Blog

Een foto van mezelf langs de boorden van de IJzer, op 5 minuutjes stappen van bij mij thuis.

GEZONDHEID-WIJZER

Dit  ben ik: Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. In dit allereerste blogartikel op mijn nieuwe website wil ik jullie graag wat meer vertellen over wat mijn passie voor gezondheid inhoudt en over waar ze vandaan komt.

Natuurlijke gezondheidszorg, een passie

Waarom zoiets als natuurlijke gezondheidszorg, vraag jij je misschien af … Wel, ik kan je daar niet in één enkel woord op antwoorden. Ik moet als het ware een paar kringen maken, en samen maken die kringen het je wellicht wat duidelijker.

Een passie voor mensen

Als eerste loopt er een rode draad van passie voor mensen doorheen mijn leven. Het is alsof ik in mensen zie wat is en tegelijk ook dieper zie, naar wat zou kunnen zijn. Van daaruit besef ik dat elke mens, wat hij ook kan of denkt of doet, in wezen altijd de moeite waard is. Sinds een pelgrimstocht doorheen Taizé, dat religieuze ontmoetingsoord in Frankrijk, is mijn ‘lijfspreuk’ dan ook:

Menslief,
wie je ook bent,
wat je doet of juist niet doet,
wat je kunt of niet kunt,
 gelooft of niet gelooft
en ook als je helemaal niks gelooft, 
jij bent voor mij de moeite waard!

Een van de talenten die ik meekreeg om die ‘liefde voor mensen’ concreet te maken, is luisteren, echt en diep luisteren. Mensen voelen dat, en juist dat maakt dat ze durven vertellen van wie ze zijn en waar ze van leven, maar ook van wat scheef gelopen is en pijn doet.

De onnatuurlijke wereld waarin wij leven

Tegelijk zie ik de wereld waarin wij leven en de manier waarop wij leven. En ik zie ook dat mensen daaraan ten onder gaan. Onze welvaartsziektes worden veroorzaakt door stress, door een verkeerde voeding, door het slikken van al te veel medicijnen, …

Hippocrates, de grondlegger van onze geneeskunde, sprak heel wijze woorden. ‘Maak van je voeding je medicijn, en van je medicijn je voeding!’, was zijn lijfspreuk. Onze huidige voedingsindustrie is echter niet uit op de gezondheid van mensen. Ze denkt alleen in termen van verkopen en van winst maken. Wij eten ons ziek aan wat in de supermarkten ligt. En onze huidige geneeskunde kent niks van voeding. Artsen krijgen in hun opleiding amper iets te horen over hoe voeding de gezondheid beïnvloedt. Hoe kunnen ze dan voeding inzetten om mensen beter te maken?

En daar bovenop komen mensen van vandaag vaak veel te weinig in beweging. Vaak zitten we om ons te verplaatsen naar het werk of naar school, zitten dan zowat de hele dagtaak lang aan een bureau of op een schoolbank, om dan terug thuis de hele avond voor de TV te hangen. En dat terwijl mensen gecreëerd zijn om te bewegen, het liefst buiten in de vrije natuur.

Een leven zonder kwalen, een leven zonder medicijnen

Ik heb een droom!

Ik droom ervan dat mensen tot op hoge leeftijd gezond blijven, dat ze oud kunnen worden zonder kwalen én zonder medicijnen die ze voor de rest van hun leven moeten slikken.

Dat het kan, is zelfs bewezen. Op wereld bestaan een vijftal ‘blauwe zones’ of ‘blue zones’. Dat zijn gebieden waar mensen langer en gezonder leven dan elders op de wereld. In de ‘blauwe zones’ worden mensen makkelijk 90 jaar en meer. Het aantal plus-100-jarigen is er opvallend hoog. Welvaartsziekten kennen deze volkeren niet. Echter, van zodra deze mensen om de een of andere reden overschakelen naar een Westers voedings- en leefpatroon worden ze net zo ziek als wij.

Ik heb een droom!

En aan die droom wil via deze GEZONDHEID-WIJZER een beetje werkelijkheid geven.

De middeleeuwse kruidenvrouw

Ik beloofde je bij het begin van dit artikel ook iets te vertellen over waar mijn droom vandaan komt. Wel, dan moet ik je vertellen van toen ik een meisje was in het eerste jaar van het secundair onderwijs. We leerden in de geschiedenislessen in dat eerste jaar over de middeleeuwen. En ik weet niet hoe het komt, maar van alle periodes in de geschiedenis zijn het de middeleeuwen die mij het meeste aanspreken.

Twee figuren in het bijzonder spraken mij tot de verbeelding. Er was de ‘eeuwige student’, die van universiteit naar universiteit trok om alles te leren wat er te leren viel. En ergens in de loop van die zoektocht werd hij van ‘alleen maar student’ meer en meer ook ‘professor’.

En er was de ‘kruidenvrouw’. Dat was een vrouw die met kruiden en andere volkse remedies mensen en dieren in haar dorp genas. Ze had wat vreemde gaven, ze doorzag wat er scheelde en deed daar wat aan, ze was de wijze vrouw van het dorp. Mensen waren soms ook bang van haar vreemde krachten, en daarom kwam zo’n kruidenvrouw wel eens als ‘heks’ op de brandstapel.

En ik, ik denk dat ik een beetje een combinatie ben van die twee …

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Lenteschoonmaak

Er was een tijd waarin elke huisvrouw tegen Pasen een lenteschoonmaak deed. Ik weet niet of jij dat nog doet, maar ik helaas niet meer. Bij mij komt zo’n uitgebreide schoonmaak eerder ergens in de grote vakantie, na de eventuele werken die ik in huis wilde doen. Pas daarna maak ik het hele huis weer schoon, zodat het er weer een jaartje tegen kan …

Nu denk jij waarschijnlijk: dit is toch een website in verband met gezondheid. Wat heeft een lenteschoonmaak in hemelsnaam van doen met gezondheid? Wel, ook je lichaam vraagt om schoonmaak, en inderdaad, de lente is een ideale periode daarvoor!

Lenteschoonmaak voor je body

Geloof het of niet, maar net zoals het gaat in je huis, gaat het ook in je body. Ongemerkt blijft hier wat liggen en daar stapelt zich iets op en op nog een andere plek kom je helaas zo weinig aan poetsen toe … tot er uiteindelijk te veel ‘vuil’ blijft liggen. Plots zie je, voel je, merk je dat er iets moet gebeuren.

Bij je lichaam begint het met een zekere vermoeidheid die niet overgaat, met een paar kilo’s die erbij geslopen zijn, met een pijntje hier en daar, met een klacht die maar aansleept. Ook de winterblues en de voorjaarsmoeheid zijn in wezen tekenen aan de wand dat er vervuiling is opgetreden.

Nu vraag jij je wellicht af waar die vervuiling vandaan komt. Wel, ons lichaam is een ‘fabriek’ die voedsel omzet in energie. Daarbij worden vanzelfsprekend ook afvalstoffen geproduceerd. Als alles gaat zoals het hoort, zouden die afvalstoffen dag na dag afgevoerd moeten worden, via uitademing, stoelgang, urine, transpiratie, huidschilfers, talg, oorsmeer, … Vrouwen hebben zelfs een extra uitlaatklep: de maandelijkse menstruatie.

Soms echter is er meer nodig dan dat. Dan krijg je huiduitslag of puistjes of zweren of een loopneus of tranen die zomaar komen of diarree of super donkere urine. Het gaat allemaal om extra uitscheiding van toxines. En soms is ook dat nog niet genoeg. En dan wordt het teveel aan toxines ‘tijdelijk’ opgeslagen in ons lichaam. Het lichaam is wijs en doet dat op de minst schadelijke plekken: in onze vetcellen, in onze gewrichten, in onze spieren.

Op onze dagen komt het vuil lang niet alleen meer van ons eigen metabolisme. Wij krijgen nogal wat toxische stoffen binnen via onze omgeving: we ademen vuile lucht en fijn stof, we drinken toch niet helemaal zuiver water, we eten pesticiden en bewaarmiddelen en kleurstoffen en smaakmakers, we behandelen ons huis en onze huid met chemische reinigers, we slikken medicijnen, enzovoort, enzovoort, enzovoort.

Je begrijpt dat wij dagelijks helaas veel meer toxische stoffen binnenkrijgen dan we op een etmaal weer kwijtraken. Het gevolg daarvan is dat we met z’n allen geleidelijk aan dikker, moeër, zieker worden. En juist daar kan zo’n lenteschoonmaak wonderen verrichten.

Allemaal goed en wel, maar hoe begin je eraan?

Wel, vandaag schets ik je de grote trekken. In een volgende blog ga ik hier veel dieper op in, zodat je zelf aan de slag kunt met een matige reinigingskuur. Ik begeleid je dan naar een groenten- en fruitkuur.

Wil je straffer aan de slag – met een sapkuur of een echte vastenkuur – dan raad ik je aan om je te laten begeleiden. Dat kan individueel, bij een gezondheidsbegeleider met ervaring met vastenkuren. Dat kan in groep, in een georganiseerd initiatief. Google je maar eens op ‘sapkuur’ of ‘vastenkuur’. Je vindt vast wel iets.

Maar goed, wil je een reinigingskuur doen, dan is het eerste wat je moet doen ‘tijd vrijmaken’. Je hebt minstens drie weken nodig waarin je geen verplichtingen hebt wat betreft eten. Geen feestjes dus, geen bruiloften, geen kroegentochten of kaas- en wijnavonden of wat dan ook. Wil je de eigenlijke kuur twee weken laten duren, dan heb je vijf weken ‘feestverlof’ nodig. Het klinkt misschien gek, maar het allerbelangrijkste om je kuur te doen slagen, is de planning van deze kuur in je agenda.

Dat plannen heeft een tweede voordeel. Je kiest er dan als het ware nu al voor om ‘dan’ te investeren in je gezondheid. Je programmeert daardoor je mindset op iets positiefs, nl. het winnen van gezondheid. Je plant het niet in als iets negatiefs, nl. het tijdelijk niet meer alles mogen eten. Die positieve kijk is van het allergrootste belang. Als jij ervan overtuigd bent dat je jezelf ermee tekort doet, dan zal die kuur zijn gezondheidsbevorderende doel missen. Als jij er echter van overtuigd bent dat je iets doet wat goed voor je is, dan zul je er ook de positieve gevolgen van ervaren: je zult je – na een moeilijke beginfase – fitter gaan voelen, je zult beter slapen, je zult wat kilo’s kwijtraken, …

Zo’n reinigingskuur bestaat telkens uit drie delen:

  • De eerste week ga je afbouwen. Dat wil zeggen dat je geleidelijk aan alles uit je voedingspatroon weglaat wat niet tot het kuurvoedsel behoort. Dit is een heel belangrijke fase en het is ook de lastigste fase. Doe je dit goed, dan zorg je ervoor dat je minder last krijgt van hongergevoel, van misselijkheid, van hoofdpijn, van algehele malaise … Wie deze geleidelijke afbouw van voedsel niet doet, loopt heel veel kans op een zogenaamde ‘vastencrisis’. En ik kan je garanderen, die wil je beslist vermijden!
  • De tweede en eventueel ook derde week doe je dan de eigenlijke kuur. Dat kan een fruit- en groentenkuur worden. Dan eet je tijdelijk alleen maar fruit en groenten, in kleinere hoeveelheden. Het kan ook een sapkuur worden. Dan lepel je alleen maar een paar keer per dag een glaasje groenten- of vruchtensap naar binnen. Het kan ook een echte vastenkuur worden. Dan laat je even alle voedsel voor wat het is. Je drinkt alleen water en kruidenthee. En daar doe je het dan mee. Die laatste twee vragen extra begeleiding, zeker als je ze voor de allereerste keer doet. Aan een fruit- en groentenkuur mag je je, na wat extra uitleg in een volgende blog, in je eentje wel wagen.
  • In de laatste week / weken van de kuur ga je terug opbouwen, naar een nieuw en gezond eet- en leefpatroon. Als het goed ging, ben je in de afgelopen weken afgekickt van toch wel wat ongezonde gewoontes. Misschien rookte je of dronk je te veel alcohol, misschien snoepte je toch wel wat te veel, misschien was je voortdurend aan het snacken, zonder zelfs maar te beseffen dat je aan het eten was. Je begrijpt dat het de bedoeling is de meest ongezonde gewoontes definitief uit je leef- en eetpatroon te weren.
    Men zegt wel eens dat de opbouw na een kuur even lang hoort te duren als de kuur zelf. Dat betekent dat, als je twee weken bezig was met je fruit- en groentenkuur, je ook twee weken de tijd moet nemen om geleidelijk aan weer te wennen aan een normaal eetpatroon. In ieder geval gaat het erom dat je niet ineens weer gaat overeten. Daarom moet je tijd nemen om van ‘kuur’ weer over te schakelen op het nieuwe ‘normaal’.

Zin om het zelf ook eens te proberen? Over twee weken krijg je van mij veel meer praktische informatie. Wat je nu al kunt doen, is het plannen van die drie of vijf weken ‘feestverlof’ in je agenda.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Waarom doe ik wat ik doe?

Een holistische kijk op gezondheid

In de natuurlijke gezondheidszorg hanteren we een holistische kijk op de mens én op wat gezond of ziek maakt. Wij erkennen dat een mens niet alleen fysiek ziek kan zijn, maar ook emotioneel, mentaal en zelfs spiritueel. Schematisch ziet een mens er dan als volgt uit:

Je ziet dat rondom het fysieke lichaam nog drie cirkels getekend staan, steeds verder uitdeinend. De grootste cirkel is die van het spirituele, want dat doordringt alle lagen van het mens-zijn.

  • Het fysieke is alles wat met het lichaam te maken heeft: hartslag, ademhaling, bloedcirculatie, het innemen van voedsel, het uitscheiden van afvalstoffen, …
  • Het emotionele is het domein van emoties als angst, blijheid, verdriet, woede, afgunst, …
  • Het mentale heeft te maken met hoe wij denken over onszelf, de mensen rondom, de wereld met al haar mogelijkheden.
  • Het spirituele heeft te maken met wat het leven zin geeft: liefde, verbondenheid, een doel om voor te gaan, …

Je ziet dat de cirkels niet uit volle lijnen bestaan, maar uit stippellijnen. Het moge duidelijk zijn dat deze vier kringen niet los van elkaar staan. Samen maken ze die éne mens uit, en ze beïnvloeden elkaar voortdurend. Tandpijn (fysiek) kan je zo op jezelf terugplooien, dat je geen enkele verbinding (spiritueel) meer ervaart. Verdriet (emotioneel) kan zo fel zijn dat je er ziek van wordt (fysiek). Je gedachten over gevaren in de buitenwereld (mentaal) kunnen maken dat jij voortdurend in angst leeft (emotioneel) en dat kan er dan weer voor zorgen dat je ziek wordt (fysiek).

Van het water dat overkookt

Ik besef dat, als ik die spirituele component van het mens-zijn noem, dat heel erg zweverig klinkt, of op zijn minst heel erg hoog gegrepen. Ver van je bed, dus eigenlijk. Niets is echter minder waar. Echte spiritualiteit staat met beide voeten stevig op de grond. De meest wezenlijke vraag als het om spiritualiteit gaat, is: ‘Waarom doe ik wat ik doe?’

Ieder van ons doet heel veel dingen op een dag. Op de vraag waarom je die dingen doet, borrelen als vanzelf verschillende mogelijke antwoorden op: omdat ik moet – omdat ik daarmee mijn brood verdien – omdat ik dat graag doe – omdat ik daarmee mijn naaste help – omdat …

Al deze antwoorden zijn goed en allemaal dragen ze een zekere spiritualiteit in zich. Ook in het spirituele leven zijn gradaties van meer en minder gezond. Meestal denken wij aan echt spirituele mensen als aan mensen die alles voor een ander doen. Ze lijken voortdurend bezig zichzelf weg te geven, ze dragen grote lasten, en vaak leven ze ook een religieus leven. Denk maar aan pater Damiaan of aan moeder Theresa.

En jawel, zij waren spiritueel levende mensen. Maar voor mij bestond hun sterke spiritualiteit er niet in de eerste plaats in dat zij hun leven gaven voor de armsten. Voor mij was het wezen van hun spirituele leven dat ze deden waar ze van binnenuit van voelden dat ze dat moesten doen. Ware spiritualiteit doet in de allereerste plaats jouzelf Léven, jawel met hoofdletter en met accent. Leven in de volle betekenis van dat woord: gelukkig, spontaan, vrij, gedreven voor wat jou boeit, vol passie, …

Echt spiritueel leef je als je dat vonkje dat in jou brandt – en dat kan alles zijn, als jij er maar enthousiast voor bent – voeding geeft tot het een laaiend vuur wordt. Een smeulend vonkje wordt door anderen niet zo gauw opgemerkt, een laaiend vuur daarentegen wordt al van verre gezien. En ieder kan van zijn licht en van zijn warmte meegenieten.

De middeleeuwse Brusselse mystieker Jan Van Ruusbroec (1293-1381) gebruikte een ander beeld. De spirituele mens is als een kookpot vol water. Hij stookt een vuurtje onder die kookpot, en stilaan raakt het water aan de kook. Tot zolang heeft de waarlijk spirituele mens nog niks aan een ander gegeven. Hij brengt alleen zichzelf aan de kook. Pas als het water zo fel gaat koken dat het overloopt, komt de spirituele mens als vanzelf toe aan ‘geven’. Waar jij van overloopt, daar mag een ander van meegenieten.

Spiritualiteit en gezondheid

Nu vraag jij je wellicht nog steeds af wat spiritualiteit – begrepen zoals hierboven aangegeven – te maken heeft met gezondheid. Wel, voor mij hebben beiden alles met elkaar te maken. Het gaat er eerst en vooral om bij jezelf te ontdekken welk vonkje er smeult. Waar word jij enthousiast van? Waar zou jij je leven aan willen geven? Vaak gaat het om dat waar je als kind al van droomde. Als je daarmee in contact bent, kun je ervoor kiezen om dat vuurtje voeding te geven: je bekwaamt je erin, je doet er een en ander mee, je ontwikkelt jezelf en je mogelijkheden … tot wat je doet ook door anderen opgemerkt wordt, ja, zelfs voor hen iets gaat betekenen. Op dat moment maakt het niet alleen meer jouzelf gelukkig, het maakt de wereld om je heen ook een beetje beter.

En beide – dat jij jezelf gelukkig maakt én de ander – dat maakt deel uit van jouw gezondheid. Het geeft zin aan je bestaan, het doet je groeien, het geeft kleur aan je relaties met anderen. Als ieder van ons zo zou leven, dan zouden we zelf een heel pak gelukkiger (en vanzelf ook gezonder) worden én de wereld zou er beslist ook heel wat mooier uitzien.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

De huis-, tuin- en keukenapotheek bij verkoudheid

’t Is weer die tijd van … snotneuzen, hoest- en niesbuien, koude rillingen en zelfs grieptoestanden. Ik wed dat de wachtkamers van heel wat dokters weer uitpuilen van mensen met dat soort klachten. Gelukkig schrijft niet iedere arts meteen antibiotica voor, want vaak is het beter deze ‘ziektes’ gewoon even uit te zieken. Hieronder geef ik je een paar tips voor je huisapotheek. Als je deze dingen in huis hebt, kun je bij de eerste tekenen van onheil al aan de slag, en dat scheelt een pak …

Even op ‘non-actief’

Als je lichaam het op welke manier dan ook laat afweten – al is het maar door een simpele verkoudheid of een beginnende griep – dan laat het je eigenlijk weten dat je beter wat gas terug neemt. Het eerste advies dat ik je dus moet geven is: Hou op met hollen en draven!

In onze tijd blijkt dat een lastige remedie. We zijn zo druk bezig, dat we helaas geen tijd hebben om ziek te zijn. Liever gaan we gauw naar de dokter en nemen vlug een pilletje. Daarom is mijn eerste advies misschien wel het meest fundamentele voor deze tijd: Neem altijd eerst de nodige tijd om weer gezond te worden. Dat kan zijn dat je thuis moet blijven van school of van het werk, maar het kan ook betekenen dat je je vrijetijdsactiviteiten even op non-actief zet, dat je de TV of de computer even laat voor wat ze is, dat je de landerigheid gewoon toelaat en een paar keer vroeg naar bed gaat.

Een ding is zeker: als je maar door blijft gaan en geen rekening houdt met wat je lichaam je wil vertellen, dan zul je uiteindelijk langer en wellicht ook ernstiger ziek zijn dan als je direct al kiest voor waar je lichaam om vraagt.

Ajuin om de neus open te maken

Een van de vervelende dingen bij een neusverkoudheid is dat je haast geen adem meer krijgt. Daar alleen al van word je gewoon doodmoe. En als je gaat slapen met zo’n verstopte neus, dan word je wakker omdat ademen zo moeilijk gaat.

Snipper dan een ajuin en zet die op een bordje naast je neer. De sterk geurende stoffen maken je neus open en ontsmetten ze ook. ’s Morgens neem je de gebruikte ajuin mee, je kamer uit en gooi je die de compostbak in. Laat de kamer goed verluchten en klaar is kees!

Dampen met etherische olie

Je kunt ook met etherische oliën werken. Dampen wil zeggen dat je een kom met heet water neemt, daar de juiste druppels etherische olie aan toevoegt en dan met een handdoek over je hoofd over die kom hangt en de stoomdampen inademt, zowel via de neus als via de mond. Je doet dat 2 of 3 keer per dag, een week lang. Je zorgt er best wel voor dat je na het dampen niet direct weer de kou in moet.

Je kunt kiezen voor Eucalyptus Radiata. Deze etherische olie verhoogt je immuniteit, werkt tegen bacteriën én tegen virussen, maakt slijmen los en vermindert hoestbuien. Je gebruikt per keer 2 à 3 druppels van deze olie.

Je kunt ook kiezen voor Ravintsara. Ook deze etherische olie verhoogt je immuniteit, maakt slijmen los, werkt tegen bacteriën én tegen virussen, remt de hoest en weert hoestkrampen. Ze heeft ook een anti-astmatische en een anti-allergische werking. Je gebruikt per keer 4 à 5 druppels van deze olie. Bij griep of bij zwaardere aantasting van de luchtwegen kun je ze zelfs combineren met Eucalyptus Radiata.

Een andere goede mengeling van etherische oliën bij aantasting van de luchtwegen is de volgende: 2 druppels Eucalyptus Globulus (eucalyptus), 2 druppels Thymus zygis ct thymol (tijm), 2 druppels Lavandula Angustifolia (echte lavendel) en 2 druppels Pinus Sylvestris (grove den). Deze mengeling werkt op zowat alle fronten, tot zelfs longontsteking toe.

Vlier

Je kent wellicht nog wel die ouderwetse vlierbessensiroop, donker van kleur en mierzoet. Wel, ze is een topper bij griep en bij verkoudheden en luchtwegaandoeningen met koorts. Is er geen koorts bij, dan kan het volstaan een preparaat te nemen waar alleen de vlierbloesem in is verwerkt.

Bijenproducten

Honing is voor ons mensen een waar geneesmiddel. Het verzacht de keel, werkt microben tegen, versterkt je immuniteit … en het geeft je een kleine dosis goed opneembaar voedsel op een moment dat jij wellicht niet zoveel zin hebt in eten. Een lekkernij in periodes van ziekte uit mijn kindertijd: pers een halve sinaasappel en een halve citroen (vitamine C!) en voeg daar heet water aan toe. Een lepel honing erin, even roeren … en drinken maar!

Maar de bijen hebben meer in huis om ons er weer bovenop te helpen. Bij verminderde immuniteit kun je langere tijd dagelijks een koffielepel stuifmeelkorrels eten. Je kunt die zo naar binnen werken, maar je kunt ze ook over je kom havermout of muesli of over wat fruitsla uitstrooien.

Nog sterker werkt propolis. Propolis is een product dat bijen maken uit de hars van bepaalde bomen. Zij gebruiken het goedje om hun bijenkorven winddicht af te sluiten en om ervoor te zorgen dat microben in hun huisje geen kans krijgen. Je kunt propolis in de natuurvoedingswinkel verkrijgen in verschillende vormen: van propolistinctuur over een neusspray en een balsem tot zelfs snoepjes toe. Kies voor een vorm die voor jou werkt, zou ik zeggen …

Een allerlaatste goede raad

Zoals bij elke kwaal is het raadzaam om niet al te lang zelf te blijven dokteren. Heb je bovenstaande middelen (of andere uit grootmoeders receptenboekje) geprobeerd en je merkt dat je erop vooruit gaat, doe dan maar. Je komt er wellicht spoedig helemaal weer bovenop.

Merk je echter dat de ziektetoestand stagneert of er zelfs op achteruit gaat, aarzel dan niet om toch naar je dokter toe te stappen. Je kunt de dokter dan vertellen wat jezelf allemaal al hebt geprobeerd, en waar je verlichting bij vond en waar niet. Misschien constateert de dokter dat je toch ernstiger ziek was dan je dacht, en dan schrijft hij je wel de nodige medicijnen voor. Misschien zegt hij echter wel dat je mag verder doen zoals je bezig bent, dat het wel goed komt, en dan ben jij gerust gesteld.


Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Een winterwandeling … als remedie tegen voorjaarsmoeheid

Heb jij dat ook, dat je er na de feestdagen niet meer echt helemaal bovenop geraakt? Er blijft wat vermoeidheid hangen, je geraakt niet op dreef, de fut is eruit … en dat blijft dan zo duren tot de lente eraan komt. Dan breekt de zon er wat meer door, het wordt ook al wat warmer en dat alleen al geeft nieuwe energie.

Winterblues! Voorjaarsmoeheid!!!

Misschien vraag jij je af waar die depressieve neigingen vandaan komen, elk jaar opnieuw in de late winter en het vroege voorjaar. Wel, daar is wel degelijk een verklaring voor:

  • In de winter eten we anders: Er komt minder rauwkost op tafel. We eten minder vers voedsel, en meer uit diepvries of blik of brik. Vaak eten we ook makkelijk wat moeilijker verteerbaar voedsel, zoals vlees of kaas of peulvruchten. Dat maakt dat er meer afvalstoffen geproduceerd worden bij het verteren en de stofwisseling. Een deel van dit teveel aan afvalstoffen, ook wel slakken genoemd, kan niet tijdig uitgescheiden worden en stapelt zich op in ons lichaam. En dat geeft op langere duur last.
  • We zien minder zon, en het is algemeen geweten dat zonlicht een positieve invloed heeft op ons humeur. Als de zon schijnt, kunnen we overal een beetje beter tegen … en als de zon alle dagen schijnt, wel, dan lijkt ons leven een heel pak rooskleuriger.
  • We komen minder buiten, en dat maakt dat we ook minder zuurstof binnen krijgen. Nu is zuurstof in zoveel processen in ons lichaam noodzakelijk. Het is dan ook niet moeilijk is dat we ons door een gebrek aan zuurstof minder fit gaan voelen.
  • En bovenop dit alles komt ook nog eens dat we wellicht minder in beweging zijn. Het werk in de tuin ligt stil, het ‘buitenpoetswerk’ is opgeschort tot in de lente, we gaan minder vaak wandelen of fietsen, … Nu is beweging van het allergrootste belang om de opruimcapaciteit van ons lichaam te verhogen. Bij beweging gaat ons bloed immers sneller stromen, en dus worden meer afvalstoffen uit het lichaam meegenomen, richting lever en nieren, die voor de uitscheiding van die stoffen zorgen.

Mijn remedie tegen winterblues en voorjaarsmoeheid?
MAAK GEREGELD EEN WINTERWANDELING!

Zo’n winterwandeling brengt je hele lichaam in beweging. Kleed je goed aan, aangepast aan de weersomstandigheden en trek erop uit, het liefst ergens de vrije natuur in. Het feit alleen al dat je je vier muren verlaat en de wijde wereld intrekt, maakt dat je humeur er stukken op vooruitgaat.

Maar er gebeurt meer op zo’n winterwandeling: Je bloed gaat feller stromen, door de beweging én door de kou. Je ademt dieper in en krijgt meer zuurstof binnen. Als er zon is, dan doet die op zich al zijn helende werk, en zelfs als er geen zon is, krijg je meer licht over je heen. En dat wordt dan letterlijk ‘licht in donkere dagen’.

Na een winterwandeling krijg je het lekker warm en word je ‘gezond moe’. Wist je dat je na zo’n wandeling ook beter en dieper slaapt? En dat juist die slaap ook weer een hele resem aan helende activiteiten in gang zet?

Het moge duidelijk zijn, een winterwandeling geeft, als je er goed op voorbereid bent, niets dan voordelen. Gewoon doen, dus, zou ik zeggen …

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Die goede voornemens …

’t Is weer eens de tijd van het jaar waarin talloze goede voornemens het licht zien. De een heeft er een heel lijstje van vol, de ander begint er gewoon niet meer aan, want … hoeveel goede voornemens zijn niet al van voor je eraan begint een verloren zaak?!?

En toch begint elke tocht op weg naar een gezonder en gelukkiger leven wellicht met goede voornemens. Vandaar mijn schrijven, deze keer – jawel, precies in deze tijd van het jaar! – om je toch een beetje op weg te helpen om er deze keer écht iets van te maken …

Enkele tips op een rijtje:

  • Veranderingen maak je best in kleine stapjes. Je hersenen én je body kunnen het niet aan om al te grote stappen ineens te zetten. Ze gaan dan als het ware protesteren. Ze boycotten jouw goede voornemen om het nu eens helemaal anders te gaan doen. Vandaar dus tip nummer één: kies uit jouw lijstje met goede voornemens er ééntje uit. Zoek exact dat ene ding dat je nu wil aanpakken en ga daarmee aan de slag.
  • Heb jij jouw éne goede voornemen gevonden? Neem het dan, voor je eraan begint, eens onder de loep. Is het een groot voornemen of eerder een kleintje? Hoe groot schat je jouw kans in om dit goede voornemen tot een succes te maken? Als dat minder dan 95% is, dan moet ik je tot mijn spijt meedelen dat het wellicht weer een mislukking zal worden. Maar misschien kun je dan dit ‘te grote voornemen’ opdelen in kleinere stapjes. Ga dan op 1 januari met het eerste van die stapjes aan de slag. En pas als dat eerste stapje echt een gewoonte is geworden, ga je voor een tweede luikje van dat ene goede voornemen. Wedden dat het je dan veel beter lukt?
  • Tip nummer twee: wees heel concreet bij het opstellen van je goede voornemen. Zeg niet: ‘Ik ga wat meer bewegen’ of ‘Ik ga wat minder snoepen’. Met dit soort uitspraken kun je jezelf immers blijven bedriegen. Want wat is ‘meer bewegen’ of ‘minder snoepen’? Meetbaar wordt het als je zegt: ‘Ik ga drie keer in de week een half uurtje wandelen’ of ‘Ik snoep alleen nog in het weekend’ of ‘Ik doe elke morgen voor ik ga douchen een vooraf bepaalde reeks stretchoefeningen’ of ‘Ik eet niks meer na het avondmaal’. Hoe concreter je voornemen, hoe makkelijker het wordt om het vol te houden. Juist omdat er geen grijze zone is, gaat het alarmbelletje makkelijker rinkelen.
  • Mijn volgende tip is er eentje om je zwakke kantjes een beetje te helpen omzeilen. Voel eens het verschil tussen de uitspraken: ‘Ik ga nooit meer alcohol drinken!’ en ‘Ik weet niet of ik ooit nog weer ga drinken, maar vandaag beslist niet!’
    Die eerste uitspraak klinkt wellicht ook voor jou ‘massaal’ en dus ga je van te voren al een beetje steigeren. Die tweede uitspraak lijkt veel makkelijker. De truc bestaat erin dat je elke dag opnieuw dat tweede voornemen maakt, tot het vanzelf een goede gewoonte is geworden.
  • En nu de ‘anti-perfectionistische-tip’. De grootste valkuil op weg naar een gezonder en gelukkiger leven is perfectionisme: ‘Als ik mij niet helemaal en altijd en voor de volle 100% aan mijn voornemen houd, dan is het een verloren zaak!’ Beter is het om mild te zijn met jezelf als je even struikelt. Goede gewoontes creëer je door, nadat je even van het pad bent afgeweken, zo vlug mogelijk weer op de kar te springen. Wacht niet tot maandag of tot de eerste van de volgende maand of tot het weer eens nieuwjaar wordt. Gestruikeld? Wees mild, vergeef het jezelf … en begin vandaag nog opnieuw!
  • En tot slot een allerlaatste tip: je hoeft niet te wachten tot nieuwjaar of je verjaardag of een andere bijzondere dag om met een goed voornemen van start te gaan. Bedenk wat je wil, maak het haalbaar en concreet … en begin er dan maar aan!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Over 'Meneer doktoor' en soortgenoten …

Een beetje een vreemde foto hierboven, om je mee te nemen in een woordenspielerei rondom het woord ‘dokter’. Het is een foto van een Indiaanse Dream Catcher, een dromenvanger. En daarmee wil ik al direct de toon zetten van deze blog. Er is meer in het ‘land van genezen’ dan alleen wat wij in het Westen onder geneeskunde verstaan. Lees je even mee?

Meestal spreken wij over een dokter. Vroeger werd hij – ja, toen inderdaad meestal een man, nu vervrouwelijkt ook dat zorgende beroep steeds meer – met veel eerbied ‘meneer doktoor’ genoemd. Het woord ‘dokter’ en het woord ‘doctor’ zijn verwant met elkaar. Een ‘doctor’ is iemand die in een bepaald wetenschappelijk werkveld gedoctoreerd heeft. Dat wil zeggen dat hij of zij na een basisopleiding verder gestudeerd heeft en vaak ook onderzoekswerk verricht heeft om op die manier die hogere titel van ‘doctor’ te behalen. Zo heb je een doctor in de fysica, een doctor in wijsbegeerte en letteren, een doctor in de politieke wetenschappen … en een doctor in de geneeskunde. Die laatst noemen wij ‘dokter’, en eigenlijk zeggen we daarmee dat hij of zij iemand is die het menselijk lichaam heeft leren kennen in zijn gezonde en vooral ook in zijn zieke toestand. Zo iemand heeft langer gestudeerd dan normaal, zo’n zeven jaar of meer, om mensen te kunnen helpen als ze ziek zijn, en dat geeft hem of haar die titel van ‘dokter’.

Een ander woord voor dokter is ‘arts’. Het is een woord dat via het Duits en het Latijn uit het Grieks afkomstig is. Het betekent zoveel als ‘oppergeneesheer’, de hoogste geneesheer aan het hof. De ‘archiatros’ was diegene die leiding gaf over allen die in een bepaalde regio met geneeskunde bezig waren. Je zou het een beetje kunnen vergelijken met hoe bij ons zorgkundigen en verplegend personeel, de apotheker en de kinesist in een ziekenhuis, onder leiding van de arts, samen instaan voor de zieke mensen die hun zijn toevertrouwd.

Een volgende ronde rondom die ‘meneer doktoor’.

Een dokter is iemand die ‘geneeskunde’ of ‘medicijnen’ heeft gestudeerd. Dat laatste is overduidelijk waar. Onze huidige dokters worden opgeleid om met medicijnen, met medicamenten aan de slag te gaan. Zij leren de mens kennen, meer bepaald in alles wat hem kan mankeren. Zij leren ook de wereld van de medicijnen kennen, en da’s een gevaarlijke wereld, want de meeste van die medicamenten zijn in meerdere of mindere mate giftig. Zij die medicijnen studeren leren dus in gedoseerde mate vergif toe te dienen opdat de ziekmakende elementen – bacteriën, virussen, schimmels, … – eraan zouden sterven, zodat de patiënt weer gezond zou kunnen worden. Zij leren symptomen van ziekte bestrijden met medicamenten. En zo gebeurt het op vandaag meer en meer dat mensen vanaf een bepaalde leeftijd medicijnen beginnen te slikken, waar ze voor de rest van hun leven niet meer van af geraken. Deze mensen lijken dan gezond, … maar zijn ze dat wel?!?

Het woord ‘geneeskunde’ spreekt voor mij over veel meer dan alleen maar het toedienen van medicijnen. Het is de kunde, de kunst om mensen te genezen, om ze weer écht gezond te maken, dus … Daar hoort, naar mijn bescheiden mening, een gezonde levenswijze bij: gezonde voeding, een goede nachtrust, voldoende beweging (en nog het liefst in de vrije natuur), gezonde manieren om met stress om te gaan, … Daar horen ook ‘niet toxische’ behandelingen van klachten bij: dieptemassage of osteopathie bij pijnklachten, Bachbloesems bij emotionele overlast, homeopathie, zuiveringskuren, goed gekozen voedingssupplementen, …

Een laatste woord wil aan ik deze spielerei toevoegen: ‘heling’. Heling komt van ‘helen’, van ‘weer heel maken’. Het gaat om wat gebroken was en uiteengevallen weer samen te voegen en tot één geheel te maken. Mensen lopen doorheen hun leven nogal wat barsten en breuken op, en dat niet alleen op het fysieke vlak. Denk maar de aan breuken met mensen die je dierbaar waren. Denk ook aan breuken in je ziel toen je keuzes maakte, eerder uit winstbejag of maatschappelijk aanzien dan vanuit je eigen wezen en wat bij je paste. Ook dat soort barsten en breuken maken dat een mens onvoldaan in het leven staat … en meer dan eens is dat de dieperliggende oorzaak van zijn ziektes. Heling kan zorgen voor hernieuwde gezondheid als er verzoening komt met wat is geweest en als vanop dit punt van verzoening dan wel juiste keuzes worden gemaakt.

Het kan echter ook dat het met de fysieke gezondheid al zo ver ontspoord is, dat genezing niet meer mogelijk is. Ook daar kan heling echter nog heel veel in beweging zetten. Wat dacht je vb. van verzoening op het sterfbed, van uitspreken waar je meent te hebben gefaald in het leven, van het accepteren van een zegen over wie jij bent en wie je bent geweest. Vaak zetten mensen op het allerlaatst nog een bijzonder grote stap, een stap in zelfacceptatie. Zoals het is geweest, met alle butsen en builen, zo is het goed geweest. Ik kan in vrede sterven.

In een laatste alinea maak ik de kring rond. In het Westen hebben wij ‘geneeskunde’ al te zeer verengd tot alleen maar ‘medicijnen’. Als ik kijk naar de medicijnman van de Indianen en naar andere helers uit natuurvolkeren, dan zie ik dat ‘genezen’ uit zoveel meer bestaat dan ‘medicamenten’ alleen. Van de medicijnman wil ik leren dat ook de dromenvanger zijn plaats heeft in het hele plaatje …

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Kome wat komt …

Hij komt, hij komt,
die lieve goede Sint.
Mijn beste vrind, jouw beste vrind,
de vrind van ieder kind …

Weet je nog, toen je kind was, die weken en dagen net voor Sinterklaas. Bij mij begon de pret én het spanningsvol uitkijken al met de eerste reclameboekjes met Sinterklaasspeelgoed die lang van tevoren met de post mee thuis geleverd werden. Dagenlang konden mijn zussen, mijn broer en ik in die boekjes bladeren en dromen over wat we van de Sint allemaal graag hadden gekregen. Ik denk dat mijn lijstje bij momenten stond voor ettelijke duizenden franken.

En dan kwam die bewuste Sinterklaasavond … en was het uitkijken naar wat er uiteindelijk in je schoen terecht zou komen. Dat was lang niet alles wat op het verlanglijstje stond – ondertussen concreet gemaakt in een brief met uitgeknipte en opgeplakte prentjes uit de bewuste boekjes. Soms werd het zelfs iets helemaal anders dan waar ik van gedroomd had. En toch, altijd bleek dat wat ik kreeg iets was dat bij mij paste, iets waar ik blij mee was, iets waar ik iets aan had.

Weet je, zo is het met het leven ook …

Als ik terugkijk naar alle verlangens die ik ooit heb gehad, dan zie ik dat sommige daarvan gewoon werkelijkheid geworden zijn. Andere zijn dat juist niet, integendeel zelfs, er is niks van waar geworden. Nog andere verlangens kregen een heel andere invulling dan hoe ik het me voor ogen had gezien, maar achteraf moet ik toegeven dat de manier waarop die verlangens zich in mijn leven hebben gemanifesteerd, beter zijn uitgedraaid dan ik het zelf had kunnen verwezenlijken. Alsof het leven zelf het beter voor me wist dan ik dat deed …

Mag ik een vergelijking maken met die Sinterklaasboekjes van weleer om je te vertellen over de verlangens in het leven? Wel, het begint allemaal met durven dromen. Soms gaat dat vanzelf, soms heb je daar een beetje hulp bij nodig. Dat kan de reclame zijn die op je afkomt, dan kan een voorbeeld zijn van een belangrijk iemand in je leven, dat kan iets zijn wat je leest of leert op school of dat op welke manier dan ook op je pad komt. Hoe dan ook, op die manier kom je tot een ‘verlanglijstje voor jouw leven’.

En daar ga je dan voor. Sommige dingen worden je zomaar aangereikt. Voor andere doe je heel veel moeite, al dan niet met positief resultaat. Meer dan eens komt zelfs iets op je af dat je als ‘negatief’ ervaart: je vindt niet de job van je dromen, die partner van jouw blijkt niet de gedroomde prins op het witte paard, het kind waar je naar verlangde laat veel te lang op zich wachten, … Zo loutert het leven dat verlanglijstje van jou, tot uiteindelijk dat overblijft waarvan het leven zelf – of nee, het Léven, met grote L en met accent! – weet dat het jou zal geven waar je ten diepste naar verlangt.

Die loutering, die doet pijn! Het is niet leuk verlangens te moeten opgeven, het vraagt vaak worsteling los te laten wat blijkbaar niet voor jou is weggelegd. Als je echter dat schaafwerk laat gebeuren – en als je je wat meer laat leiden door wat het leven je aanreikt – dan kom je uiteindelijk tot die dingen die écht belangrijk zijn. Vaak zie je dan ook dat je eerste verlangens ofwel op een andere manier ingevuld zijn geraakt dan jij het voor je had gezien, ofwel helemaal niet hoefden waargemaakt om jou gelukkig te maken.

Eens je dat begint te zien, kun je de stap zetten van ‘Hij komt, hij komt’ naar ‘Kome wat komt …’ Het gaat erom te leren vertrouwen dat al wat jij op je levenspad voor de voeten krijgt, uiteindelijk goed voor je zal blijken te zijn. Het gaat er ook om te durven loslaten, niet langer grijpend in het leven te staan als wel ontvangend.

Een laatste mijmering hieromtrent …

Ik zie oude mensen die tevreden zijn. Het zijn die oude mensen bij wie je graag op bezoek gaat. Ze hebben niet alles gekregen wat ze wilden, ze hebben wel geleerd voluit te leven met wat ze kregen. Ik zie ook oude mensen die verbitterd zijn. Ze zijn blijven hangen aan wat ze hadden gewild, ze hebben niet geleerd te zien wat ze uiteindelijk wél hebben gekregen. Ze blijven vechten en wachten en hunkeren, ze zijn niet tot rust – tot berusting – gekomen. Als ik één verlangen voor mezelf voor mijn verdere toekomst mag verwoorden, dan is het dit: dat ik die weg mag gaan die mij toelaat om zo’n tevreden oude mens te worden.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Effe een duikje in de kou …

Ik hoef het je niet te vertellen, je zag en je voelde het vast zelf al wel: de winter met z’n kou en met z’n nattigheid komt eraan. Als vanzelf gaan de gedachten uit naar dikke jassen en mutsen en handschoenen, of zelfs naar alleen maar binnen blijven, waar het tenminste warm is …

Wel, daar ga ik vandaag eens lekker tegen in. Ik daag je uit om dat wisselvallige weer te trotseren. Jawel, ik nodig je uit: neem eens effe een duikje in de kou!

Over verschillende soorten stress

Stress en stress is twee.

Er is wat we noemen de negatieve stress, de ondermijnende stress, de stress waarvan je me niet zult horen vertellen dat die iets goeds in zich heeft. Echt niet! Het gaat om wat we gewoonlijk als stress aanduiden: te hoge werkdruk, urenlang in de file moeten staan, geldgebrek en alle spanning die dat met zich meebrengt, pesterijen en aanslepende ruzies, … Kortom, alles wat je het gevoel geeft je te overweldigen, je onderuit te halen, je onder voortdurende spanning te zetten.

Maar er bestaat ook zoiets als ‘positieve stress’. Het gaat hier om een kortdurende blootstelling aan een zekere spanning, die ervoor zorgt dat je lichaam eventjes uit de comfortzone wordt gehaald. Je moet maar eens denken aan die stress waar onze voorouder, de oermens, mee geconfronteerd werd. Plots oog in oog met een gevaarlijk beest moest hij vechten of vluchten voor zijn leven. De adrenaline stroomde door zijn lijf. Hij ging het gevecht aan of liep voor zijn leven … en als hij ’t overleefde, kwam daarna een periode van rust en ontspanning. Even stress en daarna recup.

Maar er was meer in het leven van die oermens: hij trotseerde extreme warmte en extreme kou, kende periodes van honger en dorst, moest pijn verdragen, … en dat alles maakte zijn immuunsysteem meer flexibel. En juist die flexibiliteit van je immuunsysteem is een groot voordeel als het gaat om je gezondheid. Je maakt er als het ware je zelfgenezend vermogen sterker door.

Tips om gezonde stress in je leven toe te laten …

… en dus ook jouw zelfgenezend vermogen een handje toe te steken!

  • Trek eens niet je jas aan als je even kortdurend de kou in moet. Je zult voelen hoe je huid als het ware samentrekt om de warmte binnen te houden. Je begint misschien zelfs wel te rillen. En als je daarna weer binnen komt, krijg je het heerlijk warm. Let wel, een heel belangrijk begrip is hier ‘kortdurend’. Ga je een uur wandelen in deze kou, trek dan liefst wel een jas aan, tenzij je al aan die al te kleine dingen gewoon bent geraakt.
  • Hetzelfde kun je bereiken met het je blootstellen aan extreme warmte. Dat kan in de zomer, in de zon, maar dat kan ook door regelmatig eens naar de sauna te gaan. In dat geval gaat je huid helemaal open om die overtollige warmte af te voeren. Trouwens, als je op een goeie manier gebruik maakt van de sauna, wordt het een wisselend blootgesteld zijn aan extreme warmte en aan koud water om weer af te koelen. En je lichaam leert flexibel met beide om te gaan.
  • In dezelfde lijn door kan ik je ‘wisseldouches’ aanraden. Je begint met een paar minuten warm water en gaat dan plots over naar een tien tot twintig seconden koud water. Die periodes wissel je een paar keer met elkaar af. Je eindigt met koud water. Deze manier van jezelf blootstellen aan wisselend warm en koud water brengt je enorme gezondheidsvoordelen: je krijgt meer energie, het helpt je weerstand verhogen, je krijgt een betere doorbloeding, spieren en huid worden gestimuleerd, enz.
  • Een andere manier van gezonde stress bestaat er uit eens een maaltijd over te slaan. Hier wordt je lichaam uitgedaagd de reserves aan te spreken. Het moet overgaan van verbranden wat direct voorhanden is naar het putten uit reserves in spieren en vetlagen. Dit principe heet ‘intermittent fasting’, vrij vertaald: vasten met tussenpozen. Je kunt beginnen met de tussendoortjes eruit te halen. Je eet dan enkel ’s morgens, ’s middags en ’s avonds. Tussendoor geen voedsel, maar ook geen energierijke dranken. Water, zwarte koffie of pure thee mogen wel. Kan je dit al aan, sla dan af en toe eens één van die hoofdmaaltijden over. Het meest positieve effect krijg je als je de duur van het niet eten langer maakt, dus als je ontbijt of avondmaal overslaat. Dan hoef je niet alleen reserves aan te spreken, maar je spijsverteringsstelsel krijgt ook eens wat langer congé.
  • Een andere vorm van ‘wisselstress’ is de intervaltraining binnen de sportwereld. Dan ga je vb. wandelen of joggen en binnen dit gewone stramien ga je af en toe even de snelheid opvoeren tot je aan je grens komt. Je hartslag gaat de hoogte in, je ademhaling gaat vlugger, je bloed stroomt krachtig door je lichaam heen. Ook hier is het juist de afwisseling tussen gewoon en even je eigen grenzen uitdagen die het grootste gezondheidsvoordeel oplevert.
  • Ik geef je nog een laatste voorbeeld, en ik hoop dat jij dan in je eigen leven je eigen uitdagingen vindt en creëert. Je kunt ook eens een nachtje bewust veel minder slapen. Af en toe eens opstaan voor dag en dauw kan beslist geen kwaad, eerder integendeel. Eens wat later je bed in kan in principe ook geen kwaad, alleen, je wordt er niet gezonder op als die tijd ingevuld raakt met TV, gaming of smartphonegebruik. Gebruik die extra tijd liever voor een wandeling in de natuur, voor wat meditatie of om iets anders te doen waar je gewoonlijk geen tijd voor hebt.

Voordelen van een flexibel lichaam

Inderdaad, dat is wat we doen met al deze vormen van positieve stress: we creëren een flexibel lichaam. We maken ons lichaam als het ware gewoon om regelmatig de comfortzone te verlaten. We dwingen ons lichaam om de noodscenario’s alert te houden. Je zou het kunnen vergelijken met een onverwachte brandveiligheidsoefening. Plots gaat het alarm af en je wordt uitgedaagd om jezelf in veiligheid te brengen. Door dat af en toe te trainen, weet je als het eens echt nodig zou zijn als vanzelf wat je te doen staat.

Zo gaat het ook met je lichaam. Door het af en toe eens ‘onnodig’ uit te dagen, leert je lichaam alert te reageren. En als het dan eens echt nodig is, is je lichaam in staat van paraatheid. Het weet precies wat het moet doen om de gegeven moeilijkheden het beste te overwinnen. Kortdurende stress is een zegen voor je immuunsysteem, het is een training van je zelfgenezend vermogen. Het bevordert absoluut je gezondheid!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Suiker, de zoete boosdoener (deel 2)

Herinner je je nog dat ik je vorige keer – in het eerste deel over suiker als boosdoener – vertelde dat we tegenwoordig zo’n 60 kg suiker eten per persoon per jaar? Niet te geloven, hé, dat ieder van onze zo’n 60 pakken van 1 kg suiker per jaar naar binnen werkt? Wel, deze keer vertel ik je meer over hoe we dat wel degelijk doen …

Zichtbare suikerconsumptie

Wij, mensen, zijn van nature zoetekauwen. Echt waar, dat hebben we mee sinds we in oeroude tijden ons bestaan vonden. We zijn er, van in onze genen, op gericht om zoet en vet en zout tot ons te nemen, zoveel als we kunnen, om te overleven.

In de natuurlijke omgeving waar we als oermens in leefden was dat een belangrijke tool om als soort te kunnen blijven bestaan. We aten fruit, zoveel als we konden, als het er het seizoen voor was. We snoepten honing als we die konden vinden. Ook knolgewassen gaven wel eens een extra energieke boost. Daarnaast probeerden we vette vis te vangen, aten we vlees mét het randje vet, roofden we eieren uit de nesten van de vogels, enz.

Je hoort het me vertellen: Als dat voorhanden was … én na de nodige moeite om het te verkrijgen. Want zeg nu zelf: die oermens moest heel wat meer moeite doen dan wij, die wekelijks onze boodschappen doen, en daarna niet verder dan naar de voorraadkast, de frigo of de diepvries moeten lopen. Geen dagenlange jacht, geen verzamelen van plantaardig voedsel, geen moeite om een vuurtje aan te krijgen én aan te houden. Hoe eenvoudig kan het leven zijn …

En de combinatie van zoet, vet en zout ligt gewoon voor het grijpen: zoete en zoute koekjes, allerlei lekkers van bij de bakker, confituur en choco en speculoospasta voor bij de boterham, frisdranken en fruitsappen. Het kan gewoon niet op! Je moet al heel taai zijn om, tegen je genen in, niet naar al deze verleiders te grijpen als je gaat winkelen.

… en onzichtbare suikerconsumptie

Het staat er met onze suikerconsumptie echter nog slechter voor, nog veel slechter dan alleen maar het bewust eten van zoete dingen. De voedingsindustrie heeft weet van onze menselijke hang naar zoet. En dus gaat ze aan zowat elke vorm van ‘fabrieksvoedsel’ suiker toevoegen.

Aan soep uit blik of brik wordt net die hoeveelheid suiker toegevoegd die mensen dat tikkeltje meer doet eten. Mayonaises en dressings zijn ‘vetarm’ gemaakt, maar om smaak toe te voegen, wordt suiker ingezet. Zowat alle charcuterie bevat toegevoegde suikers. Brood zonder suiker vind je amper nog in de rekken. Kant en klare groenten hebben hun portie suiker in de bereiding meegekregen.

Suiker, suiker, suiker!

En toch blijkt dat niet zomaar uit de etiketten van wat we kopen. Vaak staat suiker niet eens op het etiket, of toch minstens niet op een belangrijke plaats. Dat komt omdat er wel 50 verschillende namen voor suiker bestaan. Wist jij dat dextrose, glucose, fructose, sucrose, sacharose, maltose, HFCS, agavesiroop en ahornsiroop, druivensuiker, maltodextrine, vruchtensapconcentraat, rijststroop, speltstroop en tarwestroop een paar van de namen zijn die je op etiketten kunt vinden en die allemaal gewoon ‘suiker’ betekenen? Bij sommige voedingsproducten staan wel 3 of 4 verschillende namen voor suiker op het etiket. Wedden dat, als je die hoeveelheden bij elkaar zou optellen, suiker een veel groter percentage van je voedsel zou uitmaken?

Suiker ondermijnt de gezondheid!

Al die toegevoegde suikers – vaak in combinatie met ongezonde vetten en een teveel aan zout – doen onze gezondheid absoluut geen goed. De kwalen obesitas en diabetes swingen de pan uit. Het aantal hart- en vaatziekten vermindert niet ook al is zowat ieder van ons van een bepaalde leeftijd af aan de cholesterolverlagers. Kanker en dementie, beide op een specifieke manier aan suiker gerelateerd, nemen alsmaar toe.

Willen we dus van onze welvaartskwalen af, dan is de terugkeer naar ‘natuurlijk voedsel’ een belangrijke tool. Eet weer vers fruit en verse groenten. Grijp naar écht vlees en échte vis, en niet naar dingen die daar amper nog op lijken. Kies voor volkoren brood met een zekere stevigheid (met nog veel vezels in, en dus niet alleen maar donker gekleurd met o.a. koffie).Sta weer in de keuken, bereid meer en meer zelf je eten en grijp niet te vlug naar kant-en-klaar. Kortom: Eet zoals de natuur het heeft bedoeld. Dat komt je gezondheid absoluut ten goede!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Suiker, de zoete boosdoener (deel 1)

In de loop van mijn opleiding tot Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg hoorde ik al over dr. Lustig en zijn ideeën over hoe ongezond suiker wel is. Laatst liep ik die dr. Lustig tegen het lijf … op youtube. En ik heb veel van hem geleerd, moet ik bekennen. Sta me toe dat ik daar iets van met je deel …

Glucose en fructose

Suiker, het zoete goed dat we allemaal lekker vinden, is helaas niet zo onschuldig als het eruit ziet. Chemisch gezien bestaat suiker uit één molecule glucose en één molecule fructose. Glucose is het deel van de suiker dat je bloedsuikerspiegel de hoogte in jaagt. Een deel van die glucose gaat rechtstreeks de spieren in als bron van energie. Glucose eten en dan energie verbruiken, is een goede zaak. Zo zou het eigenlijk altijd moeten gaan. Glucose die niet direct gebruikt wordt, wordt in het lichaam opgeslagen als glycogeen oftewel reserve-energie, om als eerste te verbruiken als er niet direct glucose voorhanden is.

Fructose, ook wel ‘fruitsuiker’ genoemd, daarentegen doet helemaal niks met de bloedsuikerspiegel en vraagt dus ook geen insuline als het de bloedbaan in komt. Daarom ook wordt fructose makkelijk gebruikt om koekjes e.d. mee te zoeten voor mensen met diabetes. Fructose is echter veel minder onschuldig dan het lijkt. Als deze suiker in de bloedbaan terecht komt, gaat ze integraal naar de lever. Daar wordt ze gemetaboliseerd op een gelijkaardige manier als … alcohol. Jawel, net zoals alcohol toxisch is voor de lever, is fructose dat ook. Steeds meer horen we in de medische wereld over ‘non alcoholic fatty liver disease’, vrij vertaald: ‘niet door alcohol ontstane vervette lever’.

Dik, dikker, dikst

Fructose wordt in het lichaam in eerste instantie helemaal omgezet in vet. Vet in de lever en visceraal vet, ’t is te zeggen, vet rondom de organen. Net zoals we bij mannen de bierbuik kennen, kennen we nu al bij heel wat kinderen de frisdrankbuik. Erger nog, het begint tegenwoordig al bij baby’s, want mama’s die te veel fructose gebruiken (uit o.a. frisdranken) geven dat voor een deel al door aan hun ongeboren kind.

Sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw zijn we met z’n allen steeds minder vet gaan eten. De bedoeling was om daarmee het aantal hart- en vaatziekten te doen dalen. Wel, we eten minder vet … maar we blijven sterven aan hart- en vaatziekten, dat is nog steeds doodsoorzaak nummer één in westerse landen.

We zijn echter véél meer suiker gaan eten. Voor 1900 gebruikten we gemiddeld ca. 2 kg suiker per jaar. Je begrijpt dat suiker toen enkel gebruikt werd voor die uitzonderlijke zoete lekkernij. Op vandaag gebruiken wij gemiddeld zo’n 60 kg suiker per persoon per jaar. En de helft daarvan is fructose, en dus na vertering en metabolisering uiteindelijk gewoon … vet! Als je het zo bekijkt, is ons huidige dieet helemaal niet vetarm, maar juist vetrijk te noemen. Daar halen wij dus onze obesitas en onze hart- en vaatziekten vandaan.

Eén van de grootste boosdoeners hierbij zijn de ‘gedronken suikers’ van frisdranken en fruitsappen. Die vullen immers je maag niet, en dus geven ze geen signaal dat je al voedsel binnenkreeg. Je kunt na een halve liter cola gewoon evenveel eten dan zonder die halve liter cola. (En hier nu toch even tussen haakjes dat light en zero soorten beslist niet gezonder zijn. Je kunt je lever vergiftigen met fructose, je kunt dat evenzeer met aspartaam en aanverwanten). Je drinkt als het ware gewoon vet. Wie elke dag één frisdrank of fruitsap drinkt, wint er elk jaar een paar kilo’s bij.

En de fructose uit fruit dan?

Inderdaad, fructose is de natuurlijke suiker uit fruit. Dr. Lustig vertelt hierover het volgende: ‘Als God de mensen een gif te eten geeft, geeft Hij er vanzelf het tegengif bij.’ De fructose in fruit, als hele vrucht, wel te verstaan, zit verpakt in massaal veel vezels. Die vezels zorgen er enerzijds voor dat we er veel minder van kunnen eten dan zonder die vezels. Je kunt wellicht hooguit twee appels na elkaar eten, maar je kunt er makkelijk tien drinken, in de vorm van appelsap. Anderzijds zorgen die vezels er ook voor dat er veel minder van de fructose opgenomen wordt. In de darm moet die fructose immers uit de vezels losgeweekt worden. Dat gebeurt niet helemaal efficiënt (en zeker al niet als wij niet grondig kauwen). De vezels met daarin nog heel wat fructose gaan door naar de dikke darm … waar ze als voedsel dienen voor … onze darmbacteriën. Iets wat voor ons ongezond zou kunnen zijn, houdt onze darmbacteriën (en dus ook onszelf) wel degelijk wél gezond.

De beste tip die ik in verband met fruit zou kunnen geven, luidt als volgt: ‘Eet het fruit, drink niet het sap ervan!’ Fruit eten houdt je gezond, fruit drinken helpt je in het graf.

Mocht je na het lezen van dit artikel meer willen weten, dan raad ik je aan de lezing van dr. Lustig zelf eens te bekijken op youtube: Sugar: The Bitter Truth.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

%d bloggers liken dit: