Lenteschoonmaak

Er was een tijd waarin elke huisvrouw tegen Pasen een lenteschoonmaak deed. Ik weet niet of jij dat nog doet, maar ik helaas niet meer. Bij mij komt zo’n uitgebreide schoonmaak eerder ergens in de grote vakantie, na de eventuele werken die ik in huis wilde doen. Pas daarna maak ik het hele huis weer schoon, zodat het er weer een jaartje tegen kan …

Nu denk jij waarschijnlijk: dit is toch een website in verband met gezondheid. Wat heeft een lenteschoonmaak in hemelsnaam van doen met gezondheid? Wel, ook je lichaam vraagt om schoonmaak, en inderdaad, de lente is een ideale periode daarvoor!

Lenteschoonmaak voor je body

Geloof het of niet, maar net zoals het gaat in je huis, gaat het ook in je body. Ongemerkt blijft hier wat liggen en daar stapelt zich iets op en op nog een andere plek kom je helaas zo weinig aan poetsen toe … tot er uiteindelijk te veel ‘vuil’ blijft liggen. Plots zie je, voel je, merk je dat er iets moet gebeuren.

Bij je lichaam begint het met een zekere vermoeidheid die niet overgaat, met een paar kilo’s die erbij geslopen zijn, met een pijntje hier en daar, met een klacht die maar aansleept. Ook de winterblues en de voorjaarsmoeheid zijn in wezen tekenen aan de wand dat er vervuiling is opgetreden.

Nu vraag jij je wellicht af waar die vervuiling vandaan komt. Wel, ons lichaam is een ‘fabriek’ die voedsel omzet in energie. Daarbij worden vanzelfsprekend ook afvalstoffen geproduceerd. Als alles gaat zoals het hoort, zouden die afvalstoffen dag na dag afgevoerd moeten worden, via uitademing, stoelgang, urine, transpiratie, huidschilfers, talg, oorsmeer, … Vrouwen hebben zelfs een extra uitlaatklep: de maandelijkse menstruatie.

Soms echter is er meer nodig dan dat. Dan krijg je huiduitslag of puistjes of zweren of een loopneus of tranen die zomaar komen of diarree of super donkere urine. Het gaat allemaal om extra uitscheiding van toxines. En soms is ook dat nog niet genoeg. En dan wordt het teveel aan toxines ’tijdelijk’ opgeslagen in ons lichaam. Het lichaam is wijs en doet dat op de minst schadelijke plekken: in onze vetcellen, in onze gewrichten, in onze spieren.

Op onze dagen komt het vuil lang niet alleen meer van ons eigen metabolisme. Wij krijgen nogal wat toxische stoffen binnen via onze omgeving: we ademen vuile lucht en fijn stof, we drinken toch niet helemaal zuiver water, we eten pesticiden en bewaarmiddelen en kleurstoffen en smaakmakers, we behandelen ons huis en onze huid met chemische reinigers, we slikken medicijnen, enzovoort, enzovoort, enzovoort.

Je begrijpt dat wij dagelijks helaas veel meer toxische stoffen binnenkrijgen dan we op een etmaal weer kwijtraken. Het gevolg daarvan is dat we met z’n allen geleidelijk aan dikker, moeër, zieker worden. En juist daar kan zo’n lenteschoonmaak wonderen verrichten.

Allemaal goed en wel, maar hoe begin je eraan?

Wel, vandaag schets ik je de grote trekken. In een volgende blog ga ik hier veel dieper op in, zodat je zelf aan de slag kunt met een matige reinigingskuur. Ik begeleid je dan naar een groenten- en fruitkuur.

Wil je straffer aan de slag – met een sapkuur of een echte vastenkuur – dan raad ik je aan om je te laten begeleiden. Dat kan individueel, bij een gezondheidsbegeleider met ervaring met vastenkuren. Dat kan in groep, in een georganiseerd initiatief. Google je maar eens op ‘sapkuur’ of ‘vastenkuur’. Je vindt vast wel iets.

Maar goed, wil je een reinigingskuur doen, dan is het eerste wat je moet doen ’tijd vrijmaken’. Je hebt minstens drie weken nodig waarin je geen verplichtingen hebt wat betreft eten. Geen feestjes dus, geen bruiloften, geen kroegentochten of kaas- en wijnavonden of wat dan ook. Wil je de eigenlijke kuur twee weken laten duren, dan heb je vijf weken ‘feestverlof’ nodig. Het klinkt misschien gek, maar het allerbelangrijkste om je kuur te doen slagen, is de planning van deze kuur in je agenda.

Dat plannen heeft een tweede voordeel. Je kiest er dan als het ware nu al voor om ‘dan’ te investeren in je gezondheid. Je programmeert daardoor je mindset op iets positiefs, nl. het winnen van gezondheid. Je plant het niet in als iets negatiefs, nl. het tijdelijk niet meer alles mogen eten. Die positieve kijk is van het allergrootste belang. Als jij ervan overtuigd bent dat je jezelf ermee tekort doet, dan zal die kuur zijn gezondheidsbevorderende doel missen. Als jij er echter van overtuigd bent dat je iets doet wat goed voor je is, dan zul je er ook de positieve gevolgen van ervaren: je zult je – na een moeilijke beginfase – fitter gaan voelen, je zult beter slapen, je zult wat kilo’s kwijtraken, …

Zo’n reinigingskuur bestaat telkens uit drie delen:

  • De eerste week ga je afbouwen. Dat wil zeggen dat je geleidelijk aan alles uit je voedingspatroon weglaat wat niet tot het kuurvoedsel behoort. Dit is een heel belangrijke fase en het is ook de lastigste fase. Doe je dit goed, dan zorg je ervoor dat je minder last krijgt van hongergevoel, van misselijkheid, van hoofdpijn, van algehele malaise … Wie deze geleidelijke afbouw van voedsel niet doet, loopt heel veel kans op een zogenaamde ‘vastencrisis’. En ik kan je garanderen, die wil je beslist vermijden!
  • De tweede en eventueel ook derde week doe je dan de eigenlijke kuur. Dat kan een fruit- en groentenkuur worden. Dan eet je tijdelijk alleen maar fruit en groenten, in kleinere hoeveelheden. Het kan ook een sapkuur worden. Dan lepel je alleen maar een paar keer per dag een glaasje groenten- of vruchtensap naar binnen. Het kan ook een echte vastenkuur worden. Dan laat je even alle voedsel voor wat het is. Je drinkt alleen water en kruidenthee. En daar doe je het dan mee. Die laatste twee vragen extra begeleiding, zeker als je ze voor de allereerste keer doet. Aan een fruit- en groentenkuur mag je je, na wat extra uitleg in een volgende blog, in je eentje wel wagen.
  • In de laatste week / weken van de kuur ga je terug opbouwen, naar een nieuw en gezond eet- en leefpatroon. Als het goed ging, ben je in de afgelopen weken afgekickt van toch wel wat ongezonde gewoontes. Misschien rookte je of dronk je te veel alcohol, misschien snoepte je toch wel wat te veel, misschien was je voortdurend aan het snacken, zonder zelfs maar te beseffen dat je aan het eten was. Je begrijpt dat het de bedoeling is de meest ongezonde gewoontes definitief uit je leef- en eetpatroon te weren.
    Men zegt wel eens dat de opbouw na een kuur even lang hoort te duren als de kuur zelf. Dat betekent dat, als je twee weken bezig was met je fruit- en groentenkuur, je ook twee weken de tijd moet nemen om geleidelijk aan weer te wennen aan een normaal eetpatroon. In ieder geval gaat het erom dat je niet ineens weer gaat overeten. Daarom moet je tijd nemen om van ‘kuur’ weer over te schakelen op het nieuwe ‘normaal’.

Zin om het zelf ook eens te proberen? Over twee weken krijg je van mij veel meer praktische informatie. Wat je nu al kunt doen, is het plannen van die drie of vijf weken ‘feestverlof’ in je agenda.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

De huis-, tuin- en keukenapotheek bij verkoudheid

’t Is weer die tijd van … snotneuzen, hoest- en niesbuien, koude rillingen en zelfs grieptoestanden. Ik wed dat de wachtkamers van heel wat dokters weer uitpuilen van mensen met dat soort klachten. Gelukkig schrijft niet iedere arts meteen antibiotica voor, want vaak is het beter deze ‘ziektes’ gewoon even uit te zieken. Hieronder geef ik je een paar tips voor je huisapotheek. Als je deze dingen in huis hebt, kun je bij de eerste tekenen van onheil al aan de slag, en dat scheelt een pak …

Even op ‘non-actief’

Als je lichaam het op welke manier dan ook laat afweten – al is het maar door een simpele verkoudheid of een beginnende griep – dan laat het je eigenlijk weten dat je beter wat gas terug neemt. Het eerste advies dat ik je dus moet geven is: Hou op met hollen en draven!

In onze tijd blijkt dat een lastige remedie. We zijn zo druk bezig, dat we helaas geen tijd hebben om ziek te zijn. Liever gaan we gauw naar de dokter en nemen vlug een pilletje. Daarom is mijn eerste advies misschien wel het meest fundamentele voor deze tijd: Neem altijd eerst de nodige tijd om weer gezond te worden. Dat kan zijn dat je thuis moet blijven van school of van het werk, maar het kan ook betekenen dat je je vrijetijdsactiviteiten even op non-actief zet, dat je de TV of de computer even laat voor wat ze is, dat je de landerigheid gewoon toelaat en een paar keer vroeg naar bed gaat.

Een ding is zeker: als je maar door blijft gaan en geen rekening houdt met wat je lichaam je wil vertellen, dan zul je uiteindelijk langer en wellicht ook ernstiger ziek zijn dan als je direct al kiest voor waar je lichaam om vraagt.

Ajuin om de neus open te maken

Een van de vervelende dingen bij een neusverkoudheid is dat je haast geen adem meer krijgt. Daar alleen al van word je gewoon doodmoe. En als je gaat slapen met zo’n verstopte neus, dan word je wakker omdat ademen zo moeilijk gaat.

Snipper dan een ajuin en zet die op een bordje naast je neer. De sterk geurende stoffen maken je neus open en ontsmetten ze ook. ’s Morgens neem je de gebruikte ajuin mee, je kamer uit en gooi je die de compostbak in. Laat de kamer goed verluchten en klaar is kees!

Dampen met etherische olie

Je kunt ook met etherische oliën werken. Dampen wil zeggen dat je een kom met heet water neemt, daar de juiste druppels etherische olie aan toevoegt en dan met een handdoek over je hoofd over die kom hangt en de stoomdampen inademt, zowel via de neus als via de mond. Je doet dat 2 of 3 keer per dag, een week lang. Je zorgt er best wel voor dat je na het dampen niet direct weer de kou in moet.

Je kunt kiezen voor Eucalyptus Radiata. Deze etherische olie verhoogt je immuniteit, werkt tegen bacteriën én tegen virussen, maakt slijmen los en vermindert hoestbuien. Je gebruikt per keer 2 à 3 druppels van deze olie.

Je kunt ook kiezen voor Ravintsara. Ook deze etherische olie verhoogt je immuniteit, maakt slijmen los, werkt tegen bacteriën én tegen virussen, remt de hoest en weert hoestkrampen. Ze heeft ook een anti-astmatische en een anti-allergische werking. Je gebruikt per keer 4 à 5 druppels van deze olie. Bij griep of bij zwaardere aantasting van de luchtwegen kun je ze zelfs combineren met Eucalyptus Radiata.

Een andere goede mengeling van etherische oliën bij aantasting van de luchtwegen is de volgende: 2 druppels Eucalyptus Globulus (eucalyptus), 2 druppels Thymus zygis ct thymol (tijm), 2 druppels Lavandula Angustifolia (echte lavendel) en 2 druppels Pinus Sylvestris (grove den). Deze mengeling werkt op zowat alle fronten, tot zelfs longontsteking toe.

Vlier

Je kent wellicht nog wel die ouderwetse vlierbessensiroop, donker van kleur en mierzoet. Wel, ze is een topper bij griep en bij verkoudheden en luchtwegaandoeningen met koorts. Is er geen koorts bij, dan kan het volstaan een preparaat te nemen waar alleen de vlierbloesem in is verwerkt.

Bijenproducten

Honing is voor ons mensen een waar geneesmiddel. Het verzacht de keel, werkt microben tegen, versterkt je immuniteit … en het geeft je een kleine dosis goed opneembaar voedsel op een moment dat jij wellicht niet zoveel zin hebt in eten. Een lekkernij in periodes van ziekte uit mijn kindertijd: pers een halve sinaasappel en een halve citroen (vitamine C!) en voeg daar heet water aan toe. Een lepel honing erin, even roeren … en drinken maar!

Maar de bijen hebben meer in huis om ons er weer bovenop te helpen. Bij verminderde immuniteit kun je langere tijd dagelijks een koffielepel stuifmeelkorrels eten. Je kunt die zo naar binnen werken, maar je kunt ze ook over je kom havermout of muesli of over wat fruitsla uitstrooien.

Nog sterker werkt propolis. Propolis is een product dat bijen maken uit de hars van bepaalde bomen. Zij gebruiken het goedje om hun bijenkorven winddicht af te sluiten en om ervoor te zorgen dat microben in hun huisje geen kans krijgen. Je kunt propolis in de natuurvoedingswinkel verkrijgen in verschillende vormen: van propolistinctuur over een neusspray en een balsem tot zelfs snoepjes toe. Kies voor een vorm die voor jou werkt, zou ik zeggen …

Een allerlaatste goede raad

Zoals bij elke kwaal is het raadzaam om niet al te lang zelf te blijven dokteren. Heb je bovenstaande middelen (of andere uit grootmoeders receptenboekje) geprobeerd en je merkt dat je erop vooruit gaat, doe dan maar. Je komt er wellicht spoedig helemaal weer bovenop.

Merk je echter dat de ziektetoestand stagneert of er zelfs op achteruit gaat, aarzel dan niet om toch naar je dokter toe te stappen. Je kunt de dokter dan vertellen wat jezelf allemaal al hebt geprobeerd, en waar je verlichting bij vond en waar niet. Misschien constateert de dokter dat je toch ernstiger ziek was dan je dacht, en dan schrijft hij je wel de nodige medicijnen voor. Misschien zegt hij echter wel dat je mag verder doen zoals je bezig bent, dat het wel goed komt, en dan ben jij gerust gesteld.


Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Een winterwandeling … als remedie tegen voorjaarsmoeheid

Heb jij dat ook, dat je er na de feestdagen niet meer echt helemaal bovenop geraakt? Er blijft wat vermoeidheid hangen, je geraakt niet op dreef, de fut is eruit … en dat blijft dan zo duren tot de lente eraan komt. Dan breekt de zon er wat meer door, het wordt ook al wat warmer en dat alleen al geeft nieuwe energie.

Winterblues! Voorjaarsmoeheid!!!

Misschien vraag jij je af waar die depressieve neigingen vandaan komen, elk jaar opnieuw in de late winter en het vroege voorjaar. Wel, daar is wel degelijk een verklaring voor:

  • In de winter eten we anders: Er komt minder rauwkost op tafel. We eten minder vers voedsel, en meer uit diepvries of blik of brik. Vaak eten we ook makkelijk wat moeilijker verteerbaar voedsel, zoals vlees of kaas of peulvruchten. Dat maakt dat er meer afvalstoffen geproduceerd worden bij het verteren en de stofwisseling. Een deel van dit teveel aan afvalstoffen, ook wel slakken genoemd, kan niet tijdig uitgescheiden worden en stapelt zich op in ons lichaam. En dat geeft op langere duur last.
  • We zien minder zon, en het is algemeen geweten dat zonlicht een positieve invloed heeft op ons humeur. Als de zon schijnt, kunnen we overal een beetje beter tegen … en als de zon alle dagen schijnt, wel, dan lijkt ons leven een heel pak rooskleuriger.
  • We komen minder buiten, en dat maakt dat we ook minder zuurstof binnen krijgen. Nu is zuurstof in zoveel processen in ons lichaam noodzakelijk. Het is dan ook niet moeilijk is dat we ons door een gebrek aan zuurstof minder fit gaan voelen.
  • En bovenop dit alles komt ook nog eens dat we wellicht minder in beweging zijn. Het werk in de tuin ligt stil, het ‘buitenpoetswerk’ is opgeschort tot in de lente, we gaan minder vaak wandelen of fietsen, … Nu is beweging van het allergrootste belang om de opruimcapaciteit van ons lichaam te verhogen. Bij beweging gaat ons bloed immers sneller stromen, en dus worden meer afvalstoffen uit het lichaam meegenomen, richting lever en nieren, die voor de uitscheiding van die stoffen zorgen.

Mijn remedie tegen winterblues en voorjaarsmoeheid?
MAAK GEREGELD EEN WINTERWANDELING!

Zo’n winterwandeling brengt je hele lichaam in beweging. Kleed je goed aan, aangepast aan de weersomstandigheden en trek erop uit, het liefst ergens de vrije natuur in. Het feit alleen al dat je je vier muren verlaat en de wijde wereld intrekt, maakt dat je humeur er stukken op vooruitgaat.

Maar er gebeurt meer op zo’n winterwandeling: Je bloed gaat feller stromen, door de beweging én door de kou. Je ademt dieper in en krijgt meer zuurstof binnen. Als er zon is, dan doet die op zich al zijn helende werk, en zelfs als er geen zon is, krijg je meer licht over je heen. En dat wordt dan letterlijk ‘licht in donkere dagen’.

Na een winterwandeling krijg je het lekker warm en word je ‘gezond moe’. Wist je dat je na zo’n wandeling ook beter en dieper slaapt? En dat juist die slaap ook weer een hele resem aan helende activiteiten in gang zet?

Het moge duidelijk zijn, een winterwandeling geeft, als je er goed op voorbereid bent, niets dan voordelen. Gewoon doen, dus, zou ik zeggen …

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Die goede voornemens …

’t Is weer eens de tijd van het jaar waarin talloze goede voornemens het licht zien. De een heeft er een heel lijstje van vol, de ander begint er gewoon niet meer aan, want … hoeveel goede voornemens zijn niet al van voor je eraan begint een verloren zaak?!?

En toch begint elke tocht op weg naar een gezonder en gelukkiger leven wellicht met goede voornemens. Vandaar mijn schrijven, deze keer – jawel, precies in deze tijd van het jaar! – om je toch een beetje op weg te helpen om er deze keer écht iets van te maken …

Enkele tips op een rijtje:

  • Veranderingen maak je best in kleine stapjes. Je hersenen én je body kunnen het niet aan om al te grote stappen ineens te zetten. Ze gaan dan als het ware protesteren. Ze boycotten jouw goede voornemen om het nu eens helemaal anders te gaan doen. Vandaar dus tip nummer één: kies uit jouw lijstje met goede voornemens er ééntje uit. Zoek exact dat ene ding dat je nu wil aanpakken en ga daarmee aan de slag.
  • Heb jij jouw éne goede voornemen gevonden? Neem het dan, voor je eraan begint, eens onder de loep. Is het een groot voornemen of eerder een kleintje? Hoe groot schat je jouw kans in om dit goede voornemen tot een succes te maken? Als dat minder dan 95% is, dan moet ik je tot mijn spijt meedelen dat het wellicht weer een mislukking zal worden. Maar misschien kun je dan dit ’te grote voornemen’ opdelen in kleinere stapjes. Ga dan op 1 januari met het eerste van die stapjes aan de slag. En pas als dat eerste stapje echt een gewoonte is geworden, ga je voor een tweede luikje van dat ene goede voornemen. Wedden dat het je dan veel beter lukt?
  • Tip nummer twee: wees heel concreet bij het opstellen van je goede voornemen. Zeg niet: ‘Ik ga wat meer bewegen’ of ‘Ik ga wat minder snoepen’. Met dit soort uitspraken kun je jezelf immers blijven bedriegen. Want wat is ‘meer bewegen’ of ‘minder snoepen’? Meetbaar wordt het als je zegt: ‘Ik ga drie keer in de week een half uurtje wandelen’ of ‘Ik snoep alleen nog in het weekend’ of ‘Ik doe elke morgen voor ik ga douchen een vooraf bepaalde reeks stretchoefeningen’ of ‘Ik eet niks meer na het avondmaal’. Hoe concreter je voornemen, hoe makkelijker het wordt om het vol te houden. Juist omdat er geen grijze zone is, gaat het alarmbelletje makkelijker rinkelen.
  • Mijn volgende tip is er eentje om je zwakke kantjes een beetje te helpen omzeilen. Voel eens het verschil tussen de uitspraken: ‘Ik ga nooit meer alcohol drinken!’ en ‘Ik weet niet of ik ooit nog weer ga drinken, maar vandaag beslist niet!’
    Die eerste uitspraak klinkt wellicht ook voor jou ‘massaal’ en dus ga je van te voren al een beetje steigeren. Die tweede uitspraak lijkt veel makkelijker. De truc bestaat erin dat je elke dag opnieuw dat tweede voornemen maakt, tot het vanzelf een goede gewoonte is geworden.
  • En nu de ‘anti-perfectionistische-tip’. De grootste valkuil op weg naar een gezonder en gelukkiger leven is perfectionisme: ‘Als ik mij niet helemaal en altijd en voor de volle 100% aan mijn voornemen houd, dan is het een verloren zaak!’ Beter is het om mild te zijn met jezelf als je even struikelt. Goede gewoontes creëer je door, nadat je even van het pad bent afgeweken, zo vlug mogelijk weer op de kar te springen. Wacht niet tot maandag of tot de eerste van de volgende maand of tot het weer eens nieuwjaar wordt. Gestruikeld? Wees mild, vergeef het jezelf … en begin vandaag nog opnieuw!
  • En tot slot een allerlaatste tip: je hoeft niet te wachten tot nieuwjaar of je verjaardag of een andere bijzondere dag om met een goed voornemen van start te gaan. Bedenk wat je wil, maak het haalbaar en concreet … en begin er dan maar aan!

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Over ‘Meneer doktoor’ en soortgenoten …

Een beetje een vreemde foto hierboven, om je mee te nemen in een woordenspielerei rondom het woord ‘dokter’. Het is een foto van een Indiaanse Dream Catcher, een dromenvanger. En daarmee wil ik al direct de toon zetten van deze blog. Er is meer in het ‘land van genezen’ dan alleen wat wij in het Westen onder geneeskunde verstaan. Lees je even mee?

Meestal spreken wij over een dokter. Vroeger werd hij – ja, toen inderdaad meestal een man, nu vervrouwelijkt ook dat zorgende beroep steeds meer – met veel eerbied ‘meneer doktoor’ genoemd. Het woord ‘dokter’ en het woord ‘doctor’ zijn verwant met elkaar. Een ‘doctor’ is iemand die in een bepaald wetenschappelijk werkveld gedoctoreerd heeft. Dat wil zeggen dat hij of zij na een basisopleiding verder gestudeerd heeft en vaak ook onderzoekswerk verricht heeft om op die manier die hogere titel van ‘doctor’ te behalen. Zo heb je een doctor in de fysica, een doctor in wijsbegeerte en letteren, een doctor in de politieke wetenschappen … en een doctor in de geneeskunde. Die laatst noemen wij ‘dokter’, en eigenlijk zeggen we daarmee dat hij of zij iemand is die het menselijk lichaam heeft leren kennen in zijn gezonde en vooral ook in zijn zieke toestand. Zo iemand heeft langer gestudeerd dan normaal, zo’n zeven jaar of meer, om mensen te kunnen helpen als ze ziek zijn, en dat geeft hem of haar die titel van ‘dokter’.

Een ander woord voor dokter is ‘arts’. Het is een woord dat via het Duits en het Latijn uit het Grieks afkomstig is. Het betekent zoveel als ‘oppergeneesheer’, de hoogste geneesheer aan het hof. De ‘archiatros’ was diegene die leiding gaf over allen die in een bepaalde regio met geneeskunde bezig waren. Je zou het een beetje kunnen vergelijken met hoe bij ons zorgkundigen en verplegend personeel, de apotheker en de kinesist in een ziekenhuis, onder leiding van de arts, samen instaan voor de zieke mensen die hun zijn toevertrouwd.

Een volgende ronde rondom die ‘meneer doktoor’.

Een dokter is iemand die ‘geneeskunde’ of ‘medicijnen’ heeft gestudeerd. Dat laatste is overduidelijk waar. Onze huidige dokters worden opgeleid om met medicijnen, met medicamenten aan de slag te gaan. Zij leren de mens kennen, meer bepaald in alles wat hem kan mankeren. Zij leren ook de wereld van de medicijnen kennen, en da’s een gevaarlijke wereld, want de meeste van die medicamenten zijn in meerdere of mindere mate giftig. Zij die medicijnen studeren leren dus in gedoseerde mate vergif toe te dienen opdat de ziekmakende elementen – bacteriën, virussen, schimmels, … – eraan zouden sterven, zodat de patiënt weer gezond zou kunnen worden. Zij leren symptomen van ziekte bestrijden met medicamenten. En zo gebeurt het op vandaag meer en meer dat mensen vanaf een bepaalde leeftijd medicijnen beginnen te slikken, waar ze voor de rest van hun leven niet meer van af geraken. Deze mensen lijken dan gezond, … maar zijn ze dat wel?!?

Het woord ‘geneeskunde’ spreekt voor mij over veel meer dan alleen maar het toedienen van medicijnen. Het is de kunde, de kunst om mensen te genezen, om ze weer écht gezond te maken, dus … Daar hoort, naar mijn bescheiden mening, een gezonde levenswijze bij: gezonde voeding, een goede nachtrust, voldoende beweging (en nog het liefst in de vrije natuur), gezonde manieren om met stress om te gaan, … Daar horen ook ‘niet toxische’ behandelingen van klachten bij: dieptemassage of osteopathie bij pijnklachten, Bachbloesems bij emotionele overlast, homeopathie, zuiveringskuren, goed gekozen voedingssupplementen, …

Een laatste woord wil aan ik deze spielerei toevoegen: ‘heling’. Heling komt van ‘helen’, van ‘weer heel maken’. Het gaat om wat gebroken was en uiteengevallen weer samen te voegen en tot één geheel te maken. Mensen lopen doorheen hun leven nogal wat barsten en breuken op, en dat niet alleen op het fysieke vlak. Denk maar de aan breuken met mensen die je dierbaar waren. Denk ook aan breuken in je ziel toen je keuzes maakte, eerder uit winstbejag of maatschappelijk aanzien dan vanuit je eigen wezen en wat bij je paste. Ook dat soort barsten en breuken maken dat een mens onvoldaan in het leven staat … en meer dan eens is dat de dieperliggende oorzaak van zijn ziektes. Heling kan zorgen voor hernieuwde gezondheid als er verzoening komt met wat is geweest en als vanop dit punt van verzoening dan wel juiste keuzes worden gemaakt.

Het kan echter ook dat het met de fysieke gezondheid al zo ver ontspoord is, dat genezing niet meer mogelijk is. Ook daar kan heling echter nog heel veel in beweging zetten. Wat dacht je vb. van verzoening op het sterfbed, van uitspreken waar je meent te hebben gefaald in het leven, van het accepteren van een zegen over wie jij bent en wie je bent geweest. Vaak zetten mensen op het allerlaatst nog een bijzonder grote stap, een stap in zelfacceptatie. Zoals het is geweest, met alle butsen en builen, zo is het goed geweest. Ik kan in vrede sterven.

In een laatste alinea maak ik de kring rond. In het Westen hebben wij ‘geneeskunde’ al te zeer verengd tot alleen maar ‘medicijnen’. Als ik kijk naar de medicijnman van de Indianen en naar andere helers uit natuurvolkeren, dan zie ik dat ‘genezen’ uit zoveel meer bestaat dan ‘medicamenten’ alleen. Van de medicijnman wil ik leren dat ook de dromenvanger zijn plaats heeft in het hele plaatje …

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Kome wat komt …

Hij komt, hij komt,
die lieve goede Sint.
Mijn beste vrind, jouw beste vrind,
de vrind van ieder kind …

Weet je nog, toen je kind was, die weken en dagen net voor Sinterklaas. Bij mij begon de pret én het spanningsvol uitkijken al met de eerste reclameboekjes met Sinterklaasspeelgoed die lang van tevoren met de post mee thuis geleverd werden. Dagenlang konden mijn zussen, mijn broer en ik in die boekjes bladeren en dromen over wat we van de Sint allemaal graag hadden gekregen. Ik denk dat mijn lijstje bij momenten stond voor ettelijke duizenden franken.

En dan kwam die bewuste Sinterklaasavond … en was het uitkijken naar wat er uiteindelijk in je schoen terecht zou komen. Dat was lang niet alles wat op het verlanglijstje stond – ondertussen concreet gemaakt in een brief met uitgeknipte en opgeplakte prentjes uit de bewuste boekjes. Soms werd het zelfs iets helemaal anders dan waar ik van gedroomd had. En toch, altijd bleek dat wat ik kreeg iets was dat bij mij paste, iets waar ik blij mee was, iets waar ik iets aan had.

Weet je, zo is het met het leven ook …

Als ik terugkijk naar alle verlangens die ik ooit heb gehad, dan zie ik dat sommige daarvan gewoon werkelijkheid geworden zijn. Andere zijn dat juist niet, integendeel zelfs, er is niks van waar geworden. Nog andere verlangens kregen een heel andere invulling dan hoe ik het me voor ogen had gezien, maar achteraf moet ik toegeven dat de manier waarop die verlangens zich in mijn leven hebben gemanifesteerd, beter zijn uitgedraaid dan ik het zelf had kunnen verwezenlijken. Alsof het leven zelf het beter voor me wist dan ik dat deed …

Mag ik een vergelijking maken met die Sinterklaasboekjes van weleer om je te vertellen over de verlangens in het leven? Wel, het begint allemaal met durven dromen. Soms gaat dat vanzelf, soms heb je daar een beetje hulp bij nodig. Dat kan de reclame zijn die op je afkomt, dat kan een voorbeeld zijn van een belangrijk iemand in je leven, dat kan iets zijn wat je leest of leert op school of dat op welke manier dan ook op je pad komt. Hoe dan ook, op die manier kom je tot een ‘verlanglijstje voor jouw leven’.

En daar ga je dan voor. Sommige dingen worden je zomaar aangereikt. Voor andere doe je heel veel moeite, al dan niet met positief resultaat. Meer dan eens komt zelfs iets op je af dat je als ‘negatief’ ervaart: je vindt niet de job van je dromen, die partner van jouw blijkt niet de gedroomde prins op het witte paard, het kind waar je naar verlangde laat veel te lang op zich wachten, … Zo loutert het leven dat verlanglijstje van jou, tot uiteindelijk dat overblijft waarvan het leven zelf – of nee, het Léven, met grote L en met accent! – weet dat het jou zal geven waar je ten diepste naar verlangt.

Die loutering, die doet pijn! Het is niet leuk verlangens te moeten opgeven, het vraagt vaak worsteling los te laten wat blijkbaar niet voor jou is weggelegd. Als je echter dat schaafwerk laat gebeuren – en als je je wat meer laat leiden door wat het leven je aanreikt – dan kom je uiteindelijk tot die dingen die écht belangrijk zijn. Vaak zie je dan ook dat je eerste verlangens ofwel op een andere manier ingevuld zijn geraakt dan jij het voor je had gezien, ofwel helemaal niet hoefden waargemaakt om jou gelukkig te maken.

Eens je dat begint te zien, kun je de stap zetten van ‘Hij komt, hij komt’ naar ‘Kome wat komt …’ Het gaat erom te leren vertrouwen dat al wat jij op je levenspad voor de voeten krijgt, uiteindelijk goed voor je zal blijken te zijn. Het gaat er ook om te durven loslaten, niet langer grijpend in het leven te staan als wel ontvangend.

Een laatste mijmering hieromtrent …

Ik zie oude mensen die tevreden zijn. Het zijn die oude mensen bij wie je graag op bezoek gaat. Ze hebben niet alles gekregen wat ze wilden, ze hebben wel geleerd voluit te leven met wat ze kregen. Ik zie ook oude mensen die verbitterd zijn. Ze zijn blijven hangen aan wat ze hadden gewild, ze hebben niet geleerd te zien wat ze uiteindelijk wél hebben gekregen. Ze blijven vechten en wachten en hunkeren, ze zijn niet tot rust – tot berusting – gekomen. Als ik één verlangen voor mezelf en voor mijn verdere toekomst mag verwoorden, dan is het dit: dat ik die weg mag gaan die mij toelaat om zo’n tevreden oude mens te worden.

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Een nieuwe kijk op gezondheid

Vandaag neem ik je mee op een trip doorheen een veranderend landschap van ziekte en gezondheid. De tijden veranderen, de ziektes veranderen, … en dus moeten ook de remedies mee veranderen, willen we gezondheid behouden of creëren.

Welvaart creëert nieuwe ziektes

Sinds het einde van de tweede wereldoorlog is de welvaart in de westerse landen fors de hoogte ingeschoten. En het dagelijks leven is in diezelfde mate veranderd. Wij kennen geen honger meer, we hebben comfortabele huizen, er bestaat een goed uitgebouwde ziektezorg … en ziektes die vroeger dodelijk waren, zijn ofwel uitgeroeid, ofwel heel sterk onder controle.

De beschikbaarheid van voldoende voedsel én een verbeterde hygiëne hebben gezorgd voor het stilletjes aan verdwijnen van heel wat infectieziektes. Moeders sterven minder in het kraambed omdat dokters hun handen wassen, goede voeding zorgt voor minder kindersterfte, en dus leven we globaal gezien langer.

De laatste 50 jaar zien we echter nieuwe ziektes ontstaan, ziektes die ik ‘leefstijlziektes’ zou willen noemen: obesitas (en dat zelfs al bij peuters!), diabetes type 2, hart- en vaatziekten, kanker, dementie in al zijn vormen, enz. Medicijnen lossen bij deze ziektes de problemen niet op. Ze onderdrukken alleen levenslang de symptomen … tot het lichaam echt niet meer kan, en het dan maar opgeeft, vaak na een lange lijdensweg.

Deze nieuwe ziektes dagen ons uit om een nieuwe kijk op gezondheid te ontwikkelen. Het wordt des te belangrijker om ons te gaan focussen op de oorzaken van deze ziektes. Als we kunnen achterhalen hoe deze ziektes ontstaan, dan kunnen we er pas écht iets aan gaan doen. En meer en meer artsen kijken inderdaad die kant uit. Allemaal komen ze op het spoor van de ‘leefstijlgeneeskunde’. Dan het gaat in wezen om ’tevelen’ en ’tekorten’: een te veel aan toxische stoffen en een tekort aan voedende stoffen, een te veel aan stress en een tekort aan echte ontspanning, een te veel aan zitten en een tekort aan beweging, …

Een nieuwe kijk op gezondheid … zal dus op je leefstijl moeten gaan focussen: Hoe kun je je lichaam (en dat van je naasten) geven wat het écht nodig heeft? En hoe kun je ‘detoxen’ van al die overload van ons moderne leven?

Niet alleen het lichaam, maar ook de geest

Tegelijk gaan we een stap verder, want in klassieke geneeskunde wordt nog altijd vooral het lichaam benaderd als ‘ziek en moet weer gezond worden’. Dat er ook een psyche bestaat, ja, dat hebben we al door … maar daarvoor moet je wel bij een heel bijzonder soort dokter langs: de psychiater! Dat lichaam en geest één zijn, dat heeft onze huidige klassieke medische wereld nog niet door.

Dat die ’tekorten’ of ’tevelen’ ook kunnen zorgen voor depressie en angststoornissen, voor ADHD of autisme, voor diep ongelukkig zijn en zelfs voor zelfmoordneigingen, … dat is nog geen gemeengoed.

Daarom moeten we ons bij de ‘nieuwe kijk op gezondheid’ niet alleen op het lichaam focussen, maar ook op de emoties, de gedachten en zelfs op het meest wezenlijke, nl. de zin van het leven.

Jij wil zelf deze weg op gaan?

Wil je er graag meer over weten en je eigen gezondheid op deze ‘nieuwe’ manier verbeteren, neem dan contact met me op (hilde@gezondheid-wijzer.com of 0492/647436). 

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Ziek, zieker, ziekst!

Ik stel je een vraag: ‘Wie is het meest ziek? Hij of zij die aan diabetes lijdt en trouw zijn medicijnen neemt, of veeleer hij of zij die ziek als een hond met de griep in bed ligt? Of nog, iemand die depressief is of iemand die aan astma lijdt? Of als je moest kiezen tussen hij of zij die aan een hartkwaal lijdt en hij of zij die opgesloten zit in het verdriet om het verlies van een kind?’

Misschien denk jij nu wel: ‘Wat een knettergekke vragen! Je kunt de ene ziekte toch niet zomaar tegen de andere afwegen. Trouwens, is dat niet eerder subjectief. Je bent zo ziek als jij je voelt!’

Wel, nee, dat is niet helemaal waar. De ene ziekte weegt wel degelijk zwaarder dan de andere. En het is niet altijd de ziekte die het meest ziek aanvoelt, die ook de ergste is. En juist daar wil ik met deze blog een beetje meer klaarheid in brengen.

Gezond is de mens die …

Ooit al eens bij die vraag stilgestaan?
Wie is gezond?
Of beter nog: Wat is het doel van gezondheid?

Je zou kunnen zeggen: ‘Gezond is de mens die vrij van pijn en zonder klachten is.’

Je zou echter nog een hele stap verder kunnen gaan, en zeggen: ‘Gezond is de mens die zonder pijn en zonder klachten is, en daarvoor geen medicijnen hoeft te nemen.’ Of nog: ‘Gezond is de mens die zijn dromen waar kan maken, en dat zonder daar belemmeringen door eigen beperkingen bij te ondervinden.’ Of weer een beetje anders: ‘Gezond is de mens die met al zijn capaciteiten kan bijdragen tot het geluk van zichzelf, van de mensen rondom en van de hele wereld.’

Dat laatste klinkt toch wel een beetje anders dan alleen maar vrij zijn van pijn en ongemakken, is het niet?

Acuut versus chronisch

Een acute ziekte kan je vellen, onverwacht en totaal. Denk maar aan een griep die op je valt en je à la minute het bed doet houden. Koorts en rillingen, zo slap als een vod, geen honger en geen zin om ook maar iets te doen.

Als iets ziek aanvoelt, dan is dát het wel. En toch is je lichaam op dat moment maar één stap verwijderd van gezondheid. Een acute ziekte is immers een ‘opruimactie’ van je lichaam. Misschien ging je een beetje te ver door en maakte vermoeidheid dat je minder weerbaar was tegen de ziekte. Misschien at je wat minder gezond, waardoor je lichaam een beetje te veel vervuild raakte. Of misschien was je gewoon eventjes iets minder vitaal, waardoor de ziekte je in zijn greep kon krijgen.

Het gevolg is dan een acute ziekte. Dan kan griep zijn, maar ook een verkoudheid, eventjes een felle diarree, al dan niet gepaard met misselijkheid en braken, of een eenmalige ontsteking van een gewricht die pijn geeft en je belemmert in je bewegingen.

Het beste wat je met zo’n ziekte kan doen is: rusten, vasten, je lichaam de tijd en de ruimte geven de ziekte zelf te bekampen. Laat je dat gebeuren, dan voel je je achteraf beter dan voordien: fitter, energieker, bevrijd van iets wat niet goed voelde.

Bij kinderen zie je dat het meest duidelijk: na elke kinderziekte – en wat is zo’n kinderziekte anders dan een acute ‘opruimactie’ – maken ze een groeispurt door. Plots kunnen ze iets wat ze voordien nog niet konden. Er is na de kinderziekte immers energie op overschot, energie die gebruikt kan worden om een verdere ontwikkeling aan te gaan.

Een chronische ziekte is heel anders van aard. Denk maar aan diabetes of aan een te hoge bloeddruk, al dan niet gepaard gaand met het dichtslibben van je slagaders, aan hoofdpijn die heel regelmatig terugkeert of aan een chronische ontsteking van één of meerdere gewrichten.

Een chronische ziekte is een ziekte die lang blijft duren of zelfs niet meer overgaat. Vaak krijg je dan voor de rest van je leven medicijnen te slikken, waardoor het wel weer lijkt te lukken. Je lijkt minder ziek dan bij een acute ziekte, maar in wezen ben je zwaarder ziek. De ziekte tekent immers je hele verdere leven.

Een rangorde vertelt je over de ernst van je ziekte

Jij bestaat uit één geheel, maar dat éne geheel kan wel in verschillende lagen opgesplitst worden. Jij bestaat voor een deel uit je fysieke lichaam, maar ook uit je emoties en je gedachten. En door dat alles heen spreekt wie jij in wezen bent.

Je zou jezelf dus kunnen opdelen in fysieke, emotionele, mentale en spirituele aspecten van jezelf. En in al die aspecten kun je gezond zijn of in mindere of meerdere mate ziek.

Wie spiritueel ziek is – geen zin meer in het leven ziet, geen liefde meer kan geven, noch ontvangen, niet meer gelooft in zijn waarde als mens – is het meest fundamenteel ziek. Wie alleen fysiek ziek is, heeft dan misschien wel last van zijn ziekte, maar kan nog zoveel betekenen, voor zichzelf, voor anderen en voor de wereld. Denk maar aan Beethoven die, doof geworden, nog zijn mooiste symfonieën schreef. Of aan Stephen Hawking die, gekluisterd aan zijn rolstoel en met behulp van spraaktechnologie, studenten rondom zich verzamelde en hen de wonderen van de kosmos openbaarde.

Je zou dus kunnen zeggen: Wie alleen fysiek ziek is, is het minste ziek. Wie emotioneel ziek is – van ontevredenheid over angst en verdriet naar depressie, al dan niet met zelfmoordneigingen – is meer ziek. Wie mentaal ziek is – van vergeetachtigheid over waanvoorstellingen en achtervolgingswaan tot volledige mentale verwarring (vb. dementie) -, gaat nog een stapje verder. En wie spiritueel ziek is, is het meeste ziek.

Binnen elk van die aspecten kunnen we weer een rangorde opstellen. Nemen we het fysieke aspect, dan is het duidelijk dat een ziekte aan de hersenen of het hart veel ernstiger is dan een ziekte aan een van beide longen of aan een van beide nieren. En dat is op zijn beurt weer ernstiger dan een kwaal aan één bot of één spier. Het minst ziek ben je als alleen je huid last heeft.

Ja, dat kan allemaal wel, maar wat is nu het nut van dit inzicht?

Dat is inderdaad de volgende en meest belangrijke vraag!
En om op die vraag een antwoord te geven, geef ik je een paar tips:

  • Ben je acuut ziek, prijs je dan gelukkig. Je bent op een haar na gezond! Het beste wat je nu kunt doen, is gewoon uitzieken. Wedden dat je je achteraf beter voelt dan voordien?
  • Word je chronisch ziek, ga dan niet zomaar akkoord met medicijnen die je voor de rest van je leven moet slikken. Ga na of een veranderingen van levensstijl – anders eten, meer ontspannen, meer bewegen, voldoende nachtrust, … – een verschil kunnen maken.
  • Moet je toch aan de medicijnen, ga dan na of je geen ‘ergere’ klachten ontwikkelt, vb. door de nevenwerkingen van bepaalde medicijnen. Is dat wel het geval, dan is het beste advies dat ik je kan geven: Ga op zoek naar een andere manier om met je klachten om te gaan. Want doe je dat niet, dan evolueert het vast van kwaad naar erger.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

Geniet van de zon!

Daar is de lente, daar is de zon … bijna, maar ik denk dat ze weldra zal komen, zingt Jan De Wilde in zijn liedje. En inderdaad, als de eerste lentezon zich op het eind van de winter al vertoont, dan begint het bij mij te kriebelen. Dan zou ik zelf ook wel willen zingen … of in de tuin gaan werken … of een lange wandeling maken in de vrije natuur …

Want de zon geeft léven, de zon geeft nieuwe energie!

Het zonnevitamientje

Als wij in de zon komen met ontblote huid – en dan liefst niet preventief ingesmeerd met zonnebrandcrème – wordt in onze huid onder invloed van de zon vitamine D aangemaakt.

Vitamine D zorgt er niet alleen voor dat we ons beter gaan voelen en dat de winterblues plaats maakt voor lentekriebels, ze zorgt ook voor een goede werking van ons immuunsysteem, zodat we minder vlug ziek worden. Ze helpt de calciumspiegel in ons lichaam op peil te houden, zodat we sterke botten en sterke tanden behouden. Vitamine D draagt zorg voor een gezond hart, gezonde bloedvaten, gezonde hersenen en zenuwen, en helpt zelfs om een normale bloedsuikerspiegel en een normaal gewicht te behouden.

Als een beetje zonlicht op onze huid dat allemaal voor ons kan doen, dan zouden we ons naar buiten moeten haasten van zodra de zon ook maar een beetje om het hoekje komt piepen. Helaas, wij zitten te vaak en te veel binnen, en dat bevordert onze gezondheid niet.

Zonnebrand

Is de zon dan niet ook gevaarlijk voor ons? Moeten we ons niet dik, dik, dik insmeren tegen zonnebrand?

Wel, ja en nee … De zon kan gevaarlijk zijn, maar alleen als wij ‘onverstandig’ gaan zonnen. Veel meer dan gevaarlijk is de zon gezond voor ons. Zonder zonlicht kunnen wij niet leven. Maar daarover verder meer, eerst iets over ‘gezond zonnen’.

De zon is gevaarlijk … als wij onvoorbereid ineens in felle zon uren gaan liggen bakken. Je begrijpt dat jezelf laten verbranden geen goed idee kan zijn. Maar jezelf beschermen – of tenminste, denken dat je beschermd bent – met een zonnebrandcrème factor ik-weet-niet-hoeveel is ook niet gezond. De crème voorkomt dat je huid het te warm krijgt en verbrandt, maar de meest schadelijk stralen van de zon worden er niet door tegengehouden.

Beter is het de huid geleidelijk aan te laten wennen aan de zon. Dan krijg je beetje bij beetje een bruin kleurtje, en juist dat bruine kleurtje is je eigen natuurlijke bescherming tegen de zon. Stel je huid iedere keer het mooi weer is een beetje meer aan de zon bloot, en je lichaam zorgt zelf voor de beste bescherming die je kunt krijgen. Als je in de lente begint met regelmatig een uurtje ‘zonnen met blote armen en benen’, dan mag je in de zomer best wat langer in de zon.

De zon en het dag-en-nacht-ritme

Eén van de dingen die de zon – en het zonlicht, het daglicht – ook met je doet, is je ’s morgens wakker maken. Wie op een natuurlijke manier wakker wordt, gewekt door het licht, zal vanzelf makkelijker de dag beginnen. Evenzo zouden we vanzelf moe moeten worden als het daglicht vermindert. En daar gaat het in onze moderne tijden fout. Lang nadat de zon is ondergegaan, blijven wij wakker en alert … door het gebruikt van kunstlicht en blauw licht uit TV, computer, tablet, smartphone, …

Wie last heeft van vermoeidheid overdag zou het eens moeten proberen: laat je ’s morgens wekken door het daglicht en zorg ervoor dat ’s avonds het licht minder fel wordt. Vermijd vooral blauw licht, vanaf zo’n tweetal uur voor je gaat slapen. Laat geel licht – kaarslicht of gedempt licht – je helpen om de overgang van activiteit naar slaap te maken.

En er is meer: zonlicht moet je eten …

Dr. Henk Fransen, een Nederlandse arts die zwaar zieke mensen helpt gezonder te worden, beschrijft het als volgt: elke cel van ons lichaam heeft zonlicht nodig om zijn functies te kunnen uitvoeren. Een gezonde cel is een cel vol licht, een donkere cel is een zieke cel. Wil je gezond worden, voed dan je lichaamscellen met licht!

Klinkt gek, is het niet ?!?

Maar als je de man verder beluistert, dan besef je dat het in wezen heel eenvoudig is. Via de huid en ook via de ogen kunnen we het zonlicht rechtstreeks absorberen, dat is waar. Maar dat is onvoldoende om al onze cellen vol licht te krijgen. Om dat te laten gebeuren, moeten we zonlicht eten.

Jawel, zonlicht eten …

… en dat kan heel makkelijk, want planten zetten zonlicht om in voedsel dat wij kunnen eten. Denk maar aan de fotosynthese, waardoor groene bladgroenten ontstaan. Verse groeten en vers fruit bevatten ‘eetbaar zonlicht’ in alle kleuren van de regenboog. Zieke mensen hebben dus – naast de zon op hun huid – een overdosis aan verse groenten en fruit nodig, minstens een deel daarvan in de vorm van rauwkost.

En gezonde mensen … blijven gezond als ook zij hun cellen voeden met vers, door de natuur geproduceerd zonlicht!

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

Wij zijn anders ziek dan de generaties voor ons

Er was een tijd …

Er was een tijd dat mensen nog stierven aan een gewone griep of aan een of andere kinderziekte. Er was een tijd dat moeders veelvuldig in het kraambed overleden. Er was een tijd waarin ondervoeding en een vervuilde leefomgeving mensen zo zwak maakte dat ze bezweken aan de geringste infectie.

In die tijd waren er twee grote oorzaken van het ziek worden en overlijden van mensen:

  • Er was het probleem van onvoldoende voedsel en vooral ook een te geringe variatie in voedingsmiddelen. Van de grote diversiteit aan vitamines, mineralen en andere gezondheid bevorderende stoffen in voeding wist men toen nog niks. Zo kon het gebeuren dat zeelieden stierven aan scheurbuik door een tekort aan vitamine C. Zo kon het ook gebeuren dat in Londen in de 18de en de 19de eeuw veel kinderen leden aan rachitis, een ziekte waarbij de beenderen in het lichaam te zwak waren en makkelijk bogen of braken. Rachitis ontstond door een tekort aan zonlicht en daardoor een gebrek aan vitamine D.
  • Er was ook het probleem van een gebrek aan hygiëne. In de middeleeuwen kon de pest uitbreken omdat mensen zich onvoldoende wasten en omdat ze het vuil gewoon open op straat lieten liggen. In vroegere tijden stierven ook veel vrouwen aan kraamvrouwenkoorts. In 1847 ontdekte dr. Semmelweis dat hygiënische maatregelen het aantal vrouwen dat stierf in het kraambed sterk naar beneden kon halen. Hij raadde dokters en vroedvrouwen aan de handen te desinfecteren voor elke hulp bij een geboorte. Hij werd erom uitgelachen en gek verklaard … en pas na zijn overlijden ging men inzien dat hij toch gelijk had.

… en daar ontstond onze huidige geneeskunde uit!

Er was dus een tijd dat onvoldoende gezonde voeding en een gebrek aan hygiëne voor de meeste overlijdens zorgden. Het was dan ook een zegen toen medicijnen als penicilline en antibiotica ontdekt werden. Het was tegelijk een zegen dat mensen van zuiver water en een meer gevarieerde voeding konden genieten. Dat heeft gemaakt dat de levensduur van mensen in stijgende lijn ging. Mensen leefden langer én bleven langer gezond.

Daar is onze huidige klassieke geneeskunde groot in geworden. Ze heeft het sterven aan eenvoudige infectieziektes zo goed als uit de wereld geholpen. En inderdaad, ook in landen uit de derde wereld gaat het de goede kant uit, zeker daar waar goede voeding en voldoende hygiëne ingang vinden.

Maar het tij keert …

Sinds de tweede helft van de vorige eeuw is echter een manier van leven ingezet, die leidt tot nieuwe ziektes. Voor het eerst in de geschiedenis kan de jongste generatie er niet van uitgaan langer en gezonder te zullen leven dan hun ouders en grootouders. En dat heeft alles te maken met onze manier van leven.

We eten (veel te) veel, we eten onnatuurlijk voedsel, we eten kant-en-klaar en dus onvoldoende vers. We wonen in goed geïsoleerde en sterk verwarmde ruimtes. Van onvoldoende hygiëne zijn we doorgeslagen in overdreven hygiëne, waardoor we te weinig weerstand opbouwen. Jan Modaal leeft vandaag luxueuzer dan koningen uit vroegere tijden. Obesitas, diabetes, intoleranties en allergieën, dementie, kanker en vele andere welvaartsziektes zijn het gevolg daarvan.

Tegelijk leven we in een wereld waarin alles altijd vlugger en heftiger en meer moet. We kennen geen rust meer, geen echte recuperatie, geen ’terug-naar-de-bron’. In ons leven is hoe langer hoe minder stilte, hoe langer hoe minder lege tijd en niets doen. We gaan overkop aan de rush waarin we leven. Stress, depressie, burn-out, … zijn het resultaat hiervan.

Nieuwe ziektes vragen een andere aanpak

In de reguliere geneeskunde pakt men de symptomen van deze nieuwe ziektes aan met ‘oude’ medicijnen: antibiotica, ontstekingsremmers, pijn verdovende middelen, cholesterol verlagende middelen, diabetesmedicijnen, chemo- en radiotherapie, … Vaak zie je dat mensen deze medicijnen (te) regelmatig of zelfs blijvend moeten nemen. Dit  laatste toont dat alleen het ziektebeeld onderdrukt wordt, en de kwaal niet werkelijk genezen raakt.

Is het niet logisch dat ziektes die ontstaan door een ontspoorde levensstijl, ook door een verandering van die levensstijl genezen moeten worden? Is het niet logisch dat ziektes die ontstaan door te veel en ongezond eten, aangepakt moeten worden door de voeding in de juiste richting aan te passen? Is het niet logisch dat mensen met stress en depressie en burn-out beter gediend zouden zijn met een ’terug-naar-de-natuur’ dan met verdovende en onderdrukkende medicijnen?

Deze ‘nieuwe ziektes’ vragen inderdaad om een andere aanpak. Ziektes die ontstaan door een leefstijl te ver van de natuur af, kun je het beste genezen door een terugkeer naar de natuur: gezonde voeding, voldoende beweging – liefst in de vrije natuur -, voldoende échte rust en ontspanning, plezier in de dingen die je doet, het volgen van jouw unieke levensweg.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in. 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨