Een bord met veel groenten en een lekker stukje vis.

Van mond tot kont, deel 1

Hé, zie je mij?
Ik ben een lekker brokje en ik lig net voor jou, … op je bord.
Jij ziet mij, je ruikt mij en het water loopt je al in de mond. 
Je proeft al van tevoren hoe lekker ik zal smaken en hoe ik je buikje zal vullen tot jij voldaan bent.
Ja, ik ben dat wat jij zult eten, en ik neem je mee op mijn reis door jouw lichaam heen.
Ik neem je mee … van mond tot kont!

Over wat gebeurt voor wij gaan eten

Veel mensen hebben tegenwoordig last van de spijsvertering: zure oprispingen, krampen in de darmen, winderigheid, diarree of juist constipatie. Daarom vertel ik je het verhaal van wat er met ons voedsel gebeurt op die reis doorheen ons lichaam. Samen met dat lekker brokje vertel ik je wat je kunt doen om je spijsvertering te verbeteren en dus ook om een aantal klachten te vermijden. En die reis van dat voedsel, die begint al voordat jij ook maar één enkele hap in je mond steekt.

Als je zelf kookt, dan zie je het voedsel dat je zult eten. Je raakt het aan, je maakt het klaar, je ruikt hoe het lekker gaar wordt. Je dekt de tafel, het huis vult zich met fijne geuren en je lichaam weet: hier komt lekkers aan. Nu al, nog voordat je ook maar één hap hebt geproefd, maakt je lichaam zich klaar om dat lekkers te verteren. Het klaarmaken van je voedsel zorgt voor een hongergevoel. Je voelt het in je maag en ook in je mond. Speeksel en andere spijsverteringssappen beginnen te stromen. Je weet dat er voedsel aankomt en je begint ernaar te verlangen. En dat alles is een belangrijke eerste stap in de spijsvertering.

In hedendaagse huishoudens gaat het vaak anders: eten wordt kant en klaar gekocht en op vijf minuten tijd opgewarmd in de microgolfoven. Het plastic velletje wordt van de maaltijd gehaald en dan eten we maar uit dat plastic bakje waarin we het eten hebben opgewarmd. Ons lichaam krijgt amper de tijd om zich voor te bereiden op de maaltijd: we zien het voedsel niet, we hebben het niet in de handen om het klaar te maken, we ruiken het nauwelijks. Kan het ons dan verwonderen dat het verteren van ons voedsel al van bij het begin van de reis fout gaat?

 

Hé, jij, dankjewel dat je tijd nam om mij te bereiden.
Dat is fijn voor mij en dat is goed voor jou.
En als je mij dan proeft en langzaam kauwt, dan geef ik jou met mijn rijke smaak veel voldoening.
En nee, je doet mij geen pijn door goed te kauwen.
Alleen op die manier kan ik voor jou doen wat nodig is, namelijk: jou voeden!

Over kauwen, kauwen en nogmaals kauwen

Een tweede stap in een goede spijsvertering is het grondig kauwen van ons voedsel. Want, daar in die mond, daar gebeurt al heel wat. Door het voedsel klein te kauwen, zorgen we ervoor dat de spijsverteringssappen die voor de vertering van het voedsel zullen zorgen veel intenser met dat voedsel in contact kunnen komen. Hoe kleiner het voedsel versneden is, hoe makkelijker de brij met spijsverteringssappen doordrongen kan worden en hoe makkelijker het voedsel dus ook verteert.

En weet je, die vertering begint eigenlijk al in de mond. Het speeksel bevat enzymen die het zetmeel in vb. brood al beginnen los te maken in kleinere stukjes. Dat kan je eigenlijk zelfs al een beetje proeven. Als je op een stukje brood heel lang blijft kauwen, dan ontstaat geleidelijk aan een iets zoetere smaak in je mond. Dat komt omdat de vertering van zetmeel tot glucose (suiker!) al begint in de mond, maar dat kan natuurlijk alleen maar als dat zetmeel voldoende in contact komt met de enzymen uit je speeksel.

Zie je hoe het ook hier fout kan gaan? In al onze haast vergeten wij om grondig te kauwen. Hoe wij eten lijkt vaak meer op: hap – knabbel – slik – hap – knabbel – slik – … Als wij zo haastig eten, dan moet het wel fout gaan. Te grote brokken gaan door naar de volgende stap, en dat geeft last op de verdere reis door ons lichaam heen. En daar komt nog iets bij kijken: als we te haastig eten, dan voelen we pas te laat dat we eigenlijk voldaan zijn. Onze hersenen kunnen immers pas na twintig minuten registreren dat we genoeg hebben. Eten we te haastig, dan eten vanzelf ook te veel, met vanzelfsprekend overgewicht tot gevolg.

 

Hé, jij …
Ja, je ontdekt het al: eten vraagt tijd.
Hap – knabbel, knabbel, knabbel, knabbel – slik – rust.
En daarna hetzelfde opnieuw en opnieuw en opnieuw … tot je hersenen snappen dat jij voldaan bent.
Dan voel jij je vol voordat je maag overvol zit.
En dan blijft er voldoende plaats in je maag dat die mij kan kneden en met zure sappen doordringen.
Belangrijk, weet je wel, want die zure sappen breken mij langzaam af tot kleine stukjes die jou kunnen voeden.

Over wat je maag doet in dit verhaal

Jij slikt het voedsel door en dan glijdt het door je slokdarm heen tot in je maag. Als alles goed gaat, kan het voedsel in je maag niet terug naar de slokdarm, want tussen die twee zit een sluitspier. Dat moet, want het zure sap in je maag is niet alleen in staat om je voedsel te verteren, maar kan – als het met je slokdarm in contact komt – ook die slokdarm aantasten. Dat voel jij dan als zure oprispingen en als een brandend gevoel. Het is alsof je spijsverteringssappen je eigen lichaam beginnen te verteren.

Deze klacht is vaak het gevolg van wat fout liep in de vorige stappen:

  • We waren er onvoldoende op voorbereid dat er eten aankwam, en de spijsverteringssappen waren nog niet paraat.
  • We aten veel te haastig en voelden niet dat we al voldaan waren. We aten te veel, eigenlijk tot onze maag overvol zat. Als nu de maag dat voedsel begint te kneden, dan blijkt de sluitspier tussen slokdarm en maag onvoldoende sterk om de druk die ontstaat door het kneden van die overvolle maag te weerstaan. Omdat de maag te vol zit, gaat de sluitspier af en toe weer een beetje open. En dan komt er maagzuur in de slokdarm terecht.
  • We kauwden onvoldoende en dat maakt dat de maag veel meer moeite moet doen om de te grote brokken te verteren. Het voedsel blijft langer in je maag en er is meer zuur nodig. En opnieuw kan dat last geven, zeker als we dan op eind van de maaltijd iets zoets gebruiken. Dat zoet verteert veel vlugger en gaat gisten. Dat geeft opboeren, vaak weer van zure verteringssappen, tot gevolg.

Langzaam eten en goed kauwen kan dus zure oprispingen vermijden. Heb je onvoldoende tijd om te eten, eet dan liever niet. Wacht tot je in alle rust kunt genieten van een gezonde maaltijd. En zorg er misschien ook voor dat je na de maaltijd nog even in rust kunt blijven. Het zal het verdere verloop van de reis van je voedsel alleen maar beter en vruchtbaarder maken.

Wordt vervolgd …

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨