Joggende vrouw bij eerste daglicht

Nuchter bewegen

Nuchter bewegen?

Misschien vraag jij je af wat ik bedoel met ‘nuchter bewegen’. Begrijpelijk, en dus schets ik eerst even waar het om gaat, vooraleer ik het heb over de gezondheidsvoordelen ervan. Als we de term ‘nuchter’ gebruiken, als in ‘je moet nuchter blijven’, dan bedoelen we meestal dat je nog niet gegeten of gedronken mag hebben. Denk maar aan ‘nuchter achter het stuur’ (geen alcohol genuttigd hebben) of nuchter naar de dokter omdat je een bloedonderzoek moet ondergaan (nog niet ontbeten hebben).

Met de term ‘nuchter bewegen’ bedoelen we iets gelijkaardigs:

  • Vooraleer je ’s morgens aan de ontbijttafel gaat, doe je eerst wat fysieke inspanning. Denk maar aan ochtendgymnastiek, een fikse wandeling voor het ontbijt, even de hometrainer op en stevig doorfietsen en dan pas je eerste maaltijd nuttigen, of zelfs … een paar keer de trappen op en af voordat je aan tafel gaat.
  • Voor elke maaltijd, en dus ook voor het middagmaal en voor het avondmaal, beweeg je eerst even. Het is dan de bedoeling dat je kort en krachtig een bepaalde spiergroep in actie zet tot je vermoeidheid in die spiergroep begint te voelen. 

Als we dat doen, dan doen we precies dat wat ons lichaam nodig heeft om gezond te blijven. We volgen als het ware onze oorspronkelijke gebruiksaanwijzing: eerst inspanning doen om voedsel te vinden, te verzamelen, te bereiden … en dan pas aan tafel gaan. We verbruiken energie voordat we nieuwe energie toevoegen.

Wat er dan gebeurt in ons lichaam?

 Ons lichaam is een fantastisch instrument. Het is voorzien op tijden van overvloed én het is voorzien op tijden van schaarste. Om je daarvan te vertellen, moet ik je laten zien wat er gebeurt als wij eten.

  • Voedsel komt binnen en wordt in een compleet proces, waar ik nu niet dieper op inga, verteerd van voedselbrokken tot de allerkleinste moleculen. Die moleculen – koolhydraten, vetten, eiwitten, water, vitamines en mineralen – gaan door de darmwand heen en komen in ons bloed terecht. 
  • Eiwitten zijn bouwstoffen voor ons lichaam. Vetten kunnen bouwstoffen zijn, maar ook energiereserve. Koolhydraten – ook suikers genoemd – dienen enkel als energiebron. En juist over die koolhydraten moeten we het vandaag hebben.
  • Koolhydraten die het lichaam binnenkomen onder de vorm van glucose geven het lichaam energie zonder dat er verdere verwerking nodig is. Glucose zorgt ervoor dat de bloedsuikerspiegel stijgt. 
  • Gebruiken we die energie direct, dan is er geen probleem. Dat gebeurt vanzelf als de suikerpiek niet te hoog gaat. Dan hebben we die energie nodig om gewoon te bestaan: hartslag, ademhaling, spijsvertering, warmtehuishouding, werking van hersenen en zenuwen en nog zoveel dingen meer vragen continu energie. Gaat de suikerpiek toch hoger, omdat we veel zoet of zetmeel aten, bijvoorbeeld, dan moeten we gaan bewegen om de overtollige energie op te souperen. Doen  we dat niet, dan blijft de bloedsuikerspiegel hoog.

Wat gebeurt er nu met die overtollige energie? Wel, ons lichaam kent twee mogelijke manieren om die energie te stockeren:

  • Als eerste gaat ons lichaam die glucose omzetten in glycogeen. Die glycogeen wordt opgeslagen, enerzijds in onze lever (zo’n 75 gram) en anderzijds in onze spieren (zo’n 150 gram). Glycogeen is een vorm van reserve-energie die zeer vlot aangesproken kan worden. Als we gaan bewegen, bijvoorbeeld, dan is het helemaal niet nodig om tegelijk ook te gaan eten om energie te hebben. Dan wordt die glycogeen uit de spieren aangesproken. De reserves worden leeggemaakt, en bij een volgende maaltijd weer aangevuld. De glycogeenreserves in de lever worden aangesproken voor alle andere processen in ons lichaam die energie vragen. 
  • Vervolgens geeft onze pancreas, als er nog te veel suiker in ons bloed aanwezig blijft, insuline vrij. Insuline verbindt zich in ons bloed met vrije glucosemoleculen en transporteert die overtollige glucose naar onze vetcellen. In die vetcellen wordt suiker omgezet in vet. En dat vet kan – in tegenstelling tot het vet dat we eten – alleen nog gebruikt worden als energiebron. In tijden van echte schaarste wordt dat vet opnieuw omgezet in glucose. 

Over het grote voordeel van nuchter bewegen

Als we nu nuchter gaan bewegen, dan maken we de glycogeenreserves in spieren en lever leeg. Dat maakt dat, als we daarna gaan eten, de bloedsuikerspiegel veel minder stijgt. Heel wat glucose wordt immers omgezet in glycogeen om de leeggemaakte reserves weer aan te vullen. Als we er dan nog op letten dat onze maaltijden niet al te veel koolhydraten bevatten, maar eerder meer eiwitten en vetten, dan is er amper insuline nodig. 

Dat betekent:

  • Veel minder kans op het ontwikkelen van diabetes type 2, en voor mensen die al diabetes type 2 hebben, de mogelijkheid om die kwaal om te keren. Nuchter bewegen, in combinatie met een aangepaste voeding, kan diabetes type 2 zo goed als genezen.
  • Veel minder kans op het ontwikkelen van obesitas. Aangezien bij een te hoge bloedsuikerspiegel insuline ervoor zorgt dat de overtollige suiker in vetcellen opgestapeld wordt onder de vorm van vet, kun je met recht en reden stellen dat het eten van veel koolhydraten obesitas in de hand werkt. Als nu, door nuchter bewegen, de bloedsuikerspiegel nooit zo hoog kan worden omdat heel wat glucose meteen omgezet wordt in glycogeen, dan mag je als vanzelf veronderstellen dat er minder vet aangemaakt wordt. Ga je net een beetje verder dan het opgebruiken van de glycogeenreserves, dan wordt ook het vet uit die vetcellen opnieuw omgezet in de nodige glucose. 

Nuchter bewegen helpt op die manier het lichaam om weer evenwicht te vinden. Het zelfgenezend vermogen van ons lichaam gaat daarbij weer op volle toeren draaien. En kun je in het begin nog wel eens last hebben van plotse suikerval en dus een gevoel van flauwte, na verloop van tijd zal je merken dat je gewoon langere tijd zonder voedsel kunt. Je lichaam schakelt dan als het ware over van suikerverbranding naar vetverbranding. 

Heb ik je warm gemaakt? Doe je mee met nuchter bewegen? Laat gerust hieronder een berichtje na, en vertel ons over hoe jij dit gezond makende principe in praktijk brengt.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

 

GEZONDHEIDWIJZER bij diabetes type 2

Diabetes type 2, ’t is te zeggen ouderdomsdiabetes of suikerziekte …

Is dit niet een ziekte die wij als ‘normaal’ beschouwen? Die hoort er toch gewoon bij van zodra je wat ouder wordt. Van de dokter of de diëtist krijgt je misschien een paar tips om in je voeding wat suiker te vermijden, … maar men gaat er eigenlijk van uit dat er geen terugkeer mogelijk is. Eerst wordt er nog met pillen gewerkt, en later komen gegarandeerd de inspuitingen met insuline aan de beurt. 

Ouderdomsdiabetes, minder vanzelfsprekend dan wij denken

Toch is diabetes type 2, ook ouderdomsdiabetes genoemd, niet zomaar een noodzakelijk gevolg van het ouder worden. Enerzijds zijn er mensen die tot op hoge leeftijd helemaal geen last hebben van deze ziekte, en anderzijds zijn er jammer genoeg steeds meer jonge mensen – tot zelfs kinderen toe – die lijden aan die zogenaamde ‘ouderdomsdiabetes’. Diabetes type 2 is in de Westerse wereld aan een ongelooflijke opmars bezig. 

Of het ook anders kan? Jawel!

Men heeft in de loop van de laatste honderd jaar natuurvolkeren ontdekt met een ongelooflijk goede gezondheid. Deze gemeenschappen telden verschillende supergezonde honderjarigen. Van cariës, hart- en vaatziekten, kanker … én diabetes was bij deze mensen geen sprake. Van zodra deze volkeren echter overschakelden op onze Westerse voeding, ontstonden ook bij hen alle Westerse welvaartsziekten, inclusief diabetes type 2. Hieraan zie je dat ouderdomsdiabetes meer te maken heeft met voeding en leefwijze dan met ouderdom. Met de juiste manier van leven en eten zou ouderdomsdiabetes dus eigenlijk niet hoeven …

Diabetes type 2 is in de eerste plaats een aandoening die wordt veroorzaakt door een Westers voedingspatroon dat bulkt van de minderwaardige voedingsmiddelen als suiker, snoep, frisdrank, witmeelproducten, junk food, verhitte vetten en kant- en klare maaltijden. Vooral de geraffineerde suikers, die in zowat alle bereide voedingswaren worden toegevoegd, spelen een dominante rol. 

Daarnaast spelen ook onvoldoende beweging en stress een grote rol. Bij beweging verbruik je immers suiker, en dat gaat diabetes tegen. Bij stress daarentegen komt juist extra suiker in de bloedbaan terecht. Je moet immers kunnen vechten of vluchten – althans zo ging dat in oeroude tijden. Vandaag krijgen wij stress, terwijl we moeten blijven zitten – je gaat immers niet zomaar op de vuist of je loopt niet zomaar weg uit een moeilijke situatie. Gevolg: de vrijgemaakte suiker blijft in je bloed … en jij komt weer een stapje dichter bij diabetes.

Ouderdomsdiabetes, een ziekte met heel wat nare gevolgen

Waarom ik ouderdomsdiabetes een venijnige ziekte noem?

Wel, alhoewel de diabetes als ‘eerder normaal bij het ouder worden’ wordt beschouwd, leidt de ziekte op termijn tot heel wat ernstige complicaties. Wellicht weet iedereen zowat dat diabetes ervoor zorgt dat wonden minder gemakkelijk genezen. Je wordt ook minder gevoelig voor pijn. Deze combinatie zorgt er wel eens voor dat tenen of vingers afsterven en geämputeerd moeten worden. Diabetes leidt ook heel makkelijk tot vertroebelen van de ooglens en zelfs tot blindheid. Er kunnen gevoelsstoornissen optreden: tintelingen of een voos gevoel. Je wordt gevoeliger voor infecties zoals schimmelinfecties, abcessen, urineweginfecties, virusinfecties, …

Minder gekend is echter dat diabetes ook de kans op hart- en vaatziekten, herseninfarcten en kanker verhoogt. Wil je ook maar iets doen om deze levensbedreigende ziektes te vermijden, zorg er dan voor dat je geen ouderdomsdiabetes krijgt. En als je al diabetes type 2 hebt, doe er dan alles aan om de ziekte onder controle te houden of zelfs terug te dringen. 

Ouderdomsdiabetes, makkelijk te vermijden of terug te draaien

Het goede nieuws is dat diabetes type 2, anders dan diabetes type 1, te vermijden of terug te draaien valt. Alleen al door het aanpassen van je voedingsgewoontes kun je een sterke daling van je bloedsuikerspiegel bewerkstellingen.

Wat is eigenlijk het probleem? Suikerrijke voeding komt heel vlug de bloedbaan binnen en zorgt daar voor een hevige reactie. Ons lichaam streeft naar evenwicht, en in dit geval gebeurt dit door het hormoon insuline. Onze pancreas produceert insuline, die vrijgegeven wordt als er te veel glucose – da’s een andere naam voor suiker – ineens in het bloed terecht komt. Insuline zorgt ervoor dat de cellen die glucose opnemen.

Als die glucose op dat moment nodig is, omdat je aan het sporten bent, bijvoorbeeld, dan verbruiken de cellen die glucose. Op dat moment is er niks aan de hand. Als de glucose op dat moment echter niet nodig is, wordt die in de cellen omgezet in vet. Jawel, we worden dik door suiker en door het hormoon insuline dat die suiker uit ons bloed moet halen. Nu kan het gebeuren dat het lichaam niet zo goed meer reageert op het hormoon insuline. Als onze cellen te vol zitten en helemaal geen glucose meer willen, dan is er steeds meer insuline nodig om toch nog voldoende suiker uit het bloed te halen. Tot onze pancreas het begeeft: we kunnen onmogelijk nog voldoende insuline aanmaken …

Wat is dan de oplossing? Eigenlijk is het simpel …

Laten we ervoor zorgen dat er veel minder suiker in ons bloed terecht komt. En laten we vooral de suikerpieken vermijden die volgen op het eten van al te suikerrijk of zetmeelrijk voedsel. Om het met een technische term te zeggen: laten we vooral voedsel eten met een lage glycemische index en een lage glycemische lading. Vertaald in gewone mensentaal (en misschien wel een beetje te kort door de bocht) betekent dit: Vermijd enerzijds voedsel waar geraffineerde suiker in zit, zoals koek en snoep en frisdrank, maar ook zowat alle kant- en klare voeding. Vermijd ook een overdaad aan zetmeelrijke producten zoals aardappelen, brood en pasta. 

Wat mag je dan wel eten? Wel, kies volop voor groenten! Varieer daarbij zoveel als je kunt, want elke groente brengt zijn eigen gezondmakende stofjes aan. Fruit mag ook, maar misschien toch een beetje meer met mate. En beperk dan vooral gedroogd fruit en fruitsappen. Als je daarbij dan ook nog kiest voor kwaliteitsvolle eiwitten (en dus geen chapelurevlees of charcuterie, waar ook weer suiker in verschillende versies in zit), ben je al een heel eind op de goede weg. 

Is dit dan niet een hele ommezwaai in hoe en wat we eten? Voor sommige mensen wel, dat geef ik toe. En toch is het niet zo moeilijk. Probeer eens bij de warme maaltijd de aardappelen te vervangen door een tweede soort groenten. Jawel, het wordt makkelijker als je zorgt voor twee soorten groenten. Je krijgt dan minder het gevoel dat je iets mist. Of laat de boterhammen links, en eet in de plaats daarvan groenten (warm of koud of onder de vorm van soep) met daarbij ofwel een stukje kaas, ofwel wat vis of vlees … ofwel een handvol noten, zaden of pitten. ’t Lekker, ’t vult goed … en je vermijdt er een bloedsuikerpiek mee!

Zoals je ziet, met een beetje creativiteit kun je jouw gezondheid en die van je tafelgenoten een heel stuk vooruit helpen …

Veel succes!

Kiezen voor echt voedsel

Er was een tijd – de tijd waarin onze overgrootouders leefden – dat voedsel nog gewoon voedsel was. Een appel was een appel, een brood was een brood en vlees was gewoon vlees. Nu moeten we in grootwarenhuizen vaak zoeken naar gewoon voedsel. Zowat 90% van wat er als voedsel verkocht wordt, is kant- en klaar, voorbewerkt, geproduceerd om er goed uit te zien en om lang te bewaren, verpakt in plastic, blik of kartonnen dozen met een aluminium binnenkant, …

Zoveel chemische toevoegingen

Via onze voeding krijgen we ongelooflijk veel chemische (en dus lichaamsvreemde) stoffen binnen: pesticiden, antibiotica, smaakstoffen, kleurstoffen, bewaarmiddelen, glansmiddelen, synthetische zoetstoffen, … Hoe al die stoffen in ons lichaam reageren, weet men eigenlijk niet. Je moet weten dat in 1906 in Amerika een wet is aangenomen (en die wet is achteraf in de hele wereld overgenomen!) dat producenten niet per se moeten bewijzen dat wat zij op de markt brengen niet schadelijk is. Het is eerder omgekeerd: de overheid moet bewijzen dat iets schadelijk is, voordat ze het van de markt kan halen. 

Jaarlijks komen er op die manier zo’n 1000 nieuwe chemische stoffen ons leven binnen. Die zitten niet alleen in voeding, maar ook in pesticiden, bouwmaterialen, verzorgingsproducten, medicijnen, … De overheid heeft tijd noch geld om dat allemaal te checken op gevaar voor onze gezondheid. En zelfs als men dit al voor elk product afzonderlijk zou kunnen doen, dan nog weten we niet wat zogenaamd veilige dosissen van deze producten doen als ze met elkaar een chemische reactie aangaan in ons lichaam. Door sommige medici wordt nu al aangegeven dat heel wat mensen sterven aan vergiftiging zonder dat ze het weten. Een derde tot zelfs de helft van alle kankers zou ontstaan door gifstoffen in ons lichaam. 

Kies voor natuurlijke producten

We kunnen niet alles tegelijk aanpakken, dus laten we eerst eens ons voedsel onder de loep nemen …

Willen we onze gezondheid beschermen, dan kunnen we niet anders dan kiezen voor gezonde voeding. Maar wat is nu ‘gezonde voeding’? Als we de reclame mogen geloven, dan is margarine dé oplossing tegen hart- en vaatziekten, dan zijn ontbijtgranen met toegevoegde vitamines en mineralen een topper, dan is zero-frisdrank een must in de strijd tegen diabetes, … De voedingsindustrie speelt handig in op elke nieuwe kwaal die opduikt in de medische wereld. Ze brengt sterk bewerkte voedingsproducten op de markt met een label van gezondheid. Dat deze voeding op zich al verarmd is (want al te zeer geraffineerd) en zelfs vergiftigd (want wat wordt er niet allemaal aan chemische stoffen aan toegevoegd), daar wordt vanzelfsprekend met geen woord over gerept. 

Ik hou een pleidooi voor natuurlijke producten: 

  • Smeer je graag een beetje vet op je boterham? Geen probleem: kies voor boter (of als je de smaak daarvan niet lust, voor ongeraffineerd kokosvet) en niet voor margarine. Wat de voedingsindustrie je ook wil laten geloven: margarine verbetert je gezondheid echt niet!
  • Appelmoes? Neem gewoon lekkere appels, schil ze, snijd ze in stukken en kook ze tot moes. Vaak hoeft er zelfs niet eens nog suiker bij. Veel gezonder, als je ’t mij vraagt, dan een pot kant en klare appelmoes die bewaarmiddelen of massa’s suiker nodig heeft om nog eetbaar op je bord te kunnen belanden.
  • Eet je graag wat vlees? Kies dan voor een stukje ‘echt’ vlees i.p.v. voor iets wat geprepareerd is en in paneermeel verpakt zit. Je vermijdt er een hoop kleur- en smaakstoffen mee.
  • Blijf ook absoluut van charcuterie af, want wat daar allemaal in zit, wil je zelfs gewoon niet weten …
  • Fruityoghurt of platte kaas? Kies een goede kwaliteit pure yoghurt of platte kaas en voeg daar stukjes vers fruit of fruitpuree aan toe. Zalig lekker!
  • Koekjes of taart? Waarom niet eens zelf de keuken in duiken en met bloem, boter, melk, eieren en suiker aan de slag? Je zult een lekkerder en gezonder resultaat bekomen. En als je jezelf zo ver kunt brengen dat je alleen zelfgemaakt lekkers eet … dan zul je er wellicht ook een pak minder van eten dan je nu doet!

Eigenlijk is het simpel. Vraag je bij elke voedselkeuze af of je een meer natuurlijk alternatief kunt vinden. Op die manier geef je je lichaam heel wat meer verse vitamines, mineralen en andere gezondmakers én vermijd je er een hoop toxische stoffen mee. Een gulden regel hierbij is: Eet niet wat je overgrootmoeder niet als voedsel herkend zou hebben!

Kies voor biologisch voedsel

Ja, inderdaad, kies pas in tweede instantie voor biologisch voedsel. Zoals je wel zult weten, kost biologisch voedsel meer dan regulier gekweekt voedsel. En juist daarom vind ik het knettergek om alles wat we gewoonlijk kopen nu ook allemaal biologisch te gaan kopen. Ik vind er meer heil in om eerst eens ‘grote kuis’ te houden in wat ik allemaal eet, om daarna te proberen wat overblijft ook biologisch aan te kopen. Zo vind ik het absoluut een goed idee om groenten, fruit, kaas en vlees in de bio-winkel aan te schaffen. Cake of koekjes maak ik liever zelf, de ingrediënten daarvoor kies ik dan weer uit het bio-assortiment. 

Waarom biologisch? Wel, er zitten hoe dan ook veel minder chemische toevoegingen in. Groenten en fruit bevatten minder gifstoffen en meer fytonutriënten. Deze laatste zijn kruidige stoffen, als het ware de immuniteit die de plant zelf opbouwt tegen insekten, ruspen en slakken, bacteriën, virussen, schimmels, … En het zijn juist deze stoffen die ook onze gezondheid een boost geven. Bio-vlees bevat geen hormonen noch antibiotica, die aan regulier gekweekte dieren preventief gegeven worden. Grasgevoederde dieren zullen ons minder allergieën bezorgen dan met maïs en soja gevoederde dieren. Aan bio-brood wordt geen broodverbeteraar toegevoegd, …

Biologisch voedsel is natuurlijk minder makkelijk te vinden dan regulier geteeld voedsel. Alhoewel, … onze grootwarenhuizen spelen ondertussen gretig in op de bio-trend die in gang is gezet. De diverse warenhuizen bieden alvast een basis aan biologische producten. Verder zijn er natuurlijk ook de bio-grootwarenhuizen en -winkels, waar we voor meer dingen terecht kunnen en er ook een grotere keuze hebben in het assortiment. En tot slot zijn er de bioboeren die op boerenmarkten, in coöperatieven of op de boerderij zelf hun producten aan de man brengen. Wie een beetje moeite doet, vindt vast wel wat hij zoekt!

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

%d bloggers liken dit: