’t Is volop lente, de zomer en het mooie weer komen eraan … en daarmee voor velen wellicht vroeg of laat ook vakantie. Een deel van de pret, zo voel ik dat zelf, is het plannen van die vakantie: ‘Wat wil ik dit jaar weer allemaal doen en waarnaar wil ik deze keer graag op reis.’ En elk jaar weer is het verlanglijstje van wat ik in die vakantie allemaal wil doen groter – véééééél groter – dan ik aankan.
En juist dat is nu de kunst, zo zie ik bij mezelf en bij anderen: je vakantie zo plannen dat er ‘vrije tijd’ ontstaat, lees maar ‘leegte’. Dat is trouwens wat het woord vakantie ook betekent: van het Latijnse woord ‘vacare’, vrij maken, en met als imperatief ‘vaca’ of ‘wees vrij’. Daar loopt het bij velen fout – mezelf incluis, als ik niet oplet: we plannen onze vakantie van de eerste tot de laatste dag helemaal vol. Niks leegte, niks vrije tijd.
Met dit schrijven wil ik je uitnodigen om je vakantie dit jaar eens anders te plannen. Creëer bewust lege momenten in je vakantie, want zo creëer je echte vrije tijd. Het is meer dan logisch dat je, in de volle rush van de dagelijkse routine niet kunt inschatten waar je in je vakantie het meeste deugd van zult hebben. Dat ontdek je pas als er ruimte ontstaat. In de leegte van het niet meer moeten, ontdek je pas hoe moe je bent, hoe sterk je onder stress hebt gestaan en hoe de druk van het dagelijks bestaan je in zijn greep heeft. Vakantie is nu net de tijd om je daarvan bewust te worden en om je er even helemaal uit terug te trekken. En dat kan natuurlijk alleen maar als je minstens een deel van die vakantie ook echt leeg laat.
Ik merk het wel vaker als mensen over hun vakantie vertellen. Ze hebben dan een grote reis gemaakt en heel veel dingen gedaan en aan de buitenkant lijkt het een fantastische tijd te zijn geweest: een mooi land, lekker eten, heel veel mooie dingen gezien … maar ze komen moe of zelfs uitgeput van hun vakantie terug. En dan denk ik: dit was geen vakantie, dit was alleen maar andere drukte dan gewoonlijk.
Wil je vakantie echt deugddoend zijn, en verfrissend en herbronning brengen, dat moet er in je vakantie leegte mee ingepland zijn. Niet elke dag van je vakantie mag vooraf gepland worden, en niet elk moment van een geplande vakantiedag mag helemaal ingevuld zijn. Er moet ruimte overblijven … om te niksen, om te lummelen en luieren, of om op het moment zelf in te gaan op wat jij op dat moment verlangt.
Zelf doe ik dat zo:
Ik voorzie toch echt wel wat tijd om allerlei klussen in huis te doen. Daar plan ik halve dagen mee vol. Uit ervaring weet ik dat ik die klussen ‘lichter’ inschat dan ze in werkelijkheid zijn. Door maar halve dagen te plannen, is er toch voldoende tijd, zonder tot het uiterste te hoeven gaan.
Ook eventuele contacten met familie of vrienden worden als ‘klussen’ ingepland.
Ik plan in die ‘werktijd’ ook bewust ‘vrije dagen’ in. Vandaag geen klussen, vandaag geen verplichtingen, vandaag echte me-time.
Als ik dan op vakantie vertrek, ben ik al behoorlijk goed op weg naar echte ontspanning. Ik heb het werk al zo goed als helemaal achter me kunnen laten, en dat maakt dat mijn vakantiereis voelt als ‘offline’.
Ook op reis plan ik bewust ‘vrije dagen’ in. Ik wandel heel erg graag, en dat zijn best lange en pittige wandelingen, en omwille van de fysieke inspanning daarvan, hou ik een ritme aan van twee dagen wandelen (of een andere actieve invulling van zo’n dag) en één dag vrij.
Het grote voordeel van een vakantie waarin echte ‘vrije tijd’ mee is ingepland, is dat je ruimte creëert waarin je weer echt bij jezelf kunt thuiskomen. Er ontstaat een vacuüm waarin je diep kunt voelen waar het leven jou toe roept. En juist daar wil ik het over hebben in een volgende blog, over hoe ‘vrije tijd’ ruimte creëert om te ontdekken waar het leven je vervolgens toe roept.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Hé, hier ben ik weer … Jij kent mij als die brok voedsel die je at. Maar die ben ik al lang niet meer.
Ik ben ondertussen uiteengevallen tot een papje.
Het voedzame deel is door je darmwand heen bij je binnen gegaan.
En wat jij niet kan gebruiken gaat gewoon verder, richting exit.
En dat is waar ik je vandaag mee naartoe neem …
Wat er gebeurt in de dunne darm?
In een vorig schrijven vertelde ik je al hoe die voedselbrok die je at helemaal uiteen gehaald wordt, tot de deeltjes zo klein zijn dat ze door de darmwand heen je bloedbaan in kunnen. Wat na de opname van wat jij kunt gebruiken overblijft, is afval. ’t Is te zeggen, dat zijn onverteerbare vezels uit je voeding, maar ook brokken die niet goed gekauwd werden en daardoor te groot gebleven zijn en niet opgenomen kunnen worden. Die schuiven verder je darm door. Tegelijk komt uit uit je lichaam doorheen de darmwand ook afval in de overgebleven brij terecht. Alles wat jij niet nodig hebt, schuift langzaam richting uitgang.
Moet ik je nog vertellen hoe belangrijk een gezonde dunne darm is, als het gaat over jouw gezondheid? Daar moet exact door naar binnen kunnen wat moet, niet minder maar ook niet meer, en daar moet ook door naar buiten kunnen wat jou niet langer dient. Eén van de problemen van de dunne darm is de ‘leaky gut’ of de ‘lekkende darm’. Dat betekent dat je darmwand beschadigd raakte, en er door de darmwand heen te grote brokken naar binnen kunnen. Daar reageert je immuunsysteem dan weer op, waardoor jij je constant moe of altijd wel wat ziekjes gaat voelen. Je lichaam staat voortdurend in een staat van paraatheid om jou te verdedigen, en dat kost handenvol energie.
Wil je je darm gezond houden, begin dan alvast met het eten van onbewerkt en liefst ook biologisch voedsel. Vermijd alles wat toxische stoffen bevat. Toxische stoffen maken beetje bij beetje je lichaam kapot. Ook suiker (en alles wat suiker bevat) is een echte boosdoener, want ook suiker doet van alles in je lichaam ontsteken. Heb je ondertussen zwaardere darmlast of last van voortdurende vermoeidheid of het altijd maar weer ziek worden en je slapjes voelen, dan roep je best de hulp van een gezondheidsprofessional in.
En eindelijk ben ik toe aan het laatste stukje van de reis. Ik kom in je dikke darm terecht, en daar moeien zich massa’s bacteriën met brij die ik ondertussen ben. Die bacteriën snoepen van al wat er nu nog overblijft. Ze fermenteren vezels en restanten van voedsel, daar leven zij van.
En al doende maken ze zelfs nog nuttige stofjes voor ons aan.
En ja, zij zijn het ook die zorgen voor gassen die krampen kunnen geven.
Maar dat laatste is vooral afhankelijk van wat jij ze te eten geeft!
Wat er gebeurt in de dikke darm?
In de dikke darm leven miljarden darmbacteriën. Wist je dat er meer bacteriën in je darm leven dat jij cellen in je lichaam hebt? En wist je dat die darmbacteriën mee onze gezondheid bepalen? Er zijn immers gezond makende bacteriën en er zijn ziek makende bacteriën. Als wij het juiste voedsel eten en er vooral veel gezond makende bacteriën in onze darmen wonen, dan houden zij de ziek makende bacteriën onder controle. Die krijgen dan maar weinig kans om te woekeren en al zeker niet om ons ziek te maken.
Diarree
Eén van de dingen die in je dikke darm gebeurt, is dat het overtollige vocht opnieuw in het lichaam opgenomen wordt. Als nu te veel toxische of andere ziekmakende stoffen zich in de brij bevinden, dan weigert je lichaam dat te vervuilde vocht. Dan zegt je lichaam: ‘Weg met die troep!’, en het stuurt het afval zo vlug mogelijk richting uitgang. Gevolg is dan een meer of minder spetterende diarree. Eigenlijk zou je dus blij moeten zijn met diarree. Het is het gevolg van een wijze beslissing van je lichaam. Als jij dan een pilletje neemt om de diarree te stoppen, dan zeg je eigenlijk: ‘Nee, die troep mag niet naar buiten, die moet binnen blijven.’ Heb je langer dan drie dagen diarree of bevindt er zich ook bloed in de diarree, dan moet je wel naar je dokter toe. Heb je maar kortdurend last van diarree, eet dan vooral wat minder en drink voldoende water.
Constipatie
Een groter probleem voor je lichaam is de neiging tot constipatie. Je stoelgang blijft dan zolang in je dikke darm zitten, dat er vanzelf toxische stoffen weer je lichaam binnenkomen. Het beste is het als je dagelijks stoelgang kunt maken. Sla je eens een dagje over, dan is dat nog geen probleem. Als het echter dagen duurt eer je stoelgang maakt, dan is dat niet helemaal oké. Voor een vlotte stoelgang zijn paar zaken van belang:
Eet voldoende vezels, uit groenten, fruit, volkoren brood, …
Drink voldoende, want vezels vullen zich met vocht en dat maakt dat ze goede stoelgang vormen.
Eet ook altijd een beetje vet, want vet zorgt ervoor dat de zaken schuiven.
Vermijd al te veel stress, en zorg voor voldoende rust en tijd om stoelgang te kunnen maken.
Zorg voor voldoende beweging. Immers, als je lichaam beweegt, is dat een soort massage voor je darmen. En die massage helpt je stoelgang vooruit.
Krampen en winderigheid
We hadden het al over de darmbacteriën. Zij fermenteren wat overblijft als de voedselbrij in de dikke darm terecht komt. En fermentatie geeft als bijproduct gasvorming. Denk maar aan druivensap dat gist tot wijn, of aan brood die onder invloed van gist luchtiger wordt. Als goede darmbacteriën onder invloed van het juiste voedsel aan het werk gaan, dan valt het met die gasvorming nogal mee. Maar als in de brij brokken voedsel overblijven, dan gaat het fout. Een teveel aan suikers – suiker dus, maar ook zetmeel – gaat gisten. Dat geeft winderigheid zonder opvallende geur. Een teveel aan onverteerde eiwitten – vlees dat niet goed gekauwd werd, bijvoorbeeld – geeft rotting en dat stinkt!
En dan zijn er bepaalde voedingsmiddelen die, afhankelijk van de staat van je darmen, meer gasvorming geven dan andere. Dan is het kwestie van zelf te ontdekken welke voedingsmiddelen je last geven, en die wat te vermijden of maar met kleine hoeveelheden te eten.
Ontsteking in de darmen
Waar we tegenwoordig steeds meer van horen, is van mensen die last krijgen van heuse ontstekingen in de darmen. Als de dunne darm ontsteekt, dan heet dat enteritis. Als die ontsteking chronisch wordt, dan spreken we van de ziekte van Crohn. Dat is een groot probleem, want het zorgt ervoor dat voeding niet efficiënt opgenomen kan worden en afval onvoldoende uitgescheiden. Mensen met de ziekte van Crohn raken gaandeweg meer en meer ondervoed.
En dan heb je ook de ontsteking van de dikke darm, colitis genoemd. Colitis ulcerosa is een ontsteking van de dikke darm waarbij binnenin zweren ontstaan. En die kunnen ervoor zorgen dat de dikke darm gaat bloeden. Zoek je met deze klachten hulp bij een arts, dan krijg je wellicht ontstekingsremmers voorgeschreven. Dat maakt dat de symptomen minder erg worden, maar de kwaal wordt er helaas niet echt mee aangepakt. Beter zou het zijn om je voeding in die mate aan te passen dat ontstekingen geen kans meer krijgen.
Hé, jij, ik hoop dat ik je in mijn reis doorheen je lichaam wat heb kunnen leren. Als jij je best doet om goed te eten, dat is rustig en met goed kauwen en die dingen die gezond voor je zijn, dan vermijd je heel wat klachten. Ik hoop dus dat jij aan mij wil denken, elke keer je voedsel tot je neemt. En bezorg ik je last, weet dan dat ik je geen kwaad wil doen.
Ik wil alleen maar aangeven dat jij wat meer aandacht aan jezelf en aan je voeding zou moeten besteden. Het ga je goed, jij die mij eet.
Ik doe mijn best om jou gezond te houden.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Hé, ken je me nog? Ik ben die brok voedsel van vorige keer.
En op dit moment bevind ik mij in je maag.
Ik ben met erg zure sappen doorkneed en daardoor echt al wat kleiner geworden. En nu ben ik klaar om de reis verder te zetten.
Beetje bij beetje kom ik in je duodenum, je twaalfvingerige darm terecht.
Het duodenum, de spijsverteringsfabriek
Inderdaad, beetje bij beetje komt telkens een zure brok voedsel uit je maag in het duodenum of de twaalfvingerige darm terecht. Wat daar gebeurt is niet minder dan een wonder. Eerst en vooral wordt het zoutzuur in het voedsel geneutraliseerd, en dat is maar goed ook, want anders zouden er al gauw gaten branden in onze darmen. Vervolgens komt er gal uit de lever bij die brij. De gal emulgeert de vetdruppels in het voedsel tot kleinere vetbolletjes. Want je weet – of je weet het misschien nog niet – : hoe kleiner de voedselbrokken in het duodenum, hoe makkelijker het voedsel ook echt verteerd kan worden.
Want dat is wat nu helemaal hoort te gebeuren: het voedsel moet verteren tot de kleinst mogelijke deeltjes. Koolhydraten moeten gesplitst worden tot afzonderlijke suikers: glucose, fructose en galactose (wat het kleinste deeltje is uit lactose of melksuiker). Eiwitten moeten afbreken tot diverse aminozuren. Vetten worden verteert tot afzonderlijke vetzuren. Die afbraak van voedsel tot de kleinst mogelijke deeltjes is noodzakelijk, want alleen die kleinst mogelijke deeltjes kunnen door de darmwand heen in onze bloedbaan komen. Alles wat niet zo klein kan worden, gaat rechtstreeks door en komt in de afvalverwerking terecht.
Om dat hele proces te laten gebeuren, komen vanuit de pancreas verschillende spijsverteringssappen de twaalfvingerige darm in. Je kunt wat daar in die twaalfvingerige darm gebeurt het best vergelijken met een fabriek die chemische stoffen met elkaar verbindt. Ieder stofje moet op exact het goede moment en in exact de juiste hoeveelheid toegevoegd worden. En in de juiste omstandigheden, gebeurt dat ook. Eén van de grote boosdoeners echter, die de juiste omstandigheden kan verstoren, is stress. Als we stress hebben, dan denkt ons lichaam dat we in levensgevaar zijn, en dan zet ons hele wezen alles op alles om te vechten of te vluchten. En dan is de spijsvertering wel de laatste van onze zorgen. De chemische fabriek gaat tijdelijk op slot. Alleen, als tijdelijk ‘chronisch’ wordt, dan gaat het goed fout. Dan verteert ons voedsel onvoldoende en kan er ook weinig voedsel opgenomen worden. We verhongeren dan als het ware, ook al eten we misschien best wel veel.
Ken je dat gevoel, dat je bij stress gaat hunkeren naar iets zoets? Dat komt omdat suiker maar heel weinig vertering nodig heeft. Suiker bestaat uit één molecule glucose en één molecule fructose. Er moet dus maar één keer geknipt worden, en suiker is klaar om opgenomen te worden. En dan is glucose ook nog eens de energiebron die we nodig hebben om te kunnen vechten of vluchten. En dus verlangen we in tijden van stress meer naar zoet. Alleen, wij vechten of vluchten niet, want de stress die wij ervaren vraagt juist vaak dat we niet reageren. Er komt dus veel suiker in ons bloed binnen, die niet verbruikt wordt … en dus maar opgeslagen wordt als vet. Ja, stress maakt dik!
Hé, jij, als je mij nu zou zien, je zou mij niet meer herkennen. Ik ben ondertussen als kleinste voedingsdeeltje door je darmwand heen gegaan. En nu zwem ik in je bloed, richting je lever.
En je lever, dat is pas een fabriek, daar gebeurt van alles.
Ik passeer een zuiveringsinstallatie zodat er geen ziektekiemen mee naar binnen kunnen. En dan worden verschillende onderdeeltjes omgebouwd tot voor je lichaam bruikbare elementen: glucose om je energie te geven, aminozuren en eiwitten om je lichaam op te bouwen, vetten voor opbouw of als reserve-energie. Wat gebruikt kan worden gaat met de bloedbaan mee, de rest wordt opgeslagen voor later gebruik. En wat niet meer kan dienen gaat weer de darm in voor afvalverwerking. Die lever, die is echt van levensbelang. Daar wil je goed zorg voor dragen, geloof me maar.
Zorg dragen voor je lever
Zoals gezegd, je lever, dat is een heel belangrijk orgaan. Je lever moet echt massaal veel werk verzetten om je hele lichaam gezond te houden. Ik noem maar een paar van de taken van je lever:
Bloed, verzadigd met voedsel uit je darm, zuiveren.
Daar uithalen wat bruikbaar is en bewerken waar nodig.
Toxische stoffen tegenhouden en weer uitscheiden.
Alles in de juiste mate doorsturen naar de rest van je lichaam.
Wat nu niet nodig is opslaan voor als het wel nodig is.
Alle bloed uit je lichaam zuiveren, iedere keer als dat bloed je lever passeert.
Alle afval – resten van energieverbranding, toxische stoffen, afbraak van kapotte cellen – in recyclage nemen of weer richting je darm sturen.
Een lever die niet goed werkt, raakt makkelijk overbelast. Jij voelt je dan niet lekker. Je hebt weinig energie en al helemaal geen zin om te eten. Je kunt je wat flauw gaan voelen, wat misselijk ook. Het beste wat je dan kunt doen, is je lever een handje helpen om er weer doorheen te raken. Ken je het spreekwoord: ‘Bitter in de mond maakt het hart gezond’? Wel, het spreekwoord is niet helemaal juist. Het had beter geklonken als: ‘Bitter in de mond maakt de lever gezond’. Bitterstoffen helpen je lever bij het uitvoeren van de vele taken.
Absolute boosdoeners zijn dan alcohol en suiker. Alcohol belast de lever in hoge mate, en dit niet alleen als je zoveel dronk dat je er een kater aan overhield. Die kater is trouwens een signaal dat je lever jouw drinkgelag niet op tijd ontgift kon krijgen. Een deel van de toxiciteit van de alcohol vergiftigt dan je hersenen, met koppijn als gevolg. Minder gekend, maar even ernstig, is de ‘non alcoholic liver disease’ (NALD). Dat komt omdat fructose (die andere helft uit suiker) even toxisch voor je lever is als alcohol. Je lever moet heel veel moeite doen om fructose om te zetten in iets bruikbaars, en net zoals bij alcohol: te veel is te veel. Wil je dus je lever sparen, wees dan matig met zowel alcohol als met suiker (en suikerhoudend voedsel).
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Hé, zie je mij? Ik ben een lekker brokje en ik lig net voor jou, … op je bord. Jij ziet mij, je ruikt mij en het water loopt je al in de mond. Je proeft al van tevoren hoe lekker ik zal smaken en hoe ik je buikje zal vullen tot jij voldaan bent. Ja, ik ben dat wat jij zult eten, en ik neem je mee op mijn reis door jouw lichaam heen. Ik neem je mee … van mond tot kont!
Over wat gebeurt voor wij gaan eten
Veel mensen hebben tegenwoordig last van de spijsvertering: zure oprispingen, krampen in de darmen, winderigheid, diarree of juist constipatie. Daarom vertel ik je het verhaal van wat er met ons voedsel gebeurt op die reis doorheen ons lichaam. Samen met dat lekker brokje vertel ik je wat je kunt doen om je spijsvertering te verbeteren en dus ook om een aantal klachten te vermijden. En die reis van dat voedsel, die begint al voordat jij ook maar één enkele hap in je mond steekt.
Als je zelf kookt, dan zie je het voedsel dat je zult eten. Je raakt het aan, je maakt het klaar, je ruikt hoe het lekker gaar wordt. Je dekt de tafel, het huis vult zich met fijne geuren en je lichaam weet: hier komt lekkers aan. Nu al, nog voordat je ook maar één hap hebt geproefd, maakt je lichaam zich klaar om dat lekkers te verteren. Het klaarmaken van je voedsel zorgt voor een hongergevoel. Je voelt het in je maag en ook in je mond. Speeksel en andere spijsverteringssappen beginnen te stromen. Je weet dat er voedsel aankomt en je begint ernaar te verlangen. En dat alles is een belangrijke eerste stap in de spijsvertering.
In hedendaagse huishoudens gaat het vaak anders: eten wordt kant en klaar gekocht en op vijf minuten tijd opgewarmd in de microgolfoven. Het plastic velletje wordt van de maaltijd gehaald en dan eten we maar uit dat plastic bakje waarin we het eten hebben opgewarmd. Ons lichaam krijgt amper de tijd om zich voor te bereiden op de maaltijd: we zien het voedsel niet, we hebben het niet in de handen om het klaar te maken, we ruiken het nauwelijks. Kan het ons dan verwonderen dat het verteren van ons voedsel al van bij het begin van de reis fout gaat?
Hé, jij, dankjewel dat je tijd nam om mij te bereiden. Dat is fijn voor mij en dat is goed voor jou. En als je mij dan proeft en langzaam kauwt, dan geef ik jou met mijn rijke smaak veel voldoening. En nee, je doet mij geen pijn door goed te kauwen. Alleen op die manier kan ik voor jou doen wat nodig is, namelijk: jou voeden!
Over kauwen, kauwen en nogmaals kauwen
Een tweede stap in een goede spijsvertering is het grondig kauwen van ons voedsel. Want, daar in die mond, daar gebeurt al heel wat. Door het voedsel klein te kauwen, zorgen we ervoor dat de spijsverteringssappen die voor de vertering van het voedsel zullen zorgen veel intenser met dat voedsel in contact kunnen komen. Hoe kleiner het voedsel versneden is, hoe makkelijker de brij met spijsverteringssappen doordrongen kan worden en hoe makkelijker het voedsel dus ook verteert.
En weet je, die vertering begint eigenlijk al in de mond. Het speeksel bevat enzymen die het zetmeel in vb. brood al beginnen los te maken in kleinere stukjes. Dat kan je eigenlijk zelfs al een beetje proeven. Als je op een stukje brood heel lang blijft kauwen, dan ontstaat geleidelijk aan een iets zoetere smaak in je mond. Dat komt omdat de vertering van zetmeel tot glucose (suiker!) al begint in de mond, maar dat kan natuurlijk alleen maar als dat zetmeel voldoende in contact komt met de enzymen uit je speeksel.
Zie je hoe het ook hier fout kan gaan? In al onze haast vergeten wij om grondig te kauwen. Hoe wij eten lijkt vaak meer op: hap – knabbel – slik – hap – knabbel – slik – … Als wij zo haastig eten, dan moet het wel fout gaan. Te grote brokken gaan door naar de volgende stap, en dat geeft last op de verdere reis door ons lichaam heen. En daar komt nog iets bij kijken: als we te haastig eten, dan voelen we pas te laat dat we eigenlijk voldaan zijn. Onze hersenen kunnen immers pas na twintig minuten registreren dat we genoeg hebben. Eten we te haastig, dan eten vanzelf ook te veel, met vanzelfsprekend overgewicht tot gevolg.
Hé, jij … Ja, je ontdekt het al: eten vraagt tijd. Hap – knabbel, knabbel, knabbel, knabbel – slik – rust. En daarna hetzelfde opnieuw en opnieuw en opnieuw … tot je hersenen snappen dat jij voldaan bent. Dan voel jij je vol voordat je maag overvol zit. En dan blijft er voldoende plaats in je maag dat die mij kan kneden en met zure sappen doordringen. Belangrijk, weet je wel, want die zure sappen breken mij langzaam af tot kleine stukjes die jou kunnen voeden.
Over wat je maag doet in dit verhaal
Jij slikt het voedsel door en dan glijdt het door je slokdarm heen tot in je maag. Als alles goed gaat, kan het voedsel in je maag niet terug naar de slokdarm, want tussen die twee zit een sluitspier. Dat moet, want het zure sap in je maag is niet alleen in staat om je voedsel te verteren, maar kan – als het met je slokdarm in contact komt – ook die slokdarm aantasten. Dat voel jij dan als zure oprispingen en als een brandend gevoel. Het is alsof je spijsverteringssappen je eigen lichaam beginnen te verteren.
Deze klacht is vaak het gevolg van wat fout liep in de vorige stappen:
We waren er onvoldoende op voorbereid dat er eten aankwam, en de spijsverteringssappen waren nog niet paraat.
We aten veel te haastig en voelden niet dat we al voldaan waren. We aten te veel, eigenlijk tot onze maag overvol zat. Als nu de maag dat voedsel begint te kneden, dan blijkt de sluitspier tussen slokdarm en maag onvoldoende sterk om de druk die ontstaat door het kneden van die overvolle maag te weerstaan. Omdat de maag te vol zit, gaat de sluitspier af en toe weer een beetje open. En dan komt er maagzuur in de slokdarm terecht.
We kauwden onvoldoende en dat maakt dat de maag veel meer moeite moet doen om de te grote brokken te verteren. Het voedsel blijft langer in je maag en er is meer zuur nodig. En opnieuw kan dat last geven, zeker als we dan op eind van de maaltijd iets zoets gebruiken. Dat zoet verteert veel vlugger en gaat gisten. Dat geeft opboeren, vaak weer van zure verteringssappen, tot gevolg.
Langzaam eten en goed kauwen kan dus zure oprispingen vermijden. Heb je onvoldoende tijd om te eten, eet dan liever niet. Wacht tot je in alle rust kunt genieten van een gezonde maaltijd. En zorg er misschien ook voor dat je na de maaltijd nog even in rust kunt blijven. Het zal het verdere verloop van de reis van je voedsel alleen maar beter en vruchtbaarder maken.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Ik was laatst op een congres, een congres over gezondheid, en meer in het bijzonder over de intelligentie van de natuur daarin. Boeiend, zeker voor iemand als ikzelf. En, weet je, één quote die ik toen hoorde, blijft maar hameren in mijn hoofd:
“Ik wil graag zo jong mogelijk sterven
op een zo hoog mogelijke leeftijd.”
Koen Kas, de spreker van dat moment, vertelde over mensen die leven in de Blue Zones, vijf gebieden op de wereld waar men tot op hoge leeftijd gezond blijft. Er leven op die plekken gemiddeld meer honderdjarigen dan elders in de wereld, en deze honderdjarigen zijn zijn gezonder en vitaler dan veel zestigers bij ons. Daar doelde onze spreker dus op: dat je op hoge leeftijd nog een lichaam mag hebben dat jong en gezond is, een lichaam dat geen last heeft van zovele ouderdomskwalen waar Westerse mensen wel last van hebben.
Want dat is wat ik in onze huidige tijd in overvloed zie: mensen die oud worden, ja, soms zelfs heel erg oud. Gezond zijn ze echter meestal niet. Al van op steeds jongere leeftijd zitten ze aan de medicatie – tegen hoge bloeddruk, tegen te dik bloed, tegen te veel bloedsuiker, tegen ontstekingen, tegen pijn, … Jammer genoeg wil dat zeggen dat mensen in onze huidige maatschappij steeds jonger chronisch ziek worden. Dankzij de medicatie worden de ziektesymptomen onderdrukt, waardoor mensen minder last van hun ziek zijn ervaren, maar ze blijven wel ziek. Waren ze dat niet, dan konden ze die medicatie gewoon weer stoppen.
En het is zelfs erger dan dat, want al die medicatie die niet geneest heeft ook bijwerkingen, die dan weer andere medicatie vragen om ook die klachten te onderdrukken. Vanaf dat eerste pilletje dat langdurig genomen wordt, ontstaat een kettingreactie van steeds nieuwe bijwerkingen op telkens weer bijgevoegde medicatie. En zo ontstaat een vicieuze cirkel van medicatie op medicatie op medicatie, en bij gevolg een vicieuze cirkel van steeds dieper ziek worden. In het Westen sterven de meeste mensen weliswaar op een hoge leeftijd, maar met een diep ziek lichaam. Daar spreken welvaartziekten als hart- en vaatziekten, kanker en dementie overduidelijk van.
Nu al wordt duidelijk dat we op iets langere termijn de zorg die we vandaag aan mensen bieden, niet kunnen blijven bieden. Dat merk ik op vele terreinen. Wil je een dokter consulteren, dan moet je tegenwoordig langer wachten dan vroeger. Dat is zeker zo in de gespecialiseerde zorg, maar zelfs bij een huisarts kun je niet altijd meer direct een afspraak maken. Erger wordt het als je een nieuwe huisarts of tandarts wil vinden. Vaak hebben deze artsen een patiëntenstop, nieuwe klanten geraken niet zomaar binnen.
En dan is er de zorg in ziekenhuizen, woonzorgcentra en instellingen voor mensen met beperkingen. Vroeger waren daar wachtlijsten omdat er plaats tekort was. Nu zijn daar wachtlijsten omdat er personeel te kort is. Te veel mensen verlaten de arbeidsmarkt en te weinig mensen vullen de open plaatsen in. En dat wordt er in de toekomst zeker niet beter op. Nu al zie je een ’tweeklassengeneeskunde’ ontstaan. Immers, waar een tekort is, spelen marktprincipes scherper mee, en dus zullen mensen die veel geld hebben een ver doorgedreven medische zorg kunnen blijven betalen. Mensen die het niet zo breed hebben, zullen vaker in de kou blijven staan.
Hebben wij een tekort aan dokters? Dat geloof ik eigenlijk niet. Ik denk dat wij onze hele gezondheidszorg moeten herzien tot een soort ’trappengezondheidzorg’, waarbij eerst aan leefstijl wordt gedacht en daarna aan natuurlijke manieren om te genezen en pas daarna – als al die andere dingen niet helpen – aan klassieke geneeskunde met dokters en medicijnen en medische apparatuur. Dat vraagt echter dat mensen zelf meer verantwoordelijkheid nemen voor hun gezondheid en dat ze hun leefstijl daartoe aanpassen.
De lessen uit de Blue Zones geven ons alvast een paar duidelijke handvaten om hiermee van start te gaan:
Kies voor gezonde en natuurlijke voeding.
Beweeg regelmatig, vermijd een zittend leven.
Zorg ervoor dat je iets zinvols te doen hebt, en dat je dus een doel hebt in het leven.
Verbind je met andere mensen, met de natuur, met het Goddelijke.
Elk van deze stappen zorgt op zijn eigen manier voor een betere gezondheid tot op hogere leeftijd. En als je dan de kwaaltjes die toch nog opduiken in de wortel aanpakt om ze te genezen, in plaats van enkel en alleen de symptomen te onderdrukken, dan ben je goed op weg op “zo jong mogelijk te sterven op een zo hoog mogelijke leeftijd”!
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Afgelopen week hadden we regen, sneeuw, felle windvlagen, kortom: guur weer. Februari is doorgaans de koudste wintermaand, en al vriest in februari het niet meer zo vaak als vroeger, toch snakken veel mensen naar de warmte van mooie lentedagen. Ik zie het bij de mensen die ik ontmoet en ik voel het bij mezelf: de winter heeft lang genoeg geduurd, het is tijd dat de lente komt.
Wel, als jij ook last krijgt van dat staartje van de winter en verlangt naar mooiere dagen, beter weer, meer zon en dus meer licht en meer warmte, dan heb ik goed nieuws: Ik ruik de lente! Vorige week ging ik op stap met mijn fototoestel. Alle foto’s die je in deze blog ziet, heb ik vorige week zelf genomen. Geen trucage, gewoon vastgelegd wat er te zien was. En nee, het is nog geen lente, maar ze is in aantocht, zeker weten.
En dus, als ik je een tip mag geven, voor ’t geval dat ook jij last hebt van die ‘winterblues’: trek er ook even op uit. Ga op een iet of wat mooiere dag wandelen in een park of langs een waterloop. Zoek een stukje natuur op en kijk. Als je beter kijkt zie je vast en zeker ook dat de lente eraan komt. Wedden dat je humeur er beter op wordt, als je zelf op onderzoek uitgaat?
Wat volgt is een fotocollage …
De toverhazelaar bloeit
De sleedoorn leeft
Een helleborus
Notelaar in botten
Een madeliefje in bloei
Knoppen aan de kastanje
Narcissen in de knop
De vlier krijgt blaadjes
Bloeiende sneeuwklokjes
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Spierweefsel staat steeds onder een bepaalde spanning, ook tonus genoemd. Die voortdurende spanning is van belang, ze bepaalt mee de vorm en de kracht van je lichaam. Zonder tonus of spierspanning zouden wij niet tot bewegen in staat zijn, integendeel, we zouden als een pudding in elkaar zakken. Een tekort aan spiertonus zie je vaak bij oude mensen. Ze hebben niet meer de kracht in hun spieren om een dop van een fles te draaien of om een glas water uit te schenken. Ze staan zeer wankel op de benen, ze vertrouwen hun eigen lichaam niet meer als het aankomt op stappen.
Wil je dat verlies van spiertonus op hoge leeftijd voorkomen, dan is het vooral van belang om in beweging te blijven. Immers, wat je niet gebruikt, gaat verloren. Blijf dus wandelen, fietsen, zwemmen, poetsen of in de tuin werken, want je traint er op regelmatige basis je spieren mee. Als dan op hoge leeftijd je spiertonus gaat verzwakken, blijf je toch langer fysiek fit, want je vertrekt vanop een betere positie. Verder is het ook van belang voldoende eiwitten te eten (vlees, vis, kaas, eieren, noten, peulvruchten). Het lichaam haalt uit de eiwitten die je eet de nodige aminozuren en bouwt met die aminozuren je spierweefsel op.
Wat dan weer vaker voorkomt bij mensen in de actieve beroepsbevolking, is dat onder invloed van stress de spieren te strak aangespannen raken. Hun lichaam staat dan als het ware meestal onder hoogspanning, en dat geeft een stram gevoel. Bewegen wordt dan lastiger, en zowel bewegen als stil blijven zitten of liggen kan pijn geven. Je lichaam verkrampt, echte ontspanning komt niet meer vanzelf.
Hier kun je op twee manieren te werk gaan:
Het verminderen van stress:
Door al te stressvolle situaties te vermijden, vb. door te veranderen van werk, of door uit toxische relaties weg te gaan. Soms is wegtrekken uit een te belastende omgeving de enig mogelijke strategie om weer tot rust te kunnen komen.
Door je stresstolerantie te verhogen. Dan ga je die dingen doen, die je helpen om beter om te kunnen gaan met moeilijke situaties. Hierbij kunnen ontspanningstechnieken helpen. Ik denk aan relaxatieoefeningen, mindfulness, meditatie of gebed. Je stresstolerantie verhogen kun je ook doen door het gebruik van welgekozen kruiden en voedingssupplementen. Ik kan je alvast twee supplementen aanraden: Ashwagandha Platinum en Relaxoton, beide van de firma Mannavital.
Dieptemassage, waarbij een ervaren massagetherapeut de overspannen spieren weer losmaakt. Dat is een eerder pijnlijke massage, die je pas achteraf verlichting van spanning en pijn geeft. Je voelt dan na een paar dagen dat je weer vlotter kunt bewegen en dat er makkelijker ontspanning optreedt. Ook pijn in gewrichten en pezen vermindert na zo’n massage vanzelf. Immers, door overdreven spierspanning komen ook je pezen en je gewrichten onder hoogspanning, en dat leidt tot peesontsteking en gewrichtsslijtage. Beide kunnen dus voorkomen worden en zelfs weer beter worden door regelmatige diepe spiermassage.
Verzuurde spieren
Wie sport kent wellicht wel het fenomeen van verzuurde spieren. Je ging sporten, deed wat te veel ineens of ging wat te lang door, en ’s anderendaags heb je last van stramme en pijnlijke spieren. Die pijn van ’s anderendaags is ontstaan omdat je op een bepaald moment in je sporten overging van aerobe energieaanmaak naar anaerobe energieaanmaak. Bij aerobe energieaanmaak wordt zuurstof gebruikt. Er is dan veel rendement en weinig afval. Bij anaerobe energieaanmaak is er onvoldoende zuurstof voorhanden en gaan de cellen over op het aanmaken van energie door middel van fermentatie. Een bijproduct daarvan is melkzuur, en dat melkzuur stapelt zich op in de spieren. Gevolg: pijn na het sporten.
Chronisch verzuurde spieren kan je krijgen door een onevenwicht in je voeding. Bepaalde voedingsmiddelen geven bij verwerking in het lichaam een overlast aan urinezuur. Het gaat om ‘compacte’ voeding, zoals vlees, vis, kaas, granen, en in mindere mate noten en peulvruchten. Daar tegenover staat basenvormende voeding, zoals aardappelen, groenten en fruit. Basenvormende voeding bevat doorgaans meer vocht. Het is dus belangrijk om in verhouding meer groenten en fruit te eten, dan vlees, vis, kaas of granen. Tegelijk is een goede nachtrust hier ook erg belangrijk. Die ‘nachtrust’ begint als het ware al net na het avondmaal. Immers, door na het avondmaal niets meer te eten (of te drinken behalve water of kruidenthee) kan het spijsverteringsstelsel alle nodige werk doen vooraleer jij gaat slapen. Tijdens de slaap ontstaat dan des te meer tijd om de afvalverwerking van je lichaam op gang te brengen. Als alle voedsel is verteerd, komt een ingenieus ontgiftingsproces op gang. Elke cel van je lichaam geeft zijn afvalstoffen af in het bloed. De lever en de nieren, de longen en de huid draaien op volle toeren en geven afvalstoffen af in stoelgang, urine, uitademing en transpiratie. Je lichaam zuivert zichzelf … op voorwaarde dat er evenwicht is. Chronische verzuring ontstaat als er te veel afvalstoffen zijn tegenover de tijd die je lichaam krijgt om die afvalstoffen te verwerken.
Fibromyalgie
Fibromyalgie of weke delen reuma is een aandoening die gekenmerkt wordt door uitgebreide, chronische spier- en bindweefselpijnen. Er is niet één enkele mogelijke oorzaak voor deze pijnen, en dus is er ook niet één kant en klare oplossing hiervoor. Heb je fibromyalgie en wil je daar op een natuurlijk manier iets aan proberen te doen, dan zal een gezondheidsbegeleider met jou een traject moeten gaan om uit te zoeken waar bij jou deze klachten vandaan komen. Stapje voor stapje zul je moeten zoeken naar wat helpt bij jou. De oorzaak van je klachten zal zeker voor een deel op het fysieke niveau liggen, maar naar alle waarschijnlijkheid ook voor deel op het emotionele, het mentale en zelfs het spirituele niveau. Fibromyalgie tekent jou als hele mens, en dus zal het zoeken naar heling ook al die domeinen mee in rekening moeten nemen.
… en pezen
Pezen zijn die dingen waarmee de spieren aan de botten vastgemaakt zijn. Het zijn taaie en stevige structuren, die wel wat spanning kunnen verdragen. Als echter de spanning te hoog wordt of chronisch blijft duren, kan er letsel ontstaan aan de pezen.
Scheurtjes in de pezen: Ze ontstaan door te bruuske bewegingen, vb. bij het overslaan van je voet of bij een knieblessure. Hierbij is rust van belang, zodat de pees zich langzaam aan kan herstellen. In het slechtste geval scheurt de pees helemaal door, en dan moet er chirurgisch ingegrepen worden.
Chronisch overbelaste pezen: Dit soort overbelasting wordt ook wel peesontsteking genoemd, maar technisch gezien is dat een foutieve naam. Het gaat erom dat, door voortdurende belasting van de spieren, de pees onder te hoge druk komt te staan, en dat geeft pijn. Ook hier is ontspanning van de overbelaste pees van belang, maar er is meer nodig. Ook de spier die aan de pees vasthangt, heeft ontspanning nodig. En zoals ik hierboven al schreef, hierbij kan dieptemassage helpen.
Pezen die overbelast raakten – denk aan Achillespeesontsteking, tenniselleboog, golfelleboog, carpaal tunnelpijn – hebben vooral tijd nodig om te herstellen. Dat komt omdat pezen weinig doorbloed worden en herstellende factoren dus maar langzaam de aangedane pees weer heel kunnen maken.
En over de rol van je zenuwstelsel
En dan is er nog een laatste, heel belangrijk onderdeel van je lichaam als het gaat om bewegen. Je skelet, je gewrichten, je spieren en je pezen mogen in topvorm zijn, als je motorisch zenuwstelsel het niet doet, dan gebeurt er niks. Dat motorisch zenuwstelsel zet de gedachte om de willen bewegen om in zenuwprikkels die je ook effectief doen bewegen. Als dus het motorisch zenuwstelsel hapert, ontstaan verlammingsverschijnselen. Ook hier is er niet één enkele mogelijke oorzaak van het mankeren van je zenuwstelsel, en is het zoeken naar mogelijke oplossingen een individuele zaak.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Na een eerste blog over bewegen – Leven is bewegen – volgt een tweede, over botten en gewrichten, deze keer. Want ja, beide heb je nodig om te kunnen bewegen. Samen staan ze voor stevigheid en beweeglijkheid. Met botten alleen kom je er niet, want dan wordt stevigheid alleen maar star. Met gewrichten alleen kom je er niet, want dan wordt beweeglijkheid alleen maar flodderig. De combinatie van botten en gewrichten vormt een soepel maar stevig geheel, een beweeglijke stevigheid en een stevige beweeglijkheid.
Over botten …
Om te kunnen bewegen hebben we een skelet nodig, een structuur van botten die ons lichaam vorm en stevigheid geeft. Het menselijk skelet is zo gebouwd dat wij rechtop kunnen lopen, dat wij ons hoofd kunnen draaien en zo alle kanten uitkijken, dat wij onze handen kunnen gebruiken om aan handenarbeid te doen en nog zoveel meer.
Ons beenderstelsel heeft vijf belangrijke functies:
Structuur van het lichaam: Het skelet van mens of dier bepaalt de vorm van die mens of dat dier. Het is een geraamte waaraan spieren en organen zijn vastgemaakt, zodat elk deel in het lichaam op zijn juiste plaats blijft.
Opslag van mineralen en vetten: Onze botten bevatten een schat een mineralen. Omdat er in ons lichaam een voortdurend evenwicht moet zijn, worden die mineralen soms ingezet om tekorten elders in het lichaam aan te vullen. En het beenmerg bestaat uit vetten, en die vormen dan weer een energiereserve voor moeilijke tijden.
Vorming van bloedcellen: Een heel bijzondere taak van het beenmerg is de vorming van rode en witte bloedcellen en van allerlei andere onderdelen van ons bloed.
Bescherming van zachte weefsels en organen: Twee belangrijke voorbeelden daarvan zijn onze schedel, die de hersenen beschermt, en onze borstkas, een structuur van allerlei botten die het hart en de longen beschermen.
En tot slot, bewegen.
Osteoporose
Eén van de belangrijkste ‘ziekten’ van het skelet is osteoporose of botontkalking. Net zoals in het hele lichaam worden in de botten oude cellen afgebroken en nieuwe cellen opgebouwd. Als er evenwicht is tussen beide, dan blijft het skelet stevig, robuust, betrouwbaar. Als er meer cellen worden afgebroken dan er worden opgebouwd, wordt het skelet broos en breekbaar. Dat laatste gebeurt vanzelf bij het ouder worden. Op oudere leeftijd kan het skelet zo broos worden, dat het bijna vanzelf breekt.
Heb je last van osteoporose, dan krijg je wellicht van je huisarts calciumtabletten. Jammer genoeg doen die klassieke calciumtabletten niet zo heel erg veel. Dat is in de eerste plaats zo omdat meestal de goedkoopste vorm van calcium wordt voorgeschreven, nl. calciumcarbonaat. Die vorm van calcium wordt maar heel moeizaam in het lichaam opgenomen. Je kunt bij wijze van spreken net zo goed op een krijtje gaan kauwen. Wil je dus goed resultaat halen, dan is het van belang om een goed opneembare vorm van calcium in te nemen.
Vervolgens is er het rare gegeven dat mensen soms tegelijk osteoporose (botontkalking) en artherosclerose (aderverkalking) hebben. Er is dus wel degelijk kalk in het lichaam aanwezig, maar het zit op de verkeerde plek. Daar komen enkele vitamines bij kijken. Om mineralen in het lichaam op te nemen, hebben we voldoende vitamine D nodig. Vitamine D brengt de calcium uit het spijsverteringskanaal in de bloedbaan. Echter, als de calcium in de bloedbaan blijft, ontstaat het gevaar voor artherosclerose. Er is een tweede vitamine nodig om de calcium uit de bloed in de botten te krijgen en dat is vitamine K.
En tot slot is er niet alleen calcium nodig om gezonde botten op te bouwen, maar ook voldoende magnesium en liefst niet al te veel fosfor (volop aanwezig in onze frisdranken en in onze bewerkte vleeswaren). Enkel en alleen inzetten op een slecht opneembare vorm van calcium zal dus weinig zoden aan de dijk zetten. Een goed preparaat bij osteoporose is Osteoton Forte van Mannavital. Het mag dan al wat duurder zijn dan de klassieke kalktabletten, het zal een wezenlijk verschil maken in het tegengaan van steeds verdergaande osteoporose.
En vervolgens zijn ook voedings- en leefstijladviezen van belang:
Het belang van blijvende lichaamsbeweging: Wat je niet gebruikt, gaat verloren. Dat is ook zo als het gaat om je skelet. Dagelijkse matige tot intensieve lichaamsbeweging verhoogt de botdichtheid met gemiddeld 30%. Dat is heel wat, en als je daar vroeg genoeg mee begint, kun je osteoporose op latere leeftijd sterk verminderen.
Het belang van de blootstelling aan zonlicht: Vitamine D is de zonnevitamine. Je maakt ze zelf in je lichaam aan als je je blootstelt aan zonlicht. Een kwartiertje zonlicht op het midden van de dag op je blote (onbeschermde) huid maakt al een heel verschil. Je hoeft er echt niet uren voor te liggen bakken.
Te vermijden:
Geraffineerde suikers in snoep, gebak, chocolade.
Te veel dierlijke voeding en te weinig plantaardige voeding.
Te veel fosfor in de voeding: charcuterie, frisdranken.
Tabak, te veel alcohol, te veel cafeïne.
Toe te voegen:
Voeding met magnesium uit verse groenten en fruit, peulvruchten, noten, vis en zeevoedsel.
Vitamine D: olijfolie, vette vissoorten.
Vitamine K: gefermenteerde melkproducten zoals yoghurt, kefir of kwark, en ook kaas, boter, eieren.
Bio groenten en ongeschild fruit: bevatten vele soorten mineralen en sporenelementen die mee de botmatrix opbouwen.
… en gewrichten
Zorgen de botten voor structuur, dan zorgen de gewrichten voor plooibaarheid. Wij kunnen ons niet zoals een slang elke richting uit bewegen. We zijn gebonden aan wat onze gewrichten toelaten. Als je even je lichaam gaat ‘uitproberen’, dan zul je merken dat er verschillende soorten gewrichten zijn. Je vingerkootjes, bijvoorbeeld, kunnen maar in één richting buigen, maar het gewricht waarmee de vinger aan de hand vastzit, kan veel meer kanten uit. Je kunt met dat gewricht een draaibeweging maken. Wat dat gewricht niet kan, is naar achter overplooien. Dat laatste kun je met je pols wel doen. Met je pols kun je een volledige draaibeweging maken. Al naar gelang het gewricht is er dus meer of minder beweging mogelijk.
De gewrichten kennen twee heel belangrijke ziektes: artritis en artrose.
Artritis
Artritis is de ontsteking van een gewricht. Er ontstaat pijn, roodheid, zwelling, warmte en stijfheid. Bewegen wordt moeilijker, en vooral het in beweging komen is bij artritis heel erg pijnlijk. Eens je in beweging bent, beter het wel weer wat. De ontsteking kan het gevolg zijn van een bacteriële of virale infectie, maar ook van een te sterke vervuiling in je lichaam. Als er meer toxische en verzurende stoffen je lichaam binnenkomen dan er weer uitgescheiden worden, stapelen die stoffen zich vaak in je de gewrichten op. Daar zorgen ze dan voor ontsteking. En tenslotte kan het ook gaan om een auto-immuunziekte. Dan vallen je eigen immuun-cellen je kraakbeen aan alsof het vijandelijke indringers zou bevatten.
Bij artritis is het dus vaak kwestie van je lichaam eens grondig te zuiveren. Dan zorg je er eerst en vooral voor dat er zo weinig mogelijk belastende stoffen binnenkomen.
Vermijd volgende zaken:
Geraffineerde suikers in snoep, koek, chocolade, frisdranken, …
Witmeelproducten.
Koffie, alcohol, zwarte thee.
Slechte vetten, in het bijzonder transvetten (ontstaan door sterke verhitting van oliën) en te veel omega 6-vetzuren.
Te veel vlees, en zeker de bewerkte vleeswaren.
Geconserveerde voeding, voeding met daarin bewaarmiddelen, kleurstoffen, geur- en smaakstoffen.
Koemelkproducten, behalve zure zuivel, zoals yoghurt, kwark, kefir.
Vruchtensappen.
Elke voeding waarvoor jij een allergie of intolerantie hebt.
En vervolgens stimuleer je de zuiverings- en uitscheidingsorganen om zoveel mogelijk afvalstoffen te verwijderen. Daartoe zijn aan te raden:
Een vastenkuur, sapvastenkuur of Mayr-kuur onder begeleiding van een gezondheidsbegeleider met kennis van zaken.
Evenwicht in de voeding door te letten op het zuur-basen evenwicht. Met andere woorden: eet meer groenten en fruit, en minder vlees, vis, kaas, granen.
Kies voor kwaliteitsvoedsel: vers, biologisch, recht uit de natuur.
Eet enkel op de daartoe voorziene tijdstippen: ontbijt, middagmaal, een niet al te laat avondmaal.
Voldoende slaap, want het ontgiften en de ontzuring van het lichaam gebeurt vooral tijdens de nachtrust.
Een lichaamsmassage helpt de vastzittende kristallen weer de bloedbaan in, zodat ze uitgescheiden kunnen worden.
Heb je regelmatig last van artritis, zoek dan een goede gezondheidsprofessional die je hierin kan begeleiding. Het is immers niet zo makkelijk om te weten wat je in dit geval beter wel of niet kan eten.
Artrose
Bij artrose gaat het om slijtage van het gewricht. Het kraakbeen is geheel of gedeeltelijk weggesleten en de beweging doet pijn. Hoe langer en hoe meer je beweegt, hoe meer pijn er ontstaan. Daar ligt ook het typische verschil tussen artritis en artrose: bij artritis heb je vooral pijn bij het in beweging komen, bij artrose wordt de pijn erger naarmate je meer of langer beweegt. De klachten van artrose nemen toe met de leeftijd.
De voedingsadviezen die hierboven gegeven zijn, kunnen ook dienst bewijzen bij artrose. Verder zijn ook belangrijk:
Vermijd zoveel mogelijk de klassieke pijnmedicatie. Die verlicht wel de pijn, maar breekt tegelijk het nog aanwezige kraakbeen verder af.
Blijf bewegen, echter zonder te overdrijven. Als je blijft bewegen, komt er regelmatig nieuw gewrichtssmeersel in het gewricht, en dat voedt het kraakbeen.
Een lichaamsmassage kan de overdreven druk van de spieren op het aangetaste gewricht verminderen. Daardoor vermindert vanzelf ook de pijn.
Bij overgewicht is vermageren sterk aan te raden. Immers, elke kilo van je lichaamsgewicht moet door je voeten en je knieën elk moment van de dag meegedragen worden.
Een goed preparaat, zowel bij artritis als bij artrose is Cartilaton van Mannavital. Het bevat zowel stoffen die de ontsteking tegengaan als stoffen die het gewrichtskraakbeen opnieuw opbouwen. Dat laatste is vanzelfsprekend een werk van langere duur. Zelf heb ik dit preparaat altijd in huis. Als er gewrichtspijn begint, dan neem ik de maximaal toegelaten dosis. Verdwijnt de pijn, dan verminder ik het aantal tabletten, tot ik weer helemaal zonder kan. Op die manier hou ik mijn gewrichten pijnvrij en gezond.
In een volgende blog lees je meer over spieren en pezen, allebei ook noodzakelijk om te kunnen bewegen.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Een tijdje geleden beloofde ik regelmatig te schrijven over een bepaald deelgebied van het menselijk lichaam. Ik had het al over de huid en over hart en bloedvaten. Wil je die schrijfsels teruglezen, klik dan gewoon op de linkjes en je wordt doorverwezen. Vanaf vandaag start ik een kleine reeks over ‘bewegen’ en hoe ons lichaam dat mogelijk maakt.
Leven is bewegen – Bewegen is leven
Heb je er al eens op gelet hoe belangrijk bewegen is? Dag in dag uit verplaatsen mensen zich van hier naar daar en weer terug. Voortdurend zijn mensen in beweging. Volwassenen kunnen dan wel grote delen van de dag op een stoel of in een zetel zitten, maar als je naar kinderen kijkt, dan zie je dat bewegen het meest natuurlijke is wat mensen kunnen doen.
Bewegen doen we in het groot, en dan denk ik aan stappen, lopen, dansen, zwemmen, fietsen, …, kortom, alles wat we verstaan onder de ‘grove motoriek’. Bewegen doen we ook in het klein, zoals knipogen of glimlachen, schrijven en kleuren of een knoop aan je jas dichtknopen, met je tenen wriemelen of je beenspieren even opspannen en weer loslaten. Dat alles hoort onder de ‘fijne motoriek’. En tenslotte bewegen we ook als we helemaal niet bewegen. Als we slapen, bijvoorbeeld, klopt ons hart en stroomt ons bloed, onze longen bewegen in het natuurlijke ritme van de ademhaling, maag en darmen bewegen en verteren zo het voedsel, hersenen en zenuwen blijven in actie als we dromen, enz. Het gaat dan om allerlei vormen van beweging die buiten onze wil om gebeuren. Het gaat gewoon vanzelf.
Aan dat laatste kun je het verschil zien tussen leven en dood. Het is het verschil tussen bewegen en ophouden te bewegen. Als het hart niet meer klopt, als de ademhaling stokt, als de hersenen geen impulsen meer geven, dan houdt het leven op. Zo belangrijk is bewegen dus. Met het al dan niet bewegen, staat of valt het leven zelf.
De hele mens komt in beweging
Als ik naar een mens kijk, dan zie ik in die éne mens verschillende aspecten, een beetje zoals hieronder weergegeven. Een mens heeft een fysiek lichaam. In dat lichaam spelen emoties en gedachten en er is ook een streven naar ‘ruimer dat het kleine ik’. Welnu, die hele mens komt, in als zijn aspecten, in beweging.
Spiritueel bewegen
Spiritueel bewegen is groeien, als in meer en meer jezelf worden. Elke mens wordt geboren met een taak, een opdracht, een roeping. Als kleine baby weet een mens daar nog niks van. Doorheen het leven ontdekt de mens gaandeweg wat hem raakt, wat hem enthousiast maakt, maar ook wat moeilijk is en wat hem tegengaat. Bij elke stap die hij zet, krijgt de mens een signaal: ‘dit gaat de goeie richting uit’ of ‘indien mogelijk, keer om’. Wie luistert naar die spirituele stem binnenin, zal misschien geen gemakkelijk leven kennen, maar wel een vervullend leven. Wie dat niet doet, stevent af op een afstompend en dus eerder ‘doods’ leven.
Mentaal bewegen
Mentaal bewegen is denken, oplossingen zoeken, creatief zijn, met duizend en één dingen rekening houden, leren, ontdekken hoe de wereld in elkaar zit, … We bevinden ons hier op het domein van de nieuwsgierigheid. In onze huidige wereld krijgt het mentale een heel belangrijke plaats toegemeten. Van kinds af aan worden we vol kennis gepropt. In toetsen en examens moeten we ons bewijzen op het mentale vlak. Alleen, vaak gaat het te weinig om mentaal bewegen, maar eerder om mentaal reproduceren. Iemand die mentaal in beweging is, zal niet zomaar de dingen aannemen die voorgezegd worden, maar zelf op onderzoek uitgaan. Hij of zij zal kritisch kijken naar wat beweerd wordt, en van daaruit een eigen weg gaan. En nee, dat is niet gemakkelijkste weg, maar je vindt er wel een vorm van eerlijkheid die leven geeft.
Emotioneel bewegen
Het woord zegt het zelf: emotie, van e-movere, is beweging. Het is het bewegen van wat binnenin gebeurt naar buiten toe. Het is vreugde, verdriet, blijheid, boosheid, vertrouwen, angst, … tonen aan de buitenwereld. Wie emoties toont, is dus in beweging, meer nog, hij zet ook anderen in beweging. Want het doet iets met jou als je een ander in tranen of in woede ziet. En als een ander vreugde uitstraalt, dan neemt hij jou wellicht mee in die beweging. Heel vaak zijn emoties brengers van beweging. Je wordt door iets geraakt, en dat maakt dat jij in actie komt. Je zou emoties met recht en reden de motor van elke vorm van beweging kunnen noemen.
Fysiek bewegen
En dan hebben we natuurlijk ook het gewoon fysieke bewegen. Daartoe hebben we nodig: een skelet met gewrichten en daaraan vastzittend spieren en pezen, geprikkeld door zenuwen. In een paar volgende blogs neem ik je mee in de functie, de betekenis, de klachten van het bewegingsapparaat en in de natuurlijke wegen om iets aan die klachten te doen. Wordt dus vervolgd …
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Die tijd van feesten, die tijd van lekker eten en gezellig bij elkaar zijn, die tijd van wensen die er toe doen. En dus wil ook ik jou vandaag het beste wensen voor deze feestperiode én voor het nieuwe jaar 2026. Dat doe ik echter niet met mijn eigen woorden, maar met de woorden van enkele mensen uit LaSperanza, het koor dat ik dirigeer. Het bijzondere aan LaSperanza is dat de meerderheid van haar leden een meervoudige beperking hebben. Ze zijn blind of slechtziend en hebben daarbovenop ook andere beperkingen. De woorden die je hieronder leest, zijn hun woorden. En met die woorden wijzen zij én ik waar het in deze tijd van het jaar écht om gaat.
En dus, ja, samen met de koorleden van LaSperanza, wens ik, hun dirigent, jou fijne feestdagen.
’t Is bijna Kerstmis en daarna ook weer Nieuwjaar,
en daar horen wensen bij:
Dat je gezond mag blijven, of als je ziek bent, dat je zo gezond als mogelijk mag worden.
Dat je heel het jaar door
jezelf mag zijn, ja, meer jezelf mag worden.
Dat het gezellig mag zijn in jullie huizen,
en dat jullie met je huisgenoten
echt bij elkaar mogen horen.
Dat je een beetje verliefd mag zijn,
elke dag opnieuw, het hele jaar door.
Dat je kinderen en je kleinkinderen
gelukkig mogen zijn.
Dat immers, maakt ook jou gelukkig.
Dat jij je mag jeunen in je werk,
ja, dat je werk ook altijd
een beetje je hobby mag zijn.
Dat er lekker eten op tafel mag komen,
dat er vriendschap heerst
en dat je altijd dierbare mensen
om je heen mag hebben.
Dat alles en nog veel meer
dat het leven de moeite waard maakt,
dat wensen wij je toe, met Kerstmis
en elke dag van het nieuwe jaar!
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.