Iemand met een dikke buik meet de buikomtrek.

Vet vermijden?!? Suiker is de echte dikmaker!

Ik wil vermageren, en dus …

Het hele verhaal dat ik je vandaag wil vertellen, begint in de jaren ’50 van de vorige eeuw. De tweede wereldoorlog, die een echte hongeroorlog was, was voorbij. Je zag de eerste tekenen van de groeiende welvaart, … en tegelijk ook het begin van een obesitasepidemie en een stijging van het aantal hart- en vaatziekten. Ancel Keys, voedings- en gezondheidswetenschapper, deed onderzoek naar de correlatie tussen voeding enerzijds en het voorkomen van hart- en vaatziekten anderzijds. In 1958 publiceerde hij zijn ‘Zeven Landen Studie’, waarin hij concludeerde dat verzadigd vet de grote boosdoener was.

En dus, sinds die tijd wordt in de hele gezondheidszorg en dieetleer verzadigd vet in het verdomhoekje gezet. Oliën met onverzadigde vetten deden hun intrede, boter werd vervangen door margarine. (Wist je dat er in die begintijd meer mensen stierven door het eten van die margarine dan door het eten van boter? Die eerste margarines bestonden uit geharde onverzadigde oliën, en de onverzadigde vetzuren hadden zich tijdens het hardingsproces omgevormd tot transvetzuren. Welnu, als er één soort vet echt schadelijk is voor ons, dan zijn het wel die transvetten!)

Door de jaren heen zijn wij nog vele stappen verder gegaan. Vetten – ja zelfs onverzadigde vetten – werden hoe langer, hoe meer geweerd. Vette voedingsmiddelen werden verketterd. Light dressings en light mayo’s bevatten nu voor een deel ‘gemodificeerd zetmeel’ in plaats van vet. Vervolgens werd in heel veel producten waarin het vetgehalte verminderd was, suiker toegevoegd. Vet is immers een smaakmaker. Waar je vet weghaalt, heb je een nieuwe smaakmaker nodig, en meeste gevallen werd dat suiker.

Wat zien we gebeuren? Het aantal hart- en vaatziekten is niet verminderd, eerder in tegendeel. Zwaarlijvigheid en obesitas werden veeleer de norm dan de uitzondering. Hoeveel vet we ook weghalen uit de voeding, het helpt allemaal niks. En tegelijk zien we dat diabetes type 2, ook ouderdomsdiabetes genoemd, op steeds jongere leeftijd voorkomt. Gaat er dan geen belletje rinkelen?

Inderdaad, Ancel Keys maakte een verkeerde conclusie. Want jawel, na de tweede wereldoorlog steeg de consumptie van verzadigd vet, … maar de consumptie van suiker steeg minstens even vlug. Vet was nooit het echte probleem, het was altijd al suiker. Willen we dus met z’n allen gezonder en magerder worden, dan moet niet de vetconsumptie verminderen, maar het overvloedige gebruik van suiker.

Gezonde vetten zijn broodnodig!

Misschien geloof je me niet, en toch is het waar: Om gezond te kunnen functioneren, hebben we gezonde vetten nodig!

Zijn er dan gezonde en ongezonde vetten? Jawel, en het is belangrijk dit een beetje te snappen om gezonde gerechten op tafel te kunnen zetten:

  • Verzadigd vet is vet dat bij kamertemperatuur hard is. We hebben het over het vetrandje van vlees, maar ook bijvoorbeeld over boter of kokosolie. Hoe harder het vet bij kamertemperatuur, hoe meer verzadigd. Het voordeel van verzadigd vet, is dat het een stabiel vet is. Bij bewerking, bijvoorbeeld bij verhitten, ondergaat het niet zo gauw verandering. Alleen als je het vet verbrandt (en het dus gaat roken!) wordt verzadigd vet toxisch en dus kankerverwekkend. Wil je dus bakken en braden en zelfs frituren, dan is verzadigd vet een heel goede optie!
  • Onverzadigd vet is bij kamertemperatuur vloeibaar. Alle oliën bevatten dus onverzadigde vetzuren. Als je de moleculaire structuur van deze vetten gaat bekijken, dan zie je dat er een ‘zwakke’ plek in zit. Die ‘knik’ in het vetzuur heeft gezondheidsvoordelen, maar het is ook de plek waar het vet kan omslaan van gezond in superongezond. Als zo’n knik – bij verhitten of bij harden – omslaat, dan ontstaat een transvetzuur. En transvetten zijn de meest ongezonde vetten die je maar kunt eten. Frituren in olie is dus geen goed idee, echt niet! Er zijn soorten onverzadigde vetzuren:
    • omega 9-vetzuren: Olijfolie is hier de meest gekende. Olijfolie bestaat uit enkelvoudig onverzadigd vetzuur, en dat betekent dat er maar één knik in z’n structuur zit. Dat maakt olijfolie meer stabiel dan alle andere oliën. Vandaar dus ook dat je olijfolie wel nog mag gebruiken om groenten aan te stoven of om een stuk vlees of vis te bakken. Daar wordt deze olie niet toxisch van. Frituren zou ik er niet mee doen, dan wordt het vet te warm en dus wel weer toxisch.
    • omega 6-vetzuren: De meeste andere oliën bevatten vooral omega 6-vetzuren, en dat zijn meervoudig onverzadigde vetzuren. Ze zijn dus meer onstabiel dan olijfolie en niet meer geschikt om te verwarmen. Gebruik deze oliën dus enkel koud, als dressing bij groenten, bijvoorbeeld. Bijzonder aan omega 6-vetzuren is dat ze ontsteking bevorderen. Nu lijkt dat negatief, maar dat is niet helemaal waar. Als we ‘ziekmakers’ binnenkrijgen, dan is het van belang dat het ontstekingsmechanisme in gang gezet wordt. Er moet alleen evenwicht zijn met de omega 3 vetzuren, die dat ontstekingsmechanisme weer af kunnen zetten.
    • omega 3-vetzuren: Ook deze vetzuren zijn meervoudig onverzadigde vetzuren, en dus niet geschikt om te verwarmen. Hier kijken we naar lijnzaadolie, walnootolie en vooral vette vis. Van die omega 3-vetzuren hebben we er door de band tekort. Ideaal is een verhouding van 1:1 tot 1:5 tussen omega 3 en omega 6. In onze voeding ligt de verhouding ongeveer 1:20 en meer. Vandaar dus ook de vele ontstekingsziekten die we vandaag kennen.

Ongezonde vetten zijn dus

  • transvetten, veel gevaarlijker dan verzadigd vet
  • verbrande vetten, want die zijn kankerverwekkend
  • meervoudig onverzadigde vetzuren die verwarmd werden, want in dat proces ontstonden transvetten
  • een teveel aan omega 6-vetzuren en een tekort aan omega 3-vetzuren, want dat zorgt voor blijvende ontsteking

En hebben we ‘gezonde vet’ dan echt nodig? Absoluut, zeker weten!

Ik hoef je alleen maar op een paar dingen te wijzen:

  • Elke cel in ons lichaam heeft een membraam, een celwand, en die bestaat uit vet. Zonder gezonde vetten gaan onze celwanden kapot, en op termijn dus ook onze cellen. Ze functioneren minder goed, wij verouderen in een evenredig tempo. Klachten waar we niet meer van af komen, duiken op.
  • De basisbouwstof voor onze hersenen en onze zenuwen is vet. Zonder de nodige gezonde vetten om opbouw- en herstelprocessen uit te voeren, gaat het met ons zenuwstelsel bergafwaarts. Gevolgen zijn enerzijds hersen- en zenuwziektes als dementie, Alzheimer, Parkinson, Multiple Sclerose en anderzijds gemoedsstoornissen als depressie, stress, zenuwachtigheid.
  • Ons hormoonstelsel draait op steroïden, waarvan cholesterol er eentje van is. Zonder de nodige gezonde vetten kan dus ook ons hormoonstelsel verstoringen vertonen. De algemeen verminderde fertiliteit is daar een duidelijk voorbeeld van.

Suiker is de echte boosdoener

Niet vet, dus, maar suiker is de boosdoener, en dat heeft alles te maken met het hormoon insuline, dat onze bloedsuikerspiegel moet regelen. Insuline is een adipogeen hormoon, en dat betekent dat insuline vet aanmaakt uit suiker. Dat gaat zo:

  • Als je eet, komt er na de spijsvertering suiker of glucose in je bloed. Die glucose komt uit suiker in al zijn varianten, maar ook uit brood, pasta, aardappelen, groenten en fruit. Als die suikers goed verpakt zitten, in de vele vezels in groenten en fruit bijvoorbeeld, dan komt de glucose maar langzaam in het bloed terecht. Op dat moment is er geen probleem. Wij hebben immers suiker nodig, het is rechtstreeks toegankelijke energie.
  • Komt er, na het eten van een suikerrijke snack of na het drinken van frisdrank bijvoorbeeld, te veel suiker ineens in het bloed, dan komt insuline daarop af. Suiker kan immers je bloedvaten en je organen aanvallen en kapot maken. Daarom heeft ons lichaam een fantastisch regelsysteem waar insuline een rol in speelt. Insuline klikt zich aan de overtollige suiker vast en klopt bij een vetcel aan om die suiker daar af te leveren.
  • In de vetcel wordt de overtollige suiker omgezet in vet. Dat vet kan enkel dienen als reserve-energie. Het is niet van dezelfde waarde als vet in onze voeding, die ook als bouwstof gebruikt kan worden. Door het hormoon glucagon, tegenhanger van insuline, kan het vet in onze vetcellen weer omgezet worden in suiker, en dus in energie in tijden van nood. Alleen, … die tijden van nood breken op onze dagen nooit meer aan. Wij hebben voedsel in overvloed, de hele dag door.

Over suiker en zijn kwalijke werking in ons lichaam schreef ik eerder al: Suiker, de zoete boosdoener (deel 1) en Suiker de zoete boosdoener (deel 2).

… en dus anders gaan eten …

Wil je dus vermageren, dan zit er niks anders op dan blijvend anders te gaan eten. Je kunt volgende raadgevingen alvast in acht nemen:

  • Eet zoveel mogelijk onbewerkt voedsel. Bereid je voedsel zelf, ook vb. je vinaigrettes, dan gebruik je sowieso minder suiker.
  • Vermijd zoveel mogelijk suikerrijke dranken en fruitsappen. Ze hebben geen vertering nodig, ze bevatten suikers die zo je bloedbaan in komen.
  • Eet slechts drie keer per dag. Onthoud je van voortdurende tussendoortjes.
  • Beperk de hoeveelheid koolhydraten in je voeding. Kies eerder voor ‘Low Carb’ dan voor Low Fat’.

Blijvend van je overgewicht afraken is belangrijk voor je gezondheid. Tegelijk is het ook geen makkelijke klus. Wil je graag ondersteuning bij dit proces, dan kun je terecht bij mij of bij een van mijn collega’s gezondheidsbegeleiders.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Een mistig landschap in het najaar

Het ‘vitamine D-seizoen’ komt eraan!

Vitamine D, een zonnevitamine

De meeste vitamines krijgen wij via onze voeding binnen. Met vitamine D ligt dat een beetje anders. Je kunt veel vette vis eten, zoals zalm en sardines en makreel en haring, en dat helpt al een beetje. Vitamine D zit in de vetten van deze vissen. Denk maar aan die vieze levertraan van vroeger. Je kunt ook grijpen naar eieren, boter, melk en kaas, want ook daar zit een klein beetje vitamine D in. En toch kan dat alles niet tippen aan de hoeveelheid vitamine D die we onder invloed van direct zonlicht aanmaken in onze huid. Willen we voldoende vitamine D aanmaken om gezond te blijven, dan moeten we met z’n allen aan de evenaar gaan wonen. In de zomer hebben we misschien net voldoende vitamine D ter beschikking, op voorwaarde dat we op het middaguur minstens een half uur in de zon komen met nogal wat ontblote huid en zonder zonnebrandcrème. Een andere optie is het om – misschien wel het hele jaar door, maar zeker tijdens de wintermaanden – een goed vitamine D3 supplement te nemen.

Vitamine D3 en sterke botten

Vitamine D3 speelt een heel belangrijke rol in de calciumopname, en is dus van levensbelang voor sterke botten, sterke tanden en goed werkende spieren. Voor goede botten en tanden en voor goed functionerende spieren zijn in gelijke mate voldoende calcium en voldoende magnesium nodig. Om de calcium uit onze voeding op de juiste plaatsen te krijgen, hebben we twee vitamines nodig. Vitamine D3 haalt calcium uit de voeding en brengt die in het bloed, en dat is alvast het halve werk.

Maar misschien hoorde je al van mensen die tegelijk osteoporose of botontkalking hebben én atherosclerose of aderverkalking (in wezen gaat het om slagaderverkalking). Dat zijn de mensen die wellicht wel vitamine D3 nemen, maar niet die andere o zo belangrijke vitamine. Wat deze mensen nodig hebben, bovenop vitamine D3, dat is vitamine K2. Deze laatste doet het vervolgtransport: ze haalt de calcium uit het bloed en brengt die naar de botten, de tanden, de spieren en overal waar calcium nog nodig mocht zijn. Vitamine K2 wordt enerzijds aangemaakt in onze darmen door goede darmbacteriën en anderzijds vinden we ze vooral in gefermenteerde voedingsmiddelen, zoals zuurkool of yoghurt en kwark. Bij neiging tot atherosclerose is wellicht ook een supplement nodig.

Vitamine D3 als regulator

Vitamine D3 reguleert in ons lichaam heel wat processen. Deze vitamine heeft invloed op het hartritme, de bloeddruk, de bloedviscositeit (ofte het al dan niet stroperig worden van ons bloed), de bloedsuikerspiegel, het zenuwstelsel en zelfs de celgroei. Dat betekent dat vitamine D3 een rol speelt in het vermijden van hart- en vaatziekten, diabetes, ziekten van de hersenen en de zenuwen – van zenuwachtigheid, prikkelbaarheid en depressiviteit tot dementie, multiple sclerose en de ziekte van Parkinson – en zelfs kanker. Tel daarbij nog de rol van vitamine D3 in het vermijden van osteoporose, cariës en tanduitval én spierzwakte en je begrijpt hoe belangrijk een goede Vitamine D status in je lichaam is.

Vitamine D3 en het immuunsysteem

De vitamine die we vandaag onder de loep nemen is ook nog eens van onmisbaar belang voor een goed werkend immuunsysteem en wel op twee fronten tegelijk:

  • Vitamine D3 hebben we absoluut nodig in de preventie en de aanpak van winterse infecties, zoals verkoudheid en griep, maar ook COVID in al zijn varianten. Indien nodig stimuleert vitamine D3 ons immuunsysteem, zodat het vreemde indringers te lijf kan gaan. Bij voldoende voorraad gaat dat vaak zelfs zonder dat wij symptomen vertonen bij een eventuele besmetting. En worden we toch ziek, dan ondersteunt vitamine D3 ons immuunsysteem om de ziekmaker efficiënt te bestrijden.
  • Maar vitamine D3 doet meer. Ze is immers ook op dit front een regulator. We zagen het bij COVID en we zien ook bij het ontstaan van allergieën en auto-immuunziektes: ons immuunsysteem kan ook te alert zijn en blijven doorgaan met aanvallen, ook waar dat niet langer nodig is. Bij COVID kregen we de cytokinestorm, en mensen stierven aan een overactiviteit van het immuunsysteem. Hetzelfde gebeurt eigenlijk bij allergie en auto-immuunziektes: ons immuunsysteem ziet overal vijanden, ook waar die er eigenlijk niet zijn. En het valt maar aan, zonder ophouden. Gevolg: we hebben voortdurend last van steeds zwaardere symptomen en we worden ziek door uitputting (want ons immuunsysteem is een duur systeem, het vraag heel veel energie). Vitamine D3 is bij wijze van spreken niet alleen de ‘aan’-knop van ons immuunsysteem, maar ook de ‘off’-knop, en die is minstens even belangrijk.

… en dus, een supplement!

Een goed vitamine D3 supplement kun je veilig het hele jaar door nemen in een hoeveelheid van 2000 IU (International Units, of in het Nederlands: Internationale Eenheden en dus IE) per dag. Dat is een goede basismaatregel en kan zonder medisch toezicht genomen worden.

Heb je echter klachten zoals hierboven beschreven, vraag dan misschien eens aan je huisarts om de vitamine D-status van je bloed na te gaan. Orthomoleculair wordt aangenomen dat je minimaal 75 nmol vitamine D per liter bloed zou moeten hebben om gezond te kunnen functioneren. Optimaal is een bloedspiegel tussen 75 nmol/L en 150 nmol/L. Je huisarts zal wellicht al tevreden zijn vanaf 30 nmol/L, en misschien heb jij nog minder dan dat. Met zo’n lage bloedspiegel van vitamine D kun je echter onmogelijk optimaal functioneren. Vraag dan aan je huisarts beslist naar extra vitamine D3, of laat je bijstaan door iemand die orthomoleculair geschoold is. Je kunt er veel leed mee voorkomen.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

Geef je gezondheid een boost door regelmatig te bewegen

Vorige keer schreef ik al over wat je zelf kunt doen om je weerbaarder te maken tegen infectieziektes als het coronavirus. Zelf vind ik het ongelooflijk jammer dat er vanuit onze virologen niet meer aandacht gegeven wordt aan een gezonde levensstijl. Als de meeste mensen die op de Intensive Care terecht komen, mensen zijn met obesitas en met diabetes, zou het dan geen goed idee zijn om juist daar iets aan te doen? Als de meeste mensen die sterven aan de gevolgen van het coronavirus mensen zijn met onderliggend lijden, zou het dan geen goed idee zijn om te zoeken naar een alternatief voor de huidige medische aanpak van onze welvaartsziektes? Want dat pilletje dat jij dagelijks neemt om je bloeddruk of het suikergehalte in je bloed of je cholesterol binnen aanvaardbare grenzen te houden, dat geneest niet. Het zorgt er alleen maar voor dat de klachten onder de duim gehouden worden.

In Amerika bijvoorbeeld, maar ook bij onze Noorderburen, komt steeds meer aandacht voor leefstijlgeneeskunde. Het gaat dan om dingen als het aanpassen van je voedingsgewoontes, het zorgen voor voldoende ontspanning en slaap, het gaan voor wat in jou leeft … en het regelmatig bewegen. Over dat laatste schrijf ik vandaag …

Stilzitten wordt wel eens ‘het nieuwe roken’ genoemd

Een kleine schets van het leven van veel mensen vandaag …

’s Morgens opstaan, je wassen en aankleden en dan ontbijten. Vervolgens een paar stappen naar de auto en dan naar het werk of naar school. Zowel bij een kantoorbaan als op school volgt dan een lange dag van veel zitten. Na de dagtaak met de auto naar huis, wat huishoudelijk werk, en na het avondeten wat ontspanning … in de zetel voor de TV. Toegegeven, dit is een karikatuur, maar dan wel eentje die behoorlijk goed lijkt op het reële leven van veel mensen.

Nu blijkt dat al dat zitten even schadelijk voor ons is als roken. Als je wil weten hoe beweeglijk wij horen te zijn, kijk dan maar eens naar een jong kind. Je kunt zo’n kind niet stilletjes op een stoel of in een zetel laten zitten. Het wil bewegen, en als het speelt is het voortdurend in beweging. Alleen als zo’n kind slaapt, valt al dat bewegen stil. Zo zijn wij mensen bedoeld, zo zit het in onze genen ingebakken. Doen we dat niet, dan gaan alle systemen in ons lichaam op een lager pitje draaien, en dat draait uit op schade van onze vitaliteit.

‘Regelmatig bewegen’ is niet gelijk aan ‘twee keer per week sporten’

Dat bewegen goed is voor onze gezondheid, dat weten we eigenlijk wel. Daarom ook gaan veel mensen één tot een paar keer per week sporten: lopen, fietsen, fitnessen, zwemmen, tennissen. Joepi, da’s goed, da’s winst …

… en toch is het niet dat wat we bedoelen met ‘regelmatig bewegen’. Met dat af en toe eens sporten maak je niet ongedaan wat je je lichaam aandoet met de rest van de tijd dan toch weer zitten. Eigenlijk zou je niet langer dan een half uur mogen blijven zitten. Daarna moet je eerst weer even in beweging komen, vooraleer je weer even mag zitten. Het gaat daarbij niet om ‘sport’, maar om ‘je hele lichaam weer even losmaken’. Je spieren moeten even in actie komen, je bloedsomloop moet een beetje harder gaan, je ademhaling moet wat intenser, … en dat krijg je bij alleen maar zitten allemaal niet.

Bijzonder positief is het als je voor elke maaltijd wat intensiever gaat bewegen. Enerzijds maak je dan de directe reserves van energie op. Je zorgt er dus voor dat er ruimte is om nieuwe energie binnen te laten, zonder dat die ineens maar in je vetcellen gestockeerd moet worden. Anderzijds maak je bij het even uitputten van je spieren ‘lactoferrine’ aan. Die lactoferrine zorgt ervoor dat je lichaam minder gaat ontsteken na een maaltijd. Lactoferrine helpt je immuunsysteem om ziekteverwekkers in je voeding te neutraliseren.

Tips om meer te gaan bewegen

Als jij regelmatig gaat sporten, dan is dat een goede zaak. Maar zoals eerder al aangegeven, het is niet voldoende en misschien ook niet echt noodzakelijk. Veel belangrijker is het dat je vele keren doorheen de dag in beweging komt. Enkele tips om dat soort beweging in je dag in te bouwen:

  • Doe je huishouden zoveel mogelijk zelf. Ook als je al wat ouder bent en hulp krijgt bij het huishouden, blijf je best toch nog een beetje bezig met bijvoorbeeld je eigen potje koken of opruimen en je huis netjes houden.
  • Doe je kleine boodschappen te voet of met de fiets.
  • Maak elke dag een kleine wandeling in je buurt. Parkeer bijvoorbeeld je auto iets verder af als je ergens moet zijn, en doe de rest dan gewoon te voet.
  • Werk regelmatig een beetje in de tuin – en ook dat liever elke dag een half uurtje dan één keer in de week een hele namiddag.
  • Als je bij het opruimen iets naar boven zou moeten brengen, zet het dan niet eerst onderaan de trap. Breng het ineens naar boven. Dat extra traplopen kost je misschien wel wat tijd, maar het is winst voor je gezondheid.
  • Doe af en toe kleine oefeningen:
    • Je eens helemaal uitrekken.
    • Ouderwets je helemaal voorover laten hangen en met je handen de vloer proberen te raken.
    • Even op je hurken gaan zitten – als je dat nog kan!
    • In slowmotion ter plaatste stappen. Dat is niet alleen een goede bewegingsoefening, maar ook een evenwichtsoefening, belangrijk in de valpreventie.

Wie jonger is en meer aankan, mag gerust zijn lichaam verder uitdagen dat wat ik hier aangeef. Maar ook als je ouder wordt en minder kunt bewegen, is het belangrijk je lichaam toch telkens weer uit te dagen een beetje meer te doen dan jij dacht aan te kunnen. Uit eigen ervaring weet ik dat er een weg terug is, van voortdurend pijn hebben en haast niet meer kunnen bewegen naar weer voluit en met plezier kunnen bewegen. Datzelfde wens ik ook jou van harte toe.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

Onderliggend lijden versterkt de symptomen van corona

Iedere keer opnieuw horen we het: onderliggend lijden maakt een reuzeverschil in hoe mensen getroffen worden door het coronavirus. Sommigen raken besmet zonder ook maar een greintje last, anderen worden doodziek en sterven zelfs aan de ziekte. In deze blog wil ik even inzoomen op dat onderliggend lijden. Waarom maakt ‘onderliggend lijden’ in Godsnaam zo’n verschil? En als ‘onderliggend lijden’ inderdaad zo’n verschil maakt, welke weg moeten we dan gaan om dit in de toekomst te vermijden?

Wat valt onder de noemer ‘onderliggend lijden’?

Telkens er sprake is van onderliggend lijden, dan heeft men het over mensen die chronisch ziek zijn, mensen die chronisch zwak zijn. Even een lijstje van mensen aan wie ik dan denk – en nee, dit lijstje is niet compleet:

  • Al wie op dit moment zwaar ziek is, en dus mensen met kanker, met hart- en vaatziekten, met dementie, met diabetes, …
  • Al wie op dagelijkse basis medicijnen slikt, is in wezen chronisch ziek. Ook al voel je op dat moment je ziek zijn niet, zonder die dagelijkse medicijnen zou je dat wel doen. De medicijnen hebben jou niet genezen, ze onderdrukken alleen je kwaal een beetje, zodat jij verder kan. Je gezondheid staat echter wel op een laag pitje.
  • Al wie neigt naar chronisch ziek worden: mensen met zwaarlijvigheid of obesitas, mensen op weg naar diabetes (dat heet: metabool syndroom), mensen met een vervette lever door het drinken van te veel alcohol of het eten van te veel suiker, mensen die vaak last hebben van ontstekingen, …
  • Al wie door angst zijn immuunsysteem en dus zijn zelfgenezend vermogen in de weg staat.

Er wordt wel eens gewezen op het leeftijdsverschil in hoe men op corona reageert. Vanuit bovenstaand lijstje is dat natuurlijk heel makkelijk te verklaren. Hoe ouder je bent, hoe meer ‘onderliggend lijden’ je opgestapeld hebt. Het immuunsysteem van een kind is super alert omdat een kind nog vol levensenergie zit. Naarmate je ouder wordt vermindert die levensenergie vanzelf. En als dan door het jarenlang slikken van medicijnen je zelfgenezend vermogen is lamgelegd, dan word je uiterst kwetsbaar voor de symptomen van corona.

Hoe dan dat ‘onderliggend lijden’ voorkomen?

Om onderliggend lijden zoveel mogelijk te voorkomen, moeten we werken aan een gezonde levensstijl:

  • Gezonde voeding, met volop verse groenten en vers fruit, zo weinig mogelijk geraffineerde producten, zo weinig mogelijk fabrieksvoedsel. Laten we ook weer langzamer eten, beter kauwen en vanzelf ook minder en minder vaak eten.
  • Dagelijks een gezonde portie beweging maakt ook een verschil. Stilzitten wordt ‘het nieuwe roken’ genoemd. Ons lichaam is gemaakt om te bewegen, daag het dan ook af en toe eens uit. Je zult er wel bij varen.
  • Zorg voor voldoende rust en ontspanning. Een goede nachtrust is van levensbelang. Tijdens de nacht draait ons immuunsysteem op volle toeren om alles te checken op ziekte of verval. Groeihormoon raast door ons lichaam heen en herstelt alles wat herstelling nodig heeft. Knibbel je aan je nachtrust, dan knibbel je vanzelf ook aan je gezondheid.
  • Doe iets aan de dingen die je stress bezorgen, en al zeker als die stress chronisch wordt. Bij stress wordt je immuunsysteem – alle troepen dus die ziektekiemen moeten arresteren – op een laag pitje gezet. Dat heeft alles te maken met onze oergenen. Op het moment dat we tegenover een tijger kwamen te staan, was er even geen energie om een bacterie of een virus te verslaan. Dan hielp alleen vechten of vluchten, en daar moest dan alle energie naartoe kunnen gaan. En wij, we zijn dan wel moderne mensen – met moderne vormen van stress -, maar we hebben nog altijd een oerbrein en oergenen!

Dat is wat je individueel kunt doen, en waar je dus zelf helemaal verantwoordelijkheid kunt nemen. Daarnaast zijn er ook maatschappelijke dingen die zouden kunnen:

  • Dat gezonde voeding gepromoot wordt en dus goedkoper wordt dan ongezonde voeding.
  • Dat onze gezondheidszorg veel meer focust op preventie, en er dus voor zorgt dat mensen niet chronisch ziek worden.
  • Dat artsen opgeleid worden om mensen eerst te helpen via een gezonde levensstijl en daarna pas met medicijnen. En oké, soms zijn medicijnen nodig om een leven te redden, maar dan nog zou de arts kunnen wijzen op een gezondere levensstijl om verder onheil te voorkomen.
  • Dat ons onderwijs kinderen aanleert hoe ze gezond kunnen leven, en dat dit niet alleen theorie zou zijn, maar dat kinderen alvast op zo’n manier les zouden krijgen.
  • Dat in de basisbehoeften van ieder voorzien wordt, zodat elk van ons tijd en energie heeft om juist dat te doen wat werkelijk voldoening geeft. Want, geloof het of niet, een gelukkig leven is vaak ook een gezond leven.

Lieve lezer, daar droom ik van, dat we zo’n maatschappij zouden kunnen creëren, waar gezond en gelukkig zijn alle kansen krijgen. Aan de verwezenlijking van die droom wil ik mijn steentje bijdragen.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

GEZONDHEIDWIJZER bij diabetes type 2

Diabetes type 2, ’t is te zeggen ouderdomsdiabetes of suikerziekte …

Is dit niet een ziekte die wij als ‘normaal’ beschouwen? Die hoort er toch gewoon bij van zodra je wat ouder wordt. Van de dokter of de diëtist krijgt je misschien een paar tips om in je voeding wat suiker te vermijden, … maar men gaat er eigenlijk van uit dat er geen terugkeer mogelijk is. Eerst wordt er nog met pillen gewerkt, en later komen gegarandeerd de inspuitingen met insuline aan de beurt. 

Ouderdomsdiabetes, minder vanzelfsprekend dan wij denken

Toch is diabetes type 2, ook ouderdomsdiabetes genoemd, niet zomaar een noodzakelijk gevolg van het ouder worden. Enerzijds zijn er mensen die tot op hoge leeftijd helemaal geen last hebben van deze ziekte, en anderzijds zijn er jammer genoeg steeds meer jonge mensen – tot zelfs kinderen toe – die lijden aan die zogenaamde ‘ouderdomsdiabetes’. Diabetes type 2 is in de Westerse wereld aan een ongelooflijke opmars bezig. 

Of het ook anders kan? Jawel!

Men heeft in de loop van de laatste honderd jaar natuurvolkeren ontdekt met een ongelooflijk goede gezondheid. Deze gemeenschappen telden verschillende supergezonde honderjarigen. Van cariës, hart- en vaatziekten, kanker … én diabetes was bij deze mensen geen sprake. Van zodra deze volkeren echter overschakelden op onze Westerse voeding, ontstonden ook bij hen alle Westerse welvaartsziekten, inclusief diabetes type 2. Hieraan zie je dat ouderdomsdiabetes meer te maken heeft met voeding en leefwijze dan met ouderdom. Met de juiste manier van leven en eten zou ouderdomsdiabetes dus eigenlijk niet hoeven …

Diabetes type 2 is in de eerste plaats een aandoening die wordt veroorzaakt door een Westers voedingspatroon dat bulkt van de minderwaardige voedingsmiddelen als suiker, snoep, frisdrank, witmeelproducten, junk food, verhitte vetten en kant- en klare maaltijden. Vooral de geraffineerde suikers, die in zowat alle bereide voedingswaren worden toegevoegd, spelen een dominante rol. 

Daarnaast spelen ook onvoldoende beweging en stress een grote rol. Bij beweging verbruik je immers suiker, en dat gaat diabetes tegen. Bij stress daarentegen komt juist extra suiker in de bloedbaan terecht. Je moet immers kunnen vechten of vluchten – althans zo ging dat in oeroude tijden. Vandaag krijgen wij stress, terwijl we moeten blijven zitten – je gaat immers niet zomaar op de vuist of je loopt niet zomaar weg uit een moeilijke situatie. Gevolg: de vrijgemaakte suiker blijft in je bloed … en jij komt weer een stapje dichter bij diabetes.

Ouderdomsdiabetes, een ziekte met heel wat nare gevolgen

Waarom ik ouderdomsdiabetes een venijnige ziekte noem?

Wel, alhoewel de diabetes als ‘eerder normaal bij het ouder worden’ wordt beschouwd, leidt de ziekte op termijn tot heel wat ernstige complicaties. Wellicht weet iedereen zowat dat diabetes ervoor zorgt dat wonden minder gemakkelijk genezen. Je wordt ook minder gevoelig voor pijn. Deze combinatie zorgt er wel eens voor dat tenen of vingers afsterven en geämputeerd moeten worden. Diabetes leidt ook heel makkelijk tot vertroebelen van de ooglens en zelfs tot blindheid. Er kunnen gevoelsstoornissen optreden: tintelingen of een voos gevoel. Je wordt gevoeliger voor infecties zoals schimmelinfecties, abcessen, urineweginfecties, virusinfecties, …

Minder gekend is echter dat diabetes ook de kans op hart- en vaatziekten, herseninfarcten en kanker verhoogt. Wil je ook maar iets doen om deze levensbedreigende ziektes te vermijden, zorg er dan voor dat je geen ouderdomsdiabetes krijgt. En als je al diabetes type 2 hebt, doe er dan alles aan om de ziekte onder controle te houden of zelfs terug te dringen. 

Ouderdomsdiabetes, makkelijk te vermijden of terug te draaien

Het goede nieuws is dat diabetes type 2, anders dan diabetes type 1, te vermijden of terug te draaien valt. Alleen al door het aanpassen van je voedingsgewoontes kun je een sterke daling van je bloedsuikerspiegel bewerkstellingen.

Wat is eigenlijk het probleem? Suikerrijke voeding komt heel vlug de bloedbaan binnen en zorgt daar voor een hevige reactie. Ons lichaam streeft naar evenwicht, en in dit geval gebeurt dit door het hormoon insuline. Onze pancreas produceert insuline, die vrijgegeven wordt als er te veel glucose – da’s een andere naam voor suiker – ineens in het bloed terecht komt. Insuline zorgt ervoor dat de cellen die glucose opnemen.

Als die glucose op dat moment nodig is, omdat je aan het sporten bent, bijvoorbeeld, dan verbruiken de cellen die glucose. Op dat moment is er niks aan de hand. Als de glucose op dat moment echter niet nodig is, wordt die in de cellen omgezet in vet. Jawel, we worden dik door suiker en door het hormoon insuline dat die suiker uit ons bloed moet halen. Nu kan het gebeuren dat het lichaam niet zo goed meer reageert op het hormoon insuline. Als onze cellen te vol zitten en helemaal geen glucose meer willen, dan is er steeds meer insuline nodig om toch nog voldoende suiker uit het bloed te halen. Tot onze pancreas het begeeft: we kunnen onmogelijk nog voldoende insuline aanmaken …

Wat is dan de oplossing? Eigenlijk is het simpel …

Laten we ervoor zorgen dat er veel minder suiker in ons bloed terecht komt. En laten we vooral de suikerpieken vermijden die volgen op het eten van al te suikerrijk of zetmeelrijk voedsel. Om het met een technische term te zeggen: laten we vooral voedsel eten met een lage glycemische index en een lage glycemische lading. Vertaald in gewone mensentaal (en misschien wel een beetje te kort door de bocht) betekent dit: Vermijd enerzijds voedsel waar geraffineerde suiker in zit, zoals koek en snoep en frisdrank, maar ook zowat alle kant- en klare voeding. Vermijd ook een overdaad aan zetmeelrijke producten zoals aardappelen, brood en pasta. 

Wat mag je dan wel eten? Wel, kies volop voor groenten! Varieer daarbij zoveel als je kunt, want elke groente brengt zijn eigen gezondmakende stofjes aan. Fruit mag ook, maar misschien toch een beetje meer met mate. En beperk dan vooral gedroogd fruit en fruitsappen. Als je daarbij dan ook nog kiest voor kwaliteitsvolle eiwitten (en dus geen chapelurevlees of charcuterie, waar ook weer suiker in verschillende versies in zit), ben je al een heel eind op de goede weg. 

Is dit dan niet een hele ommezwaai in hoe en wat we eten? Voor sommige mensen wel, dat geef ik toe. En toch is het niet zo moeilijk. Probeer eens bij de warme maaltijd de aardappelen te vervangen door een tweede soort groenten. Jawel, het wordt makkelijker als je zorgt voor twee soorten groenten. Je krijgt dan minder het gevoel dat je iets mist. Of laat de boterhammen links, en eet in de plaats daarvan groenten (warm of koud of onder de vorm van soep) met daarbij ofwel een stukje kaas, ofwel wat vis of vlees … ofwel een handvol noten, zaden of pitten. ’t Lekker, ’t vult goed … en je vermijdt er een bloedsuikerpiek mee!

Zoals je ziet, met een beetje creativiteit kun je jouw gezondheid en die van je tafelgenoten een heel stuk vooruit helpen …

Veel succes!

Kiezen voor echt voedsel

Er was een tijd – de tijd waarin onze overgrootouders leefden – dat voedsel nog gewoon voedsel was. Een appel was een appel, een brood was een brood en vlees was gewoon vlees. Nu moeten we in grootwarenhuizen vaak zoeken naar gewoon voedsel. Zowat 90% van wat er als voedsel verkocht wordt, is kant- en klaar, voorbewerkt, geproduceerd om er goed uit te zien en om lang te bewaren, verpakt in plastic, blik of kartonnen dozen met een aluminium binnenkant, …

Zoveel chemische toevoegingen

Via onze voeding krijgen we ongelooflijk veel chemische (en dus lichaamsvreemde) stoffen binnen: pesticiden, antibiotica, smaakstoffen, kleurstoffen, bewaarmiddelen, glansmiddelen, synthetische zoetstoffen, … Hoe al die stoffen in ons lichaam reageren, weet men eigenlijk niet. Je moet weten dat in 1906 in Amerika een wet is aangenomen (en die wet is achteraf in de hele wereld overgenomen!) dat producenten niet per se moeten bewijzen dat wat zij op de markt brengen niet schadelijk is. Het is eerder omgekeerd: de overheid moet bewijzen dat iets schadelijk is, voordat ze het van de markt kan halen. 

Jaarlijks komen er op die manier zo’n 1000 nieuwe chemische stoffen ons leven binnen. Die zitten niet alleen in voeding, maar ook in pesticiden, bouwmaterialen, verzorgingsproducten, medicijnen, … De overheid heeft tijd noch geld om dat allemaal te checken op gevaar voor onze gezondheid. En zelfs als men dit al voor elk product afzonderlijk zou kunnen doen, dan nog weten we niet wat zogenaamd veilige dosissen van deze producten doen als ze met elkaar een chemische reactie aangaan in ons lichaam. Door sommige medici wordt nu al aangegeven dat heel wat mensen sterven aan vergiftiging zonder dat ze het weten. Een derde tot zelfs de helft van alle kankers zou ontstaan door gifstoffen in ons lichaam. 

Kies voor natuurlijke producten

We kunnen niet alles tegelijk aanpakken, dus laten we eerst eens ons voedsel onder de loep nemen …

Willen we onze gezondheid beschermen, dan kunnen we niet anders dan kiezen voor gezonde voeding. Maar wat is nu ‘gezonde voeding’? Als we de reclame mogen geloven, dan is margarine dé oplossing tegen hart- en vaatziekten, dan zijn ontbijtgranen met toegevoegde vitamines en mineralen een topper, dan is zero-frisdrank een must in de strijd tegen diabetes, … De voedingsindustrie speelt handig in op elke nieuwe kwaal die opduikt in de medische wereld. Ze brengt sterk bewerkte voedingsproducten op de markt met een label van gezondheid. Dat deze voeding op zich al verarmd is (want al te zeer geraffineerd) en zelfs vergiftigd (want wat wordt er niet allemaal aan chemische stoffen aan toegevoegd), daar wordt vanzelfsprekend met geen woord over gerept. 

Ik hou een pleidooi voor natuurlijke producten: 

  • Smeer je graag een beetje vet op je boterham? Geen probleem: kies voor boter (of als je de smaak daarvan niet lust, voor ongeraffineerd kokosvet) en niet voor margarine. Wat de voedingsindustrie je ook wil laten geloven: margarine verbetert je gezondheid echt niet!
  • Appelmoes? Neem gewoon lekkere appels, schil ze, snijd ze in stukken en kook ze tot moes. Vaak hoeft er zelfs niet eens nog suiker bij. Veel gezonder, als je ’t mij vraagt, dan een pot kant en klare appelmoes die bewaarmiddelen of massa’s suiker nodig heeft om nog eetbaar op je bord te kunnen belanden.
  • Eet je graag wat vlees? Kies dan voor een stukje ‘echt’ vlees i.p.v. voor iets wat geprepareerd is en in paneermeel verpakt zit. Je vermijdt er een hoop kleur- en smaakstoffen mee.
  • Blijf ook absoluut van charcuterie af, want wat daar allemaal in zit, wil je zelfs gewoon niet weten …
  • Fruityoghurt of platte kaas? Kies een goede kwaliteit pure yoghurt of platte kaas en voeg daar stukjes vers fruit of fruitpuree aan toe. Zalig lekker!
  • Koekjes of taart? Waarom niet eens zelf de keuken in duiken en met bloem, boter, melk, eieren en suiker aan de slag? Je zult een lekkerder en gezonder resultaat bekomen. En als je jezelf zo ver kunt brengen dat je alleen zelfgemaakt lekkers eet … dan zul je er wellicht ook een pak minder van eten dan je nu doet!

Eigenlijk is het simpel. Vraag je bij elke voedselkeuze af of je een meer natuurlijk alternatief kunt vinden. Op die manier geef je je lichaam heel wat meer verse vitamines, mineralen en andere gezondmakers én vermijd je er een hoop toxische stoffen mee. Een gulden regel hierbij is: Eet niet wat je overgrootmoeder niet als voedsel herkend zou hebben!

Kies voor biologisch voedsel

Ja, inderdaad, kies pas in tweede instantie voor biologisch voedsel. Zoals je wel zult weten, kost biologisch voedsel meer dan regulier gekweekt voedsel. En juist daarom vind ik het knettergek om alles wat we gewoonlijk kopen nu ook allemaal biologisch te gaan kopen. Ik vind er meer heil in om eerst eens ‘grote kuis’ te houden in wat ik allemaal eet, om daarna te proberen wat overblijft ook biologisch aan te kopen. Zo vind ik het absoluut een goed idee om groenten, fruit, kaas en vlees in de bio-winkel aan te schaffen. Cake of koekjes maak ik liever zelf, de ingrediënten daarvoor kies ik dan weer uit het bio-assortiment. 

Waarom biologisch? Wel, er zitten hoe dan ook veel minder chemische toevoegingen in. Groenten en fruit bevatten minder gifstoffen en meer fytonutriënten. Deze laatste zijn kruidige stoffen, als het ware de immuniteit die de plant zelf opbouwt tegen insekten, ruspen en slakken, bacteriën, virussen, schimmels, … En het zijn juist deze stoffen die ook onze gezondheid een boost geven. Bio-vlees bevat geen hormonen noch antibiotica, die aan regulier gekweekte dieren preventief gegeven worden. Grasgevoederde dieren zullen ons minder allergieën bezorgen dan met maïs en soja gevoederde dieren. Aan bio-brood wordt geen broodverbeteraar toegevoegd, …

Biologisch voedsel is natuurlijk minder makkelijk te vinden dan regulier geteeld voedsel. Alhoewel, … onze grootwarenhuizen spelen ondertussen gretig in op de bio-trend die in gang is gezet. De diverse warenhuizen bieden alvast een basis aan biologische producten. Verder zijn er natuurlijk ook de bio-grootwarenhuizen en -winkels, waar we voor meer dingen terecht kunnen en er ook een grotere keuze hebben in het assortiment. En tot slot zijn er de bioboeren die op boerenmarkten, in coöperatieven of op de boerderij zelf hun producten aan de man brengen. Wie een beetje moeite doet, vindt vast wel wat hij zoekt!

Ook gezondheidsbegeleiders mogen weer aan het werk

Jawel, vanaf maandag 8 juni mogen ook gezondheidsbegeleiders weer aan het werk. Da’s goed nieuws voor ons, die weer aan de slag mogen. Da’s ook goed nieuws voor jullie, die misschien niet willen wachten op vaccins en goed werkende medicijnen tegen corona, maar nu al preventief aan gezondheid willen werken. Weet dan dat ikzelf en mijn collega’s gezondheidsbegeleiders voor je klaar staan.

In deze blog zet ik op een rijtje op welke manier wij, gezondheidsbegeleiders, jou in deze fase van het coronagebeuren op weg kunnen helpen. Maar vooraleer ik van start kan gaan, moet ik je eerst ook nog iets vertellen over onze voorzorgsmaatregelen:

  • We werken enkel op afspraak en er mag slechts één cliënt tegelijk bij ons binnen.
  • We vragen ook dat jij je afspraak afbelt als je ziektesymptomen vertoont.
  • Zelf zorgen wij voor de nodige hygiëne: voor iedere cliënt verse handdoeken, ontsmetting van materialen, het wassen van onze handen voor en na behandeling, … (Maar dat deden we eigenlijk altijd al.)

En dan nu een aantal zaken waarvoor je zeker bij ons terecht kunt in deze ‘na-corona-tijden’ …

Angst voor corona, nu alles herbegint

Niet alleen corona doet wat met een mens, maar ook de angst om besmet te raken. Als ik rondom me kijk, dan doet wat ik zie zelfs vermoeden dat de angst voor corona op dit moment meer slachtoffers maakt dan corona zelf. Misschien voel jij je ook niet helemaal gerust nu jij en de mensen rondom weer meer met anderen in contact komen. Misschien voel je in bepaalde situaties wel iets als paniek opduiken. Misschien was jij zo vaak je handen en je kledij dat het op smetvrees begint te lijken, …

En nee, je hoort me niet zeggen dat alle voorzorgsmaatregelen nu maar ineens de deur uit moeten. Het is en blijft zinvol je op een passende manier te beschermen, maar het kan niet de bedoeling zijn dat je voortdurend in angst leeft. En juist om dat goede evenwicht tussen veilig en toch vrij te vinden, zijn een combinatie van de juiste Bachbloesems een zeer zinvol hulpmiddel.

Spanningen of zelfs pijn in je lijf

Heel wat mensen waren de voorbije maanden thuis aan het werk, aan de computer. Wie dat op een verstandige manier heeft aangepakt en tussen het werken door af en toe eens in beweging kwam, zal daar misschien niet zo heel veel last van ondervonden hebben. Maar ik weet wel zeker dat er heel wat anderen zijn, die ondertussen meer dan anders last hebben van pijn in de rug, de nek, de schouders, de ellebogen, de polsen, de handen. Misschien kreeg je zelfs last van spanningshoofdpijn.

Wel, weet dat mijn collega’s en ik ‘gouden handen’ hebben. Met dieptemassage masseren wij de spanning en de pijn bij je weg. Als die pijn pas sinds het begin van de coronacrisis is ontstaan, dan krijgen we wellicht al vlug resultaat. Als de klachten al langere tijd voordien voelbaar waren, dan is er misschien wel wat meer tijd nodig, maar ook bij chronische klachten kan de pijn sterk verminderen. Ervaring heeft mij alvast geleerd dat dieptemassage wonderen doet!

Voetreflexologie geeft je gezondheid een boost

In de voeten – net zoals in de handen, op de oren en ja, zelfs op de tong – zitten reflexpunten en -gebieden van je hele lichaam. Een goede voetreflexoloog geeft dan ook je hele lichaam een gezondheid bevorderende boost. Geblokkeerde energie wordt weer vrijgemaakt, vitaliteit gaat weer stromen doorheen je hele lichaam. Je zelfgenezend vermogen gaat weer op volle toeren draaien … en juist dat is nodig om corona en andere virussen en bacteriën met succes te lijf te kunnen gaan.

Nu de vakantie er toch een beetje anders uit zal zien dan anders, is het misschien geen slecht idee je lichaam op een unieke manier, met een deugddoende, revitaliserende én ontspannende voetreflexmassage te verwennen.

Over obesitas en diabetes en andere chronische klachten

Het kan je niet zijn ontgaan dat de meeste coronaslachtoffers gevallen zijn bij mensen met onderliggende klachten: kanker, hart- en vaatziekten, reumatoïde artritis, diabetes, obesitas, … Jammer genoeg zijn heel veel mensen chronisch ziek. We beseffen dat vaak niet eens, want veel mensen met chronische klachten lijken niet eens ziek. De symptomen van hun ziekte worden gewoon levenslang onderdrukt met medicijnen. Vergis je echter niet, neem je medicijnen, dan ben je ziek! Punt !!!

Hier kunnen gezondheidsbegeleiders – in samenwerking met jou en met je arts – wel degelijk veel betekenen. Met aangepaste voeding, voedingssupplementen en kruiden én met het veranderen van ongezonde leefstijlgewoontes kunnen die chronische klachten vaak gekeerd worden.

Twee grote toppers zijn obesitas en diabetes type 2. Het goede nieuws is dat ze beide echt ‘leefstijlziektes’ zijn, en dus ook met een gezondere leefstijl teruggedraaid kunnen worden.

Over je schouder laten meekijken, nu je andere keuzes wil maken

En, last but not least, wellicht heb jij ook gevoeld hoe anders het leven was tijdens de coronalockdown. Geen rush van hot naar her, geen dagelijkse files naar en van het werk, geen voortdurend vullen van alle vrije tijd, … maar rust, wandelen en fietsen, genieten van zoveel kleine dingen.

En misschien denk jij nu: ‘Zoals het voordien was, zo wil ik het niet meer.’ Wel, ook hierin kunnen wij, gezondheidsbegeleiders, jou een stukje mee begeleiden. We hebben geleerd met mensen mee te kijken op zoek naar een meer vervullend leven. We hebben geleerd te horen achter jouw woorden naar wat er werkelijk toe doet. We hebben geleerd jou te helpen bij het ontwaren van waar het in jouw leven om draait … zodat jij betere keuzes kunt maken voor jouw toekomst.

Voila, lieve mensen, zoals je ziet kunnen wij – gezondheidsbegeleiders – heel wat betekenen in deze verwarrende tijden. We kunnen je helpen je gezondheid een boost te geven. Vanaf 18 mei staan ook wij weer helemaal paraat. En jij, je bent van harte welkom, als je dat maar weet …


Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Suiker, de zoete boosdoener (deel 2)

Herinner je je nog dat ik je vorige keer – in het eerste deel over suiker als boosdoener – vertelde dat we tegenwoordig zo’n 60 kg suiker eten per persoon per jaar? Niet te geloven, hé, dat ieder van onze zo’n 60 pakken van 1 kg suiker per jaar naar binnen werkt? Wel, deze keer vertel ik je meer over hoe we dat wel degelijk doen …

Zichtbare suikerconsumptie

Wij, mensen, zijn van nature zoetekauwen. Echt waar, dat hebben we mee sinds we in oeroude tijden ons bestaan vonden. We zijn er, van in onze genen, op gericht om zoet en vet en zout tot ons te nemen, zoveel als we kunnen, om te overleven.

In de natuurlijke omgeving waar we als oermens in leefden was dat een belangrijke tool om als soort te kunnen blijven bestaan. We aten fruit, zoveel als we konden, als het er het seizoen voor was. We snoepten honing als we die konden vinden. Ook knolgewassen gaven wel eens een extra energieke boost. Daarnaast probeerden we vette vis te vangen, aten we vlees mét het randje vet, roofden we eieren uit de nesten van de vogels, enz.

Je hoort het me vertellen: Als dat voorhanden was … én na de nodige moeite om het te verkrijgen. Want zeg nu zelf: die oermens moest heel wat meer moeite doen dan wij, die wekelijks onze boodschappen doen, en daarna niet verder dan naar de voorraadkast, de frigo of de diepvries moeten lopen. Geen dagenlange jacht, geen verzamelen van plantaardig voedsel, geen moeite om een vuurtje aan te krijgen én aan te houden. Hoe eenvoudig kan het leven zijn …

En de combinatie van zoet, vet en zout ligt gewoon voor het grijpen: zoete en zoute koekjes, allerlei lekkers van bij de bakker, confituur en choco en speculoospasta voor bij de boterham, frisdranken en fruitsappen. Het kan gewoon niet op! Je moet al heel taai zijn om, tegen je genen in, niet naar al deze verleiders te grijpen als je gaat winkelen.

… en onzichtbare suikerconsumptie

Het staat er met onze suikerconsumptie echter nog slechter voor, nog veel slechter dan alleen maar het bewust eten van zoete dingen. De voedingsindustrie heeft weet van onze menselijke hang naar zoet. En dus gaat ze aan zowat elke vorm van ‘fabrieksvoedsel’ suiker toevoegen.

Aan soep uit blik of brik wordt net die hoeveelheid suiker toegevoegd die mensen dat tikkeltje meer doet eten. Mayonaises en dressings zijn ‘vetarm’ gemaakt, maar om smaak toe te voegen, wordt suiker ingezet. Zowat alle charcuterie bevat toegevoegde suikers. Brood zonder suiker vind je amper nog in de rekken. Kant en klare groenten hebben hun portie suiker in de bereiding meegekregen.

Suiker, suiker, suiker!

En toch blijkt dat niet zomaar uit de etiketten van wat we kopen. Vaak staat suiker niet eens op het etiket, of toch minstens niet op een belangrijke plaats. Dat komt omdat er wel 50 verschillende namen voor suiker bestaan. Wist jij dat dextrose, glucose, fructose, sucrose, sacharose, maltose, HFCS, agavesiroop en ahornsiroop, druivensuiker, maltodextrine, vruchtensapconcentraat, rijststroop, speltstroop en tarwestroop een paar van de namen zijn die je op etiketten kunt vinden en die allemaal gewoon ‘suiker’ betekenen? Bij sommige voedingsproducten staan wel 3 of 4 verschillende namen voor suiker op het etiket. Wedden dat, als je die hoeveelheden bij elkaar zou optellen, suiker een veel groter percentage van je voedsel zou uitmaken?

Suiker ondermijnt de gezondheid!

Al die toegevoegde suikers – vaak in combinatie met ongezonde vetten en een teveel aan zout – doen onze gezondheid absoluut geen goed. De kwalen obesitas en diabetes swingen de pan uit. Het aantal hart- en vaatziekten vermindert niet ook al is zowat ieder van ons van een bepaalde leeftijd af aan de cholesterolverlagers. Kanker en dementie, beide op een specifieke manier aan suiker gerelateerd, nemen alsmaar toe.

Willen we dus van onze welvaartskwalen af, dan is de terugkeer naar ‘natuurlijk voedsel’ een belangrijke tool. Eet weer vers fruit en verse groenten. Grijp naar écht vlees en échte vis, en niet naar dingen die daar amper nog op lijken. Kies voor volkoren brood met een zekere stevigheid (met nog veel vezels in, en dus niet alleen maar donker gekleurd met o.a. koffie).Sta weer in de keuken, bereid meer en meer zelf je eten en grijp niet te vlug naar kant-en-klaar. Kortom: Eet zoals de natuur het heeft bedoeld. Dat komt je gezondheid absoluut ten goede!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Suiker, de zoete boosdoener (deel 1)

In de loop van mijn opleiding tot Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg hoorde ik al over dr. Lustig en zijn ideeën over hoe ongezond suiker wel is. Laatst liep ik die dr. Lustig tegen het lijf … op youtube. En ik heb veel van hem geleerd, moet ik bekennen. Sta me toe dat ik daar iets van met je deel …

Glucose en fructose

Suiker, het zoete goed dat we allemaal lekker vinden, is helaas niet zo onschuldig als het eruit ziet. Chemisch gezien bestaat suiker uit één molecule glucose en één molecule fructose. Glucose is het deel van de suiker dat je bloedsuikerspiegel de hoogte in jaagt. Een deel van die glucose gaat rechtstreeks de spieren in als bron van energie. Glucose eten en dan energie verbruiken, is een goede zaak. Zo zou het eigenlijk altijd moeten gaan. Glucose die niet direct gebruikt wordt, wordt in het lichaam opgeslagen als glycogeen oftewel reserve-energie, om als eerste te verbruiken als er niet direct glucose voorhanden is.

Fructose, ook wel ‘fruitsuiker’ genoemd, daarentegen doet helemaal niks met de bloedsuikerspiegel en vraagt dus ook geen insuline als het de bloedbaan in komt. Daarom ook wordt fructose makkelijk gebruikt om koekjes e.d. mee te zoeten voor mensen met diabetes. Fructose is echter veel minder onschuldig dan het lijkt. Als deze suiker in de bloedbaan terecht komt, gaat ze integraal naar de lever. Daar wordt ze gemetaboliseerd op een gelijkaardige manier als … alcohol. Jawel, net zoals alcohol toxisch is voor de lever, is fructose dat ook. Steeds meer horen we in de medische wereld over ‘non alcoholic fatty liver disease’, vrij vertaald: ‘niet door alcohol ontstane vervette lever’.

Dik, dikker, dikst

Fructose wordt in het lichaam in eerste instantie helemaal omgezet in vet. Vet in de lever en visceraal vet, ’t is te zeggen, vet rondom de organen. Net zoals we bij mannen de bierbuik kennen, kennen we nu al bij heel wat kinderen de frisdrankbuik. Erger nog, het begint tegenwoordig al bij baby’s, want mama’s die te veel fructose gebruiken (uit o.a. frisdranken) geven dat voor een deel al door aan hun ongeboren kind.

Sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw zijn we met z’n allen steeds minder vet gaan eten. De bedoeling was om daarmee het aantal hart- en vaatziekten te doen dalen. Wel, we eten minder vet … maar we blijven sterven aan hart- en vaatziekten, dat is nog steeds doodsoorzaak nummer één in westerse landen.

We zijn echter véél meer suiker gaan eten. Voor 1900 gebruikten we gemiddeld ca. 2 kg suiker per jaar. Je begrijpt dat suiker toen enkel gebruikt werd voor die uitzonderlijke zoete lekkernij. Op vandaag gebruiken wij gemiddeld zo’n 60 kg suiker per persoon per jaar. En de helft daarvan is fructose, en dus na vertering en metabolisering uiteindelijk gewoon … vet! Als je het zo bekijkt, is ons huidige dieet helemaal niet vetarm, maar juist vetrijk te noemen. Daar halen wij dus onze obesitas en onze hart- en vaatziekten vandaan.

Eén van de grootste boosdoeners hierbij zijn de ‘gedronken suikers’ van frisdranken en fruitsappen. Die vullen immers je maag niet, en dus geven ze geen signaal dat je al voedsel binnenkreeg. Je kunt na een halve liter cola gewoon evenveel eten dan zonder die halve liter cola. (En hier nu toch even tussen haakjes dat light en zero soorten beslist niet gezonder zijn. Je kunt je lever vergiftigen met fructose, je kunt dat evenzeer met aspartaam en aanverwanten). Je drinkt als het ware gewoon vet. Wie elke dag één frisdrank of fruitsap drinkt, wint er elk jaar een paar kilo’s bij.

En de fructose uit fruit dan?

Inderdaad, fructose is de natuurlijke suiker uit fruit. Dr. Lustig vertelt hierover het volgende: ‘Als God de mensen een gif te eten geeft, geeft Hij er vanzelf het tegengif bij.’ De fructose in fruit, als hele vrucht, wel te verstaan, zit verpakt in massaal veel vezels. Die vezels zorgen er enerzijds voor dat we er veel minder van kunnen eten dan zonder die vezels. Je kunt wellicht hooguit twee appels na elkaar eten, maar je kunt er makkelijk tien drinken, in de vorm van appelsap. Anderzijds zorgen die vezels er ook voor dat er veel minder van de fructose opgenomen wordt. In de darm moet die fructose immers uit de vezels losgeweekt worden. Dat gebeurt niet helemaal efficiënt (en zeker al niet als wij niet grondig kauwen). De vezels met daarin nog heel wat fructose gaan door naar de dikke darm … waar ze als voedsel dienen voor … onze darmbacteriën. Iets wat voor ons ongezond zou kunnen zijn, houdt onze darmbacteriën (en dus ook onszelf) wel degelijk wél gezond.

De beste tip die ik in verband met fruit zou kunnen geven, luidt als volgt: ‘Eet het fruit, drink niet het sap ervan!’ Fruit eten houdt je gezond, fruit drinken helpt je in het graf.

Mocht je na het lezen van dit artikel meer willen weten, dan raad ik je aan de lezing van dr. Lustig zelf eens te bekijken op youtube: Sugar: The Bitter Truth.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Een nieuwe kijk op gezondheid

Onder deze titel wil ik vanaf januari 2020 vorming aan groepen aanbieden. Maar goed, misschien wil jij eerst wel eens weten wat ik bedoel met ‘Een nieuwe kijk op gezondheid’.

Wel … vandaag neem ik je mee op een trip doorheen een veranderend landschap van ziekte en gezondheid. De tijden veranderen, de ziektes veranderen, … en dus moeten ook de remedies mee veranderen, willen we gezondheid behouden of creëren.

Welvaart creëert nieuwe ziektes

Sinds het einde van de tweede wereldoorlog is de welvaart in de westerse landen fors de hoogte ingeschoten. En het dagelijks leven is in diezelfde mate veranderd. Wij kennen geen honger meer, we hebben comfortabele huizen, er bestaat een goed uitgebouwde ziektezorg … en ziektes die vroeger dodelijk waren, zijn ofwel uitgeroeid, ofwel heel sterk onder controle.

De beschikbaarheid van voldoende voedsel én een verbeterde hygiëne hebben gezorgd voor het stilletjes aan verdwijnen van heel wat infectieziektes. Moeders sterven minder in het kraambed omdat dokters hun handen wassen, goede voeding zorgt voor minder kindersterfte, en dus leven we globaal gezien langer.

De laatste 50 jaar zien we echter nieuwe ziektes ontstaan, ziektes die ik ‘leefstijlziektes’ zou willen noemen: obesitas (en dat zelfs al bij peuters!), diabetes type 2, hart- en vaatziekten, kanker, dementie in al zijn vormen, enz. Medicijnen lossen bij deze ziektes de problemen niet op. Ze onderdrukken alleen levenslang de symptomen … tot het lichaam echt niet meer kan, en het dan maar opgeeft, vaak na een lange lijdensweg.

Deze nieuwe ziektes dagen ons uit om een nieuwe kijk op gezondheid te ontwikkelen. Het wordt des te belangrijker om ons te gaan focussen op de oorzaken van deze ziektes. Als we kunnen achterhalen hoe deze ziektes ontstaan, dan kunnen we er pas écht iets aan gaan doen. En meer en meer artsen kijken inderdaad die kant uit. Allemaal komen ze op het spoor van de ‘leefstijlgeneeskunde’. Dan het gaat in wezen om ‘tevelen’ en ‘tekorten’: een te veel aan toxische stoffen en een tekort aan voedende stoffen, een te veel aan stress en een tekort aan echte ontspanning, een te veel aan zitten en een tekort aan beweging, …

Een nieuwe kijk op gezondheid … zal dus op je leefstijl moeten gaan focussen: Hoe kun je je lichaam (en dat van je naasten) geven wat het écht nodig heeft? En hoe kun je ‘detoxen’ van al die overload van ons moderne leven?

Niet alleen het lichaam, maar ook de geest

Tegelijk gaan we een stap verder, want in klassieke geneeskunde wordt nog altijd vooral het lichaam benaderd als ‘ziek en moet weer gezond worden’. Dat er ook een psyche bestaat, ja, dat hebben we al door … maar daarvoor moet je wel bij een heel bijzonder soort dokter langs: de psychiater! Dat lichaam en geest één zijn, dat heeft onze huidige klassieke medische wereld nog niet door.

Dat die ‘tekorten’ of ‘tevelen’ ook kunnen zorgen voor depressie en angststoornissen, voor ADHD of autisme, voor diep ongelukkig zijn en zelfs voor zelfmoordneigingen, … dat is nog geen gemeengoed.

Daarom moeten we ons bij de ‘nieuwe kijk op gezondheid’ niet alleen op het lichaam focussen, maar ook op de emoties, de gedachten en zelfs op het meest wezenlijke, nl. de zin van het leven.

Meer over deze vorming

Wil jij meer weten over deze vorming? Klik dan op deze link, en je komt op de juiste pagina op mijn website terecht. Daar lees je meer én je vindt er ook de praktische informatie om deze vorming voor jouw groep aan te vragen.

Ben jij een individu en je wilt er graag meer over weten, stuur dan een mailtje naar hilde@gezondheid-wijzer.com. Ik hou je op de hoogte van de data waarop ik zelf deze vorming aanbied.

Geniet van de zon!

Daar is de lente, daar is de zon … bijna, maar ik denk dat ze weldra zal komen, zingt Jan De Wilde in zijn liedje. En inderdaad, als de eerste lentezon zich op het eind van de winter al vertoont, dan begint het bij mij te kriebelen. Dan zou ik zelf ook wel willen zingen … of in de tuin gaan werken … of een lange wandeling maken in de vrije natuur …

Want de zon geeft léven, de zon geeft nieuwe energie!

Het zonnevitamientje

Als wij in de zon komen met ontblote huid – en dan liefst niet preventief ingesmeerd met zonnebrandcrème – wordt in onze huid onder invloed van de zon vitamine D aangemaakt.

Vitamine D zorgt er niet alleen voor dat we ons beter gaan voelen en dat de winterblues plaats maakt voor lentekriebels, ze zorgt ook voor een goede werking van ons immuunsysteem, zodat we minder vlug ziek worden. Ze helpt de calciumspiegel in ons lichaam op peil te houden, zodat we sterke botten en sterke tanden behouden. Vitamine D draagt zorg voor een gezond hart, gezonde bloedvaten, gezonde hersenen en zenuwen, en helpt zelfs om een normale bloedsuikerspiegel en een normaal gewicht te behouden.

Als een beetje zonlicht op onze huid dat allemaal voor ons kan doen, dan zouden we ons naar buiten moeten haasten van zodra de zon ook maar een beetje om het hoekje komt piepen. Helaas, wij zitten te vaak en te veel binnen, en dat bevordert onze gezondheid niet.

Zonnebrand

Is de zon dan niet ook gevaarlijk voor ons? Moeten we ons niet dik, dik, dik insmeren tegen zonnebrand?

Wel, ja en nee … De zon kan gevaarlijk zijn, maar alleen als wij ‘onverstandig’ gaan zonnen. Veel meer dan gevaarlijk is de zon gezond voor ons. Zonder zonlicht kunnen wij niet leven. Maar daarover verder meer, eerst iets over ‘gezond zonnen’.

De zon is gevaarlijk … als wij onvoorbereid ineens in felle zon uren gaan liggen bakken. Je begrijpt dat jezelf laten verbranden geen goed idee kan zijn. Maar jezelf beschermen – of tenminste, denken dat je beschermd bent – met een zonnebrandcrème factor ik-weet-niet-hoeveel is ook niet gezond. De crème voorkomt dat je huid het te warm krijgt en verbrandt, maar de meest schadelijk stralen van de zon worden er niet door tegengehouden.

Beter is het de huid geleidelijk aan te laten wennen aan de zon. Dan krijg je beetje bij beetje een bruin kleurtje, en juist dat bruine kleurtje is je eigen natuurlijke bescherming tegen de zon. Stel je huid iedere keer het mooi weer is een beetje meer aan de zon bloot, en je lichaam zorgt zelf voor de beste bescherming die je kunt krijgen. Als je in de lente begint met regelmatig een uurtje ‘zonnen met blote armen en benen’, dan mag je in de zomer best wat langer in de zon.

De zon en het dag-en-nacht-ritme

Eén van de dingen die de zon – en het zonlicht, het daglicht – ook met je doet, is je ’s morgens wakker maken. Wie op een natuurlijke manier wakker wordt, gewekt door het licht, zal vanzelf makkelijker de dag beginnen. Evenzo zouden we vanzelf moe moeten worden als het daglicht vermindert. En daar gaat het in onze moderne tijden fout. Lang nadat de zon is ondergegaan, blijven wij wakker en alert … door het gebruikt van kunstlicht en blauw licht uit TV, computer, tablet, smartphone, …

Wie last heeft van vermoeidheid overdag zou het eens moeten proberen: laat je ’s morgens wekken door het daglicht en zorg ervoor dat ’s avonds het licht minder fel wordt. Vermijd vooral blauw licht, vanaf zo’n tweetal uur voor je gaat slapen. Laat geel licht – kaarslicht of gedempt licht – je helpen om de overgang van activiteit naar slaap te maken.

En er is meer: zonlicht moet je eten …

Dr. Henk Fransen, een Nederlandse arts die zwaar zieke mensen helpt gezonder te worden, beschrijft het als volgt: elke cel van ons lichaam heeft zonlicht nodig om zijn functies te kunnen uitvoeren. Een gezonde cel is een cel vol licht, een donkere cel is een zieke cel. Wil je gezond worden, voed dan je lichaamscellen met licht!

Klinkt gek, is het niet ?!?

Maar als je de man verder beluistert, dan besef je dat het in wezen heel eenvoudig is. Via de huid en ook via de ogen kunnen we het zonlicht rechtstreeks absorberen, dat is waar. Maar dat is onvoldoende om al onze cellen vol licht te krijgen. Om dat te laten gebeuren, moeten we zonlicht eten.

Jawel, zonlicht eten …

… en dat kan heel makkelijk, want planten zetten zonlicht om in voedsel dat wij kunnen eten. Denk maar aan de fotosynthese, waardoor groene bladgroenten ontstaan. Verse groeten en vers fruit bevatten ‘eetbaar zonlicht’ in alle kleuren van de regenboog. Zieke mensen hebben dus – naast de zon op hun huid – een overdosis aan verse groenten en fruit nodig, minstens een deel daarvan in de vorm van rauwkost.

En gezonde mensen … blijven gezond als ook zij hun cellen voeden met vers, door de natuur geproduceerd zonlicht!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

%d bloggers liken dit: