Het gezicht van een meisje, vol acné

GEZONDHEID-WIJZER bij huidklachten

De minst erge manier van ziek zijn

De mens is wezenlijk één. Toegegeven, we kunnen de mens onderverdelen in domeinen en in stelsels, maar wezenlijk zijn we één. En als één deel van de mens ziek is, dan is de hele mens ziek. Toch kunnen we gradaties van ziekte – en dus ook van gezondheid – onderkennen. Een mens bestaat uit een fysiek, een emotioneel, een mentaal en een spiritueel aspect.

  • Fysiek: alles wat het lichaam aangaat, van irritatie van de huid over maag- of longproblemen tot een hartinfarct of een herseninfarct.
  • Emotioneel: alles wat de gevoelens aangaat, van vreugde, blijheid en een gevoel van gelukkig zijn over onverschilligheid tot diep verdriet, woede of agressie.
  • Mentaal: alles wat het denken aangaat, van helder denken en oplossingen kunnen bedenken over een mistig brein tot dementie.
  • Spiritueel: alles wat zingeving aangaat, van ‘er te mogen zijn’ en onvoorwaardelijke liefde over een zoektocht naar de zin van het leven tot levensmoeheid en het niet meer zien zitten en zelfmoordgedachten.

Wie spiritueel ziek is, is het diepste ziek. Daarop volgt mentaal ziek zijn en vervolgens emotioneel ziek zijn. Wie alleen maar ziek is op het fysieke niveau, is het gezondst. En ook binnen dat fysieke niveau is er een gradatie. Het moge duidelijk zijn dat een ontsteking van de hersenen of het hart veel gevaarlijker zijn dan een ontsteking van de longen of de maag. En dat is dan weer een stuk gevaarlijker dan alleen maar een ontsteking van de huid.

Als we het hier hebben over huidklachten, dan hebben we het dus over de minst erge manier van ziek zijn. Toegegeven, een kwaal op huidniveau kan behoorlijk vervelend zijn, maar we gaan er doorgaans niet aan dood. Pas als een huidklacht kanker is geworden – en dat is de verst gevorderde manier van ziek zijn – of als de hele huid zodanig is aangetast dat ze haar functie niet meer kan vervullen, is een huidziekte ook dodelijk. En dat maakt dat we bij een huidziekte alle tijd en alle kansen hebben om die op een natuurlijke manier te helen.

Want ook dit moet je weten: als je een huidklacht onderdrukt, word je dieper ziek. Een huidklacht met cortisone behandelen, zal de huidklacht (tijdelijk) doen verdwijnen, maar op termijn ontstaan daardoor ademhalingsklachten. En als je dan die astma met cortisone behandelt, kan ook die weer verdwijnen, maar dan ontstaan wellicht spierklachten en tenslotte hartproblemen en tenslotte de dood. Huidklachten kun je dus het beste op een natuurlijke manier behandelen. Dat behoedt je voor dieper ziek worden.

Behandeling van buitenaf

Wil je de huid van buitenaf verzorgen, gebruik dan natuurlijke producten. Vermijd gewone geparfumeerde zepen, kies voor een zeep met een neutrale pH-waarde. Gebruik geen gewone make-up, maar alternatieve cosmetica op waterbasis. Gebruik geen synthetische smeersels die de poriën verstoppen, maar gebruik natuurlijke producten.

Om je huid te verzorgen, kun je olie gebruiken:

  • Zoete amandelolie: voedend, verzachtend, verzorgend
  • Jojoba-olie: ontsteking remmend, verstevigt de huid, hydraterend, regelt de talgproductie
  • Avocado-olie: een zeer vette olie die snel intrekt, sterk verzorgend
  • Arganolie: tonicum voor de huid, bijzonder geschikt bij brandwonden, littekens, striae, cellulitis
  • Kokosolie: bruinend, verkoelend na de zon, antibacterieel
  • Abrikozenpitolie: verstevigend, samentrekkend, UV-beschermend
  • Hazelnootolie: bevordert de elasticiteit, te gebruiken bij couperose, spataders, aambeien
  • Zonnebloempitolie: stimuleert de aanmaak van collageen
  • Macadamia-olie: gaat huidveroudering tegen
  • Muskaatroosolie: cel regenererend, vertraagt carcinogene celgroei in de huid
  • Bernagie-olie: regelt de vochtbalans in de huid, verjongend

Is de huid geschonden, dan kun je goudsbloemzalf gebruiken.

Calendula officinalis of goudsbloem

Calendula officinalis of tuingoudsbloem werkt ontsmettend, ontsteking-werend en wond-helend. Calendulazalf kan ingezet worden bij schaafwonden, snijwonden en slecht genezende, etterende wonden. Ze is een zegen bij gevoelige en geïrriteerde huid, bij ruwe en schrale huid, bij kloven.

Ook gel uit het binnenste van de aloe vera is een belangrijke middel in de huidverzorging.

Aloe vera

Aloe vera is een eerste hulp-middel bij droge, schrale en schilferende huid. Ze kan ingezet worden bij brandwonden (eerste en tweede graad) en bij wonden door stralingstherapie. Ze gaat vroegtijdige veroudering van de huid en rimpelvorming tegen.

Behandeling van binnenin

Bij spontane ontsteking van de huid – denk aan acné, zweren, eczeem – is het aangewezen om de huid niet alleen van buitenaf te behandelen. Als de huid irritatie vertoont, ligt de oorzaak daarvan immers vaak in het milieu binnenin het lichaam. De huid staat, via transpiratie en talgvorming, mee in voor het dagelijks ontgiften van het lichaam. Als het lichaam te veel toxische stoffen via de huid probeert te verwijderen, kan de huid daar last van krijgen. Willen we dus een zuivere huid, dan werken we best ook aan een gezonde voeding met weinig toxische belasting.

  • Eet voldoende verse groenten, liefst van biologische kwaliteit.
  • Eet vers fruit
  • Eet volle granen: zilvervliesrijst, quinoa.
  • Eet zure melkproducten: yoghurt, kefir, kwark.
  • Drink voldoende water.
  • Vermijd voedsel waar je allergisch of intolerant voor bent.
  • Vermijd suiker en zoetstoffen.
  • Vermijd alle slechte vetten: geraffineerde oliën, geharde vetten (margarine, mayonaise, sausen).
  • Vermijd een overmaat aan omega-6 vetzuren: maisolie, sojaolie, zonnebloemolie.
  • Vermijd een overmaat aan dierlijke eiwitten: varkensvlees, vaste kazen, koemelk.
  • Vermijd alcohol, koffie, echte thee, chocolade, cola.

Als we daarnaast ook af en toe inzetten op het detoxen van ons lichaam, krijgen huidklachten minder kansen.

Energetische behandeling

Soms blijven huidklachten bestaan, ondanks de beste natuurlijke verzorging zoals hierboven beschreven. De kans is dan groot dat je batterij, je energiepeil wat is gezakt. Je zelfgenezend vermogen kan op dit moment niet de nodige energie opbrengen om de huidklachten de baas te kunnen. Hier kan homeopathie wellicht hulp bieden. Een homeopaat zoekt een passend middel bij het geheel van de klachten die jij vertoont. Hij zoekt naar alles wat ‘strange’ (vreemd), ‘rare’ (zeldzaam)  en ‘peculiar’ (bijzonder) is. Op basis daarvan kiest hij een homeopathisch middel dat jou net die kleine prikkel geeft, waarop je lichaam reageert met een genezende reactie. Je krijgt als het ware dat ene duwtje in de rug, waardoor je energiepeil weer opgekrikt wordt. Niet het homeopathisch middel, maar jouw eigen zelfgenezend vermogen zorgt dan voor de rest.

Heb je huidklachten en zoek je hiervoor verlichting, dan kun je bij mij of bij één van mijn collega’s gezondheidsbegeleiders terecht.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

 

Twee volwassenen op een schommel, aan het strand.

Energiegevers en energievreters

Energie

Vorige keer noemde ik een aantal bronnen van vitaliteit: zon, frisse lucht, levend voedsel, afval afvoeren. Als alles goed gaat, ontstaat daaruit alle energie die nodig is om een zinvol leven te kunnen leiden. Blijkbaar is dat niet altijd zo, want heel wat mensen gaan vermoeid of depressief door het leven. Ze vinden als het ware niet de nodige energie om voluit te kunnen leven. De oorzaak daarvan is tweeërlei: er komt te weinig energie binnen én er vloeit te gemakkelijk energie weg. Met andere woorden, de balans is zoek. Vandaag kijken we van wat meer nabij naar die balans.

Voedsel en energie

Energie ontstaat, via een complex proces, uit onze voeding. We eten en dat voedsel komt in maag en darmen terecht. In de hele weg van mond tot kont gebeurt er van alles met dat voedsel: het wordt fijngemalen, er worden verterende zuren op losgelaten, er komen enzymen aan te pas, er zijn darmbacteriën die hun werk doen, en dat alles maakt dat het voedsel tot op de molecule afgebroken wordt. Dat is nodig, want alleen die kleine moleculen kunnen door de darmwand heen in het bloed gebracht worden. Voedselbrokken die te groot blijven, worden onverteerd terug uitgescheiden. Willen we dus energie halen uit ons voedsel, dan moeten we ons spijsverteringsstelsel hierbij ondersteunen. Dit kan vooral door in alle rust te eten en door goed te kauwen. Alleen op die manier kan het eerste proces, het verteren van voedsel, optimaal verlopen.

Vervolgens komt dat verteerde voedsel doorheen de darmwand in onze bloedstroom terecht. Bloed dat voedsel vanuit de darm transporteert, gaat eerst naar de lever voor verwerking. De lever zuivert wat aangevoerd wordt en laat het voedsel al een eerste bewerking ondergaan, zodat het bruikbaar wordt in ons lichaam. Vervolgens wordt het nodige opnieuw aan het bloed afgegeven en getransporteerd naar de cellen. Daar gebeurt iets wat ‘stofwisseling’ genoemd wordt. De mitochondriën in de cellen zetten bepaalde stoffen – denk aan glucose (suiker) en vetten – om in energie. Die energie wordt dan gebruikt om alle processen in het lichaam op gang te houden. Wat over is, hebben wij ter beschikking om te leven.

Een paar doordenkertjes hierover:

  • Als we eten in situaties van onrust, dan werkt ons spijsverteringsstelsel niet goed. Denk daarbij aan: eten tijdens het werk of tijdens het auto rijden – eten terwijl je TV kijkt – een snelle hap tussendoor, terwijl je rond blijft lopen – emo-eten – … Dit betekent dat je misschien wel voldoende eet, maar onvoldoende verteert. Er komt te weinig je lichaam binnen, en je lichaam kan dus niet voldoende energie maken uit wat het van je kreeg.
  • Als ons voedsel te veel toxische stoffen bevat, moet onze lever overuren maken om het aangevoerde bloed te zuiveren. Aangezien de lever maar één taak tegelijk kan doen, worden er onvoldoende stoffen naar de cellen doorgestuurd om tot energie verwerkt te worden. Oplossing hier is het eten van zo natuurlijk mogelijk voedsel.
  • Voor de verbranding in onze cellen is zuurstof nodig. Tenminste, de verbranding met zuurstof geeft het meeste rendement. Fermentatie van glucose kan ook, maar dat geeft een veel geringer rendement en er ontstaat verzuring door. Daar krijg je het gevoel van zoals bij een te felle sportprestatie. De pijnlijke en stramme spieren die je daarna voelt, zijn het gevolg van melkzuur in de spieren door zuurstofgebrek tijdens de productie van energie. Zorg dus zeker ook voor voldoende zuurstof, zodat je energie in optimale omstandigheden aangemaakt kan worden.
  • Als we voortdurend ’te zwaar’ eten – te vet, te zoet, te veel – dan vraagt onze spijsvertering meer energie. De balans tussen de energie die ontstaat uit voedsel en de energie die nodig is om voedsel te verteren raakt dan verstoord. Als dat zo is, dan krijg je last van een postprandiale dip, een gevoel van vermoeidheid korte tijd na het eten. Je krijgt een middagdipje of je valt in slaap bij de TV na het avondeten.

Zoals je ziet, kun je zelf  heel wat doen om optimaal energie uit je voedsel te halen.

Relaties en energie

We weten het allemaal: sommige contacten met mensen geven energie, anderen vreten energie. Nu kun je natuurlijk niet alle ongewenste contacten verbreken. En toch, er is meer mogelijk dan je denkt. Een aantal contacten – die waarvan je voelt dat ze jou nergens toe dienen en alleen energie vreten – die verbreek je best wel. Denk aan die zogenaamde vriend of vriendin die jou altijd weet te vinden als hij of zij iets nodig heeft, maar die nooit tijd heeft als jij eens iemand nodig hebt. Zo iemand is geen vriend of vriendin, het is een parasiet.

En dan zijn er die contacten die (te) veel van je vragen, maar die je niet zomaar kunt verbreken: mensen op het werk, mensen in de familie. Maak daar voor jezelf dan afspraken rond:

  • Ik ga correct met die collega om, maar ik stel mijn grenzen. Ik zeg niet op elke vraag ‘ja’. Als mij iets gevraagd wordt, dan geef ik aan er eens over te willen nadenken. Ik geef mijn antwoord pas nadat ik bij mezelf ben nagegaan of ik dat wel wil.
  • Bij ‘verplicht’ familiebezoek – dat wil zeggen, het bezoek aan familieleden waarmee je het contact niet wil of kan verbreken – bepaal jij zelf hoe ver je daarin wil gaan. Je kunt het beste voor jezelf daar vooraf een en ander rond vastleggen. Jij kiest hoe vaak je op bezoek gaat bij zo’n ’toxisch’ familielid en ook hoe lang dat bezoek mag duren. Het is makkelijker bij een eisende oma langs te gaan als jij van te voren bepaalt dat je maar één keer in te week zult langsgaan en dat je dan telkens één uur zult blijven. De afbakening maakt het contact leefbaar.

De contacten met mensen die je energie geven, die kun je het beste ten volle valideren. Maak er tijd voor, geniet er ten volle van, investeer erin. Je weet immers dat die investering zal opbrengen. Je levensvreugde, je levenskracht, je levensenergie krijgt er een boost van. Jij kunt er na zo’n contact weer even tegen.

Bezigheden en energie

We kennen het allemaal: er zijn van die activiteiten waarbij je tijd en ruimte vergeet als je ermee bezig bent. Het is alsof de tijd vliegt. En ze lijken je helemaal geen energie te kosten, integendeel, ze geven je een pint vers bloed. Dat zijn die bezigheden die helemaal passen bij wie jij bent. Ze zijn je als het ware op het lijf geschreven. Je wordt er enthousiast van. Daarnaast zijn er ook activiteiten waar je al van te voren tegenop ziet. Je stelt ze uit, als je ze dan aanpakt, word je er zo moe van.

Er zijn natuurlijk wel dingen die ‘moeten’, maar ik denk dat veel van de dingen waarvan we denken dat ze ‘moeten’, misschien toch niet zo dwingend zijn. Moet ons huis er altijd zo piekfijn bij liggen? Moet er eerst gepoetst worden, vooraleer we aan iets plezierigs mogen beginnen? Of mogen we ook eerst iets doen wat we graag doen? Moeten we ons schuldig voelen als we een boek lezen, een wandeling maken, ons met onze hobby bezighouden?

Een belangrijk aspect van onze bezigheden is onze job. Ik denk dat het heel belangrijk is, dat je job bij je past. Als je alleen gaat werken omwille van de centen, maar je moet daarbij voortdurend dingen doen die je niet graag doet, dan hou je dat niet vol. Het financiële aspect van een job is belangrijk, maar onvoldoende als het alleen dat is wat je van een job krijgt. Er moet ook altijd iets zijn waar jij voldoening uit haalt. Er moet een zekere gedrevenheid zijn, iets wat jouw leven een meerwaarde geeft, iets waar je fier op kunt zijn en waar je werkvreugde uit haalt. Dan pas geeft je werk je energie, dan pas loont je werk op een dieper niveau.

Zorgen en energie

Ik denk dat ik mag beweren dat zorgen de grootste energievreters zijn. Van financiële zorgen, bijvoorbeeld, kun je letterlijk ziek worden. De zorgen om een partner of een kind, kunnen jouw energie op de duur helemaal onderuit halen. En ook je gezondheid kan een bron van zorgen zijn. Veel andere zorgen, zijn vaak onnodig. We maken ons zorgen omdat de dingen niet lopen zoals wij dat willen. Misschien moeten we leren accepteren dat het leven het anders met ons voorheeft. In plaats van ons zorgen te maken, kunnen we beter leren zien hoe het anders kan.

Als het gaat om die fundamentele dingen als een basisinkomen, de partner en de kinderen, de eigen gezondheid, blijven de zorgen wellicht bestaan. Toch is het goed ook dan te leren vertrouwen – op een God, op de Levenskracht in onszelf, op een Universeel weten dat groter is dan wij kunnen zien – dat de dingen ten beste gebeuren. Waar vertrouwen de plaats mag innemen van zorgen, daar ontstaat zicht op nieuw Léven. Dat is wat je bijvoorbeeld wel eens hoort van mensen die een zware ziekte hebben doorgemaakt. Ze noemen dat ze die ziekte nodig hebben gehad. Ze hebben er immers ontdekt wat werkelijk van belang is, en van daaruit hebben ze andere keuzes gemaakt voor hun toekomst. Besef hierin vooral dit: zorgen vreten energie, vertrouwen geeft energie.

Te weinig energie

Op vandaag hebben wel meer mensen te weinig energie. Denk maar aan mensen met burn-out, depressie, chronisch vermoeidheidssyndroom. Een gezondheidsbegeleider kan met je meekijken naar energievreters en energiegevers in je leven. Een gezondheidsbegeleider kan je helpen in het doorgronden van wat voor jou nodig is om voller te kunnen léven. Zelf zie je dat immers vaak niet zomaar, je zit er te veel met je neus bovenop. Een ander laten meekijken, zou wel eens het verschil kunnen maken. Weet dus, dat je het niet alleen hoeft te doen.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

 

Oude boom waarvan je zowel de takken als de wortels ziet.

Bronnen van vitaliteit

Vorige keer had ik het over vitaliteit, levenskracht, energie. Vandaag wil ik daarop voortborduren. Waar halen wij, mensen, die vitaliteit vandaan? Wat moeten we doen of laten om die levenskracht in ons te voeden? Wat geeft energie, wat rooft energie? Als we op die vragen een antwoord hebben, kunnen we bewuster kiezen voor wat we wel en wat we niet toelaten in ons leven. We kunnen dan de balans laten doorslaan in de richting van ‘leven honderduit’.

De zon

Het allereerste wat nodig is om energie te winnen, dat is de zon. De zon geeft licht en warmte, en beide zijn nodig. Kijk maar naar de planten. In de koude wintermaanden trekken planten zich terug. Het groen lijkt van de aarde te verdwijnen. Van zodra de zon meer warmte geeft, barst al dat verborgen groen weer uit. Bomen botten weer, planten gaan groeien en bloeien, de aarde komt tot leven. Ook de mens leeft op als de zon schijnt en warmte geeft.

En niet alleen de zonnewarmte is van belang, ook zonlicht wakkert onze levenskracht aan. Velen voelen dat in deze donker wordende dagen aan zichzelf. Dat het langer donker blijft en vroeger donker wordt, brengt een zekere vorm van depressiviteit met zich mee. Mensen voelen het aan hun humeur, velen hebben het moeilijk als de dagen donkerder worden.

Dat tekort aan zonlicht en zonnewarmte leidt tot winterblues en op langere termijn tot voorjaarsmoeheid. Daarom, als het ook maar even kan, maak elke dag op het middaguur een kleine. Zorg dat je de zon hebt gezien, en van haar warmte en licht hebt genoten. Het beste wat je in de winter en het vroege voorjaar kan doen om je levenskracht een boost te geven is immers … naar buiten gaan, de zon tegemoet.

Frisse lucht

Als je naar buiten gaat, heb je niet alleen de zon, met haar licht en warmte, maar ook de frisse lucht. Adem een paar keer goed in en en uit, en je voelt je herleven. Je krijgt zuurstof, en die is nodig om, via een verbrandingsproces in je mitochondriën – dat zijn de energiecentrales in je cellen – energie op te wekken. Zonder zuurstof geen verbranding en zonder verbranding geen energie. Zo simpel is het.

Maar frisse lucht brengt je meer dan alleen zuurstof. De wind in je haren verwaait ook storende gedachten. Je krijgt een frisse kop, en dus ook een nieuwe kijk op de dingen. Je laat los wat niet helpend is, er komt ruimte vrij voor nieuwe ideeën. Mijn tip voor meer van dat soort frisheid? Trek er eens op uit als het flink waait. Ga het gevecht aan met de wind die je tegenhoudt of juist vooruit stuwt. Wedden dat je tintelend van energie weer naar binnen komt?

Levend voedsel

Energie ontstaat uit een verbrandingsproces, noemden we net. Zuurstof is daar een deel van, maar ook brandstof, en die brandstof halen we uit ons voedsel. Nu is de kwaliteit van die brandstof natuurlijk afhankelijk van de kwaliteit van ons voedsel. Bij een goede verbranding, blijft weinig restafval over. Bij een minder goede verbranding, stapelt afval zich in ons lichaam op. Die afvalslakken, zoals ze ook genoemd worden, maken dat we ons minder fit gaan voelen of dat onze gewrichten en spieren stijver worden. Er vormen zich kristallen die pijn veroorzaken.

Voedsel zorgt ook voor de nodige bouwstoffen voor ons lichaam. Kwaliteitsvol voedsel bouwt ons op, kwaliteitsarm voedsel maakt dat we stilaan aftakelen. Daarom hou ik een pleidooi voor natuurlijk voedsel, het liefst zo vers mogelijk. Vers voedsel bevat vitale bouwstoffen, voedsel dat in een fabriek is verwerkt tot kant-en-klare maaltijden is dood. Het kan onze levenskracht niet langer voeden.

Afval afvoeren

We mogen alles in huis hebben om energie te produceren, als we niet ook heel regelmatig afval afvoeren, kunnen we ons niet energiek voelen. In een mensenlichaam gebeurt die grote schoonmaak vooral ’s nachts. Terwijl we slapen doet ons lichaam alle nodige herstel- en opruimwerken. En als alles goed zit, is tegen de morgen alle afval dat de vorige dag werd opgestapeld klaar om uitgescheiden te worden. Als het goed zit, ruikt je slaapkamer ’s morgens niet zo fris, is je ochtendurine donkerder en maak je net voor of net na het ontbijt stoelgang.

Als het niet zo goed zit, dan blijft er afval achter. Dat kan als je te veel toxische stoffen binnenkrijgt, die allemaal door de lever verwerkt moeten worden. Dat kan ook als je uitscheidingsorganen niet zo goed meer werken. Afval dat achterblijft zet zich vast in gewrichten, in spieren, in vetcellen. Is dat laatste het geval, dan kan een gezondheidsbegeleider je op weg helpen om ook dat overtollige afval kwijt te raken.

Resultaat: energie!

Inderdaad, als alles goed zit – zon, zuurstof, voedsel en het afvoeren van afval – dan zou jij elke morgen voldoende energie moeten hebben om de dag zinvol door te kunnen brengen. Vitaliteit voel je als je met die energie doet wat bij jou past. Gebruik jij je energie te veel voor dingen die moeten, voor dingen waar jij een hekel aan hebt, dan stroomt je energie niet. Ze lekt geleidelijk aan weg. Gebruik jij je energie daarentegen voor dingen waar je enthousiast van wordt, dan vermeerdert die energie zich. Je raakt niet leeg en uitgeput. En juist daarom is de manier waarop jij leeft van uiterst groot belang. En daarover schrijf ik volgende keer meer.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Een RX-foto van een kniegewricht

Ai, die zere knie …

Ja, die zere knie, … of die heup of die enkel, die schouder, die elleboog, die pols of die vingers, en ja, zelfs die nek en die rug. Elk gewricht in ons lichaam kan ons last bezorgen. In de klassieke geneeskunde heeft men pijnstillers, ontstekingsremmers of een operatie om het eigen gewricht te vervangen door een prothese als behandeling ter beschikking. In een holistische manier van kijken naar gezondheid proberen we eerst te achterhalen waar de klachten vandaan komen, en passen de behandeling van de pijn daaraan aan.

Als eerste moeten we ons dus de vraag stellen: ‘Wat is een gewricht?’ Wel, een gewricht is een plek in het lichaam waar twee (of meer) beenderen met elkaar verbonden zijn op zo’n manier dat er beweging mogelijk is. Die beweeglijke plek bestaat uit een fantastisch samenspel van botten, kraakbeen, pezen, ligamenten, spieren en zenuwen. En elk van die elementen van het gewricht speelt een unieke rol. Als aan één van de elementen iets mankeert, dan mankeert het hele gewricht. Daarom dus moeten we op zoek naar waar de klacht zich bevindt. Vandaag zet ik een paar van die oorzaken van pijnklachten in gewrichten op de kaart en ik vertel er ook bij hoe je in elk van die situaties de pijn kunt verhelpen. Moet het nog gezegd dat wij, gezondheidsbegeleiders, je daarbij van dienst kunnen zijn?

Gewrichten verzadigd met afvalstoffen

Als gewrichten stram geworden zijn of gezwollen zitten, rood zien en warm aanvoelen, dan is de kans groot dat het gaat om gewrichten die verzadigd zijn met afvalstoffen. We spreken dan van reuma of reumatoïde artritis. De afvalstoffen doen het gewricht ontsteken en dat doet pijn. Een dokter schrijft wellicht ontstekingsremmers voor, en dat helpt … althans voor even, want de afvalstoffen die de ontsteking in gang zetten, worden door deze behandeling niet verwijderd. Lang zal het dus niet duren vooraleer een nieuwe ontsteking begint. Wat als een acute pijn begon, wordt algauw een chronische ontsteking van het gewricht, die van kwaad naar erger gaat.

Willen we dat gewricht dus echt genezen, dan moeten we op zoek naar waar die afvalstoffen vandaan komen. Als we die kunnen verwijderen, dan zijn we echt een hele stap verder. De afvalstoffen die zich in onze gewrichten opstapelen, zijn vaak restproducten van de verwerking van ons voedsel. Voedsel wordt in maag en darmen verteerd tot kleine moleculen die de bloedbaan binnen kunnen. In het bloed worden die voedselmoleculen naar onze cellen toe gebracht. In de cellen gebeurt een omzetting van die voedingsstoffen in energie, en dat laatste is een verbrandingsproces. Zoals in elk verbrandingsproces krijg je, naast energie ook afval. Denk maar aan de houtkachel: hout verbrandt en geeft warmte (energie), wat overblijft is as (afval).

Dat afval moet ons lichaam weer uit, willen we gezond blijven. Dat gebeurt op velerlei manier: via stoelgang en urine, via de ademhaling, via de huid en de slijmvliezen (transpiratie en andere afscheidingen) en voor de vrouwen ook via de maandelijkse bloedingen. Nu zorgt onze Westerse manier van leven voor meer afvalstoffen dan wij doorgaans kwijt kunnen raken. We eten te veel, we eten te weinig groenten, we eten voedsel dat al beladen is met externe afvalstoffen. En dat alles maakt dat we niet tijdig al die afvalstoffen kunnen lozen. Ons lichaam is slim, en eerder dan die afvalstoffen in het bloed te laten rondzwerven en zo alle organen in ons lichaam aan te tasten, stuurt het die overtollige afvalstoffen naar onze gewrichten. Daar kunnen ze immers minder kwaad doen dan in de hersenen of in het hart. Wij voelen die afvalstoffen, die urinezuurkristalletjes, als stramheid en als pijn. Raken onze gewrichten verzadigd van afval, dan ontstaan ontstekingen en wordt op de duur het gewricht zelf aangetast.

Een echte oplossing van het probleem kan dus gevonden worden in het aanpassen van je voeding:

  • Eet minder en vooral ook minder vaak.
  • Een stukje vlees of vis mag (geven meer zuurkristallen), maar eet daar volop groenten bij (voeren zuurkristallen af).
  • Vermijd kant-en-klare schotels. Maak zelf je eten klaar, je vermijdt er vele toevoegingen mee: smaakmakers, kleurstoffen, bewaarmiddelen, suiker in al zijn vormen (zorgt ook voor ontsteking!).
  • Kies voor biologisch voedsel.

Pijnlijke gewrichten door te gespannen spieren

Een tweede reden waarom gewrichten pijn gaan doen, is omdat er te veel spanning op de gewrichten komt te staan. Gewrichten kunnen bewegen omdat ze met pezen en spieren verbonden zijn. Nu moeten spieren een zekere spanning blijven behouden, anders vallen wij als een pudding in elkaar. Een beetje spanning is dus goed, ja, zelfs noodzakelijk. Een te veel aan spanning echter zet een gewricht onder druk.

Stel je een gewricht voor als twee beenderen die losjes in elkaar passen. Op de plek waar die twee beenderen elkaar kunnen raken is er kraakbeen dat de schokken dempt en ook wat vocht dat voortdurend het gewricht gesmeerd houdt. Het geheel beweegt heel soepel. Als er nu te veel spanning op dat gewricht komt te staan, dan wordt het smeervocht uit het gewricht weggeduwd en het kraakbeen blijft ingedeukt, waardoor het schokdempend effect vermindert. Het gewricht beweegt minder gemakkelijk, er ontstaat pijn en op langere termijn gaat het kraakbeen stuk. En als kers op de taart raken ook zenuwen gekneld: pijn bovenop pijn!

Hier grijpt men in de klassieke geneeskunde eerst naar pijnstillers en vervolgens naar operatie. Het jammere is wel dat bij mensen die pijn hebben aan een gewricht door te gespannen spieren, die operatie vaak niet langdurig helpt. De spieren blijven immers te gespannen en ook het nieuwe gewricht zorgt binnen de kortste keren voor pijn. We pakken dus beter de oorzaak van de pijn aan, de te gespannen spieren. Dat doen we als volgt:

  • Met bewegingsoefeningen kunnen stramme spieren weer losgemaakt worden.
  • Met relaxatieoefeningen kan stress en de opbouw van te veel spanning verholpen worden.
  • Met dieptemassage worden de spieren, laagje voor laagje, weer soepel gemaakt. Afvalstoffen in de spieren worden losgemaakt en kunnen uitgescheiden worden. Geknelde zenuwen raken weer los en kunnen zonder pijn hun werk weer doen.

Ik moet zeggen, in mijn praktijk mocht ik al wonderen ervaren. Mensen die geen andere optie meer hadden dan een operatie, konden na een paar massagebeurten weer wandelen, fietsen, dansen, hun werk doen … zonder pijn!

Slijtage

En misschien komt eens dan toch die dag dat door slijtage het gewricht blijvend pijn doet. Waar het kraakbeen verdwenen is en bot op bot moet bewegen, ontstaat pijn. Dat is nu eenmaal zo. Als je er vroeg genoeg bij bent en het kraakbeen nog niet helemaal verdwenen is, dan kun je met een voedend supplement dat resterende kraakbeen versterken. Het is een langzaam proces, maar het helpt. Zo’n supplement bevat enerzijds kurkuma en boswellia tegen de ontstekingen en stoffen als collageen, eierschaalmembraan, MSM, vitamine C en heermoes om het kraakbeen weer op te bouwen.

Is het kraakbeen volledig weg, dan zit er geen andere mogelijkheid meer op dan de klassieke gewrichtsoperatie. Dat is het moment waarop de klassieke operatie de enig mogelijke uitweg is om nog vlotjes en zonder pijn uit de voeten te kunnen.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Mensen met een glas alcoholrijke drank in de hand klinken met elkaar.

Tournée Minérale

Februari staat voor de deur, en sinds een paar jaar betekent dat, voor wie eraan mee wil doen, een ommezwaai van feestmaand naar alcoholvrije maand. En ja, alcohol uit je leven bannen verbetert de gezondheid. Wie iets anders beweert, slaat de bal mis. Wie met mate geniet van wat alcohol, kan daar misschien wat gezondheidsvoordeel van halen, zoals ontspanning of het in je lichaam opnemen van salvestrolen – dat zijn de gezondheid bevorderende stofjes in rode wijn -, maar de nadelen van alcohol zijn beslist groter.

Over wat alcohol met je doet

Eén glas alcohol is na één tot anderhalf uur al uit je bloed verdwenen. Drink je meer dan één glas, dan duurt het natuurlijk ook langer eer je bloed weer alcoholvrij is. Zo kan het dat je, als je ’s avonds zwaar gedronken hebt, ’s morgens niet nuchter genoeg bent om met de wagen terug de weg op te mogen. Dat is het effect van alcohol op je bloed. Echter, het effect op je hele lichaam duurt veel en veel langer dat dat. Alcohol is goed en wel beschouwd toxisch voor ons lichaam. Het is een gifstof die, als we gezond willen blijven, door de lever afgebroken moet worden, en dat kan na een avondje stappen een week of zelfs meer duren.

Alcohol moet in je lever afgebroken worden, zodat de gifstoffen eruit veilig geëlimineerd kunnen worden. Omdat alcohol een gifstof is, moet de lever voorrang geven aan de verwerking daarvan. Dat betekent dat andere functies van de lever tijdelijk op een veel te laag pitje komen te staan. Als je weet dat de lever ook instaat voor de omzetting van voedingsstoffen in stoffen die ons lichaam kan gebruiken voor de vele processen die in onze cellen plaatsvinden, dan besef je dat het geen goed idee is om voortdurend onder invloed van alcohol te zijn.

Een van de dingen die als eerste gebeurt bij het gebruik van te veel alcohol is de vervetting van de lever zelf. Dat betekent dat de lever hoe langer, hoe minder zijn taken kan vervullen. Dat betekent dus ook dat de verwerking van juist die alcohol trager verloopt en dat andere processen nog meer op zich laten wachten. Het gaat van kwaad naar erger. Tournée Minérale is daarom een zegen voor je lever. Even geen alcoholverwerking, en ja, dus even tijd om te zuiveren, om te ontvetten en om andere processen voorrang te geven. Al na twee weken begin je de voordelen te merken: je voelt je fitter, je slaapt beter, je huid wordt gezonder, je cholesterol daalt. Kortom, je lichaam gaat in herstelmodus.

Over ongezonde en gezonde vervangers voor alcohol

Een maand geen alcohol, dus.
Maar wat drink je dan wel?
En zijn die vervangers voor alcohol dan wel gezond?
We zoeken het uit.

Dranken met suiker

Het is heel makkelijk om alcohol een maand lang te vervangen door frisdranken. Frisdranken bevatten echter veel vloeibare suiker. En je weet, van suiker word je dik, even dik als van alcohol. Je moet weten dat de vervette lever die ontstaat door het drinken van alcohol evenzeer ontstaat door het gebruiken van te veel suiker. De medische wereld heeft daar zelfs een term voor: Non Alcoholic Fatty Liver Disease (NAFLD). Kinderen, bijvoorbeeld, die heel veel frisdrank drinken, worden al heel jong zwaarlijvig. En ja, ook  hun lever krijgt het heel zwaar te verduren. Die vertoont hetzelfde beeld als de lever van een alcoholverslaafde.

Ook de klassieke fruitsappen bevatten heel veel ‘suiker’, en vooral een overmaat aan fructose of vruchtensuiker. Laat nu net die fructose de boosdoener zijn die zorgt voor een vervette lever. Alcohol één op één vervangen door fruitsappen helpt dus geen zier. Als we een gezonde Tournée Minérale willen inzetten, dan zullen we vervangers moeten zoeken die geen of maar weinig suiker of fructose bevatten. Doen we dat niet, dan zullen we lang niet zoveel gezondheidsvoordeel halen van een alcoholvrije maand.

Dranken met zoetstoffen

Ik hoor het je al denken: dan gaan we toch voor light- en zero-drankjes. Is dat dan niet de oplossing? Helaas, die klassieke light- en zero-drankjes bevatten stoffen als aspartaam, acesulfaam-K, natriumcyclamaat of sucralose. En ja, ook dat zijn gifstoffen. Je raadt het al, ook die gifstoffen moeten door de lever geneutraliseerd worden. Als we dus gezondheid nastreven met onze Tournée Minérale, dan zijn ook deze dranken geen goed idee.

Wat dan wel gezond is

En dus moeten we verder op zoek naar wat wel gezonde vervangers kunnen zijn. Ik kom uit op drie grote categorieën:

  • Water, want dat hebben we nodig voor zoveel processen in het lichaam, niet in het minst om ons lichaam te helpen bij het elimineren van duizend en één gifstoffen.
  • Koffie en thee, met mate gebruikt, zorgen voor een opkikker. Iedereen weet dat je later op de dag best niet te veel koffie  drinkt, want anders kun je niet slapen. Met echte thee, gemaakt van de theeplant, is dat in mindere mate ook zo. En let wel, drink je koffie of thee liefst zonder suiker en zonder zoetjes, want anders doen we net hetzelfde als met de dranken hierboven beschreven.
  • Kruideninfusen, waarvan er vele soorten bestaan. Je kunt zelf verse kruiden plukken daar koud of warm water aan toevoegen. Je kunt ook bestaande infusen in theezakjes kopen en daar dan water overheen doen. Hier kunnen we volop experimenteren:
    • Water met een smaakje: je vult een kan koud water en voegt daar dingen aan toe als munt, citroen, gember, komkommer, … Laat dat mengsel een paar uurtjes trekken, en je hebt een heerlijke frisdrank.
    • De klassieke kruideninfusen, zoals munt, kamille, linde, rozenbottel. Je kunt ze kopen in kant en klare theezakjes, maar ook in bulk. Deze laatste smaken sterker door en bieden ook meer gezondheidsvoordelen.
    • Je kunt kruiden zelf met elkaar mengen om een smaakvol infuus te creëren, maar er bestaan ook vele mengelingen die heel lekker smaken. Ze kunnen perfect als de vervanger van het alcoholische drankje ’s avonds bij de TV. En vele van die mengelingen zijn zo smaakvol dat ze niet eens vragen naar extra zoet.
    • Je kunt zo’n kruideninfuus net lang genoeg laten trekken om smaakvol te zijn, om ze daarna af te koelen. Eventueel kun je er zelfs met een soda-stream wat bubbels aan toevoegen. Op die manier creëer je een veel gezondere ice-tea, eentje zonder suiker.

Tournée Minérale Spéciale!

Laten we er dus voor gaan, voor die Tournée Minérale Spéciale, die de gezondheid optimaal ten goede zal komen. Laten we kiezen voor een maand lang echt gezonde dranken, zonder alcohol, zonder suiker of fructose en zonder zoetstoffen.

Voordelen?

  • Een gezondere lever, die eindelijk wat meer werk kan maken van het opschonen van ons hele lichaam.
  • Een lichaam dat er zienderogen stralender uit gaat zien.
  • De kilo’s die verdwijnen, uit je lever én uit de rest van je lichaam. Je wordt slanker.
  • Het ontdekken van een smakenpalet waar je versteld van zult staan.

Doe je mee?

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Een bord met daarop stukjes biefstuk, groene asperges en kerstomaatjes.

Vermageren – een stappenplan

We zijn aan het eind. Dit is de laatste bijdrage in een reeks blogs over het bereiken van een optimaal gewicht. Eerst nog even alle bijdragen uit deze reeks op een rijtje:

En dus nu nummer zes in de reeks: Vermageren – een stappenplan.

Eén manier van werken en twee aandachtspunten

Vermageren en je nieuwe gewicht ook behouden, vraagt een bijzondere aanpak. Er is eerst en vooral één manier van werken die we bij elke stap in de goede richting moeten hanteren. Ons lichaam en onze geest hebben moeite met grote veranderingen. Sommige mensen kunnen van het ene moment op het andere een keuze maken en zich daar dan voor altijd aan houden. Dat zijn de gelukkigen onder ons. Zij moeten de hieronder beschreven weg niet volgen. Zij doen gewoon wat moet, en het lukt hun nog ook.

De meeste mensen echter – mezelf incluis – moeten heel wat meer moeite doen. Goede voornemens vertalen zich lang niet altijd in volgehouden goede gewoonten. Daarom nemen we op onze reis naar een gezonder gewicht beter kleine stapjes die we vervolgens zo lang volhouden tot ze een gewoonte zijn geworden. Pas als de eerst gekozen stap aanvoelt als makkelijk, als je er niet meer bij na hoeft te denken en als je vanzelf de gezonde keuze gaat maken, dan pas kies je ervoor om een tweede stap te zetten. Het wordt dan een langzame reis, maar wel eentje die je stap na stap kunt volhouden.

Vervolgens zijn er twee heel belangrijke aandachtspunten:

  • De aandacht voor wat je eet
  • De aandacht voor wanneer en hoe vaak je eet

Ik maak voor beide een stappenplan, een plan van aanpak. Ik raad je aan om telkens één stap te kiezen uit één van beide aandachtspunten. Kies juist die stap die jou op dit moment in je leven het makkelijkste lijkt. Engageer je voor die stap en houd ze minstens drie maanden vol vooraleer er je iets nieuws bij kiest. Drie maanden is immers de tijd die je nodig hebt om van iets nieuws een gewoonte te maken. Na drie maanden doe je dat vanzelf, zonder erbij te hoeven nadenken of ervoor te moeten kiezen.

De aandacht voor wat je eet

Ik schreef in een derde bijdrage over insuline als dikmaker. Alles wat ervoor zorgt dat er insuline in je bloed komt, maakt je dik. Als we nu kijken naar het soort voedsel, dan brengt koolhydraatrijk voedsel veel insuline in je bloed, eiwitrijkvoedsel matig insuline in je bloed en vetrijk voedsel het minst insuline in je bloed. Vetten zijn veel minder schadelijk voor de gezondheid dan ons altijd is verteld, en zeker als we goede vetten kiezen, zoals bijvoorbeeld die in avocado, noten en volle zuivel. Daarom dus een aantal tips:

  • Bereid zelf je voedsel. Eet zo weinig mogelijk kant-en-klare voeding.
  • Vermijd suiker, in welke vorm dan ook. Vermijd koek, snoep, chocolade, ijs, … en lees ook etiketten. Leer ze begrijpen en ontdek hoeveel suiker er in onze voeding en in onze dranken verborgen zit.
  • Vermijd ook caloriearme suikervervangers. Ook zij brengen insuline in het bloed, je wordt er dik van en ze zijn ook op andere manieren niet gezond.
  • Drink vooral water, koffie of thee, deze laatsten zonder melk en zonder suiker.
  • Vermijd brood, pasta, granen, aardappelen. Eet er niet vaker dan eenmaal per dag een kleine hoeveelheid van. En als het je lukt, schrap ze dan helemaal.
  • Een gezonde maaltijd bestaat uit een variatie aan groenten en daarbij vlees of vis of eieren. Volle zuivel en noten zijn ook goede eiwitbronnen.
  • Eet fruit met mate. Drink geen fruitsap.

De aandacht voor wanneer en hoe vaak je eet

De meesten van ons eten drie hoofdmaaltijden en tussendoor nog wel wat gezonde of minder gezonde snacks. Eigenlijk eten wij quasi continu. Ons spijsverteringsstelsel en onze pancreas krijgen nooit eens time-out. Minder vaak eten is nochtans een belangrijk sleutel in het blijvend vermageren. Ons lichaam moet af en toe eens insuline-vrij kunnen zijn, willen we de opgebouwde insulineresistentie ongedaan maken. Daarom volgende tips:

  • Breng in kaart hoe vaak je iets eet of drinkt. De meesten onder ons eten of drinken onbewust veel vaker dan ze denken.
  • Maak de tijd tussen laatste hap van deze dag en eerste hap van de volgende dag groter. Dat kun je doen door na het avondmaal niets meer te eten of te drinken (behalve water, koffie of thee zonder melk of suiker). Dat kun je ook doen door het ontbijt later op de dag te nemen.
  • Verminder het aantal tussendoortjes, tot je enkel nog ontbijt, middagmaal en avondmaal eet.
  • Sla regelmatig een maaltijd over. Het meeste effect geeft dat bij een ontbijt of een avondmaal. Dan wordt de tijd zonder voedsel immers het langst. De insulinespiegel in je bloed kan dan echt dalen.
  • Kies ervoor om slechts twee maaltijden of zelfs maar één maaltijd per dag te eten.
  • Ook af en toe een echte vastendag, waarop je helemaal niks eet en alleen water, koffie of thee drinkt, kan heilzaam zijn. Dit doe je echter niet als je ook medicatie moet nemen.

Een beetje hulp op deze weg

Deze manier van eten staat nogal haaks op wat ons doorgaans door diëtisten aangeleerd wordt. Ik begrijp dan ook je hierbij wel wat extra hulp kunt gebruiken. Daarom dus ook wat hulplijnen:

  • Er zijn ‘goede’ kookboeken, die je vanzelf deze weg op helpen. Dan denk ik aan de kookboeken van Pascale Naessens, Richard de Leth, Susan Peirce Thompson. Deze mensen leren je lekkere, gezonde en vooral koolhydraatarme maaltijden bereiden.
  • Je kunt ook bij mezelf of één van mijn collega’s gezondheidsbegeleiders terecht voor gespecialiseerde hulp op jouw persoonlijke reis. Immers, ieder van ons is toch wel een beetje anders. En wat voor de een vanzelf gaat, kost de ander heel wat meer moeite. Iemand die vanop de zijlijn met je meekijkt, kan jou net dat nodige duwtje in de rug geven.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Iemand meet met een meetlint de buikomtrek.

Blijvend gewicht verliezen

Blijvend gewicht verliezen? Onmogelijk, zo lijkt het wel …

Wie ooit een dieet probeerde – en geef toe, wie deed dat nog niet? – die weet dat blijvend gewicht verliezen een moeilijke zaak is. Als je begint met een dieet, dan gaat alles in eerste instantie goed. Jij ben gemotiveerd en je houdt je aan je vermageringskuur. In de eerste dagen, weken, maanden zie je op de weegschaal je gewicht gestaag verminderen. ‘Joepie!’, denk je dan, en je houdt vol. Maar dan, ineens, lukt het allemaal niet meer. Je gewicht blijft hangen, het gaat niet verder de goeie kant uit. En dat terwijl jij daarvoor steeds meer moeite moet doen. Het is alsof je lichaam een plateau heeft bereikt, een horde die jij niet meer nemen kan. Tegelijk gaan je gedachten meer en meer cirkelen rondom het idee ‘eten’: een steeds sterker hongergevoel, een enorme goesting in net dat wat jij vanuit je dieet niet mag eten, een hunkering in jou alsof je uitgehongerd bent.

Wat er gebeurt is dit: Je lichaam laat toe dat het vet uit je vetcellen in een zekere mate opgebruikt wordt. Daar dient die vetreserve immers voor. Maar van zodra een bepaald niveau van ‘leegte’ bereikt is, geven je hormonen signalen af dat de reserves aangevuld moeten worden. Zij doen dat niet om jou te plagen, maar om te verhinderen dat je de hongerdood sterft. Hier komt jouw basis hormoonspiegel, waar ik het vorige keer over had, om de hoek kijken. Bij je geboorte kreeg jouw lichaam van mama mee wat voor jou een normaal gewicht is. Op dat gewicht is jouw evenwicht gebaseerd. En om zich goed te voelen, herstelt jouw lichaam telkens weer dat evenwicht. Je kunt met gemak een paar procenten van dat evenwicht afwijken, maar van zodra je de drempel die jouw lichaam accepteert hebt bereikt, gaat je lichaam protesteren: een hongergevoel, een enorme goesting naar wat jij lekker vindt, het niet meer uit je gedachten kunnen zetten van eten. Ja, je gaat zelfs dromen van voedsel.

In al mijn zoeken rondom dit probleem, vond ik twee mogelijke oplossingen:

  • Ph. D. Susan Peirce Thompson met haar beweging ‘Bright Line Eating’
  • Dr. Jason Fung met zijn boeken ‘De Obesitascode’ en ‘De Diabetescode’

De ideeën van Susan Peirce Thompson

Susan Peirce Thompson is een psychologe die in haar jongere jaren geworsteld heeft met verschillende verslavingen: heroïne, alcohol, seks … en ook eten. Nu heeft zij al jaren een slank lichaam, maar dat was ooit anders. Zij heeft voor zichzelf, en ondertussen ook voor vele anderen, een oplossing gevonden. Die oplossing zet ze de wereld in onder de naam ‘Bright Line Eating’. ‘Bright Line Eating’ vertrekt van gelijkaardige principes als de ‘Anonieme Alcoholisten’.

Bij deze laatste ga je het engagement aan om nooit nog een druppel alcohol aan te raken, omdat je weet dat jij na die ene druppel niet kunt ophouden. Zo strikt kun je dat met eten natuurlijk niet doen, maar Susan Peirce Thompson stelde wel enkele strikte regels op, Bright Lines, waar haar volgers zich strikt aan houden:

  • No sugar – geen suiker, onder geen enkele vorm
  • No flour – geen bloem, geen producten die tot een poeder gemalen worden
  • Three meals a day – drie maaltijden per dag, en dus geen tussendoortjes
  • Weigh and measure your food – weeg en meet je voedsel, volgens principes die zij haar volgers aanleert

Rondom deze strikte regels bouwde zij een community van mensen die elkaar daarin steunen. Zelf stuurt ze wekelijks een vlog de wereld in waarin ze telkens een aspect van haar systeem onder de aandacht brengt. Als psychologe vertelt ze boeiend over wat voedsel doet met je psyché en over hoe strikte regels daar verandering in kunnen brengen. Je moet als het ware je hersenen herprogrammeren, zodat ze vrij worden van gedachten aan voedsel. En net zoals bij de Anonieme Alcoholisten is dit een programma voor het leven. Je geneest nooit echt helemaal, maar je houdt je ‘ziekte’ onder controle door niet aan de verleiding toe te geven.

Zelf vind ik dit een heel drastisch systeem, want het heeft vergaande gevolgen voor je sociale leven. Susan Peirce Thompson helpt mensen wel om in elke omstandigheid juiste keuzes te maken. Soms betekent dat dat je op feestjes gewoon zelf je correcte, afgewogen maaltijd meebrengt. Immers, jij houdt je aan die strikte regels zonder één enkele uitzondering.

Een aspect uit ideeëngoed van Susan Peirce Thompson wat ik zelf wel heel erg bruikbaar vind, is het opbouwen van nieuwe routines. Susan Peirce Thompson toont aan dat jij je voedingsgewoontes niet kunt veranderen op basis van wilskracht. Als je op wilskracht bouwt, dan kom je bij stressvolle situaties gegarandeerd ten val. Je hebt maar een bepaalde dosis wilskracht ter beschikking. Als je moe of gestrest bent, is de keuze voor het juiste voedsel gewoon veel moeilijker. Je keuze van voedsel zou een routine moeten zijn, net zoals tanden poetsen, zegt zij. Dat houdt in dat je een weekmenu opstelt waar je je aan houdt, dat je op de daarvoor voorziene dag alle boodschappen doet, dat je van tevoren al een en ander klaarmaakt, enz. Op die manier wordt de gezonde keuze ook de gemakkelijkste, je hebt er nauwelijks wilskracht voor nodig.

En heb je toch een zwak moment, dan is er een community, een gemeenschap van Bright Lifers, bij wie je terecht kunt. Letterlijk, want Susan Peirce Thompson werkte een systeem uit waarbij mensen elkaar in kleine groepjes ondersteunen. Mensen uit zo’n groepje bellen of SMS-en elkaar dagelijks, en heb jij het moeilijk, dan neem je gewoon contact met een van hen op.

Het resultaat van het volgen van het programma van Bright Line Eating is wel dat je gewicht geleidelijk aan evolueert naar een ideaal gewicht voor jouw lichaam. En zolang jij je aan de regels houdt, blijft dat ook zo. Susan Peirce Thompson heeft ondertussen meer dan 1 miljoen volgers wereldwijd, die met deze methode blijvend succes hebben.

De ideeën van Jason Fung

Dr. Jason Fung ontdekte dat insuline de grote dikmaker is. Wil je blijvend vermageren, dan moet je basis insulineniveau naar beneden. Bij de meesten van ons is echter het omgekeerde gaande: onze cellen zijn insulineresistent geworden. Dat is het gevolg van een continue hoge insulinespiegel. Insuline brengt glucose de cellen in. Wij eten zo vaak en zo veel dat onze cellen chronisch ‘vol’ zitten. Er kan geen glucose meer bij. Dr. Fung gebruikt het beeld van overvolle treinen, waarbij mensen na het vertrek van de trein op het perron blijven staan. Zij konden de trein niet in, vol is vol!

Zo gaat het met onze cellen ook: vol is vol! En dan gaan de cellen het aantal slotjes waar de sleutel insuline in past verminderen. Gevolg: insuline kan de cel niet meer open maken, en dus kan glucose de cel niet meer binnen. De bloedsuikerspiegel blijft continu hoog. Dan denkt onze pancreas: ‘Te veel suiker in het bloed? Dan is er insuline nodig!’ En de pancreas maakt meer insuline aan en stuurt die de bloedbaan in. Jammer genoeg kan ‘meer insuline’ het probleem niet oplossen. De cellen zijn insulineresistent, ze laten niet toe dat insuline nog glucose naar binnen brengt. Nu is er niet alleen te veel glucose in het bloed, maar ook te veel insuline, en dat doet mensen weer een hongergevoel krijgen. Zo ontstaat een vicieuze cirkel.

De enige oplossing is hier dat we minder vaak eten. Begin alvast met alle tussendoortjes uit je eetpatroon te schrappen. Vervolgens kun je ook af en toe een of meer maaltijden overslaan. Dat noemen we ‘intermittent fasting’. Hierbij is het de bedoeling dat er af en toe behoorlijk wat tijd tussen de maaltijden ontstaat. Als je ’s avonds om 19u je avondmaal beëindigt en je eet of drinkt ’s avonds niks meer (behalve water, koffie of thee zonder melk of suiker) en je ontbijt ’s anderendaags niet, dan ontstaat er een ‘vastenperiode’ van 17 uur. In die tijd zal je lichaam eerst alle overtollige glucose uit bloed opgebruiken. Daarmee gaat ook je insulinepeil naar beneden, want die wordt ook opgebruikt als ze glucose de cel binnenbrengt. Vervolgens wordt de glycogeenreserve uit je lever en je spieren opgebruikt. Na zo’n 12 uur zijn al die reserves op, en dan pas spreekt je lichaam vetreserves als energiebron aan.

Let wel: er is een groot verschil tussen ‘in elke maaltijd wat minder eten’ en ‘af en toe een maaltijd overslaan’. Eet je in elke maaltijd wat minder, dan komt wat hierboven beschreven staat niet in gang. Je houdt de cirkel van ‘glucose en insuline toevoegen’ in stand en je komt nooit toe aan vetverbranding. Je lichaam ervaart een staat van ‘hongersnood’ en zal op eerder korte termijn het verbruik aanpassen. Alles wat te veel energie vraagt, zal op een lager pitje gezet worden. Jij zult bijvoorbeeld minder bewegen, het koud krijgen, meer moeite hebben om ziektes van je af te houden, enz.

Sla je af en toe een maaltijd over, dan komt wat hierboven beschreven staat wel in gang. En omdat je lichaam erop uit is om te overleven – dat is je oerinstinct – zal je lichaam jou meer energie ter beschikking stellen. Jij moet immers op zoek naar voedsel, en daar heb je energie voor nodig!

Dr. Jason Fung heeft hier een drastisch programma voor uitgewerkt. Dan eet je als het ware de ene dag gewoon (maar wel koolhydraatarm) en de andere dag eet je niet. Hij doet dat met mensen in zijn kliniek, die hij dan vanzelfsprekend van nabij kan volgen. Voor mensen die dit op hun eentje willen doen, raad ik een iets minder drastische weg aan. Bouw dit langzaam op en voel hoe je lichaam reageert. Er zijn  immers twee problemen die kunnen opduiken bij het te vlug vermageren:

  • Je vetcellen bevatten naast vet ook afval. Je zou aan je vetcellen kunnen denken als aan containers die gevaarlijk afval, ja, zelfs kernafval bevatten. Wil je gezond vermageren, dan doe je dat best langzaam aan en telkens ook gevolgd door een moment van zuivering. Dan voorkom je dat je lichaam lastig doet omwille van te veel vervuiling in het bloed.
  • Je vetcellen zijn ook de spaarplekken van de in vet oplosbare vitamines A, D, E en K. Bij drastisch vermageren komen al die vitamines in één keer in je bloed terecht. Dat kan leiden tot hypervitaminose, een toxisch te veel aan deze vitamines in je lichaam.

Roep je dus geen deskundige te hulp, luister dan goed naar de signalen die je lichaam je geeft. Je wilt immers niet vermageren ten koste van je gezondheid, maar wel om je gezondheid een boost te geven.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Mond en tanden van iemand die een wortel eet

Een gezond gewicht: erfelijk bepaald of een kwestie van karakter?

Ik vermoed dat de meeste mensen denken: dik, dat word je door teveel te snoepen. En of het nu chocolade is of chips of koekjes of gewoon snoep, je weet toch dat je daar dik van wordt. Dus, al die dikke mensen – en dat zijn er in Westerse landen ondertussen meer dan de helft van de bevolking – die hebben gewoon geen karakter. Ze snoepen te veel en ze bewegen te weinig. Ja, inderdaad, ze zijn een beetje lui, dat is toch gewoon zo!?!

Voor zij die niet voldoen aan het ideale slanke beeld van wat gezond en succesvol is, kan ik dit alvast zeggen: het beeld dat velen over obese mensen hebben, klopt niet. Of je dik wordt of juist slank blijft, heeft niet echt te maken met ‘karakter’. Het plaatje is een beetje complexer dan dit al te eenvoudige idee. Ga je mee op ontdekking?

Zwaarlijvigheid is geen kwestie van DNA

Als wij het woord ‘erfelijk’ in de mond nemen, dan denken we aan DNA. Ons DNA bestaat letterlijk voor de ene helft uit erfelijk materiaal van vaderszijde en voor de andere helft uit erfelijk materiaal van moederszijde. We krijgen van onze ouders uiterlijke kenmerken, aanleg voor bepaalde ziektes, sterktes en zwaktes op fysiek, emotioneel en mentaal niveau mee. We zijn als het ware een unieke mix van die twee.

En dan is het natuurlijk makkelijk te veronderstellen dat er ergens een gen bestaat dat maakt dat wij slanke dan wel juist dikke mensen worden. Zo simpel is het echter niet.

  • Ten eerste: ons DNA bepaalt dat wij op gezondheidsvlak mogelijke zwaktes of sterktes hebben meegekregen. En toch worden niet alle mensen met zwakke gezondheidsgenen ernstig ziek. Onze manier van leven kan ervoor zorgen dat die genen actief of juist inactief gemaakt worden. Wie bij wijze van spreken zwakke genen heeft, maar ervoor zorgt gezond te leven, gaat wellicht gezonder door het leven dan iemand met sterke genen die er maar op los leeft.
  • Ten tweede: ons gewicht wordt niet bepaald door een of ander gen. Zoals ik in een vorige blog schreef, is de hoeveelheid insuline in het bloed bepalend voor je gewicht. En het zijn niet je genen die zorgen voor meer of minder insuline in je bloed, maar wel wat je eet, hoe vaak je eet en of je last hebt van chronische stress. Geen van deze dingen is het gevolg van je DNA.

Dat maakt dat we erfelijkheid in de pure zin van het woord niet verantwoordelijk kunnen stellen voor het feit dat we te dik worden. Het is een beetje ingewikkelder dan dat.

Dan toch maar een zwak karakter als schuldige aanwijzen?

Het idee dat de meeste mensen hebben, dat overwicht een gevolg is van te veel snoepen, legt de schuld bij een zwak karakter. Mensen die te dik zijn, dat zijn mensen die er gewoon niet voor willen gaan. Ze laten zich telkens weer verleiden door al dat lekkere zoets.

Wel, dan heb ik een vraag voor jou: Volgde jij ooit een dieet? Als je dat ooit al deed, dan weet je dat in het begin alles goed gaat. De kilo’s vliegen er van af … tot op een bepaald moment. Dan blijft je gewicht plots steken, terwijl jij een onbedwingbare drang naar zoet en vet gaat ervaren. Je kunt dan inderdaad een tijdje doorgaan op karakter, maar plots wordt het op het werk of in het gezin wat drukker, wat intenser … en dan houd je het niet meer. Je wilskracht schiet tekort. Er wordt in zo’n tijden al zoveel van je gevraagd, dat je onmogelijk alle ballen hoog kunt houden. Het is op zo’n moment dat je jezelf ‘beloont’ met dat eerste stukje chocolade, met die eerste koek, met dat eerste zakje chips of die ene cola. En met dat eerste lekkers – en ja, dat kan ook gewoon brood zijn – slaan de stoppen door. Je krijgt jezelf niet meer op het juiste spoor. Veel kans dat je na korte tijd meer gaat wegen dan voor je aan je dieet begon. Dit is het bekende jojo-effect.

Bepaald door je moeder, toen ze zwanger van je was

Het is weerom dr. Jason Fung die ons op het spoor brengt van wat bepalend is voor jouw gewicht. Als het insuline is die jou dik maakt, dan is de hoeveelheid insuline in je bloed bepalend voor jouw gewicht. Nu leven wij allemaal zo’n negen maanden in de baarmoeder van onze moeder. Daar groeien wij niet alleen uit van een eicel en een zaadcel tot een volgroeide baby, maar we krijgen er ook een basispakketje hormonen mee. De hormonenspiegel van onze moeder bepaalt de hormonenspiegel waarmee wij geboren worden. Had mama veel stress, dan krijgen wij een basis aan adrenaline en cortisol mee, die ons makkelijker zal doen stressen. Had mama een hoge insulinespiegel, dan vertrekken ook wij van een hoge basisinsulinespiegel. Had mama zwangerschapsdiabetes, dan lopen wij des te meer kans om zwaarlijvig te worden en zelf ook diabetes te ontwikkelen.

Zwaarlijvigheid, obesitas en diabetes zijn dus in die zin erfelijk dat we een basispakket aan hormonen meekrijgen van mama. Papa mag slank zijn wat hij wil, het is mama die bepalend is voor het al dan niet ontwikkelen van overgewicht.

Waarom blijvend vermageren zo moeilijk is

Hier ligt dus een tweede uitdaging als het gaat om vermageren. Die eerste kilo’s eraf krijgen, dat is niet zo moeilijk. Dat kan om zo te zeggen iedereen. Wat echt moeilijk is, is die kilo’s er ook af houden. We moeten als het ware het basis insuline niveau dat we van mama tijdens de zwangerschap hebben meegekregen naar beneden krijgen. Zolang we daar niks aan doen, zal ons lichaam altijd weer streven naar ons ‘normale’ gewicht. Van zodra we een beetje te veel onder dat normale gewicht gaan, protesteert ons lichaam. We hebben dan te veel insuline in ons bloed en dat vraagt om extra (zoet) voedsel. En juist daar ontstaat een vicieuze cirkel.

Hoe we die cirkel kunnen doorbreken, dat vertel ik een volgende keer. Voor vandaag is het voldoende dat je weet dat het niet ligt aan jouw zwakke karakter. Je hoeft jezelf er dus niet de schuld van te geven als jij niet zomaar voldoet aan de gezondheidsnormen. Slanke mensen hebben makkelijk praten, ze kregen hun slanke figuur van mama mee.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

 

 

Iemand spuit insuline in de buik

Insuline, een dik makend hormoon

Als ik jou zou vragen wat je moet doen om niet dik te worden, dan is de kans groot dat je iets noemt als: minder eten en meer bewegen, en vooral minder vet en minder suiker eten. Het zijn de adviezen die dokters en diëtisten al jarenlang verkondigen, … echter zonder veel resultaten. In mei 2022 waarschuwde de WHO – World Health Organization – voor een epidemie van obesitas in Europa. Meer dan de helft van de volwassenen is zwaarlijvig of heeft obesitas, en ondertussen zijn ook een derde van alle kinderen te dik. Met recht en reden kunnen we spreken van een pandemie van obesitas, en in het kielzog daarvan ook van diabetes type 2.

Dit is de situatie zoals ze vandaag is, in Amerika en in Europa en in alle landen in de wereld die hun voeding aanpassen naar Westerse normen. Er is dus blijkbaar iets mis met de redenering van dokters, diëtisten, voedingsfabrikanten. De adviezen die we krijgen helpen niet, onze voeding en onze manier van leven maakt ons steeds dikker.

De boosdoeners: insuline en insulineresistentie

Ik las in de voorbije vakantie twee superinteressante boeken van dr. Jason Fung over dit onderwerp:

  • De obesitascode – Het geheim van gewichtsverlies
  • De diabetescode – Hoe je diabetes type 2 kunt voorkomen en omkeren met dieet en leefstijl

Dr. Jason Fung is een Canadese nefroloog, een nierarts. Oorspronkelijk gaf hij zijn patiënten de adviezen die hierboven beschreven zijn, en hij merkte dat die adviezen geen verbetering gaven, noch in de algemene gezondheidstoestand van mensen, noch in het specifieke domein van obesitas en diabetes type 2. Nierziekten zijn immers vaak het gevolg van diabetes. Hij startte zijn eigen onderzoek, en las daarbij vele studies door anderen ooit gedaan. Hij las en interpreteerde die studies en kwam tot verrassend eenvoudige conclusies. Toen ik las wat hij schreef viel bij mij de frank, de euro, de dollar: zijn conclusies waren juist! Ik neem je mee in zijn verhaal …

Dr. Fung haalt eerst de huidige adviezen onderuit. Zijn redenering is simpel. Als die adviezen niet werken, dan zijn er twee mogelijkheden:

  • De mensen zeggen wel dat de ze adviezen naleven, maar ze doen het niet. Ze zijn laks, ze snoepen en eten in het geniep, ze doen veel minder aan beweging dan ze zeggen te doen.
  • De mensen volgen de adviezen wel op, maar die helpen niet. De adviezen zijn fout, en als dat zo is, dan moet daar in de wetenschap bewijs voor te vinden zijn.

En dus ging dr. Jason Fung op zoek naar bewijs tegen de heersende adviezen bij obesitas en diabetes type 2. Hij zocht en hij vond, en gaandeweg formuleerde hij een eigen theorie. Van die theorie voel ik intuïtief aan dat ze juist is. Ik zie er ook resultaten van, bij mensen rondom en bij Susan Pierce Thompson en haar ‘Bright Line Eating Movement’. Dr. Jason Fung noemt het hormoon insuline als grote boosdoener.

Insuline is een adipogeen hormoon, dat wil zeggen: een vet aanmakend hormoon. Dat zie je eerst en vooral bij mensen met diabetes type 1, die door een defect aan de pancreas geen insuline kunnen aanmaken. Als zij geen insuline toegediend krijgen, vermageren zij steeds meer, tot ze sterven aan ondervoeding. Zonder insuline kan de glucose de cellen niet binnen en wordt er geen energie aangemaakt. Er is ook geen reserve aan glucose en dus wordt er geen vet aangemaakt. Dat zie je ook bij mensen met diabetes type 2 die wel insuline spuiten. Binnen de kortste keren krijgen zij een ‘insulinebuik’, een enorm dikke buik, die niet in verhouding is tot de rest van hun lichaam en die ook niet in verhouding is tot wat ze eten of hoe ze bewegen. Ze worden steeds dikker, schijnbaar zonder aanwijsbare redenen.

Vorige keer schreef ik over Metabool Syndroom en over hoe daar een constant verhoogde bloedsuikerspiegel bij hoort. Die constant verhoogde bloedsuikerspiegel roept de pancreas op om telkens maar weer insuline aan te maken en vrij te geven. Maar de cellen zitten overvol, ze willen geen glucose meer opnemen, en dus verminderen ze het aantal insulinereceptoren aan hun buitenkant. Als insuline de sleutel is, dan zijn de insulinereceptoren de slotjes. Er is dus meer insuline in het bloed om de glucose de cellen binnen te helpen, maar de cellen belemmeren uit zichzelf dat het nog lukt. Vol is vol, er kan niets meer bij. Op dat moment ontstaat insulineresistentie.

Vandaag nemen we insuline onder de loep en wat die met onze gezondheid doet. Een volgende keer hebben we het over insulineresistentie. Voegen we beide samen, dan hebben we een effectieve remedie tegen obesitas en diabetes type 2.

Over insuline en wat die met je doet

Insuline is een hormoon dat wij in onze pancreas zelf aanmaken. Iedere keer als dat nodig is, laat onze pancreas wat insuline vrij in het bloed. De insuline moet ervoor zorgen dat de glucose uit ons bloed de cellen binnen kan. Dat is goed, dat is normaal. Op die manier krijgen de cellen de nodige glucose om energie te produceren.

Is er te veel glucose in ons bloed aanwezig in vergelijking met de energie die we nodig hebben, dan wordt die overtollige glucose, weer onder invloed van insuline, omgezet in ‘reserves’: in de lever en in de spiercellen wordt een beperkte hoeveelheid glycogeen opgeslagen. Dat is een soort makkelijk bereikbare reserve, die vb. tijdens de nacht en als we eens een maaltijd overslaan weer opgebruikt wordt. Is de opslagcapaciteit voor glycogeen bereikt, dan wordt de overtollige glucose omgezet in vet. Dat vet is – als overlevingsmechanisme uit oeroude tijden – reserve voor wintermaanden, hongersnoden en alle andere situaties waar voedsel niet voorhanden is.

Dr. Jason Fung zet hier eventjes de puntjes op de i. Het is wel degelijk insuline die dik maakt en niet glucose. Alleen als insuline de glucose de cellen in kan krijgen, kan er vet aangemaakt worden. Dit wordt overduidelijk bij mensen met diabetes type 1 die niet behandeld worden met insuline. De glucose kan de cellen niet binnen en wordt uitgeplast. De urine smaakt zoet en deze mensen vermageren zienderogen, tot stervens toe.

Wanneer komt er insuline in je bloed?

Het is algemeen geweten dat het eten van koolhydraten een insuline-reactie geeft. We eten koolhydraten – suiker, brood, pasta, rijst, aardappelen en in mindere mate ook vele soorten groenten en fruit – en die worden in maag en darmen verteerd, waarbij glucose vrijkomt. Als die glucose in het bloed wordt opgenomen, geeft de pancreas een shotje insuline vrij. De hoeveelheid glucose bepaalt in grote mate de hoeveelheid insuline. Bevat je voeding veel koolhydraten, en zeker als ze veel geconcentreerde koolhydraten bevat, dan loop je veel kans om vlugger dik te worden. Wat we kunnen doen is zoveel mogelijk dingen met suiker vermijden, maar ook zoveel mogelijk granen. Op onze dagen, waar heel veel voedsel in fabrieken wordt samengesteld, is het van belang de ‘kleine lettertjes’ te lezen. Alle vormen van suiker en alle vormen van zetmeel moeten dus vermeden worden, willen we kunnen vermageren. Veel makkelijker is het om standaard te kiezen voor onbewerkt voedsel.

Maar er is meer. In de mond zitten sensoren voor een zoete smaak, wij proeven als iets zoet is. Die zoete smaak geeft een signaal aan de hersenen, die detecteren dat er zoet voedsel aankomt. Al voordat het voedsel de mond heeft verlaten, wordt insuline in het bloed vrijgegeven. Dr. Jason Fung vertelt van een experiment: er waren twee groepen mensen. De ene groep moest een slok cola met suiker in de mond proeven en dan weer uitspuwen. De andere groep moest een slok cola zero in de mond proeven en weer uitspuwen. Niemand had iets binnen, en dus zou je geen insuline-reactie verwachten. Niets was echter minder waar: bij beide groepen werd een toename van insuline in het bloed gemeten. Je kunt dus dik worden van alleen nog maar het proeven van cola of van cola zero, echt waar.

In de maag zitten hormoonachtige stofjes en ook die geven een insuline-reactie op de inname van voedsel. En jawel, ik heb het hier over de inname van voedsel tout court. Elke keer als je eet, zal je maag aanzetten tot het vrijgeven van insuline in het bloed, onafhankelijk van wat er aankomt. Dat betekent dus dat wie drie keer per dag eet en ook nog enkele tussendoortjes gebruikt meer insuline in het bloed krijgt, dan iemand die slechts drie keer per dag eet, zonder die tussendoortjes. Wie maar één keer per dag eet, krijgt op basis van dit principe het minst insuline binnen. Wil je vermageren, schrap dan alvast alle tussendoortjes. En probeer misschien ook af en toe eens een maaltijd over te slaan.

Een tweede stofje in de maag detecteert wat er aankomt. Koolhydraten en eiwitten geven een sterke insuline-reactie, op vetten reageert onze pancreas neutraal. Dat koolhydraten insuline vrijmaken, dat wisten we al. Door de vetfobie die al sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw bestaat, experimenteerden mensen daarom met vetarme, maar eiwitrijke producten. Denk maar aan kippenwit of light kaas. Ook dit bleek veel insuline in het bloed te brengen, waardoor mensen die dit soort dieet volgden niet vermagerden. Alleen vet blijkt ‘insulineneutraal’, en hoe raar je dit ook mag vinden, het eten van voldoende gezonde vetten zal je doen vermageren.

En dan is er nog iets wat een belangrijke invloed heeft op de insuline in ons bloed, nl. stress. Stress maakt dat er cortisol wordt aangemaakt. Cortisol – verwant met het medicijn ‘cortisone’, waar je ook dik van wordt – zorgt ervoor dat er, om de stressvolle situatie aan te kunnen, voldoende energie kan aangemaakt worden. Er worden reserves omgezet, zodat er voldoende glucose in het bloed aanwezig komt. Daarop krijg je vanzelfsprekend een insuline-reactie. Die glucose moet immers de cellen in om energie te produceren. Hier wordt insuline aan het bloed afgegeven zonder dat je ook maar iets eet of proeft.

Bij acute stress is dat geen probleem. Acute stress vraagt om een vecht- of vluchtreactie. Je moet het gevaar te lijf of je moet ervan weglopen. Beide vragen veel energie, en dus wordt de glucose in het bloed opgebruikt. Er is niks over om vet mee aan te maken. Het probleem ontstaat bij chronische stress: wij verbruiken niet meer energie door ons druk te maken omdat we in de file staan en ook niet als we op het werk voortdurend onder tijdsdruk staan. We verbruiken niet meer energie door te piekeren of door ongerust te zijn over onszelf of over dierbare anderen. We verbruiken niet meer energie als we naar een spannende film kijken of als we onze hersenen bombarderen met te veel harde geluiden. Al die dingen veroorzaken chronische stress, waardoor extra glucose en dus ook extra insuline in ons bloed terecht komt. En wij, wij worden daar dikker van. Belangrijk is hier aandacht voor echte ontspanning en voor een goede nachtrust.

Wat moet je nu doen om te vermageren?

Als je leest wat ik hierboven schreef, dan begrijp je dat er geen eenduidig antwoord is. Wie veel koolhydraten eet, zal wellicht vermageren door die wat te verminderen. Wie voortdurend eet, zal vermageren door tussendoortjes weg te laten. Wie last heeft van chronische stress kan beter kiezen voor een passende manier om tot ontspanning te komen. Wie in elk bedje een beetje ziek is, zal op elk domein de juiste keuzes moeten maken. Er is dus niet één antwoord, maar een diversiteit aan mogelijkheden. Weet je zelf niet goed hoe het bij jou zit, dan kun je je beter laten begeleiden door iemand die weet heeft van deze informatie. Helaas zijn dat nog niet al onze diëtisten.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

 

Personenweegschaal en lintmeter

Ik ben te dik!

Niet zomaar een idée fixe

Jawel, ik ben te dik. En nee, dat is niet zomaar het idee dat elke vrouw wel eens van zichzelf heeft. Volgens zowat alle gekende parameters – gewicht, BMI of Body Mass Index en tailleomtrek – ben ik te dik. Vanuit gezondheidsperspectief bekeken is dat eigenlijk niet oké.

Als ik op de weegschaal ga staan, gaat er als vanzelf een belletje rinkelen. Alarm, alarm, alarm, dat cijfer op de weegschaal is gewoon te hoog. En met het ouder worden, wordt dat er niet beter op. Als ik niet oplet, gaat dat cijfer gestaag verder omhoog. Dringend tijd, dus, om daar iets aan te doen.

Een juister beeld over dat te hoge gewicht, en wel in verhouding tot mijn lengte, is de Body Mass Index, afgekort: BMI. De formule is deze:

Gewicht in kg / (lengte in meter X lengte in meter)

Stel dat je 70 kg weegt en 1,70 meter groot bent. Dan deel je 70 door 1,70 X 1,70, oftewel door 2,89. Uitkomst is dus: 24,22. Wat is nu een gezond BMI?

  • Tussen 18,5 en 24,9 heb je een gezond BMI.
  • Vanaf 18,4 en lager heb je een ongezond te laag BMI. Je riskeert gezondheidsklachten door ondergewicht.
  • Tussen 25 en 29,9 heb je overgewicht.
  • Vanaf 30 behoor je tot de categorie mensen die lijdt aan obesitas.
  • Vanaf 40 ben je morbide obees, wat wil zeggen dat je zomaar kunt sterven van te dik te zijn.

Let wel, deze cijfers gelden voor volwassenen tussen 19 en 69 jaar. Voor kinderen en voor ouderen gelden andere cijfers. En wat mezelf betreft, ik kan je verklappen dat mijn BMI dichter bij de 35 dan bij de 30 aanleunt. Ik ben dus te dik, echt waar.

Een laatste manier om te bepalen hoe het gesteld is met mijn gewicht tegenover mijn gezondheid is het meten van mijn tailleomtrek. Dat doe je zo: Je gaat rechtop staan. Je meet op de blote huid in het midden tussen de onderste rib (A) en je bekken (B). Je houdt het meetlint niet te strak, je ademt uit en je leest af.

Voor vrouwen is een ideale middelomtrek minder dan 80 cm. Tussen 80 en 88 cm is er sprake van een verhoogde tailleomtrek. Vanaf 88 cm is je tailleomtrek te hoog. Voor mannen is een ideale tailleomtrek minder van 94 cm. Tussen 94 en 102 cm is de tailleomtrek verhoogd, vanaf 102 cm is die te hoog. Bier- en andere buikjes zijn dus zeker niet gezond. Het toont immers aan dat de organen in je buikholte in te veel vet liggen, waardoor hun functioneren gehinderd wordt. En ja, ook mijn tailleomtrek is te hoog. Weerom wordt bevestigd: ik ben te dik!

Metabool Syndroom

Veel Westerse mensen zullen zich herkennen in het beeld dat ik van mezelf heb geschetst. Vaak komen daar nog bij een te hoog cholesterolgehalte, een te hoge bloedsuiker en een te hoge bloeddruk. Je bent in wezen nog niet ziek, je voelt je eigenlijk wel goed in je vel. Alleen, al die parameters wijzen erop dat je gezondheid toch niet helemaal je dat is. En de combinatie van twee of meer van die ‘mankementen’ kreeg een naam: Syndroom X of Metabool Syndroom.

Metabool Syndroom is op zichzelf nog geen ziekte. Het is een syndroom, en dus een combinatie van symptomen die wijzen op een verminderde gezondheid. Metabool Syndroom is als het ware een voorloper van diabetes type 2, van hart- en vaatziekten, en ja, ook van kanker. Om dit nu allemaal uit de doeken te doen, zou ons te ver leiden. Ik beloof je, in een volgend schrijven vertel ik je meer over dit Metabool Syndroom.

Wat te doen?

Te weten dat je te dik bent, is natuurlijk maar een eerste stap. Daar verandert niks aan, tenzij je er iets aan doet. Maar, wat moet je doen, dat het ook succes zal kennen? Want, geef toe, wie van ons heeft nog nooit geprobeerd gewicht te verliezen? En wie van ons kwam toen niet tot de ontdekking dat het nog zo simpel niet is? Ja, je kunt tijdelijk heel wat kilo’s verliezen, maar na verloop van tijd komen ze er zo gemakkelijk weer bij. Meer nog, je riskeert zelfs dat je gewicht op het eind van de rit hoger ligt dan voor je dieetpoging. Vandaag alvast iets over wat niet helpt. In volgende blogs in dit najaar vertel ik je stap voor stap wat wel werkt.

Zomaar calorieën beperken helpt niet

Het eerste waar je wellicht zelf aan denkt, en beslist ook het eerste wat een arts of een diëtist je zal aanraden is je calorieën te beperken. Dat lijkt een goed idee, maar is het jammer genoeg niet. Je moet immers weten dat ons lichaam slim is. Als er minder calorieën binnenkomen, zal ons lichaam gewoon minder calorieën verbruiken. Alles wat niet strikt noodzakelijk is om te overleven wordt op een minimumrantsoen gezet. Zo zal je het makkelijker koud hebben, want warmte produceren verbruikt veel energie. Je zult minder fut hebben om van alles te doen, want bewegen kost meer energie dan stil zitten. Je lichaam past zich aan om de hongersnood te overleven en wacht op betere tijden om de voorraden weer aan te vullen.

Ondertussen ga jij steeds meer verlangen naar calorierijk voedsel. Je lichaam hunkert naar vet en naar zoet. Als jij dan uiteindelijk toegeeft, vult je lichaam de vetvoorraden in één twee drie weer aan. En omdat je energieverbruik lager ligt dan vroeger, zal je oorspronkelijke gewicht binnen de kortste keren overschreden worden. Met andere woorden, je wordt dikker dan voorheen. Dit is het berucht jojo-effect.

Minder eten en meer bewegen helpt niet

Een variant op het vorige klinkt ook heel erg bekend: je moet minder eten en meer bewegen. Uit wat ik hierboven schreef, komt het al even naar voor, dit lukt gewoon niet. Als je minder gaat eten (caloriebeperking), dan ga je vanzelf minder bewegen. Je lichaam spaart energie omdat overleven belangrijker is dan bewegen. Als je meer gaat bewegen, dan heb je na die inspanning meer honger. Je eet meer om de tekorten aan te vullen.

Let wel, ik zeg niet dat bewegen slecht is. Integendeel, bewegen is absoluut goed, ook wat je gewicht betreft. Alleen, bewegen zal de kilo’s er niet doen afsmelten. Als je hoopt door meer te bewegen ook te vermageren, dan kom je van een koude kermis thuis.

Wat helpt dan wel?

Het opgebouwde gewicht is een zaak van voeding. De oplossing zal dus ook gezocht moeten worden in een gezond voedingspatroon. En in dat verhaal wil ik je in de komende tijd meenemen, stap voor stap, zodat je mee met mij gaat snappen hoe je lichaam werkt en vervolgens de richtlijnen kunt toepassen … en met eigen ogen zien dat werkt!

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨