Een bord met daarop stukjes biefstuk, groene asperges en kerstomaatjes.

Vermageren – een stappenplan

We zijn aan het eind. Dit is de laatste bijdrage in een reeks blogs over het bereiken van een optimaal gewicht. Eerst nog even alle bijdragen uit deze reeks op een rijtje:

En dus nu nummer zes in de reeks: Vermageren – een stappenplan.

Eén manier van werken en twee aandachtspunten

Vermageren en je nieuwe gewicht ook behouden, vraagt een bijzondere aanpak. Er is eerst en vooral één manier van werken die we bij elke stap in de goede richting moeten hanteren. Ons lichaam en onze geest hebben moeite met grote veranderingen. Sommige mensen kunnen van het ene moment op het andere een keuze maken en zich daar dan voor altijd aan houden. Dat zijn de gelukkigen onder ons. Zij moeten de hieronder beschreven weg niet volgen. Zij doen gewoon wat moet, en het lukt hun nog ook.

De meeste mensen echter – mezelf incluis – moeten heel wat meer moeite doen. Goede voornemens vertalen zich lang niet altijd in volgehouden goede gewoonten. Daarom nemen we op onze reis naar een gezonder gewicht beter kleine stapjes die we vervolgens zo lang volhouden tot ze een gewoonte zijn geworden. Pas als de eerst gekozen stap aanvoelt als makkelijk, als je er niet meer bij na hoeft te denken en als je vanzelf de gezonde keuze gaat maken, dan pas kies je ervoor om een tweede stap te zetten. Het wordt dan een langzame reis, maar wel eentje die je stap na stap kunt volhouden.

Vervolgens zijn er twee heel belangrijke aandachtspunten:

  • De aandacht voor wat je eet
  • De aandacht voor wanneer en hoe vaak je eet

Ik maak voor beide een stappenplan, een plan van aanpak. Ik raad je aan om telkens één stap te kiezen uit één van beide aandachtspunten. Kies juist die stap die jou op dit moment in je leven het makkelijkste lijkt. Engageer je voor die stap en houd ze minstens drie maanden vol vooraleer er je iets nieuws bij kiest. Drie maanden is immers de tijd die je nodig hebt om van iets nieuws een gewoonte te maken. Na drie maanden doe je dat vanzelf, zonder erbij te hoeven nadenken of ervoor te moeten kiezen.

De aandacht voor wat je eet

Ik schreef in een derde bijdrage over insuline als dikmaker. Alles wat ervoor zorgt dat er insuline in je bloed komt, maakt je dik. Als we nu kijken naar het soort voedsel, dan brengt koolhydraatrijk voedsel veel insuline in je bloed, eiwitrijkvoedsel matig insuline in je bloed en vetrijk voedsel het minst insuline in je bloed. Vetten zijn veel minder schadelijk voor de gezondheid dan ons altijd is verteld, en zeker als we goede vetten kiezen, zoals bijvoorbeeld die in avocado, noten en volle zuivel. Daarom dus een aantal tips:

  • Bereid zelf je voedsel. Eet zo weinig mogelijk kant-en-klare voeding.
  • Vermijd suiker, in welke vorm dan ook. Vermijd koek, snoep, chocolade, ijs, … en lees ook etiketten. Leer ze begrijpen en ontdek hoeveel suiker er in onze voeding en in onze dranken verborgen zit.
  • Vermijd ook caloriearme suikervervangers. Ook zij brengen insuline in het bloed, je wordt er dik van en ze zijn ook op andere manieren niet gezond.
  • Drink vooral water, koffie of thee, deze laatsten zonder melk en zonder suiker.
  • Vermijd brood, pasta, granen, aardappelen. Eet er niet vaker dan eenmaal per dag een kleine hoeveelheid van. En als het je lukt, schrap ze dan helemaal.
  • Een gezonde maaltijd bestaat uit een variatie aan groenten en daarbij vlees of vis of eieren. Volle zuivel en noten zijn ook goede eiwitbronnen.
  • Eet fruit met mate. Drink geen fruitsap.

De aandacht voor wanneer en hoe vaak je eet

De meesten van ons eten drie hoofdmaaltijden en tussendoor nog wel wat gezonde of minder gezonde snacks. Eigenlijk eten wij quasi continu. Ons spijsverteringsstelsel en onze pancreas krijgen nooit eens time-out. Minder vaak eten is nochtans een belangrijk sleutel in het blijvend vermageren. Ons lichaam moet af en toe eens insuline-vrij kunnen zijn, willen we de opgebouwde insulineresistentie ongedaan maken. Daarom volgende tips:

  • Breng in kaart hoe vaak je iets eet of drinkt. De meesten onder ons eten of drinken onbewust veel vaker dan ze denken.
  • Maak de tijd tussen laatste hap van deze dag en eerste hap van de volgende dag groter. Dat kun je doen door na het avondmaal niets meer te eten of te drinken (behalve water, koffie of thee zonder melk of suiker). Dat kun je ook doen door het ontbijt later op de dag te nemen.
  • Verminder het aantal tussendoortjes, tot je enkel nog ontbijt, middagmaal en avondmaal eet.
  • Sla regelmatig een maaltijd over. Het meeste effect geeft dat bij een ontbijt of een avondmaal. Dan wordt de tijd zonder voedsel immers het langst. De insulinespiegel in je bloed kan dan echt dalen.
  • Kies ervoor om slechts twee maaltijden of zelfs maar één maaltijd per dag te eten.
  • Ook af en toe een echte vastendag, waarop je helemaal niks eet en alleen water, koffie of thee drinkt, kan heilzaam zijn. Dit doe je echter niet als je ook medicatie moet nemen.

Een beetje hulp op deze weg

Deze manier van eten staat nogal haaks op wat ons doorgaans door diëtisten aangeleerd wordt. Ik begrijp dan ook je hierbij wel wat extra hulp kunt gebruiken. Daarom dus ook wat hulplijnen:

  • Er zijn ‘goede’ kookboeken, die je vanzelf deze weg op helpen. Dan denk ik aan de kookboeken van Pascale Naessens, Richard de Leth, Susan Peirce Thompson. Deze mensen leren je lekkere, gezonde en vooral koolhydraatarme maaltijden bereiden.
  • Je kunt ook bij mezelf of één van mijn collega’s gezondheidsbegeleiders terecht voor gespecialiseerde hulp op jouw persoonlijke reis. Immers, ieder van ons is toch wel een beetje anders. En wat voor de een vanzelf gaat, kost de ander heel wat meer moeite. Iemand die vanop de zijlijn met je meekijkt, kan jou net dat nodige duwtje in de rug geven.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Iemand met een dikke buik meet de buikomtrek.

Vet vermijden?!? Suiker is de echte dikmaker!

Ik wil vermageren, en dus …

Het hele verhaal dat ik je vandaag wil vertellen, begint in de jaren ’50 van de vorige eeuw. De tweede wereldoorlog, die een echte hongeroorlog was, was voorbij. Je zag de eerste tekenen van de groeiende welvaart, … en tegelijk ook het begin van een obesitasepidemie en een stijging van het aantal hart- en vaatziekten. Ancel Keys, voedings- en gezondheidswetenschapper, deed onderzoek naar de correlatie tussen voeding enerzijds en het voorkomen van hart- en vaatziekten anderzijds. In 1958 publiceerde hij zijn ‘Zeven Landen Studie’, waarin hij concludeerde dat verzadigd vet de grote boosdoener was.

En dus, sinds die tijd wordt in de hele gezondheidszorg en dieetleer verzadigd vet in het verdomhoekje gezet. Oliën met onverzadigde vetten deden hun intrede, boter werd vervangen door margarine. (Wist je dat er in die begintijd meer mensen stierven door het eten van die margarine dan door het eten van boter? Die eerste margarines bestonden uit geharde onverzadigde oliën, en de onverzadigde vetzuren hadden zich tijdens het hardingsproces omgevormd tot transvetzuren. Welnu, als er één soort vet echt schadelijk is voor ons, dan zijn het wel die transvetten!)

Door de jaren heen zijn wij nog vele stappen verder gegaan. Vetten – ja zelfs onverzadigde vetten – werden hoe langer, hoe meer geweerd. Vette voedingsmiddelen werden verketterd. Light dressings en light mayo’s bevatten nu voor een deel ‘gemodificeerd zetmeel’ in plaats van vet. Vervolgens werd in heel veel producten waarin het vetgehalte verminderd was, suiker toegevoegd. Vet is immers een smaakmaker. Waar je vet weghaalt, heb je een nieuwe smaakmaker nodig, en meeste gevallen werd dat suiker.

Wat zien we gebeuren? Het aantal hart- en vaatziekten is niet verminderd, eerder in tegendeel. Zwaarlijvigheid en obesitas werden veeleer de norm dan de uitzondering. Hoeveel vet we ook weghalen uit de voeding, het helpt allemaal niks. En tegelijk zien we dat diabetes type 2, ook ouderdomsdiabetes genoemd, op steeds jongere leeftijd voorkomt. Gaat er dan geen belletje rinkelen?

Inderdaad, Ancel Keys maakte een verkeerde conclusie. Want jawel, na de tweede wereldoorlog steeg de consumptie van verzadigd vet, … maar de consumptie van suiker steeg minstens even vlug. Vet was nooit het echte probleem, het was altijd al suiker. Willen we dus met z’n allen gezonder en magerder worden, dan moet niet de vetconsumptie verminderen, maar het overvloedige gebruik van suiker.

Gezonde vetten zijn broodnodig!

Misschien geloof je me niet, en toch is het waar: Om gezond te kunnen functioneren, hebben we gezonde vetten nodig!

Zijn er dan gezonde en ongezonde vetten? Jawel, en het is belangrijk dit een beetje te snappen om gezonde gerechten op tafel te kunnen zetten:

  • Verzadigd vet is vet dat bij kamertemperatuur hard is. We hebben het over het vetrandje van vlees, maar ook bijvoorbeeld over boter of kokosolie. Hoe harder het vet bij kamertemperatuur, hoe meer verzadigd. Het voordeel van verzadigd vet, is dat het een stabiel vet is. Bij bewerking, bijvoorbeeld bij verhitten, ondergaat het niet zo gauw verandering. Alleen als je het vet verbrandt (en het dus gaat roken!) wordt verzadigd vet toxisch en dus kankerverwekkend. Wil je dus bakken en braden en zelfs frituren, dan is verzadigd vet een heel goede optie!
  • Onverzadigd vet is bij kamertemperatuur vloeibaar. Alle oliën bevatten dus onverzadigde vetzuren. Als je de moleculaire structuur van deze vetten gaat bekijken, dan zie je dat er een ‘zwakke’ plek in zit. Die ‘knik’ in het vetzuur heeft gezondheidsvoordelen, maar het is ook de plek waar het vet kan omslaan van gezond in superongezond. Als zo’n knik – bij verhitten of bij harden – omslaat, dan ontstaat een transvetzuur. En transvetten zijn de meest ongezonde vetten die je maar kunt eten. Frituren in olie is dus geen goed idee, echt niet! Er zijn soorten onverzadigde vetzuren:
    • omega 9-vetzuren: Olijfolie is hier de meest gekende. Olijfolie bestaat uit enkelvoudig onverzadigd vetzuur, en dat betekent dat er maar één knik in z’n structuur zit. Dat maakt olijfolie meer stabiel dan alle andere oliën. Vandaar dus ook dat je olijfolie wel nog mag gebruiken om groenten aan te stoven of om een stuk vlees of vis te bakken. Daar wordt deze olie niet toxisch van. Frituren zou ik er niet mee doen, dan wordt het vet te warm en dus wel weer toxisch.
    • omega 6-vetzuren: De meeste andere oliën bevatten vooral omega 6-vetzuren, en dat zijn meervoudig onverzadigde vetzuren. Ze zijn dus meer onstabiel dan olijfolie en niet meer geschikt om te verwarmen. Gebruik deze oliën dus enkel koud, als dressing bij groenten, bijvoorbeeld. Bijzonder aan omega 6-vetzuren is dat ze ontsteking bevorderen. Nu lijkt dat negatief, maar dat is niet helemaal waar. Als we ‘ziekmakers’ binnenkrijgen, dan is het van belang dat het ontstekingsmechanisme in gang gezet wordt. Er moet alleen evenwicht zijn met de omega 3 vetzuren, die dat ontstekingsmechanisme weer af kunnen zetten.
    • omega 3-vetzuren: Ook deze vetzuren zijn meervoudig onverzadigde vetzuren, en dus niet geschikt om te verwarmen. Hier kijken we naar lijnzaadolie, walnootolie en vooral vette vis. Van die omega 3-vetzuren hebben we er door de band tekort. Ideaal is een verhouding van 1:1 tot 1:5 tussen omega 3 en omega 6. In onze voeding ligt de verhouding ongeveer 1:20 en meer. Vandaar dus ook de vele ontstekingsziekten die we vandaag kennen.

Ongezonde vetten zijn dus

  • transvetten, veel gevaarlijker dan verzadigd vet
  • verbrande vetten, want die zijn kankerverwekkend
  • meervoudig onverzadigde vetzuren die verwarmd werden, want in dat proces ontstonden transvetten
  • een teveel aan omega 6-vetzuren en een tekort aan omega 3-vetzuren, want dat zorgt voor blijvende ontsteking

En hebben we ‘gezonde vet’ dan echt nodig? Absoluut, zeker weten!

Ik hoef je alleen maar op een paar dingen te wijzen:

  • Elke cel in ons lichaam heeft een membraam, een celwand, en die bestaat uit vet. Zonder gezonde vetten gaan onze celwanden kapot, en op termijn dus ook onze cellen. Ze functioneren minder goed, wij verouderen in een evenredig tempo. Klachten waar we niet meer van af komen, duiken op.
  • De basisbouwstof voor onze hersenen en onze zenuwen is vet. Zonder de nodige gezonde vetten om opbouw- en herstelprocessen uit te voeren, gaat het met ons zenuwstelsel bergafwaarts. Gevolgen zijn enerzijds hersen- en zenuwziektes als dementie, Alzheimer, Parkinson, Multiple Sclerose en anderzijds gemoedsstoornissen als depressie, stress, zenuwachtigheid.
  • Ons hormoonstelsel draait op steroïden, waarvan cholesterol er eentje van is. Zonder de nodige gezonde vetten kan dus ook ons hormoonstelsel verstoringen vertonen. De algemeen verminderde fertiliteit is daar een duidelijk voorbeeld van.

Suiker is de echte boosdoener

Niet vet, dus, maar suiker is de boosdoener, en dat heeft alles te maken met het hormoon insuline, dat onze bloedsuikerspiegel moet regelen. Insuline is een adipogeen hormoon, en dat betekent dat insuline vet aanmaakt uit suiker. Dat gaat zo:

  • Als je eet, komt er na de spijsvertering suiker of glucose in je bloed. Die glucose komt uit suiker in al zijn varianten, maar ook uit brood, pasta, aardappelen, groenten en fruit. Als die suikers goed verpakt zitten, in de vele vezels in groenten en fruit bijvoorbeeld, dan komt de glucose maar langzaam in het bloed terecht. Op dat moment is er geen probleem. Wij hebben immers suiker nodig, het is rechtstreeks toegankelijke energie.
  • Komt er, na het eten van een suikerrijke snack of na het drinken van frisdrank bijvoorbeeld, te veel suiker ineens in het bloed, dan komt insuline daarop af. Suiker kan immers je bloedvaten en je organen aanvallen en kapot maken. Daarom heeft ons lichaam een fantastisch regelsysteem waar insuline een rol in speelt. Insuline klikt zich aan de overtollige suiker vast en klopt bij een vetcel aan om die suiker daar af te leveren.
  • In de vetcel wordt de overtollige suiker omgezet in vet. Dat vet kan enkel dienen als reserve-energie. Het is niet van dezelfde waarde als vet in onze voeding, die ook als bouwstof gebruikt kan worden. Door het hormoon glucagon, tegenhanger van insuline, kan het vet in onze vetcellen weer omgezet worden in suiker, en dus in energie in tijden van nood. Alleen, … die tijden van nood breken op onze dagen nooit meer aan. Wij hebben voedsel in overvloed, de hele dag door.

Over suiker en zijn kwalijke werking in ons lichaam schreef ik eerder al: Suiker, de zoete boosdoener (deel 1) en Suiker de zoete boosdoener (deel 2).

… en dus anders gaan eten …

Wil je dus vermageren, dan zit er niks anders op dan blijvend anders te gaan eten. Je kunt volgende raadgevingen alvast in acht nemen:

  • Eet zoveel mogelijk onbewerkt voedsel. Bereid je voedsel zelf, ook vb. je vinaigrettes, dan gebruik je sowieso minder suiker.
  • Vermijd zoveel mogelijk suikerrijke dranken en fruitsappen. Ze hebben geen vertering nodig, ze bevatten suikers die zo je bloedbaan in komen.
  • Eet slechts drie keer per dag. Onthoud je van voortdurende tussendoortjes.
  • Beperk de hoeveelheid koolhydraten in je voeding. Kies eerder voor ‘Low Carb’ dan voor Low Fat’.

Blijvend van je overgewicht afraken is belangrijk voor je gezondheid. Tegelijk is het ook geen makkelijke klus. Wil je graag ondersteuning bij dit proces, dan kun je terecht bij mij of bij een van mijn collega’s gezondheidsbegeleiders.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨