgaat, met een paar kilo’s die erbij geslopen zijn, met een pijntje hier en daar, met een klacht die maar aansleept. Ook de winterblues en de voorjaarsmoeheid zijn in wezen tekenen aan de wand dat er vervuiling is opgetreden.

Nu vraag jij je wellicht af waar die vervuiling vandaan komt. Wel, ons lichaam is een ‘fabriek’ die voedsel omzet in energie. Daarbij worden vanzelfsprekend ook afvalstoffen geproduceerd. Als alles gaat zoals het hoort, zouden die afvalstoffen dag na dag afgevoerd moeten worden, via uitademing, stoelgang, urine, transpiratie, huidschilfers, talg, oorsmeer, … Vrouwen hebben zelfs een extra uitlaatklep: de maandelijkse menstruatie.

Soms echter is er meer nodig dan dat. Dan krijg je huiduitslag of puistjes of zweren of een loopneus of tranen die zomaar komen of diarree of super donkere urine. Het gaat allemaal om extra uitscheiding van toxines. En soms is ook dat nog niet genoeg. En dan wordt het teveel aan toxines ‘tijdelijk’ opgeslagen in ons lichaam. Het lichaam is wijs en doet dat op de minst schadelijke plekken: in onze vetcellen, in onze gewrichten, in onze spieren.

Op onze dagen komt het vuil lang niet alleen meer van ons eigen metabolisme. Wij krijgen nogal wat toxische stoffen binnen via onze omgeving: we ademen vuile lucht en fijn stof, we drinken toch niet helemaal zuiver water, we eten pesticiden en bewaarmiddelen en kleurstoffen en smaakmakers, we behandelen ons huis en onze huid met chemische reinigers, we slikken medicijnen, enzovoort, enzovoort, enzovoort.

Je begrijpt dat wij dagelijks helaas veel meer toxische stoffen binnenkrijgen dan we op een etmaal weer kwijtraken. Het gevolg daarvan is dat we met z’n allen geleidelijk aan dikker, moeër, zieker worden. En juist daar kan zo’n lenteschoonmaak wonderen verrichten.

Allemaal goed en wel, maar hoe begin je eraan?

Wel, vandaag schets ik je de grote trekken. In een volgende blog ga ik hier veel dieper op in, zodat je zelf aan de slag kunt met een matige reinigingskuur. Ik begeleid je dan naar een groenten- en fruitkuur.

Wil je straffer aan de slag – met een sapkuur of een echte vastenkuur – dan raad ik je aan om je te laten begeleiden. Dat kan individueel, bij een gezondheidsbegeleider met ervaring met vastenkuren. Dat kan in groep, in een georganiseerd initiatief. Google je maar eens op ‘sapkuur’ of ‘vastenkuur’. Je vindt vast wel iets.

Maar goed, wil je een reinigingskuur doen, dan is het eerste wat je moet doen ‘tijd vrijmaken’. Je hebt minstens drie weken nodig waarin je geen verplichtingen hebt wat betreft eten. Geen feestjes dus, geen bruiloften, geen kroegentochten of kaas- en wijnavonden of wat dan ook. Wil je de eigenlijke kuur twee weken laten duren, dan heb je vijf weken ‘feestverlof’ nodig. Het klinkt misschien gek, maar het allerbelangrijkste om je kuur te doen slagen, is de planning van deze kuur in je agenda.

Dat plannen heeft een tweede voordeel. Je kiest er dan als het ware nu al voor om ‘dan’ te investeren in je gezondheid. Je programmeert daardoor je mindset op iets positiefs, nl. het winnen van gezondheid. Je plant het niet in als iets negatiefs, nl. het tijdelijk niet meer alles mogen eten. Die positieve kijk is van het allergrootste belang. Als jij ervan overtuigd bent dat je jezelf ermee tekort doet, dan zal die kuur zijn gezondheidsbevorderende doel missen. Als jij er echter van overtuigd bent dat je iets doet wat goed voor je is, dan zul je er ook de positieve gevolgen van ervaren: je zult je – na een moeilijke beginfase – fitter gaan voelen, je zult beter slapen, je zult wat kilo’s kwijtraken, …

Zo’n reinigingskuur bestaat telkens uit drie delen:

  • De eerste week ga je afbouwen. Dat wil zeggen dat je geleidelijk aan alles uit je voedingspatroon weglaat wat niet tot het kuurvoedsel behoort. Dit is een heel belangrijke fase en het is ook de lastigste fase. Doe je dit goed, dan zorg je ervoor dat je minder last krijgt van hongergevoel, van misselijkheid, van hoofdpijn, van algehele malaise … Wie deze geleidelijke afbouw van voedsel niet doet, loopt heel veel kans op een zogenaamde ‘vastencrisis’. En ik kan je garanderen, die wil je beslist vermijden!
  • De tweede en eventueel ook derde week doe je dan de eigenlijke kuur. Dat kan een fruit- en groentenkuur worden. Dan eet je tijdelijk alleen maar fruit en groenten, in kleinere hoeveelheden. Het kan ook een sapkuur worden. Dan lepel je alleen maar een paar keer per dag een glaasje groenten- of vruchtensap naar binnen. Het kan ook een echte vastenkuur worden. Dan laat je even alle voedsel voor wat het is. Je drinkt alleen water en kruidenthee. En daar doe je het dan mee. Die laatste twee vragen extra begeleiding, zeker als je ze voor de allereerste keer doet. Aan een fruit- en groentenkuur mag je je, na wat extra uitleg in een volgende blog, in je eentje wel wagen.
  • In de laatste week / weken van de kuur ga je terug opbouwen, naar een nieuw en gezond eet- en leefpatroon. Als het goed ging, ben je in de afgelopen weken afgekickt van toch wel wat ongezonde gewoontes. Misschien rookte je of dronk je te veel alcohol, misschien snoepte je toch wel wat te veel, misschien was je voortdurend aan het snacken, zonder zelfs maar te beseffen dat je aan het eten was. Je begrijpt dat het de bedoeling is de meest ongezonde gewoontes definitief uit je leef- en eetpatroon te weren.
    Men zegt wel eens dat de opbouw na een kuur even lang hoort te duren als de kuur zelf. Dat betekent dat, als je twee weken bezig was met je fruit- en groentenkuur, je ook twee weken de tijd moet nemen om geleidelijk aan weer te wennen aan een normaal eetpatroon. In ieder geval gaat het erom dat je niet ineens weer gaat overeten. Daarom moet je tijd nemen om van ‘kuur’ weer over te schakelen op het nieuwe ‘normaal’.

Zin om het zelf ook eens te proberen? Over twee weken krijg je van mij veel meer praktische informatie. Wat je nu al kunt doen, is het plannen van die drie of vijf weken ‘feestverlof’ in je agenda.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Suiker, de zoete boosdoener (deel 2)

Herinner je je nog dat ik je vorige keer – in het eerste deel over suiker als boosdoener – vertelde dat we tegenwoordig zo’n 60 kg suiker eten per persoon per jaar? Niet te geloven, hé, dat ieder van onze zo’n 60 pakken van 1 kg suiker per jaar naar binnen werkt? Wel, deze keer vertel ik je meer over hoe we dat wel degelijk doen …

Zichtbare suikerconsumptie

Wij, mensen, zijn van nature zoetekauwen. Echt waar, dat hebben we mee sinds we in oeroude tijden ons bestaan vonden. We zijn er, van in onze genen, op gericht om zoet en vet en zout tot ons te nemen, zoveel als we kunnen, om te overleven.

In de natuurlijke omgeving waar we als oermens in leefden was dat een belangrijke tool om als soort te kunnen blijven bestaan. We aten fruit, zoveel als we konden, als het er het seizoen voor was. We snoepten honing als we die konden vinden. Ook knolgewassen gaven wel eens een extra energieke boost. Daarnaast probeerden we vette vis te vangen, aten we vlees mét het randje vet, roofden we eieren uit de nesten van de vogels, enz.

Je hoort het me vertellen: Als dat voorhanden was … én na de nodige moeite om het te verkrijgen. Want zeg nu zelf: die oermens moest heel wat meer moeite doen dan wij, die wekelijks onze boodschappen doen, en daarna niet verder dan naar de voorraadkast, de frigo of de diepvries moeten lopen. Geen dagenlange jacht, geen verzamelen van plantaardig voedsel, geen moeite om een vuurtje aan te krijgen én aan te houden. Hoe eenvoudig kan het leven zijn …

En de combinatie van zoet, vet en zout ligt gewoon voor het grijpen: zoete en zoute koekjes, allerlei lekkers van bij de bakker, confituur en choco en speculoospasta voor bij de boterham, frisdranken en fruitsappen. Het kan gewoon niet op! Je moet al heel taai zijn om, tegen je genen in, niet naar al deze verleiders te grijpen als je gaat winkelen.

… en onzichtbare suikerconsumptie

Het staat er met onze suikerconsumptie echter nog slechter voor, nog veel slechter dan alleen maar het bewust eten van zoete dingen. De voedingsindustrie heeft weet van onze menselijke hang naar zoet. En dus gaat ze aan zowat elke vorm van ‘fabrieksvoedsel’ suiker toevoegen.

Aan soep uit blik of brik wordt net die hoeveelheid suiker toegevoegd die mensen dat tikkeltje meer doet eten. Mayonaises en dressings zijn ‘vetarm’ gemaakt, maar om smaak toe te voegen, wordt suiker ingezet. Zowat alle charcuterie bevat toegevoegde suikers. Brood zonder suiker vind je amper nog in de rekken. Kant en klare groenten hebben hun portie suiker in de bereiding meegekregen.

Suiker, suiker, suiker!

En toch blijkt dat niet zomaar uit de etiketten van wat we kopen. Vaak staat suiker niet eens op het etiket, of toch minstens niet op een belangrijke plaats. Dat komt omdat er wel 50 verschillende namen voor suiker bestaan. Wist jij dat dextrose, glucose, fructose, sucrose, sacharose, maltose, HFCS, agavesiroop en ahornsiroop, druivensuiker, maltodextrine, vruchtensapconcentraat, rijststroop, speltstroop en tarwestroop een paar van de namen zijn die je op etiketten kunt vinden en die allemaal gewoon ‘suiker’ betekenen? Bij sommige voedingsproducten staan wel 3 of 4 verschillende namen voor suiker op het etiket. Wedden dat, als je die hoeveelheden bij elkaar zou optellen, suiker een veel groter percentage van je voedsel zou uitmaken?

Suiker ondermijnt de gezondheid!

Al die toegevoegde suikers – vaak in combinatie met ongezonde vetten en een teveel aan zout – doen onze gezondheid absoluut geen goed. De kwalen obesitas en diabetes swingen de pan uit. Het aantal hart- en vaatziekten vermindert niet ook al is zowat ieder van ons van een bepaalde leeftijd af aan de cholesterolverlagers. Kanker en dementie, beide op een specifieke manier aan suiker gerelateerd, nemen alsmaar toe.

Willen we dus van onze welvaartskwalen af, dan is de terugkeer naar ‘natuurlijk voedsel’ een belangrijke tool. Eet weer vers fruit en verse groenten. Grijp naar écht vlees en échte vis, en niet naar dingen die daar amper nog op lijken. Kies voor volkoren brood met een zekere stevigheid (met nog veel vezels in, en dus niet alleen maar donker gekleurd met o.a. koffie).Sta weer in de keuken, bereid meer en meer zelf je eten en grijp niet te vlug naar kant-en-klaar. Kortom: Eet zoals de natuur het heeft bedoeld. Dat komt je gezondheid absoluut ten goede!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Suiker, de zoete boosdoener (deel 1)

In de loop van mijn opleiding tot Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg hoorde ik al over dr. Lustig en zijn ideeën over hoe ongezond suiker wel is. Laatst liep ik die dr. Lustig tegen het lijf … op youtube. En ik heb veel van hem geleerd, moet ik bekennen. Sta me toe dat ik daar iets van met je deel …

Glucose en fructose

Suiker, het zoete goed dat we allemaal lekker vinden, is helaas niet zo onschuldig als het eruit ziet. Chemisch gezien bestaat suiker uit één molecule glucose en één molecule fructose. Glucose is het deel van de suiker dat je bloedsuikerspiegel de hoogte in jaagt. Een deel van die glucose gaat rechtstreeks de spieren in als bron van energie. Glucose eten en dan energie verbruiken, is een goede zaak. Zo zou het eigenlijk altijd moeten gaan. Glucose die niet direct gebruikt wordt, wordt in het lichaam opgeslagen als glycogeen oftewel reserve-energie, om als eerste te verbruiken als er niet direct glucose voorhanden is.

Fructose, ook wel ‘fruitsuiker’ genoemd, daarentegen doet helemaal niks met de bloedsuikerspiegel en vraagt dus ook geen insuline als het de bloedbaan in komt. Daarom ook wordt fructose makkelijk gebruikt om koekjes e.d. mee te zoeten voor mensen met diabetes. Fructose is echter veel minder onschuldig dan het lijkt. Als deze suiker in de bloedbaan terecht komt, gaat ze integraal naar de lever. Daar wordt ze gemetaboliseerd op een gelijkaardige manier als … alcohol. Jawel, net zoals alcohol toxisch is voor de lever, is fructose dat ook. Steeds meer horen we in de medische wereld over ‘non alcoholic fatty liver disease’, vrij vertaald: ‘niet door alcohol ontstane vervette lever’.

Dik, dikker, dikst

Fructose wordt in het lichaam in eerste instantie helemaal omgezet in vet. Vet in de lever en visceraal vet, ’t is te zeggen, vet rondom de organen. Net zoals we bij mannen de bierbuik kennen, kennen we nu al bij heel wat kinderen de frisdrankbuik. Erger nog, het begint tegenwoordig al bij baby’s, want mama’s die te veel fructose gebruiken (uit o.a. frisdranken) geven dat voor een deel al door aan hun ongeboren kind.

Sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw zijn we met z’n allen steeds minder vet gaan eten. De bedoeling was om daarmee het aantal hart- en vaatziekten te doen dalen. Wel, we eten minder vet … maar we blijven sterven aan hart- en vaatziekten, dat is nog steeds doodsoorzaak nummer één in westerse landen.

We zijn echter véél meer suiker gaan eten. Voor 1900 gebruikten we gemiddeld ca. 2 kg suiker per jaar. Je begrijpt dat suiker toen enkel gebruikt werd voor die uitzonderlijke zoete lekkernij. Op vandaag gebruiken wij gemiddeld zo’n 60 kg suiker per persoon per jaar. En de helft daarvan is fructose, en dus na vertering en metabolisering uiteindelijk gewoon … vet! Als je het zo bekijkt, is ons huidige dieet helemaal niet vetarm, maar juist vetrijk te noemen. Daar halen wij dus onze obesitas en onze hart- en vaatziekten vandaan.

Eén van de grootste boosdoeners hierbij zijn de ‘gedronken suikers’ van frisdranken en fruitsappen. Die vullen immers je maag niet, en dus geven ze geen signaal dat je al voedsel binnenkreeg. Je kunt na een halve liter cola gewoon evenveel eten dan zonder die halve liter cola. (En hier nu toch even tussen haakjes dat light en zero soorten beslist niet gezonder zijn. Je kunt je lever vergiftigen met fructose, je kunt dat evenzeer met aspartaam en aanverwanten). Je drinkt als het ware gewoon vet. Wie elke dag één frisdrank of fruitsap drinkt, wint er elk jaar een paar kilo’s bij.

En de fructose uit fruit dan?

Inderdaad, fructose is de natuurlijke suiker uit fruit. Dr. Lustig vertelt hierover het volgende: ‘Als God de mensen een gif te eten geeft, geeft Hij er vanzelf het tegengif bij.’ De fructose in fruit, als hele vrucht, wel te verstaan, zit verpakt in massaal veel vezels. Die vezels zorgen er enerzijds voor dat we er veel minder van kunnen eten dan zonder die vezels. Je kunt wellicht hooguit twee appels na elkaar eten, maar je kunt er makkelijk tien drinken, in de vorm van appelsap. Anderzijds zorgen die vezels er ook voor dat er veel minder van de fructose opgenomen wordt. In de darm moet die fructose immers uit de vezels losgeweekt worden. Dat gebeurt niet helemaal efficiënt (en zeker al niet als wij niet grondig kauwen). De vezels met daarin nog heel wat fructose gaan door naar de dikke darm … waar ze als voedsel dienen voor … onze darmbacteriën. Iets wat voor ons ongezond zou kunnen zijn, houdt onze darmbacteriën (en dus ook onszelf) wel degelijk wél gezond.

De beste tip die ik in verband met fruit zou kunnen geven, luidt als volgt: ‘Eet het fruit, drink niet het sap ervan!’ Fruit eten houdt je gezond, fruit drinken helpt je in het graf.

Mocht je na het lezen van dit artikel meer willen weten, dan raad ik je aan de lezing van dr. Lustig zelf eens te bekijken op youtube: Sugar: The Bitter Truth.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Een nieuwe kijk op gezondheid

Onder deze titel wil ik vanaf januari 2020 vorming aan groepen aanbieden. Maar goed, misschien wil jij eerst wel eens weten wat ik bedoel met ‘Een nieuwe kijk op gezondheid’.

Wel … vandaag neem ik je mee op een trip doorheen een veranderend landschap van ziekte en gezondheid. De tijden veranderen, de ziektes veranderen, … en dus moeten ook de remedies mee veranderen, willen we gezondheid behouden of creëren.

Welvaart creëert nieuwe ziektes

Sinds het einde van de tweede wereldoorlog is de welvaart in de westerse landen fors de hoogte ingeschoten. En het dagelijks leven is in diezelfde mate veranderd. Wij kennen geen honger meer, we hebben comfortabele huizen, er bestaat een goed uitgebouwde ziektezorg … en ziektes die vroeger dodelijk waren, zijn ofwel uitgeroeid, ofwel heel sterk onder controle.

De beschikbaarheid van voldoende voedsel én een verbeterde hygiëne hebben gezorgd voor het stilletjes aan verdwijnen van heel wat infectieziektes. Moeders sterven minder in het kraambed omdat dokters hun handen wassen, goede voeding zorgt voor minder kindersterfte, en dus leven we globaal gezien langer.

De laatste 50 jaar zien we echter nieuwe ziektes ontstaan, ziektes die ik ‘leefstijlziektes’ zou willen noemen: obesitas (en dat zelfs al bij peuters!), diabetes type 2, hart- en vaatziekten, kanker, dementie in al zijn vormen, enz. Medicijnen lossen bij deze ziektes de problemen niet op. Ze onderdrukken alleen levenslang de symptomen … tot het lichaam echt niet meer kan, en het dan maar opgeeft, vaak na een lange lijdensweg.

Deze nieuwe ziektes dagen ons uit om een nieuwe kijk op gezondheid te ontwikkelen. Het wordt des te belangrijker om ons te gaan focussen op de oorzaken van deze ziektes. Als we kunnen achterhalen hoe deze ziektes ontstaan, dan kunnen we er pas écht iets aan gaan doen. En meer en meer artsen kijken inderdaad die kant uit. Allemaal komen ze op het spoor van de ‘leefstijlgeneeskunde’. Dan het gaat in wezen om ‘tevelen’ en ‘tekorten’: een te veel aan toxische stoffen en een tekort aan voedende stoffen, een te veel aan stress en een tekort aan echte ontspanning, een te veel aan zitten en een tekort aan beweging, …

Een nieuwe kijk op gezondheid … zal dus op je leefstijl moeten gaan focussen: Hoe kun je je lichaam (en dat van je naasten) geven wat het écht nodig heeft? En hoe kun je ‘detoxen’ van al die overload van ons moderne leven?

Niet alleen het lichaam, maar ook de geest

Tegelijk gaan we een stap verder, want in klassieke geneeskunde wordt nog altijd vooral het lichaam benaderd als ‘ziek en moet weer gezond worden’. Dat er ook een psyche bestaat, ja, dat hebben we al door … maar daarvoor moet je wel bij een heel bijzonder soort dokter langs: de psychiater! Dat lichaam en geest één zijn, dat heeft onze huidige klassieke medische wereld nog niet door.

Dat die ‘tekorten’ of ‘tevelen’ ook kunnen zorgen voor depressie en angststoornissen, voor ADHD of autisme, voor diep ongelukkig zijn en zelfs voor zelfmoordneigingen, … dat is nog geen gemeengoed.

Daarom moeten we ons bij de ‘nieuwe kijk op gezondheid’ niet alleen op het lichaam focussen, maar ook op de emoties, de gedachten en zelfs op het meest wezenlijke, nl. de zin van het leven.

Meer over deze vorming

Wil jij meer weten over deze vorming? Klik dan op deze link, en je komt op de juiste pagina op mijn website terecht. Daar lees je meer én je vindt er ook de praktische informatie om deze vorming voor jouw groep aan te vragen.

Ben jij een individu en je wilt er graag meer over weten, stuur dan een mailtje naar hilde@gezondheid-wijzer.com. Ik hou je op de hoogte van de data waarop ik zelf deze vorming aanbied.

Bio, natuurlijk, … dat is logisch!

Vandaag wil ik je een en ander vertellen de biologisch keuken. Want, jawel, ikzelf probeer zoveel als mogelijk te koken met biologisch gekweekt voedsel. Dat vind ik belangrijk, zowel omwille van de gezondheid als omwille van de smaak.

Maar misschien eerst nog even dit: de naam ‘biologisch’ is helemaal nog niet zo oud, eigenlijk ontstond ze pas na de tweede wereldoorlog. Voor die tijd was alle voedsel gewoon biologisch. Van pesticiden en kunstmest en groeihormonen was voor die tijd in de landbouw gewoon geen sprake. De term ‘biologisch’ is pas ontstaan toen de reguliere landbouw zijn natuurlijke karakter begon te verliezen. ’t Is een beetje gek, vind ik, dat iets wat altijd al als ‘natuurlijk’ werd gezien, ineens de uitzondering werd, maar zo is het in onze geïndustrialiseerde wereld nu eenmaal gegaan.

Ik echter kies voor de natuur, en dus voor zo natuurlijk mogelijk gekweekt en bereid voedsel. Vandaar mijn pleidooi voor biologisch voedsel, voor mij is dat zo logisch als wat!

Nee, dank je, geen gifstoffen op mijn bord …

Het minste wat je van biologisch voedsel kunt zeggen, is dat je veel minder gifstoffen binnenkrijgt. In de biologische landbouw worden immers geen herbiciden (tegen onkruid), fungiciden (tegen schimmels), insecticiden (tegen insecten), acariciden (tegen teken en mijten), slakken dodende middelen, rodenticiden (tegen kleine dieren als muizen, ratten en mollen), kiemdodende stoffen, groeiregelaars en rijpingsvertragers of – versnellers gebruikt. Wat je aan dergelijke stoffen niet binnenkrijgt, moet je lichaam ook niet afbreken en verwijderen. Het kan je niet ziek maken.

Ik moet toegeven, onze biologische producten zijn niet helemaal vrij van deze schadelijke stoffen. Wat immers op een naburig landbouwbedrijf gebruikt wordt, komt via vervuild grondwater of regenwater en via verstuiving en dus door de wind voor een deeltje toch op biologische gewassen terecht. Maar de concentratie van deze stoffen is vele malen minder en dus minder toxisch voor ons lichaam.

En dan is er het verhaal van de medicijnen in de dierlijke landbouw

Regulier gekweekt vee krijgt groeihormonen toegediend. We willen immers mals vlees op ons bord, en dat is dé manier om dat bij de dieren te bekomen. Verder leven vaak te veel dieren op te weinig oppervlakte, waardoor de kans op het uitbreken van ziektes vele malen groter wordt. Daarom wordt preventief antibiotica toegediend.

Aangezien het standaard toedienen van antibiotica en hormonen in de biologische veeteelt verboden is, krijgen wij deze stoffen dus ook niet zomaar binnen. De antibiotica in ons vlees kunnen mee voor een gezondheidsramp zorgen, want meer en meer bacteriën worden resistent tegen de al te vaak toegediende antibiotica. Dit geldt ook voor de antibiotica die we via ons vlees binnenkrijgen. Het is niet ondenkbaar dat we ondertussen gewoon resistente bacteriën eten. Hormonen zijn dan weer gevaarlijk voor ons omdat ze mee oorzaak zijn van de explosie aan kankers in onze tijden.

Biologisch bevat meer fytonutriënten … die de gezondheid bevorderen

Er is niet alleen wat we aan toxische stoffen niet binnenkrijgen, er is ook wat we aan gezondheid bevorderende stoffen wel binnenkrijgen. Biologische gewassen bevatten, door de tragere groei– en rijpingstijd vaak iets meer vitamines en mineralen dan de regulier gekweekte gewassen. En dat is alvast mooi meegenomen.

Het grote verschil ligt echter op het vlak van de fytonutriënten, de kruidige en vaak geneeskrachtige stoffen in planten. Die ontwikkelen biologische planten om zichzelf te beschermen tegen insecten, schimmels, bacteriën en virussen. En het is juist deze immuniteit van de plant die ook ons beschermt tegen ziektes, ja, zelfs tegen kanker. Biologisch vlees bevat dan weer veel meer ontstekingsremmende omega 3 vetzuren. Runderen halen deze omega 3 uit het gras dat ze eten. Dieren die met maïs en soja gevoederd worden, bieden dus ook op dat vlak verarmd vlees.

Als dit alles de keuze voor biologische voedsel niet rechtvaardigt, ja, dan weet ik het ook niet meer. ‘Stem met je centen, kies voor bio!’, zou ik je alvast durven aanraden. Zelf doe ik het ook!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

Geniet van de zon!

Daar is de lente, daar is de zon … bijna, maar ik denk dat ze weldra zal komen, zingt Jan De Wilde in zijn liedje. En inderdaad, als de eerste lentezon zich op het eind van de winter al vertoont, dan begint het bij mij te kriebelen. Dan zou ik zelf ook wel willen zingen … of in de tuin gaan werken … of een lange wandeling maken in de vrije natuur …

Want de zon geeft léven, de zon geeft nieuwe energie!

Het zonnevitamientje

Als wij in de zon komen met ontblote huid – en dan liefst niet preventief ingesmeerd met zonnebrandcrème – wordt in onze huid onder invloed van de zon vitamine D aangemaakt.

Vitamine D zorgt er niet alleen voor dat we ons beter gaan voelen en dat de winterblues plaats maakt voor lentekriebels, ze zorgt ook voor een goede werking van ons immuunsysteem, zodat we minder vlug ziek worden. Ze helpt de calciumspiegel in ons lichaam op peil te houden, zodat we sterke botten en sterke tanden behouden. Vitamine D draagt zorg voor een gezond hart, gezonde bloedvaten, gezonde hersenen en zenuwen, en helpt zelfs om een normale bloedsuikerspiegel en een normaal gewicht te behouden.

Als een beetje zonlicht op onze huid dat allemaal voor ons kan doen, dan zouden we ons naar buiten moeten haasten van zodra de zon ook maar een beetje om het hoekje komt piepen. Helaas, wij zitten te vaak en te veel binnen, en dat bevordert onze gezondheid niet.

Zonnebrand

Is de zon dan niet ook gevaarlijk voor ons? Moeten we ons niet dik, dik, dik insmeren tegen zonnebrand?

Wel, ja en nee … De zon kan gevaarlijk zijn, maar alleen als wij ‘onverstandig’ gaan zonnen. Veel meer dan gevaarlijk is de zon gezond voor ons. Zonder zonlicht kunnen wij niet leven. Maar daarover verder meer, eerst iets over ‘gezond zonnen’.

De zon is gevaarlijk … als wij onvoorbereid ineens in felle zon uren gaan liggen bakken. Je begrijpt dat jezelf laten verbranden geen goed idee kan zijn. Maar jezelf beschermen – of tenminste, denken dat je beschermd bent – met een zonnebrandcrème factor ik-weet-niet-hoeveel is ook niet gezond. De crème voorkomt dat je huid het te warm krijgt en verbrandt, maar de meest schadelijk stralen van de zon worden er niet door tegengehouden.

Beter is het de huid geleidelijk aan te laten wennen aan de zon. Dan krijg je beetje bij beetje een bruin kleurtje, en juist dat bruine kleurtje is je eigen natuurlijke bescherming tegen de zon. Stel je huid iedere keer het mooi weer is een beetje meer aan de zon bloot, en je lichaam zorgt zelf voor de beste bescherming die je kunt krijgen. Als je in de lente begint met regelmatig een uurtje ‘zonnen met blote armen en benen’, dan mag je in de zomer best wat langer in de zon.

De zon en het dag-en-nacht-ritme

Eén van de dingen die de zon – en het zonlicht, het daglicht – ook met je doet, is je ’s morgens wakker maken. Wie op een natuurlijke manier wakker wordt, gewekt door het licht, zal vanzelf makkelijker de dag beginnen. Evenzo zouden we vanzelf moe moeten worden als het daglicht vermindert. En daar gaat het in onze moderne tijden fout. Lang nadat de zon is ondergegaan, blijven wij wakker en alert … door het gebruikt van kunstlicht en blauw licht uit TV, computer, tablet, smartphone, …

Wie last heeft van vermoeidheid overdag zou het eens moeten proberen: laat je ’s morgens wekken door het daglicht en zorg ervoor dat ’s avonds het licht minder fel wordt. Vermijd vooral blauw licht, vanaf zo’n tweetal uur voor je gaat slapen. Laat geel licht – kaarslicht of gedempt licht – je helpen om de overgang van activiteit naar slaap te maken.

En er is meer: zonlicht moet je eten …

Dr. Henk Fransen, een Nederlandse arts die zwaar zieke mensen helpt gezonder te worden, beschrijft het als volgt: elke cel van ons lichaam heeft zonlicht nodig om zijn functies te kunnen uitvoeren. Een gezonde cel is een cel vol licht, een donkere cel is een zieke cel. Wil je gezond worden, voed dan je lichaamscellen met licht!

Klinkt gek, is het niet ?!?

Maar als je de man verder beluistert, dan besef je dat het in wezen heel eenvoudig is. Via de huid en ook via de ogen kunnen we het zonlicht rechtstreeks absorberen, dat is waar. Maar dat is onvoldoende om al onze cellen vol licht te krijgen. Om dat te laten gebeuren, moeten we zonlicht eten.

Jawel, zonlicht eten …

… en dat kan heel makkelijk, want planten zetten zonlicht om in voedsel dat wij kunnen eten. Denk maar aan de fotosynthese, waardoor groene bladgroenten ontstaan. Verse groeten en vers fruit bevatten ‘eetbaar zonlicht’ in alle kleuren van de regenboog. Zieke mensen hebben dus – naast de zon op hun huid – een overdosis aan verse groenten en fruit nodig, minstens een deel daarvan in de vorm van rauwkost.

En gezonde mensen … blijven gezond als ook zij hun cellen voeden met vers, door de natuur geproduceerd zonlicht!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

“Let food be thy medicine and medicine be thy food.”

Deze uitspraak – Laat voedsel je medicijn zijn en medicijn je voedsel – zal oorspronkelijk wel in het Grieks geklonken hebben. Ze komt uit de mond van Hyppocrates van Kos, de grondlegger van de westerse geneeskunde. In de Natuurlijke Gezondheidszorg gaan we er inderdaad van uit dat voeding van cruciaal belang is in het gezonder worden en het tot op hoge leeftijd gezond blijven van mensen.

Vandaag geef ik je de vijf belangrijkste tips voor een écht gezonde voeding, een voeding die ons zelfgenezend vermogen helpt er het beste van te maken.Wil je meer weten over gezonde voeding, schrijf je dan in voor het ‘Jaartraject gezonde voeding‘ dat twee keer per jaar van start gaat, één keer eind februari en één keer eind september. Maar goed, nu eerst die vijf belangrijkste tips …

Tip 1: Eat real food – Eet écht en levend voedsel

Kijk eens door de ogen van je (over-)grootmoeder en stel je voor dat zij in een grootwarenhuis van vandaag haar voedsel zou moeten kiezen. Ik vermoed dat zij veel van de dingen die ze daar ziet amper als voedsel zou herkennen. Ja, de versafdeling van groenten en fruit, dat wel. En bij het vlees of de vis de ‘pure’ dingen wellicht ook. En een gewoon brood, rond of lang, dat vast ook nog wel …

Maar de rest?

Kant en klaar.
In plastic, blik en bric.
Geprepareerd tot slaatjes en burgers.
Niet alleen confituur, maar ook choco en speculoospasta.
Boterkoeken en cornflakes en snoep en koek en chocola bij de vleet.

Gezond voedsel is vers, zo van de boerderij of uit de tuin afkomstig. Hoe minder fabriekswerk eraan te pas kwam, hoe beter. Puur natuur en nog vol levenskracht. Als je kunt kiezen, koop dan appels in plaats van kant en klare appelmoes. Een appel is levend voedsel. Als je de pitjes plant en wat water geeft, ontdek je de levenskracht ervan. Appelmoes is dood voedsel, en hoe langer geleden gemaakt, hoe minder vitaal. Wat nog leven in zich draagt, kan ook jou leven en gezondheid geven. Wat al lang dood is, kan alleen nog calorieën bijdragen.

Tip 2: Drink voldoende water

Wij zijn levende wezens.
We zijn verwant met de aarde … en met de zee.
We bestaan voor zo’n 70% uit ‘zout water’ …
en als het niveau van dat water te veel zakt, drogen we uit.

Het is van belang dat we water drinken, of kruidenthee. Die belasten ons lichaam maar weinig en bieden veel voordelen. Koffie kan ook, maar met mate. Bij meer dan drie kopjes per dag slaat het voordeel om in nadeel.

Pas echter op met fruitsap – brengt te veel suikers ineens aan.
Pas ook op met alcohol – daar heeft de lever te veel last van en dan lukt ontgiften minder vlot.
Pas op met frisdrank, of het nu met suiker, light of zero is. Frisdrank bevat te veel zuren en te veel fosfor, beide niet goed voor ons lichaam. En ook synthetische zoetstoffen zijn helaas geen onschuldig alternatief voor suiker.

Denk zoals ik het een mama ooit aan een kind hoorde uitleggen: Je wast je lichaam aan de buitenkant toch ook met water? Wel, ook je binnenkant heeft water nodig om schoon te blijven!

Tip 3: Groenten en fruit zijn de basis van een gezonde voeding

Ik ben traditioneel groot gebracht: ’s morgens brood, ’s middags brood en ’s avonds warm en dus aardappelen. In ’t weekend was het ’s middags warm – frietjes op zondag – en ’s avonds brood. Groenten kwamen bij ons behoorlijk vaak en veel op het bord. Die werden immers zelf gekweekt, in de moestuin. Bij de warme maaltijd kregen wij zowel soep als vers klaargemaakte groenten bij de aardappelen en het vlees.

Zelf ga ik nog een stapje verder, en daar wil ik ook jou toe uitdagen: Maak van groenten (en fruit) de basis van wat je eet. Meer dan eens eet ik geen aardappelen of brood, maar een grotere hoeveelheid groenten, vaak twee of drie soorten per maaltijd. Op die manier krijg ik een bredere waaier aan vitamines, mineralen en andere gezondheid bevorderende stoffen op mijn bord.

Tip 4: Wees niet bang van gezonde vetten

Ze hebben ons bang gemaakt van vet, als zou vet alleen maar een dikmaker en ziekmaker zijn. Niets is echter minder waar. Het zijn eerder suiker en geraffineerde koolhydraten, zoals in brood en koekjes en snoepgoed die dik en ongezond maken. De vetten die we in onze vetcellen opslaan zijn voor het overgrote deel ‘door insuline getransformeerde suikermoleculen’. Dat vet kan alleen terug ingezet worden als energie, op een moment dat er gebrek is aan suiker in het bloed. Alleen, wij eten zo vaak en zo veel dat er quasi nooit een gebrek komt. En dus slaan we die reserves op. En dus worden we alsmaar dikker.

Gezonde vetten zijn zowel verzadigde als onverzadigde vetten. We hebben beide nodig, maar dan wel in een goede verhouding. En van de onverzadigde vetten hebben we ook de verschillende soorten – omega 9 en omega 6 en omega 3 – nodig, ook hier weer in een juiste verhouding.

Verzadigde vetten – dat zijn bij kamertemperatuur vaste vetten – gebruik je om te bakken en te braden en zelfs om te frituren. Onverzadigde vetten – die zijn vloeibaar bij kamertemperatuur – gebruik je als dressing bij de groenten. Transvetten – in margarines, in kant-en-klare mayonaises, in koekjes en ander gebak – zijn uit den boze. Dat zijn ongezonde vetten!

Die gezonde vetten hebben we broodnodig. Immers, onze hersenen en zenuwen bestaan voor het grootste deel uit vet. En elke cel van ons lichaam heeft een membraan, een velletje dat bestaat uit fosfolipiden – een bepaald soort vetten. Een tekort aan gezonde vetten kan dan ook ernstige gevolgen hebben voor onze gezondheid. Wees dus niet bang van gezonde vetten. Mijd eerder een teveel aan suiker en aan transvetten.

Tip 5: En bovenal: geniet van wat je eet!

De grootste fout echter die je kunt maken, is je zoveel zorgen maken over wat je beter wel of niet gaat eten, dat je van je eten niet meer kunt genieten. Wat je dus ook eet – en ook als het eens ‘lekker ongezond’ is -, geniet van wat je eet.

Eet langzaam en kauw goed. Hou je aandacht bij wat je eet (en niet bij de TV of de krant of de zorgen van de dag). Proef wat er te proeven valt, en wees dankbaar dat je te eten hebt. En voor wie kookt: gebruik naast peper en zout ook altijd een snuifje liefde. Want liefde voor de mensen voor wie je kookt – ook al is dat alleen voor jezelf – is het meest gezonde wat je op tafel kunt brengen.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

%d bloggers liken dit: