Een tekening van je spijsverteringsstelsel, met op de voorgrond je lever.

Van mond tot kont, deel 2

Hé, ken je me nog?
Ik ben die brok voedsel van vorige keer.
En op dit moment bevind ik mij in je maag.
Ik ben met erg zure sappen doorkneed en daardoor echt al wat kleiner geworden.
En nu ben ik klaar om de reis verder te zetten.
Beetje bij beetje kom ik in je duodenum, je twaalfvingerige darm terecht.

Het duodenum, de spijsverteringsfabriek

Inderdaad, beetje bij beetje komt telkens een zure brok voedsel uit je maag in het duodenum of de twaalfvingerige darm terecht. Wat daar gebeurt is niet minder dan een wonder. Eerst en vooral wordt het zoutzuur in het voedsel geneutraliseerd, en dat is maar goed ook, want anders zouden er al gauw gaten branden in onze darmen. Vervolgens komt er gal uit de lever bij die brij. De gal emulgeert de vetdruppels in het voedsel tot kleinere vetbolletjes. Want je weet – of je weet het misschien nog niet – : hoe kleiner de voedselbrokken in het duodenum, hoe makkelijker het voedsel ook echt verteerd kan worden.

Want dat is wat nu helemaal hoort te gebeuren: het voedsel moet verteren tot de kleinst mogelijke deeltjes. Koolhydraten moeten gesplitst worden tot afzonderlijke suikers: glucose, fructose en galactose (wat het kleinste deeltje is uit lactose of melksuiker). Eiwitten moeten afbreken tot diverse aminozuren. Vetten worden verteert tot afzonderlijke vetzuren. Die afbraak van voedsel tot de kleinst mogelijke deeltjes is noodzakelijk, want alleen die kleinst mogelijke deeltjes kunnen door de darmwand heen in onze bloedbaan komen. Alles wat niet zo klein kan worden, gaat rechtstreeks door en komt in de afvalverwerking terecht.

Om dat hele proces te laten gebeuren, komen vanuit de pancreas verschillende spijsverteringssappen de twaalfvingerige darm in. Je kunt wat daar in die twaalfvingerige darm gebeurt het best vergelijken met een fabriek die chemische stoffen met elkaar verbindt. Ieder stofje moet op exact het goede moment en in exact de juiste hoeveelheid toegevoegd worden. En in de juiste omstandigheden, gebeurt dat ook. Eén van de grote boosdoeners echter, die de juiste omstandigheden kan verstoren, is stress. Als we stress hebben, dan denkt ons lichaam dat we in levensgevaar zijn, en dan zet ons hele wezen alles op alles om te vechten of te vluchten. En dan is de spijsvertering wel de laatste van onze zorgen. De chemische fabriek gaat tijdelijk op slot. Alleen, als tijdelijk ‘chronisch’ wordt, dan gaat het goed fout. Dan verteert ons voedsel onvoldoende en kan er ook weinig voedsel opgenomen worden. We verhongeren dan als het ware, ook al eten we misschien best wel veel.

Ken je dat gevoel, dat je bij stress gaat hunkeren naar iets zoets? Dat komt omdat suiker maar heel weinig vertering nodig heeft. Suiker bestaat uit één molecule glucose en één molecule fructose. Er moet dus maar één keer geknipt worden, en suiker is klaar om opgenomen te worden. En dan is glucose ook nog eens de energiebron die we nodig hebben om te kunnen vechten of vluchten. En dus verlangen we in tijden van stress meer naar zoet. Alleen, wij vechten of vluchten niet, want de stress die wij ervaren vraagt juist vaak dat we niet reageren. Er komt dus veel suiker in ons bloed binnen, die niet verbruikt wordt … en dus maar opgeslagen wordt als vet. Ja, stress maakt dik!

 

Hé, jij, als je mij nu zou zien, je zou mij niet meer herkennen.
Ik ben ondertussen als kleinste voedingsdeeltje door je darmwand heen gegaan.
En nu zwem ik in je bloed, richting je lever.
En je lever, dat is pas een fabriek, daar gebeurt van alles.
Ik passeer een zuiveringsinstallatie zodat er geen ziektekiemen mee naar binnen kunnen.
En dan worden verschillende onderdeeltjes omgebouwd tot voor je lichaam bruikbare elementen:
glucose om je energie te geven, aminozuren en eiwitten om je lichaam op te bouwen, vetten voor opbouw of als reserve-energie.
Wat gebruikt kan worden gaat met de bloedbaan mee, de rest wordt opgeslagen voor later gebruik.
En wat niet meer kan dienen gaat weer de darm in voor afvalverwerking.
Die lever, die is echt van levensbelang.
Daar wil je goed zorg voor dragen, geloof me maar.

Zorg dragen voor je lever

Zoals gezegd, je lever, dat is een heel belangrijk orgaan. Je lever moet echt massaal veel werk verzetten om je hele lichaam gezond te houden. Ik noem maar een paar van de taken van je lever:

  • Bloed, verzadigd met voedsel uit je darm, zuiveren.
  • Daar uithalen wat bruikbaar is en bewerken waar nodig.
  • Toxische stoffen tegenhouden en weer uitscheiden.
  • Alles in de juiste mate doorsturen naar de rest van je lichaam.
  • Wat nu niet nodig is opslaan voor als het wel nodig is.
  • Alle bloed uit je lichaam zuiveren, iedere keer als dat bloed je lever passeert.
  • Alle afval – resten van energieverbranding, toxische stoffen, afbraak van kapotte cellen – in recyclage nemen of weer richting je darm sturen.

Een lever die niet goed werkt, raakt makkelijk overbelast. Jij voelt je dan niet lekker. Je hebt weinig energie en al helemaal geen zin om te eten. Je kunt je wat flauw gaan voelen, wat misselijk ook. Het beste wat je dan kunt doen, is je lever een handje helpen om er weer doorheen te raken. Ken je het spreekwoord: ‘Bitter in de mond maakt het hart gezond’? Wel, het spreekwoord is niet helemaal juist. Het had beter geklonken als: ‘Bitter in de mond maakt de lever gezond’. Bitterstoffen helpen je lever bij het uitvoeren van de vele taken.

Absolute boosdoeners zijn dan alcohol en suiker. Alcohol belast de lever in hoge mate, en dit niet alleen als je zoveel dronk dat je er een kater aan overhield. Die kater is trouwens een signaal dat je lever jouw drinkgelag niet op tijd ontgift kon krijgen. Een deel van de toxiciteit van de alcohol vergiftigt dan je hersenen, met koppijn als gevolg. Minder gekend, maar even ernstig, is de ‘non alcoholic liver disease’ (NALD). Dat komt omdat fructose (die andere helft uit suiker) even toxisch voor je lever is als alcohol. Je lever moet heel veel moeite doen om fructose om te zetten in iets bruikbaars, en net zoals bij alcohol: te veel is te veel. Wil je dus je lever sparen, wees dan matig met zowel alcohol als met suiker (en suikerhoudend voedsel).

Wordt vervolgd …

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Een bord met veel groenten en een lekker stukje vis.

Van mond tot kont, deel 1

Hé, zie je mij?
Ik ben een lekker brokje en ik lig net voor jou, … op je bord.
Jij ziet mij, je ruikt mij en het water loopt je al in de mond. 
Je proeft al van tevoren hoe lekker ik zal smaken en hoe ik je buikje zal vullen tot jij voldaan bent.
Ja, ik ben dat wat jij zult eten, en ik neem je mee op mijn reis door jouw lichaam heen.
Ik neem je mee … van mond tot kont!

Over wat gebeurt voor wij gaan eten

Veel mensen hebben tegenwoordig last van de spijsvertering: zure oprispingen, krampen in de darmen, winderigheid, diarree of juist constipatie. Daarom vertel ik je het verhaal van wat er met ons voedsel gebeurt op die reis doorheen ons lichaam. Samen met dat lekker brokje vertel ik je wat je kunt doen om je spijsvertering te verbeteren en dus ook om een aantal klachten te vermijden. En die reis van dat voedsel, die begint al voordat jij ook maar één enkele hap in je mond steekt.

Als je zelf kookt, dan zie je het voedsel dat je zult eten. Je raakt het aan, je maakt het klaar, je ruikt hoe het lekker gaar wordt. Je dekt de tafel, het huis vult zich met fijne geuren en je lichaam weet: hier komt lekkers aan. Nu al, nog voordat je ook maar één hap hebt geproefd, maakt je lichaam zich klaar om dat lekkers te verteren. Het klaarmaken van je voedsel zorgt voor een hongergevoel. Je voelt het in je maag en ook in je mond. Speeksel en andere spijsverteringssappen beginnen te stromen. Je weet dat er voedsel aankomt en je begint ernaar te verlangen. En dat alles is een belangrijke eerste stap in de spijsvertering.

In hedendaagse huishoudens gaat het vaak anders: eten wordt kant en klaar gekocht en op vijf minuten tijd opgewarmd in de microgolfoven. Het plastic velletje wordt van de maaltijd gehaald en dan eten we maar uit dat plastic bakje waarin we het eten hebben opgewarmd. Ons lichaam krijgt amper de tijd om zich voor te bereiden op de maaltijd: we zien het voedsel niet, we hebben het niet in de handen om het klaar te maken, we ruiken het nauwelijks. Kan het ons dan verwonderen dat het verteren van ons voedsel al van bij het begin van de reis fout gaat?

 

Hé, jij, dankjewel dat je tijd nam om mij te bereiden.
Dat is fijn voor mij en dat is goed voor jou.
En als je mij dan proeft en langzaam kauwt, dan geef ik jou met mijn rijke smaak veel voldoening.
En nee, je doet mij geen pijn door goed te kauwen.
Alleen op die manier kan ik voor jou doen wat nodig is, namelijk: jou voeden!

Over kauwen, kauwen en nogmaals kauwen

Een tweede stap in een goede spijsvertering is het grondig kauwen van ons voedsel. Want, daar in die mond, daar gebeurt al heel wat. Door het voedsel klein te kauwen, zorgen we ervoor dat de spijsverteringssappen die voor de vertering van het voedsel zullen zorgen veel intenser met dat voedsel in contact kunnen komen. Hoe kleiner het voedsel versneden is, hoe makkelijker de brij met spijsverteringssappen doordrongen kan worden en hoe makkelijker het voedsel dus ook verteert.

En weet je, die vertering begint eigenlijk al in de mond. Het speeksel bevat enzymen die het zetmeel in vb. brood al beginnen los te maken in kleinere stukjes. Dat kan je eigenlijk zelfs al een beetje proeven. Als je op een stukje brood heel lang blijft kauwen, dan ontstaat geleidelijk aan een iets zoetere smaak in je mond. Dat komt omdat de vertering van zetmeel tot glucose (suiker!) al begint in de mond, maar dat kan natuurlijk alleen maar als dat zetmeel voldoende in contact komt met de enzymen uit je speeksel.

Zie je hoe het ook hier fout kan gaan? In al onze haast vergeten wij om grondig te kauwen. Hoe wij eten lijkt vaak meer op: hap – knabbel – slik – hap – knabbel – slik – … Als wij zo haastig eten, dan moet het wel fout gaan. Te grote brokken gaan door naar de volgende stap, en dat geeft last op de verdere reis door ons lichaam heen. En daar komt nog iets bij kijken: als we te haastig eten, dan voelen we pas te laat dat we eigenlijk voldaan zijn. Onze hersenen kunnen immers pas na twintig minuten registreren dat we genoeg hebben. Eten we te haastig, dan eten vanzelf ook te veel, met vanzelfsprekend overgewicht tot gevolg.

 

Hé, jij …
Ja, je ontdekt het al: eten vraagt tijd.
Hap – knabbel, knabbel, knabbel, knabbel – slik – rust.
En daarna hetzelfde opnieuw en opnieuw en opnieuw … tot je hersenen snappen dat jij voldaan bent.
Dan voel jij je vol voordat je maag overvol zit.
En dan blijft er voldoende plaats in je maag dat die mij kan kneden en met zure sappen doordringen.
Belangrijk, weet je wel, want die zure sappen breken mij langzaam af tot kleine stukjes die jou kunnen voeden.

Over wat je maag doet in dit verhaal

Jij slikt het voedsel door en dan glijdt het door je slokdarm heen tot in je maag. Als alles goed gaat, kan het voedsel in je maag niet terug naar de slokdarm, want tussen die twee zit een sluitspier. Dat moet, want het zure sap in je maag is niet alleen in staat om je voedsel te verteren, maar kan – als het met je slokdarm in contact komt – ook die slokdarm aantasten. Dat voel jij dan als zure oprispingen en als een brandend gevoel. Het is alsof je spijsverteringssappen je eigen lichaam beginnen te verteren.

Deze klacht is vaak het gevolg van wat fout liep in de vorige stappen:

  • We waren er onvoldoende op voorbereid dat er eten aankwam, en de spijsverteringssappen waren nog niet paraat.
  • We aten veel te haastig en voelden niet dat we al voldaan waren. We aten te veel, eigenlijk tot onze maag overvol zat. Als nu de maag dat voedsel begint te kneden, dan blijkt de sluitspier tussen slokdarm en maag onvoldoende sterk om de druk die ontstaat door het kneden van die overvolle maag te weerstaan. Omdat de maag te vol zit, gaat de sluitspier af en toe weer een beetje open. En dan komt er maagzuur in de slokdarm terecht.
  • We kauwden onvoldoende en dat maakt dat de maag veel meer moeite moet doen om de te grote brokken te verteren. Het voedsel blijft langer in je maag en er is meer zuur nodig. En opnieuw kan dat last geven, zeker als we dan op eind van de maaltijd iets zoets gebruiken. Dat zoet verteert veel vlugger en gaat gisten. Dat geeft opboeren, vaak weer van zure verteringssappen, tot gevolg.

Langzaam eten en goed kauwen kan dus zure oprispingen vermijden. Heb je onvoldoende tijd om te eten, eet dan liever niet. Wacht tot je in alle rust kunt genieten van een gezonde maaltijd. En zorg er misschien ook voor dat je na de maaltijd nog even in rust kunt blijven. Het zal het verdere verloop van de reis van je voedsel alleen maar beter en vruchtbaarder maken.

Wordt vervolgd …

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Foto met een stethoscoop, een mondmasker, pillen en een boek.

Een tekort aan dokters?

Ik was laatst op een congres, een congres over gezondheid, en meer in het bijzonder over de intelligentie van de natuur daarin. Boeiend, zeker voor iemand als ikzelf. En, weet je, één quote die ik toen hoorde, blijft maar hameren in mijn hoofd:

“Ik wil graag zo jong mogelijk sterven
op een zo hoog mogelijke leeftijd.”

Koen Kas, de spreker van dat moment, vertelde over mensen die leven in de Blue Zones, vijf gebieden op de wereld waar men tot op hoge leeftijd gezond blijft. Er leven op die plekken gemiddeld meer honderdjarigen dan elders in de wereld, en deze honderdjarigen zijn zijn gezonder en vitaler dan veel zestigers bij ons. Daar doelde onze spreker dus op: dat je op hoge leeftijd nog een lichaam mag hebben dat jong en gezond is, een lichaam dat geen last heeft van zovele ouderdomskwalen waar Westerse mensen wel last van hebben.

Want dat is wat ik in onze huidige tijd in overvloed zie: mensen die oud worden, ja, soms zelfs heel erg oud. Gezond zijn ze echter meestal niet. Al van op steeds jongere leeftijd zitten ze aan de medicatie – tegen hoge bloeddruk, tegen te dik bloed, tegen te veel bloedsuiker, tegen ontstekingen, tegen pijn, … Jammer genoeg wil dat zeggen dat mensen in onze huidige maatschappij steeds jonger chronisch ziek worden. Dankzij de medicatie worden de ziektesymptomen onderdrukt, waardoor mensen minder last van hun ziek zijn ervaren, maar ze blijven wel ziek. Waren ze dat niet, dan konden ze die medicatie gewoon weer stoppen.

En het is zelfs erger dan dat, want al die medicatie die niet geneest heeft ook bijwerkingen, die dan weer andere medicatie vragen om ook die klachten te onderdrukken. Vanaf dat eerste pilletje dat langdurig genomen wordt, ontstaat een kettingreactie van steeds nieuwe bijwerkingen op telkens weer bijgevoegde medicatie. En zo ontstaat een vicieuze cirkel van medicatie op medicatie op medicatie, en bij gevolg een vicieuze cirkel van steeds dieper ziek worden. In het Westen sterven de meeste mensen weliswaar op een hoge leeftijd, maar met een diep ziek lichaam. Daar spreken welvaartziekten als hart- en vaatziekten, kanker en dementie overduidelijk van.

Nu al wordt duidelijk dat we op iets langere termijn de zorg die we vandaag aan mensen bieden, niet kunnen blijven bieden. Dat merk ik op vele terreinen. Wil je een dokter consulteren, dan moet je tegenwoordig langer wachten dan vroeger. Dat is zeker zo in de gespecialiseerde zorg, maar zelfs bij een huisarts kun je niet altijd meer direct een afspraak maken. Erger wordt het als je een nieuwe huisarts of tandarts wil vinden. Vaak hebben deze artsen een patiëntenstop, nieuwe klanten geraken niet zomaar binnen.

En dan is er de zorg in ziekenhuizen, woonzorgcentra en instellingen voor mensen met beperkingen. Vroeger waren daar wachtlijsten omdat er plaats tekort was. Nu zijn daar wachtlijsten omdat er personeel te kort is. Te veel mensen verlaten de arbeidsmarkt en te weinig mensen vullen de open plaatsen in. En dat wordt er in de toekomst zeker niet beter op. Nu al zie je een ’tweeklassengeneeskunde’ ontstaan. Immers, waar een tekort is, spelen marktprincipes scherper mee, en dus zullen mensen die veel geld hebben een ver doorgedreven medische zorg kunnen blijven betalen. Mensen die het niet zo breed hebben, zullen vaker in de kou blijven staan.

Hebben wij een tekort aan dokters? Dat geloof ik eigenlijk niet. Ik denk dat wij onze hele gezondheidszorg moeten herzien tot een soort ’trappengezondheidzorg’, waarbij eerst aan leefstijl wordt gedacht en daarna aan natuurlijke manieren om te genezen en pas daarna – als al die andere dingen niet helpen – aan klassieke geneeskunde met dokters en medicijnen en medische apparatuur. Dat vraagt echter dat mensen zelf meer verantwoordelijkheid nemen voor hun gezondheid en dat ze hun leefstijl daartoe aanpassen.

De lessen uit de Blue Zones geven ons alvast een paar duidelijke handvaten om hiermee van start te gaan:

  • Kies voor gezonde en natuurlijke voeding.
  • Beweeg regelmatig, vermijd een zittend leven.
  • Zorg ervoor dat je iets zinvols te doen hebt, en dat je dus een doel hebt in het leven.
  • Verbind je met andere mensen, met de natuur, met het Goddelijke.

Elk van deze stappen zorgt op zijn eigen manier voor een betere gezondheid tot op hogere leeftijd. En als je dan de kwaaltjes die toch nog opduiken in de wortel aanpakt om ze te genezen, in plaats van enkel en alleen de symptomen te onderdrukken, dan ben je goed op weg op “zo jong mogelijk te sterven op een zo hoog mogelijke leeftijd”!

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Wilgenkatjes langs de waterkant.

Ik ruik de lente!

Afgelopen week hadden we regen, sneeuw, felle windvlagen, kortom: guur weer. Februari is doorgaans de koudste wintermaand, en al vriest in februari het niet meer zo vaak als vroeger, toch snakken veel mensen naar de warmte van mooie lentedagen. Ik zie het bij de mensen die ik ontmoet en ik voel het bij mezelf: de winter heeft lang genoeg geduurd, het is tijd dat de lente komt.

Wel, als jij ook last krijgt van dat staartje van de winter en verlangt naar mooiere dagen, beter weer, meer zon en dus meer licht en meer warmte, dan heb ik goed nieuws: Ik ruik de lente! Vorige week ging ik op stap met mijn fototoestel. Alle foto’s die je in deze blog ziet, heb ik vorige week zelf genomen. Geen trucage, gewoon vastgelegd wat er te zien was. En nee, het is nog geen lente, maar ze is in aantocht, zeker weten.

En dus, als ik je een tip mag geven, voor ’t geval dat ook jij last hebt van die ‘winterblues’: trek er ook even op uit. Ga op een iet of wat mooiere dag wandelen in een park of langs een waterloop. Zoek een stukje natuur op en kijk. Als je beter kijkt zie je vast en zeker ook dat de lente eraan komt. Wedden dat je humeur er beter op wordt, als je zelf op onderzoek uitgaat?

Wat volgt is een fotocollage …

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Twee meisjes huppelen door een veld vol bloemen.

Leven is bewegen

Een tijdje geleden beloofde ik regelmatig te schrijven over een bepaald deelgebied van het menselijk lichaam. Ik had het al over de huid en over hart en bloedvaten. Wil je die schrijfsels teruglezen, klik dan gewoon op de linkjes en je wordt doorverwezen. Vanaf vandaag start ik een kleine reeks over ‘bewegen’ en hoe ons lichaam dat mogelijk maakt.

Leven is bewegen – Bewegen is leven

Heb je er al eens op gelet hoe belangrijk bewegen is? Dag in dag uit verplaatsen mensen zich van hier naar daar en weer terug. Voortdurend zijn mensen in beweging. Volwassenen kunnen dan wel grote delen van de dag op een stoel of in een zetel zitten, maar als je naar kinderen kijkt, dan zie je dat bewegen het meest natuurlijke is wat mensen kunnen doen.

Bewegen doen we in het groot, en dan denk ik aan stappen, lopen, dansen, zwemmen, fietsen, …, kortom, alles wat we verstaan onder de ‘grove motoriek’. Bewegen doen we ook in het klein, zoals knipogen of glimlachen, schrijven en kleuren of een knoop aan je jas dichtknopen, met je tenen wriemelen of je beenspieren even opspannen en weer loslaten. Dat alles hoort onder de ‘fijne motoriek’. En tenslotte bewegen we ook als we helemaal niet bewegen. Als we slapen, bijvoorbeeld, klopt ons hart en stroomt ons bloed, onze longen bewegen in het natuurlijke ritme van de ademhaling, maag en darmen bewegen en verteren zo het voedsel, hersenen en zenuwen blijven in actie als we dromen, enz. Het gaat dan om allerlei vormen van beweging die buiten onze wil om gebeuren. Het gaat gewoon vanzelf.

Aan dat laatste kun je het verschil zien tussen leven en dood. Het is het verschil tussen bewegen en ophouden te bewegen. Als het hart niet meer klopt, als de ademhaling stokt, als de hersenen geen impulsen meer geven, dan houdt het leven op. Zo belangrijk is bewegen dus. Met het al dan niet bewegen, staat of valt het leven zelf.

De hele mens komt in beweging

Als ik naar een mens kijk, dan zie ik in die éne mens verschillende aspecten, een beetje zoals hieronder weergegeven. Een mens heeft een fysiek lichaam. In dat lichaam spelen emoties en gedachten en er is ook een streven naar ‘ruimer dat het kleine ik’. Welnu, die hele mens komt, in als zijn aspecten, in beweging.

Spiritueel bewegen

Spiritueel bewegen is groeien, als in meer en meer jezelf worden. Elke mens wordt geboren met een taak, een opdracht, een roeping. Als kleine baby weet een mens daar nog niks van. Doorheen het leven ontdekt de mens gaandeweg wat hem raakt, wat hem enthousiast maakt, maar ook wat moeilijk is en wat hem tegengaat. Bij elke stap die hij zet, krijgt de mens een signaal: ‘dit gaat de goeie richting uit’ of ‘indien mogelijk, keer om’. Wie luistert naar die spirituele stem binnenin, zal misschien geen gemakkelijk leven kennen, maar wel een vervullend leven. Wie dat niet doet, stevent af op een afstompend en dus eerder ‘doods’ leven.

Mentaal bewegen

Mentaal bewegen is denken, oplossingen zoeken, creatief zijn, met duizend en één dingen rekening houden, leren, ontdekken hoe de wereld in elkaar zit, … We bevinden ons hier op het domein van de nieuwsgierigheid. In onze huidige wereld krijgt het mentale een heel belangrijke plaats toegemeten. Van kinds af aan worden we vol kennis gepropt. In toetsen en examens moeten we ons bewijzen op het mentale vlak. Alleen, vaak gaat het te weinig om mentaal bewegen, maar eerder om mentaal reproduceren. Iemand die mentaal in beweging is, zal niet zomaar de dingen aannemen die voorgezegd worden, maar zelf op onderzoek uitgaan. Hij of zij zal kritisch kijken naar wat beweerd wordt, en van daaruit een eigen weg gaan. En nee, dat is niet gemakkelijkste weg, maar je vindt er wel een vorm van eerlijkheid die leven geeft.

Emotioneel bewegen

Het woord zegt het zelf: emotie, van e-movere, is beweging. Het is het bewegen van wat binnenin gebeurt naar buiten toe. Het is vreugde, verdriet, blijheid, boosheid, vertrouwen, angst, … tonen aan de buitenwereld. Wie emoties toont, is dus in beweging, meer nog, hij zet ook anderen in beweging. Want het doet iets met jou als je een ander in tranen of in woede ziet. En als een ander vreugde uitstraalt, dan neemt hij jou wellicht mee in die beweging. Heel vaak zijn emoties brengers van beweging. Je wordt door iets geraakt, en dat maakt dat jij in actie komt. Je zou emoties met recht en reden de motor van elke vorm van beweging kunnen noemen.

Fysiek bewegen

En dan hebben we natuurlijk ook het gewoon fysieke bewegen. Daartoe hebben we nodig: een skelet met gewrichten en daaraan vastzittend spieren en pezen, geprikkeld door zenuwen. In een paar volgende blogs neem ik je mee in de functie, de betekenis, de klachten van het bewegingsapparaat en in de natuurlijke wegen om iets aan die klachten te doen. Wordt dus vervolgd …

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

 

Kruiden op je bordje

Complementaire gezondheidszorg, deel 2

In het eerste deel over complementaire gezondheidszorg had ik het over ‘lichaamswerk’. In het tweede deel spreek ik over die vormen van complementaire gezondheidzorg, waarbij je iets inneemt. Je eet iets, je drinkt iets, je slikt iets. Ik heb het dus over voeding, voedingssupplementen, kruidenpreparaten, Bachbloesems en homeopathie.

 Voeding

In onze huidige maatschappij gaat heel veel aan gezondheid verloren door onze verarmde, vaak industrieel bewerkte voeding. Weinig mensen eten nog zoals voeding bedoeld is: rechtstreeks uit de natuur, zonder pesticiden en zonder kunstmest gekweekt, vers klaargemaakt, zonder additieven voor kleur, geur, smaak of om te bewaren. Voeding hoort ‘levend’ te zijn: vers, vrij van toxische stoffen, vol licht en en vol vitaliteit. Alleen dan kan ze gezondheid voortbrengen.

Hoe herken je dit ‘levend’ voedsel?

  • Het komt van bij de boer of uit de versafdeling van de markt of van de winkel. Het is de verse groente, het verse fruit, het verse vlees of de verse vis. Laat die laatste er ook nog uitzien als vers vlees of verse vis, en niet verwerkt in slaatjes of worsten of welke vorm van bewerking dan ook.
  • Het ziet er nog vers uit, en niet verlept, verkleurd, verdord.
  • Het is biologisch, en dus gekweekt zonder toxische stoffen.
  • Diepgevroren voedsel kan ook, op voorwaarde dat het slechts één of een paar ingrediënten bevat. Als er moeilijk begrijpbare namen in de ingrediëntenlijst voorkomen, dan is het niet meer oké.

Wat is zeker niet gezond:

  • Sterk bewerkt voedsel, met veel toegevoegde additieven.
  • Een overdaad aan suiker, dat aan quasi alle bewerkte voeding wordt toegevoegd.
  • Industriële oliën en vetten, geperst bij hoge temperaturen, met behulp van solventen en daarna ontgeurd, gebleekt, geraffineerd en al dan niet gehard.
  • Bewerkt met bewaarmiddelen, geurstoffen, kleurstoffen, smaakstoffen.

Ik hou dus een pleidooi om weer zelf in de keuken te staan en eenvoudige maar eerlijke maaltijden klaar te maken. En ja, dat vraagt tijd en dat geeft last. Maar het komt ook je gezondheid ten goede.

Voedingssupplementen

Wat dus eerst komt en een goede basis voor gezondheid is, is een gevarieerde, verse en gezonde voeding. Zorg ervoor dat alle kleuren van de regenboog regelmatig op je bord komen. Toch kan het dat – ook al eet jij doorgaans gezond – er tekorten ontstaan. Daar zijn twee redenen voor:

  • Onze voeding is armer aan vitamines, mineralen en fyto-nutriënten, omdat onze landbouwgrond uitgeput raakt. Wat onvoldoende in de grond zit, kan onmogelijk voldoende in onze voeding voorkomen.
  • Wij leven een te belastend leven. Onze omgeving vraagt meer dan we uit onze voeding kunnen halen. Wij leven niet meer met het daglicht mee. We doen te veel. We blijven voortdurend in de aan-stand staan. We nemen onvoldoende rust en ontspanning. We leven druk, druk, druk, … en dat al te drukke leven eist zijn tol.

Daarom is het goed om onze gezondheid te ondersteunen met goed gekozen supplementen. En dat ‘goed gekozen’ betekent enerzijds dat de supplementen die je neemt nodig zijn voor jou én dat ze ook nog eens goed opneembaar zijn. En beide lopen wel eens fout, omdat een gewone huisarts te weinig weet over deze zaken. Immers, volgens de reguliere geneeskunde is er pas sprake van een tekort als je ziek wordt door dat tekort. In de complementaire orthomoleculaire geneeskunde gaat men uit van ‘optimaal functioneren’. Het kan dus dat je geen tekort vertoont om niet ziek te worden, maar onvoldoende hebt om je helemaal goed te voelen. Hier kan een orthomoleculaire arts of therapeut je echt op weg helpen.

En dan is er nog het probleem van de opneembaarheid van de supplementen die je neemt. Het is niet wat je slikt, wat van belang is, maar wel wat je opneemt. Sommige vormen van calcium, magnesium, vitamines, kurkuma, … geraken heel moeilijk door de darmwand heen en vormen dus enkel dure stoelgang. Ook hier is kennis van zaken nodig, kennis die je haalt bij een orthomoleculaire arts of therapeut.

Kruidenpreparaten

Je weet het misschien – of je weet het niet – dat vele van onze farmaceutische medicijnen hun oorsprong vinden in stofjes die zich in kruiden en in geneeskrachtige planten bevinden. De farmaceutische industrie isoleert deze werkzame stoffen uit de volledige plant en maakt die dan synthetisch na. Dat laatste is de voorwaarde om een medicijn te kunnen pattenteren, en juist uit die patenten haalt de farmaceutische industrie gigantische winsten.

Maar het is ook daar dat het fout gaat. Door stofjes te isoleren uit het geheel van de kruiden of geneeskrachtige planten én door ze synthetisch na te maken, hebben deze medicijnen ook sterke nevenwerkingen. Ze zouden je moeten genezen, maar ze maken je ook weer ziek. Denk maar aan de maagbeschermer die je moet nemen om de te sterke belasting van je maag van bepaalde medicijnen tegen te gaan. Of denk aan de diarree die je kunt krijgen van antibiotica en de constipatie van een synthetisch ijzerpreparaat. En zo zijn er vele mogelijke nevenwerkingen van synthetische medicijnen, die allemaal weer extra medicijnen vragen.

Kruiden en geneeskrachtige planten werken, als ze met kennis en kunde ingezet worden, als een geheel. In de volledige plant zit de werkzame stof in zijn natuurlijke vorm, en omgeven door andere stoffen die voor evenwicht zorgen. Waar dat ene stofje je in onevenwicht zou brengen, zorgen de bijhorende stoffen in de plant voor een heilzame werking zonder de nevenwerkingen. Maar je leest het al: kennis en kunde zijn van groot belang. Wie met kruiden en medicinale planten werkt én wie uit deze kruiden en medicinale planten kruidenpreparaten maakt, moet weten wat hij doet. Als herborist leer je al die dingen. Wil je dus advies op dat vlak, haal het dan bij iemand die deze kennis in huis heeft.

Energetisch werkende methoden

En ja, in de complementaire gezondheidszorg hebben we ook energetisch werkende methoden. Hierbij denk ik in de eerste plaats aan Bachbloesems en aan homeopathie. Beide bevatten geen werkzame stoffen meer. Ze zijn zo bereid dat alleen de energie van de stof nog in het middel aanwezig is. Laat je deze stoffen in een laboratorium ontleden, dan vind je stoffen als suiker, alcohol en water. Meer is er in het middel niet aanwezig.

Of toch, …

Want ja, het middel werkt … want het heeft de energie van een stof opgenomen, en het geeft jou die energie. Bij de Bachbloesems wordt de energie van de bloesems op het middel overgedragen door de bloesems op het juiste tijdstip te oogsten en die dan in zuiver water een passende tijd in de zon te laten trekken. In de moedertinctuur die zo ontstaat, zit alleen de energie van de bloesem, niet een of andere werkzame stof eruit. Bij homeopathie ontstaat hetzelfde resultaat door een middel met wel die werkzame stof erin zo vaak te verdunnen en tussenin ook telkens te schudden, dat er uiteindelijk geen werkzame stof meer te vinden is. Alleen de energie van het middel is overgedragen op het homeopathisch middel.

En nu kun je wel denken dat hier alleen een placebo-effect speelt, nl. de zieke denkt te zullen genezen en geneest dus ook. Weet je, dat speelt altijd wel een beetje een rol, ook bij klassieke medicijnen. Maar het kan echt niet alleen maar een placebo-effect zijn, want als je het juiste middel geeft, dan wordt de zieke beter en als je een verkeerd middel geeft, dan gebeurt dat niet. En wat meer is, deze middelen werken niet alleen op volwassen mensen (die door een placebo-effect beïnvloed kunnen worden) maar ook op baby’s, op dieren en zelfs op planten. En die laatste kun je moeilijk van een placebo-gevoeligheid verdenken.

Mijn conclusie

Ik zou graag zien dat een geneeskunde ontstaat die het beste uit elk van deze vormen haalt om mensen zo gezond mogelijk te houden of weer te maken. Daarbij zou ik willen dat eerst gebruik gemaakt wordt van meer natuurlijke en onschuldige middelen en pas als die niet helpen, van chemische en best wel gevaarlijke middelen. Ik zou ook willen dat mensen écht genezen, en dus dat ze niet voor de rest van hun leven afhankelijk blijven van medicijnen. En juist daarom hou ik een pleidooi voor een gezonde manier van leven, het inzetten van complementaire geneeswijzen als dat onvoldoende is en het pas grijpen naar chemische medicijnen als ultieme poging om mensen toch zo gezond mogelijk te houden.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Handen die een rug masseren

Complementaire gezondheidszorg, deel 1

In een vorige blog gaf ik het al aan, dat ik droom van een gezondheidszorg waarin ook de complementaire gezondheidszorg een rechtmatige plek krijgt. In het Westen – en in België nog meer dan in de omringende landen – wordt de complementaire gezondheidszorg maar heel weinig erkend. En toch, als we willen dat gezondheidszorg betaalbaar blijft en ook echt de gezondheid van mensen bevordert, dan is complementaire gezondheidszorg daar een onmisbare schakel in.

In dit eerste deel over complementaire gezondheidszorg heb ik het over alles wat ‘lichaamswerk’ aangaat: diverse vormen van beweging, massage, osteopathie, reflexologie en zelfs relaxatie. Ik beweer niet dat ik alle strekkingen binnen het lichaamswerk ken, en zeker al niet dat ik ze allemaal toepassen kan. Ik wil alleen je blik openen voor dit luik binnen de complementaire gezondheidszorg, omdat ik weet dat hier heel wat gezondheidswinst te behalen valt. Als iedereen met pijn of spanningen in het lichaam eerst hiermee aan de slag zou gaan, dan zou er heel wat minder pijnmedicatie nodig zijn, en ook het aantal operaties aan rug, heupen, knieën en schouders zou drastisch verminderen. En nee, dat beweer ik niet zomaar. Ik zie het gewoon gebeuren op de eigen massagetafel. Ook stress en de nadelige gevolgen van stress kunnen via deze technieken sterk verminderen, waardoor het gebruik van kalmerende middelen gereduceerd kan worden. Het bewustzijn dat op deze manier ontstaat, maakt dat de resultaten van blijvende aard zijn.

Beweging

Het lijkt een open deur intrappen als ik beweer dat regelmatig bewegen goed voor je is. En toch valt daar voor veel mensen een nog behoorlijke dosis gezondheidswinst te halen. Eigenlijk zouden hier verschillende principes toegepast moeten worden:

  • Stilzitten of eentonige bewegingen regelmatig onderbreken. Het is immers zo dat het uurtje sporten aan het begin of op het eind van de dag niet compenseert voor het niet bewegen of het eentonig bewegen tijdens de rest van de dag. Beter is het dat je om het half uur even ‘verandert’. Voorbeelden van hoe het fout kan gaan: werk aan de computer met langdurig stilzitten en het enkel bewegen van de muishand leidt tot spanning in nek en schouders, wellicht ook spanningshoofdpijn en pijnklachten in de muishand; werken aan een lopende band en daar voortdurend dezelfde handeling uitvoeren, waardoor last in de benen ontstaat door het lange staan en misschien ook last in handen of armen door het herhalen van telkens dezelfde beweging; ineens een fietsvakantie houden terwijl je niet gewoon bent lang na elkaar te fietsen kan leiden tot overmatige spanning in de armen, de schouders en de nek. De oplossing ligt hier in het regelmatig even in beweging komen en in het bijzonder in het onderbreken van de herhaalde beweging met het losmaken van die lichaamsdelen die daardoor onder spanning komen te staan.
  • Te is nooit goed. Te weinig beweging maakt dat je op de duur niet meer kunt bewegen. Je wordt strammer en stijver en je spiermassa vermindert doordat je ze niet gebruikt. Je algemene conditie gaat erop achteruit. Te veel beweging – en zeker als je dat op hoog niveau wil doen – maakt dat je lichaam overbelast geraakt. Je loopt meer kans dat een bepaald bewegingssysteem gaan crashen. Wees dus matig in je bewegingspatroon, zowel in de ene als in de andere richting.
  • Variatie maakt dat alle spiergroepen getraind worden. Fietsen traint vooral de beenspieren, gewichtheffen traint vooral de armspieren. Willen we maximaal winst halen uit ons bewegingspatroon, dan moeten alle spieren in het lichaam met regelmaat getraind worden. Een goed voorbeeld daarvan is … huis-, tuin- en keukenwerk doen.
  • Afwisseling tussen krachttraining en uithoudingstraining. Krachttraining bouwt spiermassa op, spiermassa die belangrijk is om tot op hoge leeftijd te kunnen blijven bewegen. Uithoudingstraining zet vooral hart en longen stevig aan het werk. Het bloed stroomt sneller door je lichaam heen en zorgt voor meer zuurstof en minder afval in de weefsels.

Kortom, wie regelmatig en gevarieerd beweegt, bouwt een goede conditie op. En juist dat is de basis voor een lichaam dat tot op hoge leeftijd in staat blijft tot soepel bewegen.

Massage

Er bestaan diverse vormen van massage, elk met z’n eigen gezondheidsvoordeel. Massage brengt helend huidcontact, diepe ontspanning, verlichting van pijnklachten, eliminatie van overtollig vocht en van afvalstoffen, nieuwe energie, … Sommige vormen van massage werken diep fysiek door. Ze verminderen lichamelijke spanning en daardoor ook pijn. Want spieren die te gespannen staan geven extra druk op gewrichten en dan ontstaat pijn. Andere vormen van massage werken meer energetisch. In dat soort massages wordt je energiebalans weer in evenwicht gebracht. Je voelt je verkwikt en weer opgeladen na zo’n massage. Ligt het accent meer op het elimineren van overtollig vocht of van opgestapelde afvalstoffen, dan voel jij je na de massage verlicht en zuiverder.

Een bijzondere vorm van lichaamsbehandeling is osteopathie. Hier ligt de nadruk meer op het corrigeren van het skelet en de daaraan vastzittende weefsels. Een klassiek voorbeeld hiervan is dat je zenuwpijn krijgt als een ruggenwervel gedraaid zit. Die zenuwpijn straalt dan uit naar armen of benen, waardoor normaal bewegen moeilijk wordt. Door je lichaam zo te manipuleren dat de verschoven ruggenwervel weer goed komt te zitten, verdwijnt ook de zenuwpijn en het daaruit voortvloeiende functieverlies. Hiermee pak je de oorzaak van de kwaal aan, in plaats van ze met pijnmedicatie te verdoven.

Reflexologie

Bij reflexologie – voetreflexologie, handreflexologie, auriculotherapie of oorreflexologie – wordt dat ene deel van je lichaam op zo’n manier behandeld dat andere delen in je lichaam erdoor gestimuleerd worden. Door de verschillende plekken op de voeten, de handen of de oren te masseren, worden energetische blokkades in het hele lichaam aangepakt. Reflexologie zorgt op die manier enerzijds voor een diepe ontspanning en anderzijds voor nieuwe energie.

Relaxatie

Bij relaxatie helpt een begeleider (live of via een opname) je om via je ademhaling en via gerichte aandacht bij je lichaam tot ‘voelen in het hier en nu’ te komen. Je staat stil bij wat zich in je lichaam en in je geest aandient. Je accepteert wat komt, je wordt je bewust van wat er leeft in jou, en die manier ontstaat vaak het begin van verandering. Door relaxatieoefeningen stap je even uit het helse ritme van alledag. Je valt stil, je laat toe dat er even niets meer moet … en dat geeft ruimte, ruimte om te ontdekken wat je lichaam je te vertellen heeft, ruimte om te ontdekken wat het leven van jou verlangt.

Wie regelmatig stilvalt in relaxatie, meditatie of gebed ontdekt in zichzelf een plek waar het, ondanks alle rumoer van de dag, stil blijft. Wie op vaste momenten oefent om die stilte te vinden, kan daar op hectische momenten makkelijker naar terugkeren. En omdat je makkelijker even kunt bijtanken uit die rust diep in jou, raak je minder vlug overspoeld door alles wat op je afkomt.

Bij wie kun je terecht?

Van al deze technieken hierboven ben ik vooral bezig met massage, in het bijzonder met dieptemassage of ‘deep tissue’ massage. Hiermee worden pijnklachten verholpen, wordt spanning weggemasseerd en kom je tot diepere ontspanning. Daarnaast beoefen ik ook voetreflexologie.

Voor andere behandeltechnieken kunnen je terecht bij collega’s in de complementaire gezondheidszorg. Als je even gaat googelen, van vind je wellicht wel iemand die jou verder kan helpen.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Een schaafwonde op een arm.

Het zelfgenezend vermogen, een wonder gebeuren

Je lichaam geneest zichzelf

Wat ik beweer kan gek klinken, maar als je goed kijkt naar wat er gebeurt bij een kwetsuur of bij een ziekte kun je zien dat het lichaam er alles aan doet om zichzelf te helen.

  • Een snee of een schaafwonde geneest spontaan. Het enige wat je kunt doen om dit genezingsproces te ondersteunen is de wonde proper maken en die dan een beetje beschermen tegen verdere verwonding. Het bloeden stopt, er komt een korstje op de wonde dat na een tijdje vanzelf kleiner wordt en weldra verdwijnt.
  • Een gebroken arm of been moet alleen in de juiste positie gestabiliseerd worden, en dan de nodige tijd krijgen om de breuk de kans te geven weer aaneen te groeien.
  • Een overbelaste maag heelt vanzelf als je even gaat vasten.
  • Een verkoudheid of een wat grieperig gevoel vraagt eigenlijk alleen dat je even wat gas terug neemt. Met rust, lichte maaltijden en voldoende drinken, en eventueel de koorts zijn gang te laten gaan, overwint je lichaam uit zichzelf de kwaal.

Wat ik in deze kleine voorbeelden beschrijf, is eigenlijk altijd aan de orde. Je lichaam heeft het in wezen altijd goed met je voor. Het doet het beste wat het kan met wat voorhanden is. Dat laatste is natuurlijk wel van belang:

  • Sommige mensen hebben van nature een sterke gezondheid. Anderen moeten het van bij het begin met heel wat minder doen. Dat maakt vanzelfsprekend een verschil in het gezondheidsniveau dat iemand kan behalen en behouden.
  • Vervolgens maakt hoe je leeft een groot verschil. Iemand met een zwakke gezondheid die let op zijn voeding, die op tijd gaat slapen, die z’n ontspanning zoekt in de natuur, … kan uiteindelijk gezonder blijken te zijn dan iemand die zijn sterke gezondheid ondermijnt met junkfood, met chronisch slaaptekort, met een overvolle agenda, met gebrek aan beweging, …

Wat een dokter kan doen

Als wij ziek zijn, gaan de meesten van ons naar de dokter. We verlangen van de dokter dat die ons geneest. Alleen, wie wat hierboven staat goed begrijpt, ontdekt meer en meer dat we zelf het nodige kunnen doen om weer gezond te worden. Wat een dokter – en bij uitbreiding onze Westerse gezondheidszorg – kan doen, is het volgende:

  • Een diagnose stellen. Op die manier ontdekken we – als we dat uit onszelf al niet weten – wat er met ons aan de hand is. Zo kunnen we ontdekken of de pijn die we voelen bij het stappen ontstaan is door overbelasting (en dus van ons vraagt dat we rust nemen) of net door te veel zitten en dus te weinig bewegen. En net zo kunnen we ontdekken of de pijn in de hartstreek ontstaat door ongezonde voeding en overgewicht, of eerder door overspanning en gestrest door het leven gaan.
  • Acuut levensreddend handelen. Als iemand, hetzij door een ongeval, hetzij door een ernstige ziekte acuut in levensgevaar is, dan moet er met spoed gehandeld worden. Wie geen zuurstof meer krijgt, gaat binnen een paar minuten dood. En wie een slagaderlijke bloeding heeft, heeft direct medische hulp nodig. Ook een hart- of herseninfarct moet direct met de nodige kunde behandeld worden.
  • En vervolgens …

Ja, daar loopt het mijns inziens fout in onze klassieke Westerse geneeskunde. Het meeste van wat dokters doen is het onderdrukken van de symptomen die het lichaam produceert met toxische medicijnen. Pijn wordt onderdrukt, en dus gaan wij zonder het te weten de grens over van wat ons lichaam aankan. Koorts wordt onderdrukt, en dus kunnen we veel vlugger weer aan het werk dan goed voor ons is. Huidklachten worden onderdrukt, tot op de lange duur andere klachten naar boven komen (die dan ook weer worden onderdrukt). Negatieve gevoelens worden onderdrukt, en dus gaan we nooit aan de slag met het verdriet of de emotionele pijn die in ons leeft. En van al die medicijnen die we nemen om onze klachten te onderdrukken, krijgen we bijwerkingen, waarvoor we nieuwe medicijnen nemen om ook die klachten te onderdrukken.

Onbetaalbare ziektezorg

Wat ik zie gebeuren is dat onze ziektezorg stilaan onbetaalbaar wordt. Dat merk je op verschillende manieren:

  • Er is, in ons huidige zorgsysteem, een tekort aan dokters, tandartsen, ziekenhuisbedden, opvangplaatsen voor zorgbehoevende ouderen, …
  • Bepaalde medicijnen zijn niet meer te verkrijgen of worden moeilijker te verkrijgen. Bepaalde medicijnen worden voor bepaalde doelgroepen niet langer terugbetaald.
  • De globale kosten die de maatschappij aan gezondheidszorg besteedt, worden elk jaar hoger.

De praktijk wijst uit dat wij anders met onze gezondheid moeten leren omgaan. Wie dat niet doet, wie dat niet nu al een beetje leert, maakt zich voor de toekomst afhankelijk van een langzaam aan falend zorgsysteem.

Je zelfgenezend vermogen alle kansen geven

Allereerst gaat het erom zo te leven dat jij je lichaam de best mogelijke kansen op gezondheid geeft. Ik denk dan in de eerste plaats aan gezonde voeding met volop verse groenten, met fruit van het seizoen, met een ‘eerlijk’ stukje vlees of vis, met volle granen, met noten en zaden, met peulvruchten, … Blijf vooral weg van alles wat ‘fabrieksvoedsel’ is.

Daarnaast denk ik aan matige beweging: te veel is niet goed, te weinig ook niet. Als dat in de vrije natuur kan, dan heeft dat een grote meerwaarde. Ook echte ontspanning en een goede nachtrust zijn van levensbelang. Als je daarnaast ook nog iets zinvols te doen hebt, en dus van betekenis kunt zijn, dan geeft ook dat je gezondheid een boost.

En als je dan al eens ziek wordt, luister dan vooral naar wat je lichaam je daarmee wil vertellen. Lukt het je niet uit jezelf om dat te ontdekken, dan kun je terecht bij heel wat complementaire gezondheidsprofessionals. Als elke rug- of heup- of kniepijn eerst met een dieptemassage of door osteopathie behandeld zou worden, dan zou er veel minder pijnmedicatie nodig zijn. Ook het aantal operaties zou drastisch verminderen. Die laatste zorg zou dan voorbehouden kunnen blijven voor die mensen bij wie de zachtere methodes onvoldoende verlichting brengen. Als elke psychische pijn eerst een luisterend oor zou vinden, vooraleer overgeschakeld wordt naar psychofarmaca, dan zouden heel wat meer mensen door hun levenspijnen heen kunnen groeien in plaats van hun hele verdere leven verdoofd te blijven. Als elke mens bij dreigende diabetes passend voedingsadvies zou krijgen (en dat ook volgen), dan zouden ook veel minder mensen hartklachten, dementie of kanker ontwikkelen. Diabetes zet immers de deur open naar deze en andere welvaartsziekten.

Een plaats voor complementaire gezondheidszorg

Als ik aan een gezondheidszorg voor de toekomst denk, dan zie ik drie niveaus:

  • Laten we eerst en vooral allemaal leren beter voor onszelf te zorgen. Hier zie ik een enorme kans weggelegd voor bio-landbouw, voor weer zelf in de keuken aan de slag gaan, voor echte recreatie in de natuur, voor gezondheidslessen in het onderwijs, …
  • Vervolgens wil ik graag de complementaire gezondheidszorg een rechtmatige plaats geven in ons systeem. Het gaat er hierbij vooral om mensen te behandelen zonder daarbij toxische medicijnen te gebruiken. Als alles wat behandeld kan worden met manuele technieken (massage, osteopathie, faciatherapie, …), met Bachbloesems, met homeopathie, met orthomoleculaire supplementen, …, ook zo zou behandeld worden, dan zou de reguliere gezondheidszorg veel minder onder druk komen te staan.
  • Pas in derde instantie zou de hulp ingeroepen moeten worden van onze reguliere Westerse gezondheidszorg met zijn chemische (en vaak onderdrukkende) geneesmiddelen.

Ik ben ervan overtuigd dat op deze manier meer mensen gezond oud zouden worden. En ik ben er ook van overtuigd dat op deze manier onze gezondheidszorg wel betaalbaar zou blijven. Maar goed, ik ben ik, en ieder van jullie moet hierin zelf zijn overweging maken. Ik blijf alvast bezig. Ik blijf schrijven over waar ik in geloof. En ik blijf mezelf bekwamen in deze complementaire gezondheidzorg, voor mezelf en voor anderen.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Een bol look

Niet bewezen dat het werkt

In mijn praktijk krijg ik enerzijds mensen over de vloer die overtuigd zijn dat ze hun gezondheid flink vooruit helpen met wat ik voor ze doe. Het zijn zij die op regelmatige basis langskomen voor een massage of een voetreflex. Het zijn zij die, als het hun op emotioneel vlak wat minder gaat, vragen naar Bachbloesems. Het zijn zij die bereid zijn om hun voedingspatroon aan te passen om zo diabetes en de daaruit voortvloeiende klachten te vermijden.

Ik krijg ook mensen over de vloer die wat meer sceptisch staan. Vaak klinkt dan in een eerste consult iets van aarzeling of iets van ongeloof: ‘Anderen zeggen wel dat wat jij doet werkt, maar ik geloof dat nog niet.’ En vaak zijn het ook die mensen die, als je hun iets aanraadt, zeggen dat hun dokter zegt dat het niet bewezen is dat wat jij aanraadt ook werkt.

Tools van een gezondheidsbegeleider

Een gezondheidsbegeleider is geen arts. Een arts mag een diagnose stellen en medicijnen voorschrijven. Een gezondheidsbegeleider mag dat niet. Als je het werkterrein van beide uit elkaar zou moeten halen, dan zou het als volgt klinken: Een arts geneest zieke mensen, een gezondheidsbegeleider bevordert de gezondheid van mensen. Het werkterrein van de arts is ziekte, het werkterrein van de gezondheidsbegeleider is gezondheid.

Een arts werkt met reguliere diagnostiek, medische beeldvorming, bloedanalyses, operaties, radiotherapie, medicijnen. Een gezondheidsbegeleider werkt met voeding, voedingssupplementen, kruiden, Bachbloesems, relaxatietechnieken, voetreflexologie, massage, gesprek. Als je beide vergelijkt, dan zie je zo dat wat arts doet, een veel schadelijkere invloed op het lichaam kan hebben dan wat een gezondheidsbegeleider doet. Medicijnen zijn uit zichzelf toxisch, het is vergif dat gebruikt wordt om ziekte te verslaan. Radiotherapie maakt niet alleen zieke cellen kapot, maar ook gezonde. Het is dan ook terecht dat hier heel grondig onderzoek gevoerd moet worden om te bepalen of die werkwijzen een voldoende positief verschil maken, met andere woorden: geneest een medicijn eerder dan dat het verder ziek maakt?

Dat alles wil natuurlijk niet zeggen dat de zachtere methoden die een gezondheidsbegeleider hanteert, gewoon zomaar kunnen en mogen gebruikt worden. Ook daar is kennis van zaken nodig, laat dat duidelijk zijn. En die kennis is er ook, en wordt ook verworven door allerlei onderzoek. Dat onderzoek hoeft echter niet altijd de standaard te halen die voor medicijnen en andere medische handelingen wel nodig is.

Dubbelblind gerandomiseerd placebo gecontroleerd onderzoek

Het gebeurt wel eens dat een cliënt bij een arts te rade gaat over iets wat een gezondheidsbegeleider heeft aangeraden: aanpassing van de voeding, een voedingssupplement, een massage, … en dan van die arts te horen krijgt dat het niet bewezen is dat zoiets werkt. Wat een arts bedoelt, is dat er geen ‘dubbelblind gerandomiseerd placebo gecontroleerd onderzoek’ is gebeurd. Dit is immers de standaard die nodig is voor medicijnen. Het betekent:

  • Dubbelblind: noch de arts, noch de patiënt weten of het medicijn werd toegediend, dan wel een placebo.
  • Gerandomiseerd: een experiment waarbij de proefpersonen willekeurig over twee of meer groepen worden verdeeld om de variabelen tussen mensen evenredig te verdelen. Zo mogen vb. niet alle oudere personen in de ene groep zitten en alle jongere in de andere.
  • Placebo gecontroleerd: een van de groepen krijgt een placebo, een behandeling die er net dezelfde uitziet, maar geen werking heeft. Dat kan gaan om eenzelfde pilletje – een klein rood pilletje, bijvoorbeeld – waarvan een deel het echte medicijn bevatten en een deel gewoon uit een vulstof bestaat. Dat kan ook gaan om een operatieve ingreep, waarbij bij een deel van de mensen de ingreep helemaal gebeurt en bij een ander deel alleen een snede gemaakt wordt, die dan weer gehecht wordt. Voor de rest is die behandeling helemaal gelijk: dezelfde preoperatieve behandeling, dezelfde verdoving, dezelfde duur van de behandeling, dezelfde postoperatieve behandeling.

Dat onderzoek gebeurt dan eerst op dieren, daarna op een kleine groep mensen, daarna op een grote groep mensen. Dit alles moet vooraleer een medicijn of een behandeling goedgekeurd wordt om het regulier te gebruiken bij welbepaalde ziektes of mankementen. Je begrijpt dat dit soort onderzoek een dure en tijdrovende zaak is.

Werkt het niet, omdat het niet bewezen is?

En nee,

  • Het is niet op deze manier bewezen dat bepaalde voeding gezonder voor je is dan andere.
  • Het is niet op deze manier bewezen dat matige beweging je lichaam soepeler houdt en dus gezond voor je is.
  • Het is niet op deze manier bewezen dat biologische bessen, bepaalde soorten paddenstoelen, gefermenteerde knoflook, … je lichaam gezond houden en minder kans geven om bepaalde klachten te ontwikkelen.
  • Het is niet op deze manier bewezen dat dieptemassage heel wat pijnklachten kan verhelpen.
  • Het is niet op deze manier bewezen dat relaxatietechnieken je beter doen slapen.

Veel van wat gezondheidsbegeleiders doen, is niet op deze manier bewezen. Dat kan ook niet, want dubbelblind gerandomiseerd placebo gecontroleerd onderzoek kost massaal veel tijd en geld. Die tijd en dat geld kunnen de bio-landbouw, de fabrikant van voedingssupplementen, de practitioner in een complementaire praktijk (of de beroepsverenigingen van deze mensen) niet investeren. Big Pharma kan dat wel, want het leidt tot het kunnen nemen van patenten op geneesmiddelen, en dat zorgt er dan weer voor dat de kosten voor dit soort onderzoek teruggewonnen kunnen worden. Geen enkele framboos, geen enkele shiitake-paddenstoel, geen enkele massage of voetreflex kan zoveel opbrengen dat het onderzoek ervan betaald kan worden.

Er is dus nood aan een ander soort ‘onderzoek’, nl. dat de ervaring van mensen die met dit soort zaken geholpen zijn, mee mag tellen. In onze hoogtechnologische maatschappij is dat soort onderzoek absoluut mogelijk, en het gebeurt ook. Alleen hecht men er niet dezelfde waarde aan. Nochtans is het dat wat ik hoop voor onze maatschappij: dat de ervaring van mensen mee mag tellen in onze gezondheidszorg. Het is wenselijk, omdat heel wat zware medische behandelingen vermeden kunnen worden als er meer en eerst wordt ingezet op leefstijl. Het is noodzakelijk, omdat onze huidige ziektezorg over niet al te lange tijd onbetaalbaar zal blijken. Willen we als maatschappij de gezondheid van mensen hoog in het vaandel blijven dragen, dan is een ommekeer onvermijdelijk, en dan moeten we accepteren dat wat velen als positief ervaren, ook positief is.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Een tekening van een hart met daarbij de hartslag.

Het hart, de motor van het leven

We hadden het eerder over het bloed, dat leven brengt tot in elke cel van ons lichaam. We hadden het ook over de bloedvaten, het buizenstelsel dat ervoor zorgt dat het bloed overal heen kan. Vandaag hebben we het over het hart, de motor van het leven. Want, je mag bloed in je lijf hebben, zoveel als je wil en je mag een netwerk aan buizen en buisjes hebben om dat bloed te transporteren, als de motor het niet doet, ben je zo dood als een pier.

Het hart is van wezenlijk belang, we kunnen niet zonder. Tegelijk staat het hart ook voor liefde, passie, gevoel, emotie. Dat ontdek je in de vele spreekwoorden waar het hart in voorkomt. Aan de negatieve kant: een hart van steen hebben / het hart bloedt bij het zien van zoveel leed / een harteloze indruk maken. Aan de positieve kant: iets van ganser harte doen / een hartelijk welkom / je hart voor iemand openstellen. Als er dus zoveel spreekwoorden zijn waar het hart in voorkomt, dan moet dat hart en waar het voor staat wel echt belangrijk zijn.

Het hart, een spier

Allereerst is het hart gewoon een spier. Alleen, het hart is een spier die autonoom werkt. We kunnen er met onze wil geen invloed over uitoefenen. We kunnen niet beslissen om ons hart even een tijdje niet te laten slaan. We kunnen ook niet beslissen om ons hart wat vlugger of juist wat trager te laten slaan. Het hart reageert wat dat betreft op de omstandigheden in ons lichaam. Als wij in rust zijn en echt ontspannen, dan gaat het hart vanzelf trager kloppen. Als wij in actie zijn en misschien ook wat gestresseerd, dan gaat het hart in versnelling. Het doet dat omdat er dan meer zuurstof en meer voedingsstoffen naar de cellen moeten, en dus moet het bloed wat vlugger al die cellen bereiken. We hoeven daar niet bij na te denken, dat gebeurt gewoon vanzelf.

Nu begrijp je natuurlijk wel dat als het hart voortdurend veel te vlug moet slaan, het dan ook vlugger slijtage gaat vertonen. Het beste is het eigenlijk als het hart zich heel vlotjes kan aanpassen aan de verschillende omstandigheden in ons lichaam. En het is ook goed voor hart als wij regelmatig echt tot ontspanning kunnen komen. Dan geven wij het hart wat rust, we zorgen ervoor dat ons hart op adem kan komen.

Chronische stress is dus een ziekmaker voor het hart. Het hart moet dan voortdurend te hard werken, enerzijds omdat het vlugger moet slaan en anderzijds omdat het bloed daardoor ook dikker wordt. Het hart moet dus extra zijn best doen om dat dikkere bloed het lichaam rond te pompen.

En omdat het hart een spier is, is ook alles wat spieren kan aantasten een ziekmaker voor het hart. Gezonde, spieropbouwende voeding is dus van belang. Denk daarbij aan gezonde eiwitten, maar ook aan beschermende fytonutriënten uit plantaardige voeding. Bij dat laatste denk ik in de eerste plaats aan gefermenteerde knoflook, die op alle elementen van de bloedsomloop een helende werking uitoefent. Gevaarlijke medicijnen zijn in dit geval de cholesterol verlagende statines. Statines blokkeren de aanmaak van co-enzym Q10 in het lichaam, een enzym dat mee van belang is in het opbouwen en onderhouden van spierweefsel. Nu nemen we die statines om het cholesterolgehalte naar beneden te halen, maar ondertussen blokkeren we dus het gezond houden van spierweefsel. En we zeiden het net: het hart is ook een spier. Statines zijn dus niet zomaar positief voor hart en bloedvaten.

Het hart, elektrisch aangedreven

Bij een gezonde mens trekt de hartspier zich zestig tot zeventig maal per minuut samen. De prikkel om zo’n hartslag te starten, vertrekt in de sinusknoop. Je zou die sinusknoop kunnen vergelijken met de starter van de motor van een wagen. Als die starter het niet doet, dan slaat de motor niet aan. Vanuit die sinusknoop wordt een elektrisch systeem in gang gezet, dat voor een normaal hartritme zorgt. Als er storingen zijn in de geleiding van de prikkelgolf, dan ontstaan er hartritmestoornissen.

Zo’n hartritmestoornis zegt wellicht dat er iets mankeert met het fysieke aspect in je lichaam, nl. dat de elektrische aandrijving van je hart in gebreke blijft. Het kan echter ook iets vertellen over een meer emotioneel of spiritueel aspect van je leven. Het is dan alsof je eigen middelpunt uit de pas is geraakt. Jij wil iets anders dan je centrum, je diepere wezen van jou verlangt. Je wordt als het ware op het matje geroepen, dat je te vlak geworden bent. Je mag wat meer je eigenheid, je originaliteit, je passie tonen. Je mag wat meer uit de band springen, en je gekke ideeën of je creatieve invallen in de wereld zetten.

Het hart, centrum van het gevoel

Het hart mag dan, technische gezien, gewoon een pomp zijn die je bloed je hele lichaam rondpompt, het hart staat voor zoveel meer dan alleen maar dat. Ik wil je uitnodigen een kleine test te doen. Wijs eens met je vinger of met je hele hand naar jezelf, alsof je wil zeggen: ‘Dit ben ik!’ Wedden dat je vinger of je hand exact op die plek belandt waar je hart zich bevindt? Het hart ligt centraal in je lichaam, achter je borstbeen, een beetje meer naar links. Links staat traditioneel voor het gevoel, waar rechts meer staat voor de ratio.

Het hart nodigt ons uit om met het leven iets te doen dat de moeite waard is. En bijna altijd gaat het dan om verbinding met anderen, om je eigen kleur in de wereld te zetten ten voordele van allen, om creatief aan de slag te gaan om van de wereld een betere plek te maken. Dat is waar het hart ons met iedere hartslag toe oproept.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨