Eindelijk!
Eindelijk wordt het weer wat beter. De dagen zijn al goed gelengd, we zien de zon weer vaker en de temperaturen worden stilaan aangenaam. En dan zie je het gebeuren: wandelaars en fietsers duiken overal op, liefhebbers gaan weer aan de slag in de tuin, mensen trekken massaal naar buiten, de natuur in.
En dan ga ik aan het mijmeren rondom die vraag: wat is dat toch, dat ons naar buiten trekt?
Wellicht zijn we, na die lange winter, het binnen zitten beu. We voelen ons wat stram en stijf, we hunkeren naar beweging. Ons lichaam heeft in die winterse tijd van lekker lui lang binnen zitten wat extra afval opgestapeld. Onze spieren zijn verzadigd van ‘slakken’ en dat voelen we. Willen we die ‘slakken’ die zich ook vertalen in voorjaarsmoeheid kwijt, dan is het heilzaam om naar buiten te trekken. Die eerste wandeling, dat eerste ritje op de fiets pompt wat extra bloed de spieren in. Dat bloed brengt zuurstof binnen en neemt afval mee naar buiten. Zo heelt ons lichaam zichzelf en voelen wij ons weer een heel pak fitter.
Misschien lonken ook dat frisse groen, die tere bloesems aan heel wat bomen en struiken. De natuur herleeft, en wij doen mee. Het is alsof de jeugdigheid van de natuur ook in ons de jeugd weer wakker roept. Wist je dat alleen al het zien van een brokje natuur ons in een reset-modus brengt? Men heeft daar onderzoek naar gedaan en men kwam tot de conclusie dat het alleen nog maar kijken naar een natuurbeeld het stressniveau naar beneden kan halen. Ik hoef je vast niet te vertellen dat het verblijven in de natuur vele malen sterker werkt dan het kijken naar een foto.
Wandelaars komen, meer nog dan fietsers, terecht in een tempo op mensenmaat. Het is het ’tempo van te voet’. Zo zijn wij geschapen, en dat langzame tempo is dan ook het meest heilzaam voor ons. Wij leven vaak zo vlug, dat ons brein het niet meer snappen kan. We rijden van hot naar her, we zappen en we scrollen dat het geen naam heeft en onze dagen zitten vol met het ene flitsende ding na het andere. Dat maakt dat ons basis-stressniveau vele malen hoger ligt dan bij onze voorouders van nog maar zo’n honderd jaar geleden. Wij moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan, dag in en dag uit, en dat maakt ons kwetsbaar. Op tijd en stond stilvallen tot bewegen op mensenmaat heelt ons van die ratrace.
Wie aan het tuineren slaat, komt rechtstreeks in contact met moeder aarde. Zij is het uit wie wij voortkomen en naar wie wij terugkeren. Zij is het die ons voedt en kleedt en grond onder de voeten geeft. Dat alles mag je vrij letterlijk nemen. Het meest voedende en het minst belastende is dat wat rechtstreeks uit de natuur komt. Voedsel dat een fabriek is gepasseerd, maakt dat wij chronische welvaartsziekten oplopen. Lucht die door uitlaatgassen vervuild is, maakt ons kwetsbaar. Water dat bezoedeld is met chemische stoffen, verhoogt de toxische lading in ons lichaam. Als moeder aarde een vuilnisbelt geworden is, hebben wij geen plek meer om te leven. We doen er dus goed aan om zorg te dragen voor de aarde, het water, de lucht, de bomen en de planten. Als zij gedijen, doen wij dat ook. Wij zijn een deel van moeder aarde, en als wij dus de natuur in trekken, dan keren we terug naar de bron van alle leven, ook dat van ons.
En ja, dat alles voel ik ook aan mezelf. Het is tijd om weer naar buiten toe te gaan. Bloggen is een winterse activiteit. Dit wordt dus mijn laatste blog voor dit seizoen. In het najaar mag je mij weer verwachten, heel wat ‘natuurlijke’ ervaring rijker. Ik wens alvast ook jou een zalige zomertijd toe. Misschien ontmoeten we elkaar wel eens, ergens in een brokje natuur. En is dat niet het geval, dan hoop ik dat we elkaar weer vinden in een wat nieuwe schrijfsels na het zomerseizoen.
Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.
