Blog

Een foto van mezelf langs de boorden van de IJzer, op 5 minuutjes stappen van bij mij thuis.

GEZONDHEID-WIJZER

Dit  ben ik: Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. In dit allereerste blogartikel op mijn nieuwe website wil ik jullie graag wat meer vertellen over wat mijn passie voor gezondheid inhoudt en over waar ze vandaan komt.

Natuurlijke gezondheidszorg, een passie

Waarom zoiets als natuurlijke gezondheidszorg, vraag jij je misschien af … Wel, ik kan je daar niet in één enkel woord op antwoorden. Ik moet als het ware een paar kringen maken, en samen maken die kringen het je wellicht wat duidelijker.

Een passie voor mensen

Als eerste loopt er een rode draad van passie voor mensen doorheen mijn leven. Het is alsof ik in mensen zie wat is en tegelijk ook dieper zie, naar wat zou kunnen zijn. Van daaruit besef ik dat elke mens, wat hij ook kan of denkt of doet, in wezen altijd de moeite waard is. Sinds een pelgrimstocht doorheen Taizé, dat religieuze ontmoetingsoord in Frankrijk, is mijn ‘lijfspreuk’ dan ook:

Menslief,
wie je ook bent,
wat je doet of juist niet doet,
wat je kunt of niet kunt,
 gelooft of niet gelooft
en ook als je helemaal niks gelooft, 
jij bent voor mij de moeite waard!

Een van de talenten die ik meekreeg om die ‘liefde voor mensen’ concreet te maken, is luisteren, echt en diep luisteren. Mensen voelen dat, en juist dat maakt dat ze durven vertellen van wie ze zijn en waar ze van leven, maar ook van wat scheef gelopen is en pijn doet.

De onnatuurlijke wereld waarin wij leven

Tegelijk zie ik de wereld waarin wij leven en de manier waarop wij leven. En ik zie ook dat mensen daaraan ten onder gaan. Onze welvaartsziektes worden veroorzaakt door stress, door een verkeerde voeding, door het slikken van al te veel medicijnen, …

Hippocrates, de grondlegger van onze geneeskunde, sprak heel wijze woorden. ‘Maak van je voeding je medicijn, en van je medicijn je voeding!’, was zijn lijfspreuk. Onze huidige voedingsindustrie is echter niet uit op de gezondheid van mensen. Ze denkt alleen in termen van verkopen en van winst maken. Wij eten ons ziek aan wat in de supermarkten ligt. En onze huidige geneeskunde kent niks van voeding. Artsen krijgen in hun opleiding amper iets te horen over hoe voeding de gezondheid beïnvloedt. Hoe kunnen ze dan voeding inzetten om mensen beter te maken?

En daar bovenop komen mensen van vandaag vaak veel te weinig in beweging. Vaak zitten we om ons te verplaatsen naar het werk of naar school, zitten dan zowat de hele dagtaak lang aan een bureau of op een schoolbank, om dan terug thuis de hele avond voor de TV te hangen. En dat terwijl mensen gecreëerd zijn om te bewegen, het liefst buiten in de vrije natuur.

Een leven zonder kwalen, een leven zonder medicijnen

Ik heb een droom!

Ik droom ervan dat mensen tot op hoge leeftijd gezond blijven, dat ze oud kunnen worden zonder kwalen én zonder medicijnen die ze voor de rest van hun leven moeten slikken.

Dat het kan, is zelfs bewezen. Op wereld bestaan een vijftal ‘blauwe zones’ of ‘blue zones’. Dat zijn gebieden waar mensen langer en gezonder leven dan elders op de wereld. In de ‘blauwe zones’ worden mensen makkelijk 90 jaar en meer. Het aantal plus-100-jarigen is er opvallend hoog. Welvaartsziekten kennen deze volkeren niet. Echter, van zodra deze mensen om de een of andere reden overschakelen naar een Westers voedings- en leefpatroon worden ze net zo ziek als wij.

Ik heb een droom!

En aan die droom wil via deze GEZONDHEID-WIJZER een beetje werkelijkheid geven.

De middeleeuwse kruidenvrouw

Ik beloofde je bij het begin van dit artikel ook iets te vertellen over waar mijn droom vandaan komt. Wel, dan moet ik je vertellen van toen ik een meisje was in het eerste jaar van het secundair onderwijs. We leerden in de geschiedenislessen in dat eerste jaar over de middeleeuwen. En ik weet niet hoe het komt, maar van alle periodes in de geschiedenis zijn het de middeleeuwen die mij het meeste aanspreken.

Twee figuren in het bijzonder spraken mij tot de verbeelding. Er was de ‘eeuwige student’, die van universiteit naar universiteit trok om alles te leren wat er te leren viel. En ergens in de loop van die zoektocht werd hij van ‘alleen maar student’ meer en meer ook ‘professor’.

En er was de ‘kruidenvrouw’. Dat was een vrouw die met kruiden en andere volkse remedies mensen en dieren in haar dorp genas. Ze had wat vreemde gaven, ze doorzag wat er scheelde en deed daar wat aan, ze was de wijze vrouw van het dorp. Mensen waren soms ook bang van haar vreemde krachten, en daarom kwam zo’n kruidenvrouw wel eens als ‘heks’ op de brandstapel.

En ik, ik denk dat ik een beetje een combinatie ben van die twee …

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Een winterwandeling … als remedie tegen voorjaarsmoeheid

Heb jij dat ook, dat je er na de feestdagen niet meer echt helemaal bovenop geraakt? Er blijft wat vermoeidheid hangen, je geraakt niet op dreef, de fut is eruit … en dat blijft dan zo duren tot de lente eraan komt. Dan breekt de zon er wat meer door, het wordt ook al wat warmer en dat alleen al geeft nieuwe energie.

Winterblues! Voorjaarsmoeheid!!!

Misschien vraag jij je af waar die depressieve neigingen vandaan komen, elk jaar opnieuw in de late winter en het vroege voorjaar. Wel, daar is wel degelijk een verklaring voor:

  • In de winter eten we anders: Er komt minder rauwkost op tafel. We eten minder vers voedsel, en meer uit diepvries of blik of brik. Vaak eten we ook makkelijk wat moeilijker verteerbaar voedsel, zoals vlees of kaas of peulvruchten. Dat maakt dat er meer afvalstoffen geproduceerd worden bij het verteren en de stofwisseling. Een deel van dit teveel aan afvalstoffen, ook wel slakken genoemd, kan niet tijdig uitgescheiden worden en stapelt zich op in ons lichaam. En dat geeft op langere duur last.
  • We zien minder zon, en het is algemeen geweten dat zonlicht een positieve invloed heeft op ons humeur. Als de zon schijnt, kunnen we overal een beetje beter tegen … en als de zon alle dagen schijnt, wel, dan lijkt ons leven een heel pak rooskleuriger.
  • We komen minder buiten, en dat maakt dat we ook minder zuurstof binnen krijgen. Nu is zuurstof in zoveel processen in ons lichaam noodzakelijk. Het is dan ook niet moeilijk is dat we ons door een gebrek aan zuurstof minder fit gaan voelen.
  • En bovenop dit alles komt ook nog eens dat we wellicht minder in beweging zijn. Het werk in de tuin ligt stil, het ‘buitenpoetswerk’ is opgeschort tot in de lente, we gaan minder vaak wandelen of fietsen, … Nu is beweging van het allergrootste belang om de opruimcapaciteit van ons lichaam te verhogen. Bij beweging gaat ons bloed immers sneller stromen, en dus worden meer afvalstoffen uit het lichaam meegenomen, richting lever en nieren, die voor de uitscheiding van die stoffen zorgen.

Mijn remedie tegen winterblues en voorjaarsmoeheid?
MAAK GEREGELD EEN WINTERWANDELING!

Zo’n winterwandeling brengt je hele lichaam in beweging. Kleed je goed aan, aangepast aan de weersomstandigheden en trek erop uit, het liefst ergens de vrije natuur in. Het feit alleen al dat je je vier muren verlaat en de wijde wereld intrekt, maakt dat je humeur er stukken op vooruitgaat.

Maar er gebeurt meer op zo’n winterwandeling: Je bloed gaat feller stromen, door de beweging én door de kou. Je ademt dieper in en krijgt meer zuurstof binnen. Als er zon is, dan doet die op zich al zijn helende werk, en zelfs als er geen zon is, krijg je meer licht over je heen. En dat wordt dan letterlijk ‘licht in donkere dagen’.

Na een winterwandeling krijg je het lekker warm en word je ‘gezond moe’. Wist je dat je na zo’n wandeling ook beter en dieper slaapt? En dat juist die slaap ook weer een hele resem aan helende activiteiten in gang zet?

Het moge duidelijk zijn, een winterwandeling geeft, als je er goed op voorbereid bent, niets dan voordelen. Gewoon doen, dus, zou ik zeggen …

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Die goede voornemens …

’t Is weer eens de tijd van het jaar waarin talloze goede voornemens het licht zien. De een heeft er een heel lijstje van vol, de ander begint er gewoon niet meer aan, want … hoeveel goede voornemens zijn niet al van voor je eraan begint een verloren zaak?!?

En toch begint elke tocht op weg naar een gezonder en gelukkiger leven wellicht met goede voornemens. Vandaar mijn schrijven, deze keer – jawel, precies in deze tijd van het jaar! – om je toch een beetje op weg te helpen om er deze keer écht iets van te maken …

Enkele tips op een rijtje:

  • Veranderingen maak je best in kleine stapjes. Je hersenen én je body kunnen het niet aan om al te grote stappen ineens te zetten. Ze gaan dan als het ware protesteren. Ze boycotten jouw goede voornemen om het nu eens helemaal anders te gaan doen. Vandaar dus tip nummer één: kies uit jouw lijstje met goede voornemens er ééntje uit. Zoek exact dat ene ding dat je nu wil aanpakken en ga daarmee aan de slag.
  • Heb jij jouw éne goede voornemen gevonden? Neem het dan, voor je eraan begint, eens onder de loep. Is het een groot voornemen of eerder een kleintje? Hoe groot schat je jouw kans in om dit goede voornemen tot een succes te maken? Als dat minder dan 95% is, dan moet ik je tot mijn spijt meedelen dat het wellicht weer een mislukking zal worden. Maar misschien kun je dan dit ‘te grote voornemen’ opdelen in kleinere stapjes. Ga dan op 1 januari met het eerste van die stapjes aan de slag. En pas als dat eerste stapje echt een gewoonte is geworden, ga je voor een tweede luikje van dat ene goede voornemen. Wedden dat het je dan veel beter lukt?
  • Tip nummer twee: wees heel concreet bij het opstellen van je goede voornemen. Zeg niet: ‘Ik ga wat meer bewegen’ of ‘Ik ga wat minder snoepen’. Met dit soort uitspraken kun je jezelf immers blijven bedriegen. Want wat is ‘meer bewegen’ of ‘minder snoepen’? Meetbaar wordt het als je zegt: ‘Ik ga drie keer in de week een half uurtje wandelen’ of ‘Ik snoep alleen nog in het weekend’ of ‘Ik doe elke morgen voor ik ga douchen een vooraf bepaalde reeks stretchoefeningen’ of ‘Ik eet niks meer na het avondmaal’. Hoe concreter je voornemen, hoe makkelijker het wordt om het vol te houden. Juist omdat er geen grijze zone is, gaat het alarmbelletje makkelijker rinkelen.
  • Mijn volgende tip is er eentje om je zwakke kantjes een beetje te helpen omzeilen. Voel eens het verschil tussen de uitspraken: ‘Ik ga nooit meer alcohol drinken!’ en ‘Ik weet niet of ik ooit nog weer ga drinken, maar vandaag beslist niet!’
    Die eerste uitspraak klinkt wellicht ook voor jou ‘massaal’ en dus ga je van te voren al een beetje steigeren. Die tweede uitspraak lijkt veel makkelijker. De truc bestaat erin dat je elke dag opnieuw dat tweede voornemen maakt, tot het vanzelf een goede gewoonte is geworden.
  • En nu de ‘anti-perfectionistische-tip’. De grootste valkuil op weg naar een gezonder en gelukkiger leven is perfectionisme: ‘Als ik mij niet helemaal en altijd en voor de volle 100% aan mijn voornemen houd, dan is het een verloren zaak!’ Beter is het om mild te zijn met jezelf als je even struikelt. Goede gewoontes creëer je door, nadat je even van het pad bent afgeweken, zo vlug mogelijk weer op de kar te springen. Wacht niet tot maandag of tot de eerste van de volgende maand of tot het weer eens nieuwjaar wordt. Gestruikeld? Wees mild, vergeef het jezelf … en begin vandaag nog opnieuw!
  • En tot slot een allerlaatste tip: je hoeft niet te wachten tot nieuwjaar of je verjaardag of een andere bijzondere dag om met een goed voornemen van start te gaan. Bedenk wat je wil, maak het haalbaar en concreet … en begin er dan maar aan!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Over 'Meneer doktoor' en soortgenoten …

Een beetje een vreemde foto hierboven, om je mee te nemen in een woordenspielerei rondom het woord ‘dokter’. Het is een foto van een Indiaanse Dream Catcher, een dromenvanger. En daarmee wil ik al direct de toon zetten van deze blog. Er is meer in het ‘land van genezen’ dan alleen wat wij in het Westen onder geneeskunde verstaan. Lees je even mee?

Meestal spreken wij over een dokter. Vroeger werd hij – ja, toen inderdaad meestal een man, nu vervrouwelijkt ook dat zorgende beroep steeds meer – met veel eerbied ‘meneer doktoor’ genoemd. Het woord ‘dokter’ en het woord ‘doctor’ zijn verwant met elkaar. Een ‘doctor’ is iemand die in een bepaald wetenschappelijk werkveld gedoctoreerd heeft. Dat wil zeggen dat hij of zij na een basisopleiding verder gestudeerd heeft en vaak ook onderzoekswerk verricht heeft om op die manier die hogere titel van ‘doctor’ te behalen. Zo heb je een doctor in de fysica, een doctor in wijsbegeerte en letteren, een doctor in de politieke wetenschappen … en een doctor in de geneeskunde. Die laatst noemen wij ‘dokter’, en eigenlijk zeggen we daarmee dat hij of zij iemand is die het menselijk lichaam heeft leren kennen in zijn gezonde en vooral ook in zijn zieke toestand. Zo iemand heeft langer gestudeerd dan normaal, zo’n zeven jaar of meer, om mensen te kunnen helpen als ze ziek zijn, en dat geeft hem of haar die titel van ‘dokter’.

Een ander woord voor dokter is ‘arts’. Het is een woord dat via het Duits en het Latijn uit het Grieks afkomstig is. Het betekent zoveel als ‘oppergeneesheer’, de hoogste geneesheer aan het hof. De ‘archiatros’ was diegene die leiding gaf over allen die in een bepaalde regio met geneeskunde bezig waren. Je zou het een beetje kunnen vergelijken met hoe bij ons zorgkundigen en verplegend personeel, de apotheker en de kinesist in een ziekenhuis, onder leiding van de arts, samen instaan voor de zieke mensen die hun zijn toevertrouwd.

Een volgende ronde rondom die ‘meneer doktoor’.

Een dokter is iemand die ‘geneeskunde’ of ‘medicijnen’ heeft gestudeerd. Dat laatste is overduidelijk waar. Onze huidige dokters worden opgeleid om met medicijnen, met medicamenten aan de slag te gaan. Zij leren de mens kennen, meer bepaald in alles wat hem kan mankeren. Zij leren ook de wereld van de medicijnen kennen, en da’s een gevaarlijke wereld, want de meeste van die medicamenten zijn in meerdere of mindere mate giftig. Zij die medicijnen studeren leren dus in gedoseerde mate vergif toe te dienen opdat de ziekmakende elementen – bacteriën, virussen, schimmels, … – eraan zouden sterven, zodat de patiënt weer gezond zou kunnen worden. Zij leren symptomen van ziekte bestrijden met medicamenten. En zo gebeurt het op vandaag meer en meer dat mensen vanaf een bepaalde leeftijd medicijnen beginnen te slikken, waar ze voor de rest van hun leven niet meer van af geraken. Deze mensen lijken dan gezond, … maar zijn ze dat wel?!?

Het woord ‘geneeskunde’ spreekt voor mij over veel meer dan alleen maar het toedienen van medicijnen. Het is de kunde, de kunst om mensen te genezen, om ze weer écht gezond te maken, dus … Daar hoort, naar mijn bescheiden mening, een gezonde levenswijze bij: gezonde voeding, een goede nachtrust, voldoende beweging (en nog het liefst in de vrije natuur), gezonde manieren om met stress om te gaan, … Daar horen ook ‘niet toxische’ behandelingen van klachten bij: dieptemassage of osteopathie bij pijnklachten, Bachbloesems bij emotionele overlast, homeopathie, zuiveringskuren, goed gekozen voedingssupplementen, …

Een laatste woord wil aan ik deze spielerei toevoegen: ‘heling’. Heling komt van ‘helen’, van ‘weer heel maken’. Het gaat om wat gebroken was en uiteengevallen weer samen te voegen en tot één geheel te maken. Mensen lopen doorheen hun leven nogal wat barsten en breuken op, en dat niet alleen op het fysieke vlak. Denk maar de aan breuken met mensen die je dierbaar waren. Denk ook aan breuken in je ziel toen je keuzes maakte, eerder uit winstbejag of maatschappelijk aanzien dan vanuit je eigen wezen en wat bij je paste. Ook dat soort barsten en breuken maken dat een mens onvoldaan in het leven staat … en meer dan eens is dat de dieperliggende oorzaak van zijn ziektes. Heling kan zorgen voor hernieuwde gezondheid als er verzoening komt met wat is geweest en als vanop dit punt van verzoening dan wel juiste keuzes worden gemaakt.

Het kan echter ook dat het met de fysieke gezondheid al zo ver ontspoord is, dat genezing niet meer mogelijk is. Ook daar kan heling echter nog heel veel in beweging zetten. Wat dacht je vb. van verzoening op het sterfbed, van uitspreken waar je meent te hebben gefaald in het leven, van het accepteren van een zegen over wie jij bent en wie je bent geweest. Vaak zetten mensen op het allerlaatst nog een bijzonder grote stap, een stap in zelfacceptatie. Zoals het is geweest, met alle butsen en builen, zo is het goed geweest. Ik kan in vrede sterven.

In een laatste alinea maak ik de kring rond. In het Westen hebben wij ‘geneeskunde’ al te zeer verengd tot alleen maar ‘medicijnen’. Als ik kijk naar de medicijnman van de Indianen en naar andere helers uit natuurvolkeren, dan zie ik dat ‘genezen’ uit zoveel meer bestaat dan ‘medicamenten’ alleen. Van de medicijnman wil ik leren dat ook de dromenvanger zijn plaats heeft in het hele plaatje …

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Kome wat komt …

Hij komt, hij komt,
die lieve goede Sint.
Mijn beste vrind, jouw beste vrind,
de vrind van ieder kind …

Weet je nog, toen je kind was, die weken en dagen net voor Sinterklaas. Bij mij begon de pret én het spanningsvol uitkijken al met de eerste reclameboekjes met Sinterklaasspeelgoed die lang van tevoren met de post mee thuis geleverd werden. Dagenlang konden mijn zussen, mijn broer en ik in die boekjes bladeren en dromen over wat we van de Sint allemaal graag hadden gekregen. Ik denk dat mijn lijstje bij momenten stond voor ettelijke duizenden franken.

En dan kwam die bewuste Sinterklaasavond … en was het uitkijken naar wat er uiteindelijk in je schoen terecht zou komen. Dat was lang niet alles wat op het verlanglijstje stond – ondertussen concreet gemaakt in een brief met uitgeknipte en opgeplakte prentjes uit de bewuste boekjes. Soms werd het zelfs iets helemaal anders dan waar ik van gedroomd had. En toch, altijd bleek dat wat ik kreeg iets was dat bij mij paste, iets waar ik blij mee was, iets waar ik iets aan had.

Weet je, zo is het met het leven ook …

Als ik terugkijk naar alle verlangens die ik ooit heb gehad, dan zie ik dat sommige daarvan gewoon werkelijkheid geworden zijn. Andere zijn dat juist niet, integendeel zelfs, er is niks van waar geworden. Nog andere verlangens kregen een heel andere invulling dan hoe ik het me voor ogen had gezien, maar achteraf moet ik toegeven dat de manier waarop die verlangens zich in mijn leven hebben gemanifesteerd, beter zijn uitgedraaid dan ik het zelf had kunnen verwezenlijken. Alsof het leven zelf het beter voor me wist dan ik dat deed …

Mag ik een vergelijking maken met die Sinterklaasboekjes van weleer om je te vertellen over de verlangens in het leven? Wel, het begint allemaal met durven dromen. Soms gaat dat vanzelf, soms heb je daar een beetje hulp bij nodig. Dat kan de reclame zijn die op je afkomt, dan kan een voorbeeld zijn van een belangrijk iemand in je leven, dat kan iets zijn wat je leest of leert op school of dat op welke manier dan ook op je pad komt. Hoe dan ook, op die manier kom je tot een ‘verlanglijstje voor jouw leven’.

En daar ga je dan voor. Sommige dingen worden je zomaar aangereikt. Voor andere doe je heel veel moeite, al dan niet met positief resultaat. Meer dan eens komt zelfs iets op je af dat je als ‘negatief’ ervaart: je vindt niet de job van je dromen, die partner van jouw blijkt niet de gedroomde prins op het witte paard, het kind waar je naar verlangde laat veel te lang op zich wachten, … Zo loutert het leven dat verlanglijstje van jou, tot uiteindelijk dat overblijft waarvan het leven zelf – of nee, het Léven, met grote L en met accent! – weet dat het jou zal geven waar je ten diepste naar verlangt.

Die loutering, die doet pijn! Het is niet leuk verlangens te moeten opgeven, het vraagt vaak worsteling los te laten wat blijkbaar niet voor jou is weggelegd. Als je echter dat schaafwerk laat gebeuren – en als je je wat meer laat leiden door wat het leven je aanreikt – dan kom je uiteindelijk tot die dingen die écht belangrijk zijn. Vaak zie je dan ook dat je eerste verlangens ofwel op een andere manier ingevuld zijn geraakt dan jij het voor je had gezien, ofwel helemaal niet hoefden waargemaakt om jou gelukkig te maken.

Eens je dat begint te zien, kun je de stap zetten van ‘Hij komt, hij komt’ naar ‘Kome wat komt …’ Het gaat erom te leren vertrouwen dat al wat jij op je levenspad voor de voeten krijgt, uiteindelijk goed voor je zal blijken te zijn. Het gaat er ook om te durven loslaten, niet langer grijpend in het leven te staan als wel ontvangend.

Een laatste mijmering hieromtrent …

Ik zie oude mensen die tevreden zijn. Het zijn die oude mensen bij wie je graag op bezoek gaat. Ze hebben niet alles gekregen wat ze wilden, ze hebben wel geleerd voluit te leven met wat ze kregen. Ik zie ook oude mensen die verbitterd zijn. Ze zijn blijven hangen aan wat ze hadden gewild, ze hebben niet geleerd te zien wat ze uiteindelijk wél hebben gekregen. Ze blijven vechten en wachten en hunkeren, ze zijn niet tot rust – tot berusting – gekomen. Als ik één verlangen voor mezelf voor mijn verdere toekomst mag verwoorden, dan is het dit: dat ik die weg mag gaan die mij toelaat om zo’n tevreden oude mens te worden.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Effe een duikje in de kou …

Ik hoef het je niet te vertellen, je zag en je voelde het vast zelf al wel: de winter met z’n kou en met z’n nattigheid komt eraan. Als vanzelf gaan de gedachten uit naar dikke jassen en mutsen en handschoenen, of zelfs naar alleen maar binnen blijven, waar het tenminste warm is …

Wel, daar ga ik vandaag eens lekker tegen in. Ik daag je uit om dat wisselvallige weer te trotseren. Jawel, ik nodig je uit: neem eens effe een duikje in de kou!

Over verschillende soorten stress

Stress en stress is twee.

Er is wat we noemen de negatieve stress, de ondermijnende stress, de stress waarvan je me niet zult horen vertellen dat die iets goeds in zich heeft. Echt niet! Het gaat om wat we gewoonlijk als stress aanduiden: te hoge werkdruk, urenlang in de file moeten staan, geldgebrek en alle spanning die dat met zich meebrengt, pesterijen en aanslepende ruzies, … Kortom, alles wat je het gevoel geeft je te overweldigen, je onderuit te halen, je onder voortdurende spanning te zetten.

Maar er bestaat ook zoiets als ‘positieve stress’. Het gaat hier om een kortdurende blootstelling aan een zekere spanning, die ervoor zorgt dat je lichaam eventjes uit de comfortzone wordt gehaald. Je moet maar eens denken aan die stress waar onze voorouder, de oermens, mee geconfronteerd werd. Plots oog in oog met een gevaarlijk beest moest hij vechten of vluchten voor zijn leven. De adrenaline stroomde door zijn lijf. Hij ging het gevecht aan of liep voor zijn leven … en als hij ’t overleefde, kwam daarna een periode van rust en ontspanning. Even stress en daarna recup.

Maar er was meer in het leven van die oermens: hij trotseerde extreme warmte en extreme kou, kende periodes van honger en dorst, moest pijn verdragen, … en dat alles maakte zijn immuunsysteem meer flexibel. En juist die flexibiliteit van je immuunsysteem is een groot voordeel als het gaat om je gezondheid. Je maakt er als het ware je zelfgenezend vermogen sterker door.

Tips om gezonde stress in je leven toe te laten …

… en dus ook jouw zelfgenezend vermogen een handje toe te steken!

  • Trek eens niet je jas aan als je even kortdurend de kou in moet. Je zult voelen hoe je huid als het ware samentrekt om de warmte binnen te houden. Je begint misschien zelfs wel te rillen. En als je daarna weer binnen komt, krijg je het heerlijk warm. Let wel, een heel belangrijk begrip is hier ‘kortdurend’. Ga je een uur wandelen in deze kou, trek dan liefst wel een jas aan, tenzij je al aan die al te kleine dingen gewoon bent geraakt.
  • Hetzelfde kun je bereiken met het je blootstellen aan extreme warmte. Dat kan in de zomer, in de zon, maar dat kan ook door regelmatig eens naar de sauna te gaan. In dat geval gaat je huid helemaal open om die overtollige warmte af te voeren. Trouwens, als je op een goeie manier gebruik maakt van de sauna, wordt het een wisselend blootgesteld zijn aan extreme warmte en aan koud water om weer af te koelen. En je lichaam leert flexibel met beide om te gaan.
  • In dezelfde lijn door kan ik je ‘wisseldouches’ aanraden. Je begint met een paar minuten warm water en gaat dan plots over naar een tien tot twintig seconden koud water. Die periodes wissel je een paar keer met elkaar af. Je eindigt met koud water. Deze manier van jezelf blootstellen aan wisselend warm en koud water brengt je enorme gezondheidsvoordelen: je krijgt meer energie, het helpt je weerstand verhogen, je krijgt een betere doorbloeding, spieren en huid worden gestimuleerd, enz.
  • Een andere manier van gezonde stress bestaat er uit eens een maaltijd over te slaan. Hier wordt je lichaam uitgedaagd de reserves aan te spreken. Het moet overgaan van verbranden wat direct voorhanden is naar het putten uit reserves in spieren en vetlagen. Dit principe heet ‘intermittent fasting’, vrij vertaald: vasten met tussenpozen. Je kunt beginnen met de tussendoortjes eruit te halen. Je eet dan enkel ’s morgens, ’s middags en ’s avonds. Tussendoor geen voedsel, maar ook geen energierijke dranken. Water, zwarte koffie of pure thee mogen wel. Kan je dit al aan, sla dan af en toe eens één van die hoofdmaaltijden over. Het meest positieve effect krijg je als je de duur van het niet eten langer maakt, dus als je ontbijt of avondmaal overslaat. Dan hoef je niet alleen reserves aan te spreken, maar je spijsverteringsstelsel krijgt ook eens wat langer congé.
  • Een andere vorm van ‘wisselstress’ is de intervaltraining binnen de sportwereld. Dan ga je vb. wandelen of joggen en binnen dit gewone stramien ga je af en toe even de snelheid opvoeren tot je aan je grens komt. Je hartslag gaat de hoogte in, je ademhaling gaat vlugger, je bloed stroomt krachtig door je lichaam heen. Ook hier is het juist de afwisseling tussen gewoon en even je eigen grenzen uitdagen die het grootste gezondheidsvoordeel oplevert.
  • Ik geef je nog een laatste voorbeeld, en ik hoop dat jij dan in je eigen leven je eigen uitdagingen vindt en creëert. Je kunt ook eens een nachtje bewust veel minder slapen. Af en toe eens opstaan voor dag en dauw kan beslist geen kwaad, eerder integendeel. Eens wat later je bed in kan in principe ook geen kwaad, alleen, je wordt er niet gezonder op als die tijd ingevuld raakt met TV, gaming of smartphonegebruik. Gebruik die extra tijd liever voor een wandeling in de natuur, voor wat meditatie of om iets anders te doen waar je gewoonlijk geen tijd voor hebt.

Voordelen van een flexibel lichaam

Inderdaad, dat is wat we doen met al deze vormen van positieve stress: we creëren een flexibel lichaam. We maken ons lichaam als het ware gewoon om regelmatig de comfortzone te verlaten. We dwingen ons lichaam om de noodscenario’s alert te houden. Je zou het kunnen vergelijken met een onverwachte brandveiligheidsoefening. Plots gaat het alarm af en je wordt uitgedaagd om jezelf in veiligheid te brengen. Door dat af en toe te trainen, weet je als het eens echt nodig zou zijn als vanzelf wat je te doen staat.

Zo gaat het ook met je lichaam. Door het af en toe eens ‘onnodig’ uit te dagen, leert je lichaam alert te reageren. En als het dan eens echt nodig is, is je lichaam in staat van paraatheid. Het weet precies wat het moet doen om de gegeven moeilijkheden het beste te overwinnen. Kortdurende stress is een zegen voor je immuunsysteem, het is een training van je zelfgenezend vermogen. Het bevordert absoluut je gezondheid!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Suiker, de zoete boosdoener (deel 2)

Herinner je je nog dat ik je vorige keer – in het eerste deel over suiker als boosdoener – vertelde dat we tegenwoordig zo’n 60 kg suiker eten per persoon per jaar? Niet te geloven, hé, dat ieder van onze zo’n 60 pakken van 1 kg suiker per jaar naar binnen werkt? Wel, deze keer vertel ik je meer over hoe we dat wel degelijk doen …

Zichtbare suikerconsumptie

Wij, mensen, zijn van nature zoetekauwen. Echt waar, dat hebben we mee sinds we in oeroude tijden ons bestaan vonden. We zijn er, van in onze genen, op gericht om zoet en vet en zout tot ons te nemen, zoveel als we kunnen, om te overleven.

In de natuurlijke omgeving waar we als oermens in leefden was dat een belangrijke tool om als soort te kunnen blijven bestaan. We aten fruit, zoveel als we konden, als het er het seizoen voor was. We snoepten honing als we die konden vinden. Ook knolgewassen gaven wel eens een extra energieke boost. Daarnaast probeerden we vette vis te vangen, aten we vlees mét het randje vet, roofden we eieren uit de nesten van de vogels, enz.

Je hoort het me vertellen: Als dat voorhanden was … én na de nodige moeite om het te verkrijgen. Want zeg nu zelf: die oermens moest heel wat meer moeite doen dan wij, die wekelijks onze boodschappen doen, en daarna niet verder dan naar de voorraadkast, de frigo of de diepvries moeten lopen. Geen dagenlange jacht, geen verzamelen van plantaardig voedsel, geen moeite om een vuurtje aan te krijgen én aan te houden. Hoe eenvoudig kan het leven zijn …

En de combinatie van zoet, vet en zout ligt gewoon voor het grijpen: zoete en zoute koekjes, allerlei lekkers van bij de bakker, confituur en choco en speculoospasta voor bij de boterham, frisdranken en fruitsappen. Het kan gewoon niet op! Je moet al heel taai zijn om, tegen je genen in, niet naar al deze verleiders te grijpen als je gaat winkelen.

… en onzichtbare suikerconsumptie

Het staat er met onze suikerconsumptie echter nog slechter voor, nog veel slechter dan alleen maar het bewust eten van zoete dingen. De voedingsindustrie heeft weet van onze menselijke hang naar zoet. En dus gaat ze aan zowat elke vorm van ‘fabrieksvoedsel’ suiker toevoegen.

Aan soep uit blik of brik wordt net die hoeveelheid suiker toegevoegd die mensen dat tikkeltje meer doet eten. Mayonaises en dressings zijn ‘vetarm’ gemaakt, maar om smaak toe te voegen, wordt suiker ingezet. Zowat alle charcuterie bevat toegevoegde suikers. Brood zonder suiker vind je amper nog in de rekken. Kant en klare groenten hebben hun portie suiker in de bereiding meegekregen.

Suiker, suiker, suiker!

En toch blijkt dat niet zomaar uit de etiketten van wat we kopen. Vaak staat suiker niet eens op het etiket, of toch minstens niet op een belangrijke plaats. Dat komt omdat er wel 50 verschillende namen voor suiker bestaan. Wist jij dat dextrose, glucose, fructose, sucrose, sacharose, maltose, HFCS, agavesiroop en ahornsiroop, druivensuiker, maltodextrine, vruchtensapconcentraat, rijststroop, speltstroop en tarwestroop een paar van de namen zijn die je op etiketten kunt vinden en die allemaal gewoon ‘suiker’ betekenen? Bij sommige voedingsproducten staan wel 3 of 4 verschillende namen voor suiker op het etiket. Wedden dat, als je die hoeveelheden bij elkaar zou optellen, suiker een veel groter percentage van je voedsel zou uitmaken?

Suiker ondermijnt de gezondheid!

Al die toegevoegde suikers – vaak in combinatie met ongezonde vetten en een teveel aan zout – doen onze gezondheid absoluut geen goed. De kwalen obesitas en diabetes swingen de pan uit. Het aantal hart- en vaatziekten vermindert niet ook al is zowat ieder van ons van een bepaalde leeftijd af aan de cholesterolverlagers. Kanker en dementie, beide op een specifieke manier aan suiker gerelateerd, nemen alsmaar toe.

Willen we dus van onze welvaartskwalen af, dan is de terugkeer naar ‘natuurlijk voedsel’ een belangrijke tool. Eet weer vers fruit en verse groenten. Grijp naar écht vlees en échte vis, en niet naar dingen die daar amper nog op lijken. Kies voor volkoren brood met een zekere stevigheid (met nog veel vezels in, en dus niet alleen maar donker gekleurd met o.a. koffie).Sta weer in de keuken, bereid meer en meer zelf je eten en grijp niet te vlug naar kant-en-klaar. Kortom: Eet zoals de natuur het heeft bedoeld. Dat komt je gezondheid absoluut ten goede!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Suiker, de zoete boosdoener (deel 1)

In de loop van mijn opleiding tot Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg hoorde ik al over dr. Lustig en zijn ideeën over hoe ongezond suiker wel is. Laatst liep ik die dr. Lustig tegen het lijf … op youtube. En ik heb veel van hem geleerd, moet ik bekennen. Sta me toe dat ik daar iets van met je deel …

Glucose en fructose

Suiker, het zoete goed dat we allemaal lekker vinden, is helaas niet zo onschuldig als het eruit ziet. Chemisch gezien bestaat suiker uit één molecule glucose en één molecule fructose. Glucose is het deel van de suiker dat je bloedsuikerspiegel de hoogte in jaagt. Een deel van die glucose gaat rechtstreeks de spieren in als bron van energie. Glucose eten en dan energie verbruiken, is een goede zaak. Zo zou het eigenlijk altijd moeten gaan. Glucose die niet direct gebruikt wordt, wordt in het lichaam opgeslagen als glycogeen oftewel reserve-energie, om als eerste te verbruiken als er niet direct glucose voorhanden is.

Fructose, ook wel ‘fruitsuiker’ genoemd, daarentegen doet helemaal niks met de bloedsuikerspiegel en vraagt dus ook geen insuline als het de bloedbaan in komt. Daarom ook wordt fructose makkelijk gebruikt om koekjes e.d. mee te zoeten voor mensen met diabetes. Fructose is echter veel minder onschuldig dan het lijkt. Als deze suiker in de bloedbaan terecht komt, gaat ze integraal naar de lever. Daar wordt ze gemetaboliseerd op een gelijkaardige manier als … alcohol. Jawel, net zoals alcohol toxisch is voor de lever, is fructose dat ook. Steeds meer horen we in de medische wereld over ‘non alcoholic fatty liver disease’, vrij vertaald: ‘niet door alcohol ontstane vervette lever’.

Dik, dikker, dikst

Fructose wordt in het lichaam in eerste instantie helemaal omgezet in vet. Vet in de lever en visceraal vet, ’t is te zeggen, vet rondom de organen. Net zoals we bij mannen de bierbuik kennen, kennen we nu al bij heel wat kinderen de frisdrankbuik. Erger nog, het begint tegenwoordig al bij baby’s, want mama’s die te veel fructose gebruiken (uit o.a. frisdranken) geven dat voor een deel al door aan hun ongeboren kind.

Sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw zijn we met z’n allen steeds minder vet gaan eten. De bedoeling was om daarmee het aantal hart- en vaatziekten te doen dalen. Wel, we eten minder vet … maar we blijven sterven aan hart- en vaatziekten, dat is nog steeds doodsoorzaak nummer één in westerse landen.

We zijn echter véél meer suiker gaan eten. Voor 1900 gebruikten we gemiddeld ca. 2 kg suiker per jaar. Je begrijpt dat suiker toen enkel gebruikt werd voor die uitzonderlijke zoete lekkernij. Op vandaag gebruiken wij gemiddeld zo’n 60 kg suiker per persoon per jaar. En de helft daarvan is fructose, en dus na vertering en metabolisering uiteindelijk gewoon … vet! Als je het zo bekijkt, is ons huidige dieet helemaal niet vetarm, maar juist vetrijk te noemen. Daar halen wij dus onze obesitas en onze hart- en vaatziekten vandaan.

Eén van de grootste boosdoeners hierbij zijn de ‘gedronken suikers’ van frisdranken en fruitsappen. Die vullen immers je maag niet, en dus geven ze geen signaal dat je al voedsel binnenkreeg. Je kunt na een halve liter cola gewoon evenveel eten dan zonder die halve liter cola. (En hier nu toch even tussen haakjes dat light en zero soorten beslist niet gezonder zijn. Je kunt je lever vergiftigen met fructose, je kunt dat evenzeer met aspartaam en aanverwanten). Je drinkt als het ware gewoon vet. Wie elke dag één frisdrank of fruitsap drinkt, wint er elk jaar een paar kilo’s bij.

En de fructose uit fruit dan?

Inderdaad, fructose is de natuurlijke suiker uit fruit. Dr. Lustig vertelt hierover het volgende: ‘Als God de mensen een gif te eten geeft, geeft Hij er vanzelf het tegengif bij.’ De fructose in fruit, als hele vrucht, wel te verstaan, zit verpakt in massaal veel vezels. Die vezels zorgen er enerzijds voor dat we er veel minder van kunnen eten dan zonder die vezels. Je kunt wellicht hooguit twee appels na elkaar eten, maar je kunt er makkelijk tien drinken, in de vorm van appelsap. Anderzijds zorgen die vezels er ook voor dat er veel minder van de fructose opgenomen wordt. In de darm moet die fructose immers uit de vezels losgeweekt worden. Dat gebeurt niet helemaal efficiënt (en zeker al niet als wij niet grondig kauwen). De vezels met daarin nog heel wat fructose gaan door naar de dikke darm … waar ze als voedsel dienen voor … onze darmbacteriën. Iets wat voor ons ongezond zou kunnen zijn, houdt onze darmbacteriën (en dus ook onszelf) wel degelijk wél gezond.

De beste tip die ik in verband met fruit zou kunnen geven, luidt als volgt: ‘Eet het fruit, drink niet het sap ervan!’ Fruit eten houdt je gezond, fruit drinken helpt je in het graf.

Mocht je na het lezen van dit artikel meer willen weten, dan raad ik je aan de lezing van dr. Lustig zelf eens te bekijken op youtube: Sugar: The Bitter Truth.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Een nieuwe kijk op gezondheid

Onder deze titel wil ik vanaf januari 2020 vorming aan groepen aanbieden. Maar goed, misschien wil jij eerst wel eens weten wat ik bedoel met ‘Een nieuwe kijk op gezondheid’.

Wel … vandaag neem ik je mee op een trip doorheen een veranderend landschap van ziekte en gezondheid. De tijden veranderen, de ziektes veranderen, … en dus moeten ook de remedies mee veranderen, willen we gezondheid behouden of creëren.

Welvaart creëert nieuwe ziektes

Sinds het einde van de tweede wereldoorlog is de welvaart in de westerse landen fors de hoogte ingeschoten. En het dagelijks leven is in diezelfde mate veranderd. Wij kennen geen honger meer, we hebben comfortabele huizen, er bestaat een goed uitgebouwde ziektezorg … en ziektes die vroeger dodelijk waren, zijn ofwel uitgeroeid, ofwel heel sterk onder controle.

De beschikbaarheid van voldoende voedsel én een verbeterde hygiëne hebben gezorgd voor het stilletjes aan verdwijnen van heel wat infectieziektes. Moeders sterven minder in het kraambed omdat dokters hun handen wassen, goede voeding zorgt voor minder kindersterfte, en dus leven we globaal gezien langer.

De laatste 50 jaar zien we echter nieuwe ziektes ontstaan, ziektes die ik ‘leefstijlziektes’ zou willen noemen: obesitas (en dat zelfs al bij peuters!), diabetes type 2, hart- en vaatziekten, kanker, dementie in al zijn vormen, enz. Medicijnen lossen bij deze ziektes de problemen niet op. Ze onderdrukken alleen levenslang de symptomen … tot het lichaam echt niet meer kan, en het dan maar opgeeft, vaak na een lange lijdensweg.

Deze nieuwe ziektes dagen ons uit om een nieuwe kijk op gezondheid te ontwikkelen. Het wordt des te belangrijker om ons te gaan focussen op de oorzaken van deze ziektes. Als we kunnen achterhalen hoe deze ziektes ontstaan, dan kunnen we er pas écht iets aan gaan doen. En meer en meer artsen kijken inderdaad die kant uit. Allemaal komen ze op het spoor van de ‘leefstijlgeneeskunde’. Dan het gaat in wezen om ‘tevelen’ en ‘tekorten’: een te veel aan toxische stoffen en een tekort aan voedende stoffen, een te veel aan stress en een tekort aan echte ontspanning, een te veel aan zitten en een tekort aan beweging, …

Een nieuwe kijk op gezondheid … zal dus op je leefstijl moeten gaan focussen: Hoe kun je je lichaam (en dat van je naasten) geven wat het écht nodig heeft? En hoe kun je ‘detoxen’ van al die overload van ons moderne leven?

Niet alleen het lichaam, maar ook de geest

Tegelijk gaan we een stap verder, want in klassieke geneeskunde wordt nog altijd vooral het lichaam benaderd als ‘ziek en moet weer gezond worden’. Dat er ook een psyche bestaat, ja, dat hebben we al door … maar daarvoor moet je wel bij een heel bijzonder soort dokter langs: de psychiater! Dat lichaam en geest één zijn, dat heeft onze huidige klassieke medische wereld nog niet door.

Dat die ‘tekorten’ of ‘tevelen’ ook kunnen zorgen voor depressie en angststoornissen, voor ADHD of autisme, voor diep ongelukkig zijn en zelfs voor zelfmoordneigingen, … dat is nog geen gemeengoed.

Daarom moeten we ons bij de ‘nieuwe kijk op gezondheid’ niet alleen op het lichaam focussen, maar ook op de emoties, de gedachten en zelfs op het meest wezenlijke, nl. de zin van het leven.

Meer over deze vorming

Wil jij meer weten over deze vorming? Klik dan op deze link, en je komt op de juiste pagina op mijn website terecht. Daar lees je meer én je vindt er ook de praktische informatie om deze vorming voor jouw groep aan te vragen.

Ben jij een individu en je wilt er graag meer over weten, stuur dan een mailtje naar hilde@gezondheid-wijzer.com. Ik hou je op de hoogte van de data waarop ik zelf deze vorming aanbied.

Zingen helpt écht tegen stress!

Diep van binnen wist ik het al. Eigenlijk had ik het al zovele keren zelf ervaren en het ook bij anderen zien gebeuren. En nu las ik het laatst in een artikel: ‘Zingen helpt écht tegen stress!’

Het begint al met je hartslag en met je ademhaling. Je ademhaling wordt bij het zingen dieper en meer gecontroleerd, en ook je hartslag past zich aan. Er komt een zekere rust over je, en die is voelbaar tot in je meest vitale functies. Als je zingt, lijken je ademhaling en je hartslag op die van iemand die aan yoga doet.

Maar er is meer. Terwijl je zingt, vallen je gedachten stil. Meer dan eens mocht ik dat horen van de mensen die bij mij komen zingen. ‘Hé, wat ontspannend,’ zeiden ze dan, ‘ik heb weer een heel uur lang aan niets anders gedacht!’ Dit ‘focussen op één ding tegelijk’ jaagt stress gewoon de deur uit. Als we dat konden bij alles wat we deden, dan bestond stress gewoon niet meer.

En het gaat nog verder. Zingen beïnvloedt onze immuniteit. Ons zelfgenezend vermogen krijgt een boost. Zingen maakt je dus niet alleen weerbaarder tegen stress, maar tegen ziekte in het algemeen. We maken meer hormonen aan die ons beschermen tegen stress, ons verdedigingssysteem tegen ziektekiemen staat sterker en het zingen zelf ontspant ons, waardoor alles ook nog eens beter werkt. Winst op alle vlakken, dus …

Alleen … veel mensen durven niet zo goed zingen. Ooit, wellicht, hebben ze gehoord dat ze beter hun mond zouden houden, want …

En dan klinkt het alsof zingen alleen mag en kan door hoog getalenteerden, zij die in TV-programma’s als The Voice hoge toppen scoren. Wel, niets is minder waar. Zingen onder de douche mag. Meezingen met de radio mag ook, zelfs als jouw stem iets minder zuiver klinkt dat die van je grote voorbeeld. Zingen in je eentje, zingen in een band of in een koor, zingen voor jezelf, zingen voor publiek, … het mag allemaal!

En weet je, met zingen neem je ruimte in. Je laat jezelf zien, je laat jezelf horen. Je gaat als vanzelf meer in je eigen kracht staan, je gaat steviger in het leven staan. Als je samen met anderen zingt, ontstaat samenhorigheid. Je staat niet langer alleen, je hoort erbij. En ook dit alles gaat stress tegen en bevordert je gezondheid.

Begrijp je nu waarom ik als Consulent Natuurlijke Gezondheid vasthoud aan het wekelijkse zanguurtje op maandagavond? Wil je daar meer over lezen, klik dan op deze link. Je verneemt er meer over hoe ‘Zing je vrij! – Zingen tegen stress’ in z’n werk gaat. En voor wie graag even wil proberen: op de eerste maandag van oktober gaan we weer van start, en jij bent dan van harte welkom voor een gratis try-out.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Je body heeft altijd het beste met je voor!

Straffe uitspraak, is het niet?!?
Je body heeft altijd het beste met je voor, … ook als je verkouden bent of griep hebt. En ook als je van de pijn haast niet meer bewegen kunt. En zelfs als je diabetes hebt of kanker of hartproblemen of …

En toch is het waar. Op elk moment in je leven maakt je lichaam er in de gegeven omstandigheden het beste van. Maar om je dat te laten snappen, moet ik eerst even wat omwegen met je maken.

Wat een symptoom je vertellen wil

Wij zien een symptoom bijna als vanzelf als een lastig kwaad waar we het liefst zo vlug mogelijk van af willen. Hebben we pijn, dan nemen we een pijnstiller. Hebben we koorts, dan slikken we een koortswerend middel. Hebben we last van een ontsteking hier of daar, dan grijpen we al vlug naar een ontstekingsremmer. En ga zo maar door, elk medicijn probeert een klacht zo vlug mogelijk weg te werken, zodat wij verder kunnen …

… zodat wij verder kunnen op dezelfde manier als we altijd al deden. En juist daar zit het wellicht fout. Een paar kleine voorbeelden:

  • Ik krijg hoofdpijn. In plaats van een pijnstiller te slikken, vraag ik me eerst even af waar die hoofdpijn vandaan kwam. Stootte ik mijn hoofd en geeft dat nu pijn? Heb ik te veel stress, en dus last van spanningshoofdpijn? At ik iets wat niet goed verteerde, en geeft die maaglast nu ook nog hoofdpijn? Of ben ik gewoon moe, en moet ik eigenlijk gaan slapen? In het slechtste geval is er echt iets mis met mijn hoofd en consulteer ik beter zo vlug mogelijk een arts.
  • Ik heb de laatste tijd toch zoveel last om in beweging te komen. Ik voel me stram en stijf en ik heb vaak pijn in mijn gewrichten. In plaats van ineens ontstekingsremmers te nemen, doe ik eenzelfde zoektocht. Eet ik voldoende gezond? Krijg ik voldoende rust? Heeft de stramheid te maken met een gebrek aan lichaamsbeweging? Of beweeg ik juist heel vaak te veel en is er sprake van overbelasting? Ik ga nog een stapje verder in mijn bedenkingen: Loop ik me niet te pletter om onrealistische dromen na te jagen? Of ben ik eerder te vaak en te veel in de weer om het anderen naar hun zin te maken?
  • Een laatste voorbeeld: ik kwam laatst van de dokter en kreeg het verdict ‘ouderdomsdiabetes’. En ook hier wil ik graag wat dieper kijken en snappen wat er aan de hand is. At ik de laatste tijd minder gezond, meer suiker en meer koolhydraten? Had ik teveel stress, waardoor mijn lichaam te vaak en te veel in een staat van paraatheid verkeert en dus ‘suiker’ in het bloed houdt zodat ik kan vechten of vluchten, mocht dat nodig zijn? Of was ik misschien niet lief genoeg, niet zoet genoeg voor mezelf, en laat mijn lichaam mij dit op deze manier zien?

Op die manier kun je je bij elk symptoom gaan afvragen waar het vandaan komt en wat voor jou de betekenis is van die klacht. Immers, wat er ook met je gebeurt, alles heeft jou iets te vertellen. Het is je zelfgenezend vermogen dat van zich laat horen. Omwille van je gezondheid op langere termijn zou ik je willen uitnodigen om aan dat zelfgenezend vermogen ‘gehoorzaam’ te worden. Let wel, hiermee bedoel ik niet de ‘platte gehoorzaamheid’ van ‘jij doet wat ik zeg omdat ik het zeg’. Nee, ik zou je willen uitnodigen tot echte gehoorzaamheid: horen naar wat je lichaam jou wil vertellen en daar dan ook naar handelen.

Over symptomen onderdrukken

En nu een tweede omweg: Laten we het even hebben over wat er gebeurt als je een symptoom gaat onderdrukken. Eerst geef ik je een paar simpele voorbeelden die wat duidelijk kunnen maken.

  • Ik heb diarree, en niet zo’n klein beetje. Nee, op deze manier kan ik niet uit werken gaan … en dus neem ik een middeltje tegen de diarree. Wat ik echter niet besef, is dat mijn darmen geprikkeld werden door een bacterie of een giftige stof die mijn lichaam het liefste zo vlug mogelijk kwijt wilde raken. Vandaar ook die diarree: floep, eruit, weg ermee! Met mijn stopmiddel zeg ik aan mijn lichaam: nee, nee, niet weg ermee, blijf jij maar lekker zitten!!! En mijn lichaam, die het beste met mij voorhad, krijgt het harder te verduren. De bacterie of de gifstof moet met nu grover geschut te lijf gegaan worden.
  • Ik heb koorts, zou terug het bed in moeten, maar ik wil niet. Ik wil toch nog van alles doen. En ik neem een koortswerend middel. En dus stop ik de natuurlijke reactie van mijn lichaam om ziektekiemen te lijf te gaan. Want ziektekiemen kunnen geen warmte verdragen en gaan al kapot bij een ‘lichte’ koorts, zo tussen de 38° en 39,5°. Als ik de koorts had laten doen, dan was ik eventjes ‘ziek’ geweest, maar voelde ik me daarna weer kiplekker. Nu blijft dat landerige gevoel maar hangen. Ik geraak er precies niet meer helemaal bovenop.

Dat zijn de simpele voorbeelden. En zo zou ik er nog wel een paar kunnen toelichten: verkoudheid, een zweer of een plaatselijke ontsteking, alle kinderziektes, …

Hetzelfde geldt echter ook bij zwaardere ziektes, of bij ziektes die zo lang blijven aanslepen dat je ze chronisch kunt noemen. Vaak zijn zij het gevolg van het altijd maar onderdrukken van die ‘kleinere symptomen’. Als ik in het kleine niet leer te gehoorzamen aan wat mijn lichaam van mij vraagt, gaat het van kwaad naar erger, … tot mijn lichaam niet anders meer kan dan mij chronische vermoeidheid of een hart- en vaatziekte of een hersen- en zenuwziekte of een kanker als symptoom te geven. En ja, ook dan is dat het allerbeste wat mijn lichaam nog voor mij kan doen. En nog steeds hoopt mijn lichaam dan dat ik ga luisteren naar wat het mij te vertellen heeft, nog steeds hoopt mijn lichaam dat ik ‘gehoorzaam’ word.

Als ik echter alle symptomen, alle klachten die mijn lichaam geeft alleen maar blijf onderdrukken – en het maakt geen verschil of dat gebeurt met medicijnen of met natuurlijke middelen – dan kan mijn lichaam niet anders dan alleen maar zieker worden … tot uiteindelijk de dood daarop volgt.

Leer je lichaam te ondersteunen

Hoe je dan beter met ‘ziek zijn’ omgaat, ontdek je vanzelf als je gaat luisteren naar wat je lichaam je te vertellen heeft. Ga ervan uit dat elk symptoom een signaal is van je zelfgenezend vermogen. Met elke klacht wil je lichaam je op het spoor brengen van wat werkelijk goed voor je is. Soms is dat wat meer rust, soms ook wat meer beweging, en dan liefst in gezonde buitenlucht. Soms is dat wat minder eten, soms wat meer, en vaak wellicht ‘anders leren eten’. En soms vraagt je lichaam van jou dat je anders in het leven gaat staan: loslaten van dingen die te veel spanning geven, een job of een relatie laten vallen omdat ze je ziek maken, een manier van omgaan met jezelf of met anderen veranderen, zodat de energie weer kan gaan stromen.

In wezen is het makkelijk. Ik zei het al: leer luisteren naar wat je lichaam je te vertellen heeft, en wees dan gehoorzaam. Echter, in kleine en vaak acute ziektes is dat behoorlijk eenvoudig. In chronische, gecompliceerde ziektes is het vaak moeilijker te achterhalen wat je lichaam je nu weer wil vertellen. Je moet dan als het ware verschillende laagjes afpellen en stapje voor stapje in de goede richting proberen te evolueren. En daarbij kan het nodig zijn iemand met je mee te laten kijken. Een Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg, bijvoorbeeld …


Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

%d bloggers liken dit: