Vorige keer had ik het over vitaliteit, levenskracht, energie. Vandaag wil ik daarop voortborduren. Waar halen wij, mensen, die vitaliteit vandaan? Wat moeten we doen of laten om die levenskracht in ons te voeden? Wat geeft energie, wat rooft energie? Als we op die vragen een antwoord hebben, kunnen we bewuster kiezen voor wat we wel en wat we niet toelaten in ons leven. We kunnen dan de balans laten doorslaan in de richting van ‘leven honderduit’.
De zon
Het allereerste wat nodig is om energie te winnen, dat is de zon. De zon geeft licht en warmte, en beide zijn nodig. Kijk maar naar de planten. In de koude wintermaanden trekken planten zich terug. Het groen lijkt van de aarde te verdwijnen. Van zodra de zon meer warmte geeft, barst al dat verborgen groen weer uit. Bomen botten weer, planten gaan groeien en bloeien, de aarde komt tot leven. Ook de mens leeft op als de zon schijnt en warmte geeft.
En niet alleen de zonnewarmte is van belang, ook zonlicht wakkert onze levenskracht aan. Velen voelen dat in deze donker wordende dagen aan zichzelf. Dat het langer donker blijft en vroeger donker wordt, brengt een zekere vorm van depressiviteit met zich mee. Mensen voelen het aan hun humeur, velen hebben het moeilijk als de dagen donkerder worden.
Dat tekort aan zonlicht en zonnewarmte leidt tot winterblues en op langere termijn tot voorjaarsmoeheid. Daarom, als het ook maar even kan, maak elke dag op het middaguur een kleine. Zorg dat je de zon hebt gezien, en van haar warmte en licht hebt genoten. Het beste wat je in de winter en het vroege voorjaar kan doen om je levenskracht een boost te geven is immers … naar buiten gaan, de zon tegemoet.
Frisse lucht
Als je naar buiten gaat, heb je niet alleen de zon, met haar licht en warmte, maar ook de frisse lucht. Adem een paar keer goed in en en uit, en je voelt je herleven. Je krijgt zuurstof, en die is nodig om, via een verbrandingsproces in je mitochondriën – dat zijn de energiecentrales in je cellen – energie op te wekken. Zonder zuurstof geen verbranding en zonder verbranding geen energie. Zo simpel is het.
Maar frisse lucht brengt je meer dan alleen zuurstof. De wind in je haren verwaait ook storende gedachten. Je krijgt een frisse kop, en dus ook een nieuwe kijk op de dingen. Je laat los wat niet helpend is, er komt ruimte vrij voor nieuwe ideeën. Mijn tip voor meer van dat soort frisheid? Trek er eens op uit als het flink waait. Ga het gevecht aan met de wind die je tegenhoudt of juist vooruit stuwt. Wedden dat je tintelend van energie weer naar binnen komt?
Levend voedsel
Energie ontstaat uit een verbrandingsproces, noemden we net. Zuurstof is daar een deel van, maar ook brandstof, en die brandstof halen we uit ons voedsel. Nu is de kwaliteit van die brandstof natuurlijk afhankelijk van de kwaliteit van ons voedsel. Bij een goede verbranding, blijft weinig restafval over. Bij een minder goede verbranding, stapelt afval zich in ons lichaam op. Die afvalslakken, zoals ze ook genoemd worden, maken dat we ons minder fit gaan voelen of dat onze gewrichten en spieren stijver worden. Er vormen zich kristallen die pijn veroorzaken.
Voedsel zorgt ook voor de nodige bouwstoffen voor ons lichaam. Kwaliteitsvol voedsel bouwt ons op, kwaliteitsarm voedsel maakt dat we stilaan aftakelen. Daarom hou ik een pleidooi voor natuurlijk voedsel, het liefst zo vers mogelijk. Vers voedsel bevat vitale bouwstoffen, voedsel dat in een fabriek is verwerkt tot kant-en-klare maaltijden is dood. Het kan onze levenskracht niet langer voeden.
Afval afvoeren
We mogen alles in huis hebben om energie te produceren, als we niet ook heel regelmatig afval afvoeren, kunnen we ons niet energiek voelen. In een mensenlichaam gebeurt die grote schoonmaak vooral ’s nachts. Terwijl we slapen doet ons lichaam alle nodige herstel- en opruimwerken. En als alles goed zit, is tegen de morgen alle afval dat de vorige dag werd opgestapeld klaar om uitgescheiden te worden. Als het goed zit, ruikt je slaapkamer ’s morgens niet zo fris, is je ochtendurine donkerder en maak je net voor of net na het ontbijt stoelgang.
Als het niet zo goed zit, dan blijft er afval achter. Dat kan als je te veel toxische stoffen binnenkrijgt, die allemaal door de lever verwerkt moeten worden. Dat kan ook als je uitscheidingsorganen niet zo goed meer werken. Afval dat achterblijft zet zich vast in gewrichten, in spieren, in vetcellen. Is dat laatste het geval, dan kan een gezondheidsbegeleider je op weg helpen om ook dat overtollige afval kwijt te raken.
Resultaat: energie!
Inderdaad, als alles goed zit – zon, zuurstof, voedsel en het afvoeren van afval – dan zou jij elke morgen voldoende energie moeten hebben om de dag zinvol door te kunnen brengen. Vitaliteit voel je als je met die energie doet wat bij jou past. Gebruik jij je energie te veel voor dingen die moeten, voor dingen waar jij een hekel aan hebt, dan stroomt je energie niet. Ze lekt geleidelijk aan weg. Gebruik jij je energie daarentegen voor dingen waar je enthousiast van wordt, dan vermeerdert die energie zich. Je raakt niet leeg en uitgeput. En juist daarom is de manier waarop jij leeft van uiterst groot belang. En daarover schrijf ik volgende keer meer.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Om tot rust te komen trek ik graag de natuur in. Die natuur – bos en bomen, een grasborder langs een jaagpad, de duinen en het strand en de zee – maken dat ik los kan laten wat ik aan ballast meedraag. Ik kom weer tot mezelf, ik voel mezelf weer leven, mijn batterij vult zich met nieuwe energie. De natuur brengt mij niet alleen die o zo nodige herbronning, ze inspireert mij ook. In de natuur zie ik ‘vitaliteit’ aan het werk. Als je naar de foto hierboven kijkt, dan zie je leven: mos en zwammen. Als je dieper kijkt, zie je ook dood, want mos en zwammen groeien hier op dood hout, hout dat composteert tot voedsel voor het mos en voor de paddenstoelen. Ooit zullen ook het mos en de paddenstoelen het leven laten en humus worden voor misschien wel een nieuwe boom. Leven en dood, onlosmakelijk met elkaar verbonden, tot een eeuwige cyclus van vitaliteit.
Vandaag wil ik het hebben over die vitaliteit, levenskracht, energie. Deze drie woorden spreken van een kwaliteit van leven, van een leven honderduit. Wie met de juiste ogen kijkt, ziet het in de natuur telkens opnieuw gebeuren. Je mag een stukje aarde omspitten en helemaal van groen ontdoen. Als die aarde gezond is, dan zal ze alles in het werk stellen om nieuw groen te laten ontkiemen. En dat groen zal er alles aan doen om er vitaal uit te zien: fris, uitbundig, toewerkend naar bloei en zaadvorming. Wat heeft dat groen daarvoor nodig? Zon en water, in de juiste hoeveelheden. Te veel zon en de plant verbrandt, te weinig zon en ze kan niet groeien. Te veel water en de plant gaan rotten, te weinig water en ze verdort.
Zo is het ook met ons, mensen, en met onze gezondheid. We hebben voedsel en voedingsstoffen nodig in de juiste hoeveelheden. Je kunt dat letterlijk nemen, maar ook figuurlijk. Voedsel is ook: rust en ontspanning, een zinvolle dagtaak, beweging, contact met mensen, met dieren, met de natuur, … Vitaliteit ontstaat uit al deze voedingselementen in de juiste mate. Teveel maakt dat je overkop gaat, te weinig zorgt voor verveling, depressie, bore-out.
Als je vitaliteit vermindert of verloren gaat, kan een gezondheidsbegeleider je weer op het juiste pad helpen. Luisterend naar je verhaal probeert een gezondheidsbegeleider op het spoor te komen van de oorzaak van die verminderde vitaliteit. Als je die oorzaak ontdekt en daar iets aan gaat doen, dan volgt nieuwe energie, nieuwe levenskracht, nieuwe vitaliteit als vanzelf. Een goede gezondheidsbegeleider gaat niet, zoals in klassieke geneeskunde zo vaak gebeurt, de symptomen van je klacht aanpakken, maar de oorzaak die daaronder zit. Ik geef een voorbeeld: iemand met hartklachten zal bij een arts medicijnen krijgen om de klachten te onderdrukken. Een gezondheidsbegeleider zal op zoek gaan naar de oorzaak van die klachten. Ligt de oorzaak van de klachten eerder bij een te gejaagd en te stressvol leven? Of ligt die oorzaak eerder bij een leven met te veel eten en te weinig beweging? In het eerste geval zal een gezondheidsbegeleider werken op ontspanning, in het tweede geval eerder op aanpassing van het voedingspatroon en stimuleren tot meer beweging. Eén klacht, twee verschillende oorzaken en dus ook twee verschillende manieren van aanpakken … die allebei wel meer vitaliteit tot gevolg zullen hebben.
Als je kijkt naar de tools die een gezondheidsbegeleider daartoe gebruikt, dan zijn er tools die meer materieel werken en tools die meer energetisch werken. Bij de meer materiële tools behoren voeding, voedingssupplementen, kruiden, dieptemassage. Bij de meer energetische tools horen homeopathie, Bachbloesems, voetreflexologie, relaxatiebegeleiding, gespreksbegeleiding. Al meer dan eens mocht ik in de praktijk zien dat mensen – met de juiste tools op de juiste plaats – aan levenskracht winnen. Ze vinden nieuwe energie, nieuwe vitaliteit. Ze gaan weer stralen, vinden Léven voor zichzelf en iets daarvan vloeit over naar de wereld rondom. Dat is hoe vitaliteit eeuwig kan zijn, ook als iemand zwakker wordt en zelfs als iemand sterft. Iets van die mens blijft, omwille van dat wat hij betekend heeft.
Als ik dus met mensen aan hun gezondheid werk, dan is mijn droom niet alleen dat ze zonder klachten zouden zijn. Nee, ik hoop voor ze dat ze die vitaliteit vinden die nodig is om te Léven, tot over de grenzen van de dood heen.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Eindelijk wordt het weer wat beter. De dagen zijn al goed gelengd, we zien de zon weer vaker en de temperaturen worden stilaan aangenaam. En dan zie je het gebeuren: wandelaars en fietsers duiken overal op, liefhebbers gaan weer aan de slag in de tuin, mensen trekken massaal naar buiten, de natuur in.
En dan ga ik aan het mijmeren rondom die vraag: wat is dat toch, dat ons naar buiten trekt?
Wellicht zijn we, na die lange winter, het binnen zitten beu. We voelen ons wat stram en stijf, we hunkeren naar beweging. Ons lichaam heeft in die winterse tijd van lekker lui lang binnen zitten wat extra afval opgestapeld. Onze spieren zijn verzadigd van ‘slakken’ en dat voelen we. Willen we die ‘slakken’ die zich ook vertalen in voorjaarsmoeheid kwijt, dan is het heilzaam om naar buiten te trekken. Die eerste wandeling, dat eerste ritje op de fiets pompt wat extra bloed de spieren in. Dat bloed brengt zuurstof binnen en neemt afval mee naar buiten. Zo heelt ons lichaam zichzelf en voelen wij ons weer een heel pak fitter.
Misschien lonken ook dat frisse groen, die tere bloesems aan heel wat bomen en struiken. De natuur herleeft, en wij doen mee. Het is alsof de jeugdigheid van de natuur ook in ons de jeugd weer wakker roept. Wist je dat alleen al het zien van een brokje natuur ons in een reset-modus brengt? Men heeft daar onderzoek naar gedaan en men kwam tot de conclusie dat het alleen nog maar kijken naar een natuurbeeld het stressniveau naar beneden kan halen. Ik hoef je vast niet te vertellen dat het verblijven in de natuur vele malen sterker werkt dan het kijken naar een foto.
Wandelaars komen, meer nog dan fietsers, terecht in een tempo op mensenmaat. Het is het ’tempo van te voet’. Zo zijn wij geschapen, en dat langzame tempo is dan ook het meest heilzaam voor ons. Wij leven vaak zo vlug, dat ons brein het niet meer snappen kan. We rijden van hot naar her, we zappen en we scrollen dat het geen naam heeft en onze dagen zitten vol met het ene flitsende ding na het andere. Dat maakt dat ons basis-stressniveau vele malen hoger ligt dan bij onze voorouders van nog maar zo’n honderd jaar geleden. Wij moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan, dag in en dag uit, en dat maakt ons kwetsbaar. Op tijd en stond stilvallen tot bewegen op mensenmaat heelt ons van die ratrace.
Wie aan het tuineren slaat, komt rechtstreeks in contact met moeder aarde. Zij is het uit wie wij voortkomen en naar wie wij terugkeren. Zij is het die ons voedt en kleedt en grond onder de voeten geeft. Dat alles mag je vrij letterlijk nemen. Het meest voedende en het minst belastende is dat wat rechtstreeks uit de natuur komt. Voedsel dat een fabriek is gepasseerd, maakt dat wij chronische welvaartsziekten oplopen. Lucht die door uitlaatgassen vervuild is, maakt ons kwetsbaar. Water dat bezoedeld is met chemische stoffen, verhoogt de toxische lading in ons lichaam. Als moeder aarde een vuilnisbelt geworden is, hebben wij geen plek meer om te leven. We doen er dus goed aan om zorg te dragen voor de aarde, het water, de lucht, de bomen en de planten. Als zij gedijen, doen wij dat ook. Wij zijn een deel van moeder aarde, en als wij dus de natuur in trekken, dan keren we terug naar de bron van alle leven, ook dat van ons.
En ja, dat alles voel ik ook aan mezelf. Het is tijd om weer naar buiten toe te gaan. Bloggen is een winterse activiteit. Dit wordt dus mijn laatste blog voor dit seizoen. In het najaar mag je mij weer verwachten, heel wat ‘natuurlijke’ ervaring rijker. Ik wens alvast ook jou een zalige zomertijd toe. Misschien ontmoeten we elkaar wel eens, ergens in een brokje natuur. En is dat niet het geval, dan hoop ik dat we elkaar weer vinden in een wat nieuwe schrijfsels na het zomerseizoen.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Januari
Nieuwjaarsmaand
Tijd waarin mensen elkaar geluk toewensen
Maar, wat is dan geluk? Wat bedoelen mensen als ze elkaar geluk toewensen? En misschien nog het belangrijkst van al, hoe creëer je dat geluk? Wat moet je ervoor hebben, wat moet je ervoor doen om gelukkig te worden? Om gelukkig te zijn? Om gelukkig te blijven?
Daarover wil ik in deze blog wat mijmeren. Ik wil je meenemen op een aantal sporen die jou op dat pad van geluk kunnen brengen. Noem het mijn cadeautje voor jou, bij het begin van dit nieuwe jaar.
Basisvoorwaarden voor geluk
Uit bevragingen en uit studies blijkt dat voor geluk een aantal basisvoorwaarden vervuld moeten zijn. Die basisvoorwaarden liggen wereldwijd in dezelfde lijn. Het gaat om:
Een veilig gevoel, en dus dat je leeft op een plek waar geen oorlog is en waar misdaad onder controle blijft. Je moet als het ware de straat op kunnen, zonder het gevaar daar het leven bij te laten, of aangerand of beroofd te worden.
Een basis aan welvaart: een dak boven je hoofd, genoeg te eten hebben, beschikken over voldoende kledij, je huis kunnen verwarmen, de dokter kunnen betalen als dat moet. Want wie het ooit heeft meegemaakt, die weet het wel: als je iedere euro in twee moet bijten om rond te komen, dan is het moeilijk om gelukkig te zijn. Je loopt zelfs kans om ziek te worden van het voortdurend moeten tellen of je het einde van de maand wel haalt.
Minstens een paar mensen om je heen die je accepteren zoals bent en die jou de moeite waard vinden. Een van de ergste straffen die mensen kunnen krijgen is ze te onthouden van menselijk contact. Het feit dat ze weken- tot maandenlang helemaal alleen moeten blijven, ontneemt ze alle zin in het leven.
Het voldoen aan die basisvoorwaarden voor geluk, lijkt ons een taak van de maatschappij. En nee, daar voldoen we wereldwijd nog lang niet aan. Denk maar aan de broeihaarden van onveiligheid, aan al dan niet verdoken armoede, aan mensen opgesloten of weggestoken in psychiatrie, in woonzorgcentra, in appartementsblokken in grootsteden waar niemand nog zijn buren kent. Er is absoluut nog werk aan de winkel om voor iedereen die basisvoorwaarden voor geluk te scheppen. En toch, voor de meesten van ons is aan die basisvoorwaarden wel voldaan, en dan ligt het al dan niet ervaren van geluk veel meer in eigen handen.
Eens de basisvoorwaarden zijn vervuld
Dan Buettner begon in 1999 onderzoek naar de Blue Zones, gebieden wereldwijd waar mensen tot op hoge leeftijd erg gezond blijven. Toen dat eerste onderzoek zowat afgerond leek, kreeg zijn zoektocht een andere kleur. Hij richtte zich nu op de Blue Zones of Happiness, gebieden wereldwijd waar mensen duidelijk gelukkiger blijken te zijn dan elders. Hij zocht en vond een drietal redenen voor dat extra gelukkig zijn.
Pride – trots: In Singapore – een maatschappij die zich sinds de zestiger jaren van de vorige eeuw aan het opwerken is uit armoede – blijkt de trots van mensen op wat ze bereikt hebben een sterke bron van geluk. Dat is een beetje wat onze ouders of grootouders hebben meegemaakt in de heropbouw na de Tweede Wereldoorlog. Het ideaalbeeld van volwassenen toen was dat hun kinderen het beter zouden hebben dan ze het zelf hadden. Hard werken gaf voldoening omdat dat mogelijkheden gaf om een eigen huis te verwerven, om de kinderen te laten studeren, om zich bepaalde vormen van luxe te kunnen permitteren, zoals een eigen auto, een televisie of eens op vakantie kunnen gaan. Zolang een maatschappij in die fase van opbouw naar een beter leven zit, is die trots op wat ze bereikt hebben voor mensen inderdaad een bron van geluk. Mensen raken echter gauw gewoon aan dat betere leven. Het geluk dat ze halen uit het bereiken van een basis levensstandaard blijft niet duren. Maakt die trots henzelf nog gelukkig, hun kinderen en kleinkinderen hebben meer nodig. Het is immers niet hun trots, maar die van hun ouders of grootouders.
Pleasure – plezier: In Costa Rica is het openbaar leven goed uitgebouwd. Er is openbaar onderwijs voor zowel jongens als meisjes. Het is er veilig op straat, iedereen heeft toegang tot de gezondheidszorg, mensen kunnen er makkelijk voorzien in hun levensonderhoud. De basisvoorwaarden voor geluk zijn er dus vervuld. Geld verdienen is bij de meeste Costa Ricanen niet het belangrijkste. Hun focus ligt meer op sociaal contact: het plezier van samen te eten, een spelletje voetbal te spelen, een pint te drinken en moppen te tappen. Mensen helpen elkaar ook graag een handje. Die sterke sociale band met familie, vrienden en buren zorgt ervoor dat niemand helemaal alleen komt te staan, en dat bevordert het geluk van allen.
Purpose – een doel: Ook in Denemarken is de zorg voor de inwoners goed georganiseerd. Er is gratis onderwijs, er is basis gezondheidszorg voor allen, er is goed openbaar vervoer en er zijn vele fietspaden, er zijn toelages voor woningen of om te studeren, er zijn uitkeringen bij de geboorte van een kind, bij ziekte, bij werkeloosheid, bij pensioen. Dat alles wordt betaald met belastinggeld, waarbij de hogere inkomens duidelijk zwaarder belast worden dan de lagere inkomens. Dat laatste maakt het voor Denen minder interessant te azen op een job die meer doet verdienen. Daarom ook hechten Denen er veel meer belang aan een job of een bezigheid te vinden die echt bij ze past. Ze doen iets waar ze goed in zijn en waar ze vreugde uit halen. Ze gaan voor wat hen voldoening zal geven op langere termijn. En omdat meer verdienen op het einde van de rit niet loont, werken ze ook maximaal 37 uur per week en nemen ze jaarlijks zo’n zes weken vakantie. Denen kiezen eerder voor ‘gemiddeld’ op vlak van rijkdom, maar voor ‘extra’ op vlak van voldoening.
Levenslessen voor ons
Is aan de basisvoorwaarden voor geluk niet voldaan, doe dan wat je kunt om hier verbetering in te brengen. Je zult geluk vinden in het verwerven van een betere levensstandaard voor jezelf en voor je kinderen. Is aan die basisvoorwaarden wel voldaan, laat dan het idee los dat je met nog meer te verdienen, gelukkiger zult worden. Dat is vaak niet zo.
Geluk haal je uit sociale contacten, uit de band met familie, vrienden, buren, collega’s. Zorg ervoor dat je in elke fase van je leven zinvolle contacten met anderen blijft onderhouden. Dat kan op school of op het werk, maar ook in een vereniging, een hobbyclub, via vrijwilligerswerk of door bewust contact te zoeken met de buren.
Focus je niet zozeer op waar je rijk van wordt, maar veeleer op waar je voldoening in vindt. Ga op zoek naar wat echt bij je past. Doe datgene waar je blij van wordt, en doe dat niet alleen voor jezelf, maar deel van daaruit met anderen. Geven vanuit je overvloed maakt immers meer gelukkig dan krijgen, verwerven of hebben.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Als ik jou zou vragen wat je moet doen om niet dik te worden, dan is de kans groot dat je iets noemt als: minder eten en meer bewegen, en vooral minder vet en minder suiker eten. Het zijn de adviezen die dokters en diëtisten al jarenlang verkondigen, … echter zonder veel resultaten. In mei 2022 waarschuwde de WHO – World Health Organization – voor een epidemie van obesitas in Europa. Meer dan de helft van de volwassenen is zwaarlijvig of heeft obesitas, en ondertussen zijn ook een derde van alle kinderen te dik. Met recht en reden kunnen we spreken van een pandemie van obesitas, en in het kielzog daarvan ook van diabetes type 2.
Dit is de situatie zoals ze vandaag is, in Amerika en in Europa en in alle landen in de wereld die hun voeding aanpassen naar Westerse normen. Er is dus blijkbaar iets mis met de redenering van dokters, diëtisten, voedingsfabrikanten. De adviezen die we krijgen helpen niet, onze voeding en onze manier van leven maakt ons steeds dikker.
De boosdoeners: insuline en insulineresistentie
Ik las in de voorbije vakantie twee superinteressante boeken van dr. Jason Fung over dit onderwerp:
De obesitascode – Het geheim van gewichtsverlies
De diabetescode – Hoe je diabetes type 2 kunt voorkomen en omkeren met dieet en leefstijl
Dr. Jason Fung is een Canadese nefroloog, een nierarts. Oorspronkelijk gaf hij zijn patiënten de adviezen die hierboven beschreven zijn, en hij merkte dat die adviezen geen verbetering gaven, noch in de algemene gezondheidstoestand van mensen, noch in het specifieke domein van obesitas en diabetes type 2. Nierziekten zijn immers vaak het gevolg van diabetes. Hij startte zijn eigen onderzoek, en las daarbij vele studies door anderen ooit gedaan. Hij las en interpreteerde die studies en kwam tot verrassend eenvoudige conclusies. Toen ik las wat hij schreef viel bij mij de frank, de euro, de dollar: zijn conclusies waren juist! Ik neem je mee in zijn verhaal …
Dr. Fung haalt eerst de huidige adviezen onderuit. Zijn redenering is simpel. Als die adviezen niet werken, dan zijn er twee mogelijkheden:
De mensen zeggen wel dat de ze adviezen naleven, maar ze doen het niet. Ze zijn laks, ze snoepen en eten in het geniep, ze doen veel minder aan beweging dan ze zeggen te doen.
De mensen volgen de adviezen wel op, maar die helpen niet. De adviezen zijn fout, en als dat zo is, dan moet daar in de wetenschap bewijs voor te vinden zijn.
En dus ging dr. Jason Fung op zoek naar bewijs tegen de heersende adviezen bij obesitas en diabetes type 2. Hij zocht en hij vond, en gaandeweg formuleerde hij een eigen theorie. Van die theorie voel ik intuïtief aan dat ze juist is. Ik zie er ook resultaten van, bij mensen rondom en bij Susan Pierce Thompson en haar ‘Bright Line Eating Movement’. Dr. Jason Fung noemt het hormoon insuline als grote boosdoener.
Insuline is een adipogeen hormoon, dat wil zeggen: een vet aanmakend hormoon. Dat zie je eerst en vooral bij mensen met diabetes type 1, die door een defect aan de pancreas geen insuline kunnen aanmaken. Als zij geen insuline toegediend krijgen, vermageren zij steeds meer, tot ze sterven aan ondervoeding. Zonder insuline kan de glucose de cellen niet binnen en wordt er geen energie aangemaakt. Er is ook geen reserve aan glucose en dus wordt er geen vet aangemaakt. Dat zie je ook bij mensen met diabetes type 2 die wel insuline spuiten. Binnen de kortste keren krijgen zij een ‘insulinebuik’, een enorm dikke buik, die niet in verhouding is tot de rest van hun lichaam en die ook niet in verhouding is tot wat ze eten of hoe ze bewegen. Ze worden steeds dikker, schijnbaar zonder aanwijsbare redenen.
Vorige keer schreef ik over Metabool Syndroom en over hoe daar een constant verhoogde bloedsuikerspiegel bij hoort. Die constant verhoogde bloedsuikerspiegel roept de pancreas op om telkens maar weer insuline aan te maken en vrij te geven. Maar de cellen zitten overvol, ze willen geen glucose meer opnemen, en dus verminderen ze het aantal insulinereceptoren aan hun buitenkant. Als insuline de sleutel is, dan zijn de insulinereceptoren de slotjes. Er is dus meer insuline in het bloed om de glucose de cellen binnen te helpen, maar de cellen belemmeren uit zichzelf dat het nog lukt. Vol is vol, er kan niets meer bij. Op dat moment ontstaat insulineresistentie.
Vandaag nemen we insuline onder de loep en wat die met onze gezondheid doet. Een volgende keer hebben we het over insulineresistentie. Voegen we beide samen, dan hebben we een effectieve remedie tegen obesitas en diabetes type 2.
Over insuline en wat die met je doet
Insuline is een hormoon dat wij in onze pancreas zelf aanmaken. Iedere keer als dat nodig is, laat onze pancreas wat insuline vrij in het bloed. De insuline moet ervoor zorgen dat de glucose uit ons bloed de cellen binnen kan. Dat is goed, dat is normaal. Op die manier krijgen de cellen de nodige glucose om energie te produceren.
Is er te veel glucose in ons bloed aanwezig in vergelijking met de energie die we nodig hebben, dan wordt die overtollige glucose, weer onder invloed van insuline, omgezet in ‘reserves’: in de lever en in de spiercellen wordt een beperkte hoeveelheid glycogeen opgeslagen. Dat is een soort makkelijk bereikbare reserve, die vb. tijdens de nacht en als we eens een maaltijd overslaan weer opgebruikt wordt. Is de opslagcapaciteit voor glycogeen bereikt, dan wordt de overtollige glucose omgezet in vet. Dat vet is – als overlevingsmechanisme uit oeroude tijden – reserve voor wintermaanden, hongersnoden en alle andere situaties waar voedsel niet voorhanden is.
Dr. Jason Fung zet hier eventjes de puntjes op de i. Het is wel degelijk insuline die dik maakt en niet glucose. Alleen als insuline de glucose de cellen in kan krijgen, kan er vet aangemaakt worden. Dit wordt overduidelijk bij mensen met diabetes type 1 die niet behandeld worden met insuline. De glucose kan de cellen niet binnen en wordt uitgeplast. De urine smaakt zoet en deze mensen vermageren zienderogen, tot stervens toe.
Wanneer komt er insuline in je bloed?
Het is algemeen geweten dat het eten van koolhydraten een insuline-reactie geeft. We eten koolhydraten – suiker, brood, pasta, rijst, aardappelen en in mindere mate ook vele soorten groenten en fruit – en die worden in maag en darmen verteerd, waarbij glucose vrijkomt. Als die glucose in het bloed wordt opgenomen, geeft de pancreas een shotje insuline vrij. De hoeveelheid glucose bepaalt in grote mate de hoeveelheid insuline. Bevat je voeding veel koolhydraten, en zeker als ze veel geconcentreerde koolhydraten bevat, dan loop je veel kans om vlugger dik te worden. Wat we kunnen doen is zoveel mogelijk dingen met suiker vermijden, maar ook zoveel mogelijk granen. Op onze dagen, waar heel veel voedsel in fabrieken wordt samengesteld, is het van belang de ‘kleine lettertjes’ te lezen. Alle vormen van suiker en alle vormen van zetmeel moeten dus vermeden worden, willen we kunnen vermageren. Veel makkelijker is het om standaard te kiezen voor onbewerkt voedsel.
Maar er is meer. In de mond zitten sensoren voor een zoete smaak, wij proeven als iets zoet is. Die zoete smaak geeft een signaal aan de hersenen, die detecteren dat er zoet voedsel aankomt. Al voordat het voedsel de mond heeft verlaten, wordt insuline in het bloed vrijgegeven. Dr. Jason Fung vertelt van een experiment: er waren twee groepen mensen. De ene groep moest een slok cola met suiker in de mond proeven en dan weer uitspuwen. De andere groep moest een slok cola zero in de mond proeven en weer uitspuwen. Niemand had iets binnen, en dus zou je geen insuline-reactie verwachten. Niets was echter minder waar: bij beide groepen werd een toename van insuline in het bloed gemeten. Je kunt dus dik worden van alleen nog maar het proeven van cola of van cola zero, echt waar.
In de maag zitten hormoonachtige stofjes en ook die geven een insuline-reactie op de inname van voedsel. En jawel, ik heb het hier over de inname van voedsel tout court. Elke keer als je eet, zal je maag aanzetten tot het vrijgeven van insuline in het bloed, onafhankelijk van wat er aankomt. Dat betekent dus dat wie drie keer per dag eet en ook nog enkele tussendoortjes gebruikt meer insuline in het bloed krijgt, dan iemand die slechts drie keer per dag eet, zonder die tussendoortjes. Wie maar één keer per dag eet, krijgt op basis van dit principe het minst insuline binnen. Wil je vermageren, schrap dan alvast alle tussendoortjes. En probeer misschien ook af en toe eens een maaltijd over te slaan.
Een tweede stofje in de maag detecteert wat er aankomt. Koolhydraten en eiwitten geven een sterke insuline-reactie, op vetten reageert onze pancreas neutraal. Dat koolhydraten insuline vrijmaken, dat wisten we al. Door de vetfobie die al sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw bestaat, experimenteerden mensen daarom met vetarme, maar eiwitrijke producten. Denk maar aan kippenwit of light kaas. Ook dit bleek veel insuline in het bloed te brengen, waardoor mensen die dit soort dieet volgden niet vermagerden. Alleen vet blijkt ‘insulineneutraal’, en hoe raar je dit ook mag vinden, het eten van voldoende gezonde vetten zal je doen vermageren.
En dan is er nog iets wat een belangrijke invloed heeft op de insuline in ons bloed, nl. stress. Stress maakt dat er cortisol wordt aangemaakt. Cortisol – verwant met het medicijn ‘cortisone’, waar je ook dik van wordt – zorgt ervoor dat er, om de stressvolle situatie aan te kunnen, voldoende energie kan aangemaakt worden. Er worden reserves omgezet, zodat er voldoende glucose in het bloed aanwezig komt. Daarop krijg je vanzelfsprekend een insuline-reactie. Die glucose moet immers de cellen in om energie te produceren. Hier wordt insuline aan het bloed afgegeven zonder dat je ook maar iets eet of proeft.
Bij acute stress is dat geen probleem. Acute stress vraagt om een vecht- of vluchtreactie. Je moet het gevaar te lijf of je moet ervan weglopen. Beide vragen veel energie, en dus wordt de glucose in het bloed opgebruikt. Er is niks over om vet mee aan te maken. Het probleem ontstaat bij chronische stress: wij verbruiken niet meer energie door ons druk te maken omdat we in de file staan en ook niet als we op het werk voortdurend onder tijdsdruk staan. We verbruiken niet meer energie door te piekeren of door ongerust te zijn over onszelf of over dierbare anderen. We verbruiken niet meer energie als we naar een spannende film kijken of als we onze hersenen bombarderen met te veel harde geluiden. Al die dingen veroorzaken chronische stress, waardoor extra glucose en dus ook extra insuline in ons bloed terecht komt. En wij, wij worden daar dikker van. Belangrijk is hier aandacht voor echte ontspanning en voor een goede nachtrust.
Wat moet je nu doen om te vermageren?
Als je leest wat ik hierboven schreef, dan begrijp je dat er geen eenduidig antwoord is. Wie veel koolhydraten eet, zal wellicht vermageren door die wat te verminderen. Wie voortdurend eet, zal vermageren door tussendoortjes weg te laten. Wie last heeft van chronische stress kan beter kiezen voor een passende manier om tot ontspanning te komen. Wie in elk bedje een beetje ziek is, zal op elk domein de juiste keuzes moeten maken. Er is dus niet één antwoord, maar een diversiteit aan mogelijkheden. Weet je zelf niet goed hoe het bij jou zit, dan kun je je beter laten begeleiden door iemand die weet heeft van deze informatie. Helaas zijn dat nog niet al onze diëtisten.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Jawel, ik ben te dik. En nee, dat is niet zomaar het idee dat elke vrouw wel eens van zichzelf heeft. Volgens zowat alle gekende parameters – gewicht, BMI of Body Mass Index en tailleomtrek – ben ik te dik. Vanuit gezondheidsperspectief bekeken is dat eigenlijk niet oké.
Als ik op de weegschaal ga staan, gaat er als vanzelf een belletje rinkelen. Alarm, alarm, alarm, dat cijfer op de weegschaal is gewoon te hoog. En met het ouder worden, wordt dat er niet beter op. Als ik niet oplet, gaat dat cijfer gestaag verder omhoog. Dringend tijd, dus, om daar iets aan te doen.
Een juister beeld over dat te hoge gewicht, en wel in verhouding tot mijn lengte, is de Body Mass Index, afgekort: BMI. De formule is deze:
Gewicht in kg / (lengte in meter X lengte in meter)
Stel dat je 70 kg weegt en 1,70 meter groot bent. Dan deel je 70 door 1,70 X 1,70, oftewel door 2,89. Uitkomst is dus: 24,22. Wat is nu een gezond BMI?
Tussen 18,5 en 24,9 heb je een gezond BMI.
Vanaf 18,4 en lager heb je een ongezond te laag BMI. Je riskeert gezondheidsklachten door ondergewicht.
Tussen 25 en 29,9 heb je overgewicht.
Vanaf 30 behoor je tot de categorie mensen die lijdt aan obesitas.
Vanaf 40 ben je morbide obees, wat wil zeggen dat je zomaar kunt sterven van te dik te zijn.
Let wel, deze cijfers gelden voor volwassenen tussen 19 en 69 jaar. Voor kinderen en voor ouderen gelden andere cijfers. En wat mezelf betreft, ik kan je verklappen dat mijn BMI dichter bij de 35 dan bij de 30 aanleunt. Ik ben dus te dik, echt waar.
Een laatste manier om te bepalen hoe het gesteld is met mijn gewicht tegenover mijn gezondheid is het meten van mijn tailleomtrek. Dat doe je zo: Je gaat rechtop staan. Je meet op de blote huid in het midden tussen de onderste rib (A) en je bekken (B). Je houdt het meetlint niet te strak, je ademt uit en je leest af.
Voor vrouwen is een ideale middelomtrek minder dan 80 cm. Tussen 80 en 88 cm is er sprake van een verhoogde tailleomtrek. Vanaf 88 cm is je tailleomtrek te hoog. Voor mannen is een ideale tailleomtrek minder van 94 cm. Tussen 94 en 102 cm is de tailleomtrek verhoogd, vanaf 102 cm is die te hoog. Bier- en andere buikjes zijn dus zeker niet gezond. Het toont immers aan dat de organen in je buikholte in te veel vet liggen, waardoor hun functioneren gehinderd wordt. En ja, ook mijn tailleomtrek is te hoog. Weerom wordt bevestigd: ik ben te dik!
Metabool Syndroom
Veel Westerse mensen zullen zich herkennen in het beeld dat ik van mezelf heb geschetst. Vaak komen daar nog bij een te hoog cholesterolgehalte, een te hoge bloedsuiker en een te hoge bloeddruk. Je bent in wezen nog niet ziek, je voelt je eigenlijk wel goed in je vel. Alleen, al die parameters wijzen erop dat je gezondheid toch niet helemaal je dat is. En de combinatie van twee of meer van die ‘mankementen’ kreeg een naam: Syndroom X of Metabool Syndroom.
Metabool Syndroom is op zichzelf nog geen ziekte. Het is een syndroom, en dus een combinatie van symptomen die wijzen op een verminderde gezondheid. Metabool Syndroom is als het ware een voorloper van diabetes type 2, van hart- en vaatziekten, en ja, ook van kanker. Om dit nu allemaal uit de doeken te doen, zou ons te ver leiden. Ik beloof je, in een volgend schrijven vertel ik je meer over dit Metabool Syndroom.
Wat te doen?
Te weten dat je te dik bent, is natuurlijk maar een eerste stap. Daar verandert niks aan, tenzij je er iets aan doet. Maar, wat moet je doen, dat het ook succes zal kennen? Want, geef toe, wie van ons heeft nog nooit geprobeerd gewicht te verliezen? En wie van ons kwam toen niet tot de ontdekking dat het nog zo simpel niet is? Ja, je kunt tijdelijk heel wat kilo’s verliezen, maar na verloop van tijd komen ze er zo gemakkelijk weer bij. Meer nog, je riskeert zelfs dat je gewicht op het eind van de rit hoger ligt dan voor je dieetpoging. Vandaag alvast iets over wat niet helpt. In volgende blogs in dit najaar vertel ik je stap voor stap wat wel werkt.
Zomaar calorieën beperken helpt niet
Het eerste waar je wellicht zelf aan denkt, en beslist ook het eerste wat een arts of een diëtist je zal aanraden is je calorieën te beperken. Dat lijkt een goed idee, maar is het jammer genoeg niet. Je moet immers weten dat ons lichaam slim is. Als er minder calorieën binnenkomen, zal ons lichaam gewoon minder calorieën verbruiken. Alles wat niet strikt noodzakelijk is om te overleven wordt op een minimumrantsoen gezet. Zo zal je het makkelijker koud hebben, want warmte produceren verbruikt veel energie. Je zult minder fut hebben om van alles te doen, want bewegen kost meer energie dan stil zitten. Je lichaam past zich aan om de hongersnood te overleven en wacht op betere tijden om de voorraden weer aan te vullen.
Ondertussen ga jij steeds meer verlangen naar calorierijk voedsel. Je lichaam hunkert naar vet en naar zoet. Als jij dan uiteindelijk toegeeft, vult je lichaam de vetvoorraden in één twee drie weer aan. En omdat je energieverbruik lager ligt dan vroeger, zal je oorspronkelijke gewicht binnen de kortste keren overschreden worden. Met andere woorden, je wordt dikker dan voorheen. Dit is het berucht jojo-effect.
Minder eten en meer bewegen helpt niet
Een variant op het vorige klinkt ook heel erg bekend: je moet minder eten en meer bewegen. Uit wat ik hierboven schreef, komt het al even naar voor, dit lukt gewoon niet. Als je minder gaat eten (caloriebeperking), dan ga je vanzelf minder bewegen. Je lichaam spaart energie omdat overleven belangrijker is dan bewegen. Als je meer gaat bewegen, dan heb je na die inspanning meer honger. Je eet meer om de tekorten aan te vullen.
Let wel, ik zeg niet dat bewegen slecht is. Integendeel, bewegen is absoluut goed, ook wat je gewicht betreft. Alleen, bewegen zal de kilo’s er niet doen afsmelten. Als je hoopt door meer te bewegen ook te vermageren, dan kom je van een koude kermis thuis.
Wat helpt dan wel?
Het opgebouwde gewicht is een zaak van voeding. De oplossing zal dus ook gezocht moeten worden in een gezond voedingspatroon. En in dat verhaal wil ik je in de komende tijd meenemen, stap voor stap, zodat je mee met mij gaat snappen hoe je lichaam werkt en vervolgens de richtlijnen kunt toepassen … en met eigen ogen zien dat werkt!
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Je leest het goed, ik schrijf vandaag al over vakantie. Ga ik dan nu – op de laatste dag van mei – al met vakantie. Wel, ja en nee, … of eerder nee, en toch al wel een beetje.
Want, ja, dit is mijn laatste schrijfsel voor dit werkjaar. Ik schrijf elk jaar zowat van oktober tot en met mei. Van juni tot en met september neem ik vrijaf, ’t is te zeggen, toch wat bloggen betreft. Al dat andere werk loopt voorlopig nog wel even door, dus echt vakantie is het nog niet. En toch, dat ik je vandaag voor de allerlaatste keer van dit seizoen een berichtje stuur, dat geeft mij toch al een beetje een vakantiegevoel. Er komt wat tijd vrij …
Laat dat nu precies zijn wat het woord ‘vakantie’ in zich draagt: er komt wat tijd vrij! Ons Nederlandse begrip ‘vakantie’ komt van het Latijnse woord ‘vacare’, waar ons woord ‘vacuüm’ dan weer van afgeleid is. Vakantie doet een leegte ontstaan, een vacuüm in de tijd. De gewone gang van de dagen wordt even onderbroken, en dat doet letterlijk ‘vrije tijd’ ontstaan. Er hoeft even niks, je krijgt alle ruimte om in te gaan op dat wat zich spontaan aan je aanbiedt.
Dat laatste is natuurlijk alleen maar waar als wij niet al die ‘vrije tijd’ al van te voren invullen met allerlei dingen die ook weer moeten. Dat kunnen huis-, tuin- en keukenklussen zijn, al die dingen waar je doorheen het jaar niet aan toekomt, maar dat kan evengoed gaan om de ‘verplichte grote reis’, omdat zoiets nu eenmaal hoort. Vakantie wordt nooit echt vakantie als alle vrije tijd al van te voren propvol is ingevuld. Vakantie wordt pas echt vakantie als er ruimte blijft, vrije tijd, waarin gebeuren mag waar jij op dat moment écht van genieten kunt.
Ooit – lang geleden, zo’n 19 jaar al, en ja, dat was toen ik nog pastoraal werk deed en ook daarvoor al diepe dingen schreef. Ooit, dus – schreef ik over vakantie al het volgende:
Heb jij dat ook? Dat gevoel het hele jaar door te moeten lopen en vliegen om er te geraken. Voor je gezin, voor je werk, voor de vereniging waar je lid van bent, … Altijd is er wel iets dat je aandacht en je energie vraagt. Altijd is er wel iets waarbij jouw hulp nodig is. Zonder dat je het in de gaten hebt, blijft steevast datgene liggen wat je voor jezelf had willen doen.
Vakantie? Dat ze ’t durven vragen! Het is tijd maken voor jezelf …
Heb jij dat ook? Dat gevoel toch zo weinig tijd te kunnen maken voor de mensen om je heen, voor buren, familie en vrienden. Voor je ’t weet is er weer een jaar voorbij waarin je steevast dezelfde mensen liet wachten op een telefoontje, een bezoekje of een ander teken van leven.
Vakantie? Dat ze ’t durven vragen! Het is tijd maken voor anderen …
Heb jij dat ook? Dat gevoel geen tijd te hebben om stil te vallen. Om te genieten van zoveel moois om je heen. Om echt dankbaar te zijn. Om te bidden. Een dag, een week, een jaar zijn in een flits voorbij. En steevast is het dat moment voor ‘God’ dat plaats moet maken voor wat anders.
Vakantie? Dat ze ’t durven vragen! Het is tijd voor ‘God’, dé Ander …
Mijn wens voor jou? Een vakantie met wat tijd. En mocht jouw vakantie al voorbij zijn, dan wens ik je een jaar vol her-inne-ring aan echte vakantietijd.
Dus, ja, ik hou er voor nu even mee op. Ik neem tijd voor mezelf – mijn eigen huis en tuin: lekker kokerellen met kruiden en met bessen uit die tuin van mij. Ik neem tijd voor mensen voor wie ik in mijn drukke leven doorgaans minder tijd kan vrijmaken. En ik neem tijd om stil te vallen, weer ‘God’ op het spoor te komen in dat leven van mij: noem het inspiratie, bezieling, begeestering. Want juist die Bron is het van waaruit ik dan weer een jaar het beste van mezelf kan geven, overal waar dat nodig is.
En dus, ja, zo’n ‘vakantie’ wens ik ook jou toe. Moge jij ruimte vinden, moge jij tijd vinden: voor jezelf, voor belangrijke anderen, voor die ‘diepte binnen in jou’ ook ‘God’ genoemd. En moge je na die vakantietijd vol frisse energie weer aan de slag kunnen met alles wat zich dan weer aandient.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Zoals je misschien al weet, verdiep ik me momenteel in The Blue Zones, een aantal gebieden in de wereld waar mensen uitzonderlijk lang, uitzonderlijk gezond en uitzonderlijk gelukkig leven. Uit het bestuderen van deze originele Blue Zones heeft Dan Buettner negen lessen getrokken, negen richtlijnen die elk op hun beurt leiden tot gezonder leven.
We hadden het eerder al over beweging en over voeding, twee bijzonder belangrijke pijlers als het gaat om gezondheid. Minstens even belangrijk echter is jouw kijk op het leven, je manier van omgaan met de dingen die op je pad komen. In de Power Nine, de negen lessen klinkt dat als: Right Outlook. En onder het tabblad ‘Right Outlook’ vind je twee richtlijnen:
Purpose: een doel in je leven, een reden om ’s morgens je bed uit te komen.
Downshift: regelmatig stilvallen, even alle activiteit stilzetten om naar binnen te keren.
Beide staan met elkaar in relatie, ze kunnen niet zonder elkaar. Wil je op het spoor komen van het doel van jouw leven, val dan stil. Luister naar je binnenste en ga daarop in. Doe dat regelmatig opnieuw, want in de drukte van het dagelijks leven hoor je die roepstem pas als het te laat is: als je ziek valt, als het leven je dwingt het rustiger aan te doen.
Stilvallen, dagdromen, uit het raam zitten staren, lanterfanten, …
Onder ‘downshift’ verstaan we spontaan iets als ‘mediteren’. Dat klinkt verheven, en daarvan willen we nog wel geloven dat het goed is voor onze gezondheid en ons welbevinden. Ik wil in dit verhaal echter een hele stap vroeger beginnen. Lukt het ons nog wel om eens gewoon helemaal niks te doen? Even geen TV, geen radio, geen computer of smartphone. Even geen dingen te doen, geen boek of krant, gewoon niks.
Wij, Westerse mensen uit de 21ste eeuw, krijgen dagelijks meer prikkels dan een Middeleeuwer in zijn hele leven. Al die prikkels komen de hele dag door bij ons binnen en moeten dan verwerkt worden. Ons hoofd staat quasi nooit meer stil. Dat doet wat met een mens. Voor mezelf weet ik bijvoorbeeld dat, als de dag te druk is geweest en er onvoldoende ‘lege’ tijd was, ik dan ’s nachts, nadat de eerste vermoeidheid is verdwenen, wakker lig om dan die overvloed aan prikkels te verwerken. Oplossing voor mijn slapeloosheid is dus ‘meer lege tijd overdag’.
Wat is dan voor mij ‘lege tijd’?
Een wandeling in de natuur, en dus leven op het tempo van te voet. Prikkels komen dan op je af op een manier die jou niet overweldigt. Er is zelfs ruimte om iets van de overvloed aan prikkels van de voorbije tijd los te laten.
Uit het raam zitten staren. Kijken naar de bloemen en de struiken in de tuin. Kijken naar een vogel of naar een kat die hun spel spelen.
Dagdromen en fantaseren, ontdekken welke richting het verlangen in mij uit wil. Het is in dagdromen en fantaseren dat creativiteit in mij ontstaat. De mooiste dingen worden geboren uit ‘niets doen’.
En tot slot: me vervelen! Ja, soms heb ik zo’n dag waarop ik nergens zin in heb. Geen goesting om ook maar iets aan te pakken. En als ik dat dan wel probeer, geef ik er na nog geen tien minuten de brui aan. Het is dan alsof diep van binnen iemand me toeroept: ‘Stop! Vandaag even niet!’ Op het eind van zo’n verveeldag weet ik het wel: dit was precies wat ik vandaag nodig had.
In al deze gevallen is mijn zelfgenezend vermogen op volle toeren aan het werk. Omdat er geen nieuwe info, geen nieuwe prikkels binnenkomen, krijgt mijn geest de kans om op te ruimen, om los te laten, om ruimte te creëren. In die ruimte ontstaat eerst rust en ontspanning, en vervolgens krijgt mijn wezen de kans om van zich te laten horen. In die ruimte ontdek ik, als ik luister, welke volgende stap ik dien te zetten om mijn leven de moeite waard te maken.
Ziek worden
Vaak is ziekte een middel om ons te doen stilvallen. Wie ooit een burn-out had, weet hoe je dan gedwongen wordt om niks te doen, en dat een hele lange tijd. Ergens in dat ziekteproces ontstaat iets als een vermoeden dat het ‘rennen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan’ van de tijd voor de burn-out je ziek heeft gemaakt. In de leegte ontstaat een verlangen om het voortaan anders te doen. Vaak ontdekken mensen op dat moment een andere drive, een ander doel. Een gedwongen ‘downshift’ (=stilvallen) brengt je op het spoor van een nieuwe ‘purpose’ (= levensdoel).
Ziekte is in die zin altijd een beetje een tijdstip van heroriëntering. Je was te druk bezig, je verloor te veel energie, en nu moet je gedwongen rusten. Je lichaam en je geest krijgen de tijd om te helen. En luister je goed naar je eigen binnenste, dan hoor je die stem die jou vertelt welke stappen je van hieruit zetten moet. Je komt op het spoor van dat diepere verlangen in jou. Volg je dat spoor, dan is heling het gevolg. Gezondheid volgt vaak vanzelf.
Pleidooi om dagelijks even te niksen
Jawel, ik hou een pleidooi om dagelijks even alle prikkels uit te schakelen. Doe even niks, zorg voor alleen maar natuurgeluiden, voor quasi stilstaande beelden. Lukt dat je niet ineens, waag je dan aan routineklussen: de afwas of de strijk doen, in de tuin werken, opruimen of poetsen. Het zijn dingen waarbij je niet hoeft na te denken en waarbij je geest alle ruimte krijgt om de indrukken van de voorbije dagen te verwerken.
Gun het jezelf om te luieren, te lanterfanten, te dagdromen. Dit is geen verloren tijd, integendeel. De tijd die je ogenschijnlijk verliest, krijg je dubbel en dik terug in efficiënter werk en in minder ziekteverzuim. Zoek je eigen manier om helemaal tot rust te komen en ervaar de deugddoende werking daarvan. Ik wens het je van harte toe.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Er was een tijd waarin een maaltijd nog een maaltijd was: ontbijt, middagmaal, vieruurtje, avondmaal. Buiten die maaltijden om werd niks gegeten. Geen tussendoortjes, geen hapje hier of hapje daar, gewoon niks: vasten. Op vandaag eten velen van ons minstens zes keer op een dag, en sommigen snacken zelfs de hele dag door. Door artsen en diëtisten worden die vele kleine hapjes per dag zelfs als gezond voorgesteld. Jammer genoeg is dat laatste helaas onwaar.
Wij, Westerlingen, eten van ’s morgens als we opstaan tot ’s avonds als we slapen gaan. Ons spijsverteringsstelsel is daardoor quasi continu aan het werk. Maag en darmen krijgen amper rust. Je moet weten dat na die laatste hap het nog minstens twee uur duurt vooraleer die helemaal verteerd is en in het bloed opgenomen. Dat alleen al is een belemmering voor onze gezondheid, want ook ons spijsverteringsstelsel verdient een dagelijks rustmoment. Daarom is het een aanbeveling van gezondheidsbegeleiders om minstens de tijd tussen het avondmaal en het ontbijt op de volgende dag vrij van eten te houden. En ja, reken daar ook maar de energierijke dranken bij. Immers, ook alcohol en frisdranken moeten verteerd en in het bloed opgenomen worden.
Doordat wij ons spijsverteringsstelsel die avondlijke rust niet gunnen, en dus vaak te laat op de avond nog eten en drinken, krijgt het metabolisme op celniveau te weinig tijd. Even wat uitleg:
Voedsel komt, helemaal verteerd, ons bloed binnen. Dat met voedsel verrijkte bloed wordt continu het hele lichaam rondgepompt.
Elke cel in ons lichaam haalt uit dat met voedsel verrijkte bloed alles wat hij nodig heeft om zijn eigen specifieke taak naar behoren te kunnen vervullen.
Daar nu in het bloed ‘leegte’ is ontstaan, kunnen diezelfde cellen ook wat van hun afvalstoffen in het bloed achterlaten. Die afvalstoffen worden dan naar de lever en naar de nieren getransporteerd. Op die manier zuivert het hele lichaam zich, telkens en telkens weer.
Als in de nacht het laatste voedsel is verteerd, opgenomen en door de cellen verbruikt, ontstaat er in het bloed ‘een grote leegte’. Juist daardoor is de nacht dé ontgiftingstijd bij uitstek. Alle cellen, alle weefsels, alle organen ontdoen zich van alles wat niet meer bruikbaar is. Vervolgens worden allerlei herstelprocessen in gang gezet, waardoor wij ’s morgen als herboren een nieuwe dag aanvatten.
Door telkens weer ’s avonds laat nog te eten en te drinken, maken wij de tijd van ontgiften en herstel te kort. Geleidelijk aan stapelt het lichaam een teveel aan afvalstoffen op. Het doet dat eerst op de meest veilige plekken:
in de vetcellen. Vandaar dat vermageren zo’n lastige klus is, de opgestapelde gifstoffen komen immers in het bloed en zorgen ervoor dat wij binnen de kortste keren een poging tot vermageren opgeven.
in extra vocht dat in het lichaam opgehouden wordt. Immers, gifstoffen in verdunning zijn minder gevaarlijk dan gifstoffen pur sang.
in gewrichten en in spierweefsel. Dat geeft op korte termijn een stram gevoel en op langere termijn echte pijn- en bewegingsklachten.
Maar ook overdag eten wij te vaak. En dat geeft last aan ons immuunsysteem. Immers, iedere hap die naar binnen komt, wordt door ons immuunsysteem gecontroleerd op ‘vreemde indringers’: bacteriën, virussen, schimmels, parasieten. Als wij driemaal daags eten, dan moet het immuunsysteem driemaal daags een tweetal uur op post staan. Zolang duurt het immers tot alle voedsel als een verteerde brei in de darm terecht komt. Zowat 80% van ons immuunsysteem bevindt zich juist daarom in de darmwand. Daar komt de buitenwereld ons lichaam binnen. Eten wij zes keer per dag, dan moet ons immuunsysteem zes keer twee uur aan de slag. Eten wij quasi continu, dan is ons immuunsysteem continu in de weer. Daaruit ontstaan die steeds vaker voorkomende laaggradige ontstekingen. Dat laatste wil zeggen dat ons immuunsysteem eigenlijk nooit meer uitgaat. Het blijft steeds op een laag pitje aan de slag. Daarbij gaat het niet alleen echte vijanden te lijf, maar meer en meer ook dingen die voor ons niet echt een bedreiging vormen en zelfs het eigen lichaamsweefsel. Op die manier ontstaan allergieën en auto-immuunziektes.
Als je dan ook nog weet dat het immuunsysteem een van de duurste systemen in ons lichaam is – het verbruikt heel veel energie – dan snap je dat ook blijvende vermoeidheid zijn oorzaak kan vinden in een overactief immuunsysteem.
Breakfast
Wat is dan een normale eet- en drinkcyclus? Wel, zoals eerder al gezegd zouden wij na het avondmaal helemaal niks meer mogen eten (en drinken, behalve water of kruidenthee dan) tot ’s anderendaags ’s morgens. Dan hebben we dagelijks en vastenperiode van zo’n 12 uur. In het Engels klinkt dat door in het woord dat gebruikt wordt voor het ontbijt: break – fast, oftewel, breek de vasten. Elke dag opnieuw is er een vastenperiode, die met het ontbijt gebroken wordt.
Dat in die tijd de zuivering van het lichaam volop kansen krijgt, merk je ’s morgens bij het opstaan. De lucht in je slaapkamer ruikt weinig fris, omdat er veel koolzuurgas is uitgeademd. Misschien transpireerde je ook wat tijdens de nacht, vandaar dat een douche zo’n deugd doet voor je de dag aanvat. Je ochtendurine is doorgaans donkerder dan je urine tijdens de rest van de dag. Er zitten meer afvalstoffen in. En velen van ons moeten ’s ochtends, net voor of net na het ontbijt, naar het groot toilet. In je stoelgang zitten onder andere alle afvalstoffen die je lever naar je dikke darm gestuurd heeft.
Wil je de gezondheidsvoordelen van zo’n kortdurende vasten nog versterken, dan kun je twee dingen doen:
de tijd van de nachtelijke vasten langer maken. Dat kan je door ofwel je laatste maaltijd vroeger op de dag te nemen, ofwel je eerste maaltijd uit te stellen.
ook tijdens de dag minder vaak te eten en te drinken. Hou je vb. weer aan ontbijt, middagmaal en avondmaal. Dan kan je lichaam ook tussendoor al even met zuivering aan de slag. En nee, ook het heel frequent een slokje water drinken is in deze zin geen goed idee. Beter is het een paar glazen water ineens te drinken, en dan een tijdlang gewoon niks tot je te nemen.
Voordelen van het minder vaak eten
Je spijsverteringsstelsel zal er je dankbaar om zijn. Het krijgt de kans om tot rust te komen, om herstelprocessen aan te gaan.
Je hele lichaam zal er baat bij hebben, omdat afvalstoffen makkelijker afgevoerd kunnen worden. De kans op obesitas, oedeem en spier- en gewrichtsklachten wordt kleiner.
Er ontstaat metabole flexibiliteit. Omdat na twee uur al het voedsel dat je at verteerd is en opgenomen in het bloed, ontstaat na die tijd geleidelijk aan een tekort aan suikers in je bloed. Als jij dan niet opnieuw eet, moet je lichaam wel gebruik maken van de aangelegde reserves. Je lichaam leert opnieuw niet alleen te leven van de telkens nieuw aangevoerde suikers, maar gaat daarna vanzelf over op vetverbranding. Een beter wapen in de strijd tegen overtollig gewicht is er niet.
Omdat de suikers in je bloed veel meer opgebruikt worden voor er nieuw voedsel binnenkomt, is de kans op diabetes type 2 kleiner.
Omdat je immuunsysteem tijd krijgt zich te ontspannen, is de kans op continue laaggradige ontstekingen veel minder groot. Daarmee verminder je vanzelf de kans op allergieën, auto-immuunziekten en chronische vermoeidheid.
Intermittent fasting
Dit alles is de hele idee achter intermittent fasting. Je maakt dagelijks tijd voor een of meerdere kleine vastenperiodes. Je kunt daarbij verschillende keuzes maken:
Je houdt je aan ontbijt, middagmaal, avondmaal. Je gebruikt geen tussendoortjes.
Je slaat het ontbijt over en eet vb. enkel tussen 11u en 19u.
Je gebruikt dagelijks maar één maaltijd, vb. enkel een vroeg avondmaal.
Je slaat af en toe een dagje over en eet dan helemaal niks. Er ontstaat een vastenperiode van 36 uur.
Zoals je ziet, is er dus voor elk wat wils. Eet je vandaag nog vele keren per dag, begin dan alvast met één of twee van die eetmomenten uit te bannen. Neem je tijd en zet geleidelijk aan stappen in de goeie richting. Het komt je gezondheid vast en zeker ten goede.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
De docent van het vak ‘Zuiveringskuren’ begon zijn lessenreeks met de volgende woorden: ‘Voor de kannibalen onder ons heb ik slecht nieuws. Mensenvlees is niet eetbaar!’ En vervolgens toonde hij een beeld van allerlei soorten toxische stoffen die wij met de regelmaat van de klok naar binnen krijgen. Het gaat om toevoegingen aan ons voedsel, om vervuilende stoffen in aarde, lucht en water, om toxische elementen in verzorgingsproducten, om hormoonverstoorders in de vele soorten plastic waarin ons voedsel verpakt zit, om chemische stoffen in bouwmaterialen, verven, onderhoudsproducten, … De lijst van toxische stoffen die vroeg of laat in ons lichaam terecht komen is oneindig. Zelfs een foetus is er niet vrij van.
Om die toxische stoffen het lichaam uit te krijgen, maken we gebruik van vasten, van een zuiveringskuur.
Over vasten
Veel religieuze strekkingen kennen de een of andere vorm van vasten. In het Christendom valt traditioneel die periode van vasten in het voorjaar. Dat is bij ons, in het noordelijk halfrond, ook helemaal niet zo raar. Het voorjaar is traditioneel de tijd waarin veel minder voedsel beschikbaar is. Nee, wij voelen dat niet meer. Wij vinden het jaar rond zowat elk voedingsmiddel in onze grootwarenhuizen. Tomaten of aardbeien in de winter? Geen probleem, we halen ze wel uit het zuiden. Appels of peren in de late lente? Evenmin een probleem, we hebben methodes om ze het jaar rond te bewaren. Wij kennen geen seizoenen meer, er is altijd overvloed.
Dat laatste is een probleem, daar is ons lichaam niet op aangepast. Ons lichaam kan veel beter overweg met af en toe wat ‘moeten minderen’ dan met de voortdurende overvloed waarin wij leven. Gevolgen van die overvloed zijn onze Westerse welvaartsziekten: obesitas, diabetes type 2, chronische hoofdpijn, spierpijnen, gewrichtsklachten, hart- en vaatziekten en nog zoveel andere ziektes meer. Af en toe een vastenperiode inbouwen, geeft ons lichaam de kans zich te ontdoen van alles wat overtollig is. In een vastenperiode eet het lichaam als het ware alles op wat niet meer nodig is: vet uit onze vetcellen, plaques van cholesterol en calcium uit onze bloedvaten, alles wat in de lever opgestapeld ligt, mineralen die zich als kleine kristalletjes in onze gewrichten hebben vast geankerd en zelfs kleine tumoren.
Willen we dus lang gezond blijven of opnieuw gezond worden, dan is het inbouwen van een of andere vorm van vasten een van de belangrijkste tools. Dat kan door dagelijks minder te eten: minder eetmomenten per dag, af en toe een maaltijd overslaan, eten tot je maar voor 80% vol zit, intermittend fasten (en dus de tijd van niet eten langer maken door ofwel het ontbijt ofwel het avondmaal over te slaan). Dat kan ook door regelmatig een periode van sterke matiging in te lassen.
Over een zuiveringskuur
Zuiveringskuren bestaan er in vele maten en gewichten: een echte vasten waarbij je een tijd lang alleen water of kruidenthee drinkt, een sapkuur, een Mayrkuur, een fruit- en groentekuur, een suikerdetox, Café Minérale (en dus een maand lang geen alcohol), … Elk van deze ‘kuren’ heeft een positief effect op de gezondheid. Ze halen niet alleen overtolligheden weg, ze maken ook energie vrij voor een grote schoonmaak.
Voor wie aan een zuiveringskuur denkt, heb ik een gouden raad: begin met je dagelijkse eet- en drinkgewoontes onder de loep te nemen en snoei eerst daar waar dat het makkelijkste kan. Creëer nieuwe gezonde gewoontes. Als jij bijvoorbeeld dagelijks aan het snoepen gaat, dan ligt daar een voor de hand liggende kans. Vermijd die lege calorieën, en je lichaam wordt vanzelf al heel wat schoner. Eet in de plaats daarvan een stuk fruit of wat noten, of laat dat snoepmoment gewoon helemaal weg. Als jij elke avond nog een glas drinkt met daarbij wat borrelhapjes, probeer dan eerst daar te snoeien. Maak de ‘vastentijd’ tussen avondmaal en ontbijt (breakfast = het breken van de nachtelijke vasten) vrij van eten en drinken (met uitzondering water of kruidenthee).
Pas als je al een paar basisprincipes hanteert, heeft het zin om een stap verder te zetten.
Eet maximaal 3 keer per dag. Laat alle tussendoortjes achterwege.
Eet ‘echt voedsel’, vermijd alles wat uit een fabriek komt en wat op het etiket vreemde toevoegingen vermeldt.
Eet langzaam en kauw goed.
Vermijd het drinken van calorieën: frisdrank, fruitsap, alcohol, koffie of thee met suiker.
Wil je dan toch met een zuiveringskuur aan de slag, laat je dan begeleiden door iemand met kennis van zaken. Sommige van mijn collega’s gezondheidsbegeleiders hebben zich hierin gespecialiseerd. Je vindt ze op de website van de Verenging voor Gezondheidsbegeleiders. Wat je wel in je eentje kunt proberen is een fruit- en groentekuur. Daar schreef ik een hele tijd geleden al over. Wil je meer weten, klik dan op deze link.
Wil jij echt met je gezondheid aan de slag, doe dan mee en maak je lichaam schoon. Je zult er wel bij varen.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.