Energie
Vorige keer noemde ik een aantal bronnen van vitaliteit: zon, frisse lucht, levend voedsel, afval afvoeren. Als alles goed gaat, ontstaat daaruit alle energie die nodig is om een zinvol leven te kunnen leiden. Blijkbaar is dat niet altijd zo, want heel wat mensen gaan vermoeid of depressief door het leven. Ze vinden als het ware niet de nodige energie om voluit te kunnen leven. De oorzaak daarvan is tweeërlei: er komt te weinig energie binnen én er vloeit te gemakkelijk energie weg. Met andere woorden, de balans is zoek. Vandaag kijken we van wat meer nabij naar die balans.
Voedsel en energie
Energie ontstaat, via een complex proces, uit onze voeding. We eten en dat voedsel komt in maag en darmen terecht. In de hele weg van mond tot kont gebeurt er van alles met dat voedsel: het wordt fijngemalen, er worden verterende zuren op losgelaten, er komen enzymen aan te pas, er zijn darmbacteriën die hun werk doen, en dat alles maakt dat het voedsel tot op de molecule afgebroken wordt. Dat is nodig, want alleen die kleine moleculen kunnen door de darmwand heen in het bloed gebracht worden. Voedselbrokken die te groot blijven, worden onverteerd terug uitgescheiden. Willen we dus energie halen uit ons voedsel, dan moeten we ons spijsverteringsstelsel hierbij ondersteunen. Dit kan vooral door in alle rust te eten en door goed te kauwen. Alleen op die manier kan het eerste proces, het verteren van voedsel, optimaal verlopen.
Vervolgens komt dat verteerde voedsel doorheen de darmwand in onze bloedstroom terecht. Bloed dat voedsel vanuit de darm transporteert, gaat eerst naar de lever voor verwerking. De lever zuivert wat aangevoerd wordt en laat het voedsel al een eerste bewerking ondergaan, zodat het bruikbaar wordt in ons lichaam. Vervolgens wordt het nodige opnieuw aan het bloed afgegeven en getransporteerd naar de cellen. Daar gebeurt iets wat ‘stofwisseling’ genoemd wordt. De mitochondriën in de cellen zetten bepaalde stoffen – denk aan glucose (suiker) en vetten – om in energie. Die energie wordt dan gebruikt om alle processen in het lichaam op gang te houden. Wat over is, hebben wij ter beschikking om te leven.
Een paar doordenkertjes hierover:
- Als we eten in situaties van onrust, dan werkt ons spijsverteringsstelsel niet goed. Denk daarbij aan: eten tijdens het werk of tijdens het auto rijden – eten terwijl je TV kijkt – een snelle hap tussendoor, terwijl je rond blijft lopen – emo-eten – … Dit betekent dat je misschien wel voldoende eet, maar onvoldoende verteert. Er komt te weinig je lichaam binnen, en je lichaam kan dus niet voldoende energie maken uit wat het van je kreeg.
- Als ons voedsel te veel toxische stoffen bevat, moet onze lever overuren maken om het aangevoerde bloed te zuiveren. Aangezien de lever maar één taak tegelijk kan doen, worden er onvoldoende stoffen naar de cellen doorgestuurd om tot energie verwerkt te worden. Oplossing hier is het eten van zo natuurlijk mogelijk voedsel.
- Voor de verbranding in onze cellen is zuurstof nodig. Tenminste, de verbranding met zuurstof geeft het meeste rendement. Fermentatie van glucose kan ook, maar dat geeft een veel geringer rendement en er ontstaat verzuring door. Daar krijg je het gevoel van zoals bij een te felle sportprestatie. De pijnlijke en stramme spieren die je daarna voelt, zijn het gevolg van melkzuur in de spieren door zuurstofgebrek tijdens de productie van energie. Zorg dus zeker ook voor voldoende zuurstof, zodat je energie in optimale omstandigheden aangemaakt kan worden.
- Als we voortdurend ’te zwaar’ eten – te vet, te zoet, te veel – dan vraagt onze spijsvertering meer energie. De balans tussen de energie die ontstaat uit voedsel en de energie die nodig is om voedsel te verteren raakt dan verstoord. Als dat zo is, dan krijg je last van een postprandiale dip, een gevoel van vermoeidheid korte tijd na het eten. Je krijgt een middagdipje of je valt in slaap bij de TV na het avondeten.
Zoals je ziet, kun je zelf heel wat doen om optimaal energie uit je voedsel te halen.
Relaties en energie
We weten het allemaal: sommige contacten met mensen geven energie, anderen vreten energie. Nu kun je natuurlijk niet alle ongewenste contacten verbreken. En toch, er is meer mogelijk dan je denkt. Een aantal contacten – die waarvan je voelt dat ze jou nergens toe dienen en alleen energie vreten – die verbreek je best wel. Denk aan die zogenaamde vriend of vriendin die jou altijd weet te vinden als hij of zij iets nodig heeft, maar die nooit tijd heeft als jij eens iemand nodig hebt. Zo iemand is geen vriend of vriendin, het is een parasiet.
En dan zijn er die contacten die (te) veel van je vragen, maar die je niet zomaar kunt verbreken: mensen op het werk, mensen in de familie. Maak daar voor jezelf dan afspraken rond:
- Ik ga correct met die collega om, maar ik stel mijn grenzen. Ik zeg niet op elke vraag ‘ja’. Als mij iets gevraagd wordt, dan geef ik aan er eens over te willen nadenken. Ik geef mijn antwoord pas nadat ik bij mezelf ben nagegaan of ik dat wel wil.
- Bij ‘verplicht’ familiebezoek – dat wil zeggen, het bezoek aan familieleden waarmee je het contact niet wil of kan verbreken – bepaal jij zelf hoe ver je daarin wil gaan. Je kunt het beste voor jezelf daar vooraf een en ander rond vastleggen. Jij kiest hoe vaak je op bezoek gaat bij zo’n ’toxisch’ familielid en ook hoe lang dat bezoek mag duren. Het is makkelijker bij een eisende oma langs te gaan als jij van te voren bepaalt dat je maar één keer in te week zult langsgaan en dat je dan telkens één uur zult blijven. De afbakening maakt het contact leefbaar.
De contacten met mensen die je energie geven, die kun je het beste ten volle valideren. Maak er tijd voor, geniet er ten volle van, investeer erin. Je weet immers dat die investering zal opbrengen. Je levensvreugde, je levenskracht, je levensenergie krijgt er een boost van. Jij kunt er na zo’n contact weer even tegen.
Bezigheden en energie
We kennen het allemaal: er zijn van die activiteiten waarbij je tijd en ruimte vergeet als je ermee bezig bent. Het is alsof de tijd vliegt. En ze lijken je helemaal geen energie te kosten, integendeel, ze geven je een pint vers bloed. Dat zijn die bezigheden die helemaal passen bij wie jij bent. Ze zijn je als het ware op het lijf geschreven. Je wordt er enthousiast van. Daarnaast zijn er ook activiteiten waar je al van te voren tegenop ziet. Je stelt ze uit, als je ze dan aanpakt, word je er zo moe van.
Er zijn natuurlijk wel dingen die ‘moeten’, maar ik denk dat veel van de dingen waarvan we denken dat ze ‘moeten’, misschien toch niet zo dwingend zijn. Moet ons huis er altijd zo piekfijn bij liggen? Moet er eerst gepoetst worden, vooraleer we aan iets plezierigs mogen beginnen? Of mogen we ook eerst iets doen wat we graag doen? Moeten we ons schuldig voelen als we een boek lezen, een wandeling maken, ons met onze hobby bezighouden?
Een belangrijk aspect van onze bezigheden is onze job. Ik denk dat het heel belangrijk is, dat je job bij je past. Als je alleen gaat werken omwille van de centen, maar je moet daarbij voortdurend dingen doen die je niet graag doet, dan hou je dat niet vol. Het financiële aspect van een job is belangrijk, maar onvoldoende als het alleen dat is wat je van een job krijgt. Er moet ook altijd iets zijn waar jij voldoening uit haalt. Er moet een zekere gedrevenheid zijn, iets wat jouw leven een meerwaarde geeft, iets waar je fier op kunt zijn en waar je werkvreugde uit haalt. Dan pas geeft je werk je energie, dan pas loont je werk op een dieper niveau.
Zorgen en energie
Ik denk dat ik mag beweren dat zorgen de grootste energievreters zijn. Van financiële zorgen, bijvoorbeeld, kun je letterlijk ziek worden. De zorgen om een partner of een kind, kunnen jouw energie op de duur helemaal onderuit halen. En ook je gezondheid kan een bron van zorgen zijn. Veel andere zorgen, zijn vaak onnodig. We maken ons zorgen omdat de dingen niet lopen zoals wij dat willen. Misschien moeten we leren accepteren dat het leven het anders met ons voorheeft. In plaats van ons zorgen te maken, kunnen we beter leren zien hoe het anders kan.
Als het gaat om die fundamentele dingen als een basisinkomen, de partner en de kinderen, de eigen gezondheid, blijven de zorgen wellicht bestaan. Toch is het goed ook dan te leren vertrouwen – op een God, op de Levenskracht in onszelf, op een Universeel weten dat groter is dan wij kunnen zien – dat de dingen ten beste gebeuren. Waar vertrouwen de plaats mag innemen van zorgen, daar ontstaat zicht op nieuw Léven. Dat is wat je bijvoorbeeld wel eens hoort van mensen die een zware ziekte hebben doorgemaakt. Ze noemen dat ze die ziekte nodig hebben gehad. Ze hebben er immers ontdekt wat werkelijk van belang is, en van daaruit hebben ze andere keuzes gemaakt voor hun toekomst. Besef hierin vooral dit: zorgen vreten energie, vertrouwen geeft energie.
Te weinig energie
Op vandaag hebben wel meer mensen te weinig energie. Denk maar aan mensen met burn-out, depressie, chronisch vermoeidheidssyndroom. Een gezondheidsbegeleider kan met je meekijken naar energievreters en energiegevers in je leven. Een gezondheidsbegeleider kan je helpen in het doorgronden van wat voor jou nodig is om voller te kunnen léven. Zelf zie je dat immers vaak niet zomaar, je zit er te veel met je neus bovenop. Een ander laten meekijken, zou wel eens het verschil kunnen maken. Weet dus, dat je het niet alleen hoeft te doen.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
Vind ik leuk:
Vind-ik-leuk Aan het laden...