Over emoties die ziek maken … en over Bachbloesems die helen

Een mens is meer dan zijn fysieke lichaam alleen. In de Natuurlijke Gezondheidszorg gaan we uit van de ene mens die een aantal ‘lagen’ kent. Er is het fysieke aspect, het emotionele aspect, het mentale aspect en het spirituele aspect, een beetje zoals op de tekening hieronder.

Elk van die lagen kan gezondheid kennen, maar ook ziekte. En elk van die lagen heeft invloed op jou als hele mens. Dr. Edward Bach (1886-1936, Engeland) voelde aan dat fysieke klachten vaak een dieperliggende oorzaak hebben. Hij omschreef ziekte als een conflict tussen hoe jij je leven leeft en wat jouw ziel met je voorheeft. Met zijn Bachbloesems liet dr. Bach ons een makkelijk te hanteren gereedschapskist na om evenwicht te brengen op vooral het emotionele vlak.

Emoties als deel van wie we zijn

We kennen allemaal emoties. We voelen ze de hele dag door, ook al zijn we ons daar niet altijd van bewust. De zes basisemoties, onveranderd herkenbaar bij mensen van over de hele wereld, zijn: vreugde, kwaadheid, verdriet, angst, afschuw en verrassing.

Emoties zijn uit zichzelf niet goed of slecht, niet ziek of gezond makend. Ze vertellen mij hoe het met mij gaat. Ze vertellen mij van iets dat uit evenwicht is geraakt. Ze spreken van behoeften die leven in mij. En juist daardoor zijn ze ook wegwijzers naar wat mij gelukkig kan maken, naar wat mij gezond kan maken.

Emoties als bron van ziekte

Onze emoties vertellen ons een en ander over onze gezondheid. Ze doen dat op verschillende manieren:

  • Gezondheid toont zich in de eerste plaats als mijn emoties me niet overweldigen en ik ze op een passende manier kan uiten. Als ik me door mijn emoties laat meeslepen en als ik brokken maak bij het uiten van mijn emoties, dan vertelt dat iets over hoe ik niet zo goed in mijn vel zit.
  • Emoties kunnen ook vastzitten. Ik uit die emoties dan niet, het is alsof ze er niet zijn. Vastzittende emoties belemmeren mij echter wel om vrijuit te leven. Ook dat toont dat het mij niet goed gaat. Die vastzittende emoties maken veel kans om mij uiteindelijk fysiek ziek te maken.
  • Er is een gradatie in gezondheid binnen de emoties zelf, een gradatie die gaat van ‘diepe vrede en rust’ tot ‘neigend naar zelfdoding’. Ook het soort emoties dat overwegend voorkomt, vertelt mij iets over mijn meer of minder gezond functioneren.

Emoties in tijden van corona

In deze tijden van corona valt het mij op dat één emotie heel sterk op de voorgrond komt te staan. Het is de emotie ‘angst’, in al zijn kleuren: we voelen ons doodsbang, achterdochtig, gespannen, onrustig, zenuwachtig, bevreesd, bang, bedreigd, verontrust, in paniek, beklemd, op onze hoede, bezorgd, verlamd, onzeker, …

Als angst verlammend werkt, slaat ze om in depressieve gevoelens. Als angst agitatie opwekt, slaat ze om in agressieve gevoelens … en wellicht ook in agressieve daden, tegen onszelf of tegen mensen in onze buurt. En dat is dan ook wat we zien gebeuren: meer mensen in psychiatrie, meer zelfdodingen enerzijds, en meer huiselijk geweld, meer kindermishandeling anderzijds.

En ik, die dat alles zie gebeuren, ik zou vanuit mijn GEZONDHEID-WIJZER praktijk willen helpen, wetend dat het ook kan op een heel simpele manier, met Bachbloesems.

En dan nu even kijken naar die Bachbloesems …

Dr. Bach ontdekte 38 Bachbloesemremedies, die hij onderverdeelde in 7 groepen.

  • Groep 1: voor hen die aan angst lijden
  • Groep 2: voor hen die onzeker zijn
  • Groep 3: voor hen die onvoldoende interesse voor het heden hebben
  • Groep 4: voor hen die eenzaam zijn
  • Groep 5: voor hen die overgevoelig zijn aan invloeden en ideeën
  • Groep 6: voor hen die moedeloosheid en wanhoop kennen
  • Groep 7: voor hen die overbezorgd zijn voor het welzijn van anderen

In deze tijden lijken mij vooral de eerste groep en de zesde groep heel erg nodig. Tegelijk kan het natuurlijk altijd dat angst of moedeloosheid of wanhoop iets uit de andere categorieën bij jou triggert, en ja, het zelfs uitvergroot. Dan kunnen vanzelfsprekend ook andere Bachbloesems nuttig zijn.

Met Bachbloesems aan de slag

Als je bij jezelf voelt dat je iets met die Bachbloesems zou willen doen, dan zijn er verschillende mogelijkheden:

  • Je kunt bij mij of bij een andere gezondheidsbegeleider terecht voor individueel Bachbloesemadvies.
  • Een goed boek met vele praktijkvoorbeelden is het ‘Handboek Bachbloesemtherapie’ van dr. Geert Verhelst en Lieve Vanderstappen, bij wie ik zelf met de Bachbloesems leerde werken. Het boek wordt verspreid via Mannavita.
  • Dr. Bach gaf op het eind van zijn leven zelf zijn kennis door aan geïnteresseerde, vaak niet medisch geschoolde mensen. Hij wilde immers de kunde om met Bachbloesems aan de slag te gaan zo breed mogelijk verspreiden. Zelf heb ik eerder al vorming gegeven over de Bachbloesems, en ik zou dat opnieuw kunnen doen, zowel ‘live’ als ‘online’. Heb je interesse, geef dan een seintje (hilde@gezondheid-wijzer.com) . Bij voldoende kandidaten kan ik deze vorming plannen ergens in het voorjaar.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Verbonden leven …

Op vakantie in de Vogezen dook ik, tussen het vele wandelen door, ook nog even in mijn pen. Ik schreef een mijmering voor vrienden van mij, die onlangs van start gingen met een nieuw religieus project: ‘Verbonden Léven’. Meer over Verbonden Léven vind je op hun website: www.verbondenleven.be. Hieronder kun je alvast lezen wat ik schreef …

Verbonden leven …
… met mijn lijf

Verbonden leven … met mijn lijf

Ik vertrek op vakantie met op het verlanglijstje: weer Grote Routepaden lopen. Tien jaar geleden liep ik voor ’t laatst zo’n traject. Ik verkende de bekende GR5 tot Barr, aan de voet van de Vogezen, en nu wil ik de draad weer oppikken. De grote vraag is echter: Zal het mij, tien jaar ouder toch al weer, nog lukken? Kan ik nog 20 tot 25 km stappen, klimmend en dalend over de cols en de crêtes van de Vogezen?

Die eerste avond, na een autorit van zo’n 600 km, maak ik een eerste wandeling. Een kleine oefening, als het ware. Zalig toch, die zoete geur van bomen en struiken en dat klateren van hier en daar een watervalletje. Na een uurtje klimmen, vind ik het welletjes geweest en keer ik me om, terug naar mijn vakantiehuisje.

Die nacht kan ik de slaap niet vatten. Mijn benen zijn zo onrustig, pijnlijk bijna. Uiteindelijk val ik toch in slaap … en word ’s morgens vroeg gewekt door de zon op mijn gezicht. Zalig!

Klaar voor die eerste echte staptocht. Het is alsof alles weer moet wennen: het rijden in de bergen naar mijn vertrekplek, het zoeken van dat eerste tekentje – nee, geen rood-wit hier, maar een rode rechthoek –, de zon die doet zweten, de insecten zoemend om m’n kop, het klimmen en dalen, … en de last en de pijn in mijn lijf!

De voeten, dat gaat nogal, maar de kuiten … Ik wist niet dat er zoveel spieren vast konden zitten in je kuiten. Ik voel ze bij iedere stap omhoog en ik voel ze nog meer bij iedere stap omlaag. Hoe ik terug bij mijn auto geraak, weet ik niet, maar ik haal het. Uitgeput. Moe. En met pijn. Morgen zal ik een dagje thuisblijven, omwille van voorspelde regen. Veel regen, de hele dag lang. En dat is maar goed ook, want ik kan haast geen stap verzetten. Geen stap zonder pijn, althans.

En toch probeer ik het daarna opnieuw, weer een dagje stappen, met het vaste voornemen uit te maken of ik mijn vakantie op die manier wil verder zetten. Doorzetten of opgeven, dat is de vraag. Bij het idee dat GR-lopen te moeten opgeven, voel ik iets als spijt en iets als moedeloosheid. Als dit niet meer kan, wat heb ik er dan aan om twee weken hier te zitten? Mijn hoofd en mijn hart willen dit. De vraag is dus alleen nog of mijn lijf dit ook wil …

Ik neem me voor om heel rustig aan te klimmen, mijn adem sparend, en het lukt. In een tweetal uur haal ik de top voor die dag, ik klim van 300 m in het dorpje tot 900 meter op de ‘sommet’ van de Ungersberg. Vandaar terug naar beneden, nog wel gevoelig in de kuiten, maar toch al minder pijnlijk, en via een (te) grote omweg terug naar het dorpje, naar mijn wagen.

Pas op de derde dag wandelen voel ik dat ook mijn lijf weer helemaal ‘ja’ kan zeggen tegen het trekken. En dan pas wordt het echt vakantie. Nu mijn lijf geaccepteerd heeft, kan ook mijn hoofd tot rust komen en hoeft het niet meer voortdurend te piekeren over hoeveel kilometer ik nog moet lopen en of ik dat wel haal.

Verbonden leven …
… met leven en dood

Verbonden leven … met leven en dood

Zo wandelend in de wouden komen gedachten aan leven en dood spontaan bij me op. Bomen ontworteld, omgewaaid misschien tijdens de laatste storm, dood hout … gevuld met leven: mos overwoekert, zwammen vinden voeding, kleine diertjes – van bacteriën tot insecten – nestelen er. Soms ziet zo’n woud er levend uit, sprankelend groen in diverse tinten. Soms ziet het er somber en doods uit, op het griezelige af.

Leven en dood, … in zo’n woud zie je ze samengaan … in de opeenvolging van de seizoenen, in dorre bladeren die tot humus worden, in jong groen dat opschiet, groeit en volwassen wordt … en uiteindelijk sterft.

Is het verwonderlijk dat ook je eigen sterfelijkheid dan net even wat dichterbij lijkt? Wellicht speelt een gezonde dosis angst hier ook een rol: hier ben ik dan, helemaal in mijn eentje, op paden waar bijna niemand langsloopt, met naast mij een duizelingwekkende diepte. Wat als ik een misstap doe, en naar beneden val? Wat als ik een voet verzwik of een been breek? Wat als ik hier het leven laat?

Ja, wat dan? Wat als ik hier het leven laat? Aan de ene kant voel ik zoiets als: ‘Als het dan zo moet zijn, wel, dan is het maar zo!’ Ook al is er een zekere angst – hoogtevrees, weet je wel – en ook al raak ik tijdens het stappen wel vermoeid, ik geniet. Volop, eigenlijk, en dat zou ik niet willen missen. Dus, als ik hier het leven laat, weet dan dat ik volop leefde. Aan de andere kant is er ook zoiets van: ‘Nu toch nog niet, er is nog zoveel wat ik zou willen doen, nog zoveel waar ik voor zou willen gaan.’ Want ja, vakantie is ook creativiteit, nieuwe ideeën opdoen, brouwen op een volgende stap in het leven.

En dus, lieve God – Gij die geen God van doden zijt maar van levenden – als het Jou hetzelfde is, dan blijf ik liever nog een poosje leven. Om nieuwe wegen te gaan, weet je wel, GR-paden én andere …

Verbonden leven …
… met moeder aarde

Verbonden leven … met moeder aarde

Wandelend door quasi ongerepte natuur voel ik me … als de eerste mens op aarde. ‘Ga …, onderwerp de aarde en maak haar vruchtbaar.’ Juist ja, het begint allemaal met dat ene woord: ‘Ga …’

En dat doe ik dan ook. Ik ga, stap voor stap. Over berg en dal, door woud en wijngaard, in de dorpen en ver daarbuiten. Helemaal in mijn eentje, en toch niet alleen. Af en toe een groet van een zeldzame wandelaar of fietser op mijn pad, omringd door die prachtig uitdagende natuur … en gedragen, stap na stap, door moeder aarde.

Ze is sterk, moeder aarde. Niet alleen draagt ze ons allen met al onze fabricaten, maar ze verdraagt ook alle kwetsuren die wij haar toebrengen. Wij vellen bomen, en moeder aarde ontfermt zich over wat achterblijft. Een stronk raakt verteerd en schenkt leven aan plant en dier. Wij ontginnen steen, en moeder aarde bedekt de kwetsuur, eerst met water en dan misschien met mos en ander groen en zo groeit stilaan een nieuwe vegetatie. Wij roeien alle planten en dieren uit die we niet willen – met voldoende straf vergif, als het maar goed werkt –, en moeder aarde verdraagt en wacht geduldig en tooit uiteindelijk zichzelf, door alles heen, met een nieuw en kleurrijk kleed.

O ja, wij moeten zorg dragen voor moeder aarde. Echter, niet zozeer om harentwil, maar veel meer om onzentwil. Moeder aarde kan zonder ons, dwaze mensen met ontoombare verwoestingsdrang, maar wij kunnen niet zonder haar. Wij, mensen, kunnen de aarde in zoverre verwoesten dat zij ons niet meer dragen kan. Dat ze ons geen voedsel meer kan geven en geen water en geen plekje om te wonen. En daar zullen wij aan ten onder gaan.

En dan komt weer het rijk van moeder aarde, die zich zal herstellen. Ze zal wat tijd nodig hebben, maar tijd heeft zij in overvloed. Ze zal levenskracht nodig hebben, maar naar wat ik heb gezien, heeft ze dat. En ze zal ons moeten missen, … maar als wij het zover laten komen …, misschien is ze dan wel beter af zonder die mens met zijn neiging tot overheersen en uitbuiten en leegroven.

Verbonden leven …
… met plant en dier

Verbonden leven … met plant en dier

Een zonnige dag in de Vogezen. Rondom mij een voortdurend gezoem van insecten. Niet dat ik er last van heb, ze bevinden zich meestal hoog boven mij. Alleen als ik ga zitten om even te rusten, komen ze kijken (of voelen of horen of zoiets). Dan komen ze naar me toe, eerst naar mijn wandelboekje dat blinkt in de zon. Daar zitten ze dan op, alsof ze proeven van een lekkernij. En als ik mijn lippen lik, dan proef ik het ook. Zout is wat ze zoeken.

In de boventoon van dat insectenkoor hoor ik voortdurend het koorgekwetter van vogels. Dat is mijn muziek, onderweg langs de GR5. Het schilderij daarentegen bestaat uit wel vijftig tinten groen, en hier en daar een bloem: wit en geel en roze en paars. Vormen heb je ook bij de vleet. Neem nu mos, bijvoorbeeld, kort en donzig, lang en sliertig, felgroen in sterretjes, gelig groen in krulletjes, enzovoort, enzovoort, enzovoort.

Ook bomen heb je in alle soorten en maten. Van het kleinste en jongste boompje, amper twintig centimeter hoog tot reuzen waar ik me klein bij voel. Donkere dennen, lichtere eiken en beuken nog in hun wintertooi – wist je dat beuken pas hun herfstbladeren loslaten als het jonge groen er al is? In lagere regionen zien de beuken dus al groen, op de hoogste toppen – en dat is boven de duizend metergrens – blijken ze nog roestbruin.

Dieren spotten is wat moeilijker. Eigenlijk is het zo dat ik ze eerder hoor dan ik ze zie. En dus, als ik iets bijzonders hoor, kijk ik vlug die kant even uit. En dan zie ik ze: een kever die cirkelend rond zoemt, een vogel met verzamelwoede in het struikgewas, een specht tokkend in een boom, een hagedis die van een warme rots weg sputtert omdat ik eraan kom, een haas die zich vlug een holletje zoekt, en jawel, ook een paar keer een hert dat bij mijn komst de benen neemt. Eén keer zelfs, echt waar, zie ik een ooievaar. Gewoon, in de Elzas, in een weide. En ik denk: ‘Oei, als daar maar niks van komt!’

Verbonden leven …
… met ‘Jij’

Verbonden leven … met ‘Jij’

Dag God, ik kom weer wandelen. En ik weet, Jij bent er ook.

Jij bent er al, in alles rondom mij. Jouw Kracht stroomt door alles heen, zodat de natuur sprankelt en vol leven is. De schepping groeit en bloeit en spreekt van zoveel meer. Jouw Wijsheid weet van zon en regen, van seizoenen met elk hun eigenheid, van tot leven komen en ook weer doodgaan. Jouw Woord is waar en leeft, dat merk ik aan al wat is. En inderdaad, wat ik zie, is goed!

Jij bent er ook, in beeld en bouwsel. Want mensen hier hebben het nodig Jou tot uitdrukking te brengen. In elk dorp een kerk – en meestal zelfs twee, eigenlijk –, een plek waar Jij Je vinden laat. Ik kom wel eens binnen, misschien wel meer op zoek naar een plekje uit de zon om eventjes uit te rusten. Maar ik weet me welkom, dankjewel daarvoor.

Heel veel keren kom ik ook, midden in de bossen en de velden, een kruisbeeld tegen. Een kruisbeeld, met op de voet daarvan een inscriptie: Uit dank voor een uit de oorlog teruggekeerde zoon, ter nagedachtenis aan oorlogsslachtoffers, gewoon een citaat uit de bijbel, gedenkplek voor een jongeman op die plaats neergebliksemd, …

Dag God, ik kom weer wandelen. En ik weet, Jij bent ook in mij. Jij bent in de kracht in mijn voeten, die mij doet gaan. Jij bent in de creativiteit die gaandeweg opborrelt. Jij bent in de rust die ik ervaar. Jij bent in dat zalige vakantiegevoel en Jij bent in het schrijfwerk dat ik op ‘niet-wandeldagen’ doe. En ik besef: Jij bent er anders ook, alleen neem ik dan niet de tijd dat ook uitdrukkelijk op te merken.

Dankjewel, God, gewoon omdat Jij er bent.

Over de leegte die ontstaat door corona

We kunnen het niet ontkennen: Ons leven is helemaal anders geworden sinds het begin van de coronacrisis. Wie had bij de jaarovergang kunnen denken dat wij dit voorjaar zo beperkt zouden worden in onze mogelijkheden? Alles wat wij tot nu toe als ‘normaal’ beschouwden, wordt ons ineens afgenomen of minstens sterk gereglementeerd: boodschappen doen, sociale contacten onderhouden, erop uittrekken, een sport beoefenen, werk en vrijwilligerswerk, uit eten gaan, …

En het kan niet anders of dat doet iets met ons! Juist daarover wil ik vandaag wat reflecteren, een beetje zoeken naar hoe deze hele situatie toch zinvol zou kunnen zijn in een wat breder perspectief. Jouw vragen, bedenkingen of opmerkingen hoor ik graag.

Rouwproces om een verloren manier van leven

Eigenlijk gaan we allemaal – en wel allemaal tegelijk – door een rouwproces heen, een rouwproces om een verloren manier van leven. Nu ga ik even te rade bij Elisabeth Kübler-Ross, die zich nogal verdiept heeft in het fenomeen ‘rouw’. Zij geeft aan dat een rouwproces in vijf fases verloopt: ontkenning, woede, depressie, onderhandelen en acceptatie.

  • We zagen en zien nogal wat uitingen van ontkenning van dit rouwen om wat allemaal niet meer kan: de beruchte lockdown party’s, vlug nog even de grens over om uit eten te gaan, jongeren die toch blijven samenkomen, wielertoeristen die wel in groep gaan fietsen en achteraf in een of ander tuinhuis nog wat blijven hangen, …
  • Als we dan uiteindelijk toch ons verlies erkennen, ontstaat vaak een of andere vorm van woede, van kwaadheid om wat is gebeurd. We vinden het niet terecht, we voelen ons tekort gedaan. Dat toont zich enerzijds in het foeteren op al die maatregelen waar wij ons maar aan te houden hebben, en anderzijds in het toch wel kortere lontje tegenover de mensen met wie we dan wel ‘moeten’ samenleven. De kwaadheid en het ongenoegen dat binnen in ons leeft, maakt er het zo intens samenleven met de huisgenoten niet makkelijker op.
  • Vervolgens komen we weer een laag dieper. We stoten dan op het verdriet dat in ons leeft, en als dat verdriet zwaar doorweegt, kan ons dat in een toestand van depressie brengen. We zitten in de put, we belanden in de leegte. Ik denk dat we daar nu – de een al wat vlugger dan de ander – geleidelijk aan in terecht komen. Hadden we eerst nog heel wat achterstallige klusjes op te knappen, stilaan liggen huis en tuin er piekfijn bij. Dan maar gaan wandelen en fietsen – in de eigen buurt, dat spreekt voor zich -, al een geluk dat het weer bijzonder goed meevalt. Voor de rest: TV kijken, boeken lezen, puzzelen, gezelschapsspelletjes spelen, … Allemaal leuk, voor eventjes, tot uiteindelijk toch de leegte toeslaat.
  • Daarna pas gaat het stilletjes aan weer bergop. We gaan ‘onderhandelen’, dat wil zeggen, we proberen zin te geven aan wat gebeurd is. We moeten toegeven dat er ook positieve kanten zijn aan deze lockdown. We reiken naar buiten, naar anderen toe, en zien weer ruimer dan alleen maar ons eigen verdriet.
  • Tenslotte daagt er een nieuw perspectief, ontstaan nieuwe mogelijkheden. Ons leven gaat verder, al dragen we sporen van verdriet om wat verloren is met ons mee.

Wat gebeurt er in de leegte?
Wat gebeurt er op de bodem van de put?

Allereerst dit: dat gevoel van leegte, van landerigheid, van niet meer weten wat je nu weer eens zou kunnen gaan doen, … is niet leuk. Het overvalt je, het ene moment al sterker dan het andere. En je hebt geen keus, vroeg of laat word je ermee geconfronteerd.

Zelf zie ik twee uiterst zinvolle kijkrichtingen in die leegte:

  • Welke uitdagingen stelt mij de leegte? Wat precies ervaar ik als moeilijk? Als lastig? Als ‘niet uit te houden’? Dat te zien is belangrijk, want het toont mij waar ik echt aan vasthoud. Tegelijk zie ik ook welke vluchtroutes ik uit gewoonte neem om de leegte enigszins draaglijk te maken. Bij elk van die vluchtroutes kan ik me afvragen of ze me vooruit helpen, dan wel de pijn alleen maar wat verdoven.
  • Welke kansen biedt mij de leegte? Waar ben ik, ondanks alles, toch dankbaar om? Welke dingen (her-)ontdek ik als zinvol, als deugddoend, als levengevend? Waar roept deze hele situatie mij toe op? Waar kan ik een verschil maken, in de eerste plaats voor mezelf, maar hoe dan ook toch ook ruimer, naar anderen toe of naar de wereld toe?

Jawel, lieve mensen, we zullen de leegte ervaren als moeilijk en lastig en pijnlijk, maar ik hoop dat we diezelfde leegte ook mogen ontdekken als kiemplek van nieuwe, onverhoopte mogelijkheden. Wie niet stilvalt, ervaart nooit de zinloosheid van zoveel dingen die tot gewoonte geworden zijn. Wie niet stilvalt, geeft zichzelf niet de kans om daaruit weg te groeien en gaandeweg nieuwe wegen te verkennen.

Dat wens ik ook jou toe, dat je in de onvermijdelijke leegte ook toekomt aan het ontdekken van ‘nieuw léven’.


Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Waarom doe ik wat ik doe?

Een holistische kijk op gezondheid

In de natuurlijke gezondheidszorg hanteren we een holistische kijk op de mens én op wat gezond of ziek maakt. Wij erkennen dat een mens niet alleen fysiek ziek kan zijn, maar ook emotioneel, mentaal en zelfs spiritueel. Schematisch ziet een mens er dan als volgt uit:

Je ziet dat rondom het fysieke lichaam nog drie cirkels getekend staan, steeds verder uitdeinend. De grootste cirkel is die van het spirituele, want dat doordringt alle lagen van het mens-zijn.

  • Het fysieke is alles wat met het lichaam te maken heeft: hartslag, ademhaling, bloedcirculatie, het innemen van voedsel, het uitscheiden van afvalstoffen, …
  • Het emotionele is het domein van emoties als angst, blijheid, verdriet, woede, afgunst, …
  • Het mentale heeft te maken met hoe wij denken over onszelf, de mensen rondom, de wereld met al haar mogelijkheden.
  • Het spirituele heeft te maken met wat het leven zin geeft: liefde, verbondenheid, een doel om voor te gaan, …

Je ziet dat de cirkels niet uit volle lijnen bestaan, maar uit stippellijnen. Het moge duidelijk zijn dat deze vier kringen niet los van elkaar staan. Samen maken ze die éne mens uit, en ze beïnvloeden elkaar voortdurend. Tandpijn (fysiek) kan je zo op jezelf terugplooien, dat je geen enkele verbinding (spiritueel) meer ervaart. Verdriet (emotioneel) kan zo fel zijn dat je er ziek van wordt (fysiek). Je gedachten over gevaren in de buitenwereld (mentaal) kunnen maken dat jij voortdurend in angst leeft (emotioneel) en dat kan er dan weer voor zorgen dat je ziek wordt (fysiek).

Van het water dat overkookt

Ik besef dat, als ik die spirituele component van het mens-zijn noem, dat heel erg zweverig klinkt, of op zijn minst heel erg hoog gegrepen. Ver van je bed, dus eigenlijk. Niets is echter minder waar. Echte spiritualiteit staat met beide voeten stevig op de grond. De meest wezenlijke vraag als het om spiritualiteit gaat, is: ‘Waarom doe ik wat ik doe?’

Ieder van ons doet heel veel dingen op een dag. Op de vraag waarom je die dingen doet, borrelen als vanzelf verschillende mogelijke antwoorden op: omdat ik moet – omdat ik daarmee mijn brood verdien – omdat ik dat graag doe – omdat ik daarmee mijn naaste help – omdat …

Al deze antwoorden zijn goed en allemaal dragen ze een zekere spiritualiteit in zich. Ook in het spirituele leven zijn gradaties van meer en minder gezond. Meestal denken wij aan echt spirituele mensen als aan mensen die alles voor een ander doen. Ze lijken voortdurend bezig zichzelf weg te geven, ze dragen grote lasten, en vaak leven ze ook een religieus leven. Denk maar aan pater Damiaan of aan moeder Theresa.

En jawel, zij waren spiritueel levende mensen. Maar voor mij bestond hun sterke spiritualiteit er niet in de eerste plaats in dat zij hun leven gaven voor de armsten. Voor mij was het wezen van hun spirituele leven dat ze deden waar ze van binnenuit van voelden dat ze dat moesten doen. Ware spiritualiteit doet in de allereerste plaats jouzelf Léven, jawel met hoofdletter en met accent. Leven in de volle betekenis van dat woord: gelukkig, spontaan, vrij, gedreven voor wat jou boeit, vol passie, …

Echt spiritueel leef je als je dat vonkje dat in jou brandt – en dat kan alles zijn, als jij er maar enthousiast voor bent – voeding geeft tot het een laaiend vuur wordt. Een smeulend vonkje wordt door anderen niet zo gauw opgemerkt, een laaiend vuur daarentegen wordt al van verre gezien. En ieder kan van zijn licht en van zijn warmte meegenieten.

De middeleeuwse Brusselse mystieker Jan Van Ruusbroec (1293-1381) gebruikte een ander beeld. De spirituele mens is als een kookpot vol water. Hij stookt een vuurtje onder die kookpot, en stilaan raakt het water aan de kook. Tot zolang heeft de waarlijk spirituele mens nog niks aan een ander gegeven. Hij brengt alleen zichzelf aan de kook. Pas als het water zo fel gaat koken dat het overloopt, komt de spirituele mens als vanzelf toe aan ‘geven’. Waar jij van overloopt, daar mag een ander van meegenieten.

Spiritualiteit en gezondheid

Nu vraag jij je wellicht nog steeds af wat spiritualiteit – begrepen zoals hierboven aangegeven – te maken heeft met gezondheid. Wel, voor mij hebben beiden alles met elkaar te maken. Het gaat er eerst en vooral om bij jezelf te ontdekken welk vonkje er smeult. Waar word jij enthousiast van? Waar zou jij je leven aan willen geven? Vaak gaat het om dat waar je als kind al van droomde. Als je daarmee in contact bent, kun je ervoor kiezen om dat vuurtje voeding te geven: je bekwaamt je erin, je doet er een en ander mee, je ontwikkelt jezelf en je mogelijkheden … tot wat je doet ook door anderen opgemerkt wordt, ja, zelfs voor hen iets gaat betekenen. Op dat moment maakt het niet alleen meer jouzelf gelukkig, het maakt de wereld om je heen ook een beetje beter.

En beide – dat jij jezelf gelukkig maakt én de ander – dat maakt deel uit van jouw gezondheid. Het geeft zin aan je bestaan, het doet je groeien, het geeft kleur aan je relaties met anderen. Als ieder van ons zo zou leven, dan zouden we zelf een heel pak gelukkiger (en vanzelf ook gezonder) worden én de wereld zou er beslist ook heel wat mooier uitzien.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Over ‘Meneer doktoor’ en soortgenoten …

Een beetje een vreemde foto hierboven, om je mee te nemen in een woordenspielerei rondom het woord ‘dokter’. Het is een foto van een Indiaanse Dream Catcher, een dromenvanger. En daarmee wil ik al direct de toon zetten van deze blog. Er is meer in het ‘land van genezen’ dan alleen wat wij in het Westen onder geneeskunde verstaan. Lees je even mee?

Meestal spreken wij over een dokter. Vroeger werd hij – ja, toen inderdaad meestal een man, nu vervrouwelijkt ook dat zorgende beroep steeds meer – met veel eerbied ‘meneer doktoor’ genoemd. Het woord ‘dokter’ en het woord ‘doctor’ zijn verwant met elkaar. Een ‘doctor’ is iemand die in een bepaald wetenschappelijk werkveld gedoctoreerd heeft. Dat wil zeggen dat hij of zij na een basisopleiding verder gestudeerd heeft en vaak ook onderzoekswerk verricht heeft om op die manier die hogere titel van ‘doctor’ te behalen. Zo heb je een doctor in de fysica, een doctor in wijsbegeerte en letteren, een doctor in de politieke wetenschappen … en een doctor in de geneeskunde. Die laatst noemen wij ‘dokter’, en eigenlijk zeggen we daarmee dat hij of zij iemand is die het menselijk lichaam heeft leren kennen in zijn gezonde en vooral ook in zijn zieke toestand. Zo iemand heeft langer gestudeerd dan normaal, zo’n zeven jaar of meer, om mensen te kunnen helpen als ze ziek zijn, en dat geeft hem of haar die titel van ‘dokter’.

Een ander woord voor dokter is ‘arts’. Het is een woord dat via het Duits en het Latijn uit het Grieks afkomstig is. Het betekent zoveel als ‘oppergeneesheer’, de hoogste geneesheer aan het hof. De ‘archiatros’ was diegene die leiding gaf over allen die in een bepaalde regio met geneeskunde bezig waren. Je zou het een beetje kunnen vergelijken met hoe bij ons zorgkundigen en verplegend personeel, de apotheker en de kinesist in een ziekenhuis, onder leiding van de arts, samen instaan voor de zieke mensen die hun zijn toevertrouwd.

Een volgende ronde rondom die ‘meneer doktoor’.

Een dokter is iemand die ‘geneeskunde’ of ‘medicijnen’ heeft gestudeerd. Dat laatste is overduidelijk waar. Onze huidige dokters worden opgeleid om met medicijnen, met medicamenten aan de slag te gaan. Zij leren de mens kennen, meer bepaald in alles wat hem kan mankeren. Zij leren ook de wereld van de medicijnen kennen, en da’s een gevaarlijke wereld, want de meeste van die medicamenten zijn in meerdere of mindere mate giftig. Zij die medicijnen studeren leren dus in gedoseerde mate vergif toe te dienen opdat de ziekmakende elementen – bacteriën, virussen, schimmels, … – eraan zouden sterven, zodat de patiënt weer gezond zou kunnen worden. Zij leren symptomen van ziekte bestrijden met medicamenten. En zo gebeurt het op vandaag meer en meer dat mensen vanaf een bepaalde leeftijd medicijnen beginnen te slikken, waar ze voor de rest van hun leven niet meer van af geraken. Deze mensen lijken dan gezond, … maar zijn ze dat wel?!?

Het woord ‘geneeskunde’ spreekt voor mij over veel meer dan alleen maar het toedienen van medicijnen. Het is de kunde, de kunst om mensen te genezen, om ze weer écht gezond te maken, dus … Daar hoort, naar mijn bescheiden mening, een gezonde levenswijze bij: gezonde voeding, een goede nachtrust, voldoende beweging (en nog het liefst in de vrije natuur), gezonde manieren om met stress om te gaan, … Daar horen ook ‘niet toxische’ behandelingen van klachten bij: dieptemassage of osteopathie bij pijnklachten, Bachbloesems bij emotionele overlast, homeopathie, zuiveringskuren, goed gekozen voedingssupplementen, …

Een laatste woord wil aan ik deze spielerei toevoegen: ‘heling’. Heling komt van ‘helen’, van ‘weer heel maken’. Het gaat om wat gebroken was en uiteengevallen weer samen te voegen en tot één geheel te maken. Mensen lopen doorheen hun leven nogal wat barsten en breuken op, en dat niet alleen op het fysieke vlak. Denk maar de aan breuken met mensen die je dierbaar waren. Denk ook aan breuken in je ziel toen je keuzes maakte, eerder uit winstbejag of maatschappelijk aanzien dan vanuit je eigen wezen en wat bij je paste. Ook dat soort barsten en breuken maken dat een mens onvoldaan in het leven staat … en meer dan eens is dat de dieperliggende oorzaak van zijn ziektes. Heling kan zorgen voor hernieuwde gezondheid als er verzoening komt met wat is geweest en als vanop dit punt van verzoening dan wel juiste keuzes worden gemaakt.

Het kan echter ook dat het met de fysieke gezondheid al zo ver ontspoord is, dat genezing niet meer mogelijk is. Ook daar kan heling echter nog heel veel in beweging zetten. Wat dacht je vb. van verzoening op het sterfbed, van uitspreken waar je meent te hebben gefaald in het leven, van het accepteren van een zegen over wie jij bent en wie je bent geweest. Vaak zetten mensen op het allerlaatst nog een bijzonder grote stap, een stap in zelfacceptatie. Zoals het is geweest, met alle butsen en builen, zo is het goed geweest. Ik kan in vrede sterven.

In een laatste alinea maak ik de kring rond. In het Westen hebben wij ‘geneeskunde’ al te zeer verengd tot alleen maar ‘medicijnen’. Als ik kijk naar de medicijnman van de Indianen en naar andere helers uit natuurvolkeren, dan zie ik dat ‘genezen’ uit zoveel meer bestaat dan ‘medicamenten’ alleen. Van de medicijnman wil ik leren dat ook de dromenvanger zijn plaats heeft in het hele plaatje …

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Kome wat komt …

Hij komt, hij komt,
die lieve goede Sint.
Mijn beste vrind, jouw beste vrind,
de vrind van ieder kind …

Weet je nog, toen je kind was, die weken en dagen net voor Sinterklaas. Bij mij begon de pret én het spanningsvol uitkijken al met de eerste reclameboekjes met Sinterklaasspeelgoed die lang van tevoren met de post mee thuis geleverd werden. Dagenlang konden mijn zussen, mijn broer en ik in die boekjes bladeren en dromen over wat we van de Sint allemaal graag hadden gekregen. Ik denk dat mijn lijstje bij momenten stond voor ettelijke duizenden franken.

En dan kwam die bewuste Sinterklaasavond … en was het uitkijken naar wat er uiteindelijk in je schoen terecht zou komen. Dat was lang niet alles wat op het verlanglijstje stond – ondertussen concreet gemaakt in een brief met uitgeknipte en opgeplakte prentjes uit de bewuste boekjes. Soms werd het zelfs iets helemaal anders dan waar ik van gedroomd had. En toch, altijd bleek dat wat ik kreeg iets was dat bij mij paste, iets waar ik blij mee was, iets waar ik iets aan had.

Weet je, zo is het met het leven ook …

Als ik terugkijk naar alle verlangens die ik ooit heb gehad, dan zie ik dat sommige daarvan gewoon werkelijkheid geworden zijn. Andere zijn dat juist niet, integendeel zelfs, er is niks van waar geworden. Nog andere verlangens kregen een heel andere invulling dan hoe ik het me voor ogen had gezien, maar achteraf moet ik toegeven dat de manier waarop die verlangens zich in mijn leven hebben gemanifesteerd, beter zijn uitgedraaid dan ik het zelf had kunnen verwezenlijken. Alsof het leven zelf het beter voor me wist dan ik dat deed …

Mag ik een vergelijking maken met die Sinterklaasboekjes van weleer om je te vertellen over de verlangens in het leven? Wel, het begint allemaal met durven dromen. Soms gaat dat vanzelf, soms heb je daar een beetje hulp bij nodig. Dat kan de reclame zijn die op je afkomt, dan kan een voorbeeld zijn van een belangrijk iemand in je leven, dat kan iets zijn wat je leest of leert op school of dat op welke manier dan ook op je pad komt. Hoe dan ook, op die manier kom je tot een ‘verlanglijstje voor jouw leven’.

En daar ga je dan voor. Sommige dingen worden je zomaar aangereikt. Voor andere doe je heel veel moeite, al dan niet met positief resultaat. Meer dan eens komt zelfs iets op je af dat je als ‘negatief’ ervaart: je vindt niet de job van je dromen, die partner van jouw blijkt niet de gedroomde prins op het witte paard, het kind waar je naar verlangde laat veel te lang op zich wachten, … Zo loutert het leven dat verlanglijstje van jou, tot uiteindelijk dat overblijft waarvan het leven zelf – of nee, het Léven, met grote L en met accent! – weet dat het jou zal geven waar je ten diepste naar verlangt.

Die loutering, die doet pijn! Het is niet leuk verlangens te moeten opgeven, het vraagt vaak worsteling los te laten wat blijkbaar niet voor jou is weggelegd. Als je echter dat schaafwerk laat gebeuren – en als je je wat meer laat leiden door wat het leven je aanreikt – dan kom je uiteindelijk tot die dingen die écht belangrijk zijn. Vaak zie je dan ook dat je eerste verlangens ofwel op een andere manier ingevuld zijn geraakt dan jij het voor je had gezien, ofwel helemaal niet hoefden waargemaakt om jou gelukkig te maken.

Eens je dat begint te zien, kun je de stap zetten van ‘Hij komt, hij komt’ naar ‘Kome wat komt …’ Het gaat erom te leren vertrouwen dat al wat jij op je levenspad voor de voeten krijgt, uiteindelijk goed voor je zal blijken te zijn. Het gaat er ook om te durven loslaten, niet langer grijpend in het leven te staan als wel ontvangend.

Een laatste mijmering hieromtrent …

Ik zie oude mensen die tevreden zijn. Het zijn die oude mensen bij wie je graag op bezoek gaat. Ze hebben niet alles gekregen wat ze wilden, ze hebben wel geleerd voluit te leven met wat ze kregen. Ik zie ook oude mensen die verbitterd zijn. Ze zijn blijven hangen aan wat ze hadden gewild, ze hebben niet geleerd te zien wat ze uiteindelijk wél hebben gekregen. Ze blijven vechten en wachten en hunkeren, ze zijn niet tot rust – tot berusting – gekomen. Als ik één verlangen voor mezelf voor mijn verdere toekomst mag verwoorden, dan is het dit: dat ik die weg mag gaan die mij toelaat om zo’n tevreden oude mens te worden.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Een nieuwe kijk op gezondheid

Onder deze titel wil ik vanaf januari 2020 vorming aan groepen aanbieden. Maar goed, misschien wil jij eerst wel eens weten wat ik bedoel met ‘Een nieuwe kijk op gezondheid’.

Wel … vandaag neem ik je mee op een trip doorheen een veranderend landschap van ziekte en gezondheid. De tijden veranderen, de ziektes veranderen, … en dus moeten ook de remedies mee veranderen, willen we gezondheid behouden of creëren.

Welvaart creëert nieuwe ziektes

Sinds het einde van de tweede wereldoorlog is de welvaart in de westerse landen fors de hoogte ingeschoten. En het dagelijks leven is in diezelfde mate veranderd. Wij kennen geen honger meer, we hebben comfortabele huizen, er bestaat een goed uitgebouwde ziektezorg … en ziektes die vroeger dodelijk waren, zijn ofwel uitgeroeid, ofwel heel sterk onder controle.

De beschikbaarheid van voldoende voedsel én een verbeterde hygiëne hebben gezorgd voor het stilletjes aan verdwijnen van heel wat infectieziektes. Moeders sterven minder in het kraambed omdat dokters hun handen wassen, goede voeding zorgt voor minder kindersterfte, en dus leven we globaal gezien langer.

De laatste 50 jaar zien we echter nieuwe ziektes ontstaan, ziektes die ik ‘leefstijlziektes’ zou willen noemen: obesitas (en dat zelfs al bij peuters!), diabetes type 2, hart- en vaatziekten, kanker, dementie in al zijn vormen, enz. Medicijnen lossen bij deze ziektes de problemen niet op. Ze onderdrukken alleen levenslang de symptomen … tot het lichaam echt niet meer kan, en het dan maar opgeeft, vaak na een lange lijdensweg.

Deze nieuwe ziektes dagen ons uit om een nieuwe kijk op gezondheid te ontwikkelen. Het wordt des te belangrijker om ons te gaan focussen op de oorzaken van deze ziektes. Als we kunnen achterhalen hoe deze ziektes ontstaan, dan kunnen we er pas écht iets aan gaan doen. En meer en meer artsen kijken inderdaad die kant uit. Allemaal komen ze op het spoor van de ‘leefstijlgeneeskunde’. Dan het gaat in wezen om ‘tevelen’ en ‘tekorten’: een te veel aan toxische stoffen en een tekort aan voedende stoffen, een te veel aan stress en een tekort aan echte ontspanning, een te veel aan zitten en een tekort aan beweging, …

Een nieuwe kijk op gezondheid … zal dus op je leefstijl moeten gaan focussen: Hoe kun je je lichaam (en dat van je naasten) geven wat het écht nodig heeft? En hoe kun je ‘detoxen’ van al die overload van ons moderne leven?

Niet alleen het lichaam, maar ook de geest

Tegelijk gaan we een stap verder, want in klassieke geneeskunde wordt nog altijd vooral het lichaam benaderd als ‘ziek en moet weer gezond worden’. Dat er ook een psyche bestaat, ja, dat hebben we al door … maar daarvoor moet je wel bij een heel bijzonder soort dokter langs: de psychiater! Dat lichaam en geest één zijn, dat heeft onze huidige klassieke medische wereld nog niet door.

Dat die ‘tekorten’ of ‘tevelen’ ook kunnen zorgen voor depressie en angststoornissen, voor ADHD of autisme, voor diep ongelukkig zijn en zelfs voor zelfmoordneigingen, … dat is nog geen gemeengoed.

Daarom moeten we ons bij de ‘nieuwe kijk op gezondheid’ niet alleen op het lichaam focussen, maar ook op de emoties, de gedachten en zelfs op het meest wezenlijke, nl. de zin van het leven.

Meer over deze vorming

Wil jij meer weten over deze vorming? Klik dan op deze link, en je komt op de juiste pagina op mijn website terecht. Daar lees je meer én je vindt er ook de praktische informatie om deze vorming voor jouw groep aan te vragen.

Ben jij een individu en je wilt er graag meer over weten, stuur dan een mailtje naar hilde@gezondheid-wijzer.com. Ik hou je op de hoogte van de data waarop ik zelf deze vorming aanbied.

Op zoek naar psychisch welbevinden

Psychisch lijden, een complex gegeven

Wie zelf last heeft van psychisch lijden of wie wel vaker in contact komt met mensen die daar last van hebben, weten het wel. Psychisch lijden is een complex gegeven. De juiste remedie lijkt niet zomaar voor het grijpen te liggen. Een pilletje of een strategie die vandaag werkt, doet het morgen misschien niet meer.

In de natuurlijke gezondheidszorg is de werkwijze voor elke ziekte dezelfde: zoek de oorzaak van de kwaal en pak die aan en probeer tegelijk het zelfgenezend vermogen van de cliënt een boost te geven.

Het zelfgenezend vermogen van de cliënt een boost geven, dat kunnen we natuurlijk altijd doen. Maar het werkt vanzelfsprekend veel krachtiger als je hem kunt ondersteunen op net die plekken waar hij zwakker staat. En daar komt de zoektocht naar de oorzaak van ook de psychische klachten om het hoekje kijken.

Ik mag antidepressiva slikken zoveel als ik wil, als de klachten hun oorzaak vinden in voedingstekorten waardoor hersenen en zenuwen hun taak niet kunnen vervullen, dan helpt dat niet. Ik mag proberen wat ik wil, als wat dagelijks van mij gevraagd wordt mijn draagkracht overschrijdt, dan word ik ziek. Ik mag zo gezond leven als ik kan, als ik mijn diepste wezen negeer, dan blijft mijn psyche lijden.

Je begrijpt dat vanuit deze optiek psychisch lijden wat meer vraagt dan gewoon maar een pilletje. Je hebt iemand nodig die met je mee kan zoeken naar de oorzaken van je klachten. Want alleen als je de juiste oorzaken aanpakt, kan ook echte genezing volgen.

Het lichaam kan mankeren …

… en psychisch lijden kan een oorzaak vinden in dat niet optimaal functioneren van het lichaam. Wie voortdurend een tekort aan slaap heeft, raakt oververmoeid en kan depressief worden. Wie ongezond eet, belast niet alleen zijn lichaam maar – via hersenen en zenuwen – ook zijn psyche. En het is algemeen geweten dat beweging zoals wandelen of fietsen niet alleen het lichaam een betere conditie geeft, maar ook de mindset verbetert.

Een paar mogelijke oorzaken van dat lichamelijk mankeren wil ik nog even in de verf zetten:

  • We eten al tijdenlang vetarm en we mijden cholesterol als de pest. We zijn er niet magerder op geworden en ook het aantal hart- en vaatziekten is niet gedaald. We zijn er eigenlijk alleen maar zieker op geworden, ook wat betreft de psyche. Dementie, Alzheimer, multiple sclerose, … maar ook depressie, angststoornissen en andere vormen van psychisch lijden zijn toegenomen. Als je weet dat hersenen en zenuwen voor het grootste deel uit (gezonde) vetten bestaan en dat ze cholesterol nodig hebben om te kunnen functioneren, dan begrijp je ook dat vetarme voeding deze ziekten in de hand werkt. Om te overleven en gezond te blijven, hebben we absoluut gezonde vetten nodig!
  • Onze huidige westerse voeding met haar overvloed aan suiker en andere geraffineerde producten, de stress waarin wij dagelijks leven, de toxische stoffen waarmee we veelvuldig in contact komen, … zorgen voor een quasi voortdurende laaggradige ontsteking in onze weefsels. Die voortdurende lichte ontsteking van hersen- en zenuwweefsel kan absoluut mee oorzaak zijn van psychische klachten. Aanpassing van voeding en leefwijze kan dan ook sterke verbetering van psychisch lijden met zich meebrengen.
  • In hetzelfde rijtje verder kan ik noemen alle dingen waar jij allergisch of intolerant voor bent. Dat zijn immers dingen waar jouw immuunsysteem (terecht of onterecht) op reageert. Als jij intolerant bent voor, zeg maar: appel, dan aanziet jouw immuunsysteem bepaalde stoffen uit de appel als ‘gevaarlijk én dus nodig om te bestrijden’. Het hele apparaat van aanvallers en opruimers wordt in actie gezet … in ergens in dat proces wordt lichte ontsteking opgewekt. En die voortdurende lichte ontsteking, zo schreef ik al, kan psychische klachten veroorzaken.

Ondersteuning op emotioneel-mentaal vlak

Klachten van psychisch lijden kunnen ook simpelweg hun oorzaak vinden op het emotioneel-mentale niveau. Als ik denk dat de wereld rondom gevaarlijk is, dan wordt mijn basisemotie vanzelf angst. Als ik ervan uitga dat ik niet voldoe, zal ik me altijd zwak en aarzelend voelen, en ik zal me wellicht vastklampen aan die ander bij wie ik bevestiging zoek.

Voor al deze emotionele en mentale triggers van psychisch lijden kennen wij, consulenten natuurlijke gezondheidszorg, naast gesprek en een luisterend oor ook de Bachbloesems. Dr. Edward Bach ontdekte 38 bloesemremedies die elk bij een welbepaalde gemoedstoestand gebruikt kunnen worden. Het voordeel van de Bachbloesems is dat ze mogen ingenomen worden samen met medicijnen.

Daarnaast zijn er ook kruiden die ingezet kunnen worden. En eigenlijk zijn er twee grote categorieën van kruiden:

  • Je hebt kruiden die de psychische klachten zelf aanpakken. Kruiden dus, die ervoor zorgen dat je minder zenuwachtig bent of dat je beter slaapt of dat depressieve gevoelens minder worden.
  • Daarnaast zijn er ook kruiden die je draagkracht vergroten. We noemen ze ‘adaptogene kruiden’, waarmee we bedoelen dat ze je meer weerbaar maken tegen alles wat op je afkomt.

Ik noem deze kruiden hier niet bij naam, want je experimenteert er beter niet zomaar op eigen houtje mee. Kruiden kunnen bijvoorbeeld de medicatie die je neemt minder werkzaam maken of juist meer. Ze kunnen ook onderling wel of juist niet goed samengaan. Wil je met kruiden aan de slag om je psychische klachten te verzachten, zorg er dan voor dat je je laat begeleiden door iemand die weet wat hij doet.

And last but not least, je levensdoel onder de loep

Ik ben er heilig van overtuigd dat ieder van ons hier op aarde is met een doel. Een levensdoel, een roeping. Diep binnenin leeft een roep, een trekkracht naar wat jij in dit leven dient te verwezenlijken. Of dat levensdoel nu groot of klein is, doet er niet toe. Weet wel dat het past bij jou, en als je dingen doet die in de juiste richting gaan, dan voel jij je gelukkig. Dan leef je op, dan word je enthousiast!

Als je nu, om wat voor reden ook – angst, vlug rijk willen worden, eisen die anderen aan je stellen, … – te ver van je diepste wezen afwijkt, dan word je ongelukkig, dépri, ziek.

Vandaar mijn oproep, aan mezelf, aan jou, aan elke mens op deze wereldbol: ‘Zoek je eigen geluk- dat wat jou drijft in dit leven-, iedereen wordt daar beter van!’

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Over Natuurlijke Gezondheidszorg

In de Natuurlijke Gezondheidszorg kijken we op een iets andere manier naar de gezondheid van mensen dan klassiek geschoolde artsen dat doen. Bij een arts kom je terecht omdat je klachten hebt: pijn, ongemak, koorts, … Een arts probeert aan de hand van de symptomen te achterhalen welke ziekte jij hebt. Hij stelt een diagnose en behandelt die ziekte vervolgens met de nodige medicijnen.

Zo gaat het in de Natuurlijke Gezondheid niet. In de Natuurlijke Gezondheidszorg gaan we ervan uit dat de symptomen niet alleen boodschappers zijn van het feit dat er in je lichaam iets misgaat, maar dat ze tegelijk ook al genezing brengen. Daarom kunnen we de symptomen van je ziekte beter niet onderdrukken, maar veeleer ondersteunen. Diarree moet niet gestopt, want diarree zorgt ervoor dat toxische stoffen je lichaam verlaten. Maar drink wel voldoende als je diarree hebt, zodat je niet uitdroogt. Koorts moet niet onderdrukt, want koorts verbrandt ziekmakers in je lichaam. Maar je moet de koorts wel op een goede manier hanteren: zorgen dat de temperatuur niet te hoog wordt door vb. de voeten af te koelen, vasten zodat alle energie kan gaan naar genezing en niet opgeëist wordt voor de spijsvertering, …

Vanuit de Natuurlijke Gezondheidszorg bekeken, moeten we eigenlijk maar twee dingen doen:

  • Het lichaam ondersteunen in zijn natuurlijke kracht om gezond te worden en / of gezond te blijven
  • ziekmakende factoren opsporen en elimineren
En juist daarover gaat het in deze blog.

Op zoek naar ziekmakende factoren

Erfelijkheid

Je gezondheid heb je voor een deel meegekregen van thuis uit. Je kunt er niks aan doen want ’t zit in je genen ingebakken, denk je dan. En ten dele is dit waar. Sommige mensen hebben een oersterke gezondheid meegekregen. Zij mogen zich heel wat permitteren, en worden toch niet ziek. Andere mensen hebben van beide ouders nu net die zwakste genen meegekregen en bij de minste overdaad ervaren zij de last daarvan.

En toch hoeft dat niet te betekenen dat mensen met zwakke genen zeker ziek zullen worden en dat mensen met sterke genen absoluut gezond zullen blijven. Een voorbeeld: Iemand met zwakke longen die niet rookt en in een gezonde omgeving leeft zal misschien minder last ondervinden dan iemand met veel sterkere longen die wel rookt en in de buurt van een industriegebied met drukke verkeerswegen woont.

Wetenschappelijk heeft men het dan over ‘epigenetica’. Blijkbaar kunnen onze genen, zowel ziekmakende als gezondmakende, af of aan gezet worden. En dat gebeurt door de manier waarop we leven, onze voeding, de stress die we ondervinden, of we voldoende slaap krijgen, of we al dan niet voldoende bewegen, enz.

Laten we dus niet aan doemdenken gaan doen. Als we onze zwakke plekken (leren) kennen, kunnen we er des te beter zorg voor dragen. Veel meer dan we vroeger dachten, kunnen we onze verantwoordelijkheid opnemen voor onze gezondheid en die van onze naasten.

Milieu

Nog zo eentje waar we als individuele burgers zo weinig aan kunnen doen. We hebben helaas niet zo heel veel te zeggen over hoe er met onze aarde, met het water en met de lucht wordt omgesprongen. Politici en industriëlen hebben wat dat betreft een veel grotere macht dan wij, doodgewone burgers.

En toch staan we niet machteloos. Met het geld dat we uitgeven, kunnen we dagelijks een stem uitbrengen voor of tegen een beter milieu. Wie probeert plastic verpakkingen te vermijden, brengt een stem uit. Wie kiest voor biologische voeding, brengt een stem uit. Wie gaat voor ecologische of fairtrade goederen, brengt een stem uit. Want als er één ding is waar industriëlen – en de politici in hun kielzog – gevoelig voor zijn, dan is het dit: ‘Waar geeft de gewone burger geld aan uit? Wat verkoopt goed en wat verkoopt niet?’ Op die manier hebben wij, gewone consumenten, meer macht over het milieu dan we denken.

Levenswijze

Eten we gezond of ongezond? Roken we, of juist niet? Bewegen we voldoende? Hoe zit het met onze slaap? Is er een goed evenwicht tussen werk en ontspanning?

Je merkt het al, op het domein van de levenswijze kunnen we onze gezondheid voor een groot deel mee bepalen. Het vraagt wilskracht en motivatie, maar slechte gewoonten kunnen omgevormd worden tot goede gewoonten. Veel dingen kun je zelf ten goede veranderen, al dan niet aan de hand van wat je van mij te horen kreeg en nog zult krijgen.

Soms echter is het allemaal niet zo duidelijk. Waar komen jouw klachten vandaan? Hoe kun je ervoor zorgen dat je weer op het goede spoor komt? Juist hier kan ik als Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg veel voor je betekenen. Ik heb weet van ziekmakende factoren in het leven van mensen. Ik heb ook weet van wat de gezondheid kan bevorderen. Jawel, er kan absoluut heel wat gebeuren vooraleer je pillen moet gaan slikken.

Psychische factoren

Negatieve gevoelens zoals ontevredenheid, ergernis, haat, verdriet, angst, … kosten veel energie. Ze verminderen daardoor je levenskracht, ze verzwakken je immuniteit. Je kunt dus inderdaad ziek worden van verdriet of van angst. En voortdurend lopen kankeren op van alles en nog wat, kan je kanker opleveren.

Eigenlijk moet ik wat ik hierboven schreef toch wat nuanceren. Niet verdriet maakt je ziek, wel het je blijven wentelen in verdriet. Verdriet hoort immers bij het leven en wil je wat vertellen. Niet angst maakt je ziek, angst kan je leven redden. Maar het cultiveren van angst kan je zodanig verlammen dat je erin blijft steken. En zo gaat het met alle emoties, zowel negatief als positief: ze willen je vertellen dat je op goeie weg bent … of juist niet. Trek je daaruit de nodige conclusies en zet je de juiste stappen, dan bevordert dat je gezondheid. Doe je dat niet, dan word je daar op de duur ziek van.

Emoties komen voort uit de manier waarop we over de dingen denken. Als ik denk dat de wereld gevaarlijk is en dat de mensen rondom niet te vertrouwen zijn, dan zullen gevoelens van angst en wantrouwen mij overvallen. Als ik daarentegen denk dat de wereld een mooie plek is om te leven en dat mijn medemensen in wezen goed zijn, dan zal ik me beslist ook anders voelen. Vaak gaat het alleen maar om een andere manier van kijken naar diezelfde dingen: Is de pint half leeg of half vol?

Je levensdoel als bron van gezondheid

Ik ga ervan uit dat iedere mens, ook jij en ik, op aarde gewild zijn. We werden in unieke levensomstandigheden geboren en ieder van ons heeft een uniek levensdoel. Dit lijkt ‘hoogstaand en spiritueel’, en dat is het ook … en toch is het veel aardser en gewoner dan je op het eerste zicht zou denken. Ik leg even uit:

Ieder van ons heeft een uniek levensdoel, een roeping.

Nu valt die roeping helemaal niet zo moeilijk te ontdekken. Als je terugdenkt aan je jeugd, dan zijn er beslist dingen die jij goed kon, waar jij een goed gevoel bij had, waar je enthousiast voor werd, waar jij je toe aangetrokken voelde. Als je dicht bij jezelf leeft, is dat op latere leeftijd nog zo. Wil je jouw unieke levensdoel ontdekken, ga dan na waar jij enthousiast over bent en doe daar iets mee. Je eigen enthousiasme, je talenten, dat waar jij je toe aangetrokken voelt en graag doet, de mensen met wie jij verbinding voelt, je diepste verlangen, … ze spreken allemaal van jouw roeping. Als je daarop ingaat, dan word je gelukkig … én dan blijf je gezond.

Ga daar tegenin, en je zult tegenkantingen krijgen. Tegenkantingen vertellen je dat jij je unieke levensweg verlaten hebt. Je evolueert niet in de goeie richting, en daarom krijg je spiegels voor je neus. Als iemand de baas over je speelt en jij ergert je daaraan, dan is dat een uitnodiging om meer in je eigen kracht te gaan staan en je eigen weg te gaan. Als je slagen krijgt, dan is dat een uitnodiging om niet langer over je heen te laten lopen. Een burn-out spreekt van een doodlopend stukje levensweg, en vraagt om stilvallen, bezinning en nieuwe wegen durven gaan.

Blijf je verder doorgaan op een weg die voor jou niet levengevend is, dan word je uiteindelijk ziek. Je eigen lichaam houdt je dan tegen, je moet dan wel halt houden, stilvallen en bezinnen. Een ziekte is, op deze manier bekeken, dus eigenlijk alleen maar een signaal dat je, minstens op een bepaald domein in je leven, niet op het juiste spoor zit. Tegelijk is het een uitnodiging om te zien wat gaande is en om van daaruit een nieuwe richting in te slaan. Wie op deze manier naar een ziekte leert kijken, vindt vanzelf wegen naar gezondheid en geluk.

Het werk van een Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg

Wat ik als Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg dus voor mensen kan doen?

Wel, in eerste instantie luister ik naar je. Ik luister naar jouw verhaal van gekwetstheid en gebrokenheid, en ik probeer daarin te ontdekken:

  • waar de ziekmakers zitten: Is het je voeding? Of veeleer je manier van in het leven staan? Hou jij wel van je werk? En hoe zit het met de relatie met je partner en je kinderen?
  • waar ik de levensvonk, ja, jouw enthousiasme zie: Waar zie ik bij jou dat je gaat leven? Ga je glunderen als je vertelt over waar je naar verlangt? Waar in jouw levensverhaal straalt licht?

Van daaruit kan ik met je op zoek naar welke stappen jij kunt zetten in de richting van een betere gezondheid. En dat zijn tegelijk ook stappen in de richting van meer geluk en meer levensvreugde. En weet je … juist in het op deze manier met gezondheid omgaan, ligt mijn passie, mijn roeping, mijn levensdoel!

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Een andere kijk op ziekte

Of het nu een verkoudheid is of griep, een depressie of dementie, diabetes of kanker, ziekte mag op onze dagen nauwelijks nog bestaan. Via vaccinatie proberen we ziekte te voorkomen, en als ziekte toch doorbreekt, worden de symptomen ervan zo vlug mogelijk en liefst met grove middelen onderdrukt. Jammer genoeg maakt ons dat als individuele mens steeds zwakker, en als maatschappij steeds zieker. Nu al swingen de ziekteverzekeringskosten de pan uit, en voor we twee generaties verder zijn, wordt de gezondheidszorg die we nu kennen onbetaalbaar. Een andere kijk op ziekte dringt zich als vanzelf op …

Symptomen onderdrukken resulteert niet in gezondheid

Ons hele model van gezondheidzorg is in wezen gebaseerd op het onderdrukken van lastige of pijnlijke symptomen. Ik hoest, dus ik krijg een hoestonderdrukkend middel. Ik heb koorts, dus ik neem een koorstwerend middel. Ik heb last van ontstekingen, waar dan ook in mijn lichaam, en men schrijft me ontstekingsremmers voor. Diabetes, een te hoge bloeddruk of cholesterol, depressie of andere mentaal-emotionele klachten, overal bestaat wel een pilletje, een drankje of een injectie voor.

Heel vaak pakken we hierbij niet de oorzaak van de ziekte aan. We gaan enkel aan de slag met hoe de ziekte zich uit. Ik maak even een vergelijking met een of ander mankement in een auto. Stel dat bij het rijden een waarschuwingslampje gaat branden. Jij gaat naar de garagist … en die knipt enkel het draadje door dat het lampje verbindt met het probleem in de wagen. Geen zinnig mens en al zeker geen garagist gelooft toch dat het probleem hiermee opgelost is?

Met onze gezondheid doen we dat wel, altijd weer opnieuw. We onderdrukken pijn, koorts, ontsteking, diarree, een hoge bloeddruk, cholesterol, suiker in ons bloed, … en we gaan ervan uit dat daarmee het probleem opgelost is. Dat het niet zo is, valt heel eenvoudig te bewijzen. Als we de medicijnen, die we vaak voor de rest van ons leven moeten slikken, achterwege durven laten, komen de klachten terug, vaak nog heviger dan voorheen. Levenslang medicijnen slikken is dus in wezen levenslang ziek zijn.

Het lichaam geneest zichzelf

Als we nu eens anders naar ziekte zouden kijken …

Als we nu eens een symptoom zouden zien als een manier van ons lichaam om ons duidelijk te maken dat we verziekend bezig zijn. Elk symptoom vraagt om verandering. We worden uitgedaagd om anders en dus gezonder te gaan eten, we worden geveld zodat we wel moeten rusten, we worden uitgenodigd om ons de dingen niet al te veel aan trekken, of misschien wijst ziekte ons wel de weg om meer de dingen te gaan doen die echt bij ons passen.

Als we op die manier naar ziekte kijken, is ziekte niet langer een last, maar veeleer een uitnodiging. En van zodra wij op die uitnodiging ingaan, zijn we niet langer ziek, maar ‘in genezing’. Dat is waar op elk niveau van ons bestaan: fysiek, emotioneel, mentaal en spiritueel.

Op fysiek vlak geeft elke ziekte ons immuunsysteem een boost. Telkens wij door bacteriën of virussen belaagd worden, gaat ons lichaam zelf in het verweer. Ons zelfgenezend vermogen draait op volle toeren. En telkens het een overwinning behaalt, worden wij een stukje meer weerbaar.

Ook op emotioneel vlak is dat zo. We groeien veel meer van door ons verdriet heen te gaan en manieren te vinden om ermee om te gaan, dan door negatieve gevoelens te onderdrukken met psychofarmaca. Een huilbui, een goed gesprek, een arm om je heen, helpen je door je verdriet heen, medicatie doet dat niet. Ook andere emoties uiten we beter dan we ze onderdrukken. Enkel onderdrukte emoties kunnen ons ook fysiek ziek maken.

Ziektes zoals stress en burnout zijn vaak een uitnodiging om vastzittende denkpatronen los te wrikken en andere wegen te gaan. Vaak denken wij dat ons huis er piekfijn uit moet zien, dat we altijd lief moeten zijn, dat we alles van onszelf moeten geven in een job die misschien niet echt bij ons past, dat we moeten voldoen aan de eisen van de maatschappij of van de mensen rondom. Ziekte kan deze denkpatronen op z’n kop zetten, en ook dat brengt ons in een gezondheid bevorderende beweging.

En tot slot heeft ziekte ons ook altijd iets te vertellen over hoe wij in het leven staan. Doen we wel de dingen die echt bij ons passen? Houden we wel van onszelf, onvoorwaardelijk? Accepteren we ook van harte wat we ‘onze kleine kantjes’ noemen? Als ziekte ons hier op juistere wegen brengt, spreken we van spirituele groei en van heling.

Dit alles kan echter alleen maar gebeuren als we ziekte niet langer zien als een te onderdrukken last, maar als kans tot genezing, tot groei, tot heling. En dat kunnen we het beste in gang zetten door onszelf niet langer als ‘ziek’ te beschouwen, maar als ‘in genezing zijnde’.

Is er dan geen plaats meer voor klassieke geneeskunde?

Toch wel!

Onze klassieke Westerse geneeskunde mag dan al niet goed zijn in het omgaan met chronische welvaartsziektes, op het vlak van acuut levensreddend optreden is ze beslist de allerbeste. Een paar voorbeelden, en dan begrijp je het direct:

  • Bij een zwaar ongeval laat ik mij het liefst zo vlug en accuraat mogelijk helpen door een Westers medisch team. Het geeft mij de beste kans op overleven, en wellicht ook op een goede revalidatie.
  • Als ik een hartaanval doe, is het geen goed idee om alleen maar mijn zelfgenezend vermogen aan het werk te zetten. Medicatie en misschien zelfs operatie zijn dan acuut nodig. Maar als ik na herstel mijn manier van leven niet aanpas, loop ik over niet al te lange tijd het risico op een nieuw hartinfarct.
  • Wil een arm- of beenbreuk goed genezen, dan moet ze goed gezet worden. Westerse medische apparatuur kunnen daarbij goede hulpmiddelen zijn.
  • In tijden van fel verdriet kan een slaapmiddel tijdelijk op z’n plaats zijn. Het voorkomt dat je overkop gaat aan oververmoeidheid en uitputting. Het is echter geen goed idee het verdriet met psychofarmaca te onderdrukken. Verdriet hoort bij het leven en mag zijn plaats krijgen.

En zo zou ik nog wel een paar voorbeelden kunnen geven. Als algemene regel kan ik stellen dat in acuut ernstige situaties de reguliere geneeskunde met zijn medicijnen en zijn medische apparatuur beslist goed werk levert. Een medicijn zou echter altijd ‘tijdelijk’ moeten zijn, en nooit ‘voor de rest van je leven’. Als dat laatste het geval is, ben je immers alleen maar bezig het waarschuwingslampje uit te schakelen …

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

%d bloggers liken dit: