Het coronavirus en je immuniteit

Wat mij opvalt in deze hele coronacrisis is dat de adviezen die ons vanuit de overheid gegeven worden, allemaal gaan over een poging om het coronavirus buiten de deur te houden. Als het ons huis niet binnen kan, dan kan het zeker ons lichaam niet binnen.

Ik denk dat dit een utopie is. Ik ga ervan uit dat vroeg of laat het coronavirus mij of een van mijn dierbaren bereikt. En voor mij is dan dé vraag hoe ik, hoe wij ons daarop kunnen voorbereiden. Daarom dus ook van mij een schrijfsel over dit ‘nieuwe coronavirus’.

Voor ik eraan begin nog dit: Mocht je vragen of bedenkingen hebben, laat ze dan gerust weten. Normaal gezien schrijf ik tweewekelijks, maar als de nood zich aandient … en het onderwerp mij aangereikt wordt, dan schrijf ik graag nog wel een extraatje. En mocht je dit schrijven van mij als zinvol beschouwen, bezorg het dan met een gerust hart aan al wie jou dierbaar is.

Voila, dit gezegd zijnde … begin ik er maar aan!

Je innerlijke milieu en je immuniteit

In de klassiek Westerse geneeskunde is men er op uit om met medicijnen ‘het beestje’, in dit geval het coronavirus dood te maken. Dat is eigenlijk zowat de enige kijkrichting. En omdat dit met medicijnen gebeurt, is dat aan dokters voorbehouden. Daarom ook kan en mag onze regering ons hier niet verder helpen.

In de natuurlijke gezondheidszorg heerst een heel andere kijk op gezondheid. Daar gaan we ervan uit dat het van groot belang is waar ‘het beestje’ terecht komt. Komt het terecht in een al ziek lichaam – en velen zijn op onze dagen ziek, zij het dat de ziekte met medicijnen blijvend onderdrukt is – dan is de natuurlijke afweer tegen dat beestje eerder zwak. Ook als ons lichaam vervuild is of te weinig echt gevoed (met natuurlijke voeding boordevol vitamines en mineralen en andere vitale stoffen), is onze immuniteit niet optimaal.

En juist die afweer, die immuniteit is van uiterst groot belang. Ons lichaam is zo gecreëerd dat het in wezen zichzelf kan genezen. Als dat niet het geval was geweest, dan was de mensheid al in de oertijd uitgestorven. Dat dit niet zo was en nog steeds niet is, toont de kracht van ons zelfgenezend vermogen.

Hoe je immuniteit versterken?

Voor mij is dit nu de belangrijkste vraag: ‘Hoe kan ik mijn immuniteit zo versterken, dat het coronavirus mij niet klein krijgt?’

Ik ga ervan uit dat ik hoe dan ook besmet raak, en daar ben ik niet bang van. Als mijn immuniteit supersterk is, dan zal die besmetting mij misschien niet eens ziek maken, maar minstens zal ze in het verweer gaan tegen het virus zoals het hoort. Daar zet ik dan ook volop op in.

Dr. Fons Vanden Berghe en dr. Geert Verhelst, twee ‘dokters – docenten van De Levensschool’ in wie ik het volste vertrouwen heb, schreven hier al een duidelijk artikel over. Het verschijnt binnenkort in Bio Gezond, een tijdschrift dat via de biowinkels gratis verspreid wordt. Omdat zij dat zo duidelijk deden, doe ik hun werk hier niet over. Je krijgt van mijn een link naar het bewuste artikel.

Dr. Fons Vanden Berghe schreef ook een korter en zeer overzichtelijk artikel over wat je allemaal kunt doen. Het gaat dan om het versterken van je immuniteit met voeding en levensstijl:

  • Mijd hoogbewerkte en geraffineerde producten zoals suiker, frisdranken, kant- en klare voeding.
  • Zorg voor voldoende vitamine D: Ga in de zon. Eet vette vis, biologische boter en eitjes en ongezoete yoghurt.
  • Zorg voor voldoende vitamine A, want die maakt enerzijds je witte bloedcellen meer actief en versterkt de slijmvliezen, waarlangs het coronavirus binnenkomt: eet veel donkergroene, gele, oranje en rode groenten. Ook vette vis, eieren, boter en ongezoete yoghurt zijn toppers van vitamine A.
  • Zorg voor voldoende vitamine C: uit alle soorten groenten en fruit. Ben je ziek, neem dan een supplement van vitamine C.
  • Zorg voor voldoende zink en selenium: in rood vlees, vis, eieren en in pompoenpitten, zonnebloempitten en noten.
  • Neem bij griepsymptomen extra de ouderwetse vlierbessensiroop.

Wil je het hele artikel van dr. Fons Vanden Berghe lezen, stuur dan een mailtje naar hilde@gezondheid-wijzer.com en ik bezorg het je. Zelf voeg ik daar nog aan toe:

  • Zorg voor een goede nachtrust. Tijdens de slaap is je immuunsysteem het meest actief.
  • Blijf bewegen, want beweging houdt je fysiek fit. Tegelijk zorgt bewegen ervoor dat je stressniveau minder wordt.
  • Kom in de zon. Het coronavirus blijkt niet zo goed tegen de zon te kunnen. En zelfs als dat niet waar zou zijn, dan nog heeft de zon een bijzondere invloed op je humeur, op je welzijn, op je vitaliteit.

Over wat angst en stress met je immuniteit doen

Misschien wel het allerbelangrijkste wat ik je vandaag te vertellen heb, gaat over angst en stress en over hoe beiden je immuniteit onderuit halen. Maar om je dat duidelijk te maken, moet ik je meenemen naar oeroude tijden …

Wij, mensen, leven wel in de moderne wereld, maar onze lichaamssystemen zijn nog geen haar veranderd sinds de oertijd. Een oermens kende eigenlijk maar één soort stress: acute stress. Wij daarentegen leven quasi voortdurend in stress, en nu, in deze coronatijden, komt daar nog de angst voor het virus bovenop. We leven nu als het ware continu in angst en stress.

De acute stress van de oermens kwam op zijn pad in de vorm van een levensbedreigende tegenstander: een tijger, een leeuw, een panter, … Op het moment dat die oermens zo’n gevaar ontdekte, maakte zijn lichaam zich klaar om ofwel te vechten, ofwel te vluchten. En dan gebeuren een aantal dingen in het lichaam:

  • Je hart gaat sneller slaan en je ademt ook vlugger, want je lichaam heeft extra zuurstof en voeding nodig.
  • Je blik vernauwt zich, je gaat heel gefocust kijken.
  • Je bloedsuikerspiegel verhoogt.
  • Je bloeddruk verhoogt en je bloed maakt meer stollingsstoffen aan.
  • Je spieren krijgen volop energie.

Een aantal andere dingen worden daarvoor op een laag pitje gezet. Je immuniteit is er daar eentje van. Immers, als je belaagd wordt door een leeuw, doet een bacterie of een virus er even minder toe.

Dat is wat je nu ziet gebeuren. Mensen staan, door de dreiging van het coronavirus, in de stress en angst-modus. Ze zijn helemaal paraat om te vechten … ja, zelfs om een pak WC-papier. Wat ze niet beseffen, is dat juist daardoor hun immuniteit niet optimaal werkt. Angst is in deze tijden absoluut een slechte raadgever, als was het alleen al maar hierom.

Daarom is de allerbeste raad ik je vandaag kan geven om te zoeken naar manieren om de angst en de stress minder te maken. Dat kan met ademhalingsoefeningen, met een fikse wandeling, met yoga, met meditatie of gebed, met een goed gesprek, met Bachbloesems, … Het doet er niet hoe je het doet, zoek beslist jouw eigen unieke manier daartoe. Maar weet: hoe sterker je vertrouwen, hoe hoger je immuniteit!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Lenteschoonmaak

Er was een tijd waarin elke huisvrouw tegen Pasen een lenteschoonmaak deed. Ik weet niet of jij dat nog doet, maar ik helaas niet meer. Bij mij komt zo’n uitgebreide schoonmaak eerder ergens in de grote vakantie, na de eventuele werken die ik in huis wilde doen. Pas daarna maak ik het hele huis weer schoon, zodat het er weer een jaartje tegen kan …

Nu denk jij waarschijnlijk: dit is toch een website in verband met gezondheid. Wat heeft een lenteschoonmaak in hemelsnaam van doen met gezondheid? Wel, ook je lichaam vraagt om schoonmaak, en inderdaad, de lente is een ideale periode daarvoor!

Lenteschoonmaak voor je body

Geloof het of niet, maar net zoals het gaat in je huis, gaat het ook in je body. Ongemerkt blijft hier wat liggen en daar stapelt zich iets op en op nog een andere plek kom je helaas zo weinig aan poetsen toe … tot er uiteindelijk te veel ‘vuil’ blijft liggen. Plots zie je, voel je, merk je dat er iets moet gebeuren.

Bij je lichaam begint het met een zekere vermoeidheid die niet overgaat, met een paar kilo’s die erbij geslopen zijn, met een pijntje hier en daar, met een klacht die maar aansleept. Ook de winterblues en de voorjaarsmoeheid zijn in wezen tekenen aan de wand dat er vervuiling is opgetreden.

Nu vraag jij je wellicht af waar die vervuiling vandaan komt. Wel, ons lichaam is een ‘fabriek’ die voedsel omzet in energie. Daarbij worden vanzelfsprekend ook afvalstoffen geproduceerd. Als alles gaat zoals het hoort, zouden die afvalstoffen dag na dag afgevoerd moeten worden, via uitademing, stoelgang, urine, transpiratie, huidschilfers, talg, oorsmeer, … Vrouwen hebben zelfs een extra uitlaatklep: de maandelijkse menstruatie.

Soms echter is er meer nodig dan dat. Dan krijg je huiduitslag of puistjes of zweren of een loopneus of tranen die zomaar komen of diarree of super donkere urine. Het gaat allemaal om extra uitscheiding van toxines. En soms is ook dat nog niet genoeg. En dan wordt het teveel aan toxines ‘tijdelijk’ opgeslagen in ons lichaam. Het lichaam is wijs en doet dat op de minst schadelijke plekken: in onze vetcellen, in onze gewrichten, in onze spieren.

Op onze dagen komt het vuil lang niet alleen meer van ons eigen metabolisme. Wij krijgen nogal wat toxische stoffen binnen via onze omgeving: we ademen vuile lucht en fijn stof, we drinken toch niet helemaal zuiver water, we eten pesticiden en bewaarmiddelen en kleurstoffen en smaakmakers, we behandelen ons huis en onze huid met chemische reinigers, we slikken medicijnen, enzovoort, enzovoort, enzovoort.

Je begrijpt dat wij dagelijks helaas veel meer toxische stoffen binnenkrijgen dan we op een etmaal weer kwijtraken. Het gevolg daarvan is dat we met z’n allen geleidelijk aan dikker, moeër, zieker worden. En juist daar kan zo’n lenteschoonmaak wonderen verrichten.

Allemaal goed en wel, maar hoe begin je eraan?

Wel, vandaag schets ik je de grote trekken. In een volgende blog ga ik hier veel dieper op in, zodat je zelf aan de slag kunt met een matige reinigingskuur. Ik begeleid je dan naar een groenten- en fruitkuur.

Wil je straffer aan de slag – met een sapkuur of een echte vastenkuur – dan raad ik je aan om je te laten begeleiden. Dat kan individueel, bij een gezondheidsbegeleider met ervaring met vastenkuren. Dat kan in groep, in een georganiseerd initiatief. Google je maar eens op ‘sapkuur’ of ‘vastenkuur’. Je vindt vast wel iets.

Maar goed, wil je een reinigingskuur doen, dan is het eerste wat je moet doen ‘tijd vrijmaken’. Je hebt minstens drie weken nodig waarin je geen verplichtingen hebt wat betreft eten. Geen feestjes dus, geen bruiloften, geen kroegentochten of kaas- en wijnavonden of wat dan ook. Wil je de eigenlijke kuur twee weken laten duren, dan heb je vijf weken ‘feestverlof’ nodig. Het klinkt misschien gek, maar het allerbelangrijkste om je kuur te doen slagen, is de planning van deze kuur in je agenda.

Dat plannen heeft een tweede voordeel. Je kiest er dan als het ware nu al voor om ‘dan’ te investeren in je gezondheid. Je programmeert daardoor je mindset op iets positiefs, nl. het winnen van gezondheid. Je plant het niet in als iets negatiefs, nl. het tijdelijk niet meer alles mogen eten. Die positieve kijk is van het allergrootste belang. Als jij ervan overtuigd bent dat je jezelf ermee tekort doet, dan zal die kuur zijn gezondheidsbevorderende doel missen. Als jij er echter van overtuigd bent dat je iets doet wat goed voor je is, dan zul je er ook de positieve gevolgen van ervaren: je zult je – na een moeilijke beginfase – fitter gaan voelen, je zult beter slapen, je zult wat kilo’s kwijtraken, …

Zo’n reinigingskuur bestaat telkens uit drie delen:

  • De eerste week ga je afbouwen. Dat wil zeggen dat je geleidelijk aan alles uit je voedingspatroon weglaat wat niet tot het kuurvoedsel behoort. Dit is een heel belangrijke fase en het is ook de lastigste fase. Doe je dit goed, dan zorg je ervoor dat je minder last krijgt van hongergevoel, van misselijkheid, van hoofdpijn, van algehele malaise … Wie deze geleidelijke afbouw van voedsel niet doet, loopt heel veel kans op een zogenaamde ‘vastencrisis’. En ik kan je garanderen, die wil je beslist vermijden!
  • De tweede en eventueel ook derde week doe je dan de eigenlijke kuur. Dat kan een fruit- en groentenkuur worden. Dan eet je tijdelijk alleen maar fruit en groenten, in kleinere hoeveelheden. Het kan ook een sapkuur worden. Dan lepel je alleen maar een paar keer per dag een glaasje groenten- of vruchtensap naar binnen. Het kan ook een echte vastenkuur worden. Dan laat je even alle voedsel voor wat het is. Je drinkt alleen water en kruidenthee. En daar doe je het dan mee. Die laatste twee vragen extra begeleiding, zeker als je ze voor de allereerste keer doet. Aan een fruit- en groentenkuur mag je je, na wat extra uitleg in een volgende blog, in je eentje wel wagen.
  • In de laatste week / weken van de kuur ga je terug opbouwen, naar een nieuw en gezond eet- en leefpatroon. Als het goed ging, ben je in de afgelopen weken afgekickt van toch wel wat ongezonde gewoontes. Misschien rookte je of dronk je te veel alcohol, misschien snoepte je toch wel wat te veel, misschien was je voortdurend aan het snacken, zonder zelfs maar te beseffen dat je aan het eten was. Je begrijpt dat het de bedoeling is de meest ongezonde gewoontes definitief uit je leef- en eetpatroon te weren.
    Men zegt wel eens dat de opbouw na een kuur even lang hoort te duren als de kuur zelf. Dat betekent dat, als je twee weken bezig was met je fruit- en groentenkuur, je ook twee weken de tijd moet nemen om geleidelijk aan weer te wennen aan een normaal eetpatroon. In ieder geval gaat het erom dat je niet ineens weer gaat overeten. Daarom moet je tijd nemen om van ‘kuur’ weer over te schakelen op het nieuwe ‘normaal’.

Zin om het zelf ook eens te proberen? Over twee weken krijg je van mij veel meer praktische informatie. Wat je nu al kunt doen, is het plannen van die drie of vijf weken ‘feestverlof’ in je agenda.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Suiker, de zoete boosdoener (deel 2)

Herinner je je nog dat ik je vorige keer – in het eerste deel over suiker als boosdoener – vertelde dat we tegenwoordig zo’n 60 kg suiker eten per persoon per jaar? Niet te geloven, hé, dat ieder van onze zo’n 60 pakken van 1 kg suiker per jaar naar binnen werkt? Wel, deze keer vertel ik je meer over hoe we dat wel degelijk doen …

Zichtbare suikerconsumptie

Wij, mensen, zijn van nature zoetekauwen. Echt waar, dat hebben we mee sinds we in oeroude tijden ons bestaan vonden. We zijn er, van in onze genen, op gericht om zoet en vet en zout tot ons te nemen, zoveel als we kunnen, om te overleven.

In de natuurlijke omgeving waar we als oermens in leefden was dat een belangrijke tool om als soort te kunnen blijven bestaan. We aten fruit, zoveel als we konden, als het er het seizoen voor was. We snoepten honing als we die konden vinden. Ook knolgewassen gaven wel eens een extra energieke boost. Daarnaast probeerden we vette vis te vangen, aten we vlees mét het randje vet, roofden we eieren uit de nesten van de vogels, enz.

Je hoort het me vertellen: Als dat voorhanden was … én na de nodige moeite om het te verkrijgen. Want zeg nu zelf: die oermens moest heel wat meer moeite doen dan wij, die wekelijks onze boodschappen doen, en daarna niet verder dan naar de voorraadkast, de frigo of de diepvries moeten lopen. Geen dagenlange jacht, geen verzamelen van plantaardig voedsel, geen moeite om een vuurtje aan te krijgen én aan te houden. Hoe eenvoudig kan het leven zijn …

En de combinatie van zoet, vet en zout ligt gewoon voor het grijpen: zoete en zoute koekjes, allerlei lekkers van bij de bakker, confituur en choco en speculoospasta voor bij de boterham, frisdranken en fruitsappen. Het kan gewoon niet op! Je moet al heel taai zijn om, tegen je genen in, niet naar al deze verleiders te grijpen als je gaat winkelen.

… en onzichtbare suikerconsumptie

Het staat er met onze suikerconsumptie echter nog slechter voor, nog veel slechter dan alleen maar het bewust eten van zoete dingen. De voedingsindustrie heeft weet van onze menselijke hang naar zoet. En dus gaat ze aan zowat elke vorm van ‘fabrieksvoedsel’ suiker toevoegen.

Aan soep uit blik of brik wordt net die hoeveelheid suiker toegevoegd die mensen dat tikkeltje meer doet eten. Mayonaises en dressings zijn ‘vetarm’ gemaakt, maar om smaak toe te voegen, wordt suiker ingezet. Zowat alle charcuterie bevat toegevoegde suikers. Brood zonder suiker vind je amper nog in de rekken. Kant en klare groenten hebben hun portie suiker in de bereiding meegekregen.

Suiker, suiker, suiker!

En toch blijkt dat niet zomaar uit de etiketten van wat we kopen. Vaak staat suiker niet eens op het etiket, of toch minstens niet op een belangrijke plaats. Dat komt omdat er wel 50 verschillende namen voor suiker bestaan. Wist jij dat dextrose, glucose, fructose, sucrose, sacharose, maltose, HFCS, agavesiroop en ahornsiroop, druivensuiker, maltodextrine, vruchtensapconcentraat, rijststroop, speltstroop en tarwestroop een paar van de namen zijn die je op etiketten kunt vinden en die allemaal gewoon ‘suiker’ betekenen? Bij sommige voedingsproducten staan wel 3 of 4 verschillende namen voor suiker op het etiket. Wedden dat, als je die hoeveelheden bij elkaar zou optellen, suiker een veel groter percentage van je voedsel zou uitmaken?

Suiker ondermijnt de gezondheid!

Al die toegevoegde suikers – vaak in combinatie met ongezonde vetten en een teveel aan zout – doen onze gezondheid absoluut geen goed. De kwalen obesitas en diabetes swingen de pan uit. Het aantal hart- en vaatziekten vermindert niet ook al is zowat ieder van ons van een bepaalde leeftijd af aan de cholesterolverlagers. Kanker en dementie, beide op een specifieke manier aan suiker gerelateerd, nemen alsmaar toe.

Willen we dus van onze welvaartskwalen af, dan is de terugkeer naar ‘natuurlijk voedsel’ een belangrijke tool. Eet weer vers fruit en verse groenten. Grijp naar écht vlees en échte vis, en niet naar dingen die daar amper nog op lijken. Kies voor volkoren brood met een zekere stevigheid (met nog veel vezels in, en dus niet alleen maar donker gekleurd met o.a. koffie).Sta weer in de keuken, bereid meer en meer zelf je eten en grijp niet te vlug naar kant-en-klaar. Kortom: Eet zoals de natuur het heeft bedoeld. Dat komt je gezondheid absoluut ten goede!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Suiker, de zoete boosdoener (deel 1)

In de loop van mijn opleiding tot Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg hoorde ik al over dr. Lustig en zijn ideeën over hoe ongezond suiker wel is. Laatst liep ik die dr. Lustig tegen het lijf … op youtube. En ik heb veel van hem geleerd, moet ik bekennen. Sta me toe dat ik daar iets van met je deel …

Glucose en fructose

Suiker, het zoete goed dat we allemaal lekker vinden, is helaas niet zo onschuldig als het eruit ziet. Chemisch gezien bestaat suiker uit één molecule glucose en één molecule fructose. Glucose is het deel van de suiker dat je bloedsuikerspiegel de hoogte in jaagt. Een deel van die glucose gaat rechtstreeks de spieren in als bron van energie. Glucose eten en dan energie verbruiken, is een goede zaak. Zo zou het eigenlijk altijd moeten gaan. Glucose die niet direct gebruikt wordt, wordt in het lichaam opgeslagen als glycogeen oftewel reserve-energie, om als eerste te verbruiken als er niet direct glucose voorhanden is.

Fructose, ook wel ‘fruitsuiker’ genoemd, daarentegen doet helemaal niks met de bloedsuikerspiegel en vraagt dus ook geen insuline als het de bloedbaan in komt. Daarom ook wordt fructose makkelijk gebruikt om koekjes e.d. mee te zoeten voor mensen met diabetes. Fructose is echter veel minder onschuldig dan het lijkt. Als deze suiker in de bloedbaan terecht komt, gaat ze integraal naar de lever. Daar wordt ze gemetaboliseerd op een gelijkaardige manier als … alcohol. Jawel, net zoals alcohol toxisch is voor de lever, is fructose dat ook. Steeds meer horen we in de medische wereld over ‘non alcoholic fatty liver disease’, vrij vertaald: ‘niet door alcohol ontstane vervette lever’.

Dik, dikker, dikst

Fructose wordt in het lichaam in eerste instantie helemaal omgezet in vet. Vet in de lever en visceraal vet, ’t is te zeggen, vet rondom de organen. Net zoals we bij mannen de bierbuik kennen, kennen we nu al bij heel wat kinderen de frisdrankbuik. Erger nog, het begint tegenwoordig al bij baby’s, want mama’s die te veel fructose gebruiken (uit o.a. frisdranken) geven dat voor een deel al door aan hun ongeboren kind.

Sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw zijn we met z’n allen steeds minder vet gaan eten. De bedoeling was om daarmee het aantal hart- en vaatziekten te doen dalen. Wel, we eten minder vet … maar we blijven sterven aan hart- en vaatziekten, dat is nog steeds doodsoorzaak nummer één in westerse landen.

We zijn echter véél meer suiker gaan eten. Voor 1900 gebruikten we gemiddeld ca. 2 kg suiker per jaar. Je begrijpt dat suiker toen enkel gebruikt werd voor die uitzonderlijke zoete lekkernij. Op vandaag gebruiken wij gemiddeld zo’n 60 kg suiker per persoon per jaar. En de helft daarvan is fructose, en dus na vertering en metabolisering uiteindelijk gewoon … vet! Als je het zo bekijkt, is ons huidige dieet helemaal niet vetarm, maar juist vetrijk te noemen. Daar halen wij dus onze obesitas en onze hart- en vaatziekten vandaan.

Eén van de grootste boosdoeners hierbij zijn de ‘gedronken suikers’ van frisdranken en fruitsappen. Die vullen immers je maag niet, en dus geven ze geen signaal dat je al voedsel binnenkreeg. Je kunt na een halve liter cola gewoon evenveel eten dan zonder die halve liter cola. (En hier nu toch even tussen haakjes dat light en zero soorten beslist niet gezonder zijn. Je kunt je lever vergiftigen met fructose, je kunt dat evenzeer met aspartaam en aanverwanten). Je drinkt als het ware gewoon vet. Wie elke dag één frisdrank of fruitsap drinkt, wint er elk jaar een paar kilo’s bij.

En de fructose uit fruit dan?

Inderdaad, fructose is de natuurlijke suiker uit fruit. Dr. Lustig vertelt hierover het volgende: ‘Als God de mensen een gif te eten geeft, geeft Hij er vanzelf het tegengif bij.’ De fructose in fruit, als hele vrucht, wel te verstaan, zit verpakt in massaal veel vezels. Die vezels zorgen er enerzijds voor dat we er veel minder van kunnen eten dan zonder die vezels. Je kunt wellicht hooguit twee appels na elkaar eten, maar je kunt er makkelijk tien drinken, in de vorm van appelsap. Anderzijds zorgen die vezels er ook voor dat er veel minder van de fructose opgenomen wordt. In de darm moet die fructose immers uit de vezels losgeweekt worden. Dat gebeurt niet helemaal efficiënt (en zeker al niet als wij niet grondig kauwen). De vezels met daarin nog heel wat fructose gaan door naar de dikke darm … waar ze als voedsel dienen voor … onze darmbacteriën. Iets wat voor ons ongezond zou kunnen zijn, houdt onze darmbacteriën (en dus ook onszelf) wel degelijk wél gezond.

De beste tip die ik in verband met fruit zou kunnen geven, luidt als volgt: ‘Eet het fruit, drink niet het sap ervan!’ Fruit eten houdt je gezond, fruit drinken helpt je in het graf.

Mocht je na het lezen van dit artikel meer willen weten, dan raad ik je aan de lezing van dr. Lustig zelf eens te bekijken op youtube: Sugar: The Bitter Truth.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Een nieuwe kijk op gezondheid

Onder deze titel wil ik vanaf januari 2020 vorming aan groepen aanbieden. Maar goed, misschien wil jij eerst wel eens weten wat ik bedoel met ‘Een nieuwe kijk op gezondheid’.

Wel … vandaag neem ik je mee op een trip doorheen een veranderend landschap van ziekte en gezondheid. De tijden veranderen, de ziektes veranderen, … en dus moeten ook de remedies mee veranderen, willen we gezondheid behouden of creëren.

Welvaart creëert nieuwe ziektes

Sinds het einde van de tweede wereldoorlog is de welvaart in de westerse landen fors de hoogte ingeschoten. En het dagelijks leven is in diezelfde mate veranderd. Wij kennen geen honger meer, we hebben comfortabele huizen, er bestaat een goed uitgebouwde ziektezorg … en ziektes die vroeger dodelijk waren, zijn ofwel uitgeroeid, ofwel heel sterk onder controle.

De beschikbaarheid van voldoende voedsel én een verbeterde hygiëne hebben gezorgd voor het stilletjes aan verdwijnen van heel wat infectieziektes. Moeders sterven minder in het kraambed omdat dokters hun handen wassen, goede voeding zorgt voor minder kindersterfte, en dus leven we globaal gezien langer.

De laatste 50 jaar zien we echter nieuwe ziektes ontstaan, ziektes die ik ‘leefstijlziektes’ zou willen noemen: obesitas (en dat zelfs al bij peuters!), diabetes type 2, hart- en vaatziekten, kanker, dementie in al zijn vormen, enz. Medicijnen lossen bij deze ziektes de problemen niet op. Ze onderdrukken alleen levenslang de symptomen … tot het lichaam echt niet meer kan, en het dan maar opgeeft, vaak na een lange lijdensweg.

Deze nieuwe ziektes dagen ons uit om een nieuwe kijk op gezondheid te ontwikkelen. Het wordt des te belangrijker om ons te gaan focussen op de oorzaken van deze ziektes. Als we kunnen achterhalen hoe deze ziektes ontstaan, dan kunnen we er pas écht iets aan gaan doen. En meer en meer artsen kijken inderdaad die kant uit. Allemaal komen ze op het spoor van de ‘leefstijlgeneeskunde’. Dan het gaat in wezen om ‘tevelen’ en ‘tekorten’: een te veel aan toxische stoffen en een tekort aan voedende stoffen, een te veel aan stress en een tekort aan echte ontspanning, een te veel aan zitten en een tekort aan beweging, …

Een nieuwe kijk op gezondheid … zal dus op je leefstijl moeten gaan focussen: Hoe kun je je lichaam (en dat van je naasten) geven wat het écht nodig heeft? En hoe kun je ‘detoxen’ van al die overload van ons moderne leven?

Niet alleen het lichaam, maar ook de geest

Tegelijk gaan we een stap verder, want in klassieke geneeskunde wordt nog altijd vooral het lichaam benaderd als ‘ziek en moet weer gezond worden’. Dat er ook een psyche bestaat, ja, dat hebben we al door … maar daarvoor moet je wel bij een heel bijzonder soort dokter langs: de psychiater! Dat lichaam en geest één zijn, dat heeft onze huidige klassieke medische wereld nog niet door.

Dat die ‘tekorten’ of ‘tevelen’ ook kunnen zorgen voor depressie en angststoornissen, voor ADHD of autisme, voor diep ongelukkig zijn en zelfs voor zelfmoordneigingen, … dat is nog geen gemeengoed.

Daarom moeten we ons bij de ‘nieuwe kijk op gezondheid’ niet alleen op het lichaam focussen, maar ook op de emoties, de gedachten en zelfs op het meest wezenlijke, nl. de zin van het leven.

Meer over deze vorming

Wil jij meer weten over deze vorming? Klik dan op deze link, en je komt op de juiste pagina op mijn website terecht. Daar lees je meer én je vindt er ook de praktische informatie om deze vorming voor jouw groep aan te vragen.

Ben jij een individu en je wilt er graag meer over weten, stuur dan een mailtje naar hilde@gezondheid-wijzer.com. Ik hou je op de hoogte van de data waarop ik zelf deze vorming aanbied.

Bio, natuurlijk, … dat is logisch!

Vandaag wil ik je een en ander vertellen de biologisch keuken. Want, jawel, ikzelf probeer zoveel als mogelijk te koken met biologisch gekweekt voedsel. Dat vind ik belangrijk, zowel omwille van de gezondheid als omwille van de smaak.

Maar misschien eerst nog even dit: de naam ‘biologisch’ is helemaal nog niet zo oud, eigenlijk ontstond ze pas na de tweede wereldoorlog. Voor die tijd was alle voedsel gewoon biologisch. Van pesticiden en kunstmest en groeihormonen was voor die tijd in de landbouw gewoon geen sprake. De term ‘biologisch’ is pas ontstaan toen de reguliere landbouw zijn natuurlijke karakter begon te verliezen. ’t Is een beetje gek, vind ik, dat iets wat altijd al als ‘natuurlijk’ werd gezien, ineens de uitzondering werd, maar zo is het in onze geïndustrialiseerde wereld nu eenmaal gegaan.

Ik echter kies voor de natuur, en dus voor zo natuurlijk mogelijk gekweekt en bereid voedsel. Vandaar mijn pleidooi voor biologisch voedsel, voor mij is dat zo logisch als wat!

Nee, dank je, geen gifstoffen op mijn bord …

Het minste wat je van biologisch voedsel kunt zeggen, is dat je veel minder gifstoffen binnenkrijgt. In de biologische landbouw worden immers geen herbiciden (tegen onkruid), fungiciden (tegen schimmels), insecticiden (tegen insecten), acariciden (tegen teken en mijten), slakken dodende middelen, rodenticiden (tegen kleine dieren als muizen, ratten en mollen), kiemdodende stoffen, groeiregelaars en rijpingsvertragers of – versnellers gebruikt. Wat je aan dergelijke stoffen niet binnenkrijgt, moet je lichaam ook niet afbreken en verwijderen. Het kan je niet ziek maken.

Ik moet toegeven, onze biologische producten zijn niet helemaal vrij van deze schadelijke stoffen. Wat immers op een naburig landbouwbedrijf gebruikt wordt, komt via vervuild grondwater of regenwater en via verstuiving en dus door de wind voor een deeltje toch op biologische gewassen terecht. Maar de concentratie van deze stoffen is vele malen minder en dus minder toxisch voor ons lichaam.

En dan is er het verhaal van de medicijnen in de dierlijke landbouw

Regulier gekweekt vee krijgt groeihormonen toegediend. We willen immers mals vlees op ons bord, en dat is dé manier om dat bij de dieren te bekomen. Verder leven vaak te veel dieren op te weinig oppervlakte, waardoor de kans op het uitbreken van ziektes vele malen groter wordt. Daarom wordt preventief antibiotica toegediend.

Aangezien het standaard toedienen van antibiotica en hormonen in de biologische veeteelt verboden is, krijgen wij deze stoffen dus ook niet zomaar binnen. De antibiotica in ons vlees kunnen mee voor een gezondheidsramp zorgen, want meer en meer bacteriën worden resistent tegen de al te vaak toegediende antibiotica. Dit geldt ook voor de antibiotica die we via ons vlees binnenkrijgen. Het is niet ondenkbaar dat we ondertussen gewoon resistente bacteriën eten. Hormonen zijn dan weer gevaarlijk voor ons omdat ze mee oorzaak zijn van de explosie aan kankers in onze tijden.

Biologisch bevat meer fytonutriënten … die de gezondheid bevorderen

Er is niet alleen wat we aan toxische stoffen niet binnenkrijgen, er is ook wat we aan gezondheid bevorderende stoffen wel binnenkrijgen. Biologische gewassen bevatten, door de tragere groei– en rijpingstijd vaak iets meer vitamines en mineralen dan de regulier gekweekte gewassen. En dat is alvast mooi meegenomen.

Het grote verschil ligt echter op het vlak van de fytonutriënten, de kruidige en vaak geneeskrachtige stoffen in planten. Die ontwikkelen biologische planten om zichzelf te beschermen tegen insecten, schimmels, bacteriën en virussen. En het is juist deze immuniteit van de plant die ook ons beschermt tegen ziektes, ja, zelfs tegen kanker. Biologisch vlees bevat dan weer veel meer ontstekingsremmende omega 3 vetzuren. Runderen halen deze omega 3 uit het gras dat ze eten. Dieren die met maïs en soja gevoederd worden, bieden dus ook op dat vlak verarmd vlees.

Als dit alles de keuze voor biologische voedsel niet rechtvaardigt, ja, dan weet ik het ook niet meer. ‘Stem met je centen, kies voor bio!’, zou ik je alvast durven aanraden. Zelf doe ik het ook!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

Geniet van de zon!

Daar is de lente, daar is de zon … bijna, maar ik denk dat ze weldra zal komen, zingt Jan De Wilde in zijn liedje. En inderdaad, als de eerste lentezon zich op het eind van de winter al vertoont, dan begint het bij mij te kriebelen. Dan zou ik zelf ook wel willen zingen … of in de tuin gaan werken … of een lange wandeling maken in de vrije natuur …

Want de zon geeft léven, de zon geeft nieuwe energie!

Het zonnevitamientje

Als wij in de zon komen met ontblote huid – en dan liefst niet preventief ingesmeerd met zonnebrandcrème – wordt in onze huid onder invloed van de zon vitamine D aangemaakt.

Vitamine D zorgt er niet alleen voor dat we ons beter gaan voelen en dat de winterblues plaats maakt voor lentekriebels, ze zorgt ook voor een goede werking van ons immuunsysteem, zodat we minder vlug ziek worden. Ze helpt de calciumspiegel in ons lichaam op peil te houden, zodat we sterke botten en sterke tanden behouden. Vitamine D draagt zorg voor een gezond hart, gezonde bloedvaten, gezonde hersenen en zenuwen, en helpt zelfs om een normale bloedsuikerspiegel en een normaal gewicht te behouden.

Als een beetje zonlicht op onze huid dat allemaal voor ons kan doen, dan zouden we ons naar buiten moeten haasten van zodra de zon ook maar een beetje om het hoekje komt piepen. Helaas, wij zitten te vaak en te veel binnen, en dat bevordert onze gezondheid niet.

Zonnebrand

Is de zon dan niet ook gevaarlijk voor ons? Moeten we ons niet dik, dik, dik insmeren tegen zonnebrand?

Wel, ja en nee … De zon kan gevaarlijk zijn, maar alleen als wij ‘onverstandig’ gaan zonnen. Veel meer dan gevaarlijk is de zon gezond voor ons. Zonder zonlicht kunnen wij niet leven. Maar daarover verder meer, eerst iets over ‘gezond zonnen’.

De zon is gevaarlijk … als wij onvoorbereid ineens in felle zon uren gaan liggen bakken. Je begrijpt dat jezelf laten verbranden geen goed idee kan zijn. Maar jezelf beschermen – of tenminste, denken dat je beschermd bent – met een zonnebrandcrème factor ik-weet-niet-hoeveel is ook niet gezond. De crème voorkomt dat je huid het te warm krijgt en verbrandt, maar de meest schadelijk stralen van de zon worden er niet door tegengehouden.

Beter is het de huid geleidelijk aan te laten wennen aan de zon. Dan krijg je beetje bij beetje een bruin kleurtje, en juist dat bruine kleurtje is je eigen natuurlijke bescherming tegen de zon. Stel je huid iedere keer het mooi weer is een beetje meer aan de zon bloot, en je lichaam zorgt zelf voor de beste bescherming die je kunt krijgen. Als je in de lente begint met regelmatig een uurtje ‘zonnen met blote armen en benen’, dan mag je in de zomer best wat langer in de zon.

De zon en het dag-en-nacht-ritme

Eén van de dingen die de zon – en het zonlicht, het daglicht – ook met je doet, is je ’s morgens wakker maken. Wie op een natuurlijke manier wakker wordt, gewekt door het licht, zal vanzelf makkelijker de dag beginnen. Evenzo zouden we vanzelf moe moeten worden als het daglicht vermindert. En daar gaat het in onze moderne tijden fout. Lang nadat de zon is ondergegaan, blijven wij wakker en alert … door het gebruikt van kunstlicht en blauw licht uit TV, computer, tablet, smartphone, …

Wie last heeft van vermoeidheid overdag zou het eens moeten proberen: laat je ’s morgens wekken door het daglicht en zorg ervoor dat ’s avonds het licht minder fel wordt. Vermijd vooral blauw licht, vanaf zo’n tweetal uur voor je gaat slapen. Laat geel licht – kaarslicht of gedempt licht – je helpen om de overgang van activiteit naar slaap te maken.

En er is meer: zonlicht moet je eten …

Dr. Henk Fransen, een Nederlandse arts die zwaar zieke mensen helpt gezonder te worden, beschrijft het als volgt: elke cel van ons lichaam heeft zonlicht nodig om zijn functies te kunnen uitvoeren. Een gezonde cel is een cel vol licht, een donkere cel is een zieke cel. Wil je gezond worden, voed dan je lichaamscellen met licht!

Klinkt gek, is het niet ?!?

Maar als je de man verder beluistert, dan besef je dat het in wezen heel eenvoudig is. Via de huid en ook via de ogen kunnen we het zonlicht rechtstreeks absorberen, dat is waar. Maar dat is onvoldoende om al onze cellen vol licht te krijgen. Om dat te laten gebeuren, moeten we zonlicht eten.

Jawel, zonlicht eten …

… en dat kan heel makkelijk, want planten zetten zonlicht om in voedsel dat wij kunnen eten. Denk maar aan de fotosynthese, waardoor groene bladgroenten ontstaan. Verse groeten en vers fruit bevatten ‘eetbaar zonlicht’ in alle kleuren van de regenboog. Zieke mensen hebben dus – naast de zon op hun huid – een overdosis aan verse groenten en fruit nodig, minstens een deel daarvan in de vorm van rauwkost.

En gezonde mensen … blijven gezond als ook zij hun cellen voeden met vers, door de natuur geproduceerd zonlicht!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

“Let food be thy medicine and medicine be thy food.”

Deze uitspraak – Laat voedsel je medicijn zijn en medicijn je voedsel – zal oorspronkelijk wel in het Grieks geklonken hebben. Ze komt uit de mond van Hyppocrates van Kos, de grondlegger van de westerse geneeskunde. In de Natuurlijke Gezondheidszorg gaan we er inderdaad van uit dat voeding van cruciaal belang is in het gezonder worden en het tot op hoge leeftijd gezond blijven van mensen.

Vandaag geef ik je de vijf belangrijkste tips voor een écht gezonde voeding, een voeding die ons zelfgenezend vermogen helpt er het beste van te maken.Wil je meer weten over gezonde voeding, schrijf je dan in voor het ‘Jaartraject gezonde voeding‘ dat twee keer per jaar van start gaat, één keer eind februari en één keer eind september. Maar goed, nu eerst die vijf belangrijkste tips …

Tip 1: Eat real food – Eet écht en levend voedsel

Kijk eens door de ogen van je (over-)grootmoeder en stel je voor dat zij in een grootwarenhuis van vandaag haar voedsel zou moeten kiezen. Ik vermoed dat zij veel van de dingen die ze daar ziet amper als voedsel zou herkennen. Ja, de versafdeling van groenten en fruit, dat wel. En bij het vlees of de vis de ‘pure’ dingen wellicht ook. En een gewoon brood, rond of lang, dat vast ook nog wel …

Maar de rest?

Kant en klaar.
In plastic, blik en bric.
Geprepareerd tot slaatjes en burgers.
Niet alleen confituur, maar ook choco en speculoospasta.
Boterkoeken en cornflakes en snoep en koek en chocola bij de vleet.

Gezond voedsel is vers, zo van de boerderij of uit de tuin afkomstig. Hoe minder fabriekswerk eraan te pas kwam, hoe beter. Puur natuur en nog vol levenskracht. Als je kunt kiezen, koop dan appels in plaats van kant en klare appelmoes. Een appel is levend voedsel. Als je de pitjes plant en wat water geeft, ontdek je de levenskracht ervan. Appelmoes is dood voedsel, en hoe langer geleden gemaakt, hoe minder vitaal. Wat nog leven in zich draagt, kan ook jou leven en gezondheid geven. Wat al lang dood is, kan alleen nog calorieën bijdragen.

Tip 2: Drink voldoende water

Wij zijn levende wezens.
We zijn verwant met de aarde … en met de zee.
We bestaan voor zo’n 70% uit ‘zout water’ …
en als het niveau van dat water te veel zakt, drogen we uit.

Het is van belang dat we water drinken, of kruidenthee. Die belasten ons lichaam maar weinig en bieden veel voordelen. Koffie kan ook, maar met mate. Bij meer dan drie kopjes per dag slaat het voordeel om in nadeel.

Pas echter op met fruitsap – brengt te veel suikers ineens aan.
Pas ook op met alcohol – daar heeft de lever te veel last van en dan lukt ontgiften minder vlot.
Pas op met frisdrank, of het nu met suiker, light of zero is. Frisdrank bevat te veel zuren en te veel fosfor, beide niet goed voor ons lichaam. En ook synthetische zoetstoffen zijn helaas geen onschuldig alternatief voor suiker.

Denk zoals ik het een mama ooit aan een kind hoorde uitleggen: Je wast je lichaam aan de buitenkant toch ook met water? Wel, ook je binnenkant heeft water nodig om schoon te blijven!

Tip 3: Groenten en fruit zijn de basis van een gezonde voeding

Ik ben traditioneel groot gebracht: ’s morgens brood, ’s middags brood en ’s avonds warm en dus aardappelen. In ’t weekend was het ’s middags warm – frietjes op zondag – en ’s avonds brood. Groenten kwamen bij ons behoorlijk vaak en veel op het bord. Die werden immers zelf gekweekt, in de moestuin. Bij de warme maaltijd kregen wij zowel soep als vers klaargemaakte groenten bij de aardappelen en het vlees.

Zelf ga ik nog een stapje verder, en daar wil ik ook jou toe uitdagen: Maak van groenten (en fruit) de basis van wat je eet. Meer dan eens eet ik geen aardappelen of brood, maar een grotere hoeveelheid groenten, vaak twee of drie soorten per maaltijd. Op die manier krijg ik een bredere waaier aan vitamines, mineralen en andere gezondheid bevorderende stoffen op mijn bord.

Tip 4: Wees niet bang van gezonde vetten

Ze hebben ons bang gemaakt van vet, als zou vet alleen maar een dikmaker en ziekmaker zijn. Niets is echter minder waar. Het zijn eerder suiker en geraffineerde koolhydraten, zoals in brood en koekjes en snoepgoed die dik en ongezond maken. De vetten die we in onze vetcellen opslaan zijn voor het overgrote deel ‘door insuline getransformeerde suikermoleculen’. Dat vet kan alleen terug ingezet worden als energie, op een moment dat er gebrek is aan suiker in het bloed. Alleen, wij eten zo vaak en zo veel dat er quasi nooit een gebrek komt. En dus slaan we die reserves op. En dus worden we alsmaar dikker.

Gezonde vetten zijn zowel verzadigde als onverzadigde vetten. We hebben beide nodig, maar dan wel in een goede verhouding. En van de onverzadigde vetten hebben we ook de verschillende soorten – omega 9 en omega 6 en omega 3 – nodig, ook hier weer in een juiste verhouding.

Verzadigde vetten – dat zijn bij kamertemperatuur vaste vetten – gebruik je om te bakken en te braden en zelfs om te frituren. Onverzadigde vetten – die zijn vloeibaar bij kamertemperatuur – gebruik je als dressing bij de groenten. Transvetten – in margarines, in kant-en-klare mayonaises, in koekjes en ander gebak – zijn uit den boze. Dat zijn ongezonde vetten!

Die gezonde vetten hebben we broodnodig. Immers, onze hersenen en zenuwen bestaan voor het grootste deel uit vet. En elke cel van ons lichaam heeft een membraan, een velletje dat bestaat uit fosfolipiden – een bepaald soort vetten. Een tekort aan gezonde vetten kan dan ook ernstige gevolgen hebben voor onze gezondheid. Wees dus niet bang van gezonde vetten. Mijd eerder een teveel aan suiker en aan transvetten.

Tip 5: En bovenal: geniet van wat je eet!

De grootste fout echter die je kunt maken, is je zoveel zorgen maken over wat je beter wel of niet gaat eten, dat je van je eten niet meer kunt genieten. Wat je dus ook eet – en ook als het eens ‘lekker ongezond’ is -, geniet van wat je eet.

Eet langzaam en kauw goed. Hou je aandacht bij wat je eet (en niet bij de TV of de krant of de zorgen van de dag). Proef wat er te proeven valt, en wees dankbaar dat je te eten hebt. En voor wie kookt: gebruik naast peper en zout ook altijd een snuifje liefde. Want liefde voor de mensen voor wie je kookt – ook al is dat alleen voor jezelf – is het meest gezonde wat je op tafel kunt brengen.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

Wij zijn anders ziek dan de generaties voor ons

Er was een tijd …

Er was een tijd dat mensen nog stierven aan een gewone griep of aan een of andere kinderziekte. Er was een tijd dat moeders veelvuldig in het kraambed overleden. Er was een tijd waarin ondervoeding en een vervuilde leefomgeving mensen zo zwak maakte dat ze bezweken aan de geringste infectie.

In die tijd waren er twee grote oorzaken van het ziek worden en overlijden van mensen:

  • Er was het probleem van onvoldoende voedsel en vooral ook een te geringe variatie in voedingsmiddelen. Van de grote diversiteit aan vitamines, mineralen en andere gezondheid bevorderende stoffen in voeding wist men toen nog niks. Zo kon het gebeuren dat zeelieden stierven aan scheurbuik door een tekort aan vitamine C. Zo kon het ook gebeuren dat in Londen in de 18de en de 19de eeuw veel kinderen leden aan rachitis, een ziekte waarbij de beenderen in het lichaam te zwak waren en makkelijk bogen of braken. Rachitis ontstond door een tekort aan zonlicht en daardoor een gebrek aan vitamine D.
  • Er was ook het probleem van een gebrek aan hygiëne. In de middeleeuwen kon de pest uitbreken omdat mensen zich onvoldoende wasten en omdat ze het vuil gewoon open op straat lieten liggen. In vroegere tijden stierven ook veel vrouwen aan kraamvrouwenkoorts. In 1847 ontdekte dr. Semmelweis dat hygiënische maatregelen het aantal vrouwen dat stierf in het kraambed sterk naar beneden kon halen. Hij raadde dokters en vroedvrouwen aan de handen te desinfecteren voor elke hulp bij een geboorte. Hij werd erom uitgelachen en gek verklaard … en pas na zijn overlijden ging men inzien dat hij toch gelijk had.

… en daar ontstond onze huidige geneeskunde uit!

Er was dus een tijd dat onvoldoende gezonde voeding en een gebrek aan hygiëne voor de meeste overlijdens zorgden. Het was dan ook een zegen toen medicijnen als penicilline en antibiotica ontdekt werden. Het was tegelijk een zegen dat mensen van zuiver water en een meer gevarieerde voeding konden genieten. Dat heeft gemaakt dat de levensduur van mensen in stijgende lijn ging. Mensen leefden langer én bleven langer gezond.

Daar is onze huidige klassieke geneeskunde groot in geworden. Ze heeft het sterven aan eenvoudige infectieziektes zo goed als uit de wereld geholpen. En inderdaad, ook in landen uit de derde wereld gaat het de goede kant uit, zeker daar waar goede voeding en voldoende hygiëne ingang vinden.

Maar het tij keert …

Sinds de tweede helft van de vorige eeuw is echter een manier van leven ingezet, die leidt tot nieuwe ziektes. Voor het eerst in de geschiedenis kan de jongste generatie er niet van uitgaan langer en gezonder te zullen leven dan hun ouders en grootouders. En dat heeft alles te maken met onze manier van leven.

We eten (veel te) veel, we eten onnatuurlijk voedsel, we eten kant-en-klaar en dus onvoldoende vers. We wonen in goed geïsoleerde en sterk verwarmde ruimtes. Van onvoldoende hygiëne zijn we doorgeslagen in overdreven hygiëne, waardoor we te weinig weerstand opbouwen. Jan Modaal leeft vandaag luxueuzer dan koningen uit vroegere tijden. Obesitas, diabetes, intoleranties en allergieën, dementie, kanker en vele andere welvaartsziektes zijn het gevolg daarvan.

Tegelijk leven we in een wereld waarin alles altijd vlugger en heftiger en meer moet. We kennen geen rust meer, geen echte recuperatie, geen ‘terug-naar-de-bron’. In ons leven is hoe langer hoe minder stilte, hoe langer hoe minder lege tijd en niets doen. We gaan overkop aan de rush waarin we leven. Stress, depressie, burn-out, … zijn het resultaat hiervan.

Nieuwe ziektes vragen een andere aanpak

In de reguliere geneeskunde pakt men de symptomen van deze nieuwe ziektes aan met ‘oude’ medicijnen: antibiotica, ontstekingsremmers, pijn verdovende middelen, cholesterol verlagende middelen, diabetesmedicijnen, chemo- en radiotherapie, … Vaak zie je dat mensen deze medicijnen (te) regelmatig of zelfs blijvend moeten nemen. Dit  laatste toont dat alleen het ziektebeeld onderdrukt wordt, en de kwaal niet werkelijk genezen raakt.

Is het niet logisch dat ziektes die ontstaan door een ontspoorde levensstijl, ook door een verandering van die levensstijl genezen moeten worden? Is het niet logisch dat ziektes die ontstaan door te veel en ongezond eten, aangepakt moeten worden door de voeding in de juiste richting aan te passen? Is het niet logisch dat mensen met stress en depressie en burn-out beter gediend zouden zijn met een ‘terug-naar-de-natuur’ dan met verdovende en onderdrukkende medicijnen?

Deze ‘nieuwe ziektes’ vragen inderdaad om een andere aanpak. Ziektes die ontstaan door een leefstijl te ver van de natuur af, kun je het beste genezen door een terugkeer naar de natuur: gezonde voeding, voldoende beweging – liefst in de vrije natuur -, voldoende échte rust en ontspanning, plezier in de dingen die je doet, het volgen van jouw unieke levensweg.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

 

Op zoek naar psychisch welbevinden

Psychisch lijden, een complex gegeven

Wie zelf last heeft van psychisch lijden of wie wel vaker in contact komt met mensen die daar last van hebben, weten het wel. Psychisch lijden is een complex gegeven. De juiste remedie lijkt niet zomaar voor het grijpen te liggen. Een pilletje of een strategie die vandaag werkt, doet het morgen misschien niet meer.

In de natuurlijke gezondheidszorg is de werkwijze voor elke ziekte dezelfde: zoek de oorzaak van de kwaal en pak die aan en probeer tegelijk het zelfgenezend vermogen van de cliënt een boost te geven.

Het zelfgenezend vermogen van de cliënt een boost geven, dat kunnen we natuurlijk altijd doen. Maar het werkt vanzelfsprekend veel krachtiger als je hem kunt ondersteunen op net die plekken waar hij zwakker staat. En daar komt de zoektocht naar de oorzaak van ook de psychische klachten om het hoekje kijken.

Ik mag antidepressiva slikken zoveel als ik wil, als de klachten hun oorzaak vinden in voedingstekorten waardoor hersenen en zenuwen hun taak niet kunnen vervullen, dan helpt dat niet. Ik mag proberen wat ik wil, als wat dagelijks van mij gevraagd wordt mijn draagkracht overschrijdt, dan word ik ziek. Ik mag zo gezond leven als ik kan, als ik mijn diepste wezen negeer, dan blijft mijn psyche lijden.

Je begrijpt dat vanuit deze optiek psychisch lijden wat meer vraagt dan gewoon maar een pilletje. Je hebt iemand nodig die met je mee kan zoeken naar de oorzaken van je klachten. Want alleen als je de juiste oorzaken aanpakt, kan ook echte genezing volgen.

Het lichaam kan mankeren …

… en psychisch lijden kan een oorzaak vinden in dat niet optimaal functioneren van het lichaam. Wie voortdurend een tekort aan slaap heeft, raakt oververmoeid en kan depressief worden. Wie ongezond eet, belast niet alleen zijn lichaam maar – via hersenen en zenuwen – ook zijn psyche. En het is algemeen geweten dat beweging zoals wandelen of fietsen niet alleen het lichaam een betere conditie geeft, maar ook de mindset verbetert.

Een paar mogelijke oorzaken van dat lichamelijk mankeren wil ik nog even in de verf zetten:

  • We eten al tijdenlang vetarm en we mijden cholesterol als de pest. We zijn er niet magerder op geworden en ook het aantal hart- en vaatziekten is niet gedaald. We zijn er eigenlijk alleen maar zieker op geworden, ook wat betreft de psyche. Dementie, Alzheimer, multiple sclerose, … maar ook depressie, angststoornissen en andere vormen van psychisch lijden zijn toegenomen. Als je weet dat hersenen en zenuwen voor het grootste deel uit (gezonde) vetten bestaan en dat ze cholesterol nodig hebben om te kunnen functioneren, dan begrijp je ook dat vetarme voeding deze ziekten in de hand werkt. Om te overleven en gezond te blijven, hebben we absoluut gezonde vetten nodig!
  • Onze huidige westerse voeding met haar overvloed aan suiker en andere geraffineerde producten, de stress waarin wij dagelijks leven, de toxische stoffen waarmee we veelvuldig in contact komen, … zorgen voor een quasi voortdurende laaggradige ontsteking in onze weefsels. Die voortdurende lichte ontsteking van hersen- en zenuwweefsel kan absoluut mee oorzaak zijn van psychische klachten. Aanpassing van voeding en leefwijze kan dan ook sterke verbetering van psychisch lijden met zich meebrengen.
  • In hetzelfde rijtje verder kan ik noemen alle dingen waar jij allergisch of intolerant voor bent. Dat zijn immers dingen waar jouw immuunsysteem (terecht of onterecht) op reageert. Als jij intolerant bent voor, zeg maar: appel, dan aanziet jouw immuunsysteem bepaalde stoffen uit de appel als ‘gevaarlijk én dus nodig om te bestrijden’. Het hele apparaat van aanvallers en opruimers wordt in actie gezet … in ergens in dat proces wordt lichte ontsteking opgewekt. En die voortdurende lichte ontsteking, zo schreef ik al, kan psychische klachten veroorzaken.

Ondersteuning op emotioneel-mentaal vlak

Klachten van psychisch lijden kunnen ook simpelweg hun oorzaak vinden op het emotioneel-mentale niveau. Als ik denk dat de wereld rondom gevaarlijk is, dan wordt mijn basisemotie vanzelf angst. Als ik ervan uitga dat ik niet voldoe, zal ik me altijd zwak en aarzelend voelen, en ik zal me wellicht vastklampen aan die ander bij wie ik bevestiging zoek.

Voor al deze emotionele en mentale triggers van psychisch lijden kennen wij, consulenten natuurlijke gezondheidszorg, naast gesprek en een luisterend oor ook de Bachbloesems. Dr. Edward Bach ontdekte 38 bloesemremedies die elk bij een welbepaalde gemoedstoestand gebruikt kunnen worden. Het voordeel van de Bachbloesems is dat ze mogen ingenomen worden samen met medicijnen.

Daarnaast zijn er ook kruiden die ingezet kunnen worden. En eigenlijk zijn er twee grote categorieën van kruiden:

  • Je hebt kruiden die de psychische klachten zelf aanpakken. Kruiden dus, die ervoor zorgen dat je minder zenuwachtig bent of dat je beter slaapt of dat depressieve gevoelens minder worden.
  • Daarnaast zijn er ook kruiden die je draagkracht vergroten. We noemen ze ‘adaptogene kruiden’, waarmee we bedoelen dat ze je meer weerbaar maken tegen alles wat op je afkomt.

Ik noem deze kruiden hier niet bij naam, want je experimenteert er beter niet zomaar op eigen houtje mee. Kruiden kunnen bijvoorbeeld de medicatie die je neemt minder werkzaam maken of juist meer. Ze kunnen ook onderling wel of juist niet goed samengaan. Wil je met kruiden aan de slag om je psychische klachten te verzachten, zorg er dan voor dat je je laat begeleiden door iemand die weet wat hij doet.

And last but not least, je levensdoel onder de loep

Ik ben er heilig van overtuigd dat ieder van ons hier op aarde is met een doel. Een levensdoel, een roeping. Diep binnenin leeft een roep, een trekkracht naar wat jij in dit leven dient te verwezenlijken. Of dat levensdoel nu groot of klein is, doet er niet toe. Weet wel dat het past bij jou, en als je dingen doet die in de juiste richting gaan, dan voel jij je gelukkig. Dan leef je op, dan word je enthousiast!

Als je nu, om wat voor reden ook – angst, vlug rijk willen worden, eisen die anderen aan je stellen, … – te ver van je diepste wezen afwijkt, dan word je ongelukkig, dépri, ziek.

Vandaar mijn oproep, aan mezelf, aan jou, aan elke mens op deze wereldbol: ‘Zoek je eigen geluk- dat wat jou drijft in dit leven-, iedereen wordt daar beter van!’

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

%d bloggers liken dit: