’t Is volop lente, de zomer en het mooie weer komen eraan … en daarmee voor velen wellicht vroeg of laat ook vakantie. Een deel van de pret, zo voel ik dat zelf, is het plannen van die vakantie: ‘Wat wil ik dit jaar weer allemaal doen en waarnaar wil ik deze keer graag op reis.’ En elk jaar weer is het verlanglijstje van wat ik in die vakantie allemaal wil doen groter – véééééél groter – dan ik aankan.
En juist dat is nu de kunst, zo zie ik bij mezelf en bij anderen: je vakantie zo plannen dat er ‘vrije tijd’ ontstaat, lees maar ‘leegte’. Dat is trouwens wat het woord vakantie ook betekent: van het Latijnse woord ‘vacare’, vrij maken, en met als imperatief ‘vaca’ of ‘wees vrij’. Daar loopt het bij velen fout – mezelf incluis, als ik niet oplet: we plannen onze vakantie van de eerste tot de laatste dag helemaal vol. Niks leegte, niks vrije tijd.
Met dit schrijven wil ik je uitnodigen om je vakantie dit jaar eens anders te plannen. Creëer bewust lege momenten in je vakantie, want zo creëer je echte vrije tijd. Het is meer dan logisch dat je, in de volle rush van de dagelijkse routine niet kunt inschatten waar je in je vakantie het meeste deugd van zult hebben. Dat ontdek je pas als er ruimte ontstaat. In de leegte van het niet meer moeten, ontdek je pas hoe moe je bent, hoe sterk je onder stress hebt gestaan en hoe de druk van het dagelijks bestaan je in zijn greep heeft. Vakantie is nu net de tijd om je daarvan bewust te worden en om je er even helemaal uit terug te trekken. En dat kan natuurlijk alleen maar als je minstens een deel van die vakantie ook echt leeg laat.
Ik merk het wel vaker als mensen over hun vakantie vertellen. Ze hebben dan een grote reis gemaakt en heel veel dingen gedaan en aan de buitenkant lijkt het een fantastische tijd te zijn geweest: een mooi land, lekker eten, heel veel mooie dingen gezien … maar ze komen moe of zelfs uitgeput van hun vakantie terug. En dan denk ik: dit was geen vakantie, dit was alleen maar andere drukte dan gewoonlijk.
Wil je vakantie echt deugddoend zijn, en verfrissend en herbronning brengen, dat moet er in je vakantie leegte mee ingepland zijn. Niet elke dag van je vakantie mag vooraf gepland worden, en niet elk moment van een geplande vakantiedag mag helemaal ingevuld zijn. Er moet ruimte overblijven … om te niksen, om te lummelen en luieren, of om op het moment zelf in te gaan op wat jij op dat moment verlangt.
Zelf doe ik dat zo:
Ik voorzie toch echt wel wat tijd om allerlei klussen in huis te doen. Daar plan ik halve dagen mee vol. Uit ervaring weet ik dat ik die klussen ‘lichter’ inschat dan ze in werkelijkheid zijn. Door maar halve dagen te plannen, is er toch voldoende tijd, zonder tot het uiterste te hoeven gaan.
Ook eventuele contacten met familie of vrienden worden als ‘klussen’ ingepland.
Ik plan in die ‘werktijd’ ook bewust ‘vrije dagen’ in. Vandaag geen klussen, vandaag geen verplichtingen, vandaag echte me-time.
Als ik dan op vakantie vertrek, ben ik al behoorlijk goed op weg naar echte ontspanning. Ik heb het werk al zo goed als helemaal achter me kunnen laten, en dat maakt dat mijn vakantiereis voelt als ‘offline’.
Ook op reis plan ik bewust ‘vrije dagen’ in. Ik wandel heel erg graag, en dat zijn best lange en pittige wandelingen, en omwille van de fysieke inspanning daarvan, hou ik een ritme aan van twee dagen wandelen (of een andere actieve invulling van zo’n dag) en één dag vrij.
Het grote voordeel van een vakantie waarin echte ‘vrije tijd’ mee is ingepland, is dat je ruimte creëert waarin je weer echt bij jezelf kunt thuiskomen. Er ontstaat een vacuüm waarin je diep kunt voelen waar het leven jou toe roept. En juist daar wil ik het over hebben in een volgende blog, over hoe ‘vrije tijd’ ruimte creëert om te ontdekken waar het leven je vervolgens toe roept.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Hé, hier ben ik weer … Jij kent mij als die brok voedsel die je at. Maar die ben ik al lang niet meer.
Ik ben ondertussen uiteengevallen tot een papje.
Het voedzame deel is door je darmwand heen bij je binnen gegaan.
En wat jij niet kan gebruiken gaat gewoon verder, richting exit.
En dat is waar ik je vandaag mee naartoe neem …
Wat er gebeurt in de dunne darm?
In een vorig schrijven vertelde ik je al hoe die voedselbrok die je at helemaal uiteen gehaald wordt, tot de deeltjes zo klein zijn dat ze door de darmwand heen je bloedbaan in kunnen. Wat na de opname van wat jij kunt gebruiken overblijft, is afval. ’t Is te zeggen, dat zijn onverteerbare vezels uit je voeding, maar ook brokken die niet goed gekauwd werden en daardoor te groot gebleven zijn en niet opgenomen kunnen worden. Die schuiven verder je darm door. Tegelijk komt uit uit je lichaam doorheen de darmwand ook afval in de overgebleven brij terecht. Alles wat jij niet nodig hebt, schuift langzaam richting uitgang.
Moet ik je nog vertellen hoe belangrijk een gezonde dunne darm is, als het gaat over jouw gezondheid? Daar moet exact door naar binnen kunnen wat moet, niet minder maar ook niet meer, en daar moet ook door naar buiten kunnen wat jou niet langer dient. Eén van de problemen van de dunne darm is de ‘leaky gut’ of de ‘lekkende darm’. Dat betekent dat je darmwand beschadigd raakte, en er door de darmwand heen te grote brokken naar binnen kunnen. Daar reageert je immuunsysteem dan weer op, waardoor jij je constant moe of altijd wel wat ziekjes gaat voelen. Je lichaam staat voortdurend in een staat van paraatheid om jou te verdedigen, en dat kost handenvol energie.
Wil je je darm gezond houden, begin dan alvast met het eten van onbewerkt en liefst ook biologisch voedsel. Vermijd alles wat toxische stoffen bevat. Toxische stoffen maken beetje bij beetje je lichaam kapot. Ook suiker (en alles wat suiker bevat) is een echte boosdoener, want ook suiker doet van alles in je lichaam ontsteken. Heb je ondertussen zwaardere darmlast of last van voortdurende vermoeidheid of het altijd maar weer ziek worden en je slapjes voelen, dan roep je best de hulp van een gezondheidsprofessional in.
En eindelijk ben ik toe aan het laatste stukje van de reis. Ik kom in je dikke darm terecht, en daar moeien zich massa’s bacteriën met brij die ik ondertussen ben. Die bacteriën snoepen van al wat er nu nog overblijft. Ze fermenteren vezels en restanten van voedsel, daar leven zij van.
En al doende maken ze zelfs nog nuttige stofjes voor ons aan.
En ja, zij zijn het ook die zorgen voor gassen die krampen kunnen geven.
Maar dat laatste is vooral afhankelijk van wat jij ze te eten geeft!
Wat er gebeurt in de dikke darm?
In de dikke darm leven miljarden darmbacteriën. Wist je dat er meer bacteriën in je darm leven dat jij cellen in je lichaam hebt? En wist je dat die darmbacteriën mee onze gezondheid bepalen? Er zijn immers gezond makende bacteriën en er zijn ziek makende bacteriën. Als wij het juiste voedsel eten en er vooral veel gezond makende bacteriën in onze darmen wonen, dan houden zij de ziek makende bacteriën onder controle. Die krijgen dan maar weinig kans om te woekeren en al zeker niet om ons ziek te maken.
Diarree
Eén van de dingen die in je dikke darm gebeurt, is dat het overtollige vocht opnieuw in het lichaam opgenomen wordt. Als nu te veel toxische of andere ziekmakende stoffen zich in de brij bevinden, dan weigert je lichaam dat te vervuilde vocht. Dan zegt je lichaam: ‘Weg met die troep!’, en het stuurt het afval zo vlug mogelijk richting uitgang. Gevolg is dan een meer of minder spetterende diarree. Eigenlijk zou je dus blij moeten zijn met diarree. Het is het gevolg van een wijze beslissing van je lichaam. Als jij dan een pilletje neemt om de diarree te stoppen, dan zeg je eigenlijk: ‘Nee, die troep mag niet naar buiten, die moet binnen blijven.’ Heb je langer dan drie dagen diarree of bevindt er zich ook bloed in de diarree, dan moet je wel naar je dokter toe. Heb je maar kortdurend last van diarree, eet dan vooral wat minder en drink voldoende water.
Constipatie
Een groter probleem voor je lichaam is de neiging tot constipatie. Je stoelgang blijft dan zolang in je dikke darm zitten, dat er vanzelf toxische stoffen weer je lichaam binnenkomen. Het beste is het als je dagelijks stoelgang kunt maken. Sla je eens een dagje over, dan is dat nog geen probleem. Als het echter dagen duurt eer je stoelgang maakt, dan is dat niet helemaal oké. Voor een vlotte stoelgang zijn paar zaken van belang:
Eet voldoende vezels, uit groenten, fruit, volkoren brood, …
Drink voldoende, want vezels vullen zich met vocht en dat maakt dat ze goede stoelgang vormen.
Eet ook altijd een beetje vet, want vet zorgt ervoor dat de zaken schuiven.
Vermijd al te veel stress, en zorg voor voldoende rust en tijd om stoelgang te kunnen maken.
Zorg voor voldoende beweging. Immers, als je lichaam beweegt, is dat een soort massage voor je darmen. En die massage helpt je stoelgang vooruit.
Krampen en winderigheid
We hadden het al over de darmbacteriën. Zij fermenteren wat overblijft als de voedselbrij in de dikke darm terecht komt. En fermentatie geeft als bijproduct gasvorming. Denk maar aan druivensap dat gist tot wijn, of aan brood die onder invloed van gist luchtiger wordt. Als goede darmbacteriën onder invloed van het juiste voedsel aan het werk gaan, dan valt het met die gasvorming nogal mee. Maar als in de brij brokken voedsel overblijven, dan gaat het fout. Een teveel aan suikers – suiker dus, maar ook zetmeel – gaat gisten. Dat geeft winderigheid zonder opvallende geur. Een teveel aan onverteerde eiwitten – vlees dat niet goed gekauwd werd, bijvoorbeeld – geeft rotting en dat stinkt!
En dan zijn er bepaalde voedingsmiddelen die, afhankelijk van de staat van je darmen, meer gasvorming geven dan andere. Dan is het kwestie van zelf te ontdekken welke voedingsmiddelen je last geven, en die wat te vermijden of maar met kleine hoeveelheden te eten.
Ontsteking in de darmen
Waar we tegenwoordig steeds meer van horen, is van mensen die last krijgen van heuse ontstekingen in de darmen. Als de dunne darm ontsteekt, dan heet dat enteritis. Als die ontsteking chronisch wordt, dan spreken we van de ziekte van Crohn. Dat is een groot probleem, want het zorgt ervoor dat voeding niet efficiënt opgenomen kan worden en afval onvoldoende uitgescheiden. Mensen met de ziekte van Crohn raken gaandeweg meer en meer ondervoed.
En dan heb je ook de ontsteking van de dikke darm, colitis genoemd. Colitis ulcerosa is een ontsteking van de dikke darm waarbij binnenin zweren ontstaan. En die kunnen ervoor zorgen dat de dikke darm gaat bloeden. Zoek je met deze klachten hulp bij een arts, dan krijg je wellicht ontstekingsremmers voorgeschreven. Dat maakt dat de symptomen minder erg worden, maar de kwaal wordt er helaas niet echt mee aangepakt. Beter zou het zijn om je voeding in die mate aan te passen dat ontstekingen geen kans meer krijgen.
Hé, jij, ik hoop dat ik je in mijn reis doorheen je lichaam wat heb kunnen leren. Als jij je best doet om goed te eten, dat is rustig en met goed kauwen en die dingen die gezond voor je zijn, dan vermijd je heel wat klachten. Ik hoop dus dat jij aan mij wil denken, elke keer je voedsel tot je neemt. En bezorg ik je last, weet dan dat ik je geen kwaad wil doen.
Ik wil alleen maar aangeven dat jij wat meer aandacht aan jezelf en aan je voeding zou moeten besteden. Het ga je goed, jij die mij eet.
Ik doe mijn best om jou gezond te houden.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Hé, ken je me nog? Ik ben die brok voedsel van vorige keer.
En op dit moment bevind ik mij in je maag.
Ik ben met erg zure sappen doorkneed en daardoor echt al wat kleiner geworden. En nu ben ik klaar om de reis verder te zetten.
Beetje bij beetje kom ik in je duodenum, je twaalfvingerige darm terecht.
Het duodenum, de spijsverteringsfabriek
Inderdaad, beetje bij beetje komt telkens een zure brok voedsel uit je maag in het duodenum of de twaalfvingerige darm terecht. Wat daar gebeurt is niet minder dan een wonder. Eerst en vooral wordt het zoutzuur in het voedsel geneutraliseerd, en dat is maar goed ook, want anders zouden er al gauw gaten branden in onze darmen. Vervolgens komt er gal uit de lever bij die brij. De gal emulgeert de vetdruppels in het voedsel tot kleinere vetbolletjes. Want je weet – of je weet het misschien nog niet – : hoe kleiner de voedselbrokken in het duodenum, hoe makkelijker het voedsel ook echt verteerd kan worden.
Want dat is wat nu helemaal hoort te gebeuren: het voedsel moet verteren tot de kleinst mogelijke deeltjes. Koolhydraten moeten gesplitst worden tot afzonderlijke suikers: glucose, fructose en galactose (wat het kleinste deeltje is uit lactose of melksuiker). Eiwitten moeten afbreken tot diverse aminozuren. Vetten worden verteert tot afzonderlijke vetzuren. Die afbraak van voedsel tot de kleinst mogelijke deeltjes is noodzakelijk, want alleen die kleinst mogelijke deeltjes kunnen door de darmwand heen in onze bloedbaan komen. Alles wat niet zo klein kan worden, gaat rechtstreeks door en komt in de afvalverwerking terecht.
Om dat hele proces te laten gebeuren, komen vanuit de pancreas verschillende spijsverteringssappen de twaalfvingerige darm in. Je kunt wat daar in die twaalfvingerige darm gebeurt het best vergelijken met een fabriek die chemische stoffen met elkaar verbindt. Ieder stofje moet op exact het goede moment en in exact de juiste hoeveelheid toegevoegd worden. En in de juiste omstandigheden, gebeurt dat ook. Eén van de grote boosdoeners echter, die de juiste omstandigheden kan verstoren, is stress. Als we stress hebben, dan denkt ons lichaam dat we in levensgevaar zijn, en dan zet ons hele wezen alles op alles om te vechten of te vluchten. En dan is de spijsvertering wel de laatste van onze zorgen. De chemische fabriek gaat tijdelijk op slot. Alleen, als tijdelijk ‘chronisch’ wordt, dan gaat het goed fout. Dan verteert ons voedsel onvoldoende en kan er ook weinig voedsel opgenomen worden. We verhongeren dan als het ware, ook al eten we misschien best wel veel.
Ken je dat gevoel, dat je bij stress gaat hunkeren naar iets zoets? Dat komt omdat suiker maar heel weinig vertering nodig heeft. Suiker bestaat uit één molecule glucose en één molecule fructose. Er moet dus maar één keer geknipt worden, en suiker is klaar om opgenomen te worden. En dan is glucose ook nog eens de energiebron die we nodig hebben om te kunnen vechten of vluchten. En dus verlangen we in tijden van stress meer naar zoet. Alleen, wij vechten of vluchten niet, want de stress die wij ervaren vraagt juist vaak dat we niet reageren. Er komt dus veel suiker in ons bloed binnen, die niet verbruikt wordt … en dus maar opgeslagen wordt als vet. Ja, stress maakt dik!
Hé, jij, als je mij nu zou zien, je zou mij niet meer herkennen. Ik ben ondertussen als kleinste voedingsdeeltje door je darmwand heen gegaan. En nu zwem ik in je bloed, richting je lever.
En je lever, dat is pas een fabriek, daar gebeurt van alles.
Ik passeer een zuiveringsinstallatie zodat er geen ziektekiemen mee naar binnen kunnen. En dan worden verschillende onderdeeltjes omgebouwd tot voor je lichaam bruikbare elementen: glucose om je energie te geven, aminozuren en eiwitten om je lichaam op te bouwen, vetten voor opbouw of als reserve-energie. Wat gebruikt kan worden gaat met de bloedbaan mee, de rest wordt opgeslagen voor later gebruik. En wat niet meer kan dienen gaat weer de darm in voor afvalverwerking. Die lever, die is echt van levensbelang. Daar wil je goed zorg voor dragen, geloof me maar.
Zorg dragen voor je lever
Zoals gezegd, je lever, dat is een heel belangrijk orgaan. Je lever moet echt massaal veel werk verzetten om je hele lichaam gezond te houden. Ik noem maar een paar van de taken van je lever:
Bloed, verzadigd met voedsel uit je darm, zuiveren.
Daar uithalen wat bruikbaar is en bewerken waar nodig.
Toxische stoffen tegenhouden en weer uitscheiden.
Alles in de juiste mate doorsturen naar de rest van je lichaam.
Wat nu niet nodig is opslaan voor als het wel nodig is.
Alle bloed uit je lichaam zuiveren, iedere keer als dat bloed je lever passeert.
Alle afval – resten van energieverbranding, toxische stoffen, afbraak van kapotte cellen – in recyclage nemen of weer richting je darm sturen.
Een lever die niet goed werkt, raakt makkelijk overbelast. Jij voelt je dan niet lekker. Je hebt weinig energie en al helemaal geen zin om te eten. Je kunt je wat flauw gaan voelen, wat misselijk ook. Het beste wat je dan kunt doen, is je lever een handje helpen om er weer doorheen te raken. Ken je het spreekwoord: ‘Bitter in de mond maakt het hart gezond’? Wel, het spreekwoord is niet helemaal juist. Het had beter geklonken als: ‘Bitter in de mond maakt de lever gezond’. Bitterstoffen helpen je lever bij het uitvoeren van de vele taken.
Absolute boosdoeners zijn dan alcohol en suiker. Alcohol belast de lever in hoge mate, en dit niet alleen als je zoveel dronk dat je er een kater aan overhield. Die kater is trouwens een signaal dat je lever jouw drinkgelag niet op tijd ontgift kon krijgen. Een deel van de toxiciteit van de alcohol vergiftigt dan je hersenen, met koppijn als gevolg. Minder gekend, maar even ernstig, is de ‘non alcoholic liver disease’ (NALD). Dat komt omdat fructose (die andere helft uit suiker) even toxisch voor je lever is als alcohol. Je lever moet heel veel moeite doen om fructose om te zetten in iets bruikbaars, en net zoals bij alcohol: te veel is te veel. Wil je dus je lever sparen, wees dan matig met zowel alcohol als met suiker (en suikerhoudend voedsel).
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Spierweefsel staat steeds onder een bepaalde spanning, ook tonus genoemd. Die voortdurende spanning is van belang, ze bepaalt mee de vorm en de kracht van je lichaam. Zonder tonus of spierspanning zouden wij niet tot bewegen in staat zijn, integendeel, we zouden als een pudding in elkaar zakken. Een tekort aan spiertonus zie je vaak bij oude mensen. Ze hebben niet meer de kracht in hun spieren om een dop van een fles te draaien of om een glas water uit te schenken. Ze staan zeer wankel op de benen, ze vertrouwen hun eigen lichaam niet meer als het aankomt op stappen.
Wil je dat verlies van spiertonus op hoge leeftijd voorkomen, dan is het vooral van belang om in beweging te blijven. Immers, wat je niet gebruikt, gaat verloren. Blijf dus wandelen, fietsen, zwemmen, poetsen of in de tuin werken, want je traint er op regelmatige basis je spieren mee. Als dan op hoge leeftijd je spiertonus gaat verzwakken, blijf je toch langer fysiek fit, want je vertrekt vanop een betere positie. Verder is het ook van belang voldoende eiwitten te eten (vlees, vis, kaas, eieren, noten, peulvruchten). Het lichaam haalt uit de eiwitten die je eet de nodige aminozuren en bouwt met die aminozuren je spierweefsel op.
Wat dan weer vaker voorkomt bij mensen in de actieve beroepsbevolking, is dat onder invloed van stress de spieren te strak aangespannen raken. Hun lichaam staat dan als het ware meestal onder hoogspanning, en dat geeft een stram gevoel. Bewegen wordt dan lastiger, en zowel bewegen als stil blijven zitten of liggen kan pijn geven. Je lichaam verkrampt, echte ontspanning komt niet meer vanzelf.
Hier kun je op twee manieren te werk gaan:
Het verminderen van stress:
Door al te stressvolle situaties te vermijden, vb. door te veranderen van werk, of door uit toxische relaties weg te gaan. Soms is wegtrekken uit een te belastende omgeving de enig mogelijke strategie om weer tot rust te kunnen komen.
Door je stresstolerantie te verhogen. Dan ga je die dingen doen, die je helpen om beter om te kunnen gaan met moeilijke situaties. Hierbij kunnen ontspanningstechnieken helpen. Ik denk aan relaxatieoefeningen, mindfulness, meditatie of gebed. Je stresstolerantie verhogen kun je ook doen door het gebruik van welgekozen kruiden en voedingssupplementen. Ik kan je alvast twee supplementen aanraden: Ashwagandha Platinum en Relaxoton, beide van de firma Mannavital.
Dieptemassage, waarbij een ervaren massagetherapeut de overspannen spieren weer losmaakt. Dat is een eerder pijnlijke massage, die je pas achteraf verlichting van spanning en pijn geeft. Je voelt dan na een paar dagen dat je weer vlotter kunt bewegen en dat er makkelijker ontspanning optreedt. Ook pijn in gewrichten en pezen vermindert na zo’n massage vanzelf. Immers, door overdreven spierspanning komen ook je pezen en je gewrichten onder hoogspanning, en dat leidt tot peesontsteking en gewrichtsslijtage. Beide kunnen dus voorkomen worden en zelfs weer beter worden door regelmatige diepe spiermassage.
Verzuurde spieren
Wie sport kent wellicht wel het fenomeen van verzuurde spieren. Je ging sporten, deed wat te veel ineens of ging wat te lang door, en ’s anderendaags heb je last van stramme en pijnlijke spieren. Die pijn van ’s anderendaags is ontstaan omdat je op een bepaald moment in je sporten overging van aerobe energieaanmaak naar anaerobe energieaanmaak. Bij aerobe energieaanmaak wordt zuurstof gebruikt. Er is dan veel rendement en weinig afval. Bij anaerobe energieaanmaak is er onvoldoende zuurstof voorhanden en gaan de cellen over op het aanmaken van energie door middel van fermentatie. Een bijproduct daarvan is melkzuur, en dat melkzuur stapelt zich op in de spieren. Gevolg: pijn na het sporten.
Chronisch verzuurde spieren kan je krijgen door een onevenwicht in je voeding. Bepaalde voedingsmiddelen geven bij verwerking in het lichaam een overlast aan urinezuur. Het gaat om ‘compacte’ voeding, zoals vlees, vis, kaas, granen, en in mindere mate noten en peulvruchten. Daar tegenover staat basenvormende voeding, zoals aardappelen, groenten en fruit. Basenvormende voeding bevat doorgaans meer vocht. Het is dus belangrijk om in verhouding meer groenten en fruit te eten, dan vlees, vis, kaas of granen. Tegelijk is een goede nachtrust hier ook erg belangrijk. Die ‘nachtrust’ begint als het ware al net na het avondmaal. Immers, door na het avondmaal niets meer te eten (of te drinken behalve water of kruidenthee) kan het spijsverteringsstelsel alle nodige werk doen vooraleer jij gaat slapen. Tijdens de slaap ontstaat dan des te meer tijd om de afvalverwerking van je lichaam op gang te brengen. Als alle voedsel is verteerd, komt een ingenieus ontgiftingsproces op gang. Elke cel van je lichaam geeft zijn afvalstoffen af in het bloed. De lever en de nieren, de longen en de huid draaien op volle toeren en geven afvalstoffen af in stoelgang, urine, uitademing en transpiratie. Je lichaam zuivert zichzelf … op voorwaarde dat er evenwicht is. Chronische verzuring ontstaat als er te veel afvalstoffen zijn tegenover de tijd die je lichaam krijgt om die afvalstoffen te verwerken.
Fibromyalgie
Fibromyalgie of weke delen reuma is een aandoening die gekenmerkt wordt door uitgebreide, chronische spier- en bindweefselpijnen. Er is niet één enkele mogelijke oorzaak voor deze pijnen, en dus is er ook niet één kant en klare oplossing hiervoor. Heb je fibromyalgie en wil je daar op een natuurlijk manier iets aan proberen te doen, dan zal een gezondheidsbegeleider met jou een traject moeten gaan om uit te zoeken waar bij jou deze klachten vandaan komen. Stapje voor stapje zul je moeten zoeken naar wat helpt bij jou. De oorzaak van je klachten zal zeker voor een deel op het fysieke niveau liggen, maar naar alle waarschijnlijkheid ook voor deel op het emotionele, het mentale en zelfs het spirituele niveau. Fibromyalgie tekent jou als hele mens, en dus zal het zoeken naar heling ook al die domeinen mee in rekening moeten nemen.
… en pezen
Pezen zijn die dingen waarmee de spieren aan de botten vastgemaakt zijn. Het zijn taaie en stevige structuren, die wel wat spanning kunnen verdragen. Als echter de spanning te hoog wordt of chronisch blijft duren, kan er letsel ontstaan aan de pezen.
Scheurtjes in de pezen: Ze ontstaan door te bruuske bewegingen, vb. bij het overslaan van je voet of bij een knieblessure. Hierbij is rust van belang, zodat de pees zich langzaam aan kan herstellen. In het slechtste geval scheurt de pees helemaal door, en dan moet er chirurgisch ingegrepen worden.
Chronisch overbelaste pezen: Dit soort overbelasting wordt ook wel peesontsteking genoemd, maar technisch gezien is dat een foutieve naam. Het gaat erom dat, door voortdurende belasting van de spieren, de pees onder te hoge druk komt te staan, en dat geeft pijn. Ook hier is ontspanning van de overbelaste pees van belang, maar er is meer nodig. Ook de spier die aan de pees vasthangt, heeft ontspanning nodig. En zoals ik hierboven al schreef, hierbij kan dieptemassage helpen.
Pezen die overbelast raakten – denk aan Achillespeesontsteking, tenniselleboog, golfelleboog, carpaal tunnelpijn – hebben vooral tijd nodig om te herstellen. Dat komt omdat pezen weinig doorbloed worden en herstellende factoren dus maar langzaam de aangedane pees weer heel kunnen maken.
En over de rol van je zenuwstelsel
En dan is er nog een laatste, heel belangrijk onderdeel van je lichaam als het gaat om bewegen. Je skelet, je gewrichten, je spieren en je pezen mogen in topvorm zijn, als je motorisch zenuwstelsel het niet doet, dan gebeurt er niks. Dat motorisch zenuwstelsel zet de gedachte om de willen bewegen om in zenuwprikkels die je ook effectief doen bewegen. Als dus het motorisch zenuwstelsel hapert, ontstaan verlammingsverschijnselen. Ook hier is er niet één enkele mogelijke oorzaak van het mankeren van je zenuwstelsel, en is het zoeken naar mogelijke oplossingen een individuele zaak.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
In het eerste deel over complementaire gezondheidszorg had ik het over ‘lichaamswerk’. In het tweede deel spreek ik over die vormen van complementaire gezondheidzorg, waarbij je iets inneemt. Je eet iets, je drinkt iets, je slikt iets. Ik heb het dus over voeding, voedingssupplementen, kruidenpreparaten, Bachbloesems en homeopathie.
Voeding
In onze huidige maatschappij gaat heel veel aan gezondheid verloren door onze verarmde, vaak industrieel bewerkte voeding. Weinig mensen eten nog zoals voeding bedoeld is: rechtstreeks uit de natuur, zonder pesticiden en zonder kunstmest gekweekt, vers klaargemaakt, zonder additieven voor kleur, geur, smaak of om te bewaren. Voeding hoort ‘levend’ te zijn: vers, vrij van toxische stoffen, vol licht en en vol vitaliteit. Alleen dan kan ze gezondheid voortbrengen.
Hoe herken je dit ‘levend’ voedsel?
Het komt van bij de boer of uit de versafdeling van de markt of van de winkel. Het is de verse groente, het verse fruit, het verse vlees of de verse vis. Laat die laatste er ook nog uitzien als vers vlees of verse vis, en niet verwerkt in slaatjes of worsten of welke vorm van bewerking dan ook.
Het ziet er nog vers uit, en niet verlept, verkleurd, verdord.
Het is biologisch, en dus gekweekt zonder toxische stoffen.
Diepgevroren voedsel kan ook, op voorwaarde dat het slechts één of een paar ingrediënten bevat. Als er moeilijk begrijpbare namen in de ingrediëntenlijst voorkomen, dan is het niet meer oké.
Wat is zeker niet gezond:
Sterk bewerkt voedsel, met veel toegevoegde additieven.
Een overdaad aan suiker, dat aan quasi alle bewerkte voeding wordt toegevoegd.
Industriële oliën en vetten, geperst bij hoge temperaturen, met behulp van solventen en daarna ontgeurd, gebleekt, geraffineerd en al dan niet gehard.
Bewerkt met bewaarmiddelen, geurstoffen, kleurstoffen, smaakstoffen.
Ik hou dus een pleidooi om weer zelf in de keuken te staan en eenvoudige maar eerlijke maaltijden klaar te maken. En ja, dat vraagt tijd en dat geeft last. Maar het komt ook je gezondheid ten goede.
Voedingssupplementen
Wat dus eerst komt en een goede basis voor gezondheid is, is een gevarieerde, verse en gezonde voeding. Zorg ervoor dat alle kleuren van de regenboog regelmatig op je bord komen. Toch kan het dat – ook al eet jij doorgaans gezond – er tekorten ontstaan. Daar zijn twee redenen voor:
Onze voeding is armer aan vitamines, mineralen en fyto-nutriënten, omdat onze landbouwgrond uitgeput raakt. Wat onvoldoende in de grond zit, kan onmogelijk voldoende in onze voeding voorkomen.
Wij leven een te belastend leven. Onze omgeving vraagt meer dan we uit onze voeding kunnen halen. Wij leven niet meer met het daglicht mee. We doen te veel. We blijven voortdurend in de aan-stand staan. We nemen onvoldoende rust en ontspanning. We leven druk, druk, druk, … en dat al te drukke leven eist zijn tol.
Daarom is het goed om onze gezondheid te ondersteunen met goed gekozen supplementen. En dat ‘goed gekozen’ betekent enerzijds dat de supplementen die je neemt nodig zijn voor jou én dat ze ook nog eens goed opneembaar zijn. En beide lopen wel eens fout, omdat een gewone huisarts te weinig weet over deze zaken. Immers, volgens de reguliere geneeskunde is er pas sprake van een tekort als je ziek wordt door dat tekort. In de complementaire orthomoleculaire geneeskunde gaat men uit van ‘optimaal functioneren’. Het kan dus dat je geen tekort vertoont om niet ziek te worden, maar onvoldoende hebt om je helemaal goed te voelen. Hier kan een orthomoleculaire arts of therapeut je echt op weg helpen.
En dan is er nog het probleem van de opneembaarheid van de supplementen die je neemt. Het is niet wat je slikt, wat van belang is, maar wel wat je opneemt. Sommige vormen van calcium, magnesium, vitamines, kurkuma, … geraken heel moeilijk door de darmwand heen en vormen dus enkel dure stoelgang. Ook hier is kennis van zaken nodig, kennis die je haalt bij een orthomoleculaire arts of therapeut.
Kruidenpreparaten
Je weet het misschien – of je weet het niet – dat vele van onze farmaceutische medicijnen hun oorsprong vinden in stofjes die zich in kruiden en in geneeskrachtige planten bevinden. De farmaceutische industrie isoleert deze werkzame stoffen uit de volledige plant en maakt die dan synthetisch na. Dat laatste is de voorwaarde om een medicijn te kunnen pattenteren, en juist uit die patenten haalt de farmaceutische industrie gigantische winsten.
Maar het is ook daar dat het fout gaat. Door stofjes te isoleren uit het geheel van de kruiden of geneeskrachtige planten én door ze synthetisch na te maken, hebben deze medicijnen ook sterke nevenwerkingen. Ze zouden je moeten genezen, maar ze maken je ook weer ziek. Denk maar aan de maagbeschermer die je moet nemen om de te sterke belasting van je maag van bepaalde medicijnen tegen te gaan. Of denk aan de diarree die je kunt krijgen van antibiotica en de constipatie van een synthetisch ijzerpreparaat. En zo zijn er vele mogelijke nevenwerkingen van synthetische medicijnen, die allemaal weer extra medicijnen vragen.
Kruiden en geneeskrachtige planten werken, als ze met kennis en kunde ingezet worden, als een geheel. In de volledige plant zit de werkzame stof in zijn natuurlijke vorm, en omgeven door andere stoffen die voor evenwicht zorgen. Waar dat ene stofje je in onevenwicht zou brengen, zorgen de bijhorende stoffen in de plant voor een heilzame werking zonder de nevenwerkingen. Maar je leest het al: kennis en kunde zijn van groot belang. Wie met kruiden en medicinale planten werkt én wie uit deze kruiden en medicinale planten kruidenpreparaten maakt, moet weten wat hij doet. Als herborist leer je al die dingen. Wil je dus advies op dat vlak, haal het dan bij iemand die deze kennis in huis heeft.
Energetisch werkende methoden
En ja, in de complementaire gezondheidszorg hebben we ook energetisch werkende methoden. Hierbij denk ik in de eerste plaats aan Bachbloesems en aan homeopathie. Beide bevatten geen werkzame stoffen meer. Ze zijn zo bereid dat alleen de energie van de stof nog in het middel aanwezig is. Laat je deze stoffen in een laboratorium ontleden, dan vind je stoffen als suiker, alcohol en water. Meer is er in het middel niet aanwezig.
Of toch, …
Want ja, het middel werkt … want het heeft de energie van een stof opgenomen, en het geeft jou die energie. Bij de Bachbloesems wordt de energie van de bloesems op het middel overgedragen door de bloesems op het juiste tijdstip te oogsten en die dan in zuiver water een passende tijd in de zon te laten trekken. In de moedertinctuur die zo ontstaat, zit alleen de energie van de bloesem, niet een of andere werkzame stof eruit. Bij homeopathie ontstaat hetzelfde resultaat door een middel met wel die werkzame stof erin zo vaak te verdunnen en tussenin ook telkens te schudden, dat er uiteindelijk geen werkzame stof meer te vinden is. Alleen de energie van het middel is overgedragen op het homeopathisch middel.
En nu kun je wel denken dat hier alleen een placebo-effect speelt, nl. de zieke denkt te zullen genezen en geneest dus ook. Weet je, dat speelt altijd wel een beetje een rol, ook bij klassieke medicijnen. Maar het kan echt niet alleen maar een placebo-effect zijn, want als je het juiste middel geeft, dan wordt de zieke beter en als je een verkeerd middel geeft, dan gebeurt dat niet. En wat meer is, deze middelen werken niet alleen op volwassen mensen (die door een placebo-effect beïnvloed kunnen worden) maar ook op baby’s, op dieren en zelfs op planten. En die laatste kun je moeilijk van een placebo-gevoeligheid verdenken.
Mijn conclusie
Ik zou graag zien dat een geneeskunde ontstaat die het beste uit elk van deze vormen haalt om mensen zo gezond mogelijk te houden of weer te maken. Daarbij zou ik willen dat eerst gebruik gemaakt wordt van meer natuurlijke en onschuldige middelen en pas als die niet helpen, van chemische en best wel gevaarlijke middelen. Ik zou ook willen dat mensen écht genezen, en dus dat ze niet voor de rest van hun leven afhankelijk blijven van medicijnen. En juist daarom hou ik een pleidooi voor een gezonde manier van leven, het inzetten van complementaire geneeswijzen als dat onvoldoende is en het pas grijpen naar chemische medicijnen als ultieme poging om mensen toch zo gezond mogelijk te houden.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
In een vorige blog gaf ik het al aan, dat ik droom van een gezondheidszorg waarin ook de complementaire gezondheidszorg een rechtmatige plek krijgt. In het Westen – en in België nog meer dan in de omringende landen – wordt de complementaire gezondheidszorg maar heel weinig erkend. En toch, als we willen dat gezondheidszorg betaalbaar blijft en ook echt de gezondheid van mensen bevordert, dan is complementaire gezondheidszorg daar een onmisbare schakel in.
In dit eerste deel over complementaire gezondheidszorg heb ik het over alles wat ‘lichaamswerk’ aangaat: diverse vormen van beweging, massage, osteopathie, reflexologie en zelfs relaxatie. Ik beweer niet dat ik alle strekkingen binnen het lichaamswerk ken, en zeker al niet dat ik ze allemaal toepassen kan. Ik wil alleen je blik openen voor dit luik binnen de complementaire gezondheidszorg, omdat ik weet dat hier heel wat gezondheidswinst te behalen valt. Als iedereen met pijn of spanningen in het lichaam eerst hiermee aan de slag zou gaan, dan zou er heel wat minder pijnmedicatie nodig zijn, en ook het aantal operaties aan rug, heupen, knieën en schouders zou drastisch verminderen. En nee, dat beweer ik niet zomaar. Ik zie het gewoon gebeuren op de eigen massagetafel. Ook stress en de nadelige gevolgen van stress kunnen via deze technieken sterk verminderen, waardoor het gebruik van kalmerende middelen gereduceerd kan worden. Het bewustzijn dat op deze manier ontstaat, maakt dat de resultaten van blijvende aard zijn.
Beweging
Het lijkt een open deur intrappen als ik beweer dat regelmatig bewegen goed voor je is. En toch valt daar voor veel mensen een nog behoorlijke dosis gezondheidswinst te halen. Eigenlijk zouden hier verschillende principes toegepast moeten worden:
Stilzitten of eentonige bewegingen regelmatig onderbreken. Het is immers zo dat het uurtje sporten aan het begin of op het eind van de dag niet compenseert voor het niet bewegen of het eentonig bewegen tijdens de rest van de dag. Beter is het dat je om het half uur even ‘verandert’. Voorbeelden van hoe het fout kan gaan: werk aan de computer met langdurig stilzitten en het enkel bewegen van de muishand leidt tot spanning in nek en schouders, wellicht ook spanningshoofdpijn en pijnklachten in de muishand; werken aan een lopende band en daar voortdurend dezelfde handeling uitvoeren, waardoor last in de benen ontstaat door het lange staan en misschien ook last in handen of armen door het herhalen van telkens dezelfde beweging; ineens een fietsvakantie houden terwijl je niet gewoon bent lang na elkaar te fietsen kan leiden tot overmatige spanning in de armen, de schouders en de nek. De oplossing ligt hier in het regelmatig even in beweging komen en in het bijzonder in het onderbreken van de herhaalde beweging met het losmaken van die lichaamsdelen die daardoor onder spanning komen te staan.
Te is nooit goed. Te weinig beweging maakt dat je op de duur niet meer kunt bewegen. Je wordt strammer en stijver en je spiermassa vermindert doordat je ze niet gebruikt. Je algemene conditie gaat erop achteruit. Te veel beweging – en zeker als je dat op hoog niveau wil doen – maakt dat je lichaam overbelast geraakt. Je loopt meer kans dat een bepaald bewegingssysteem gaan crashen. Wees dus matig in je bewegingspatroon, zowel in de ene als in de andere richting.
Variatie maakt dat alle spiergroepen getraind worden. Fietsen traint vooral de beenspieren, gewichtheffen traint vooral de armspieren. Willen we maximaal winst halen uit ons bewegingspatroon, dan moeten alle spieren in het lichaam met regelmaat getraind worden. Een goed voorbeeld daarvan is … huis-, tuin- en keukenwerk doen.
Afwisseling tussen krachttraining en uithoudingstraining. Krachttraining bouwt spiermassa op, spiermassa die belangrijk is om tot op hoge leeftijd te kunnen blijven bewegen. Uithoudingstraining zet vooral hart en longen stevig aan het werk. Het bloed stroomt sneller door je lichaam heen en zorgt voor meer zuurstof en minder afval in de weefsels.
Kortom, wie regelmatig en gevarieerd beweegt, bouwt een goede conditie op. En juist dat is de basis voor een lichaam dat tot op hoge leeftijd in staat blijft tot soepel bewegen.
Massage
Er bestaan diverse vormen van massage, elk met z’n eigen gezondheidsvoordeel. Massage brengt helend huidcontact, diepe ontspanning, verlichting van pijnklachten, eliminatie van overtollig vocht en van afvalstoffen, nieuwe energie, … Sommige vormen van massage werken diep fysiek door. Ze verminderen lichamelijke spanning en daardoor ook pijn. Want spieren die te gespannen staan geven extra druk op gewrichten en dan ontstaat pijn. Andere vormen van massage werken meer energetisch. In dat soort massages wordt je energiebalans weer in evenwicht gebracht. Je voelt je verkwikt en weer opgeladen na zo’n massage. Ligt het accent meer op het elimineren van overtollig vocht of van opgestapelde afvalstoffen, dan voel jij je na de massage verlicht en zuiverder.
Een bijzondere vorm van lichaamsbehandeling is osteopathie. Hier ligt de nadruk meer op het corrigeren van het skelet en de daaraan vastzittende weefsels. Een klassiek voorbeeld hiervan is dat je zenuwpijn krijgt als een ruggenwervel gedraaid zit. Die zenuwpijn straalt dan uit naar armen of benen, waardoor normaal bewegen moeilijk wordt. Door je lichaam zo te manipuleren dat de verschoven ruggenwervel weer goed komt te zitten, verdwijnt ook de zenuwpijn en het daaruit voortvloeiende functieverlies. Hiermee pak je de oorzaak van de kwaal aan, in plaats van ze met pijnmedicatie te verdoven.
Reflexologie
Bij reflexologie – voetreflexologie, handreflexologie, auriculotherapie of oorreflexologie – wordt dat ene deel van je lichaam op zo’n manier behandeld dat andere delen in je lichaam erdoor gestimuleerd worden. Door de verschillende plekken op de voeten, de handen of de oren te masseren, worden energetische blokkades in het hele lichaam aangepakt. Reflexologie zorgt op die manier enerzijds voor een diepe ontspanning en anderzijds voor nieuwe energie.
Relaxatie
Bij relaxatie helpt een begeleider (live of via een opname) je om via je ademhaling en via gerichte aandacht bij je lichaam tot ‘voelen in het hier en nu’ te komen. Je staat stil bij wat zich in je lichaam en in je geest aandient. Je accepteert wat komt, je wordt je bewust van wat er leeft in jou, en die manier ontstaat vaak het begin van verandering. Door relaxatieoefeningen stap je even uit het helse ritme van alledag. Je valt stil, je laat toe dat er even niets meer moet … en dat geeft ruimte, ruimte om te ontdekken wat je lichaam je te vertellen heeft, ruimte om te ontdekken wat het leven van jou verlangt.
Wie regelmatig stilvalt in relaxatie, meditatie of gebed ontdekt in zichzelf een plek waar het, ondanks alle rumoer van de dag, stil blijft. Wie op vaste momenten oefent om die stilte te vinden, kan daar op hectische momenten makkelijker naar terugkeren. En omdat je makkelijker even kunt bijtanken uit die rust diep in jou, raak je minder vlug overspoeld door alles wat op je afkomt.
Bij wie kun je terecht?
Van al deze technieken hierboven ben ik vooral bezig met massage, in het bijzonder met dieptemassage of ‘deep tissue’ massage. Hiermee worden pijnklachten verholpen, wordt spanning weggemasseerd en kom je tot diepere ontspanning. Daarnaast beoefen ik ook voetreflexologie.
Voor andere behandeltechnieken kunnen je terecht bij collega’s in de complementaire gezondheidszorg. Als je even gaat googelen, van vind je wellicht wel iemand die jou verder kan helpen.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
We hadden het eerder over het bloed, dat leven brengt tot in elke cel van ons lichaam. We hadden het ook over de bloedvaten, het buizenstelsel dat ervoor zorgt dat het bloed overal heen kan. Vandaag hebben we het over het hart, de motor van het leven. Want, je mag bloed in je lijf hebben, zoveel als je wil en je mag een netwerk aan buizen en buisjes hebben om dat bloed te transporteren, als de motor het niet doet, ben je zo dood als een pier.
Het hart is van wezenlijk belang, we kunnen niet zonder. Tegelijk staat het hart ook voor liefde, passie, gevoel, emotie. Dat ontdek je in de vele spreekwoorden waar het hart in voorkomt. Aan de negatieve kant: een hart van steen hebben / het hart bloedt bij het zien van zoveel leed / een harteloze indruk maken. Aan de positieve kant: iets van ganser harte doen / een hartelijk welkom / je hart voor iemand openstellen. Als er dus zoveel spreekwoorden zijn waar het hart in voorkomt, dan moet dat hart en waar het voor staat wel echt belangrijk zijn.
Het hart, een spier
Allereerst is het hart gewoon een spier. Alleen, het hart is een spier die autonoom werkt. We kunnen er met onze wil geen invloed over uitoefenen. We kunnen niet beslissen om ons hart even een tijdje niet te laten slaan. We kunnen ook niet beslissen om ons hart wat vlugger of juist wat trager te laten slaan. Het hart reageert wat dat betreft op de omstandigheden in ons lichaam. Als wij in rust zijn en echt ontspannen, dan gaat het hart vanzelf trager kloppen. Als wij in actie zijn en misschien ook wat gestresseerd, dan gaat het hart in versnelling. Het doet dat omdat er dan meer zuurstof en meer voedingsstoffen naar de cellen moeten, en dus moet het bloed wat vlugger al die cellen bereiken. We hoeven daar niet bij na te denken, dat gebeurt gewoon vanzelf.
Nu begrijp je natuurlijk wel dat als het hart voortdurend veel te vlug moet slaan, het dan ook vlugger slijtage gaat vertonen. Het beste is het eigenlijk als het hart zich heel vlotjes kan aanpassen aan de verschillende omstandigheden in ons lichaam. En het is ook goed voor hart als wij regelmatig echt tot ontspanning kunnen komen. Dan geven wij het hart wat rust, we zorgen ervoor dat ons hart op adem kan komen.
Chronische stress is dus een ziekmaker voor het hart. Het hart moet dan voortdurend te hard werken, enerzijds omdat het vlugger moet slaan en anderzijds omdat het bloed daardoor ook dikker wordt. Het hart moet dus extra zijn best doen om dat dikkere bloed het lichaam rond te pompen.
En omdat het hart een spier is, is ook alles wat spieren kan aantasten een ziekmaker voor het hart. Gezonde, spieropbouwende voeding is dus van belang. Denk daarbij aan gezonde eiwitten, maar ook aan beschermende fytonutriënten uit plantaardige voeding. Bij dat laatste denk ik in de eerste plaats aan gefermenteerde knoflook, die op alle elementen van de bloedsomloop een helende werking uitoefent. Gevaarlijke medicijnen zijn in dit geval de cholesterol verlagende statines. Statines blokkeren de aanmaak van co-enzym Q10 in het lichaam, een enzym dat mee van belang is in het opbouwen en onderhouden van spierweefsel. Nu nemen we die statines om het cholesterolgehalte naar beneden te halen, maar ondertussen blokkeren we dus het gezond houden van spierweefsel. En we zeiden het net: het hart is ook een spier. Statines zijn dus niet zomaar positief voor hart en bloedvaten.
Het hart, elektrisch aangedreven
Bij een gezonde mens trekt de hartspier zich zestig tot zeventig maal per minuut samen. De prikkel om zo’n hartslag te starten, vertrekt in de sinusknoop. Je zou die sinusknoop kunnen vergelijken met de starter van de motor van een wagen. Als die starter het niet doet, dan slaat de motor niet aan. Vanuit die sinusknoop wordt een elektrisch systeem in gang gezet, dat voor een normaal hartritme zorgt. Als er storingen zijn in de geleiding van de prikkelgolf, dan ontstaan er hartritmestoornissen.
Zo’n hartritmestoornis zegt wellicht dat er iets mankeert met het fysieke aspect in je lichaam, nl. dat de elektrische aandrijving van je hart in gebreke blijft. Het kan echter ook iets vertellen over een meer emotioneel of spiritueel aspect van je leven. Het is dan alsof je eigen middelpunt uit de pas is geraakt. Jij wil iets anders dan je centrum, je diepere wezen van jou verlangt. Je wordt als het ware op het matje geroepen, dat je te vlak geworden bent. Je mag wat meer je eigenheid, je originaliteit, je passie tonen. Je mag wat meer uit de band springen, en je gekke ideeën of je creatieve invallen in de wereld zetten.
Het hart, centrum van het gevoel
Het hart mag dan, technische gezien, gewoon een pomp zijn die je bloed je hele lichaam rondpompt, het hart staat voor zoveel meer dan alleen maar dat. Ik wil je uitnodigen een kleine test te doen. Wijs eens met je vinger of met je hele hand naar jezelf, alsof je wil zeggen: ‘Dit ben ik!’ Wedden dat je vinger of je hand exact op die plek belandt waar je hart zich bevindt? Het hart ligt centraal in je lichaam, achter je borstbeen, een beetje meer naar links. Links staat traditioneel voor het gevoel, waar rechts meer staat voor de ratio.
Het hart nodigt ons uit om met het leven iets te doen dat de moeite waard is. En bijna altijd gaat het dan om verbinding met anderen, om je eigen kleur in de wereld te zetten ten voordele van allen, om creatief aan de slag te gaan om van de wereld een betere plek te maken. Dat is waar het hart ons met iedere hartslag toe oproept.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Vorige keer vertelde ik je over je bloed, die bron van leven die door je lijf stroomt. Dat bloed moet letterlijk overal in je lichaam passeren. Wat geen bloed krijgt, gaat dood. Om dat mogelijk te maken heeft ons lichaam een ingenieus buizensysteem met daaraan gekoppeld een motor. Over de motor hebben we het volgende keer. Vandaag bekijken we het buizensysteem.
Je kunt dat buizensysteem een beetje vergelijken met om het even welk ander ‘watersysteem’. Denk vb. aan de waterlopen die het land vochtig houden of misschien nog meer aan het buizensysteem van de vloerverwarming. Het beeld van de waterlopen geeft ons een idee van grote rivieren, over steeds kleinere waterlopen, tot de beekjes rondom iedere wei of akker. Er is aanvoer en afvoer van vocht. Het beeld van de vloerverwarming toont ons een gesloten buizenparkoers, waar het water doorheen stroomt omdat er een motor is die het voortdurend in beweging houdt. Zo komt de warmte overal. De combinatie van beide geeft ons een goed idee van het buizenstelsel in ons lichaam.
Het buizenstelsel van onze bloedsomloop bestaat uit een kleine bloedsomloop en een grote bloedsomloop. De kleine bloedsomloop brengt zuurstofarm bloed van het hart naar de longen en weer terug. In de longen wordt het bloed verzadigd met zuurstof. De grote bloedsomloop brengt het van zuurstof verzadigde bloed naar elke plek in je lichaam. Elke cel krijgt van het bloed de nodige zuurstof om voedsel tot energie te kunnen verbranden.
En dan is er een tweede belangrijke functie van die bloedsomloop. Rondom onze darmen zitten heel veel kleine bloedvaatjes. In die bloedvaten wordt het verteerde voedsel opgevangen en via een grotere ader, de poortader, naar de lever getransporteerd. In de lever worden al die voedingsstoffen gezuiverd, opgeslagen en weer vrijgemaakt al naar gelang de noden. Ook dat gezuiverde voedsel gaat uiteindelijk via het bloed mee naar elke plek in je lichaam. Naast zuurstof krijgt elke cel ook de nodige bouwstoffen en voedingsstoffen. Zo houdt je lichaam zichzelf in stand.
Ik hoef je dus niet te vertellen dat het buizensysteem van slagaders, haarvaatjes en aders van groot belang is. We moeten er dus zeker zorg voor dragen.
Kwalen van de bloedvaten
In wezen zijn er twee grote categorieën van kwalen:
De bloedvaten gaan stuk. Ze scheuren en het bloed vloeit weg.
De bloedvaten vernauwen, waardoor het bloed niet meer stromen kan.
In beide gevallen krijgen delen van je lichaam onvoldoende bloed toegevoerd, en dat heeft kwalijke gevolgen.
De bloedvaten gaan stuk
… en dat kan in het mini of in het maxi. In het eerste geval heb je je misschien ergens gestoten, en kneusden daardoor een paar haarvaatjes. Wellicht kreeg jij op die plek een bloeduitstorting, een blauwe plek. Of je sneed jezelf met een mes in de vingertoppen. Het bloedt even, maar bloed raakt ook makkelijk weer gestelpt. Eigenlijk is er dan niet zoveel gevaar. Je lichaam is beslist capabel om dit soort kleine verwondingen uit zichzelf te helen.
Ernstiger is het natuurlijk als de kwetsuur groter is en het bloed zomaar blijft wegstromen. Denk vb. aan een ongeluk met zware fysieke letsels. Het bloedverlies bij zo’n accident kan dodelijk zijn. Of denk aan een harde stomp in de buik, waarbij je ingewanden gekwetst werden. Het bloed stroomt dan niet letterlijk naar buiten, maar het stroomt wel uit de gekwetste ingewanden je buikholte in. Ook dat is, als er niet tijdelijk gepaste hulp wordt ingeroepen, dodelijk.
En dan is er ook nog de kwestie van de staat waarin je bloedvaten zich bevinden. Zoals overal in het lichaam kennen ook de bloedvaten slijtage. Als er te veel druk op de buizen wordt uitgeoefend, worden ze kwetsbaar voor kleine scheurtjes. Ook een teveel aan suiker in het bloed, maakt dat de vaatwanden aangetast worden. En dan hebben we ook nog allerlei toxische stoffen die we met ons voedsel mee naar binnen krijgen, die een nefaste invloed op onze bloedvaten uitoefenen. Naarmate we ouder worden, is er dus meer herstelwerk nodig.
De bloedvaten vernauwen
Een eerste manier waarop de bloedvaten vernauwen is net door het herstelwerk dat nodig is als onze bloedvaten stuk gaan. Kleine scheurtjes worden quasi continu hersteld. Dat gebeurt door cholesterol. En nu hoor ik je natuurlijk denken: ‘Cholesterol? Die grote boosdoener als het gaat om hart en bloedvaten?’ Wel, cholesterol is helemaal niet die grote boosdoener die men ervan gemaakt heeft. Cholesterol is van levensbelang, en dat niet alleen bij het dichtmaken van al die kleine scheurtjes in onze bloedvaten ontstaan. Daar schreef ik eerder al over in de blog ‘De cholesterolmythe’.
Bloedvaten vernauwen ook als ze verkrampen, en dat gebeurt bij stress. Wie voortdurend in stress leeft, krijgt makkelijk een hoge bloeddruk, net omdat de bloedvaten vernauwen.
Adviezen om de bloedvaten gezond te houden
Aanpassen van je levensstijl
Ga meer bewegen. Beweging helpt het bloed in je lijf mee in beweging houden. Je hart pompt immers het bloed naar de verste uiteinden, maar beweging zorgt ervoor – door het gebruiken van je spieren als pomp – om het bloed terug naar het hart te krijgen.
Kies voor gezonde voeding, recht uit de natuur. Vermijd voeding die ontsteking bevordert – suiker in al z’n vormen, witmeelproducten, omega 6 vetzuren in de meeste oliën en in margarine, transvetzuren, toxische stoffen.
Heb je overgewicht, probeer dan af te vallen. Vooral buikvet is enorm schadelijk, het scheidt uit zichzelf al ontsteking bevorderende stoffen uit.
Verminder de stress in je leven. Zoek naar dingen die jou echt ontspanning geven.
Stop met roken.
Aanpassen van je voeding
Af te raden
Transvetzuren, te veel aan omega 6 vetzuren.
Geraffineerde suiker, witmeelproducten.
Overvoeding. Stop met eten als je voor 80% vol bent.
Te veel alcohol.
Te veel koffie.
Te veel frisdranken, te veel vruchtensappen.
Te veel natuurlijke, ongeraffineerde suikers. Wees dus ook matig met honing, ahornsiroop, ongeraffineerde ruwe rietsuiker, agavesiroop, …
Aan te raden
Vetten: Boter, kokosolie, ongeraffineerde oliën van eerste, koude persing (extra vierge), met olijfolie als betere keuze, vette vis met z’n omega 3.
Volop verse groenten en fruit, omwille van de beschermende antioxidanten.
Noten en zaden.
Volle granen.
Nuttige voedingssupplementen
Gefermenteerde knoflook heeft een goede invloed op hart en bloedvaten. Verse knoflook helpt ook, maar kan niet in zo’n hoeveelheid ingenomen worden als nodig, zonder ook schade te veroorzaken. Gefermenteerde knoflook werkt bloed verdunnend, verlaagt mild de cholesterol, zorgt ervoor dat de bloedvaten soepel blijven, gaat atherosclerose tegen. Kortom, gefermenteerde knoflook werkt op zowat alle aspecten die het onze bloedvaten moeilijk maken.
OPC’s uit de schors van de zeeden werkt vooral in op de kleine bloedvaatjes. Het is ook meer aan te raden voor vrouwen, vb. bij spataders.
Stikstofmonoxide, vb. uit rode bietensap, want dat ontspant de wand van de bloedvaten, waardoor ook de bloeddruk vermindert.
Kurkuma, omdat die de ontstekingen in je lichaam remt. Kies wel voor een goed preparaat, want kurkuma wordt uit zichzelf moeilijk in het lichaam opgenomen.
De omega 3 vetzuren EPA en DHA.
Symbolische betekenis van de bloedvaten
Staat het bloed voor leven, vitaliteit, energie, dan zijn de bloedvaten de verkeerswegen van de levenskracht. Het zijn energiewegen, ze zorgen voor transport van vitaliteit en energie. Het zijn ook communicatiewegen. Ze zorgen voor de aan- en afvoer van wat nodig is.
In je bloedvaten is altijd een zekere druk aanwezig, de bloeddruk. Bij een te hoge bloeddruk moet het hart te hard werken en kunnen de bloedvaten scheuren. Bij een lage bloeddruk ga jij je flauw en duizelig voelen. Als in je bloed jouw levensopdracht vervat zit, dan staat een hoge bloeddruk voor het harder vragen aan jou dat je toch met je levensopdracht zou bezig zijn. Je ziel wil dat jij met enthousiasme bezig bent met dat wat bij jou past. Doe je dat niet, dan ontstaat er stress, want je ziel wil dat jij wordt wie je in wezen bent. Doe je dat, dan ervaar je een wegvallen van heel wat stress, en dan kan het enthousiasme weer stromen.
Een te lage bloeddruk, met de daarbij gepaard gaande duizeligheid, zegt ons hetzelfde, maar op een iets andere manier. Het is alsof je ziel tegen je zegt: ‘Als jij dan toch niet bezig bent met je levensopdracht, dan trek ik de stekker er even uit. Ik zorg ervoor dat jij niet verder kunt op dat verkeerde pad.’ Je wordt als het ware gedwongen om even stil te staan bij waar je (niet) mee bezig bent.
Acute en chronische problemen
Het moge duidelijk zijn dat bij acute problemen met je bloedvaten het absoluut het allerbeste is je te laten helpen door onze Westerse klassieke geneeswijzen. Daar kunnen medische beeldvorming, operaties, medicijnen je het leven redden. Aarzel dus bij acute problemen niet over wat je hoort te doen.
Maar als je na zo’n acuut probleem gewoon verder doet zoals je bezig was, dan loopt het binnen de kortste keren weer fout. Vaak ligt bij een acuut probleem een chronisch probleem aan de basis. En juist daar is het wijs om op een complementaire manier aan de slag te gaan. Verminder stress, ga meer bewegen, ga gezonder eten, … en laat je daarbij misschien helpen door iemand die niet focust op ziekte, maar juist op gezondheid. En dat is nu net wat wij, gezondheidsbegeleiders, voor je doen.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Er zijn zoveel langdurig zieken …
Dat hoor je de laatste tijd wel vaker. Als gezondheidsbegeleider is dat natuurlijk iets wat mij wel raakt. En dan vraag ik me af hoe we daar terecht gekomen zijn en wat kunnen doen om het weer beter te maken. Vandaag mijmer ik daar wat over. En nee, ik zeg het je al bij voorbaat, een quick fix voor dit probleem heb ik niet. Wellicht gaat het erom dat onze hele maatschappij vraagt om een ommekeer …
Twee soorten langdurig zieken
Jawel, als ik de gezondheid van mensen vandaag bekijk, dan zie ik twee soorten langdurig zieken.
Je hebt die mensen die vanaf een bepaalde leeftijd medicijnen moeten slikken, en daar voor de rest van hun leven niet meer van af geraken. Het begint met een medicijn tegen een te hoge bloedsuiker of een te hoge bloeddruk of een te hoog cholesterol of nog wel wat anders. En inderdaad, het begint met dat ene medicijn, … dat nooit meer weggaat. Integendeel, op dat ene medicijn volgen andere, tot een mens op een bepaald moment een batterij aan medicijnen moet slikken, vaak om de nevenwerkingen van eerder voorgeschreven medicijnen onderdrukken. Deze mensen lijken wel gezond, maar ze zijn het niet. Ze zijn chronisch ziek, en zolang dat nog gaat, wordt de ziekte onderdrukt. De medicijnen mogen niet gestopt worden, want dan duiken al die onderdrukte symptomen weer op. Vroeg of laat komt er een moment dat de ziektesymptomen zich niet meer laten onderdrukken, en dan gaat het grondig mis. Dan krijg zo iemand een hart- of een herseninfarct of kanker. Of dan slaat het immuunsysteem tilt en valt het lichaam zichzelf aan.
Je hebt ook mensen die crashen. Zij kunnen de ratrace van onze maatschappij niet aan. Ze proberen te voldoen aan alles waar anderen aan lijken te voldoen, maar gaan daaraan kapot. Ik zie het gebeuren in mijn dichte omgeving, dat mensen overkop gaan. Wat onze dolgedraaide maatschappij van ze vraagt, kunnen zij niet aan. Deze mensen zijn indicatoren voor wat fout loopt in onze maatschappij. Die eerste soort langdurig zieken blijven nog rechtop, zij het met chemische hulpmiddelen. Bij deze tweede soort langdurig zieken helpen dat soort maatregelen niet. Zij zijn kwetsbaarder op emotioneel en mentaal niveau. Ze krijgen klappen op psychisch vlak en kunnen daardoor niet langer mee in wat wij ‘normaal’ vinden.
Te veel op ons bordje
We leven te vlug, te intens, te actief. We hebben een job die veel van ons vraagt. We hebben schulden die we afbetaald moeten krijgen, en dus moeten partners liefst allebei fulltime uit werken gaan. Het gezin vraagt veel, want ook onze kinderen hebben een vol bordje: school, muziekschool, sportclub, jeugdbeweging, … Het is vaak een hele puzzel om elk gezinslid op het juiste moment op de juiste plaats te krijgen. En wij, we lopen ons te pletter om al die ballen hoog in de lucht te houden. We houden dat een tijdje vol, vanuit het idee wellicht dat het zo hoort. Anderen doen het immers ook, dan moeten wij dat toch ook wel kunnen.
Maar niet ieder heeft eenzelfde hoeveelheid weerbaarheid meegekregen. Vroeg of laat krijgt die weerbaarheid een knauw, en dan crash je. Al naar gelang waar je zwakste plek zich bevindt, zul je daar fysieke, emotionele, mentale of spirituele klachten van krijgen.
Lichamelijk:
Een zwakke rug die je belet om over je grenzen te gaan.
Hartklachten, waardoor je het rustiger aan moet gaan doen.
Kanker, die je verplicht om al die drukke bezigheden stop te zetten.
Emotioneel:
Je krijgt angstaanvallen die je beletten om nog het onbekende tegemoet te gaan.
Je wordt zo gemakkelijk kwaad, je hebt geen zin meer om dingen te doen die je niet wil doen.
Je komt terecht in een spiraal van moedeloosheid, melancholie, depressiviteit.
Mentaal:
Je wordt hard naar anderen toe, meedogenloos, je gaat over lijken.
Je wordt onverschillig, niets kan je nog raken.
Je geest laat het afweten, je vergeet de wereld rondom, je dementeert.
Spiritueel:
Je hebt geen zin meer in het leven, alles lijkt je zo leeg.
Je ervaart geen liefde, je voelt je zo intens alleen op de wereld.
Je denk aan zelfdoding, en misschien zet je ook die laatste stap nog.
Een zieke maatschappij
Dit alles vertelt mij van een zieke maatschappij. We hebben een economie die alleen denkt aan groei, aan steeds meer winst maken. We hebben een voedingsindustrie die niet de gezondheid van mensen op het oog heeft. We hebben een farmaceutische industrie die niks van voeding afweet en die met chemische middelen mensen in deze tredmolen houdt. We hebben een recreatieve industrie die grenzen opzoekt en weer nieuwe prikkels geeft. We leven in een maatschappij van nog, nog, nog, nog, nog, … We maken onszelf én onze aarde kapot.
En dan komt maar één woord in mij op: STOP!!!
Hoe een uitweg te vinden?
Zoals ik al schreef: ook ik heb geen pasklaar antwoord op deze vraag. Ik heb alleen het begin van een manier van denken. En die gaat als volgt:
Gezondheid vinden we maar als we weer gaan luisteren naar wat leeft in ons binnenste. Ieder van ons heeft unieke talenten, unieke mogelijkheden en dus ook een uniek levenspad. Alleen als we ons op ons eigen levenspad begeven, zullen we voldoening, vervulling en dus ook gezondheid vinden.
Dat vraagt dat we weer tijd maken om bij onszelf te verblijven, om te voelen en te ervaren wat ons boeit, wat ons aantrekt. Aan die tijd ontbreekt het ons heel vaak. Willen we die tijd vinden, dan moeten we andere dingen uit ons leven bannen. Misschien moeten we minder tijd doorbrengen met onze smartphone of computer, misschien moeten we minder uithuizig gaan leven, misschien moeten we een aantal van die dingen die we van onszelf moeten op een lager pitje zetten. Als daar maar tijd uit vrijkomt, die we besteden aan onszelf, aan onze binnenkant.
We moeten weer leren onderscheiden. In het naar binnen keren, ontdekken we wellicht wat vreugde geeft en wat niet, wat bij ons past en wat niet, waar we zin in vinden en waarin niet. We moeten weer horen naar de eigen stem in ons binnenste. En dan komt het moeilijkste …
Het leven vraagt van ons dat we gehoorzaam worden aan die innerlijke stem. Let wel, het gaat hier niet om oppervlakkige gehoorzaamheid, vb. aan een ander die zegt wat we moeten doen of aan de wetten van de maatschappij. Het gaat om horen naar ons eigen wezen en dan doen wat die innerlijke stem van ons vraagt. En dat kan wel eens radicaal ingaan tegen wat ‘normaal’ is, tegen wat ‘men’ van ons verwacht.
Met dit schrijven hoop ik bij jou een vuurtje te hebben aangewakkerd om mee die innerlijke weg te gaan. Wijzelf én onze maatschappij hebben nood aan deze ommekeer, die er op maatschappelijk vlak echter maar kan komen als meer en meer individuen deze weg gaan.
En waaraan weet je of je goed zit: als jouw leven je meer en meer echte vreugde geeft en diep geluk. Je zult het misschien niet gemakkelijk hebben, je zult mensen om je heen verliezen, je zult het financieel wat minder hebben, … maar je zult ervaren dat je leven je voldoening geeft. En dat Léven, dat wens ik jou en mezelf en allen in onze maatschappij van harte toe.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Als ik jou zou vragen wat je moet doen om niet dik te worden, dan is de kans groot dat je iets noemt als: minder eten en meer bewegen, en vooral minder vet en minder suiker eten. Het zijn de adviezen die dokters en diëtisten al jarenlang verkondigen, … echter zonder veel resultaten. In mei 2022 waarschuwde de WHO – World Health Organization – voor een epidemie van obesitas in Europa. Meer dan de helft van de volwassenen is zwaarlijvig of heeft obesitas, en ondertussen zijn ook een derde van alle kinderen te dik. Met recht en reden kunnen we spreken van een pandemie van obesitas, en in het kielzog daarvan ook van diabetes type 2.
Dit is de situatie zoals ze vandaag is, in Amerika en in Europa en in alle landen in de wereld die hun voeding aanpassen naar Westerse normen. Er is dus blijkbaar iets mis met de redenering van dokters, diëtisten, voedingsfabrikanten. De adviezen die we krijgen helpen niet, onze voeding en onze manier van leven maakt ons steeds dikker.
De boosdoeners: insuline en insulineresistentie
Ik las in de voorbije vakantie twee superinteressante boeken van dr. Jason Fung over dit onderwerp:
De obesitascode – Het geheim van gewichtsverlies
De diabetescode – Hoe je diabetes type 2 kunt voorkomen en omkeren met dieet en leefstijl
Dr. Jason Fung is een Canadese nefroloog, een nierarts. Oorspronkelijk gaf hij zijn patiënten de adviezen die hierboven beschreven zijn, en hij merkte dat die adviezen geen verbetering gaven, noch in de algemene gezondheidstoestand van mensen, noch in het specifieke domein van obesitas en diabetes type 2. Nierziekten zijn immers vaak het gevolg van diabetes. Hij startte zijn eigen onderzoek, en las daarbij vele studies door anderen ooit gedaan. Hij las en interpreteerde die studies en kwam tot verrassend eenvoudige conclusies. Toen ik las wat hij schreef viel bij mij de frank, de euro, de dollar: zijn conclusies waren juist! Ik neem je mee in zijn verhaal …
Dr. Fung haalt eerst de huidige adviezen onderuit. Zijn redenering is simpel. Als die adviezen niet werken, dan zijn er twee mogelijkheden:
De mensen zeggen wel dat de ze adviezen naleven, maar ze doen het niet. Ze zijn laks, ze snoepen en eten in het geniep, ze doen veel minder aan beweging dan ze zeggen te doen.
De mensen volgen de adviezen wel op, maar die helpen niet. De adviezen zijn fout, en als dat zo is, dan moet daar in de wetenschap bewijs voor te vinden zijn.
En dus ging dr. Jason Fung op zoek naar bewijs tegen de heersende adviezen bij obesitas en diabetes type 2. Hij zocht en hij vond, en gaandeweg formuleerde hij een eigen theorie. Van die theorie voel ik intuïtief aan dat ze juist is. Ik zie er ook resultaten van, bij mensen rondom en bij Susan Pierce Thompson en haar ‘Bright Line Eating Movement’. Dr. Jason Fung noemt het hormoon insuline als grote boosdoener.
Insuline is een adipogeen hormoon, dat wil zeggen: een vet aanmakend hormoon. Dat zie je eerst en vooral bij mensen met diabetes type 1, die door een defect aan de pancreas geen insuline kunnen aanmaken. Als zij geen insuline toegediend krijgen, vermageren zij steeds meer, tot ze sterven aan ondervoeding. Zonder insuline kan de glucose de cellen niet binnen en wordt er geen energie aangemaakt. Er is ook geen reserve aan glucose en dus wordt er geen vet aangemaakt. Dat zie je ook bij mensen met diabetes type 2 die wel insuline spuiten. Binnen de kortste keren krijgen zij een ‘insulinebuik’, een enorm dikke buik, die niet in verhouding is tot de rest van hun lichaam en die ook niet in verhouding is tot wat ze eten of hoe ze bewegen. Ze worden steeds dikker, schijnbaar zonder aanwijsbare redenen.
Vorige keer schreef ik over Metabool Syndroom en over hoe daar een constant verhoogde bloedsuikerspiegel bij hoort. Die constant verhoogde bloedsuikerspiegel roept de pancreas op om telkens maar weer insuline aan te maken en vrij te geven. Maar de cellen zitten overvol, ze willen geen glucose meer opnemen, en dus verminderen ze het aantal insulinereceptoren aan hun buitenkant. Als insuline de sleutel is, dan zijn de insulinereceptoren de slotjes. Er is dus meer insuline in het bloed om de glucose de cellen binnen te helpen, maar de cellen belemmeren uit zichzelf dat het nog lukt. Vol is vol, er kan niets meer bij. Op dat moment ontstaat insulineresistentie.
Vandaag nemen we insuline onder de loep en wat die met onze gezondheid doet. Een volgende keer hebben we het over insulineresistentie. Voegen we beide samen, dan hebben we een effectieve remedie tegen obesitas en diabetes type 2.
Over insuline en wat die met je doet
Insuline is een hormoon dat wij in onze pancreas zelf aanmaken. Iedere keer als dat nodig is, laat onze pancreas wat insuline vrij in het bloed. De insuline moet ervoor zorgen dat de glucose uit ons bloed de cellen binnen kan. Dat is goed, dat is normaal. Op die manier krijgen de cellen de nodige glucose om energie te produceren.
Is er te veel glucose in ons bloed aanwezig in vergelijking met de energie die we nodig hebben, dan wordt die overtollige glucose, weer onder invloed van insuline, omgezet in ‘reserves’: in de lever en in de spiercellen wordt een beperkte hoeveelheid glycogeen opgeslagen. Dat is een soort makkelijk bereikbare reserve, die vb. tijdens de nacht en als we eens een maaltijd overslaan weer opgebruikt wordt. Is de opslagcapaciteit voor glycogeen bereikt, dan wordt de overtollige glucose omgezet in vet. Dat vet is – als overlevingsmechanisme uit oeroude tijden – reserve voor wintermaanden, hongersnoden en alle andere situaties waar voedsel niet voorhanden is.
Dr. Jason Fung zet hier eventjes de puntjes op de i. Het is wel degelijk insuline die dik maakt en niet glucose. Alleen als insuline de glucose de cellen in kan krijgen, kan er vet aangemaakt worden. Dit wordt overduidelijk bij mensen met diabetes type 1 die niet behandeld worden met insuline. De glucose kan de cellen niet binnen en wordt uitgeplast. De urine smaakt zoet en deze mensen vermageren zienderogen, tot stervens toe.
Wanneer komt er insuline in je bloed?
Het is algemeen geweten dat het eten van koolhydraten een insuline-reactie geeft. We eten koolhydraten – suiker, brood, pasta, rijst, aardappelen en in mindere mate ook vele soorten groenten en fruit – en die worden in maag en darmen verteerd, waarbij glucose vrijkomt. Als die glucose in het bloed wordt opgenomen, geeft de pancreas een shotje insuline vrij. De hoeveelheid glucose bepaalt in grote mate de hoeveelheid insuline. Bevat je voeding veel koolhydraten, en zeker als ze veel geconcentreerde koolhydraten bevat, dan loop je veel kans om vlugger dik te worden. Wat we kunnen doen is zoveel mogelijk dingen met suiker vermijden, maar ook zoveel mogelijk granen. Op onze dagen, waar heel veel voedsel in fabrieken wordt samengesteld, is het van belang de ‘kleine lettertjes’ te lezen. Alle vormen van suiker en alle vormen van zetmeel moeten dus vermeden worden, willen we kunnen vermageren. Veel makkelijker is het om standaard te kiezen voor onbewerkt voedsel.
Maar er is meer. In de mond zitten sensoren voor een zoete smaak, wij proeven als iets zoet is. Die zoete smaak geeft een signaal aan de hersenen, die detecteren dat er zoet voedsel aankomt. Al voordat het voedsel de mond heeft verlaten, wordt insuline in het bloed vrijgegeven. Dr. Jason Fung vertelt van een experiment: er waren twee groepen mensen. De ene groep moest een slok cola met suiker in de mond proeven en dan weer uitspuwen. De andere groep moest een slok cola zero in de mond proeven en weer uitspuwen. Niemand had iets binnen, en dus zou je geen insuline-reactie verwachten. Niets was echter minder waar: bij beide groepen werd een toename van insuline in het bloed gemeten. Je kunt dus dik worden van alleen nog maar het proeven van cola of van cola zero, echt waar.
In de maag zitten hormoonachtige stofjes en ook die geven een insuline-reactie op de inname van voedsel. En jawel, ik heb het hier over de inname van voedsel tout court. Elke keer als je eet, zal je maag aanzetten tot het vrijgeven van insuline in het bloed, onafhankelijk van wat er aankomt. Dat betekent dus dat wie drie keer per dag eet en ook nog enkele tussendoortjes gebruikt meer insuline in het bloed krijgt, dan iemand die slechts drie keer per dag eet, zonder die tussendoortjes. Wie maar één keer per dag eet, krijgt op basis van dit principe het minst insuline binnen. Wil je vermageren, schrap dan alvast alle tussendoortjes. En probeer misschien ook af en toe eens een maaltijd over te slaan.
Een tweede stofje in de maag detecteert wat er aankomt. Koolhydraten en eiwitten geven een sterke insuline-reactie, op vetten reageert onze pancreas neutraal. Dat koolhydraten insuline vrijmaken, dat wisten we al. Door de vetfobie die al sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw bestaat, experimenteerden mensen daarom met vetarme, maar eiwitrijke producten. Denk maar aan kippenwit of light kaas. Ook dit bleek veel insuline in het bloed te brengen, waardoor mensen die dit soort dieet volgden niet vermagerden. Alleen vet blijkt ‘insulineneutraal’, en hoe raar je dit ook mag vinden, het eten van voldoende gezonde vetten zal je doen vermageren.
En dan is er nog iets wat een belangrijke invloed heeft op de insuline in ons bloed, nl. stress. Stress maakt dat er cortisol wordt aangemaakt. Cortisol – verwant met het medicijn ‘cortisone’, waar je ook dik van wordt – zorgt ervoor dat er, om de stressvolle situatie aan te kunnen, voldoende energie kan aangemaakt worden. Er worden reserves omgezet, zodat er voldoende glucose in het bloed aanwezig komt. Daarop krijg je vanzelfsprekend een insuline-reactie. Die glucose moet immers de cellen in om energie te produceren. Hier wordt insuline aan het bloed afgegeven zonder dat je ook maar iets eet of proeft.
Bij acute stress is dat geen probleem. Acute stress vraagt om een vecht- of vluchtreactie. Je moet het gevaar te lijf of je moet ervan weglopen. Beide vragen veel energie, en dus wordt de glucose in het bloed opgebruikt. Er is niks over om vet mee aan te maken. Het probleem ontstaat bij chronische stress: wij verbruiken niet meer energie door ons druk te maken omdat we in de file staan en ook niet als we op het werk voortdurend onder tijdsdruk staan. We verbruiken niet meer energie door te piekeren of door ongerust te zijn over onszelf of over dierbare anderen. We verbruiken niet meer energie als we naar een spannende film kijken of als we onze hersenen bombarderen met te veel harde geluiden. Al die dingen veroorzaken chronische stress, waardoor extra glucose en dus ook extra insuline in ons bloed terecht komt. En wij, wij worden daar dikker van. Belangrijk is hier aandacht voor echte ontspanning en voor een goede nachtrust.
Wat moet je nu doen om te vermageren?
Als je leest wat ik hierboven schreef, dan begrijp je dat er geen eenduidig antwoord is. Wie veel koolhydraten eet, zal wellicht vermageren door die wat te verminderen. Wie voortdurend eet, zal vermageren door tussendoortjes weg te laten. Wie last heeft van chronische stress kan beter kiezen voor een passende manier om tot ontspanning te komen. Wie in elk bedje een beetje ziek is, zal op elk domein de juiste keuzes moeten maken. Er is dus niet één antwoord, maar een diversiteit aan mogelijkheden. Weet je zelf niet goed hoe het bij jou zit, dan kun je je beter laten begeleiden door iemand die weet heeft van deze informatie. Helaas zijn dat nog niet al onze diëtisten.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.