Een ‘scharniervakantie’…

Vakantie als een scharnier tussen winter en lente

In mijn vorige blog schreef ik al dat ik een weekje verlof zou nemen. Is dus gebeurd … en het werd echt een ‘scharniervakantie’. Die ene week was een scharnier tussen winter en lente. Net voor ik op vakantie vertrok, kregen we een paar echt zonnige dagen. En dan zie je zo de natuur openbloeien: bloesems aan de bomen, voorjaarsbloeiers in de tuin, fris en pril groen dat uitloopt. En dan denk je: ‘Oef, eindelijk … lente!’

En toen deed het kwik een heuse terugval. In die eerste week van de paasvakantie kregen we in de Ardennen overdag temperaturen tussen 8° en 11°. ’s Nachts daalde het kwik tot onder het vriespunt. Een gure wind deed alles nog kouder aanvoelen. En twee keer werden we ’s ochtends wakker met sneeuw. Vreemd was het contrast tussen die bloeiende bomen en dat frisse groen enerzijds en dat sneeuwtapijt anderzijds.

Vakantie als een scharnier in mijn eigen leven

Deze vakantie was voor mij ook een scharnier in mijn leven. Vóór deze vakantie werkte ik als opvoedster binnen Blindenzorg Licht en Liefde. Na deze vakantie ga ik in Blindenzorg Licht en Liefde op een andere manier aan het werk. Ik mag er meewerken aan de creatie van een zorgassistentiewijk, een wijk dus waar allerlei mensen zullen wonen die op de een of andere manier extra zorg nodig hebben: blinden en slechtzienden, mensen met een mentale handicap, senioren, allochtonen, mensen die het financieel wat moeilijker hebben, …

Samen met een collega mag ik deze wijk, deze buurt uitbouwen volgens de principes van de Blue Zones. En die Blue Zones, dat zijn vijf gebieden in de wereld waar mensen uitzonderlijk lang, uitzonderlijk gezond en uitzonderlijk gelukkig leven. Dan Buettner, onderzoeker van National Geographic, bracht de principes in kaart die een rol spelen in het lange, gezonde en gelukkige leven van deze mensen.

Negen principes zijn blijkbaar van tel als je lang en gezond en gelukkig wil leven:

  1. Zorg ervoor dag je regelmatig beweegt. En dat doe je het best door beweging onvermijdelijk te maken. Zorg ervoor dat je af en toe je zetel uit moet, dat het haalbaar en aangenaam is bijvoorbeeld om te voet naar de bakker of naar de kapper te gaan.
  2. Maak dat je een doel hebt in het leven, iets waar jij enthousiast van wordt, en ga daar dan ook voor.
  3. Zorg ook voor ‘ontstressen’: werk wat minder, doe het wat trager allemaal, neem op tijd en stond vakantie, doe aan meditatie of mindfulness.
  4. Eet niet tot je helemaal verzadigd bent. Hou liever op als je maar voor 80% voldaan bent. Dat is gezonder voor je, en het maakt dat je langer leeft. Wij mensen zijn eerder gemaakt voor ‘tekort’ dan voor ‘teveel’ als het op eten aankomt.
  5. Groenten, groenten, groenten, … en ook wat fruit, natuurlijk. Verder ook noten en peulvruchten. Doe het met wat minder vlees, en zeker met minder kant-en-klare voeding.
  6. Eén glas rode wijn per dag brengt gezondheid met zich mee. Rode wijn bevat heel wat antioxidanten, en die zijn goed voor de gezondheid. Meer dan één glas belast van dan weer de lever te veel, want die moet alle alcohol afbreken.
  7. Zorg voor een netwerk van mensen die ook voor een gezonde levensstijl gaan. Samen sta je sterker, en dat laat zich voelen: in levensduur, in gezondheid én in gelukkig zijn.
  8. Blijkt ook dat ‘je bekennen tot een religie’ en ook regelmatig deelnemen aan de samenkomsten met je geloofsgenoten mee zorgt voor een langer, gezonder en gelukkiger leven. Wellicht heeft dat te maken met de verbinding, niet alleen met mensen maar ook met ‘God’. Er ontstaat zoiets als ‘vertrouwen’ in het leven, en dat geeft grond onder de voeten.
  9. Ook familie blijkt belangrijk, als het gaat om je gezondheid. In de vijf Blue Zones is het evident dat families samen leven. Ouderen blijven wonen in de kring van de familie, en vaak nemen zij mee de zorg voor de kleinsten op zich. Zij delen ervaring en wijsheid met jongere generaties, en juist dat maakt mee de zin uit van hun leven. Zij leven langer omdat het leven nog waarde voor ze heeft.

Een hele boterham, is het niet?!? En daar mag ik aan meewerken, aan het creëren van een plek waar mensen op deze manier met elkaar samenleven. Ik popel om aan de slag te gaan!

Vakantie gewoon als vakantie, met zijn eigen bijzonderheden

Vakantie is natuurlijk nooit alleen maar een scharnier, een overgang tussen dit en dat. Alleen, soms zie je dat niet omdat je alleen maar bezig bent met het verleden en met de toekomst. Om te zien wat deze vakantie, dit moment, … in zich draagt, moet je ‘nu’ aanwezig zijn.

En ja, ook dat aspect was er in deze vakantie. Samen met mijn medevakantiegangers gingen we bevers spotten. Eerst zagen we heel wat sporen van de aanwezigheid van die bevers. Bevers leven in het water en daar maken ze dammen. Bevers hebben het immers nodig een hol te maken in de berm van de oevers van een waterloop. De ingang van hun hol ligt het liefst onder water, en die dammen zorgen er dan voor dat het water op de plek van hun woonst niet te laag komt te staan. Bevers knagen hele bomen om. Spectaculair om zien is dat! Ze eten de schors van die bomen en de takken gebruiken ze om hun dammen mee te bouwen.

Bevers spotten, dat moet je doen in schemertijd. Wij vonden een plekje, en we stonden anderhalf uur te kijken. We zagen bevers zwemmen onder water, we zagen ze zwemmen boven water en we zagen ze zelfs klimmen uit het water om zich te voeden met wat groen.

Nieuwsgierig geworden?!? Kijk dan maar even mee …

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

Ik wens je een goede gezondheid

Bij elke jaarovergang wensen mensen elkaar ‘het beste’ toe.

Enne, een goede gezondheid staat vaak voorin in dat lijstje van ‘het beste’, is het niet? Want met een goede gezondheid kun je je leven in handen nemen. Je kunt de dingen doen die je graag wilt doen. Je kunt het beste van jezelf geven in een relatie, in een job, in een vriendschap, in een hobby. Met een goede gezondheid kun je verwerven wat je nodig hebt om van te leven, en zelfs meer dan dat. Met een goede gezondheid kun je delen van de overvloed die jou ten deel valt.

Een goede gezondheid is een kostbare schat. Niet voor niets wordt onderstaande spreuk wel eens geciteerd:

Een gezonde mens heeft wel duizend dromen.
Een zieke mens maar één: weer gezond worden!

Wel, zon goede gezondheid wens ook ik je toe. En als Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg draag ik graag mijn steentje bij opdat jij die goede gezondheid zou kunnen behouden of opnieuw verwerven.

Gezondheid, niet alleen een kwestie van het fysieke lichaam

Als we denken aan ziekte of gezondheid, dan denken velen wellicht in de eerste plaats aan het fysieke lichaam. Het fysieke lichaam speelt inderdaad een niet onbelangrijke rol in onze gezondheid. Je hoeft maar pijn te hebben aan één enkele tand of alleen maar aan je linker kleine teentje, en je beseft hoe zelfs al het kleinste mankement je hele gevoel van welzijn overhoop haalt. Het is dan alsof jij alleen nog bestaat uit die ene tand of uit dat ene kleine teentje. Zo sterk vraagt dat fysieke mankement heel jouw aandacht.

En toch is ons lichaam meer dan alleen maar het fysieke deel ervan. Je zou een onderverdeling kunnen maken van een aantal lagen binnen de mens, een aantal niveau’s:

  • Het fysieke niveau
  • Het emotionele niveau
  • Het mentale niveau
  • Het spirituele niveau

Deze vier niveaus kunnen niet van elkaar gescheiden worden, samen vormen de de éne mens die jij bent. Dat betekent ook dat de verschillende niveaus elk een eigen invloed hebben op jou en op je gezondheid.

Het fysieke niveau

Ons fysieke lichaam is opgebouwd uit een aantal orgaanstelsels. Elk van die orgaanstelsels heeft zijn eigen functie: de huid, de slijmvliezen, de spieren, botten en pezen, het urinaire stelsel, het ademhalingsstelsel, het spijsverteringsstelsel, het endocriene systeem met al zijn hormonen, het hart en de bloedvaten, de hersenen en het zenuwstelsel. Aan elk van deze stelsels kan wat mankeren, en dat heeft zijn invloed op het hele lichaam. Wel is het zo dat er een zekere hiërarchie bestaat. Een beschadiging van de huid of van de slijmvliezen is veel minder ernstig dan een beschadiging van het hart of van de hersenen.

Het emotionele niveau

Op het emotionele niveau maken we makkelijk onderscheid tussen positieve emoties zoals liefde, rust, blijheid, zelfvertrouwen, … en negatieve emoties zoals haat, onverschilligheid, prikkelbaarheid, angst, zwaarmoedigheid, … Positieve emoties maken een mens gelukkig. Ze geven het gevoel verbonden te zijn, één met de rest van de schepping. Negatieve emoties maken een mens ongelukkig. Ze geven het gevoel geïsoleerd te zijn, afgescheiden van de rest van de schepping.

Echter, niet het hebben van negatieve emoties maakt de mens ziek. Het is normaal en zelfs goed dat de mens bij tegenslagen pijn, verdriet, woede, angst, … voelt. Ziekte op emotioneel vlak ontstaat pas als negatieve emoties zich vastzetten, als ze te lang aanwezig blijven of te intens zijn. Dan kunnen ze zelfs ziektes op het fysieke niveau teweeg brengen. Anderzijds kunnen fysieke klachten veel lichter om dragen zijn, als positieve emoties heel sterk zijn, zoals wanneer je vlinders in de buik hebt omdat je verliefd bent.

Het mentale niveau

Het mentale niveau is het niveau van het denken, maar ook van de creativiteit, de communicatie met anderen, het plannen en uitbouwen van je leven, … Gezondheid op mentaal niveau vraagt de gelijktijdige aanwezigheid van helderheid, rationaliteit en creativiteit. Het mentale niveau is belangrijker dan het emotionele en fysieke niveau. Met een verminkt lichaam, het verlies van ledematen, gehoor of zicht kan een mens nog steeds gelukkig zijn en zijn creativiteit aanwenden ten dienste van anderen. Denk maar aan Beethoven die, doof geworden, zijn mooiste muziek componeerde. Of aan professor Stephen Hawking, de grote natuurkundige, kosmoloog en wiskundige van onze tijd, gekluisterd aan een rolstoel en alleen in de mogelijkheid via de computer te communiceren. Een mens is dus blijkbaar groter dan alleen zijn fysieke mankementen.

Het spirituele niveau

Boven het fysieke, emotionele en mentale niveau strekt zich het spirituele niveau uit. Ik ga ervan uit dat ieder van ons een bepaalde opdracht heeft in het leven, een doel waar je als het ware van binnenuit voor ‘moet’ gaan. Begrijp me niet verkeerd, hier gaat het niet om een doel dat jij jezelf stelt of een doel dat je ongemerkt van je ouders hebt overgenomen. Wil je jouw opdracht, jouw roeping in het leven ontdekken, ga dan na waar jij enthousiast van wordt. Ga aan de slag met de talenten die je hebt. Voel wat er van binnenuit opborrelt en doe daar iets mee. Dat is de weg waarlangs je op het spirituele niveau de goeie richting uitgaat. En je lichaam – zowel op fysiek, emotioneel als mentaal niveau – zal hierop reageren met gezondheid.

Ziekte, een teken aan de hele mens

Een ziekte kan alleen maar fysiek zijn. Je hebt kou gevat en nu loop je met een snotneus. Gaat makkelijk over, na een week snotteren is het voorbij en al gauw vergeten. Of je bent gevallen, hebt een been gebroken. Een paar weken in het gips, wat oefeningen om je spieren weer op peil te brengen, en het leed is geleden.

Maar er kan meer aan de hand zijn. Fysieke ziekte kan ook een emotionele oorsprong kennen. Verdriet zet zich vast, en je krijgt last van je longen. Kwaadheid zet zich vast en je spijsvertering lijdt eronder. Er ligt je immers iets op de maag of op de lever, er is iets wat je niet verteerd krijgt. Je bent voortdurend bang, bang om te leven, eigenlijk. En je nieren lijden daar onder en laten zich uiteindelijk voelen. Je moet dringend leren loslaten, leren vertrouwen.

Ook negatieve gedachten kunnen zowel je emoties als je fysieke lichaam beïnvloeden. Als ik voortdurend denk mijn bezittingen te moeten beschermen en me dus verplicht voel me te wapenen met bewakingscamera’s en verzekeringen tegen diefstal, dan zal die gedachte mijn emoties beïnvloeden. Ik word als het ware chronisch bang, en op langere termijn wellicht ook chronisch ziek. En als ik vaak negatief denk over mijn buurman of over mijn collega kan dat mijn emoties in de richting van voortdurende kwaadheid sturen. Fysieke klachten zijn in zo’n geval vaak niet veraf.

Nog sterker is het als een mens zijn spirituele weg niet volgt. Als jij alleen maar die succesvolle carrière nastreeft omdat het je in de ogen van de anderen tot een geslaagd iemand maakt, maar je passie ligt elders, dan word je daar vroeg of laat ziek van. Burn-out heet het dan, of overspanning door teveel stress, of midlife crisis. Zo’n situatie creëert dan ook juist de mogelijkheid om stil te vallen, alles op een rijtje te zetten en vanuit die gedwongen bezinning nieuwe keuzes te maken, keuzes die meer passen bij jou als unieke mens.

Ja, ik wens jou een goede gezondheid toe

En als ik je dit wens, dan neem ik daarin mee alles wat ik hierboven schreef. Ik wens je toe dat jij jouw unieke weg in het leven mag gaan. Dat je daardoor vreugde, openheid, ware liefde, geluk mag ervaren. Van daaruit wens ik je positieve gedachten over jezelf, over de mensen om je heen, over de wereld waarin je leeft. Mogen daaruit voortkomen vele positieve emoties en de kracht om door negatieve emoties heen toch weer licht te ontdekken. En tot slot wens ik je toe dat je fysieke lichaam van dit alles de vruchten mag plukken.


Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

Een bizarre Kerst- en Nieuwjaarsperiode

Wie kon op 1 januari 2020 denken dat we zo’n bizar jaar tegemoet gingen?!?
Ik alvast niet.

Op 1 januari 2020 hoopte ik op een jaar om mijn ‘GEZONDHEID-WIJZER praktijk’ te kunnen ontplooien: de laatste stages doen om volwaardig als gezondheidsbegeleider aan de slag te kunnen, mijn praktijk bij het bredere publiek bekend maken en het liefst van al ook veel mensen met gezondheidsklachten kunnen helpen, vorming geven over ‘Een nieuwe kijk op gezondheid’, enzovoort. Ik ging er volop voor en ik investeerde heel wat om dit alles mogelijk te kunnen maken … en toen kwam … corona!!!

En dat hele bizarre jaar wordt nu bekroond met een al even bizarre Kerst- en Nieuwjaarsperiode: geen gezellige koopjesperiode, geen groots familiefeest, geen jaarovergang met een groepje vrienden, … Alles wordt teruggeplooid op alleen maar basics.

De geboorte van het licht

Of je het nu vanuit Christelijke perspectief bekijkt of juist niet, eigenlijk vieren wij in deze donkerste periode van het jaar de (weder-)geboorte van het licht. Dat het donker is, dat kunnen we niet ontkennen:

  • Deze donkere dagen kennen maar zo’n acht uur licht, en dus zestien uur duisternis. En als de zon doorbreekt, dan heeft ze nauwelijks kracht. De schaduwen blijven lang, de warmte is nauwelijks voelbaar.
  • De donkere coronadagen bezorgen ons angst. Angst om ziek te worden, angst voor eenzaamheid, angst voor wat nog allemaal komen zal.
  • De lockdown met al zijn geboden en verboden zet ons vast. Je mag je familie en je vrienden niet meer zien, je mag je beroep niet meer uitoefenen, je mag je gezicht niet meer laten zien. Je moet afstand houden, je moet thuisblijven als je nog maar denkt besmet te zijn, je moet je vooral houden aan alle regels die virologen je opleggen.

Ieder van ons kan deze ‘lijst van donkerte’ wellicht makkelijk aanvullen vanuit de eigen ervaringen. Vandaag wil ik je vragen daar ‘ervaringen van licht’ tegenover te stellen. Wist je dat één enkel lichtpuntje de duisternis verdrijft. Een ster maakt de hemel minder donker, een kaars vult je huis met warm licht, een kerstboom vol lichtjes brengt een sfeer van gezelligheid.

Ik zou je willen vragen om zelf op zoek te gaan naar die kleine sporen van licht en die te delen met mensen rondom:

  • Maak in de avond een wandeling of een autorit, op zoek naar mooi verlichte plekjes. Neem er foto’s van en deel die met je vrienden. Misschien vind je hier en daar ook nog een kerststal. Laat je aanspreken door de symboliek ervan.
  • Dim ’s avonds het kunstlicht in huis en ontsteek een kaars. Dat tere licht doet wat met je. Het haalt je naar binnen, het brengt je dichter bij jezelf, tot je dat licht ook in jezelf kunt zien.
  • Focus je niet alleen maar op het negatieve van deze coronabeproeving. Richt je oog op het vele goede dat ook nu gebeurt. Laat je raken door dat goede, en draag er je eigen (kleine) steentje toe bij.
  • Laat de donkerte van de angst voor ziekte je niet verstikken. Heb vertrouwen in het zelfgenezend vermogen van je lichaam en doe wat in je mogelijkheden ligt om dat zelfgenezend vermogen een handje te helpen.
  • Laat een gevoel van eenzaamheid je niet helemaal op jezelf doen terugplooien. Kies ervoor om – binnen veilige marges – toch contact te zoeken met mensen. Maak een praatje met wie je op straat ontmoet, bel wat vaker – misschien wel met iemand van wie je weet dat die er ook alleen voor staat -, schrijf een welgemeend Kerst- en Nieuwjaarskaartje aan je buren.

Dit zijn maar een paar kleine voorbeelden van hoe ook jij kunt kiezen voor het licht. Wedden dat het groeien zal, dat licht, als wij met z’n allen kleine beetjes licht brengen in deze donkere dagen?

De warmte van de eigen kleine kring

Je eigen kleine kring kan dit jaar wel heel erg klein zijn: Jij met je gezin, jij met je partner, jij met je kinderen, jij met je ene knuffelcontact, jij alleen. Geen Kerstviering in de kerkgemeenschap dit jaar, geen glühwein op een kerstmarkt, geen fuif van oud naar nieuw, geen Nieuwjaarsdrink bij het vuurwerk, geen kerstboomverbranding, …

Al die dingen die de feestdagen dat extra tintje geven, zullen er dit jaar niet zijn. Je kunt natuurlijk wel lekker eten, op die dagen, maar doe je dat dan ook vier keer in je eentje op een week tijd? Je kunt ook pakjes kopen, voor jezelf misschien, of voor die ‘verre’ dierbare, met wie je geen contact mag hebben, maar geeft dat je diezelfde voldoening?

Ik pleit ook hier weer voor die andere keuze:

  • Kies ervoor om in deze periode echt aandacht te geven aan de kleine kring waartoe jij behoort. Doe iets bijzonders voor elk van de leden van die kleine kring, iets wat de één graag doet én iets wat de ander graag doet, en doe dat met z’n allen samen.
  • Bereid samen één van de feestmaaltijden, en geniet van het samen kokerellen. Experimenteer met verse voedingsmiddelen.
  • Hang in de Kerstboom zelfgemaakte kleine kaartjes met daarop wensen voor het komende jaar. Je kunt daarbij denken aan wensen voor jezelf, maar je kunt ook denken aan wensen voor de hele wereld. Pluk op één van de komende feestdagen die wensen uit de boom en vertel aan elkaar hoe jullie die wensen een beetje waar zouden kunnen maken.
  • Weet je verbonden met velen om je heen: je familie, je vrienden, je buren … maar ook je voorouders, de gemeenschap waartoe je behoort, mensen van over de hele wereld. Toon die verbondenheid in een woord, in een daad, in een symbool.
  • Maak het stil op één van deze dagen. Ga naar binnen en zie wat er aan verlangen leeft binnen in jou. Verken dat verlangen, ontdek waar het je toe uitnodigt. En zet misschien één enkele stap, een klein begin om dat verlangen handen en voeten te geven.

Ook hier kun je, vanuit jouw eigen situatie, nog heel andere keuzes aan toevoegen. Wat ik je vragen wil is alleen dit: dat je je niet focust op wat allemaal niet kan, maar integendeel juist binnen de opgelegde beperkingen nieuwe mogelijkheden gaat ontdekken. Wedden dat het dan pas echt een bizarre Kerst- en Nieuwjaarsperiode wordt?

Over emoties die ziek maken … en over Bachbloesems die helen

Een mens is meer dan zijn fysieke lichaam alleen. In de Natuurlijke Gezondheidszorg gaan we uit van de ene mens die een aantal ‘lagen’ kent. Er is het fysieke aspect, het emotionele aspect, het mentale aspect en het spirituele aspect, een beetje zoals op de tekening hieronder.

Elk van die lagen kan gezondheid kennen, maar ook ziekte. En elk van die lagen heeft invloed op jou als hele mens. Dr. Edward Bach (1886-1936, Engeland) voelde aan dat fysieke klachten vaak een dieperliggende oorzaak hebben. Hij omschreef ziekte als een conflict tussen hoe jij je leven leeft en wat jouw ziel met je voorheeft. Met zijn Bachbloesems liet dr. Bach ons een makkelijk te hanteren gereedschapskist na om evenwicht te brengen op vooral het emotionele vlak.

Emoties als deel van wie we zijn

We kennen allemaal emoties. We voelen ze de hele dag door, ook al zijn we ons daar niet altijd van bewust. De zes basisemoties, onveranderd herkenbaar bij mensen van over de hele wereld, zijn: vreugde, kwaadheid, verdriet, angst, afschuw en verrassing.

Emoties zijn uit zichzelf niet goed of slecht, niet ziek of gezond makend. Ze vertellen mij hoe het met mij gaat. Ze vertellen mij van iets dat uit evenwicht is geraakt. Ze spreken van behoeften die leven in mij. En juist daardoor zijn ze ook wegwijzers naar wat mij gelukkig kan maken, naar wat mij gezond kan maken.

Emoties als bron van ziekte

Onze emoties vertellen ons een en ander over onze gezondheid. Ze doen dat op verschillende manieren:

  • Gezondheid toont zich in de eerste plaats als mijn emoties me niet overweldigen en ik ze op een passende manier kan uiten. Als ik me door mijn emoties laat meeslepen en als ik brokken maak bij het uiten van mijn emoties, dan vertelt dat iets over hoe ik niet zo goed in mijn vel zit.
  • Emoties kunnen ook vastzitten. Ik uit die emoties dan niet, het is alsof ze er niet zijn. Vastzittende emoties belemmeren mij echter wel om vrijuit te leven. Ook dat toont dat het mij niet goed gaat. Die vastzittende emoties maken veel kans om mij uiteindelijk fysiek ziek te maken.
  • Er is een gradatie in gezondheid binnen de emoties zelf, een gradatie die gaat van ‘diepe vrede en rust’ tot ‘neigend naar zelfdoding’. Ook het soort emoties dat overwegend voorkomt, vertelt mij iets over mijn meer of minder gezond functioneren.

Emoties in tijden van corona

In deze tijden van corona valt het mij op dat één emotie heel sterk op de voorgrond komt te staan. Het is de emotie ‘angst’, in al zijn kleuren: we voelen ons doodsbang, achterdochtig, gespannen, onrustig, zenuwachtig, bevreesd, bang, bedreigd, verontrust, in paniek, beklemd, op onze hoede, bezorgd, verlamd, onzeker, …

Als angst verlammend werkt, slaat ze om in depressieve gevoelens. Als angst agitatie opwekt, slaat ze om in agressieve gevoelens … en wellicht ook in agressieve daden, tegen onszelf of tegen mensen in onze buurt. En dat is dan ook wat we zien gebeuren: meer mensen in psychiatrie, meer zelfdodingen enerzijds, en meer huiselijk geweld, meer kindermishandeling anderzijds.

En ik, die dat alles zie gebeuren, ik zou vanuit mijn GEZONDHEID-WIJZER praktijk willen helpen, wetend dat het ook kan op een heel simpele manier, met Bachbloesems.

En dan nu even kijken naar die Bachbloesems …

Dr. Bach ontdekte 38 Bachbloesemremedies, die hij onderverdeelde in 7 groepen.

  • Groep 1: voor hen die aan angst lijden
  • Groep 2: voor hen die onzeker zijn
  • Groep 3: voor hen die onvoldoende interesse voor het heden hebben
  • Groep 4: voor hen die eenzaam zijn
  • Groep 5: voor hen die overgevoelig zijn aan invloeden en ideeën
  • Groep 6: voor hen die moedeloosheid en wanhoop kennen
  • Groep 7: voor hen die overbezorgd zijn voor het welzijn van anderen

In deze tijden lijken mij vooral de eerste groep en de zesde groep heel erg nodig. Tegelijk kan het natuurlijk altijd dat angst of moedeloosheid of wanhoop iets uit de andere categorieën bij jou triggert, en ja, het zelfs uitvergroot. Dan kunnen vanzelfsprekend ook andere Bachbloesems nuttig zijn.

Met Bachbloesems aan de slag

Als je bij jezelf voelt dat je iets met die Bachbloesems zou willen doen, dan zijn er verschillende mogelijkheden:

  • Je kunt bij mij of bij een andere gezondheidsbegeleider terecht voor individueel Bachbloesemadvies.
  • Een goed boek met vele praktijkvoorbeelden is het ‘Handboek Bachbloesemtherapie’ van dr. Geert Verhelst en Lieve Vanderstappen, bij wie ik zelf met de Bachbloesems leerde werken. Het boek wordt verspreid via Mannavita.
  • Dr. Bach gaf op het eind van zijn leven zelf zijn kennis door aan geïnteresseerde, vaak niet medisch geschoolde mensen. Hij wilde immers de kunde om met Bachbloesems aan de slag te gaan zo breed mogelijk verspreiden. Zelf heb ik eerder al vorming gegeven over de Bachbloesems, en ik zou dat opnieuw kunnen doen, zowel ‘live’ als ‘online’. Heb je interesse, geef dan een seintje (hilde@gezondheid-wijzer.com) . Bij voldoende kandidaten kan ik deze vorming plannen ergens in het voorjaar.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Verbonden leven …

Op vakantie in de Vogezen dook ik, tussen het vele wandelen door, ook nog even in mijn pen. Ik schreef een mijmering voor vrienden van mij, die onlangs van start gingen met een nieuw religieus project: ‘Verbonden Léven’. Meer over Verbonden Léven vind je op hun website: www.verbondenleven.be. Hieronder kun je alvast lezen wat ik schreef …

Verbonden leven …
… met mijn lijf

Verbonden leven … met mijn lijf

Ik vertrek op vakantie met op het verlanglijstje: weer Grote Routepaden lopen. Tien jaar geleden liep ik voor ’t laatst zo’n traject. Ik verkende de bekende GR5 tot Barr, aan de voet van de Vogezen, en nu wil ik de draad weer oppikken. De grote vraag is echter: Zal het mij, tien jaar ouder toch al weer, nog lukken? Kan ik nog 20 tot 25 km stappen, klimmend en dalend over de cols en de crêtes van de Vogezen?

Die eerste avond, na een autorit van zo’n 600 km, maak ik een eerste wandeling. Een kleine oefening, als het ware. Zalig toch, die zoete geur van bomen en struiken en dat klateren van hier en daar een watervalletje. Na een uurtje klimmen, vind ik het welletjes geweest en keer ik me om, terug naar mijn vakantiehuisje.

Die nacht kan ik de slaap niet vatten. Mijn benen zijn zo onrustig, pijnlijk bijna. Uiteindelijk val ik toch in slaap … en word ’s morgens vroeg gewekt door de zon op mijn gezicht. Zalig!

Klaar voor die eerste echte staptocht. Het is alsof alles weer moet wennen: het rijden in de bergen naar mijn vertrekplek, het zoeken van dat eerste tekentje – nee, geen rood-wit hier, maar een rode rechthoek –, de zon die doet zweten, de insecten zoemend om m’n kop, het klimmen en dalen, … en de last en de pijn in mijn lijf!

De voeten, dat gaat nogal, maar de kuiten … Ik wist niet dat er zoveel spieren vast konden zitten in je kuiten. Ik voel ze bij iedere stap omhoog en ik voel ze nog meer bij iedere stap omlaag. Hoe ik terug bij mijn auto geraak, weet ik niet, maar ik haal het. Uitgeput. Moe. En met pijn. Morgen zal ik een dagje thuisblijven, omwille van voorspelde regen. Veel regen, de hele dag lang. En dat is maar goed ook, want ik kan haast geen stap verzetten. Geen stap zonder pijn, althans.

En toch probeer ik het daarna opnieuw, weer een dagje stappen, met het vaste voornemen uit te maken of ik mijn vakantie op die manier wil verder zetten. Doorzetten of opgeven, dat is de vraag. Bij het idee dat GR-lopen te moeten opgeven, voel ik iets als spijt en iets als moedeloosheid. Als dit niet meer kan, wat heb ik er dan aan om twee weken hier te zitten? Mijn hoofd en mijn hart willen dit. De vraag is dus alleen nog of mijn lijf dit ook wil …

Ik neem me voor om heel rustig aan te klimmen, mijn adem sparend, en het lukt. In een tweetal uur haal ik de top voor die dag, ik klim van 300 m in het dorpje tot 900 meter op de ‘sommet’ van de Ungersberg. Vandaar terug naar beneden, nog wel gevoelig in de kuiten, maar toch al minder pijnlijk, en via een (te) grote omweg terug naar het dorpje, naar mijn wagen.

Pas op de derde dag wandelen voel ik dat ook mijn lijf weer helemaal ‘ja’ kan zeggen tegen het trekken. En dan pas wordt het echt vakantie. Nu mijn lijf geaccepteerd heeft, kan ook mijn hoofd tot rust komen en hoeft het niet meer voortdurend te piekeren over hoeveel kilometer ik nog moet lopen en of ik dat wel haal.

Verbonden leven …
… met leven en dood

Verbonden leven … met leven en dood

Zo wandelend in de wouden komen gedachten aan leven en dood spontaan bij me op. Bomen ontworteld, omgewaaid misschien tijdens de laatste storm, dood hout … gevuld met leven: mos overwoekert, zwammen vinden voeding, kleine diertjes – van bacteriën tot insecten – nestelen er. Soms ziet zo’n woud er levend uit, sprankelend groen in diverse tinten. Soms ziet het er somber en doods uit, op het griezelige af.

Leven en dood, … in zo’n woud zie je ze samengaan … in de opeenvolging van de seizoenen, in dorre bladeren die tot humus worden, in jong groen dat opschiet, groeit en volwassen wordt … en uiteindelijk sterft.

Is het verwonderlijk dat ook je eigen sterfelijkheid dan net even wat dichterbij lijkt? Wellicht speelt een gezonde dosis angst hier ook een rol: hier ben ik dan, helemaal in mijn eentje, op paden waar bijna niemand langsloopt, met naast mij een duizelingwekkende diepte. Wat als ik een misstap doe, en naar beneden val? Wat als ik een voet verzwik of een been breek? Wat als ik hier het leven laat?

Ja, wat dan? Wat als ik hier het leven laat? Aan de ene kant voel ik zoiets als: ‘Als het dan zo moet zijn, wel, dan is het maar zo!’ Ook al is er een zekere angst – hoogtevrees, weet je wel – en ook al raak ik tijdens het stappen wel vermoeid, ik geniet. Volop, eigenlijk, en dat zou ik niet willen missen. Dus, als ik hier het leven laat, weet dan dat ik volop leefde. Aan de andere kant is er ook zoiets van: ‘Nu toch nog niet, er is nog zoveel wat ik zou willen doen, nog zoveel waar ik voor zou willen gaan.’ Want ja, vakantie is ook creativiteit, nieuwe ideeën opdoen, brouwen op een volgende stap in het leven.

En dus, lieve God – Gij die geen God van doden zijt maar van levenden – als het Jou hetzelfde is, dan blijf ik liever nog een poosje leven. Om nieuwe wegen te gaan, weet je wel, GR-paden én andere …

Verbonden leven …
… met moeder aarde

Verbonden leven … met moeder aarde

Wandelend door quasi ongerepte natuur voel ik me … als de eerste mens op aarde. ‘Ga …, onderwerp de aarde en maak haar vruchtbaar.’ Juist ja, het begint allemaal met dat ene woord: ‘Ga …’

En dat doe ik dan ook. Ik ga, stap voor stap. Over berg en dal, door woud en wijngaard, in de dorpen en ver daarbuiten. Helemaal in mijn eentje, en toch niet alleen. Af en toe een groet van een zeldzame wandelaar of fietser op mijn pad, omringd door die prachtig uitdagende natuur … en gedragen, stap na stap, door moeder aarde.

Ze is sterk, moeder aarde. Niet alleen draagt ze ons allen met al onze fabricaten, maar ze verdraagt ook alle kwetsuren die wij haar toebrengen. Wij vellen bomen, en moeder aarde ontfermt zich over wat achterblijft. Een stronk raakt verteerd en schenkt leven aan plant en dier. Wij ontginnen steen, en moeder aarde bedekt de kwetsuur, eerst met water en dan misschien met mos en ander groen en zo groeit stilaan een nieuwe vegetatie. Wij roeien alle planten en dieren uit die we niet willen – met voldoende straf vergif, als het maar goed werkt –, en moeder aarde verdraagt en wacht geduldig en tooit uiteindelijk zichzelf, door alles heen, met een nieuw en kleurrijk kleed.

O ja, wij moeten zorg dragen voor moeder aarde. Echter, niet zozeer om harentwil, maar veel meer om onzentwil. Moeder aarde kan zonder ons, dwaze mensen met ontoombare verwoestingsdrang, maar wij kunnen niet zonder haar. Wij, mensen, kunnen de aarde in zoverre verwoesten dat zij ons niet meer dragen kan. Dat ze ons geen voedsel meer kan geven en geen water en geen plekje om te wonen. En daar zullen wij aan ten onder gaan.

En dan komt weer het rijk van moeder aarde, die zich zal herstellen. Ze zal wat tijd nodig hebben, maar tijd heeft zij in overvloed. Ze zal levenskracht nodig hebben, maar naar wat ik heb gezien, heeft ze dat. En ze zal ons moeten missen, … maar als wij het zover laten komen …, misschien is ze dan wel beter af zonder die mens met zijn neiging tot overheersen en uitbuiten en leegroven.

Verbonden leven …
… met plant en dier

Verbonden leven … met plant en dier

Een zonnige dag in de Vogezen. Rondom mij een voortdurend gezoem van insecten. Niet dat ik er last van heb, ze bevinden zich meestal hoog boven mij. Alleen als ik ga zitten om even te rusten, komen ze kijken (of voelen of horen of zoiets). Dan komen ze naar me toe, eerst naar mijn wandelboekje dat blinkt in de zon. Daar zitten ze dan op, alsof ze proeven van een lekkernij. En als ik mijn lippen lik, dan proef ik het ook. Zout is wat ze zoeken.

In de boventoon van dat insectenkoor hoor ik voortdurend het koorgekwetter van vogels. Dat is mijn muziek, onderweg langs de GR5. Het schilderij daarentegen bestaat uit wel vijftig tinten groen, en hier en daar een bloem: wit en geel en roze en paars. Vormen heb je ook bij de vleet. Neem nu mos, bijvoorbeeld, kort en donzig, lang en sliertig, felgroen in sterretjes, gelig groen in krulletjes, enzovoort, enzovoort, enzovoort.

Ook bomen heb je in alle soorten en maten. Van het kleinste en jongste boompje, amper twintig centimeter hoog tot reuzen waar ik me klein bij voel. Donkere dennen, lichtere eiken en beuken nog in hun wintertooi – wist je dat beuken pas hun herfstbladeren loslaten als het jonge groen er al is? In lagere regionen zien de beuken dus al groen, op de hoogste toppen – en dat is boven de duizend metergrens – blijken ze nog roestbruin.

Dieren spotten is wat moeilijker. Eigenlijk is het zo dat ik ze eerder hoor dan ik ze zie. En dus, als ik iets bijzonders hoor, kijk ik vlug die kant even uit. En dan zie ik ze: een kever die cirkelend rond zoemt, een vogel met verzamelwoede in het struikgewas, een specht tokkend in een boom, een hagedis die van een warme rots weg sputtert omdat ik eraan kom, een haas die zich vlug een holletje zoekt, en jawel, ook een paar keer een hert dat bij mijn komst de benen neemt. Eén keer zelfs, echt waar, zie ik een ooievaar. Gewoon, in de Elzas, in een weide. En ik denk: ‘Oei, als daar maar niks van komt!’

Verbonden leven …
… met ‘Jij’

Verbonden leven … met ‘Jij’

Dag God, ik kom weer wandelen. En ik weet, Jij bent er ook.

Jij bent er al, in alles rondom mij. Jouw Kracht stroomt door alles heen, zodat de natuur sprankelt en vol leven is. De schepping groeit en bloeit en spreekt van zoveel meer. Jouw Wijsheid weet van zon en regen, van seizoenen met elk hun eigenheid, van tot leven komen en ook weer doodgaan. Jouw Woord is waar en leeft, dat merk ik aan al wat is. En inderdaad, wat ik zie, is goed!

Jij bent er ook, in beeld en bouwsel. Want mensen hier hebben het nodig Jou tot uitdrukking te brengen. In elk dorp een kerk – en meestal zelfs twee, eigenlijk –, een plek waar Jij Je vinden laat. Ik kom wel eens binnen, misschien wel meer op zoek naar een plekje uit de zon om eventjes uit te rusten. Maar ik weet me welkom, dankjewel daarvoor.

Heel veel keren kom ik ook, midden in de bossen en de velden, een kruisbeeld tegen. Een kruisbeeld, met op de voet daarvan een inscriptie: Uit dank voor een uit de oorlog teruggekeerde zoon, ter nagedachtenis aan oorlogsslachtoffers, gewoon een citaat uit de bijbel, gedenkplek voor een jongeman op die plaats neergebliksemd, …

Dag God, ik kom weer wandelen. En ik weet, Jij bent ook in mij. Jij bent in de kracht in mijn voeten, die mij doet gaan. Jij bent in de creativiteit die gaandeweg opborrelt. Jij bent in de rust die ik ervaar. Jij bent in dat zalige vakantiegevoel en Jij bent in het schrijfwerk dat ik op ‘niet-wandeldagen’ doe. En ik besef: Jij bent er anders ook, alleen neem ik dan niet de tijd dat ook uitdrukkelijk op te merken.

Dankjewel, God, gewoon omdat Jij er bent.

Over de leegte die ontstaat door corona

We kunnen het niet ontkennen: Ons leven is helemaal anders geworden sinds het begin van de coronacrisis. Wie had bij de jaarovergang kunnen denken dat wij dit voorjaar zo beperkt zouden worden in onze mogelijkheden? Alles wat wij tot nu toe als ‘normaal’ beschouwden, wordt ons ineens afgenomen of minstens sterk gereglementeerd: boodschappen doen, sociale contacten onderhouden, erop uittrekken, een sport beoefenen, werk en vrijwilligerswerk, uit eten gaan, …

En het kan niet anders of dat doet iets met ons! Juist daarover wil ik vandaag wat reflecteren, een beetje zoeken naar hoe deze hele situatie toch zinvol zou kunnen zijn in een wat breder perspectief. Jouw vragen, bedenkingen of opmerkingen hoor ik graag.

Rouwproces om een verloren manier van leven

Eigenlijk gaan we allemaal – en wel allemaal tegelijk – door een rouwproces heen, een rouwproces om een verloren manier van leven. Nu ga ik even te rade bij Elisabeth Kübler-Ross, die zich nogal verdiept heeft in het fenomeen ‘rouw’. Zij geeft aan dat een rouwproces in vijf fases verloopt: ontkenning, woede, depressie, onderhandelen en acceptatie.

  • We zagen en zien nogal wat uitingen van ontkenning van dit rouwen om wat allemaal niet meer kan: de beruchte lockdown party’s, vlug nog even de grens over om uit eten te gaan, jongeren die toch blijven samenkomen, wielertoeristen die wel in groep gaan fietsen en achteraf in een of ander tuinhuis nog wat blijven hangen, …
  • Als we dan uiteindelijk toch ons verlies erkennen, ontstaat vaak een of andere vorm van woede, van kwaadheid om wat is gebeurd. We vinden het niet terecht, we voelen ons tekort gedaan. Dat toont zich enerzijds in het foeteren op al die maatregelen waar wij ons maar aan te houden hebben, en anderzijds in het toch wel kortere lontje tegenover de mensen met wie we dan wel ‘moeten’ samenleven. De kwaadheid en het ongenoegen dat binnen in ons leeft, maakt er het zo intens samenleven met de huisgenoten niet makkelijker op.
  • Vervolgens komen we weer een laag dieper. We stoten dan op het verdriet dat in ons leeft, en als dat verdriet zwaar doorweegt, kan ons dat in een toestand van depressie brengen. We zitten in de put, we belanden in de leegte. Ik denk dat we daar nu – de een al wat vlugger dan de ander – geleidelijk aan in terecht komen. Hadden we eerst nog heel wat achterstallige klusjes op te knappen, stilaan liggen huis en tuin er piekfijn bij. Dan maar gaan wandelen en fietsen – in de eigen buurt, dat spreekt voor zich -, al een geluk dat het weer bijzonder goed meevalt. Voor de rest: TV kijken, boeken lezen, puzzelen, gezelschapsspelletjes spelen, … Allemaal leuk, voor eventjes, tot uiteindelijk toch de leegte toeslaat.
  • Daarna pas gaat het stilletjes aan weer bergop. We gaan ‘onderhandelen’, dat wil zeggen, we proberen zin te geven aan wat gebeurd is. We moeten toegeven dat er ook positieve kanten zijn aan deze lockdown. We reiken naar buiten, naar anderen toe, en zien weer ruimer dan alleen maar ons eigen verdriet.
  • Tenslotte daagt er een nieuw perspectief, ontstaan nieuwe mogelijkheden. Ons leven gaat verder, al dragen we sporen van verdriet om wat verloren is met ons mee.

Wat gebeurt er in de leegte?
Wat gebeurt er op de bodem van de put?

Allereerst dit: dat gevoel van leegte, van landerigheid, van niet meer weten wat je nu weer eens zou kunnen gaan doen, … is niet leuk. Het overvalt je, het ene moment al sterker dan het andere. En je hebt geen keus, vroeg of laat word je ermee geconfronteerd.

Zelf zie ik twee uiterst zinvolle kijkrichtingen in die leegte:

  • Welke uitdagingen stelt mij de leegte? Wat precies ervaar ik als moeilijk? Als lastig? Als ‘niet uit te houden’? Dat te zien is belangrijk, want het toont mij waar ik echt aan vasthoud. Tegelijk zie ik ook welke vluchtroutes ik uit gewoonte neem om de leegte enigszins draaglijk te maken. Bij elk van die vluchtroutes kan ik me afvragen of ze me vooruit helpen, dan wel de pijn alleen maar wat verdoven.
  • Welke kansen biedt mij de leegte? Waar ben ik, ondanks alles, toch dankbaar om? Welke dingen (her-)ontdek ik als zinvol, als deugddoend, als levengevend? Waar roept deze hele situatie mij toe op? Waar kan ik een verschil maken, in de eerste plaats voor mezelf, maar hoe dan ook toch ook ruimer, naar anderen toe of naar de wereld toe?

Jawel, lieve mensen, we zullen de leegte ervaren als moeilijk en lastig en pijnlijk, maar ik hoop dat we diezelfde leegte ook mogen ontdekken als kiemplek van nieuwe, onverhoopte mogelijkheden. Wie niet stilvalt, ervaart nooit de zinloosheid van zoveel dingen die tot gewoonte geworden zijn. Wie niet stilvalt, geeft zichzelf niet de kans om daaruit weg te groeien en gaandeweg nieuwe wegen te verkennen.

Dat wens ik ook jou toe, dat je in de onvermijdelijke leegte ook toekomt aan het ontdekken van ‘nieuw léven’.


Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Waarom doe ik wat ik doe?

Een holistische kijk op gezondheid

In de natuurlijke gezondheidszorg hanteren we een holistische kijk op de mens én op wat gezond of ziek maakt. Wij erkennen dat een mens niet alleen fysiek ziek kan zijn, maar ook emotioneel, mentaal en zelfs spiritueel. Schematisch ziet een mens er dan als volgt uit:

Je ziet dat rondom het fysieke lichaam nog drie cirkels getekend staan, steeds verder uitdeinend. De grootste cirkel is die van het spirituele, want dat doordringt alle lagen van het mens-zijn.

  • Het fysieke is alles wat met het lichaam te maken heeft: hartslag, ademhaling, bloedcirculatie, het innemen van voedsel, het uitscheiden van afvalstoffen, …
  • Het emotionele is het domein van emoties als angst, blijheid, verdriet, woede, afgunst, …
  • Het mentale heeft te maken met hoe wij denken over onszelf, de mensen rondom, de wereld met al haar mogelijkheden.
  • Het spirituele heeft te maken met wat het leven zin geeft: liefde, verbondenheid, een doel om voor te gaan, …

Je ziet dat de cirkels niet uit volle lijnen bestaan, maar uit stippellijnen. Het moge duidelijk zijn dat deze vier kringen niet los van elkaar staan. Samen maken ze die éne mens uit, en ze beïnvloeden elkaar voortdurend. Tandpijn (fysiek) kan je zo op jezelf terugplooien, dat je geen enkele verbinding (spiritueel) meer ervaart. Verdriet (emotioneel) kan zo fel zijn dat je er ziek van wordt (fysiek). Je gedachten over gevaren in de buitenwereld (mentaal) kunnen maken dat jij voortdurend in angst leeft (emotioneel) en dat kan er dan weer voor zorgen dat je ziek wordt (fysiek).

Van het water dat overkookt

Ik besef dat, als ik die spirituele component van het mens-zijn noem, dat heel erg zweverig klinkt, of op zijn minst heel erg hoog gegrepen. Ver van je bed, dus eigenlijk. Niets is echter minder waar. Echte spiritualiteit staat met beide voeten stevig op de grond. De meest wezenlijke vraag als het om spiritualiteit gaat, is: ‘Waarom doe ik wat ik doe?’

Ieder van ons doet heel veel dingen op een dag. Op de vraag waarom je die dingen doet, borrelen als vanzelf verschillende mogelijke antwoorden op: omdat ik moet – omdat ik daarmee mijn brood verdien – omdat ik dat graag doe – omdat ik daarmee mijn naaste help – omdat …

Al deze antwoorden zijn goed en allemaal dragen ze een zekere spiritualiteit in zich. Ook in het spirituele leven zijn gradaties van meer en minder gezond. Meestal denken wij aan echt spirituele mensen als aan mensen die alles voor een ander doen. Ze lijken voortdurend bezig zichzelf weg te geven, ze dragen grote lasten, en vaak leven ze ook een religieus leven. Denk maar aan pater Damiaan of aan moeder Theresa.

En jawel, zij waren spiritueel levende mensen. Maar voor mij bestond hun sterke spiritualiteit er niet in de eerste plaats in dat zij hun leven gaven voor de armsten. Voor mij was het wezen van hun spirituele leven dat ze deden waar ze van binnenuit van voelden dat ze dat moesten doen. Ware spiritualiteit doet in de allereerste plaats jouzelf Léven, jawel met hoofdletter en met accent. Leven in de volle betekenis van dat woord: gelukkig, spontaan, vrij, gedreven voor wat jou boeit, vol passie, …

Echt spiritueel leef je als je dat vonkje dat in jou brandt – en dat kan alles zijn, als jij er maar enthousiast voor bent – voeding geeft tot het een laaiend vuur wordt. Een smeulend vonkje wordt door anderen niet zo gauw opgemerkt, een laaiend vuur daarentegen wordt al van verre gezien. En ieder kan van zijn licht en van zijn warmte meegenieten.

De middeleeuwse Brusselse mystieker Jan Van Ruusbroec (1293-1381) gebruikte een ander beeld. De spirituele mens is als een kookpot vol water. Hij stookt een vuurtje onder die kookpot, en stilaan raakt het water aan de kook. Tot zolang heeft de waarlijk spirituele mens nog niks aan een ander gegeven. Hij brengt alleen zichzelf aan de kook. Pas als het water zo fel gaat koken dat het overloopt, komt de spirituele mens als vanzelf toe aan ‘geven’. Waar jij van overloopt, daar mag een ander van meegenieten.

Spiritualiteit en gezondheid

Nu vraag jij je wellicht nog steeds af wat spiritualiteit – begrepen zoals hierboven aangegeven – te maken heeft met gezondheid. Wel, voor mij hebben beiden alles met elkaar te maken. Het gaat er eerst en vooral om bij jezelf te ontdekken welk vonkje er smeult. Waar word jij enthousiast van? Waar zou jij je leven aan willen geven? Vaak gaat het om dat waar je als kind al van droomde. Als je daarmee in contact bent, kun je ervoor kiezen om dat vuurtje voeding te geven: je bekwaamt je erin, je doet er een en ander mee, je ontwikkelt jezelf en je mogelijkheden … tot wat je doet ook door anderen opgemerkt wordt, ja, zelfs voor hen iets gaat betekenen. Op dat moment maakt het niet alleen meer jouzelf gelukkig, het maakt de wereld om je heen ook een beetje beter.

En beide – dat jij jezelf gelukkig maakt én de ander – dat maakt deel uit van jouw gezondheid. Het geeft zin aan je bestaan, het doet je groeien, het geeft kleur aan je relaties met anderen. Als ieder van ons zo zou leven, dan zouden we zelf een heel pak gelukkiger (en vanzelf ook gezonder) worden én de wereld zou er beslist ook heel wat mooier uitzien.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Over ‘Meneer doktoor’ en soortgenoten …

Een beetje een vreemde foto hierboven, om je mee te nemen in een woordenspielerei rondom het woord ‘dokter’. Het is een foto van een Indiaanse Dream Catcher, een dromenvanger. En daarmee wil ik al direct de toon zetten van deze blog. Er is meer in het ‘land van genezen’ dan alleen wat wij in het Westen onder geneeskunde verstaan. Lees je even mee?

Meestal spreken wij over een dokter. Vroeger werd hij – ja, toen inderdaad meestal een man, nu vervrouwelijkt ook dat zorgende beroep steeds meer – met veel eerbied ‘meneer doktoor’ genoemd. Het woord ‘dokter’ en het woord ‘doctor’ zijn verwant met elkaar. Een ‘doctor’ is iemand die in een bepaald wetenschappelijk werkveld gedoctoreerd heeft. Dat wil zeggen dat hij of zij na een basisopleiding verder gestudeerd heeft en vaak ook onderzoekswerk verricht heeft om op die manier die hogere titel van ‘doctor’ te behalen. Zo heb je een doctor in de fysica, een doctor in wijsbegeerte en letteren, een doctor in de politieke wetenschappen … en een doctor in de geneeskunde. Die laatst noemen wij ‘dokter’, en eigenlijk zeggen we daarmee dat hij of zij iemand is die het menselijk lichaam heeft leren kennen in zijn gezonde en vooral ook in zijn zieke toestand. Zo iemand heeft langer gestudeerd dan normaal, zo’n zeven jaar of meer, om mensen te kunnen helpen als ze ziek zijn, en dat geeft hem of haar die titel van ‘dokter’.

Een ander woord voor dokter is ‘arts’. Het is een woord dat via het Duits en het Latijn uit het Grieks afkomstig is. Het betekent zoveel als ‘oppergeneesheer’, de hoogste geneesheer aan het hof. De ‘archiatros’ was diegene die leiding gaf over allen die in een bepaalde regio met geneeskunde bezig waren. Je zou het een beetje kunnen vergelijken met hoe bij ons zorgkundigen en verplegend personeel, de apotheker en de kinesist in een ziekenhuis, onder leiding van de arts, samen instaan voor de zieke mensen die hun zijn toevertrouwd.

Een volgende ronde rondom die ‘meneer doktoor’.

Een dokter is iemand die ‘geneeskunde’ of ‘medicijnen’ heeft gestudeerd. Dat laatste is overduidelijk waar. Onze huidige dokters worden opgeleid om met medicijnen, met medicamenten aan de slag te gaan. Zij leren de mens kennen, meer bepaald in alles wat hem kan mankeren. Zij leren ook de wereld van de medicijnen kennen, en da’s een gevaarlijke wereld, want de meeste van die medicamenten zijn in meerdere of mindere mate giftig. Zij die medicijnen studeren leren dus in gedoseerde mate vergif toe te dienen opdat de ziekmakende elementen – bacteriën, virussen, schimmels, … – eraan zouden sterven, zodat de patiënt weer gezond zou kunnen worden. Zij leren symptomen van ziekte bestrijden met medicamenten. En zo gebeurt het op vandaag meer en meer dat mensen vanaf een bepaalde leeftijd medicijnen beginnen te slikken, waar ze voor de rest van hun leven niet meer van af geraken. Deze mensen lijken dan gezond, … maar zijn ze dat wel?!?

Het woord ‘geneeskunde’ spreekt voor mij over veel meer dan alleen maar het toedienen van medicijnen. Het is de kunde, de kunst om mensen te genezen, om ze weer écht gezond te maken, dus … Daar hoort, naar mijn bescheiden mening, een gezonde levenswijze bij: gezonde voeding, een goede nachtrust, voldoende beweging (en nog het liefst in de vrije natuur), gezonde manieren om met stress om te gaan, … Daar horen ook ‘niet toxische’ behandelingen van klachten bij: dieptemassage of osteopathie bij pijnklachten, Bachbloesems bij emotionele overlast, homeopathie, zuiveringskuren, goed gekozen voedingssupplementen, …

Een laatste woord wil aan ik deze spielerei toevoegen: ‘heling’. Heling komt van ‘helen’, van ‘weer heel maken’. Het gaat om wat gebroken was en uiteengevallen weer samen te voegen en tot één geheel te maken. Mensen lopen doorheen hun leven nogal wat barsten en breuken op, en dat niet alleen op het fysieke vlak. Denk maar de aan breuken met mensen die je dierbaar waren. Denk ook aan breuken in je ziel toen je keuzes maakte, eerder uit winstbejag of maatschappelijk aanzien dan vanuit je eigen wezen en wat bij je paste. Ook dat soort barsten en breuken maken dat een mens onvoldaan in het leven staat … en meer dan eens is dat de dieperliggende oorzaak van zijn ziektes. Heling kan zorgen voor hernieuwde gezondheid als er verzoening komt met wat is geweest en als vanop dit punt van verzoening dan wel juiste keuzes worden gemaakt.

Het kan echter ook dat het met de fysieke gezondheid al zo ver ontspoord is, dat genezing niet meer mogelijk is. Ook daar kan heling echter nog heel veel in beweging zetten. Wat dacht je vb. van verzoening op het sterfbed, van uitspreken waar je meent te hebben gefaald in het leven, van het accepteren van een zegen over wie jij bent en wie je bent geweest. Vaak zetten mensen op het allerlaatst nog een bijzonder grote stap, een stap in zelfacceptatie. Zoals het is geweest, met alle butsen en builen, zo is het goed geweest. Ik kan in vrede sterven.

In een laatste alinea maak ik de kring rond. In het Westen hebben wij ‘geneeskunde’ al te zeer verengd tot alleen maar ‘medicijnen’. Als ik kijk naar de medicijnman van de Indianen en naar andere helers uit natuurvolkeren, dan zie ik dat ‘genezen’ uit zoveel meer bestaat dan ‘medicamenten’ alleen. Van de medicijnman wil ik leren dat ook de dromenvanger zijn plaats heeft in het hele plaatje …

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Kome wat komt …

Hij komt, hij komt,
die lieve goede Sint.
Mijn beste vrind, jouw beste vrind,
de vrind van ieder kind …

Weet je nog, toen je kind was, die weken en dagen net voor Sinterklaas. Bij mij begon de pret én het spanningsvol uitkijken al met de eerste reclameboekjes met Sinterklaasspeelgoed die lang van tevoren met de post mee thuis geleverd werden. Dagenlang konden mijn zussen, mijn broer en ik in die boekjes bladeren en dromen over wat we van de Sint allemaal graag hadden gekregen. Ik denk dat mijn lijstje bij momenten stond voor ettelijke duizenden franken.

En dan kwam die bewuste Sinterklaasavond … en was het uitkijken naar wat er uiteindelijk in je schoen terecht zou komen. Dat was lang niet alles wat op het verlanglijstje stond – ondertussen concreet gemaakt in een brief met uitgeknipte en opgeplakte prentjes uit de bewuste boekjes. Soms werd het zelfs iets helemaal anders dan waar ik van gedroomd had. En toch, altijd bleek dat wat ik kreeg iets was dat bij mij paste, iets waar ik blij mee was, iets waar ik iets aan had.

Weet je, zo is het met het leven ook …

Als ik terugkijk naar alle verlangens die ik ooit heb gehad, dan zie ik dat sommige daarvan gewoon werkelijkheid geworden zijn. Andere zijn dat juist niet, integendeel zelfs, er is niks van waar geworden. Nog andere verlangens kregen een heel andere invulling dan hoe ik het me voor ogen had gezien, maar achteraf moet ik toegeven dat de manier waarop die verlangens zich in mijn leven hebben gemanifesteerd, beter zijn uitgedraaid dan ik het zelf had kunnen verwezenlijken. Alsof het leven zelf het beter voor me wist dan ik dat deed …

Mag ik een vergelijking maken met die Sinterklaasboekjes van weleer om je te vertellen over de verlangens in het leven? Wel, het begint allemaal met durven dromen. Soms gaat dat vanzelf, soms heb je daar een beetje hulp bij nodig. Dat kan de reclame zijn die op je afkomt, dan kan een voorbeeld zijn van een belangrijk iemand in je leven, dat kan iets zijn wat je leest of leert op school of dat op welke manier dan ook op je pad komt. Hoe dan ook, op die manier kom je tot een ‘verlanglijstje voor jouw leven’.

En daar ga je dan voor. Sommige dingen worden je zomaar aangereikt. Voor andere doe je heel veel moeite, al dan niet met positief resultaat. Meer dan eens komt zelfs iets op je af dat je als ‘negatief’ ervaart: je vindt niet de job van je dromen, die partner van jouw blijkt niet de gedroomde prins op het witte paard, het kind waar je naar verlangde laat veel te lang op zich wachten, … Zo loutert het leven dat verlanglijstje van jou, tot uiteindelijk dat overblijft waarvan het leven zelf – of nee, het Léven, met grote L en met accent! – weet dat het jou zal geven waar je ten diepste naar verlangt.

Die loutering, die doet pijn! Het is niet leuk verlangens te moeten opgeven, het vraagt vaak worsteling los te laten wat blijkbaar niet voor jou is weggelegd. Als je echter dat schaafwerk laat gebeuren – en als je je wat meer laat leiden door wat het leven je aanreikt – dan kom je uiteindelijk tot die dingen die écht belangrijk zijn. Vaak zie je dan ook dat je eerste verlangens ofwel op een andere manier ingevuld zijn geraakt dan jij het voor je had gezien, ofwel helemaal niet hoefden waargemaakt om jou gelukkig te maken.

Eens je dat begint te zien, kun je de stap zetten van ‘Hij komt, hij komt’ naar ‘Kome wat komt …’ Het gaat erom te leren vertrouwen dat al wat jij op je levenspad voor de voeten krijgt, uiteindelijk goed voor je zal blijken te zijn. Het gaat er ook om te durven loslaten, niet langer grijpend in het leven te staan als wel ontvangend.

Een laatste mijmering hieromtrent …

Ik zie oude mensen die tevreden zijn. Het zijn die oude mensen bij wie je graag op bezoek gaat. Ze hebben niet alles gekregen wat ze wilden, ze hebben wel geleerd voluit te leven met wat ze kregen. Ik zie ook oude mensen die verbitterd zijn. Ze zijn blijven hangen aan wat ze hadden gewild, ze hebben niet geleerd te zien wat ze uiteindelijk wél hebben gekregen. Ze blijven vechten en wachten en hunkeren, ze zijn niet tot rust – tot berusting – gekomen. Als ik één verlangen voor mezelf voor mijn verdere toekomst mag verwoorden, dan is het dit: dat ik die weg mag gaan die mij toelaat om zo’n tevreden oude mens te worden.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Een nieuwe kijk op gezondheid

Onder deze titel wil ik vanaf januari 2020 vorming aan groepen aanbieden. Maar goed, misschien wil jij eerst wel eens weten wat ik bedoel met ‘Een nieuwe kijk op gezondheid’.

Wel … vandaag neem ik je mee op een trip doorheen een veranderend landschap van ziekte en gezondheid. De tijden veranderen, de ziektes veranderen, … en dus moeten ook de remedies mee veranderen, willen we gezondheid behouden of creëren.

Welvaart creëert nieuwe ziektes

Sinds het einde van de tweede wereldoorlog is de welvaart in de westerse landen fors de hoogte ingeschoten. En het dagelijks leven is in diezelfde mate veranderd. Wij kennen geen honger meer, we hebben comfortabele huizen, er bestaat een goed uitgebouwde ziektezorg … en ziektes die vroeger dodelijk waren, zijn ofwel uitgeroeid, ofwel heel sterk onder controle.

De beschikbaarheid van voldoende voedsel én een verbeterde hygiëne hebben gezorgd voor het stilletjes aan verdwijnen van heel wat infectieziektes. Moeders sterven minder in het kraambed omdat dokters hun handen wassen, goede voeding zorgt voor minder kindersterfte, en dus leven we globaal gezien langer.

De laatste 50 jaar zien we echter nieuwe ziektes ontstaan, ziektes die ik ‘leefstijlziektes’ zou willen noemen: obesitas (en dat zelfs al bij peuters!), diabetes type 2, hart- en vaatziekten, kanker, dementie in al zijn vormen, enz. Medicijnen lossen bij deze ziektes de problemen niet op. Ze onderdrukken alleen levenslang de symptomen … tot het lichaam echt niet meer kan, en het dan maar opgeeft, vaak na een lange lijdensweg.

Deze nieuwe ziektes dagen ons uit om een nieuwe kijk op gezondheid te ontwikkelen. Het wordt des te belangrijker om ons te gaan focussen op de oorzaken van deze ziektes. Als we kunnen achterhalen hoe deze ziektes ontstaan, dan kunnen we er pas écht iets aan gaan doen. En meer en meer artsen kijken inderdaad die kant uit. Allemaal komen ze op het spoor van de ‘leefstijlgeneeskunde’. Dan het gaat in wezen om ‘tevelen’ en ‘tekorten’: een te veel aan toxische stoffen en een tekort aan voedende stoffen, een te veel aan stress en een tekort aan echte ontspanning, een te veel aan zitten en een tekort aan beweging, …

Een nieuwe kijk op gezondheid … zal dus op je leefstijl moeten gaan focussen: Hoe kun je je lichaam (en dat van je naasten) geven wat het écht nodig heeft? En hoe kun je ‘detoxen’ van al die overload van ons moderne leven?

Niet alleen het lichaam, maar ook de geest

Tegelijk gaan we een stap verder, want in klassieke geneeskunde wordt nog altijd vooral het lichaam benaderd als ‘ziek en moet weer gezond worden’. Dat er ook een psyche bestaat, ja, dat hebben we al door … maar daarvoor moet je wel bij een heel bijzonder soort dokter langs: de psychiater! Dat lichaam en geest één zijn, dat heeft onze huidige klassieke medische wereld nog niet door.

Dat die ‘tekorten’ of ‘tevelen’ ook kunnen zorgen voor depressie en angststoornissen, voor ADHD of autisme, voor diep ongelukkig zijn en zelfs voor zelfmoordneigingen, … dat is nog geen gemeengoed.

Daarom moeten we ons bij de ‘nieuwe kijk op gezondheid’ niet alleen op het lichaam focussen, maar ook op de emoties, de gedachten en zelfs op het meest wezenlijke, nl. de zin van het leven.

Meer over deze vorming

Wil jij meer weten over deze vorming? Klik dan op deze link, en je komt op de juiste pagina op mijn website terecht. Daar lees je meer én je vindt er ook de praktische informatie om deze vorming voor jouw groep aan te vragen.

Ben jij een individu en je wilt er graag meer over weten, stuur dan een mailtje naar hilde@gezondheid-wijzer.com. Ik hou je op de hoogte van de data waarop ik zelf deze vorming aanbied.

%d bloggers liken dit: