Het coronavirus en je immuniteit

Wat mij opvalt in deze hele coronacrisis is dat de adviezen die ons vanuit de overheid gegeven worden, allemaal gaan over een poging om het coronavirus buiten de deur te houden. Als het ons huis niet binnen kan, dan kan het zeker ons lichaam niet binnen.

Ik denk dat dit een utopie is. Ik ga ervan uit dat vroeg of laat het coronavirus mij of een van mijn dierbaren bereikt. En voor mij is dan dé vraag hoe ik, hoe wij ons daarop kunnen voorbereiden. Daarom dus ook van mij een schrijfsel over dit ‘nieuwe coronavirus’.

Voor ik eraan begin nog dit: Mocht je vragen of bedenkingen hebben, laat ze dan gerust weten. Normaal gezien schrijf ik tweewekelijks, maar als de nood zich aandient … en het onderwerp mij aangereikt wordt, dan schrijf ik graag nog wel een extraatje. En mocht je dit schrijven van mij als zinvol beschouwen, bezorg het dan met een gerust hart aan al wie jou dierbaar is.

Voila, dit gezegd zijnde … begin ik er maar aan!

Je innerlijke milieu en je immuniteit

In de klassiek Westerse geneeskunde is men er op uit om met medicijnen ‘het beestje’, in dit geval het coronavirus dood te maken. Dat is eigenlijk zowat de enige kijkrichting. En omdat dit met medicijnen gebeurt, is dat aan dokters voorbehouden. Daarom ook kan en mag onze regering ons hier niet verder helpen.

In de natuurlijke gezondheidszorg heerst een heel andere kijk op gezondheid. Daar gaan we ervan uit dat het van groot belang is waar ‘het beestje’ terecht komt. Komt het terecht in een al ziek lichaam – en velen zijn op onze dagen ziek, zij het dat de ziekte met medicijnen blijvend onderdrukt is – dan is de natuurlijke afweer tegen dat beestje eerder zwak. Ook als ons lichaam vervuild is of te weinig echt gevoed (met natuurlijke voeding boordevol vitamines en mineralen en andere vitale stoffen), is onze immuniteit niet optimaal.

En juist die afweer, die immuniteit is van uiterst groot belang. Ons lichaam is zo gecreëerd dat het in wezen zichzelf kan genezen. Als dat niet het geval was geweest, dan was de mensheid al in de oertijd uitgestorven. Dat dit niet zo was en nog steeds niet is, toont de kracht van ons zelfgenezend vermogen.

Hoe je immuniteit versterken?

Voor mij is dit nu de belangrijkste vraag: ‘Hoe kan ik mijn immuniteit zo versterken, dat het coronavirus mij niet klein krijgt?’

Ik ga ervan uit dat ik hoe dan ook besmet raak, en daar ben ik niet bang van. Als mijn immuniteit supersterk is, dan zal die besmetting mij misschien niet eens ziek maken, maar minstens zal ze in het verweer gaan tegen het virus zoals het hoort. Daar zet ik dan ook volop op in.

Dr. Fons Vanden Berghe en dr. Geert Verhelst, twee ‘dokters – docenten van De Levensschool’ in wie ik het volste vertrouwen heb, schreven hier al een duidelijk artikel over. Het verschijnt binnenkort in Bio Gezond, een tijdschrift dat via de biowinkels gratis verspreid wordt. Omdat zij dat zo duidelijk deden, doe ik hun werk hier niet over. Je krijgt van mijn een link naar het bewuste artikel.

Dr. Fons Vanden Berghe schreef ook een korter en zeer overzichtelijk artikel over wat je allemaal kunt doen. Het gaat dan om het versterken van je immuniteit met voeding en levensstijl:

  • Mijd hoogbewerkte en geraffineerde producten zoals suiker, frisdranken, kant- en klare voeding.
  • Zorg voor voldoende vitamine D: Ga in de zon. Eet vette vis, biologische boter en eitjes en ongezoete yoghurt.
  • Zorg voor voldoende vitamine A, want die maakt enerzijds je witte bloedcellen meer actief en versterkt de slijmvliezen, waarlangs het coronavirus binnenkomt: eet veel donkergroene, gele, oranje en rode groenten. Ook vette vis, eieren, boter en ongezoete yoghurt zijn toppers van vitamine A.
  • Zorg voor voldoende vitamine C: uit alle soorten groenten en fruit. Ben je ziek, neem dan een supplement van vitamine C.
  • Zorg voor voldoende zink en selenium: in rood vlees, vis, eieren en in pompoenpitten, zonnebloempitten en noten.
  • Neem bij griepsymptomen extra de ouderwetse vlierbessensiroop.

Wil je het hele artikel van dr. Fons Vanden Berghe lezen, stuur dan een mailtje naar hilde@gezondheid-wijzer.com en ik bezorg het je. Zelf voeg ik daar nog aan toe:

  • Zorg voor een goede nachtrust. Tijdens de slaap is je immuunsysteem het meest actief.
  • Blijf bewegen, want beweging houdt je fysiek fit. Tegelijk zorgt bewegen ervoor dat je stressniveau minder wordt.
  • Kom in de zon. Het coronavirus blijkt niet zo goed tegen de zon te kunnen. En zelfs als dat niet waar zou zijn, dan nog heeft de zon een bijzondere invloed op je humeur, op je welzijn, op je vitaliteit.

Over wat angst en stress met je immuniteit doen

Misschien wel het allerbelangrijkste wat ik je vandaag te vertellen heb, gaat over angst en stress en over hoe beiden je immuniteit onderuit halen. Maar om je dat duidelijk te maken, moet ik je meenemen naar oeroude tijden …

Wij, mensen, leven wel in de moderne wereld, maar onze lichaamssystemen zijn nog geen haar veranderd sinds de oertijd. Een oermens kende eigenlijk maar één soort stress: acute stress. Wij daarentegen leven quasi voortdurend in stress, en nu, in deze coronatijden, komt daar nog de angst voor het virus bovenop. We leven nu als het ware continu in angst en stress.

De acute stress van de oermens kwam op zijn pad in de vorm van een levensbedreigende tegenstander: een tijger, een leeuw, een panter, … Op het moment dat die oermens zo’n gevaar ontdekte, maakte zijn lichaam zich klaar om ofwel te vechten, ofwel te vluchten. En dan gebeuren een aantal dingen in het lichaam:

  • Je hart gaat sneller slaan en je ademt ook vlugger, want je lichaam heeft extra zuurstof en voeding nodig.
  • Je blik vernauwt zich, je gaat heel gefocust kijken.
  • Je bloedsuikerspiegel verhoogt.
  • Je bloeddruk verhoogt en je bloed maakt meer stollingsstoffen aan.
  • Je spieren krijgen volop energie.

Een aantal andere dingen worden daarvoor op een laag pitje gezet. Je immuniteit is er daar eentje van. Immers, als je belaagd wordt door een leeuw, doet een bacterie of een virus er even minder toe.

Dat is wat je nu ziet gebeuren. Mensen staan, door de dreiging van het coronavirus, in de stress en angst-modus. Ze zijn helemaal paraat om te vechten … ja, zelfs om een pak WC-papier. Wat ze niet beseffen, is dat juist daardoor hun immuniteit niet optimaal werkt. Angst is in deze tijden absoluut een slechte raadgever, als was het alleen al maar hierom.

Daarom is de allerbeste raad ik je vandaag kan geven om te zoeken naar manieren om de angst en de stress minder te maken. Dat kan met ademhalingsoefeningen, met een fikse wandeling, met yoga, met meditatie of gebed, met een goed gesprek, met Bachbloesems, … Het doet er niet hoe je het doet, zoek beslist jouw eigen unieke manier daartoe. Maar weet: hoe sterker je vertrouwen, hoe hoger je immuniteit!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Een fruit- en groentekuur

Vorige keer had ik het over een lenteschoonmaak, en in dat artikel beloofde ik je een vervolg. Ik zou je leren hoe je zelf een fruit- en groentekuur kunt houden. Wel, vandaag is het zover …

Als het goed zit, heb jij dus drie tot vijf weken ‘feestverlof’ in je agenda genoteerd. Het gaat erom dat jij je die hele tijd aan de kuur kunt houden, met zijn goede afbouw en zijn geleidelijke opbouw naar weer normaal voedsel. Het komt immers echt niet goed als je na een weekje alleen maar groenten en fruit in geringere hoeveelheden ineens een feestmaaltijd met aperitiefhapjes vol kaas, veel vis en vlees, romige sauzen en frieten of kroketten naar binnen kapt. Ik kan je verzekeren, dat wordt een nachtje ‘WC-pot’.

Tot slot, voor we er echt aan beginnen, nog dit: Het is bijzonder aan te raden om de hele tijd van je kuur, vanaf de eerste dag van de afbouw tot en met de laatste dag van de opbouw, een kuurdagboek bij te houden. Daar noteer je enerzijds in wat je precies eet en drinkt, hoeveelheden (ruw geschat) en tijdstippen waarop je eet inbegrepen. Anderzijds noteer je ook wat er met je gebeurt. Wat gebeurt er met je lichaam? Wat gebeurt er met je humeur? Waar krijg je last van? Wat voelt juist goed aan? Waar hunker je naar? Wat mis je helemaal niet? Van zo’n kuurdagboek kun je veel leren over je verslavingen en over voedsel dat jou eigenlijk niet zo goed bevalt.

De (lange) eerste dag

Op de eerste dag van de kuur gaat alle ‘junk’ eruit:

  • Genotsmiddelen zoals drugs, alcohol, sigaretten, koffie, zwarte thee.
  • Frisdranken, fruitsappen en alle andere dranken die geen water of kruidenthee zijn.
  • Alles wat suiker of zoetstoffen bevat: koekjes, taart, chocolade, …
  • Alle kant- en klare voedingsproducten, van pizza tot soep uit blik of brik, van chips tot lasagne. Jawel, de hele kuurperiode werk je met verse producten die jij of je huisgenoten zelf klaarmaken.

Een afzonderlijk woord moet gezegd over medicijnen. Zo’n fruit- en groentekuur haalt toxische stoffen uit je lichaam weg. Medicijnen voegen jammer genoeg toxische stoffen toe. Het zou dus het beste zijn als je tijdens de kuur ook zo weinig mogelijk medicijnen zou slikken. Echter, neem je medicijnen op doktersadvies, dan mag je die nooit zonder overleg met je arts stopzetten. Ben je dus van plan om een reinigingskuur te doen, bespreek dat dan in elk geval ook met je arts.

Een ander ding is het met medicijnen die je op eigen houtje slikt. Die laat je best voor de hele kuur in je medicijnenkastje. Accepteer de signalen die je lichaam je geeft (pijn, diarree, algehele malaise, …) als deel van de kuur. Weet dat deze ongemakken vanzelf overgaan in de mate dat de kuur vordert.

Die allereerste dag van je fruit- en groentekuur kan een gerokken dag, een lange eerste dag worden. Ik bedoel dat voor sommige mensen – mensen wellicht die nog heel veel van die ‘junk’ binnenkrijgen en zich misschien voor het eerst aan een reinigingskuur wagen – die eerste stap al zo groot kan zijn, dat er ineens al heel wat ongemakken optreden: hoofd- en gewrichtspijn, misselijkheid, braken en diarree, een wit beslagen tong, riekende adem, meer puistjes, een gevoelige lever, …

Liever blijf je bij deze eerste stap, desnoods de hele kuurperiode lang, dan te vlug over te schakelen naar het vervolg. Pas als je voelt dat je lichaam verder kan, zet je ook een volgende stap. Immers, zolang je lichaam reageert, is de reiniging bezig, en dat is goed!

Het vervolg van de afbouwperiode

Vanaf dag één begin je ook de hoeveelheid voedsel die je tot je neemt te verminderen. Dat doe je op verschillende manieren:

  • Eet langzamer en kauw langdurig op het voedsel dat je eet. Neem alle tijd om het voedsel ook helemaal te proeven. Zonder dat je het beseft, zorgt dit ervoor dat je minder eet. Het is immers zo dat er na 20 minuten vanzelf een verzadigingsgevoel optreedt. Eet je langzamer, dan komt dat gevoel voordat je maag helemaal vol zit.
  • Eet slechts drie keer per dag: ontbijt, middagmaal, avondmaal. Laat alle tussendoortjes wegvallen.
  • Als het gaat, eet dan bewust niet tot je je helemaal voldaan voelt. Dat lukt geleidelijk aan beter, want je maag past zich dag na dag een beetje meer aan aan die kleinere hoeveelheden.

Op de derde dag gaan vlees en vis en vleesvervangers eruit. Vlees en vis zijn sterk verzurende voedingsmiddelen, en bij een overdosis aan zuurvormend voedsel worden vaak restanten van die zuren opgestapeld in spieren en gewrichten. Doordat er minder zuren geproduceerd worden, krijgen die opgeslagen zuren nu de kans om los te weken. Dat kan tijdelijk wat extra last geven: hernieuwde gewrichtspijnen, hoofdpijn, vermoeidheid, sterk ruikende adem, donkere urine, diarree. Wat je in deze omstandigheden het beste kunt doen is dit te laten gebeuren. Drink vooral voldoende water, neem op tijd rust en leg regelmatig wat warmte op je leverstreek (net onder je ribben, aan de rechterkant).

Vanaf dag vijf schrappen we ook alle zuivelproducten uit het menu: geen melk, geen yoghurt of kaas, geen eieren of boter meer. Tot slot gaan op dag zeven alle granen én ook aardappelen eruit.

De eigenlijke kuurweek

Op dag zeven van de voorbereidingsweek begint dus de eigenlijke kuur. Ik geef je voor die één of twee weken nog enkele tips mee.

  • In principe mag je alle soorten groenten en fruit eten gedurende deze periode. Echter, sommige mensen hebben last als groenten en fruit in één maaltijd gegeten worden. Zelf eet ik het liefste ’s morgens één of twee stukken fruit en tijdens de andere maaltijden alleen maar groenten.
  • Zorg ervoor dat je maaltijden niet ‘saai’ worden. Ik merkte al dat het veel minder moeilijk is om alle ‘niet groenten en niet fruit’ weg te laten als ik zorg voor een variatie op mijn bord. Als je bijvoorbeeld zorgt voor wat rauwkost en twee soorten klaargemaakte groente, dan zien je hersenen dat veel makkelijker als een complete maaltijd, en dan komt er ook minder weerstand.
  • Gebruik bij je groentemaaltijden altijd wat vet: olijfolie (liefst biologisch en van eerste, koude persing) bij koude groenten, kokosolie (ook liefst van biologische kwaliteit) om je groenten in te stoven. Vet maakt immers dat de vitamines A, D, E en K beter doorheen de darmwand opgenomen kunnen worden. En vet geeft ook smaak aan je voedsel.
  • Experimenteer volop met verse en gedroogde kruiden om smaak toe te voegen aan je groenten. Gebruik liever geen kant- en klare bouillonblokjes, want die bevatten dan weer allerlei stoffen die in een kuurweek niet thuishoren. Zout mag, maar wel met mate.
  • Ook olijven, zongedroogde tomaten, kappertjes, zilveruitjes en augurken kunnen als smaakmakers gebruikt worden, op voorwaarde dat er geen suiker gebruikt is bij de bereiding ervan. Ook hier biedt een bioshop je de beste kansen op succes.

Normaal gezien ga je je tijdens deze periode steeds beter voelen. De grootste vervuiling is je lichaam uit, en nu komt volop energie vrij. Blijf voldoende water drinken, denk ook aan beweging in de vrije natuur, neem voldoende rust en ondersteun je lever regelmatig met warmte.

Ik geef je nog één belangrijk aandachtspunt mee voor deze fase van je reinigingskuur. Als je merkt dat je je na een maaltijd wat ongemakkelijk voelt, alsof wat je at niet zo goed verteert, ga dan na wat je hebt gegeten. Het zou wel eens kunnen dat iets uit je maaltijd voor jou niet zo’n goed voedingsmiddel is. Het gaat dan niet om een ‘slecht voedingsmiddel’, het is alleen dat jij het niet zo goed verdraagt. We spreken dan van intolerantie. En dat kan echt met om het even wel voedingsmiddel gebeuren. Ikzelf had het voor met appel. Zoals je ziet, het spreekwoord ‘An apple a day keeps the doctor away’ geldt voor mij dus niet.

En dan nu het moeilijkste: terug opbouwen naar ‘gewoon’

Deze periode hoort even lang te duren als de eigenlijke kuur. Eén week kuur vraagt om één week opbouw. Tien dagen kuur vragen om tien dagen opbouw. Twee weken kuur vragen om twee weken opbouw.

We bouwen ook op in de omgekeerde volgorde van de afbouw. Als eerste mogen dus granen en aardappelen er weer bij. Vervolgens komen de zuivelproducten aan de beurt. Daarna mogen ook vlees en vis en dat soort dingen er weer bij. En tot slot …

Ja, tot slot … mag misschien ook af en toe weer een beetje van die ‘junk’ erbij. Je begrijpt echter vast wel dat het niet de bedoeling is om al die dingen in dezelfde hoeveelheden als voorheen weer aan je menu toe te voegen. Kies uit deze groep wat je echt lekker vindt en dus af en toe nog eens wilt proeven. Laat definitief weg waar je geen nood meer aan hebt.

Bij de groep van vlees en vis raad ik je aan om meer te kiezen voor ‘zuivere’ voedingsmiddelen. Vermijd zoveel mogelijk de bewerkte producten. Laat bijvoorbeeld de fijne vleeswaren en vlees of vis verpakt in een chapelure-jasje uit je voedingspatroon weg.

Zuivel is niet voor iedereen goed verteerbaar. Dat zul je merken als je voor het eerst weer melk of kaas aan je voedingspatroon toevoegt. Blijven die lang op je maag liggen en krijg je er darmlast van, weet dan dat jij tot die groep mensen behoort die last hebben van lactose- of caseïne-intolerantie. Wees dan blijvend matig met deze dingen. En weet dat gefermenteerde melkproducten zoals yoghurt, platte kaas en kefir vaak makkelijker verteren.

Voeg je granen weer aan je menu toe, kies dan voor de volkoren granen. Zij bevatten meer voedingsstoffen dan de verarmde geraffineerde granen. Krijg je last bij het eten van granen, dan kan er sprake zijn van een intolerantie voor gluten. En wat betreft de aardappelen, ik hoop dat je gemerkt hebt dat je eigenlijk best zonder kunt. Leer van nu af aardappelen zien als één van de mogelijke groenten, en die lang niet meer elke dag te eten.

Doorheen het opnieuw toevoegen van al deze dingen mag je geleidelijk aan ook de hoeveelheid voedsel weer een beetje normaliseren. Echter, niet alles hoeft er weer bij, wellicht at je voordien echt toch wel wat te veel …

Graag toch een beetje ondersteuning van buitenaf?

Je leest het, echt moeilijk is zo’n fruit- en groentekuur niet. Toch kunnen er momenten komen waarop je graag wat ondersteuning krijgt. Misschien durf je er in je eentje niet aan te beginnen. Misschien voel je je op bepaalde dagen wat minder goed en begin je te twijfelen of die kuur wel zo’n goed idee voor je was. Misschien heb je toch nog vragen of wil je gewoon je ervaringen delen.

Bij al deze dingen kan een gezondheidsbegeleider met ervaring in het begeleiden van reinigingskuren je verder helpen. Daarom hier nog even een verwijzing naar de site van de Gezondheidsbegeleiders. Mij zul je daar helaas nog niet op vinden … want ik moet eerst nog een paar uur stage lopen, maar daar wordt aan gewerkt!

Lenteschoonmaak

Er was een tijd waarin elke huisvrouw tegen Pasen een lenteschoonmaak deed. Ik weet niet of jij dat nog doet, maar ik helaas niet meer. Bij mij komt zo’n uitgebreide schoonmaak eerder ergens in de grote vakantie, na de eventuele werken die ik in huis wilde doen. Pas daarna maak ik het hele huis weer schoon, zodat het er weer een jaartje tegen kan …

Nu denk jij waarschijnlijk: dit is toch een website in verband met gezondheid. Wat heeft een lenteschoonmaak in hemelsnaam van doen met gezondheid? Wel, ook je lichaam vraagt om schoonmaak, en inderdaad, de lente is een ideale periode daarvoor!

Lenteschoonmaak voor je body

Geloof het of niet, maar net zoals het gaat in je huis, gaat het ook in je body. Ongemerkt blijft hier wat liggen en daar stapelt zich iets op en op nog een andere plek kom je helaas zo weinig aan poetsen toe … tot er uiteindelijk te veel ‘vuil’ blijft liggen. Plots zie je, voel je, merk je dat er iets moet gebeuren.

Bij je lichaam begint het met een zekere vermoeidheid die niet overgaat, met een paar kilo’s die erbij geslopen zijn, met een pijntje hier en daar, met een klacht die maar aansleept. Ook de winterblues en de voorjaarsmoeheid zijn in wezen tekenen aan de wand dat er vervuiling is opgetreden.

Nu vraag jij je wellicht af waar die vervuiling vandaan komt. Wel, ons lichaam is een ‘fabriek’ die voedsel omzet in energie. Daarbij worden vanzelfsprekend ook afvalstoffen geproduceerd. Als alles gaat zoals het hoort, zouden die afvalstoffen dag na dag afgevoerd moeten worden, via uitademing, stoelgang, urine, transpiratie, huidschilfers, talg, oorsmeer, … Vrouwen hebben zelfs een extra uitlaatklep: de maandelijkse menstruatie.

Soms echter is er meer nodig dan dat. Dan krijg je huiduitslag of puistjes of zweren of een loopneus of tranen die zomaar komen of diarree of super donkere urine. Het gaat allemaal om extra uitscheiding van toxines. En soms is ook dat nog niet genoeg. En dan wordt het teveel aan toxines ‘tijdelijk’ opgeslagen in ons lichaam. Het lichaam is wijs en doet dat op de minst schadelijke plekken: in onze vetcellen, in onze gewrichten, in onze spieren.

Op onze dagen komt het vuil lang niet alleen meer van ons eigen metabolisme. Wij krijgen nogal wat toxische stoffen binnen via onze omgeving: we ademen vuile lucht en fijn stof, we drinken toch niet helemaal zuiver water, we eten pesticiden en bewaarmiddelen en kleurstoffen en smaakmakers, we behandelen ons huis en onze huid met chemische reinigers, we slikken medicijnen, enzovoort, enzovoort, enzovoort.

Je begrijpt dat wij dagelijks helaas veel meer toxische stoffen binnenkrijgen dan we op een etmaal weer kwijtraken. Het gevolg daarvan is dat we met z’n allen geleidelijk aan dikker, moeër, zieker worden. En juist daar kan zo’n lenteschoonmaak wonderen verrichten.

Allemaal goed en wel, maar hoe begin je eraan?

Wel, vandaag schets ik je de grote trekken. In een volgende blog ga ik hier veel dieper op in, zodat je zelf aan de slag kunt met een matige reinigingskuur. Ik begeleid je dan naar een groenten- en fruitkuur.

Wil je straffer aan de slag – met een sapkuur of een echte vastenkuur – dan raad ik je aan om je te laten begeleiden. Dat kan individueel, bij een gezondheidsbegeleider met ervaring met vastenkuren. Dat kan in groep, in een georganiseerd initiatief. Google je maar eens op ‘sapkuur’ of ‘vastenkuur’. Je vindt vast wel iets.

Maar goed, wil je een reinigingskuur doen, dan is het eerste wat je moet doen ‘tijd vrijmaken’. Je hebt minstens drie weken nodig waarin je geen verplichtingen hebt wat betreft eten. Geen feestjes dus, geen bruiloften, geen kroegentochten of kaas- en wijnavonden of wat dan ook. Wil je de eigenlijke kuur twee weken laten duren, dan heb je vijf weken ‘feestverlof’ nodig. Het klinkt misschien gek, maar het allerbelangrijkste om je kuur te doen slagen, is de planning van deze kuur in je agenda.

Dat plannen heeft een tweede voordeel. Je kiest er dan als het ware nu al voor om ‘dan’ te investeren in je gezondheid. Je programmeert daardoor je mindset op iets positiefs, nl. het winnen van gezondheid. Je plant het niet in als iets negatiefs, nl. het tijdelijk niet meer alles mogen eten. Die positieve kijk is van het allergrootste belang. Als jij ervan overtuigd bent dat je jezelf ermee tekort doet, dan zal die kuur zijn gezondheidsbevorderende doel missen. Als jij er echter van overtuigd bent dat je iets doet wat goed voor je is, dan zul je er ook de positieve gevolgen van ervaren: je zult je – na een moeilijke beginfase – fitter gaan voelen, je zult beter slapen, je zult wat kilo’s kwijtraken, …

Zo’n reinigingskuur bestaat telkens uit drie delen:

  • De eerste week ga je afbouwen. Dat wil zeggen dat je geleidelijk aan alles uit je voedingspatroon weglaat wat niet tot het kuurvoedsel behoort. Dit is een heel belangrijke fase en het is ook de lastigste fase. Doe je dit goed, dan zorg je ervoor dat je minder last krijgt van hongergevoel, van misselijkheid, van hoofdpijn, van algehele malaise … Wie deze geleidelijke afbouw van voedsel niet doet, loopt heel veel kans op een zogenaamde ‘vastencrisis’. En ik kan je garanderen, die wil je beslist vermijden!
  • De tweede en eventueel ook derde week doe je dan de eigenlijke kuur. Dat kan een fruit- en groentenkuur worden. Dan eet je tijdelijk alleen maar fruit en groenten, in kleinere hoeveelheden. Het kan ook een sapkuur worden. Dan lepel je alleen maar een paar keer per dag een glaasje groenten- of vruchtensap naar binnen. Het kan ook een echte vastenkuur worden. Dan laat je even alle voedsel voor wat het is. Je drinkt alleen water en kruidenthee. En daar doe je het dan mee. Die laatste twee vragen extra begeleiding, zeker als je ze voor de allereerste keer doet. Aan een fruit- en groentenkuur mag je je, na wat extra uitleg in een volgende blog, in je eentje wel wagen.
  • In de laatste week / weken van de kuur ga je terug opbouwen, naar een nieuw en gezond eet- en leefpatroon. Als het goed ging, ben je in de afgelopen weken afgekickt van toch wel wat ongezonde gewoontes. Misschien rookte je of dronk je te veel alcohol, misschien snoepte je toch wel wat te veel, misschien was je voortdurend aan het snacken, zonder zelfs maar te beseffen dat je aan het eten was. Je begrijpt dat het de bedoeling is de meest ongezonde gewoontes definitief uit je leef- en eetpatroon te weren.
    Men zegt wel eens dat de opbouw na een kuur even lang hoort te duren als de kuur zelf. Dat betekent dat, als je twee weken bezig was met je fruit- en groentenkuur, je ook twee weken de tijd moet nemen om geleidelijk aan weer te wennen aan een normaal eetpatroon. In ieder geval gaat het erom dat je niet ineens weer gaat overeten. Daarom moet je tijd nemen om van ‘kuur’ weer over te schakelen op het nieuwe ‘normaal’.

Zin om het zelf ook eens te proberen? Over twee weken krijg je van mij veel meer praktische informatie. Wat je nu al kunt doen, is het plannen van die drie of vijf weken ‘feestverlof’ in je agenda.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

De huis-, tuin- en keukenapotheek bij verkoudheid

’t Is weer die tijd van … snotneuzen, hoest- en niesbuien, koude rillingen en zelfs grieptoestanden. Ik wed dat de wachtkamers van heel wat dokters weer uitpuilen van mensen met dat soort klachten. Gelukkig schrijft niet iedere arts meteen antibiotica voor, want vaak is het beter deze ‘ziektes’ gewoon even uit te zieken. Hieronder geef ik je een paar tips voor je huisapotheek. Als je deze dingen in huis hebt, kun je bij de eerste tekenen van onheil al aan de slag, en dat scheelt een pak …

Even op ‘non-actief’

Als je lichaam het op welke manier dan ook laat afweten – al is het maar door een simpele verkoudheid of een beginnende griep – dan laat het je eigenlijk weten dat je beter wat gas terug neemt. Het eerste advies dat ik je dus moet geven is: Hou op met hollen en draven!

In onze tijd blijkt dat een lastige remedie. We zijn zo druk bezig, dat we helaas geen tijd hebben om ziek te zijn. Liever gaan we gauw naar de dokter en nemen vlug een pilletje. Daarom is mijn eerste advies misschien wel het meest fundamentele voor deze tijd: Neem altijd eerst de nodige tijd om weer gezond te worden. Dat kan zijn dat je thuis moet blijven van school of van het werk, maar het kan ook betekenen dat je je vrijetijdsactiviteiten even op non-actief zet, dat je de TV of de computer even laat voor wat ze is, dat je de landerigheid gewoon toelaat en een paar keer vroeg naar bed gaat.

Een ding is zeker: als je maar door blijft gaan en geen rekening houdt met wat je lichaam je wil vertellen, dan zul je uiteindelijk langer en wellicht ook ernstiger ziek zijn dan als je direct al kiest voor waar je lichaam om vraagt.

Ajuin om de neus open te maken

Een van de vervelende dingen bij een neusverkoudheid is dat je haast geen adem meer krijgt. Daar alleen al van word je gewoon doodmoe. En als je gaat slapen met zo’n verstopte neus, dan word je wakker omdat ademen zo moeilijk gaat.

Snipper dan een ajuin en zet die op een bordje naast je neer. De sterk geurende stoffen maken je neus open en ontsmetten ze ook. ’s Morgens neem je de gebruikte ajuin mee, je kamer uit en gooi je die de compostbak in. Laat de kamer goed verluchten en klaar is kees!

Dampen met etherische olie

Je kunt ook met etherische oliën werken. Dampen wil zeggen dat je een kom met heet water neemt, daar de juiste druppels etherische olie aan toevoegt en dan met een handdoek over je hoofd over die kom hangt en de stoomdampen inademt, zowel via de neus als via de mond. Je doet dat 2 of 3 keer per dag, een week lang. Je zorgt er best wel voor dat je na het dampen niet direct weer de kou in moet.

Je kunt kiezen voor Eucalyptus Radiata. Deze etherische olie verhoogt je immuniteit, werkt tegen bacteriën én tegen virussen, maakt slijmen los en vermindert hoestbuien. Je gebruikt per keer 2 à 3 druppels van deze olie.

Je kunt ook kiezen voor Ravintsara. Ook deze etherische olie verhoogt je immuniteit, maakt slijmen los, werkt tegen bacteriën én tegen virussen, remt de hoest en weert hoestkrampen. Ze heeft ook een anti-astmatische en een anti-allergische werking. Je gebruikt per keer 4 à 5 druppels van deze olie. Bij griep of bij zwaardere aantasting van de luchtwegen kun je ze zelfs combineren met Eucalyptus Radiata.

Een andere goede mengeling van etherische oliën bij aantasting van de luchtwegen is de volgende: 2 druppels Eucalyptus Globulus (eucalyptus), 2 druppels Thymus zygis ct thymol (tijm), 2 druppels Lavandula Angustifolia (echte lavendel) en 2 druppels Pinus Sylvestris (grove den). Deze mengeling werkt op zowat alle fronten, tot zelfs longontsteking toe.

Vlier

Je kent wellicht nog wel die ouderwetse vlierbessensiroop, donker van kleur en mierzoet. Wel, ze is een topper bij griep en bij verkoudheden en luchtwegaandoeningen met koorts. Is er geen koorts bij, dan kan het volstaan een preparaat te nemen waar alleen de vlierbloesem in is verwerkt.

Bijenproducten

Honing is voor ons mensen een waar geneesmiddel. Het verzacht de keel, werkt microben tegen, versterkt je immuniteit … en het geeft je een kleine dosis goed opneembaar voedsel op een moment dat jij wellicht niet zoveel zin hebt in eten. Een lekkernij in periodes van ziekte uit mijn kindertijd: pers een halve sinaasappel en een halve citroen (vitamine C!) en voeg daar heet water aan toe. Een lepel honing erin, even roeren … en drinken maar!

Maar de bijen hebben meer in huis om ons er weer bovenop te helpen. Bij verminderde immuniteit kun je langere tijd dagelijks een koffielepel stuifmeelkorrels eten. Je kunt die zo naar binnen werken, maar je kunt ze ook over je kom havermout of muesli of over wat fruitsla uitstrooien.

Nog sterker werkt propolis. Propolis is een product dat bijen maken uit de hars van bepaalde bomen. Zij gebruiken het goedje om hun bijenkorven winddicht af te sluiten en om ervoor te zorgen dat microben in hun huisje geen kans krijgen. Je kunt propolis in de natuurvoedingswinkel verkrijgen in verschillende vormen: van propolistinctuur over een neusspray en een balsem tot zelfs snoepjes toe. Kies voor een vorm die voor jou werkt, zou ik zeggen …

Een allerlaatste goede raad

Zoals bij elke kwaal is het raadzaam om niet al te lang zelf te blijven dokteren. Heb je bovenstaande middelen (of andere uit grootmoeders receptenboekje) geprobeerd en je merkt dat je erop vooruit gaat, doe dan maar. Je komt er wellicht spoedig helemaal weer bovenop.

Merk je echter dat de ziektetoestand stagneert of er zelfs op achteruit gaat, aarzel dan niet om toch naar je dokter toe te stappen. Je kunt de dokter dan vertellen wat jezelf allemaal al hebt geprobeerd, en waar je verlichting bij vond en waar niet. Misschien constateert de dokter dat je toch ernstiger ziek was dan je dacht, en dan schrijft hij je wel de nodige medicijnen voor. Misschien zegt hij echter wel dat je mag verder doen zoals je bezig bent, dat het wel goed komt, en dan ben jij gerust gesteld.


Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Een winterwandeling … als remedie tegen voorjaarsmoeheid

Heb jij dat ook, dat je er na de feestdagen niet meer echt helemaal bovenop geraakt? Er blijft wat vermoeidheid hangen, je geraakt niet op dreef, de fut is eruit … en dat blijft dan zo duren tot de lente eraan komt. Dan breekt de zon er wat meer door, het wordt ook al wat warmer en dat alleen al geeft nieuwe energie.

Winterblues! Voorjaarsmoeheid!!!

Misschien vraag jij je af waar die depressieve neigingen vandaan komen, elk jaar opnieuw in de late winter en het vroege voorjaar. Wel, daar is wel degelijk een verklaring voor:

  • In de winter eten we anders: Er komt minder rauwkost op tafel. We eten minder vers voedsel, en meer uit diepvries of blik of brik. Vaak eten we ook makkelijk wat moeilijker verteerbaar voedsel, zoals vlees of kaas of peulvruchten. Dat maakt dat er meer afvalstoffen geproduceerd worden bij het verteren en de stofwisseling. Een deel van dit teveel aan afvalstoffen, ook wel slakken genoemd, kan niet tijdig uitgescheiden worden en stapelt zich op in ons lichaam. En dat geeft op langere duur last.
  • We zien minder zon, en het is algemeen geweten dat zonlicht een positieve invloed heeft op ons humeur. Als de zon schijnt, kunnen we overal een beetje beter tegen … en als de zon alle dagen schijnt, wel, dan lijkt ons leven een heel pak rooskleuriger.
  • We komen minder buiten, en dat maakt dat we ook minder zuurstof binnen krijgen. Nu is zuurstof in zoveel processen in ons lichaam noodzakelijk. Het is dan ook niet moeilijk is dat we ons door een gebrek aan zuurstof minder fit gaan voelen.
  • En bovenop dit alles komt ook nog eens dat we wellicht minder in beweging zijn. Het werk in de tuin ligt stil, het ‘buitenpoetswerk’ is opgeschort tot in de lente, we gaan minder vaak wandelen of fietsen, … Nu is beweging van het allergrootste belang om de opruimcapaciteit van ons lichaam te verhogen. Bij beweging gaat ons bloed immers sneller stromen, en dus worden meer afvalstoffen uit het lichaam meegenomen, richting lever en nieren, die voor de uitscheiding van die stoffen zorgen.

Mijn remedie tegen winterblues en voorjaarsmoeheid?
MAAK GEREGELD EEN WINTERWANDELING!

Zo’n winterwandeling brengt je hele lichaam in beweging. Kleed je goed aan, aangepast aan de weersomstandigheden en trek erop uit, het liefst ergens de vrije natuur in. Het feit alleen al dat je je vier muren verlaat en de wijde wereld intrekt, maakt dat je humeur er stukken op vooruitgaat.

Maar er gebeurt meer op zo’n winterwandeling: Je bloed gaat feller stromen, door de beweging én door de kou. Je ademt dieper in en krijgt meer zuurstof binnen. Als er zon is, dan doet die op zich al zijn helende werk, en zelfs als er geen zon is, krijg je meer licht over je heen. En dat wordt dan letterlijk ‘licht in donkere dagen’.

Na een winterwandeling krijg je het lekker warm en word je ‘gezond moe’. Wist je dat je na zo’n wandeling ook beter en dieper slaapt? En dat juist die slaap ook weer een hele resem aan helende activiteiten in gang zet?

Het moge duidelijk zijn, een winterwandeling geeft, als je er goed op voorbereid bent, niets dan voordelen. Gewoon doen, dus, zou ik zeggen …

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Die goede voornemens …

’t Is weer eens de tijd van het jaar waarin talloze goede voornemens het licht zien. De een heeft er een heel lijstje van vol, de ander begint er gewoon niet meer aan, want … hoeveel goede voornemens zijn niet al van voor je eraan begint een verloren zaak?!?

En toch begint elke tocht op weg naar een gezonder en gelukkiger leven wellicht met goede voornemens. Vandaar mijn schrijven, deze keer – jawel, precies in deze tijd van het jaar! – om je toch een beetje op weg te helpen om er deze keer écht iets van te maken …

Enkele tips op een rijtje:

  • Veranderingen maak je best in kleine stapjes. Je hersenen én je body kunnen het niet aan om al te grote stappen ineens te zetten. Ze gaan dan als het ware protesteren. Ze boycotten jouw goede voornemen om het nu eens helemaal anders te gaan doen. Vandaar dus tip nummer één: kies uit jouw lijstje met goede voornemens er ééntje uit. Zoek exact dat ene ding dat je nu wil aanpakken en ga daarmee aan de slag.
  • Heb jij jouw éne goede voornemen gevonden? Neem het dan, voor je eraan begint, eens onder de loep. Is het een groot voornemen of eerder een kleintje? Hoe groot schat je jouw kans in om dit goede voornemen tot een succes te maken? Als dat minder dan 95% is, dan moet ik je tot mijn spijt meedelen dat het wellicht weer een mislukking zal worden. Maar misschien kun je dan dit ‘te grote voornemen’ opdelen in kleinere stapjes. Ga dan op 1 januari met het eerste van die stapjes aan de slag. En pas als dat eerste stapje echt een gewoonte is geworden, ga je voor een tweede luikje van dat ene goede voornemen. Wedden dat het je dan veel beter lukt?
  • Tip nummer twee: wees heel concreet bij het opstellen van je goede voornemen. Zeg niet: ‘Ik ga wat meer bewegen’ of ‘Ik ga wat minder snoepen’. Met dit soort uitspraken kun je jezelf immers blijven bedriegen. Want wat is ‘meer bewegen’ of ‘minder snoepen’? Meetbaar wordt het als je zegt: ‘Ik ga drie keer in de week een half uurtje wandelen’ of ‘Ik snoep alleen nog in het weekend’ of ‘Ik doe elke morgen voor ik ga douchen een vooraf bepaalde reeks stretchoefeningen’ of ‘Ik eet niks meer na het avondmaal’. Hoe concreter je voornemen, hoe makkelijker het wordt om het vol te houden. Juist omdat er geen grijze zone is, gaat het alarmbelletje makkelijker rinkelen.
  • Mijn volgende tip is er eentje om je zwakke kantjes een beetje te helpen omzeilen. Voel eens het verschil tussen de uitspraken: ‘Ik ga nooit meer alcohol drinken!’ en ‘Ik weet niet of ik ooit nog weer ga drinken, maar vandaag beslist niet!’
    Die eerste uitspraak klinkt wellicht ook voor jou ‘massaal’ en dus ga je van te voren al een beetje steigeren. Die tweede uitspraak lijkt veel makkelijker. De truc bestaat erin dat je elke dag opnieuw dat tweede voornemen maakt, tot het vanzelf een goede gewoonte is geworden.
  • En nu de ‘anti-perfectionistische-tip’. De grootste valkuil op weg naar een gezonder en gelukkiger leven is perfectionisme: ‘Als ik mij niet helemaal en altijd en voor de volle 100% aan mijn voornemen houd, dan is het een verloren zaak!’ Beter is het om mild te zijn met jezelf als je even struikelt. Goede gewoontes creëer je door, nadat je even van het pad bent afgeweken, zo vlug mogelijk weer op de kar te springen. Wacht niet tot maandag of tot de eerste van de volgende maand of tot het weer eens nieuwjaar wordt. Gestruikeld? Wees mild, vergeef het jezelf … en begin vandaag nog opnieuw!
  • En tot slot een allerlaatste tip: je hoeft niet te wachten tot nieuwjaar of je verjaardag of een andere bijzondere dag om met een goed voornemen van start te gaan. Bedenk wat je wil, maak het haalbaar en concreet … en begin er dan maar aan!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Over ‘Meneer doktoor’ en soortgenoten …

Een beetje een vreemde foto hierboven, om je mee te nemen in een woordenspielerei rondom het woord ‘dokter’. Het is een foto van een Indiaanse Dream Catcher, een dromenvanger. En daarmee wil ik al direct de toon zetten van deze blog. Er is meer in het ‘land van genezen’ dan alleen wat wij in het Westen onder geneeskunde verstaan. Lees je even mee?

Meestal spreken wij over een dokter. Vroeger werd hij – ja, toen inderdaad meestal een man, nu vervrouwelijkt ook dat zorgende beroep steeds meer – met veel eerbied ‘meneer doktoor’ genoemd. Het woord ‘dokter’ en het woord ‘doctor’ zijn verwant met elkaar. Een ‘doctor’ is iemand die in een bepaald wetenschappelijk werkveld gedoctoreerd heeft. Dat wil zeggen dat hij of zij na een basisopleiding verder gestudeerd heeft en vaak ook onderzoekswerk verricht heeft om op die manier die hogere titel van ‘doctor’ te behalen. Zo heb je een doctor in de fysica, een doctor in wijsbegeerte en letteren, een doctor in de politieke wetenschappen … en een doctor in de geneeskunde. Die laatst noemen wij ‘dokter’, en eigenlijk zeggen we daarmee dat hij of zij iemand is die het menselijk lichaam heeft leren kennen in zijn gezonde en vooral ook in zijn zieke toestand. Zo iemand heeft langer gestudeerd dan normaal, zo’n zeven jaar of meer, om mensen te kunnen helpen als ze ziek zijn, en dat geeft hem of haar die titel van ‘dokter’.

Een ander woord voor dokter is ‘arts’. Het is een woord dat via het Duits en het Latijn uit het Grieks afkomstig is. Het betekent zoveel als ‘oppergeneesheer’, de hoogste geneesheer aan het hof. De ‘archiatros’ was diegene die leiding gaf over allen die in een bepaalde regio met geneeskunde bezig waren. Je zou het een beetje kunnen vergelijken met hoe bij ons zorgkundigen en verplegend personeel, de apotheker en de kinesist in een ziekenhuis, onder leiding van de arts, samen instaan voor de zieke mensen die hun zijn toevertrouwd.

Een volgende ronde rondom die ‘meneer doktoor’.

Een dokter is iemand die ‘geneeskunde’ of ‘medicijnen’ heeft gestudeerd. Dat laatste is overduidelijk waar. Onze huidige dokters worden opgeleid om met medicijnen, met medicamenten aan de slag te gaan. Zij leren de mens kennen, meer bepaald in alles wat hem kan mankeren. Zij leren ook de wereld van de medicijnen kennen, en da’s een gevaarlijke wereld, want de meeste van die medicamenten zijn in meerdere of mindere mate giftig. Zij die medicijnen studeren leren dus in gedoseerde mate vergif toe te dienen opdat de ziekmakende elementen – bacteriën, virussen, schimmels, … – eraan zouden sterven, zodat de patiënt weer gezond zou kunnen worden. Zij leren symptomen van ziekte bestrijden met medicamenten. En zo gebeurt het op vandaag meer en meer dat mensen vanaf een bepaalde leeftijd medicijnen beginnen te slikken, waar ze voor de rest van hun leven niet meer van af geraken. Deze mensen lijken dan gezond, … maar zijn ze dat wel?!?

Het woord ‘geneeskunde’ spreekt voor mij over veel meer dan alleen maar het toedienen van medicijnen. Het is de kunde, de kunst om mensen te genezen, om ze weer écht gezond te maken, dus … Daar hoort, naar mijn bescheiden mening, een gezonde levenswijze bij: gezonde voeding, een goede nachtrust, voldoende beweging (en nog het liefst in de vrije natuur), gezonde manieren om met stress om te gaan, … Daar horen ook ‘niet toxische’ behandelingen van klachten bij: dieptemassage of osteopathie bij pijnklachten, Bachbloesems bij emotionele overlast, homeopathie, zuiveringskuren, goed gekozen voedingssupplementen, …

Een laatste woord wil aan ik deze spielerei toevoegen: ‘heling’. Heling komt van ‘helen’, van ‘weer heel maken’. Het gaat om wat gebroken was en uiteengevallen weer samen te voegen en tot één geheel te maken. Mensen lopen doorheen hun leven nogal wat barsten en breuken op, en dat niet alleen op het fysieke vlak. Denk maar de aan breuken met mensen die je dierbaar waren. Denk ook aan breuken in je ziel toen je keuzes maakte, eerder uit winstbejag of maatschappelijk aanzien dan vanuit je eigen wezen en wat bij je paste. Ook dat soort barsten en breuken maken dat een mens onvoldaan in het leven staat … en meer dan eens is dat de dieperliggende oorzaak van zijn ziektes. Heling kan zorgen voor hernieuwde gezondheid als er verzoening komt met wat is geweest en als vanop dit punt van verzoening dan wel juiste keuzes worden gemaakt.

Het kan echter ook dat het met de fysieke gezondheid al zo ver ontspoord is, dat genezing niet meer mogelijk is. Ook daar kan heling echter nog heel veel in beweging zetten. Wat dacht je vb. van verzoening op het sterfbed, van uitspreken waar je meent te hebben gefaald in het leven, van het accepteren van een zegen over wie jij bent en wie je bent geweest. Vaak zetten mensen op het allerlaatst nog een bijzonder grote stap, een stap in zelfacceptatie. Zoals het is geweest, met alle butsen en builen, zo is het goed geweest. Ik kan in vrede sterven.

In een laatste alinea maak ik de kring rond. In het Westen hebben wij ‘geneeskunde’ al te zeer verengd tot alleen maar ‘medicijnen’. Als ik kijk naar de medicijnman van de Indianen en naar andere helers uit natuurvolkeren, dan zie ik dat ‘genezen’ uit zoveel meer bestaat dan ‘medicamenten’ alleen. Van de medicijnman wil ik leren dat ook de dromenvanger zijn plaats heeft in het hele plaatje …

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Effe een duikje in de kou …

Ik hoef het je niet te vertellen, je zag en je voelde het vast zelf al wel: de winter met z’n kou en met z’n nattigheid komt eraan. Als vanzelf gaan de gedachten uit naar dikke jassen en mutsen en handschoenen, of zelfs naar alleen maar binnen blijven, waar het tenminste warm is …

Wel, daar ga ik vandaag eens lekker tegen in. Ik daag je uit om dat wisselvallige weer te trotseren. Jawel, ik nodig je uit: neem eens effe een duikje in de kou!

Over verschillende soorten stress

Stress en stress is twee.

Er is wat we noemen de negatieve stress, de ondermijnende stress, de stress waarvan je me niet zult horen vertellen dat die iets goeds in zich heeft. Echt niet! Het gaat om wat we gewoonlijk als stress aanduiden: te hoge werkdruk, urenlang in de file moeten staan, geldgebrek en alle spanning die dat met zich meebrengt, pesterijen en aanslepende ruzies, … Kortom, alles wat je het gevoel geeft je te overweldigen, je onderuit te halen, je onder voortdurende spanning te zetten.

Maar er bestaat ook zoiets als ‘positieve stress’. Het gaat hier om een kortdurende blootstelling aan een zekere spanning, die ervoor zorgt dat je lichaam eventjes uit de comfortzone wordt gehaald. Je moet maar eens denken aan die stress waar onze voorouder, de oermens, mee geconfronteerd werd. Plots oog in oog met een gevaarlijk beest moest hij vechten of vluchten voor zijn leven. De adrenaline stroomde door zijn lijf. Hij ging het gevecht aan of liep voor zijn leven … en als hij ’t overleefde, kwam daarna een periode van rust en ontspanning. Even stress en daarna recup.

Maar er was meer in het leven van die oermens: hij trotseerde extreme warmte en extreme kou, kende periodes van honger en dorst, moest pijn verdragen, … en dat alles maakte zijn immuunsysteem meer flexibel. En juist die flexibiliteit van je immuunsysteem is een groot voordeel als het gaat om je gezondheid. Je maakt er als het ware je zelfgenezend vermogen sterker door.

Tips om gezonde stress in je leven toe te laten …

… en dus ook jouw zelfgenezend vermogen een handje toe te steken!

  • Trek eens niet je jas aan als je even kortdurend de kou in moet. Je zult voelen hoe je huid als het ware samentrekt om de warmte binnen te houden. Je begint misschien zelfs wel te rillen. En als je daarna weer binnen komt, krijg je het heerlijk warm. Let wel, een heel belangrijk begrip is hier ‘kortdurend’. Ga je een uur wandelen in deze kou, trek dan liefst wel een jas aan, tenzij je al aan die al te kleine dingen gewoon bent geraakt.
  • Hetzelfde kun je bereiken met het je blootstellen aan extreme warmte. Dat kan in de zomer, in de zon, maar dat kan ook door regelmatig eens naar de sauna te gaan. In dat geval gaat je huid helemaal open om die overtollige warmte af te voeren. Trouwens, als je op een goeie manier gebruik maakt van de sauna, wordt het een wisselend blootgesteld zijn aan extreme warmte en aan koud water om weer af te koelen. En je lichaam leert flexibel met beide om te gaan.
  • In dezelfde lijn door kan ik je ‘wisseldouches’ aanraden. Je begint met een paar minuten warm water en gaat dan plots over naar een tien tot twintig seconden koud water. Die periodes wissel je een paar keer met elkaar af. Je eindigt met koud water. Deze manier van jezelf blootstellen aan wisselend warm en koud water brengt je enorme gezondheidsvoordelen: je krijgt meer energie, het helpt je weerstand verhogen, je krijgt een betere doorbloeding, spieren en huid worden gestimuleerd, enz.
  • Een andere manier van gezonde stress bestaat er uit eens een maaltijd over te slaan. Hier wordt je lichaam uitgedaagd de reserves aan te spreken. Het moet overgaan van verbranden wat direct voorhanden is naar het putten uit reserves in spieren en vetlagen. Dit principe heet ‘intermittent fasting’, vrij vertaald: vasten met tussenpozen. Je kunt beginnen met de tussendoortjes eruit te halen. Je eet dan enkel ’s morgens, ’s middags en ’s avonds. Tussendoor geen voedsel, maar ook geen energierijke dranken. Water, zwarte koffie of pure thee mogen wel. Kan je dit al aan, sla dan af en toe eens één van die hoofdmaaltijden over. Het meest positieve effect krijg je als je de duur van het niet eten langer maakt, dus als je ontbijt of avondmaal overslaat. Dan hoef je niet alleen reserves aan te spreken, maar je spijsverteringsstelsel krijgt ook eens wat langer congé.
  • Een andere vorm van ‘wisselstress’ is de intervaltraining binnen de sportwereld. Dan ga je vb. wandelen of joggen en binnen dit gewone stramien ga je af en toe even de snelheid opvoeren tot je aan je grens komt. Je hartslag gaat de hoogte in, je ademhaling gaat vlugger, je bloed stroomt krachtig door je lichaam heen. Ook hier is het juist de afwisseling tussen gewoon en even je eigen grenzen uitdagen die het grootste gezondheidsvoordeel oplevert.
  • Ik geef je nog een laatste voorbeeld, en ik hoop dat jij dan in je eigen leven je eigen uitdagingen vindt en creëert. Je kunt ook eens een nachtje bewust veel minder slapen. Af en toe eens opstaan voor dag en dauw kan beslist geen kwaad, eerder integendeel. Eens wat later je bed in kan in principe ook geen kwaad, alleen, je wordt er niet gezonder op als die tijd ingevuld raakt met TV, gaming of smartphonegebruik. Gebruik die extra tijd liever voor een wandeling in de natuur, voor wat meditatie of om iets anders te doen waar je gewoonlijk geen tijd voor hebt.

Voordelen van een flexibel lichaam

Inderdaad, dat is wat we doen met al deze vormen van positieve stress: we creëren een flexibel lichaam. We maken ons lichaam als het ware gewoon om regelmatig de comfortzone te verlaten. We dwingen ons lichaam om de noodscenario’s alert te houden. Je zou het kunnen vergelijken met een onverwachte brandveiligheidsoefening. Plots gaat het alarm af en je wordt uitgedaagd om jezelf in veiligheid te brengen. Door dat af en toe te trainen, weet je als het eens echt nodig zou zijn als vanzelf wat je te doen staat.

Zo gaat het ook met je lichaam. Door het af en toe eens ‘onnodig’ uit te dagen, leert je lichaam alert te reageren. En als het dan eens echt nodig is, is je lichaam in staat van paraatheid. Het weet precies wat het moet doen om de gegeven moeilijkheden het beste te overwinnen. Kortdurende stress is een zegen voor je immuunsysteem, het is een training van je zelfgenezend vermogen. Het bevordert absoluut je gezondheid!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Suiker, de zoete boosdoener (deel 1)

In de loop van mijn opleiding tot Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg hoorde ik al over dr. Lustig en zijn ideeën over hoe ongezond suiker wel is. Laatst liep ik die dr. Lustig tegen het lijf … op youtube. En ik heb veel van hem geleerd, moet ik bekennen. Sta me toe dat ik daar iets van met je deel …

Glucose en fructose

Suiker, het zoete goed dat we allemaal lekker vinden, is helaas niet zo onschuldig als het eruit ziet. Chemisch gezien bestaat suiker uit één molecule glucose en één molecule fructose. Glucose is het deel van de suiker dat je bloedsuikerspiegel de hoogte in jaagt. Een deel van die glucose gaat rechtstreeks de spieren in als bron van energie. Glucose eten en dan energie verbruiken, is een goede zaak. Zo zou het eigenlijk altijd moeten gaan. Glucose die niet direct gebruikt wordt, wordt in het lichaam opgeslagen als glycogeen oftewel reserve-energie, om als eerste te verbruiken als er niet direct glucose voorhanden is.

Fructose, ook wel ‘fruitsuiker’ genoemd, daarentegen doet helemaal niks met de bloedsuikerspiegel en vraagt dus ook geen insuline als het de bloedbaan in komt. Daarom ook wordt fructose makkelijk gebruikt om koekjes e.d. mee te zoeten voor mensen met diabetes. Fructose is echter veel minder onschuldig dan het lijkt. Als deze suiker in de bloedbaan terecht komt, gaat ze integraal naar de lever. Daar wordt ze gemetaboliseerd op een gelijkaardige manier als … alcohol. Jawel, net zoals alcohol toxisch is voor de lever, is fructose dat ook. Steeds meer horen we in de medische wereld over ‘non alcoholic fatty liver disease’, vrij vertaald: ‘niet door alcohol ontstane vervette lever’.

Dik, dikker, dikst

Fructose wordt in het lichaam in eerste instantie helemaal omgezet in vet. Vet in de lever en visceraal vet, ’t is te zeggen, vet rondom de organen. Net zoals we bij mannen de bierbuik kennen, kennen we nu al bij heel wat kinderen de frisdrankbuik. Erger nog, het begint tegenwoordig al bij baby’s, want mama’s die te veel fructose gebruiken (uit o.a. frisdranken) geven dat voor een deel al door aan hun ongeboren kind.

Sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw zijn we met z’n allen steeds minder vet gaan eten. De bedoeling was om daarmee het aantal hart- en vaatziekten te doen dalen. Wel, we eten minder vet … maar we blijven sterven aan hart- en vaatziekten, dat is nog steeds doodsoorzaak nummer één in westerse landen.

We zijn echter véél meer suiker gaan eten. Voor 1900 gebruikten we gemiddeld ca. 2 kg suiker per jaar. Je begrijpt dat suiker toen enkel gebruikt werd voor die uitzonderlijke zoete lekkernij. Op vandaag gebruiken wij gemiddeld zo’n 60 kg suiker per persoon per jaar. En de helft daarvan is fructose, en dus na vertering en metabolisering uiteindelijk gewoon … vet! Als je het zo bekijkt, is ons huidige dieet helemaal niet vetarm, maar juist vetrijk te noemen. Daar halen wij dus onze obesitas en onze hart- en vaatziekten vandaan.

Eén van de grootste boosdoeners hierbij zijn de ‘gedronken suikers’ van frisdranken en fruitsappen. Die vullen immers je maag niet, en dus geven ze geen signaal dat je al voedsel binnenkreeg. Je kunt na een halve liter cola gewoon evenveel eten dan zonder die halve liter cola. (En hier nu toch even tussen haakjes dat light en zero soorten beslist niet gezonder zijn. Je kunt je lever vergiftigen met fructose, je kunt dat evenzeer met aspartaam en aanverwanten). Je drinkt als het ware gewoon vet. Wie elke dag één frisdrank of fruitsap drinkt, wint er elk jaar een paar kilo’s bij.

En de fructose uit fruit dan?

Inderdaad, fructose is de natuurlijke suiker uit fruit. Dr. Lustig vertelt hierover het volgende: ‘Als God de mensen een gif te eten geeft, geeft Hij er vanzelf het tegengif bij.’ De fructose in fruit, als hele vrucht, wel te verstaan, zit verpakt in massaal veel vezels. Die vezels zorgen er enerzijds voor dat we er veel minder van kunnen eten dan zonder die vezels. Je kunt wellicht hooguit twee appels na elkaar eten, maar je kunt er makkelijk tien drinken, in de vorm van appelsap. Anderzijds zorgen die vezels er ook voor dat er veel minder van de fructose opgenomen wordt. In de darm moet die fructose immers uit de vezels losgeweekt worden. Dat gebeurt niet helemaal efficiënt (en zeker al niet als wij niet grondig kauwen). De vezels met daarin nog heel wat fructose gaan door naar de dikke darm … waar ze als voedsel dienen voor … onze darmbacteriën. Iets wat voor ons ongezond zou kunnen zijn, houdt onze darmbacteriën (en dus ook onszelf) wel degelijk wél gezond.

De beste tip die ik in verband met fruit zou kunnen geven, luidt als volgt: ‘Eet het fruit, drink niet het sap ervan!’ Fruit eten houdt je gezond, fruit drinken helpt je in het graf.

Mocht je na het lezen van dit artikel meer willen weten, dan raad ik je aan de lezing van dr. Lustig zelf eens te bekijken op youtube: Sugar: The Bitter Truth.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Een nieuwe kijk op gezondheid

Onder deze titel wil ik vanaf januari 2020 vorming aan groepen aanbieden. Maar goed, misschien wil jij eerst wel eens weten wat ik bedoel met ‘Een nieuwe kijk op gezondheid’.

Wel … vandaag neem ik je mee op een trip doorheen een veranderend landschap van ziekte en gezondheid. De tijden veranderen, de ziektes veranderen, … en dus moeten ook de remedies mee veranderen, willen we gezondheid behouden of creëren.

Welvaart creëert nieuwe ziektes

Sinds het einde van de tweede wereldoorlog is de welvaart in de westerse landen fors de hoogte ingeschoten. En het dagelijks leven is in diezelfde mate veranderd. Wij kennen geen honger meer, we hebben comfortabele huizen, er bestaat een goed uitgebouwde ziektezorg … en ziektes die vroeger dodelijk waren, zijn ofwel uitgeroeid, ofwel heel sterk onder controle.

De beschikbaarheid van voldoende voedsel én een verbeterde hygiëne hebben gezorgd voor het stilletjes aan verdwijnen van heel wat infectieziektes. Moeders sterven minder in het kraambed omdat dokters hun handen wassen, goede voeding zorgt voor minder kindersterfte, en dus leven we globaal gezien langer.

De laatste 50 jaar zien we echter nieuwe ziektes ontstaan, ziektes die ik ‘leefstijlziektes’ zou willen noemen: obesitas (en dat zelfs al bij peuters!), diabetes type 2, hart- en vaatziekten, kanker, dementie in al zijn vormen, enz. Medicijnen lossen bij deze ziektes de problemen niet op. Ze onderdrukken alleen levenslang de symptomen … tot het lichaam echt niet meer kan, en het dan maar opgeeft, vaak na een lange lijdensweg.

Deze nieuwe ziektes dagen ons uit om een nieuwe kijk op gezondheid te ontwikkelen. Het wordt des te belangrijker om ons te gaan focussen op de oorzaken van deze ziektes. Als we kunnen achterhalen hoe deze ziektes ontstaan, dan kunnen we er pas écht iets aan gaan doen. En meer en meer artsen kijken inderdaad die kant uit. Allemaal komen ze op het spoor van de ‘leefstijlgeneeskunde’. Dan het gaat in wezen om ‘tevelen’ en ‘tekorten’: een te veel aan toxische stoffen en een tekort aan voedende stoffen, een te veel aan stress en een tekort aan echte ontspanning, een te veel aan zitten en een tekort aan beweging, …

Een nieuwe kijk op gezondheid … zal dus op je leefstijl moeten gaan focussen: Hoe kun je je lichaam (en dat van je naasten) geven wat het écht nodig heeft? En hoe kun je ‘detoxen’ van al die overload van ons moderne leven?

Niet alleen het lichaam, maar ook de geest

Tegelijk gaan we een stap verder, want in klassieke geneeskunde wordt nog altijd vooral het lichaam benaderd als ‘ziek en moet weer gezond worden’. Dat er ook een psyche bestaat, ja, dat hebben we al door … maar daarvoor moet je wel bij een heel bijzonder soort dokter langs: de psychiater! Dat lichaam en geest één zijn, dat heeft onze huidige klassieke medische wereld nog niet door.

Dat die ‘tekorten’ of ‘tevelen’ ook kunnen zorgen voor depressie en angststoornissen, voor ADHD of autisme, voor diep ongelukkig zijn en zelfs voor zelfmoordneigingen, … dat is nog geen gemeengoed.

Daarom moeten we ons bij de ‘nieuwe kijk op gezondheid’ niet alleen op het lichaam focussen, maar ook op de emoties, de gedachten en zelfs op het meest wezenlijke, nl. de zin van het leven.

Meer over deze vorming

Wil jij meer weten over deze vorming? Klik dan op deze link, en je komt op de juiste pagina op mijn website terecht. Daar lees je meer én je vindt er ook de praktische informatie om deze vorming voor jouw groep aan te vragen.

Ben jij een individu en je wilt er graag meer over weten, stuur dan een mailtje naar hilde@gezondheid-wijzer.com. Ik hou je op de hoogte van de data waarop ik zelf deze vorming aanbied.

%d bloggers liken dit: