Kampvuur

Vakantie is …

In een vorige blog schreef ik het al: het allerbelangrijkst als je vakantie neemt, is dat je leegte toelaat. Even niks moeten, even gewoon mogen zijn, tijd om te lummelen en te niksen en te dagdromen, dat maakt dat vakantie nieuwe energie geeft. In de leegte krijgt je hele systeem de kans zich te resetten. En ja, net als bij een computer, kan dat resetten en updaten niet als je bezig blijft. Je moet het ding even de tijd geven om te downloaden en te uploaden en een paar keer te herstarten. Doe je dat niet, dan loopt je computer vroeg of laat vast, en doe je het wel, dan werkt hij achteraf weer zoals het hoort. En zo is het ook met jou …

We leven in een tijd waarin iedereen het druk heeft. Er is een vaak veeleisende job. Er is het gezin en ieder van die gezinsleden heeft zijn extra bezigheden. Er is zoveel dat moet, het hele jaar door. Vakantie zou dus in de eerste plaats ont-moeten moeten zijn, even niet meer moeten. Eens je dat avontuur hebt aangedurfd en leegte hebt toegelaten, kan het dat er iets met je gebeurt. In de leegte kun je een verlangen ontdekken, iets waarvan je voelt: Ja, hier heb ik zin in!

Dat gevoel van verlangen lijkt heel gewoon, en klein als het is, lijkt het niet zoveel te betekenen. Maar niets is minder waar. Als jij dat ene kleine verlangen voelt en erop ingaat, dan kom je van het ene verlangen in het andere. Je volgt als het ware een spoor. Het is je wezen, je diepste kern die spreekt en je vertelt wat er in jouw leven echt van belang is. Door die weg van kleine verlangens te volgen, ontdek je als het ware weer wie jij ten diepste bent. En neem dat ontdekken maar heel erg letterlijk: ont-dekken. Door de drukte van het bestaan werd wat echt belangrijk is meer en meer bedekt. Het is alsof er op jouw vuurtje, jouw enthousiasme een laag stof of as is terechtgekomen, waardoor vanzelf je vuurtje minder gaat branden. Gevolg is een gevoel van sleur, van dodelijke routine.

In de leegte die je creëert – in een vakantie, maar ook in gedwongen leegte zoals bij ziekte – kom je dat wat nog over is van je vuurtje op het spoor. Het kan zich tonen als een beetje warmte, als iets wat nog lauwwarm voelt, ook al lijkt het vuurtje gedoofd. Het kan zich ook tonen als een beetje licht, iets wat nog net niet helemaal is gedoofd en nog wat nagloeit. Veel is niet nodig om dat vuurtje weer aan het branden te krijgen. Je moet het alleen voeden. Ga in op het verlangen dat in je leeft, en voor je het weet brandt er weer een laaiend vuur.

Het leven in ons – en dat is dat vuurtje dat brandt – is sterk. Het leven is zo sterk dat het, als jij tegen je eigen wezen ingaat, signalen geeft. Eerst ontstaat er zoiets als onvrede, vervolgens iets als sleur, en tenslotte, als jij niet luistert, ontstaat ziekte. Het leven roept steeds harder, tot jij gehoor gaat geven aan dat verlangen in jou. Want het leven wil niet zomaar iets voor jou, het wil Léven, honderduit. Het wil dat jij diep gelukkig bent. En dus roept het, tot jij luisteren wil.

Vakantie kan, als daar voldoende ‘vrije tijd’ in is, jou weer op dat spoor van je verlangen brengen. Het kan jou de richting wijzen waarin dat volle leven te vinden is. En nee, een vakantie van een paar weken zal wellicht niet die grote ommezwaai brengen waar jij misschien nood aan hebt, maar het zal je wel alvast een eerste stap doen zetten op het pad naar vol en vurig Léven. En zoals je weet, die eerste stap is de belangrijkste van de hele reis. Van die ene stap komt een volgende en een volgende en een volgende. En voor je het weet, wandel je dat nieuwe Léven in.

Ik wens ieder van jullie – elk op zijn eigen tijd – een zalige, deugddoende vakantie toe.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Veel zee en een beetje strand en één iemand in het water.

Vakantie is … leeg maken

’t Is volop lente, de zomer en het mooie weer komen eraan … en daarmee voor velen wellicht vroeg of laat ook vakantie. Een deel van de pret, zo voel ik dat zelf, is het plannen van die vakantie: ‘Wat wil ik dit jaar weer allemaal doen en waarnaar wil ik deze keer graag op reis.’ En elk jaar weer is het verlanglijstje van wat ik in die vakantie allemaal wil doen groter – véééééél groter – dan ik aankan.

En juist dat is nu de kunst, zo zie ik bij mezelf en bij anderen: je vakantie zo plannen dat er ‘vrije tijd’ ontstaat, lees maar ‘leegte’. Dat is trouwens wat het woord vakantie ook betekent: van het Latijnse woord ‘vacare’, vrij maken, en met als imperatief ‘vaca’ of ‘wees vrij’. Daar loopt het bij velen fout – mezelf incluis, als ik niet oplet: we plannen onze vakantie van de eerste tot de laatste dag helemaal vol. Niks leegte, niks vrije tijd.

Met dit schrijven wil ik je uitnodigen om je vakantie dit jaar eens anders te plannen. Creëer bewust lege momenten in je vakantie, want zo creëer je echte vrije tijd. Het is meer dan logisch dat je, in de volle rush van de dagelijkse routine niet kunt inschatten waar je in je vakantie het meeste deugd van zult hebben. Dat ontdek je pas als er ruimte ontstaat. In de leegte van het niet meer moeten, ontdek je pas hoe moe je bent, hoe sterk je onder stress hebt gestaan en hoe de druk van het dagelijks bestaan je in zijn greep heeft. Vakantie is nu net de tijd om je daarvan bewust te worden en om je er even helemaal uit terug te trekken. En dat kan natuurlijk alleen maar als je minstens een deel van die vakantie ook echt leeg laat.

Ik merk het wel vaker als mensen over hun vakantie vertellen. Ze hebben dan een grote reis gemaakt en heel veel dingen gedaan en aan de buitenkant lijkt het een fantastische tijd te zijn geweest: een mooi land, lekker eten, heel veel mooie dingen gezien … maar ze komen moe of zelfs uitgeput van hun vakantie terug. En dan denk ik: dit was geen vakantie, dit was alleen maar andere drukte dan gewoonlijk.

Wil je vakantie echt deugddoend zijn, en verfrissend en herbronning brengen, dat moet er in je vakantie leegte mee ingepland zijn. Niet elke dag van je vakantie mag vooraf gepland worden, en niet elk moment van een geplande vakantiedag mag helemaal ingevuld zijn. Er moet ruimte overblijven … om te niksen, om te lummelen en luieren, of om op het moment zelf in te gaan op wat jij op dat moment verlangt.

Zelf doe ik dat zo:

  • Ik voorzie toch echt wel wat tijd om allerlei klussen in huis te doen. Daar plan ik halve dagen mee vol. Uit ervaring weet ik dat ik die klussen ‘lichter’ inschat dan ze in werkelijkheid zijn. Door maar halve dagen te plannen, is er toch voldoende tijd, zonder tot het uiterste te hoeven gaan.
  • Ook eventuele contacten met familie of vrienden worden als ‘klussen’ ingepland.
  • Ik plan in die ‘werktijd’ ook bewust ‘vrije dagen’ in. Vandaag geen klussen, vandaag geen verplichtingen, vandaag echte me-time.
  • Als ik dan op vakantie vertrek, ben ik al behoorlijk goed op weg naar echte ontspanning. Ik heb het werk al zo goed als helemaal achter me kunnen laten, en dat maakt dat mijn vakantiereis voelt als ‘offline’.
  • Ook op reis plan ik bewust ‘vrije dagen’ in. Ik wandel heel erg graag, en dat zijn best lange en pittige wandelingen, en omwille van de fysieke inspanning daarvan, hou ik een ritme aan van twee dagen wandelen (of een andere actieve invulling van zo’n dag) en één dag vrij.

Het grote voordeel van een vakantie waarin echte ‘vrije tijd’ mee is ingepland, is dat je ruimte creëert waarin je weer echt bij jezelf kunt thuiskomen. Er ontstaat een vacuüm waarin je diep kunt voelen waar het leven jou toe roept. En juist daar wil ik het over hebben in een volgende blog, over hoe ‘vrije tijd’ ruimte creëert om te ontdekken waar het leven je vervolgens toe roept.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Een tekening van je spijsverteringsstelsel, met op de voorgrond je lever.

Van mond tot kont, deel 2

Hé, ken je me nog?
Ik ben die brok voedsel van vorige keer.
En op dit moment bevind ik mij in je maag.
Ik ben met erg zure sappen doorkneed en daardoor echt al wat kleiner geworden.
En nu ben ik klaar om de reis verder te zetten.
Beetje bij beetje kom ik in je duodenum, je twaalfvingerige darm terecht.

Het duodenum, de spijsverteringsfabriek

Inderdaad, beetje bij beetje komt telkens een zure brok voedsel uit je maag in het duodenum of de twaalfvingerige darm terecht. Wat daar gebeurt is niet minder dan een wonder. Eerst en vooral wordt het zoutzuur in het voedsel geneutraliseerd, en dat is maar goed ook, want anders zouden er al gauw gaten branden in onze darmen. Vervolgens komt er gal uit de lever bij die brij. De gal emulgeert de vetdruppels in het voedsel tot kleinere vetbolletjes. Want je weet – of je weet het misschien nog niet – : hoe kleiner de voedselbrokken in het duodenum, hoe makkelijker het voedsel ook echt verteerd kan worden.

Want dat is wat nu helemaal hoort te gebeuren: het voedsel moet verteren tot de kleinst mogelijke deeltjes. Koolhydraten moeten gesplitst worden tot afzonderlijke suikers: glucose, fructose en galactose (wat het kleinste deeltje is uit lactose of melksuiker). Eiwitten moeten afbreken tot diverse aminozuren. Vetten worden verteert tot afzonderlijke vetzuren. Die afbraak van voedsel tot de kleinst mogelijke deeltjes is noodzakelijk, want alleen die kleinst mogelijke deeltjes kunnen door de darmwand heen in onze bloedbaan komen. Alles wat niet zo klein kan worden, gaat rechtstreeks door en komt in de afvalverwerking terecht.

Om dat hele proces te laten gebeuren, komen vanuit de pancreas verschillende spijsverteringssappen de twaalfvingerige darm in. Je kunt wat daar in die twaalfvingerige darm gebeurt het best vergelijken met een fabriek die chemische stoffen met elkaar verbindt. Ieder stofje moet op exact het goede moment en in exact de juiste hoeveelheid toegevoegd worden. En in de juiste omstandigheden, gebeurt dat ook. Eén van de grote boosdoeners echter, die de juiste omstandigheden kan verstoren, is stress. Als we stress hebben, dan denkt ons lichaam dat we in levensgevaar zijn, en dan zet ons hele wezen alles op alles om te vechten of te vluchten. En dan is de spijsvertering wel de laatste van onze zorgen. De chemische fabriek gaat tijdelijk op slot. Alleen, als tijdelijk ‘chronisch’ wordt, dan gaat het goed fout. Dan verteert ons voedsel onvoldoende en kan er ook weinig voedsel opgenomen worden. We verhongeren dan als het ware, ook al eten we misschien best wel veel.

Ken je dat gevoel, dat je bij stress gaat hunkeren naar iets zoets? Dat komt omdat suiker maar heel weinig vertering nodig heeft. Suiker bestaat uit één molecule glucose en één molecule fructose. Er moet dus maar één keer geknipt worden, en suiker is klaar om opgenomen te worden. En dan is glucose ook nog eens de energiebron die we nodig hebben om te kunnen vechten of vluchten. En dus verlangen we in tijden van stress meer naar zoet. Alleen, wij vechten of vluchten niet, want de stress die wij ervaren vraagt juist vaak dat we niet reageren. Er komt dus veel suiker in ons bloed binnen, die niet verbruikt wordt … en dus maar opgeslagen wordt als vet. Ja, stress maakt dik!

 

Hé, jij, als je mij nu zou zien, je zou mij niet meer herkennen.
Ik ben ondertussen als kleinste voedingsdeeltje door je darmwand heen gegaan.
En nu zwem ik in je bloed, richting je lever.
En je lever, dat is pas een fabriek, daar gebeurt van alles.
Ik passeer een zuiveringsinstallatie zodat er geen ziektekiemen mee naar binnen kunnen.
En dan worden verschillende onderdeeltjes omgebouwd tot voor je lichaam bruikbare elementen:
glucose om je energie te geven, aminozuren en eiwitten om je lichaam op te bouwen, vetten voor opbouw of als reserve-energie.
Wat gebruikt kan worden gaat met de bloedbaan mee, de rest wordt opgeslagen voor later gebruik.
En wat niet meer kan dienen gaat weer de darm in voor afvalverwerking.
Die lever, die is echt van levensbelang.
Daar wil je goed zorg voor dragen, geloof me maar.

Zorg dragen voor je lever

Zoals gezegd, je lever, dat is een heel belangrijk orgaan. Je lever moet echt massaal veel werk verzetten om je hele lichaam gezond te houden. Ik noem maar een paar van de taken van je lever:

  • Bloed, verzadigd met voedsel uit je darm, zuiveren.
  • Daar uithalen wat bruikbaar is en bewerken waar nodig.
  • Toxische stoffen tegenhouden en weer uitscheiden.
  • Alles in de juiste mate doorsturen naar de rest van je lichaam.
  • Wat nu niet nodig is opslaan voor als het wel nodig is.
  • Alle bloed uit je lichaam zuiveren, iedere keer als dat bloed je lever passeert.
  • Alle afval – resten van energieverbranding, toxische stoffen, afbraak van kapotte cellen – in recyclage nemen of weer richting je darm sturen.

Een lever die niet goed werkt, raakt makkelijk overbelast. Jij voelt je dan niet lekker. Je hebt weinig energie en al helemaal geen zin om te eten. Je kunt je wat flauw gaan voelen, wat misselijk ook. Het beste wat je dan kunt doen, is je lever een handje helpen om er weer doorheen te raken. Ken je het spreekwoord: ‘Bitter in de mond maakt het hart gezond’? Wel, het spreekwoord is niet helemaal juist. Het had beter geklonken als: ‘Bitter in de mond maakt de lever gezond’. Bitterstoffen helpen je lever bij het uitvoeren van de vele taken.

Absolute boosdoeners zijn dan alcohol en suiker. Alcohol belast de lever in hoge mate, en dit niet alleen als je zoveel dronk dat je er een kater aan overhield. Die kater is trouwens een signaal dat je lever jouw drinkgelag niet op tijd ontgift kon krijgen. Een deel van de toxiciteit van de alcohol vergiftigt dan je hersenen, met koppijn als gevolg. Minder gekend, maar even ernstig, is de ‘non alcoholic liver disease’ (NALD). Dat komt omdat fructose (die andere helft uit suiker) even toxisch voor je lever is als alcohol. Je lever moet heel veel moeite doen om fructose om te zetten in iets bruikbaars, en net zoals bij alcohol: te veel is te veel. Wil je dus je lever sparen, wees dan matig met zowel alcohol als met suiker (en suikerhoudend voedsel).

Wordt vervolgd …

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Een bord met veel groenten en een lekker stukje vis.

Van mond tot kont, deel 1

Hé, zie je mij?
Ik ben een lekker brokje en ik lig net voor jou, … op je bord.
Jij ziet mij, je ruikt mij en het water loopt je al in de mond. 
Je proeft al van tevoren hoe lekker ik zal smaken en hoe ik je buikje zal vullen tot jij voldaan bent.
Ja, ik ben dat wat jij zult eten, en ik neem je mee op mijn reis door jouw lichaam heen.
Ik neem je mee … van mond tot kont!

Over wat gebeurt voor wij gaan eten

Veel mensen hebben tegenwoordig last van de spijsvertering: zure oprispingen, krampen in de darmen, winderigheid, diarree of juist constipatie. Daarom vertel ik je het verhaal van wat er met ons voedsel gebeurt op die reis doorheen ons lichaam. Samen met dat lekker brokje vertel ik je wat je kunt doen om je spijsvertering te verbeteren en dus ook om een aantal klachten te vermijden. En die reis van dat voedsel, die begint al voordat jij ook maar één enkele hap in je mond steekt.

Als je zelf kookt, dan zie je het voedsel dat je zult eten. Je raakt het aan, je maakt het klaar, je ruikt hoe het lekker gaar wordt. Je dekt de tafel, het huis vult zich met fijne geuren en je lichaam weet: hier komt lekkers aan. Nu al, nog voordat je ook maar één hap hebt geproefd, maakt je lichaam zich klaar om dat lekkers te verteren. Het klaarmaken van je voedsel zorgt voor een hongergevoel. Je voelt het in je maag en ook in je mond. Speeksel en andere spijsverteringssappen beginnen te stromen. Je weet dat er voedsel aankomt en je begint ernaar te verlangen. En dat alles is een belangrijke eerste stap in de spijsvertering.

In hedendaagse huishoudens gaat het vaak anders: eten wordt kant en klaar gekocht en op vijf minuten tijd opgewarmd in de microgolfoven. Het plastic velletje wordt van de maaltijd gehaald en dan eten we maar uit dat plastic bakje waarin we het eten hebben opgewarmd. Ons lichaam krijgt amper de tijd om zich voor te bereiden op de maaltijd: we zien het voedsel niet, we hebben het niet in de handen om het klaar te maken, we ruiken het nauwelijks. Kan het ons dan verwonderen dat het verteren van ons voedsel al van bij het begin van de reis fout gaat?

 

Hé, jij, dankjewel dat je tijd nam om mij te bereiden.
Dat is fijn voor mij en dat is goed voor jou.
En als je mij dan proeft en langzaam kauwt, dan geef ik jou met mijn rijke smaak veel voldoening.
En nee, je doet mij geen pijn door goed te kauwen.
Alleen op die manier kan ik voor jou doen wat nodig is, namelijk: jou voeden!

Over kauwen, kauwen en nogmaals kauwen

Een tweede stap in een goede spijsvertering is het grondig kauwen van ons voedsel. Want, daar in die mond, daar gebeurt al heel wat. Door het voedsel klein te kauwen, zorgen we ervoor dat de spijsverteringssappen die voor de vertering van het voedsel zullen zorgen veel intenser met dat voedsel in contact kunnen komen. Hoe kleiner het voedsel versneden is, hoe makkelijker de brij met spijsverteringssappen doordrongen kan worden en hoe makkelijker het voedsel dus ook verteert.

En weet je, die vertering begint eigenlijk al in de mond. Het speeksel bevat enzymen die het zetmeel in vb. brood al beginnen los te maken in kleinere stukjes. Dat kan je eigenlijk zelfs al een beetje proeven. Als je op een stukje brood heel lang blijft kauwen, dan ontstaat geleidelijk aan een iets zoetere smaak in je mond. Dat komt omdat de vertering van zetmeel tot glucose (suiker!) al begint in de mond, maar dat kan natuurlijk alleen maar als dat zetmeel voldoende in contact komt met de enzymen uit je speeksel.

Zie je hoe het ook hier fout kan gaan? In al onze haast vergeten wij om grondig te kauwen. Hoe wij eten lijkt vaak meer op: hap – knabbel – slik – hap – knabbel – slik – … Als wij zo haastig eten, dan moet het wel fout gaan. Te grote brokken gaan door naar de volgende stap, en dat geeft last op de verdere reis door ons lichaam heen. En daar komt nog iets bij kijken: als we te haastig eten, dan voelen we pas te laat dat we eigenlijk voldaan zijn. Onze hersenen kunnen immers pas na twintig minuten registreren dat we genoeg hebben. Eten we te haastig, dan eten vanzelf ook te veel, met vanzelfsprekend overgewicht tot gevolg.

 

Hé, jij …
Ja, je ontdekt het al: eten vraagt tijd.
Hap – knabbel, knabbel, knabbel, knabbel – slik – rust.
En daarna hetzelfde opnieuw en opnieuw en opnieuw … tot je hersenen snappen dat jij voldaan bent.
Dan voel jij je vol voordat je maag overvol zit.
En dan blijft er voldoende plaats in je maag dat die mij kan kneden en met zure sappen doordringen.
Belangrijk, weet je wel, want die zure sappen breken mij langzaam af tot kleine stukjes die jou kunnen voeden.

Over wat je maag doet in dit verhaal

Jij slikt het voedsel door en dan glijdt het door je slokdarm heen tot in je maag. Als alles goed gaat, kan het voedsel in je maag niet terug naar de slokdarm, want tussen die twee zit een sluitspier. Dat moet, want het zure sap in je maag is niet alleen in staat om je voedsel te verteren, maar kan – als het met je slokdarm in contact komt – ook die slokdarm aantasten. Dat voel jij dan als zure oprispingen en als een brandend gevoel. Het is alsof je spijsverteringssappen je eigen lichaam beginnen te verteren.

Deze klacht is vaak het gevolg van wat fout liep in de vorige stappen:

  • We waren er onvoldoende op voorbereid dat er eten aankwam, en de spijsverteringssappen waren nog niet paraat.
  • We aten veel te haastig en voelden niet dat we al voldaan waren. We aten te veel, eigenlijk tot onze maag overvol zat. Als nu de maag dat voedsel begint te kneden, dan blijkt de sluitspier tussen slokdarm en maag onvoldoende sterk om de druk die ontstaat door het kneden van die overvolle maag te weerstaan. Omdat de maag te vol zit, gaat de sluitspier af en toe weer een beetje open. En dan komt er maagzuur in de slokdarm terecht.
  • We kauwden onvoldoende en dat maakt dat de maag veel meer moeite moet doen om de te grote brokken te verteren. Het voedsel blijft langer in je maag en er is meer zuur nodig. En opnieuw kan dat last geven, zeker als we dan op eind van de maaltijd iets zoets gebruiken. Dat zoet verteert veel vlugger en gaat gisten. Dat geeft opboeren, vaak weer van zure verteringssappen, tot gevolg.

Langzaam eten en goed kauwen kan dus zure oprispingen vermijden. Heb je onvoldoende tijd om te eten, eet dan liever niet. Wacht tot je in alle rust kunt genieten van een gezonde maaltijd. En zorg er misschien ook voor dat je na de maaltijd nog even in rust kunt blijven. Het zal het verdere verloop van de reis van je voedsel alleen maar beter en vruchtbaarder maken.

Wordt vervolgd …

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Foto met een stethoscoop, een mondmasker, pillen en een boek.

Een tekort aan dokters?

Ik was laatst op een congres, een congres over gezondheid, en meer in het bijzonder over de intelligentie van de natuur daarin. Boeiend, zeker voor iemand als ikzelf. En, weet je, één quote die ik toen hoorde, blijft maar hameren in mijn hoofd:

“Ik wil graag zo jong mogelijk sterven
op een zo hoog mogelijke leeftijd.”

Koen Kas, de spreker van dat moment, vertelde over mensen die leven in de Blue Zones, vijf gebieden op de wereld waar men tot op hoge leeftijd gezond blijft. Er leven op die plekken gemiddeld meer honderdjarigen dan elders in de wereld, en deze honderdjarigen zijn zijn gezonder en vitaler dan veel zestigers bij ons. Daar doelde onze spreker dus op: dat je op hoge leeftijd nog een lichaam mag hebben dat jong en gezond is, een lichaam dat geen last heeft van zovele ouderdomskwalen waar Westerse mensen wel last van hebben.

Want dat is wat ik in onze huidige tijd in overvloed zie: mensen die oud worden, ja, soms zelfs heel erg oud. Gezond zijn ze echter meestal niet. Al van op steeds jongere leeftijd zitten ze aan de medicatie – tegen hoge bloeddruk, tegen te dik bloed, tegen te veel bloedsuiker, tegen ontstekingen, tegen pijn, … Jammer genoeg wil dat zeggen dat mensen in onze huidige maatschappij steeds jonger chronisch ziek worden. Dankzij de medicatie worden de ziektesymptomen onderdrukt, waardoor mensen minder last van hun ziek zijn ervaren, maar ze blijven wel ziek. Waren ze dat niet, dan konden ze die medicatie gewoon weer stoppen.

En het is zelfs erger dan dat, want al die medicatie die niet geneest heeft ook bijwerkingen, die dan weer andere medicatie vragen om ook die klachten te onderdrukken. Vanaf dat eerste pilletje dat langdurig genomen wordt, ontstaat een kettingreactie van steeds nieuwe bijwerkingen op telkens weer bijgevoegde medicatie. En zo ontstaat een vicieuze cirkel van medicatie op medicatie op medicatie, en bij gevolg een vicieuze cirkel van steeds dieper ziek worden. In het Westen sterven de meeste mensen weliswaar op een hoge leeftijd, maar met een diep ziek lichaam. Daar spreken welvaartziekten als hart- en vaatziekten, kanker en dementie overduidelijk van.

Nu al wordt duidelijk dat we op iets langere termijn de zorg die we vandaag aan mensen bieden, niet kunnen blijven bieden. Dat merk ik op vele terreinen. Wil je een dokter consulteren, dan moet je tegenwoordig langer wachten dan vroeger. Dat is zeker zo in de gespecialiseerde zorg, maar zelfs bij een huisarts kun je niet altijd meer direct een afspraak maken. Erger wordt het als je een nieuwe huisarts of tandarts wil vinden. Vaak hebben deze artsen een patiëntenstop, nieuwe klanten geraken niet zomaar binnen.

En dan is er de zorg in ziekenhuizen, woonzorgcentra en instellingen voor mensen met beperkingen. Vroeger waren daar wachtlijsten omdat er plaats tekort was. Nu zijn daar wachtlijsten omdat er personeel te kort is. Te veel mensen verlaten de arbeidsmarkt en te weinig mensen vullen de open plaatsen in. En dat wordt er in de toekomst zeker niet beter op. Nu al zie je een ’tweeklassengeneeskunde’ ontstaan. Immers, waar een tekort is, spelen marktprincipes scherper mee, en dus zullen mensen die veel geld hebben een ver doorgedreven medische zorg kunnen blijven betalen. Mensen die het niet zo breed hebben, zullen vaker in de kou blijven staan.

Hebben wij een tekort aan dokters? Dat geloof ik eigenlijk niet. Ik denk dat wij onze hele gezondheidszorg moeten herzien tot een soort ’trappengezondheidzorg’, waarbij eerst aan leefstijl wordt gedacht en daarna aan natuurlijke manieren om te genezen en pas daarna – als al die andere dingen niet helpen – aan klassieke geneeskunde met dokters en medicijnen en medische apparatuur. Dat vraagt echter dat mensen zelf meer verantwoordelijkheid nemen voor hun gezondheid en dat ze hun leefstijl daartoe aanpassen.

De lessen uit de Blue Zones geven ons alvast een paar duidelijke handvaten om hiermee van start te gaan:

  • Kies voor gezonde en natuurlijke voeding.
  • Beweeg regelmatig, vermijd een zittend leven.
  • Zorg ervoor dat je iets zinvols te doen hebt, en dat je dus een doel hebt in het leven.
  • Verbind je met andere mensen, met de natuur, met het Goddelijke.

Elk van deze stappen zorgt op zijn eigen manier voor een betere gezondheid tot op hogere leeftijd. En als je dan de kwaaltjes die toch nog opduiken in de wortel aanpakt om ze te genezen, in plaats van enkel en alleen de symptomen te onderdrukken, dan ben je goed op weg op “zo jong mogelijk te sterven op een zo hoog mogelijke leeftijd”!

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Wilgenkatjes langs de waterkant.

Ik ruik de lente!

Afgelopen week hadden we regen, sneeuw, felle windvlagen, kortom: guur weer. Februari is doorgaans de koudste wintermaand, en al vriest in februari het niet meer zo vaak als vroeger, toch snakken veel mensen naar de warmte van mooie lentedagen. Ik zie het bij de mensen die ik ontmoet en ik voel het bij mezelf: de winter heeft lang genoeg geduurd, het is tijd dat de lente komt.

Wel, als jij ook last krijgt van dat staartje van de winter en verlangt naar mooiere dagen, beter weer, meer zon en dus meer licht en meer warmte, dan heb ik goed nieuws: Ik ruik de lente! Vorige week ging ik op stap met mijn fototoestel. Alle foto’s die je in deze blog ziet, heb ik vorige week zelf genomen. Geen trucage, gewoon vastgelegd wat er te zien was. En nee, het is nog geen lente, maar ze is in aantocht, zeker weten.

En dus, als ik je een tip mag geven, voor ’t geval dat ook jij last hebt van die ‘winterblues’: trek er ook even op uit. Ga op een iet of wat mooiere dag wandelen in een park of langs een waterloop. Zoek een stukje natuur op en kijk. Als je beter kijkt zie je vast en zeker ook dat de lente eraan komt. Wedden dat je humeur er beter op wordt, als je zelf op onderzoek uitgaat?

Wat volgt is een fotocollage …

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Een postzegel met daarop verschillende skeletten in beweging.

Over botten en gewrichten

Na een eerste blog over bewegen – Leven is bewegen – volgt een tweede, over botten en gewrichten, deze keer. Want ja, beide heb je nodig om te kunnen bewegen. Samen staan ze voor stevigheid en beweeglijkheid. Met botten alleen kom je er niet, want dan wordt stevigheid alleen maar star. Met gewrichten alleen kom je er niet, want dan wordt beweeglijkheid alleen maar flodderig. De combinatie van botten en gewrichten vormt een soepel maar stevig geheel, een beweeglijke stevigheid en een stevige beweeglijkheid.

Over botten …

Om te kunnen bewegen hebben we een skelet nodig, een structuur van botten die ons lichaam vorm en stevigheid geeft. Het menselijk skelet is zo gebouwd dat wij rechtop kunnen lopen, dat wij ons hoofd kunnen draaien en zo alle kanten uitkijken, dat wij onze handen kunnen gebruiken om aan handenarbeid te doen en nog zoveel meer.

Ons beenderstelsel heeft vijf belangrijke functies:

  • Structuur van het lichaam: Het skelet van mens of dier bepaalt de vorm van die mens of dat dier. Het is een geraamte waaraan spieren en organen zijn vastgemaakt, zodat elk deel in het lichaam op zijn juiste plaats blijft.
  • Opslag van mineralen en vetten: Onze botten bevatten een schat een mineralen. Omdat er in ons lichaam een voortdurend evenwicht moet zijn, worden die mineralen soms ingezet om tekorten elders in het lichaam aan te vullen. En het beenmerg bestaat uit vetten, en die vormen dan weer een energiereserve voor moeilijke tijden.
  • Vorming van bloedcellen: Een heel bijzondere taak van het beenmerg is de vorming van rode en witte bloedcellen en van allerlei andere onderdelen van ons bloed.
  • Bescherming van zachte weefsels en organen: Twee belangrijke voorbeelden daarvan zijn onze schedel, die de hersenen beschermt, en onze borstkas, een structuur van allerlei botten die het hart en de longen beschermen.
  • En tot slot, bewegen.

Osteoporose

Eén van de belangrijkste ‘ziekten’ van het skelet is osteoporose of botontkalking. Net zoals in het hele lichaam worden in de botten oude cellen afgebroken en nieuwe cellen opgebouwd. Als er evenwicht is tussen beide, dan blijft het skelet stevig, robuust, betrouwbaar. Als er meer cellen worden afgebroken dan er worden opgebouwd, wordt het skelet broos en breekbaar. Dat laatste gebeurt vanzelf bij het ouder worden. Op oudere leeftijd kan het skelet zo broos worden, dat het bijna vanzelf breekt.

Heb je last van osteoporose, dan krijg je wellicht van je huisarts calciumtabletten. Jammer genoeg doen die klassieke calciumtabletten niet zo heel erg veel. Dat is in de eerste plaats zo omdat meestal de goedkoopste vorm van calcium wordt voorgeschreven, nl. calciumcarbonaat. Die vorm van calcium wordt maar heel moeizaam in het lichaam opgenomen. Je kunt bij wijze van spreken net zo goed op een krijtje gaan kauwen. Wil je dus goed resultaat halen, dan is het van belang om een goed opneembare vorm van calcium in te nemen.

Vervolgens is er het rare gegeven dat mensen soms tegelijk osteoporose (botontkalking) en artherosclerose (aderverkalking) hebben. Er is dus wel degelijk kalk in het lichaam aanwezig, maar het zit op de verkeerde plek. Daar komen enkele vitamines bij kijken. Om mineralen in het lichaam op te nemen, hebben we voldoende vitamine D nodig. Vitamine D brengt de calcium uit het spijsverteringskanaal in de bloedbaan. Echter, als de calcium in de bloedbaan blijft, ontstaat het gevaar voor artherosclerose. Er is een tweede vitamine nodig om de calcium uit de bloed in de botten te krijgen en dat is vitamine K.

En tot slot is er niet alleen calcium nodig om gezonde botten op te bouwen, maar ook voldoende magnesium en liefst niet al te veel fosfor (volop aanwezig in onze frisdranken en in onze bewerkte vleeswaren). Enkel en alleen inzetten op een slecht opneembare vorm van calcium zal dus weinig zoden aan de dijk zetten. Een goed preparaat bij osteoporose is Osteoton Forte van Mannavital. Het mag dan al wat duurder zijn dan de klassieke kalktabletten, het zal een wezenlijk verschil maken in het tegengaan van steeds verdergaande osteoporose.

En vervolgens zijn ook voedings- en leefstijladviezen van belang:

  • Het belang van blijvende lichaamsbeweging: Wat je niet gebruikt, gaat verloren. Dat is ook zo als het gaat om je skelet. Dagelijkse matige tot intensieve lichaamsbeweging verhoogt de botdichtheid met gemiddeld 30%. Dat is heel wat, en als je daar vroeg genoeg mee begint, kun je osteoporose op latere leeftijd sterk verminderen.
  • Het belang van de blootstelling aan zonlicht: Vitamine D is de zonnevitamine. Je maakt ze zelf in je lichaam aan als je je blootstelt aan zonlicht. Een kwartiertje zonlicht op het midden van de dag op je blote (onbeschermde) huid maakt al een heel verschil. Je hoeft er echt niet uren voor te liggen bakken.
  • Te vermijden:
    • Geraffineerde suikers in snoep, gebak, chocolade.
    • Te veel dierlijke voeding en te weinig plantaardige voeding.
    • Te veel fosfor in de voeding: charcuterie, frisdranken.
    • Tabak, te veel alcohol, te veel cafeïne.
  • Toe te voegen:
    • Voeding met magnesium uit verse groenten en fruit, peulvruchten, noten, vis en zeevoedsel.
    • Vitamine D: olijfolie, vette vissoorten.
    • Vitamine K: gefermenteerde melkproducten zoals yoghurt, kefir of kwark, en ook kaas, boter, eieren.
    • Bio groenten en ongeschild fruit: bevatten vele soorten mineralen en sporenelementen die mee de botmatrix opbouwen.

… en gewrichten

Zorgen de botten voor structuur, dan zorgen de gewrichten voor plooibaarheid. Wij kunnen ons niet zoals een slang elke richting uit bewegen. We zijn gebonden aan wat onze gewrichten toelaten. Als je even je lichaam gaat ‘uitproberen’, dan zul je merken dat er verschillende soorten gewrichten zijn. Je vingerkootjes, bijvoorbeeld, kunnen maar in één richting buigen, maar het gewricht waarmee de vinger aan de hand vastzit, kan veel meer kanten uit. Je kunt met dat gewricht een draaibeweging maken. Wat dat gewricht niet kan, is  naar achter overplooien. Dat laatste kun je met je pols wel doen. Met je pols kun je een volledige draaibeweging maken. Al naar gelang het gewricht is er dus meer of minder beweging mogelijk.

De gewrichten kennen twee heel belangrijke ziektes: artritis en artrose.

Artritis

Artritis is de ontsteking van een gewricht. Er ontstaat pijn, roodheid, zwelling, warmte en stijfheid. Bewegen wordt moeilijker, en vooral het in beweging komen is bij artritis heel erg pijnlijk. Eens je in beweging bent, beter het wel weer wat. De ontsteking kan het gevolg zijn van een bacteriële of virale infectie, maar ook van een te sterke vervuiling in je lichaam. Als er meer toxische en verzurende stoffen je lichaam binnenkomen dan er weer uitgescheiden worden, stapelen die stoffen zich vaak in je de gewrichten op. Daar zorgen ze dan voor ontsteking. En tenslotte kan het ook gaan om een auto-immuunziekte. Dan vallen je eigen immuun-cellen je kraakbeen aan alsof het vijandelijke indringers zou bevatten.

Bij artritis is het dus vaak kwestie van je lichaam eens grondig te zuiveren. Dan zorg je er eerst en vooral voor dat er zo weinig mogelijk belastende stoffen binnenkomen.

Vermijd volgende zaken:

  • Geraffineerde suikers in snoep, koek, chocolade, frisdranken, …
  • Witmeelproducten.
  • Koffie, alcohol, zwarte thee.
  • Slechte vetten, in het bijzonder transvetten (ontstaan door sterke verhitting van oliën) en te veel omega 6-vetzuren.
  • Te veel vlees, en zeker de bewerkte vleeswaren.
  • Geconserveerde voeding, voeding met daarin bewaarmiddelen, kleurstoffen, geur- en smaakstoffen.
  • Koemelkproducten, behalve zure zuivel, zoals yoghurt, kwark, kefir.
  • Vruchtensappen.
  • Elke voeding waarvoor jij een allergie of intolerantie hebt.

En vervolgens stimuleer je de zuiverings- en uitscheidingsorganen om zoveel mogelijk afvalstoffen te verwijderen. Daartoe zijn aan te raden:

  • Een vastenkuur, sapvastenkuur of Mayr-kuur onder begeleiding van een gezondheidsbegeleider met kennis van zaken.
  • Evenwicht in de voeding door te letten op het zuur-basen evenwicht. Met andere woorden: eet meer groenten en fruit, en minder vlees, vis, kaas, granen.
  • Kies voor kwaliteitsvoedsel: vers, biologisch, recht uit de natuur.
  • Eet enkel op de daartoe voorziene tijdstippen: ontbijt, middagmaal, een niet al te laat avondmaal.
  • Voldoende slaap, want het ontgiften en de ontzuring van het lichaam gebeurt vooral tijdens de nachtrust.
  • Een lichaamsmassage helpt de vastzittende kristallen weer de bloedbaan in, zodat ze uitgescheiden kunnen worden.

Heb je regelmatig last van artritis, zoek dan een goede gezondheidsprofessional die je hierin kan begeleiding. Het is immers niet zo makkelijk om te weten wat je in dit geval beter wel of niet kan eten.

Artrose

Bij artrose gaat het om slijtage van het gewricht. Het kraakbeen is geheel of gedeeltelijk weggesleten en de beweging doet pijn. Hoe langer en hoe meer je beweegt, hoe meer pijn er ontstaan. Daar ligt ook het typische verschil tussen artritis en artrose: bij artritis heb je vooral pijn bij het in beweging komen, bij artrose wordt de pijn erger naarmate je meer of langer beweegt. De klachten van artrose nemen toe met de leeftijd.

De voedingsadviezen die hierboven gegeven zijn, kunnen ook dienst bewijzen bij artrose. Verder zijn ook belangrijk:

  • Vermijd zoveel mogelijk de klassieke pijnmedicatie. Die verlicht wel de pijn, maar breekt tegelijk het nog aanwezige kraakbeen verder af.
  • Blijf bewegen, echter zonder te overdrijven. Als je blijft bewegen, komt er regelmatig nieuw gewrichtssmeersel in het gewricht, en dat voedt het kraakbeen.
  • Een lichaamsmassage kan de overdreven druk van de spieren op het aangetaste gewricht verminderen. Daardoor vermindert vanzelf ook de pijn.
  • Bij overgewicht is vermageren sterk aan te raden. Immers, elke kilo van je lichaamsgewicht moet door je voeten en je knieën elk moment van de dag meegedragen worden.

Een goed preparaat, zowel bij artritis als bij artrose is Cartilaton van Mannavital. Het bevat zowel stoffen die de ontsteking tegengaan als stoffen die het gewrichtskraakbeen opnieuw opbouwen. Dat laatste is vanzelfsprekend een werk van langere duur. Zelf heb ik dit preparaat altijd in huis. Als er gewrichtspijn begint, dan neem ik de maximaal toegelaten dosis. Verdwijnt de pijn, dan verminder ik het aantal tabletten, tot ik weer helemaal zonder kan. Op die manier hou ik mijn gewrichten pijnvrij en gezond.

In een volgende blog lees je meer over spieren en pezen, allebei ook noodzakelijk om te kunnen bewegen.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Aan de linkerkant een kronkelende weg in het bos, aan de rechterkant het GEZONDHEID-WIJZER logo.

Mijn expertise …

Af en toe laat ik me verleiden tot een vorming rond ‘bouwen aan mijn praktijk’. Dan probeer ik te achterhalen op welke manier ik mijn ‘GEZONDHEID-WIJZER’-zaak beter in de kijker kan zetten. Dan hoop ik te ontdekken hoe ik de juiste klanten kan aantrekken. Dan zoek ik mezelf als gezondheidsbegeleider op de juiste manier op de kaart te zetten. En elke keer weer komt dan naar voor dat ik mezelf zou moeten beperken tot één domein, één bepaalde klacht, en dat ik me dan met mijn website helemaal naar dat éne type mensen zou moeten richten. In dat éne moet ik dan zoveel mogelijk expertise opbouwen, om me daarmee te onderscheiden van andere gezondheidsprofessionals.

Maar … dat kan ik niet. Ik kan en wil me niet beperken tot een minimaal klein aspect van gezondheidszorg. Ik wil juist algemeen en breed blijven werken. Ik wil voor de mens die voor me zit mee op zoek gaan naar die eigen, unieke weg naar gezondheid. En dus kan en wil ik niet zomaar ‘reclame maken’ met dat éne waarin ik dan zogenaamd beter zou zijn dan in al die andere dingen. Nu is het natuurlijk ook zo dat ik niet meer van plan ben mijn praktijk in die mate uit te bouwen dat ik er ook van leven kan. Mijn hoofdberoep is er eentje in de zorg voor mensen met een beperking. Mijn GEZONDHEID-WIJZER praktijk is ‘maar’ een bijberoep. En dat geeft mij in zekere zin de vrijheid om dan maar mijn eigen zin te doen.

En toch doet zo’n vorming mij even dieper nadenken: ‘Wat is het dan eigenlijk dat ik met mijn GEZONDHEID-WIJZER wil doen?’ Wel, dat brengt mij weer helemaal naar de naam van mijn praktijk. Ik wil mensen wegen wijzen naar gezondheid. Dat zijn niet de grote snelwegen van onze huidige Westerse geneeskunde, maar wel de kleine paden waarlangs mensen gezondheidswinst kunnen halen. Daarom neem ik in mijn praktijk voldoende tijd om te luisteren naar het verhaal van mensen. Als ik twee mensen in de praktijk krijg met – laten we zeggen – rugklachten, dan kan het dat de vermindering van die klachten bij elk van hen op een andere manier bereikt kan worden. De een doet misschien een zware job met een sterke fysieke belasting, en dat geeft rugklachten. Het lichaam kan immers maar zoveel dragen als het kan dragen. De ander kreeg misschien heel wat tegenslagen en pijn te verwerken, en draagt die lasten met zich mee. Rug en schouders raken verkrampt, want de ook geest kan maar zoveel dragen als ze dragen kan. Eén klacht met twee verschillende oorzaken, en dus ook met twee verschillende manieren om weer gezondheid te brengen. Zo uniek wil ik in mijn GEZONDHEID-WIJZER praktijk werken.

En dat brengt me ineens ook op een tweede antwoord op de vraag: ‘Wat is het dan eigenlijk dat ik met mijn GEZONDHEID-WIJZER wil doen?’ Ik wil mensen in hun kracht zetten, zodat ze zelf de juiste keuzes kunnen maken, ook in verband met hun gezondheid. Daarom ook schrijf ik regelmatig een nieuwe blog over één of ander onderwerp rondom gezondheid. Als ik zou doen wat men mij in de eerder aangehaalde vormingen voorhoudt, dan zou ik me met dit schrijven telkens weer moeten richten op mijn corebusiness, mijn expertisedomein dus. Maar ook dat wil ik niet. Ik wil mensen informeren, ik wil wegen wijzen naar gezondheid, nu eens op het ene vlak en dan weer op het andere. Dat maakt dat ik misschien niet dé expert ben op één aspect van gezondheid, maar dat ik juist van heel veel dingen genoeg weet om anderen daarin mee te nemen.

Waar ligt mijn expertise dan wel, kun jij je terecht afvragen. Wel, ik denk dat mijn expertise erin bestaat de moeilijke materie van gezondheid en van hoe je die stap voor stap bereikt kan uitleggen aan heel gewone mensen. Dat is wat ik met mijn blogs ook echt wil doen. Ik wil jou en vele anderen in eenvoudige, maar sprekende woorden warm maken om je eigen weg te gaan als het gaat om je gezondheid. Dat dan alleen maar een heel beperkt aantal mensen de weg vindt tot in mijn praktijk, dat vind ik niet zo erg. Ik kan immers niet de hele wereld aan, ik kan niet iedere mens die individuele begeleiding geven. Maar ik kan vele mensen inspireren, en dat is nu net wat ik met mijn GEZONDHEID-WIJZER website wil doen.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Handen die een rug masseren

Complementaire gezondheidszorg, deel 1

In een vorige blog gaf ik het al aan, dat ik droom van een gezondheidszorg waarin ook de complementaire gezondheidszorg een rechtmatige plek krijgt. In het Westen – en in België nog meer dan in de omringende landen – wordt de complementaire gezondheidszorg maar heel weinig erkend. En toch, als we willen dat gezondheidszorg betaalbaar blijft en ook echt de gezondheid van mensen bevordert, dan is complementaire gezondheidszorg daar een onmisbare schakel in.

In dit eerste deel over complementaire gezondheidszorg heb ik het over alles wat ‘lichaamswerk’ aangaat: diverse vormen van beweging, massage, osteopathie, reflexologie en zelfs relaxatie. Ik beweer niet dat ik alle strekkingen binnen het lichaamswerk ken, en zeker al niet dat ik ze allemaal toepassen kan. Ik wil alleen je blik openen voor dit luik binnen de complementaire gezondheidszorg, omdat ik weet dat hier heel wat gezondheidswinst te behalen valt. Als iedereen met pijn of spanningen in het lichaam eerst hiermee aan de slag zou gaan, dan zou er heel wat minder pijnmedicatie nodig zijn, en ook het aantal operaties aan rug, heupen, knieën en schouders zou drastisch verminderen. En nee, dat beweer ik niet zomaar. Ik zie het gewoon gebeuren op de eigen massagetafel. Ook stress en de nadelige gevolgen van stress kunnen via deze technieken sterk verminderen, waardoor het gebruik van kalmerende middelen gereduceerd kan worden. Het bewustzijn dat op deze manier ontstaat, maakt dat de resultaten van blijvende aard zijn.

Beweging

Het lijkt een open deur intrappen als ik beweer dat regelmatig bewegen goed voor je is. En toch valt daar voor veel mensen een nog behoorlijke dosis gezondheidswinst te halen. Eigenlijk zouden hier verschillende principes toegepast moeten worden:

  • Stilzitten of eentonige bewegingen regelmatig onderbreken. Het is immers zo dat het uurtje sporten aan het begin of op het eind van de dag niet compenseert voor het niet bewegen of het eentonig bewegen tijdens de rest van de dag. Beter is het dat je om het half uur even ‘verandert’. Voorbeelden van hoe het fout kan gaan: werk aan de computer met langdurig stilzitten en het enkel bewegen van de muishand leidt tot spanning in nek en schouders, wellicht ook spanningshoofdpijn en pijnklachten in de muishand; werken aan een lopende band en daar voortdurend dezelfde handeling uitvoeren, waardoor last in de benen ontstaat door het lange staan en misschien ook last in handen of armen door het herhalen van telkens dezelfde beweging; ineens een fietsvakantie houden terwijl je niet gewoon bent lang na elkaar te fietsen kan leiden tot overmatige spanning in de armen, de schouders en de nek. De oplossing ligt hier in het regelmatig even in beweging komen en in het bijzonder in het onderbreken van de herhaalde beweging met het losmaken van die lichaamsdelen die daardoor onder spanning komen te staan.
  • Te is nooit goed. Te weinig beweging maakt dat je op de duur niet meer kunt bewegen. Je wordt strammer en stijver en je spiermassa vermindert doordat je ze niet gebruikt. Je algemene conditie gaat erop achteruit. Te veel beweging – en zeker als je dat op hoog niveau wil doen – maakt dat je lichaam overbelast geraakt. Je loopt meer kans dat een bepaald bewegingssysteem gaan crashen. Wees dus matig in je bewegingspatroon, zowel in de ene als in de andere richting.
  • Variatie maakt dat alle spiergroepen getraind worden. Fietsen traint vooral de beenspieren, gewichtheffen traint vooral de armspieren. Willen we maximaal winst halen uit ons bewegingspatroon, dan moeten alle spieren in het lichaam met regelmaat getraind worden. Een goed voorbeeld daarvan is … huis-, tuin- en keukenwerk doen.
  • Afwisseling tussen krachttraining en uithoudingstraining. Krachttraining bouwt spiermassa op, spiermassa die belangrijk is om tot op hoge leeftijd te kunnen blijven bewegen. Uithoudingstraining zet vooral hart en longen stevig aan het werk. Het bloed stroomt sneller door je lichaam heen en zorgt voor meer zuurstof en minder afval in de weefsels.

Kortom, wie regelmatig en gevarieerd beweegt, bouwt een goede conditie op. En juist dat is de basis voor een lichaam dat tot op hoge leeftijd in staat blijft tot soepel bewegen.

Massage

Er bestaan diverse vormen van massage, elk met z’n eigen gezondheidsvoordeel. Massage brengt helend huidcontact, diepe ontspanning, verlichting van pijnklachten, eliminatie van overtollig vocht en van afvalstoffen, nieuwe energie, … Sommige vormen van massage werken diep fysiek door. Ze verminderen lichamelijke spanning en daardoor ook pijn. Want spieren die te gespannen staan geven extra druk op gewrichten en dan ontstaat pijn. Andere vormen van massage werken meer energetisch. In dat soort massages wordt je energiebalans weer in evenwicht gebracht. Je voelt je verkwikt en weer opgeladen na zo’n massage. Ligt het accent meer op het elimineren van overtollig vocht of van opgestapelde afvalstoffen, dan voel jij je na de massage verlicht en zuiverder.

Een bijzondere vorm van lichaamsbehandeling is osteopathie. Hier ligt de nadruk meer op het corrigeren van het skelet en de daaraan vastzittende weefsels. Een klassiek voorbeeld hiervan is dat je zenuwpijn krijgt als een ruggenwervel gedraaid zit. Die zenuwpijn straalt dan uit naar armen of benen, waardoor normaal bewegen moeilijk wordt. Door je lichaam zo te manipuleren dat de verschoven ruggenwervel weer goed komt te zitten, verdwijnt ook de zenuwpijn en het daaruit voortvloeiende functieverlies. Hiermee pak je de oorzaak van de kwaal aan, in plaats van ze met pijnmedicatie te verdoven.

Reflexologie

Bij reflexologie – voetreflexologie, handreflexologie, auriculotherapie of oorreflexologie – wordt dat ene deel van je lichaam op zo’n manier behandeld dat andere delen in je lichaam erdoor gestimuleerd worden. Door de verschillende plekken op de voeten, de handen of de oren te masseren, worden energetische blokkades in het hele lichaam aangepakt. Reflexologie zorgt op die manier enerzijds voor een diepe ontspanning en anderzijds voor nieuwe energie.

Relaxatie

Bij relaxatie helpt een begeleider (live of via een opname) je om via je ademhaling en via gerichte aandacht bij je lichaam tot ‘voelen in het hier en nu’ te komen. Je staat stil bij wat zich in je lichaam en in je geest aandient. Je accepteert wat komt, je wordt je bewust van wat er leeft in jou, en die manier ontstaat vaak het begin van verandering. Door relaxatieoefeningen stap je even uit het helse ritme van alledag. Je valt stil, je laat toe dat er even niets meer moet … en dat geeft ruimte, ruimte om te ontdekken wat je lichaam je te vertellen heeft, ruimte om te ontdekken wat het leven van jou verlangt.

Wie regelmatig stilvalt in relaxatie, meditatie of gebed ontdekt in zichzelf een plek waar het, ondanks alle rumoer van de dag, stil blijft. Wie op vaste momenten oefent om die stilte te vinden, kan daar op hectische momenten makkelijker naar terugkeren. En omdat je makkelijker even kunt bijtanken uit die rust diep in jou, raak je minder vlug overspoeld door alles wat op je afkomt.

Bij wie kun je terecht?

Van al deze technieken hierboven ben ik vooral bezig met massage, in het bijzonder met dieptemassage of ‘deep tissue’ massage. Hiermee worden pijnklachten verholpen, wordt spanning weggemasseerd en kom je tot diepere ontspanning. Daarnaast beoefen ik ook voetreflexologie.

Voor andere behandeltechnieken kunnen je terecht bij collega’s in de complementaire gezondheidszorg. Als je even gaat googelen, van vind je wellicht wel iemand die jou verder kan helpen.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

De beroemde formule E = mc² van Einstein

E = mc²

De titel hierboven is wat eigenaardig voor een blog over gezondheid, vind je niet? Het is de meest beroemde formule uit de relativiteitstheorie van Albert Einstein, waarin hij stelt dat energie (E) en massa of materie (m) wezenlijk hetzelfde zijn. Energie kan zich materialiseren tot massa en massa kan uiteengerafeld worden tot energie. Het meest bekende voorbeeld daarvan is hoe kernenergie opgewekt wordt door het splitsen van atomen.

Anderen gingen verder op deze theorie en noemden dat energie en materie tegelijk aanwezig zijn. Nu eens zie je het ene en dan weer het andere, afhankelijk van hoe je kijkt. Dit zijn heel ingewikkelde theorieën, allemaal, en daar gaan we niet verder op door. Voor mij ligt immers het belang hiervan enkel en alleen op het vlak van onze gezondheid. En ja, daar wil ik wat dieper op doorgaan.

Voedsel wordt energie

Het meest voor de hand liggende voorbeeld van de uitwisseling tussen materie en energie, als het gaat om onze gezondheid, vinden we als we kijken naar wat er met ons voedsel gebeurt. Als wij eten, dan maakt onze spijsvertering het voedsel zo klein mogelijk, maar het voedsel blijft wel nog steeds materie. De omzetting van materie tot energie gebeurt in onze cellen, meer bepaald in de mitochondriën, oftewel de energiecentrales in onze cellen. Als ons voedsel van goede kwaliteit is én als onze mitochondriën gezond zijn, dan hebben wij volop energie. Die energie gebruiken wij om ons lichaam op te bouwen, om warmte te genereren, om opruimacties in gang te zetten én om al die dingen te doen die we graag willen doen.

Voedsel wordt dus energie. Dat is zo met ons letterlijke voedsel, maar ook met zoveel dingen meer die ons op de een of andere manier voeden: zuurstof, zonlicht, de natuur om je heen, warme relaties, een activiteit waar je energie uit haalt, … Wil je gezond blijven, dan is het kwestie van op zoek te gaan naar al die dingen die je energie geven. Want je energieniveau bepaalt ook je gezondheidsniveau.

Ziek zijn is een tekort aan energie

En dus, inderdaad, als je energieniveau bepalend is voor je gezondheidsniveau, dan mag je ook concluderen dat ziekte een tekort aan energie is. Al naar gelang het soort energie dat het lichaam tekort heeft, vertoont dat lichaam bepaalde symptomen. Vanuit een vervolgopleiding binnen de natuurlijke gezondheidszorg waar ik me nu in verdiep, wordt mij steeds duidelijker dat de geneeskunde van de toekomst een energetische geneeskunde zal zijn.

Ik mocht het zelf al meerdere keren in de praktijk zien gebeuren, hoe een energetische remedie het zelfgenezend vermogen van een zieke mens aan het werk zet en hoe daar dan hernieuwde gezondheid uit voortvloeit. En het mooie is dat dat het lichaam zelf kiest waar het eerst heling brengt. Misschien nam je iets om van een chronische sinusitis af te geraken, maar merk je dat je lichaam eerst aan de slag gaat met veel dieper liggende klachten. Je merkt dat oude klachten even opnieuw de kop opsteken, om daarna voorgoed te verdwijnen. Of je voelt hoe je ’s morgens energieker wakker wordt dan vroeger het geval was. En na verloop van tijd, als je energie zoveel beter is geworden, raakt ook die chronische sinusitis genezen.

Dat is de kracht van je eigen zelfgenezend vermogen. Help je wezen met de juiste energie, en je wordt dag na dag een beetje meer gezond. Je geest wordt vrij om volop creatief te zijn, voor je eigen ontwikkeling én tot opbouw van een wereld waar het goed is om te leven, voor iedere mens, voor iedere dier, voor ieder stukje natuur.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨