Een tekening van je spijsverteringsstelsel, met op de voorgrond je lever.

Van mond tot kont, deel 2

Hé, ken je me nog?
Ik ben die brok voedsel van vorige keer.
En op dit moment bevind ik mij in je maag.
Ik ben met erg zure sappen doorkneed en daardoor echt al wat kleiner geworden.
En nu ben ik klaar om de reis verder te zetten.
Beetje bij beetje kom ik in je duodenum, je twaalfvingerige darm terecht.

Het duodenum, de spijsverteringsfabriek

Inderdaad, beetje bij beetje komt telkens een zure brok voedsel uit je maag in het duodenum of de twaalfvingerige darm terecht. Wat daar gebeurt is niet minder dan een wonder. Eerst en vooral wordt het zoutzuur in het voedsel geneutraliseerd, en dat is maar goed ook, want anders zouden er al gauw gaten branden in onze darmen. Vervolgens komt er gal uit de lever bij die brij. De gal emulgeert de vetdruppels in het voedsel tot kleinere vetbolletjes. Want je weet – of je weet het misschien nog niet – : hoe kleiner de voedselbrokken in het duodenum, hoe makkelijker het voedsel ook echt verteerd kan worden.

Want dat is wat nu helemaal hoort te gebeuren: het voedsel moet verteren tot de kleinst mogelijke deeltjes. Koolhydraten moeten gesplitst worden tot afzonderlijke suikers: glucose, fructose en galactose (wat het kleinste deeltje is uit lactose of melksuiker). Eiwitten moeten afbreken tot diverse aminozuren. Vetten worden verteert tot afzonderlijke vetzuren. Die afbraak van voedsel tot de kleinst mogelijke deeltjes is noodzakelijk, want alleen die kleinst mogelijke deeltjes kunnen door de darmwand heen in onze bloedbaan komen. Alles wat niet zo klein kan worden, gaat rechtstreeks door en komt in de afvalverwerking terecht.

Om dat hele proces te laten gebeuren, komen vanuit de pancreas verschillende spijsverteringssappen de twaalfvingerige darm in. Je kunt wat daar in die twaalfvingerige darm gebeurt het best vergelijken met een fabriek die chemische stoffen met elkaar verbindt. Ieder stofje moet op exact het goede moment en in exact de juiste hoeveelheid toegevoegd worden. En in de juiste omstandigheden, gebeurt dat ook. Eén van de grote boosdoeners echter, die de juiste omstandigheden kan verstoren, is stress. Als we stress hebben, dan denkt ons lichaam dat we in levensgevaar zijn, en dan zet ons hele wezen alles op alles om te vechten of te vluchten. En dan is de spijsvertering wel de laatste van onze zorgen. De chemische fabriek gaat tijdelijk op slot. Alleen, als tijdelijk ‘chronisch’ wordt, dan gaat het goed fout. Dan verteert ons voedsel onvoldoende en kan er ook weinig voedsel opgenomen worden. We verhongeren dan als het ware, ook al eten we misschien best wel veel.

Ken je dat gevoel, dat je bij stress gaat hunkeren naar iets zoets? Dat komt omdat suiker maar heel weinig vertering nodig heeft. Suiker bestaat uit één molecule glucose en één molecule fructose. Er moet dus maar één keer geknipt worden, en suiker is klaar om opgenomen te worden. En dan is glucose ook nog eens de energiebron die we nodig hebben om te kunnen vechten of vluchten. En dus verlangen we in tijden van stress meer naar zoet. Alleen, wij vechten of vluchten niet, want de stress die wij ervaren vraagt juist vaak dat we niet reageren. Er komt dus veel suiker in ons bloed binnen, die niet verbruikt wordt … en dus maar opgeslagen wordt als vet. Ja, stress maakt dik!

 

Hé, jij, als je mij nu zou zien, je zou mij niet meer herkennen.
Ik ben ondertussen als kleinste voedingsdeeltje door je darmwand heen gegaan.
En nu zwem ik in je bloed, richting je lever.
En je lever, dat is pas een fabriek, daar gebeurt van alles.
Ik passeer een zuiveringsinstallatie zodat er geen ziektekiemen mee naar binnen kunnen.
En dan worden verschillende onderdeeltjes omgebouwd tot voor je lichaam bruikbare elementen:
glucose om je energie te geven, aminozuren en eiwitten om je lichaam op te bouwen, vetten voor opbouw of als reserve-energie.
Wat gebruikt kan worden gaat met de bloedbaan mee, de rest wordt opgeslagen voor later gebruik.
En wat niet meer kan dienen gaat weer de darm in voor afvalverwerking.
Die lever, die is echt van levensbelang.
Daar wil je goed zorg voor dragen, geloof me maar.

Zorg dragen voor je lever

Zoals gezegd, je lever, dat is een heel belangrijk orgaan. Je lever moet echt massaal veel werk verzetten om je hele lichaam gezond te houden. Ik noem maar een paar van de taken van je lever:

  • Bloed, verzadigd met voedsel uit je darm, zuiveren.
  • Daar uithalen wat bruikbaar is en bewerken waar nodig.
  • Toxische stoffen tegenhouden en weer uitscheiden.
  • Alles in de juiste mate doorsturen naar de rest van je lichaam.
  • Wat nu niet nodig is opslaan voor als het wel nodig is.
  • Alle bloed uit je lichaam zuiveren, iedere keer als dat bloed je lever passeert.
  • Alle afval – resten van energieverbranding, toxische stoffen, afbraak van kapotte cellen – in recyclage nemen of weer richting je darm sturen.

Een lever die niet goed werkt, raakt makkelijk overbelast. Jij voelt je dan niet lekker. Je hebt weinig energie en al helemaal geen zin om te eten. Je kunt je wat flauw gaan voelen, wat misselijk ook. Het beste wat je dan kunt doen, is je lever een handje helpen om er weer doorheen te raken. Ken je het spreekwoord: ‘Bitter in de mond maakt het hart gezond’? Wel, het spreekwoord is niet helemaal juist. Het had beter geklonken als: ‘Bitter in de mond maakt de lever gezond’. Bitterstoffen helpen je lever bij het uitvoeren van de vele taken.

Absolute boosdoeners zijn dan alcohol en suiker. Alcohol belast de lever in hoge mate, en dit niet alleen als je zoveel dronk dat je er een kater aan overhield. Die kater is trouwens een signaal dat je lever jouw drinkgelag niet op tijd ontgift kon krijgen. Een deel van de toxiciteit van de alcohol vergiftigt dan je hersenen, met koppijn als gevolg. Minder gekend, maar even ernstig, is de ‘non alcoholic liver disease’ (NALD). Dat komt omdat fructose (die andere helft uit suiker) even toxisch voor je lever is als alcohol. Je lever moet heel veel moeite doen om fructose om te zetten in iets bruikbaars, en net zoals bij alcohol: te veel is te veel. Wil je dus je lever sparen, wees dan matig met zowel alcohol als met suiker (en suikerhoudend voedsel).

Wordt vervolgd …

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Een bord met veel groenten en een lekker stukje vis.

Van mond tot kont, deel 1

Hé, zie je mij?
Ik ben een lekker brokje en ik lig net voor jou, … op je bord.
Jij ziet mij, je ruikt mij en het water loopt je al in de mond. 
Je proeft al van tevoren hoe lekker ik zal smaken en hoe ik je buikje zal vullen tot jij voldaan bent.
Ja, ik ben dat wat jij zult eten, en ik neem je mee op mijn reis door jouw lichaam heen.
Ik neem je mee … van mond tot kont!

Over wat gebeurt voor wij gaan eten

Veel mensen hebben tegenwoordig last van de spijsvertering: zure oprispingen, krampen in de darmen, winderigheid, diarree of juist constipatie. Daarom vertel ik je het verhaal van wat er met ons voedsel gebeurt op die reis doorheen ons lichaam. Samen met dat lekker brokje vertel ik je wat je kunt doen om je spijsvertering te verbeteren en dus ook om een aantal klachten te vermijden. En die reis van dat voedsel, die begint al voordat jij ook maar één enkele hap in je mond steekt.

Als je zelf kookt, dan zie je het voedsel dat je zult eten. Je raakt het aan, je maakt het klaar, je ruikt hoe het lekker gaar wordt. Je dekt de tafel, het huis vult zich met fijne geuren en je lichaam weet: hier komt lekkers aan. Nu al, nog voordat je ook maar één hap hebt geproefd, maakt je lichaam zich klaar om dat lekkers te verteren. Het klaarmaken van je voedsel zorgt voor een hongergevoel. Je voelt het in je maag en ook in je mond. Speeksel en andere spijsverteringssappen beginnen te stromen. Je weet dat er voedsel aankomt en je begint ernaar te verlangen. En dat alles is een belangrijke eerste stap in de spijsvertering.

In hedendaagse huishoudens gaat het vaak anders: eten wordt kant en klaar gekocht en op vijf minuten tijd opgewarmd in de microgolfoven. Het plastic velletje wordt van de maaltijd gehaald en dan eten we maar uit dat plastic bakje waarin we het eten hebben opgewarmd. Ons lichaam krijgt amper de tijd om zich voor te bereiden op de maaltijd: we zien het voedsel niet, we hebben het niet in de handen om het klaar te maken, we ruiken het nauwelijks. Kan het ons dan verwonderen dat het verteren van ons voedsel al van bij het begin van de reis fout gaat?

 

Hé, jij, dankjewel dat je tijd nam om mij te bereiden.
Dat is fijn voor mij en dat is goed voor jou.
En als je mij dan proeft en langzaam kauwt, dan geef ik jou met mijn rijke smaak veel voldoening.
En nee, je doet mij geen pijn door goed te kauwen.
Alleen op die manier kan ik voor jou doen wat nodig is, namelijk: jou voeden!

Over kauwen, kauwen en nogmaals kauwen

Een tweede stap in een goede spijsvertering is het grondig kauwen van ons voedsel. Want, daar in die mond, daar gebeurt al heel wat. Door het voedsel klein te kauwen, zorgen we ervoor dat de spijsverteringssappen die voor de vertering van het voedsel zullen zorgen veel intenser met dat voedsel in contact kunnen komen. Hoe kleiner het voedsel versneden is, hoe makkelijker de brij met spijsverteringssappen doordrongen kan worden en hoe makkelijker het voedsel dus ook verteert.

En weet je, die vertering begint eigenlijk al in de mond. Het speeksel bevat enzymen die het zetmeel in vb. brood al beginnen los te maken in kleinere stukjes. Dat kan je eigenlijk zelfs al een beetje proeven. Als je op een stukje brood heel lang blijft kauwen, dan ontstaat geleidelijk aan een iets zoetere smaak in je mond. Dat komt omdat de vertering van zetmeel tot glucose (suiker!) al begint in de mond, maar dat kan natuurlijk alleen maar als dat zetmeel voldoende in contact komt met de enzymen uit je speeksel.

Zie je hoe het ook hier fout kan gaan? In al onze haast vergeten wij om grondig te kauwen. Hoe wij eten lijkt vaak meer op: hap – knabbel – slik – hap – knabbel – slik – … Als wij zo haastig eten, dan moet het wel fout gaan. Te grote brokken gaan door naar de volgende stap, en dat geeft last op de verdere reis door ons lichaam heen. En daar komt nog iets bij kijken: als we te haastig eten, dan voelen we pas te laat dat we eigenlijk voldaan zijn. Onze hersenen kunnen immers pas na twintig minuten registreren dat we genoeg hebben. Eten we te haastig, dan eten vanzelf ook te veel, met vanzelfsprekend overgewicht tot gevolg.

 

Hé, jij …
Ja, je ontdekt het al: eten vraagt tijd.
Hap – knabbel, knabbel, knabbel, knabbel – slik – rust.
En daarna hetzelfde opnieuw en opnieuw en opnieuw … tot je hersenen snappen dat jij voldaan bent.
Dan voel jij je vol voordat je maag overvol zit.
En dan blijft er voldoende plaats in je maag dat die mij kan kneden en met zure sappen doordringen.
Belangrijk, weet je wel, want die zure sappen breken mij langzaam af tot kleine stukjes die jou kunnen voeden.

Over wat je maag doet in dit verhaal

Jij slikt het voedsel door en dan glijdt het door je slokdarm heen tot in je maag. Als alles goed gaat, kan het voedsel in je maag niet terug naar de slokdarm, want tussen die twee zit een sluitspier. Dat moet, want het zure sap in je maag is niet alleen in staat om je voedsel te verteren, maar kan – als het met je slokdarm in contact komt – ook die slokdarm aantasten. Dat voel jij dan als zure oprispingen en als een brandend gevoel. Het is alsof je spijsverteringssappen je eigen lichaam beginnen te verteren.

Deze klacht is vaak het gevolg van wat fout liep in de vorige stappen:

  • We waren er onvoldoende op voorbereid dat er eten aankwam, en de spijsverteringssappen waren nog niet paraat.
  • We aten veel te haastig en voelden niet dat we al voldaan waren. We aten te veel, eigenlijk tot onze maag overvol zat. Als nu de maag dat voedsel begint te kneden, dan blijkt de sluitspier tussen slokdarm en maag onvoldoende sterk om de druk die ontstaat door het kneden van die overvolle maag te weerstaan. Omdat de maag te vol zit, gaat de sluitspier af en toe weer een beetje open. En dan komt er maagzuur in de slokdarm terecht.
  • We kauwden onvoldoende en dat maakt dat de maag veel meer moeite moet doen om de te grote brokken te verteren. Het voedsel blijft langer in je maag en er is meer zuur nodig. En opnieuw kan dat last geven, zeker als we dan op eind van de maaltijd iets zoets gebruiken. Dat zoet verteert veel vlugger en gaat gisten. Dat geeft opboeren, vaak weer van zure verteringssappen, tot gevolg.

Langzaam eten en goed kauwen kan dus zure oprispingen vermijden. Heb je onvoldoende tijd om te eten, eet dan liever niet. Wacht tot je in alle rust kunt genieten van een gezonde maaltijd. En zorg er misschien ook voor dat je na de maaltijd nog even in rust kunt blijven. Het zal het verdere verloop van de reis van je voedsel alleen maar beter en vruchtbaarder maken.

Wordt vervolgd …

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Daslook, bloempje en blad

De daslook schiet!

Joepie, de lente komt!

En dat zie ik in mijn tuin. De winterjasmijn is uitgebloeid. Krokussen en madeliefjes steken in het gras hun kopjes boven. Ze lachen me toe als ik naar buiten kijk. De bomen beginnen te botten … en in de kruidentuin schiet als eerste de daslook. Dus ja, al spreekt de kalender dat nog even tegen, de lente is in ’t land.

Daslook

Bevordert de spijsvertering

Daslook kan helpen bij maag- en darmklachten, gaande van darminfecties tot een opgeblazen gevoel en winderigheid. Ze werkt ontsmettend, en kan dus ingezet worden bij een verstoorde darmflora, een overgroei met candida en zelfs bij wormpjes. Daslook helpt ook een zwakke en trage spijsvertering op gang.

Goed voor hart en bloedvaten

Net zoals haar grote broer, de look, draagt daslook haar steentje bij om het hart en de bloedvaten gezond te houden. Daslook doet dat door verkalking van aders en slagaders tegen te gaan, door een te hoge bloeddruk te reguleren en door een te hoog cholesterolgehalte naar beneden te halen.

Bloedzuiverend

Daslook is een meerwaarde in een lentekuur. Ze werkt bloedzuiverend, vooral door het stimuleren van de galaanmaak en het ontgiften van de lever. Ze gaat leverzwakte tegen en daardoor ook algemene zwakte en voorjaarsmoeheid. Daarom is de daslook, vers gebruikt of als tinctuur, een absolute meerwaarde als het erom gaat de ‘slakken van de winter’ je lichaam uit te krijgen.

Stimuleert de immuniteit

Daslook werkt ook algemeen ontsteking werend: ze werkt ontsmettend en gaat bacteriën en virussen te lijf. En als je met een hardnekkige hoest zit, dan maakt ze ook de slijmen los. Daslook is in de lente dus een kruidenhulpje bij griep, hoest, bronchitis, verkoudheid en keelpijn.

Regelt mee de bloedsuikerspiegel

Daslook verlaagt ook de bloedsuikerspiegel. Ze ondersteunt de aanmaak van insuline en helpt dus bij metabool syndroom (prediabetes) en diabetes type 2 de bloedsuiker te regelen.

Daslook gebruiken als keukenkruid

Als eerste moet ik je een waarschuwing geven: als je daslook gaat plukken, zorg er dan voor dat je zeker weet dat het om daslook gaat. Immers, het jonge blad van het lelietje-van-dalen (meiklokje) lijkt helemaal op dat van daslook. En is daslook gezondheid bevorderend, lelietje-van-dalen daarentegen is giftig. Er is één kernmerk waaraan je daslook zeker kunt herkennen: als je het blad kneust, ruik je look!

En dan zijn er ook nog een tweetal tegenindicaties voor het gebruik van daslook:

  • Als je een maagontsteking of een maagzweer hebt, blijf je beter van daslook en ook gewone look af. Beide kunnen immers je maagvlies nog verder irriteren.
  • Daslook, en ook look, werken ook lichtjes bloed verdunnend. Je kunt ze dus beter niet gebruiken voor een chirurgische of tandheelkundige ingreep.

Recepten

Je kunt van daslook eigenlijk de hele plant gebruiken, maar als je natuurlijk alle knolletjes verwijdert, dan maak je weinig kans volgend jaar weer daslook te kunnen eten. Daarom raak ik je aan vooral het bovengronds groeiende kruid te gebruiken: bladeren, bloemknoppen, bloemen. Je kunt ze verwerken in soepen, salades, kruidenboters, pesto’s.

Daslookolie

  • Neem 400 ml olijfolie.
  • Voeg een handvol daslookbladeren toe.
  • Blend de olie en de bladeren zo fijn mogelijk.
  • Zeef daarna de olie door een kaasdoek om een pure, groene extractie te krijgen.
  • Je kunt de olie goed bewaren in de koelkast en gebruiken als dressing voor je salades.

Kwark met daslook

  • Neem de hoeveelheid kwark die je wil nuttigen.
  • Kruid met peper en zout.
  • Snij een paar blaadjes daslook fijn en meng ze onder de kwark.

Omelet met daslook

  • Kluts 1 of 2 eieren per persoon.
  • Snijd een handvol daslook (of meer) fijn en voeg toe aan het eiermengsel.
  • Kruid met peper en zout.
  • Doe een klontje boter in de pan en bak de omelet gaar.

Kruidenboter met daslook

  • Neem 100 gr boter en laat die op kamertemperatuur komen.
  • Snij een handvol daslook zeer fijn en doe dat bij de roomboter.
  • Voeg daarbij een teentje geperste knoflook.
  • Voeg een snuifje peper en een snuifje zout toe, en een een tl citroensap.
  • Prak de boter met de rest van de ingrediënten goed dooreen.
  • Proef of nog wat peper, zout of citroensap toegevoegd moet worden.

En als het daslookseizoen voorbij is …

… dan wachten ons de bieslook en de gewone look, om onze gerechten te kruiden!

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

 

Een zakhorloge ligt in het zand, beeld van intermittent fasting.

Intermittent fasting

Snacken, snacken, snacken

Er was een tijd waarin een maaltijd nog een maaltijd was: ontbijt, middagmaal, vieruurtje, avondmaal. Buiten die maaltijden om werd niks gegeten. Geen tussendoortjes, geen hapje hier of hapje daar, gewoon niks: vasten. Op vandaag eten velen van ons minstens zes keer op een dag, en sommigen snacken zelfs de hele dag door. Door artsen en diëtisten worden die vele kleine hapjes per dag zelfs als gezond voorgesteld. Jammer genoeg is dat laatste helaas onwaar.

Wij, Westerlingen, eten van ’s morgens als we opstaan tot ’s avonds als we slapen gaan. Ons spijsverteringsstelsel is daardoor quasi continu aan het werk. Maag en darmen krijgen amper rust. Je moet weten dat na die laatste hap het nog minstens twee uur duurt vooraleer die helemaal verteerd is en in het bloed opgenomen. Dat alleen al is een belemmering voor onze gezondheid, want ook ons spijsverteringsstelsel verdient een dagelijks rustmoment. Daarom is het een aanbeveling van gezondheidsbegeleiders om minstens de tijd tussen het avondmaal en het ontbijt op de volgende dag vrij van eten te houden. En ja, reken daar ook maar de energierijke dranken bij. Immers, ook alcohol en frisdranken moeten verteerd en in het bloed opgenomen worden.

Doordat wij ons spijsverteringsstelsel die avondlijke rust niet gunnen, en dus vaak te laat op de avond nog eten en drinken, krijgt het metabolisme op celniveau te weinig tijd. Even wat uitleg:

  • Voedsel komt, helemaal verteerd, ons bloed binnen. Dat met voedsel verrijkte bloed wordt continu het hele lichaam rondgepompt.
  • Elke cel in ons lichaam haalt uit dat met voedsel verrijkte bloed alles wat hij nodig heeft om zijn eigen specifieke taak naar behoren te kunnen vervullen.
  • Daar nu in het bloed ‘leegte’ is ontstaan, kunnen diezelfde cellen ook wat van hun afvalstoffen in het bloed achterlaten. Die afvalstoffen worden dan naar de lever en naar de nieren getransporteerd. Op die manier zuivert het hele lichaam zich, telkens en telkens weer.
  • Als in de nacht het laatste voedsel is verteerd, opgenomen en door de cellen verbruikt, ontstaat er in het bloed ‘een grote leegte’. Juist daardoor is de nacht dé ontgiftingstijd bij uitstek. Alle cellen, alle weefsels, alle organen ontdoen zich van alles wat niet meer bruikbaar is. Vervolgens worden allerlei herstelprocessen in gang gezet, waardoor wij ’s morgen als herboren een nieuwe dag aanvatten.

Door telkens weer ’s avonds laat nog te eten en te drinken, maken wij de tijd van ontgiften en herstel te kort. Geleidelijk aan stapelt het lichaam een teveel aan afvalstoffen op. Het doet dat eerst op de meest veilige plekken:

  • in de vetcellen. Vandaar dat vermageren zo’n lastige klus is, de opgestapelde gifstoffen komen immers in het bloed en zorgen ervoor dat wij binnen de kortste keren een poging tot vermageren opgeven.
  • in extra vocht dat in het lichaam opgehouden wordt. Immers, gifstoffen in verdunning zijn minder gevaarlijk dan gifstoffen pur sang.
  • in gewrichten en in spierweefsel. Dat geeft op korte termijn een stram gevoel en op langere termijn echte pijn- en bewegingsklachten.

Maar ook overdag eten wij te vaak. En dat geeft last aan ons immuunsysteem. Immers, iedere hap die naar binnen komt, wordt door ons immuunsysteem gecontroleerd op ‘vreemde indringers’: bacteriën, virussen, schimmels, parasieten. Als wij driemaal daags eten, dan moet het immuunsysteem driemaal daags een tweetal uur op post staan. Zolang duurt het immers tot alle voedsel als een verteerde brei in de darm terecht komt. Zowat 80% van ons immuunsysteem bevindt zich juist daarom in de darmwand. Daar komt de buitenwereld ons lichaam binnen. Eten wij zes keer per dag, dan moet ons immuunsysteem zes keer twee uur aan de slag. Eten wij quasi continu, dan is ons immuunsysteem continu in de weer. Daaruit ontstaan die steeds vaker voorkomende laaggradige ontstekingen. Dat laatste wil zeggen dat ons immuunsysteem eigenlijk nooit meer uitgaat. Het blijft steeds op een laag pitje aan de slag. Daarbij gaat het niet alleen echte vijanden te lijf, maar meer en meer ook dingen die voor ons niet echt een bedreiging vormen en zelfs het eigen lichaamsweefsel. Op die manier ontstaan allergieën en auto-immuunziektes.

Als je dan ook nog weet dat het immuunsysteem een van de duurste systemen in ons lichaam is – het verbruikt heel veel energie – dan snap je dat ook blijvende vermoeidheid zijn oorzaak kan vinden in een overactief immuunsysteem.

Breakfast

Wat is dan een normale eet- en drinkcyclus? Wel, zoals eerder al gezegd zouden wij na het avondmaal helemaal niks meer mogen eten (en drinken, behalve water of kruidenthee dan) tot ’s anderendaags ’s morgens. Dan hebben we dagelijks en vastenperiode van zo’n 12 uur. In het Engels klinkt dat door in het woord dat gebruikt wordt voor het ontbijt: break – fast, oftewel, breek de vasten. Elke dag opnieuw is er een vastenperiode, die met het ontbijt gebroken wordt.

Dat in die tijd de zuivering van het lichaam volop kansen  krijgt, merk je ’s morgens bij het opstaan. De lucht in je slaapkamer ruikt weinig fris, omdat er veel koolzuurgas is uitgeademd. Misschien transpireerde je ook wat tijdens de nacht, vandaar dat een douche zo’n deugd doet voor je de dag aanvat. Je ochtendurine is doorgaans donkerder dan je urine tijdens de rest van de dag. Er zitten meer afvalstoffen in. En velen van ons moeten ’s ochtends, net voor of net na het ontbijt, naar het groot toilet. In je stoelgang zitten onder andere alle afvalstoffen die je lever naar je dikke darm gestuurd heeft.

Wil je de gezondheidsvoordelen van zo’n kortdurende vasten nog versterken, dan kun je twee dingen doen:

  • de tijd van de nachtelijke vasten langer maken. Dat kan je door ofwel je laatste maaltijd vroeger op de dag te nemen, ofwel je eerste maaltijd uit te stellen.
  • ook tijdens de dag minder vaak te eten en te drinken. Hou je vb. weer aan ontbijt, middagmaal en avondmaal. Dan kan je lichaam ook tussendoor al even met zuivering aan de slag. En nee, ook het heel frequent een slokje water drinken is in deze zin geen goed idee. Beter is het een paar glazen water ineens te drinken, en dan een tijdlang gewoon niks tot je te nemen.

Voordelen van het minder vaak eten

  • Je spijsverteringsstelsel zal er je dankbaar om zijn. Het krijgt de kans om tot rust te komen, om herstelprocessen aan te gaan.
  • Je hele lichaam zal er baat bij hebben, omdat afvalstoffen makkelijker afgevoerd kunnen worden. De kans op obesitas, oedeem en spier- en gewrichtsklachten wordt kleiner.
  • Er ontstaat metabole flexibiliteit. Omdat na twee uur al het voedsel dat je at verteerd is en opgenomen in het bloed, ontstaat na die tijd geleidelijk aan een tekort aan suikers in je bloed. Als jij dan niet opnieuw eet, moet je lichaam wel gebruik maken van de aangelegde reserves. Je lichaam leert opnieuw niet alleen te leven van de telkens nieuw aangevoerde suikers, maar gaat daarna vanzelf over op vetverbranding. Een beter wapen in de strijd tegen overtollig gewicht is er niet.
  • Omdat de suikers in je bloed veel meer opgebruikt worden voor er nieuw voedsel binnenkomt, is de kans op diabetes type 2 kleiner.
  • Omdat je immuunsysteem tijd krijgt zich te ontspannen, is de kans op continue laaggradige ontstekingen veel minder groot. Daarmee verminder je vanzelf de kans op allergieën, auto-immuunziekten en chronische vermoeidheid.

Intermittent fasting

Dit alles is de hele idee achter intermittent fasting. Je maakt dagelijks tijd voor een of meerdere kleine vastenperiodes. Je kunt daarbij verschillende keuzes maken:

  • Je houdt je aan ontbijt, middagmaal, avondmaal. Je gebruikt geen tussendoortjes.
  • Je slaat het ontbijt over en eet vb. enkel tussen 11u en 19u.
  • Je gebruikt dagelijks maar één maaltijd, vb. enkel een vroeg avondmaal.
  • Je slaat af en toe een dagje over en eet dan helemaal niks. Er ontstaat een vastenperiode van 36 uur.

Zoals je ziet, is er dus voor elk wat wils. Eet je vandaag nog vele keren per dag, begin dan alvast met één of twee van die eetmomenten uit te bannen. Neem je tijd en zet geleidelijk aan stappen in de goeie richting. Het komt je gezondheid vast en zeker ten goede.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨