Een postzegel met daarop verschillende skeletten in beweging.

Over botten en gewrichten

Na een eerste blog over bewegen – Leven is bewegen – volgt een tweede, over botten en gewrichten, deze keer. Want ja, beide heb je nodig om te kunnen bewegen. Samen staan ze voor stevigheid en beweeglijkheid. Met botten alleen kom je er niet, want dan wordt stevigheid alleen maar star. Met gewrichten alleen kom je er niet, want dan wordt beweeglijkheid alleen maar flodderig. De combinatie van botten en gewrichten vormt een soepel maar stevig geheel, een beweeglijke stevigheid en een stevige beweeglijkheid.

Over botten …

Om te kunnen bewegen hebben we een skelet nodig, een structuur van botten die ons lichaam vorm en stevigheid geeft. Het menselijk skelet is zo gebouwd dat wij rechtop kunnen lopen, dat wij ons hoofd kunnen draaien en zo alle kanten uitkijken, dat wij onze handen kunnen gebruiken om aan handenarbeid te doen en nog zoveel meer.

Ons beenderstelsel heeft vijf belangrijke functies:

  • Structuur van het lichaam: Het skelet van mens of dier bepaalt de vorm van die mens of dat dier. Het is een geraamte waaraan spieren en organen zijn vastgemaakt, zodat elk deel in het lichaam op zijn juiste plaats blijft.
  • Opslag van mineralen en vetten: Onze botten bevatten een schat een mineralen. Omdat er in ons lichaam een voortdurend evenwicht moet zijn, worden die mineralen soms ingezet om tekorten elders in het lichaam aan te vullen. En het beenmerg bestaat uit vetten, en die vormen dan weer een energiereserve voor moeilijke tijden.
  • Vorming van bloedcellen: Een heel bijzondere taak van het beenmerg is de vorming van rode en witte bloedcellen en van allerlei andere onderdelen van ons bloed.
  • Bescherming van zachte weefsels en organen: Twee belangrijke voorbeelden daarvan zijn onze schedel, die de hersenen beschermt, en onze borstkas, een structuur van allerlei botten die het hart en de longen beschermen.
  • En tot slot, bewegen.

Osteoporose

Eén van de belangrijkste ‘ziekten’ van het skelet is osteoporose of botontkalking. Net zoals in het hele lichaam worden in de botten oude cellen afgebroken en nieuwe cellen opgebouwd. Als er evenwicht is tussen beide, dan blijft het skelet stevig, robuust, betrouwbaar. Als er meer cellen worden afgebroken dan er worden opgebouwd, wordt het skelet broos en breekbaar. Dat laatste gebeurt vanzelf bij het ouder worden. Op oudere leeftijd kan het skelet zo broos worden, dat het bijna vanzelf breekt.

Heb je last van osteoporose, dan krijg je wellicht van je huisarts calciumtabletten. Jammer genoeg doen die klassieke calciumtabletten niet zo heel erg veel. Dat is in de eerste plaats zo omdat meestal de goedkoopste vorm van calcium wordt voorgeschreven, nl. calciumcarbonaat. Die vorm van calcium wordt maar heel moeizaam in het lichaam opgenomen. Je kunt bij wijze van spreken net zo goed op een krijtje gaan kauwen. Wil je dus goed resultaat halen, dan is het van belang om een goed opneembare vorm van calcium in te nemen.

Vervolgens is er het rare gegeven dat mensen soms tegelijk osteoporose (botontkalking) en artherosclerose (aderverkalking) hebben. Er is dus wel degelijk kalk in het lichaam aanwezig, maar het zit op de verkeerde plek. Daar komen enkele vitamines bij kijken. Om mineralen in het lichaam op te nemen, hebben we voldoende vitamine D nodig. Vitamine D brengt de calcium uit het spijsverteringskanaal in de bloedbaan. Echter, als de calcium in de bloedbaan blijft, ontstaat het gevaar voor artherosclerose. Er is een tweede vitamine nodig om de calcium uit de bloed in de botten te krijgen en dat is vitamine K.

En tot slot is er niet alleen calcium nodig om gezonde botten op te bouwen, maar ook voldoende magnesium en liefst niet al te veel fosfor (volop aanwezig in onze frisdranken en in onze bewerkte vleeswaren). Enkel en alleen inzetten op een slecht opneembare vorm van calcium zal dus weinig zoden aan de dijk zetten. Een goed preparaat bij osteoporose is Osteoton Forte van Mannavital. Het mag dan al wat duurder zijn dan de klassieke kalktabletten, het zal een wezenlijk verschil maken in het tegengaan van steeds verdergaande osteoporose.

En vervolgens zijn ook voedings- en leefstijladviezen van belang:

  • Het belang van blijvende lichaamsbeweging: Wat je niet gebruikt, gaat verloren. Dat is ook zo als het gaat om je skelet. Dagelijkse matige tot intensieve lichaamsbeweging verhoogt de botdichtheid met gemiddeld 30%. Dat is heel wat, en als je daar vroeg genoeg mee begint, kun je osteoporose op latere leeftijd sterk verminderen.
  • Het belang van de blootstelling aan zonlicht: Vitamine D is de zonnevitamine. Je maakt ze zelf in je lichaam aan als je je blootstelt aan zonlicht. Een kwartiertje zonlicht op het midden van de dag op je blote (onbeschermde) huid maakt al een heel verschil. Je hoeft er echt niet uren voor te liggen bakken.
  • Te vermijden:
    • Geraffineerde suikers in snoep, gebak, chocolade.
    • Te veel dierlijke voeding en te weinig plantaardige voeding.
    • Te veel fosfor in de voeding: charcuterie, frisdranken.
    • Tabak, te veel alcohol, te veel cafeïne.
  • Toe te voegen:
    • Voeding met magnesium uit verse groenten en fruit, peulvruchten, noten, vis en zeevoedsel.
    • Vitamine D: olijfolie, vette vissoorten.
    • Vitamine K: gefermenteerde melkproducten zoals yoghurt, kefir of kwark, en ook kaas, boter, eieren.
    • Bio groenten en ongeschild fruit: bevatten vele soorten mineralen en sporenelementen die mee de botmatrix opbouwen.

… en gewrichten

Zorgen de botten voor structuur, dan zorgen de gewrichten voor plooibaarheid. Wij kunnen ons niet zoals een slang elke richting uit bewegen. We zijn gebonden aan wat onze gewrichten toelaten. Als je even je lichaam gaat ‘uitproberen’, dan zul je merken dat er verschillende soorten gewrichten zijn. Je vingerkootjes, bijvoorbeeld, kunnen maar in één richting buigen, maar het gewricht waarmee de vinger aan de hand vastzit, kan veel meer kanten uit. Je kunt met dat gewricht een draaibeweging maken. Wat dat gewricht niet kan, is  naar achter overplooien. Dat laatste kun je met je pols wel doen. Met je pols kun je een volledige draaibeweging maken. Al naar gelang het gewricht is er dus meer of minder beweging mogelijk.

De gewrichten kennen twee heel belangrijke ziektes: artritis en artrose.

Artritis

Artritis is de ontsteking van een gewricht. Er ontstaat pijn, roodheid, zwelling, warmte en stijfheid. Bewegen wordt moeilijker, en vooral het in beweging komen is bij artritis heel erg pijnlijk. Eens je in beweging bent, beter het wel weer wat. De ontsteking kan het gevolg zijn van een bacteriële of virale infectie, maar ook van een te sterke vervuiling in je lichaam. Als er meer toxische en verzurende stoffen je lichaam binnenkomen dan er weer uitgescheiden worden, stapelen die stoffen zich vaak in je de gewrichten op. Daar zorgen ze dan voor ontsteking. En tenslotte kan het ook gaan om een auto-immuunziekte. Dan vallen je eigen immuun-cellen je kraakbeen aan alsof het vijandelijke indringers zou bevatten.

Bij artritis is het dus vaak kwestie van je lichaam eens grondig te zuiveren. Dan zorg je er eerst en vooral voor dat er zo weinig mogelijk belastende stoffen binnenkomen.

Vermijd volgende zaken:

  • Geraffineerde suikers in snoep, koek, chocolade, frisdranken, …
  • Witmeelproducten.
  • Koffie, alcohol, zwarte thee.
  • Slechte vetten, in het bijzonder transvetten (ontstaan door sterke verhitting van oliën) en te veel omega 6-vetzuren.
  • Te veel vlees, en zeker de bewerkte vleeswaren.
  • Geconserveerde voeding, voeding met daarin bewaarmiddelen, kleurstoffen, geur- en smaakstoffen.
  • Koemelkproducten, behalve zure zuivel, zoals yoghurt, kwark, kefir.
  • Vruchtensappen.
  • Elke voeding waarvoor jij een allergie of intolerantie hebt.

En vervolgens stimuleer je de zuiverings- en uitscheidingsorganen om zoveel mogelijk afvalstoffen te verwijderen. Daartoe zijn aan te raden:

  • Een vastenkuur, sapvastenkuur of Mayr-kuur onder begeleiding van een gezondheidsbegeleider met kennis van zaken.
  • Evenwicht in de voeding door te letten op het zuur-basen evenwicht. Met andere woorden: eet meer groenten en fruit, en minder vlees, vis, kaas, granen.
  • Kies voor kwaliteitsvoedsel: vers, biologisch, recht uit de natuur.
  • Eet enkel op de daartoe voorziene tijdstippen: ontbijt, middagmaal, een niet al te laat avondmaal.
  • Voldoende slaap, want het ontgiften en de ontzuring van het lichaam gebeurt vooral tijdens de nachtrust.
  • Een lichaamsmassage helpt de vastzittende kristallen weer de bloedbaan in, zodat ze uitgescheiden kunnen worden.

Heb je regelmatig last van artritis, zoek dan een goede gezondheidsprofessional die je hierin kan begeleiding. Het is immers niet zo makkelijk om te weten wat je in dit geval beter wel of niet kan eten.

Artrose

Bij artrose gaat het om slijtage van het gewricht. Het kraakbeen is geheel of gedeeltelijk weggesleten en de beweging doet pijn. Hoe langer en hoe meer je beweegt, hoe meer pijn er ontstaan. Daar ligt ook het typische verschil tussen artritis en artrose: bij artritis heb je vooral pijn bij het in beweging komen, bij artrose wordt de pijn erger naarmate je meer of langer beweegt. De klachten van artrose nemen toe met de leeftijd.

De voedingsadviezen die hierboven gegeven zijn, kunnen ook dienst bewijzen bij artrose. Verder zijn ook belangrijk:

  • Vermijd zoveel mogelijk de klassieke pijnmedicatie. Die verlicht wel de pijn, maar breekt tegelijk het nog aanwezige kraakbeen verder af.
  • Blijf bewegen, echter zonder te overdrijven. Als je blijft bewegen, komt er regelmatig nieuw gewrichtssmeersel in het gewricht, en dat voedt het kraakbeen.
  • Een lichaamsmassage kan de overdreven druk van de spieren op het aangetaste gewricht verminderen. Daardoor vermindert vanzelf ook de pijn.
  • Bij overgewicht is vermageren sterk aan te raden. Immers, elke kilo van je lichaamsgewicht moet door je voeten en je knieën elk moment van de dag meegedragen worden.

Een goed preparaat, zowel bij artritis als bij artrose is Cartilaton van Mannavital. Het bevat zowel stoffen die de ontsteking tegengaan als stoffen die het gewrichtskraakbeen opnieuw opbouwen. Dat laatste is vanzelfsprekend een werk van langere duur. Zelf heb ik dit preparaat altijd in huis. Als er gewrichtspijn begint, dan neem ik de maximaal toegelaten dosis. Verdwijnt de pijn, dan verminder ik het aantal tabletten, tot ik weer helemaal zonder kan. Op die manier hou ik mijn gewrichten pijnvrij en gezond.

In een volgende blog lees je meer over spieren en pezen, allebei ook noodzakelijk om te kunnen bewegen.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Aan de linkerkant een kronkelende weg in het bos, aan de rechterkant het GEZONDHEID-WIJZER logo.

Mijn expertise …

Af en toe laat ik me verleiden tot een vorming rond ‘bouwen aan mijn praktijk’. Dan probeer ik te achterhalen op welke manier ik mijn ‘GEZONDHEID-WIJZER’-zaak beter in de kijker kan zetten. Dan hoop ik te ontdekken hoe ik de juiste klanten kan aantrekken. Dan zoek ik mezelf als gezondheidsbegeleider op de juiste manier op de kaart te zetten. En elke keer weer komt dan naar voor dat ik mezelf zou moeten beperken tot één domein, één bepaalde klacht, en dat ik me dan met mijn website helemaal naar dat éne type mensen zou moeten richten. In dat éne moet ik dan zoveel mogelijk expertise opbouwen, om me daarmee te onderscheiden van andere gezondheidsprofessionals.

Maar … dat kan ik niet. Ik kan en wil me niet beperken tot een minimaal klein aspect van gezondheidszorg. Ik wil juist algemeen en breed blijven werken. Ik wil voor de mens die voor me zit mee op zoek gaan naar die eigen, unieke weg naar gezondheid. En dus kan en wil ik niet zomaar ‘reclame maken’ met dat éne waarin ik dan zogenaamd beter zou zijn dan in al die andere dingen. Nu is het natuurlijk ook zo dat ik niet meer van plan ben mijn praktijk in die mate uit te bouwen dat ik er ook van leven kan. Mijn hoofdberoep is er eentje in de zorg voor mensen met een beperking. Mijn GEZONDHEID-WIJZER praktijk is ‘maar’ een bijberoep. En dat geeft mij in zekere zin de vrijheid om dan maar mijn eigen zin te doen.

En toch doet zo’n vorming mij even dieper nadenken: ‘Wat is het dan eigenlijk dat ik met mijn GEZONDHEID-WIJZER wil doen?’ Wel, dat brengt mij weer helemaal naar de naam van mijn praktijk. Ik wil mensen wegen wijzen naar gezondheid. Dat zijn niet de grote snelwegen van onze huidige Westerse geneeskunde, maar wel de kleine paden waarlangs mensen gezondheidswinst kunnen halen. Daarom neem ik in mijn praktijk voldoende tijd om te luisteren naar het verhaal van mensen. Als ik twee mensen in de praktijk krijg met – laten we zeggen – rugklachten, dan kan het dat de vermindering van die klachten bij elk van hen op een andere manier bereikt kan worden. De een doet misschien een zware job met een sterke fysieke belasting, en dat geeft rugklachten. Het lichaam kan immers maar zoveel dragen als het kan dragen. De ander kreeg misschien heel wat tegenslagen en pijn te verwerken, en draagt die lasten met zich mee. Rug en schouders raken verkrampt, want de ook geest kan maar zoveel dragen als ze dragen kan. Eén klacht met twee verschillende oorzaken, en dus ook met twee verschillende manieren om weer gezondheid te brengen. Zo uniek wil ik in mijn GEZONDHEID-WIJZER praktijk werken.

En dat brengt me ineens ook op een tweede antwoord op de vraag: ‘Wat is het dan eigenlijk dat ik met mijn GEZONDHEID-WIJZER wil doen?’ Ik wil mensen in hun kracht zetten, zodat ze zelf de juiste keuzes kunnen maken, ook in verband met hun gezondheid. Daarom ook schrijf ik regelmatig een nieuwe blog over één of ander onderwerp rondom gezondheid. Als ik zou doen wat men mij in de eerder aangehaalde vormingen voorhoudt, dan zou ik me met dit schrijven telkens weer moeten richten op mijn corebusiness, mijn expertisedomein dus. Maar ook dat wil ik niet. Ik wil mensen informeren, ik wil wegen wijzen naar gezondheid, nu eens op het ene vlak en dan weer op het andere. Dat maakt dat ik misschien niet dé expert ben op één aspect van gezondheid, maar dat ik juist van heel veel dingen genoeg weet om anderen daarin mee te nemen.

Waar ligt mijn expertise dan wel, kun jij je terecht afvragen. Wel, ik denk dat mijn expertise erin bestaat de moeilijke materie van gezondheid en van hoe je die stap voor stap bereikt kan uitleggen aan heel gewone mensen. Dat is wat ik met mijn blogs ook echt wil doen. Ik wil jou en vele anderen in eenvoudige, maar sprekende woorden warm maken om je eigen weg te gaan als het gaat om je gezondheid. Dat dan alleen maar een heel beperkt aantal mensen de weg vindt tot in mijn praktijk, dat vind ik niet zo erg. Ik kan immers niet de hele wereld aan, ik kan niet iedere mens die individuele begeleiding geven. Maar ik kan vele mensen inspireren, en dat is nu net wat ik met mijn GEZONDHEID-WIJZER website wil doen.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Handen die een rug masseren

Complementaire gezondheidszorg, deel 1

In een vorige blog gaf ik het al aan, dat ik droom van een gezondheidszorg waarin ook de complementaire gezondheidszorg een rechtmatige plek krijgt. In het Westen – en in België nog meer dan in de omringende landen – wordt de complementaire gezondheidszorg maar heel weinig erkend. En toch, als we willen dat gezondheidszorg betaalbaar blijft en ook echt de gezondheid van mensen bevordert, dan is complementaire gezondheidszorg daar een onmisbare schakel in.

In dit eerste deel over complementaire gezondheidszorg heb ik het over alles wat ‘lichaamswerk’ aangaat: diverse vormen van beweging, massage, osteopathie, reflexologie en zelfs relaxatie. Ik beweer niet dat ik alle strekkingen binnen het lichaamswerk ken, en zeker al niet dat ik ze allemaal toepassen kan. Ik wil alleen je blik openen voor dit luik binnen de complementaire gezondheidszorg, omdat ik weet dat hier heel wat gezondheidswinst te behalen valt. Als iedereen met pijn of spanningen in het lichaam eerst hiermee aan de slag zou gaan, dan zou er heel wat minder pijnmedicatie nodig zijn, en ook het aantal operaties aan rug, heupen, knieën en schouders zou drastisch verminderen. En nee, dat beweer ik niet zomaar. Ik zie het gewoon gebeuren op de eigen massagetafel. Ook stress en de nadelige gevolgen van stress kunnen via deze technieken sterk verminderen, waardoor het gebruik van kalmerende middelen gereduceerd kan worden. Het bewustzijn dat op deze manier ontstaat, maakt dat de resultaten van blijvende aard zijn.

Beweging

Het lijkt een open deur intrappen als ik beweer dat regelmatig bewegen goed voor je is. En toch valt daar voor veel mensen een nog behoorlijke dosis gezondheidswinst te halen. Eigenlijk zouden hier verschillende principes toegepast moeten worden:

  • Stilzitten of eentonige bewegingen regelmatig onderbreken. Het is immers zo dat het uurtje sporten aan het begin of op het eind van de dag niet compenseert voor het niet bewegen of het eentonig bewegen tijdens de rest van de dag. Beter is het dat je om het half uur even ‘verandert’. Voorbeelden van hoe het fout kan gaan: werk aan de computer met langdurig stilzitten en het enkel bewegen van de muishand leidt tot spanning in nek en schouders, wellicht ook spanningshoofdpijn en pijnklachten in de muishand; werken aan een lopende band en daar voortdurend dezelfde handeling uitvoeren, waardoor last in de benen ontstaat door het lange staan en misschien ook last in handen of armen door het herhalen van telkens dezelfde beweging; ineens een fietsvakantie houden terwijl je niet gewoon bent lang na elkaar te fietsen kan leiden tot overmatige spanning in de armen, de schouders en de nek. De oplossing ligt hier in het regelmatig even in beweging komen en in het bijzonder in het onderbreken van de herhaalde beweging met het losmaken van die lichaamsdelen die daardoor onder spanning komen te staan.
  • Te is nooit goed. Te weinig beweging maakt dat je op de duur niet meer kunt bewegen. Je wordt strammer en stijver en je spiermassa vermindert doordat je ze niet gebruikt. Je algemene conditie gaat erop achteruit. Te veel beweging – en zeker als je dat op hoog niveau wil doen – maakt dat je lichaam overbelast geraakt. Je loopt meer kans dat een bepaald bewegingssysteem gaan crashen. Wees dus matig in je bewegingspatroon, zowel in de ene als in de andere richting.
  • Variatie maakt dat alle spiergroepen getraind worden. Fietsen traint vooral de beenspieren, gewichtheffen traint vooral de armspieren. Willen we maximaal winst halen uit ons bewegingspatroon, dan moeten alle spieren in het lichaam met regelmaat getraind worden. Een goed voorbeeld daarvan is … huis-, tuin- en keukenwerk doen.
  • Afwisseling tussen krachttraining en uithoudingstraining. Krachttraining bouwt spiermassa op, spiermassa die belangrijk is om tot op hoge leeftijd te kunnen blijven bewegen. Uithoudingstraining zet vooral hart en longen stevig aan het werk. Het bloed stroomt sneller door je lichaam heen en zorgt voor meer zuurstof en minder afval in de weefsels.

Kortom, wie regelmatig en gevarieerd beweegt, bouwt een goede conditie op. En juist dat is de basis voor een lichaam dat tot op hoge leeftijd in staat blijft tot soepel bewegen.

Massage

Er bestaan diverse vormen van massage, elk met z’n eigen gezondheidsvoordeel. Massage brengt helend huidcontact, diepe ontspanning, verlichting van pijnklachten, eliminatie van overtollig vocht en van afvalstoffen, nieuwe energie, … Sommige vormen van massage werken diep fysiek door. Ze verminderen lichamelijke spanning en daardoor ook pijn. Want spieren die te gespannen staan geven extra druk op gewrichten en dan ontstaat pijn. Andere vormen van massage werken meer energetisch. In dat soort massages wordt je energiebalans weer in evenwicht gebracht. Je voelt je verkwikt en weer opgeladen na zo’n massage. Ligt het accent meer op het elimineren van overtollig vocht of van opgestapelde afvalstoffen, dan voel jij je na de massage verlicht en zuiverder.

Een bijzondere vorm van lichaamsbehandeling is osteopathie. Hier ligt de nadruk meer op het corrigeren van het skelet en de daaraan vastzittende weefsels. Een klassiek voorbeeld hiervan is dat je zenuwpijn krijgt als een ruggenwervel gedraaid zit. Die zenuwpijn straalt dan uit naar armen of benen, waardoor normaal bewegen moeilijk wordt. Door je lichaam zo te manipuleren dat de verschoven ruggenwervel weer goed komt te zitten, verdwijnt ook de zenuwpijn en het daaruit voortvloeiende functieverlies. Hiermee pak je de oorzaak van de kwaal aan, in plaats van ze met pijnmedicatie te verdoven.

Reflexologie

Bij reflexologie – voetreflexologie, handreflexologie, auriculotherapie of oorreflexologie – wordt dat ene deel van je lichaam op zo’n manier behandeld dat andere delen in je lichaam erdoor gestimuleerd worden. Door de verschillende plekken op de voeten, de handen of de oren te masseren, worden energetische blokkades in het hele lichaam aangepakt. Reflexologie zorgt op die manier enerzijds voor een diepe ontspanning en anderzijds voor nieuwe energie.

Relaxatie

Bij relaxatie helpt een begeleider (live of via een opname) je om via je ademhaling en via gerichte aandacht bij je lichaam tot ‘voelen in het hier en nu’ te komen. Je staat stil bij wat zich in je lichaam en in je geest aandient. Je accepteert wat komt, je wordt je bewust van wat er leeft in jou, en die manier ontstaat vaak het begin van verandering. Door relaxatieoefeningen stap je even uit het helse ritme van alledag. Je valt stil, je laat toe dat er even niets meer moet … en dat geeft ruimte, ruimte om te ontdekken wat je lichaam je te vertellen heeft, ruimte om te ontdekken wat het leven van jou verlangt.

Wie regelmatig stilvalt in relaxatie, meditatie of gebed ontdekt in zichzelf een plek waar het, ondanks alle rumoer van de dag, stil blijft. Wie op vaste momenten oefent om die stilte te vinden, kan daar op hectische momenten makkelijker naar terugkeren. En omdat je makkelijker even kunt bijtanken uit die rust diep in jou, raak je minder vlug overspoeld door alles wat op je afkomt.

Bij wie kun je terecht?

Van al deze technieken hierboven ben ik vooral bezig met massage, in het bijzonder met dieptemassage of ‘deep tissue’ massage. Hiermee worden pijnklachten verholpen, wordt spanning weggemasseerd en kom je tot diepere ontspanning. Daarnaast beoefen ik ook voetreflexologie.

Voor andere behandeltechnieken kunnen je terecht bij collega’s in de complementaire gezondheidszorg. Als je even gaat googelen, van vind je wellicht wel iemand die jou verder kan helpen.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

De beroemde formule E = mc² van Einstein

E = mc²

De titel hierboven is wat eigenaardig voor een blog over gezondheid, vind je niet? Het is de meest beroemde formule uit de relativiteitstheorie van Albert Einstein, waarin hij stelt dat energie (E) en massa of materie (m) wezenlijk hetzelfde zijn. Energie kan zich materialiseren tot massa en massa kan uiteengerafeld worden tot energie. Het meest bekende voorbeeld daarvan is hoe kernenergie opgewekt wordt door het splitsen van atomen.

Anderen gingen verder op deze theorie en noemden dat energie en materie tegelijk aanwezig zijn. Nu eens zie je het ene en dan weer het andere, afhankelijk van hoe je kijkt. Dit zijn heel ingewikkelde theorieën, allemaal, en daar gaan we niet verder op door. Voor mij ligt immers het belang hiervan enkel en alleen op het vlak van onze gezondheid. En ja, daar wil ik wat dieper op doorgaan.

Voedsel wordt energie

Het meest voor de hand liggende voorbeeld van de uitwisseling tussen materie en energie, als het gaat om onze gezondheid, vinden we als we kijken naar wat er met ons voedsel gebeurt. Als wij eten, dan maakt onze spijsvertering het voedsel zo klein mogelijk, maar het voedsel blijft wel nog steeds materie. De omzetting van materie tot energie gebeurt in onze cellen, meer bepaald in de mitochondriën, oftewel de energiecentrales in onze cellen. Als ons voedsel van goede kwaliteit is én als onze mitochondriën gezond zijn, dan hebben wij volop energie. Die energie gebruiken wij om ons lichaam op te bouwen, om warmte te genereren, om opruimacties in gang te zetten én om al die dingen te doen die we graag willen doen.

Voedsel wordt dus energie. Dat is zo met ons letterlijke voedsel, maar ook met zoveel dingen meer die ons op de een of andere manier voeden: zuurstof, zonlicht, de natuur om je heen, warme relaties, een activiteit waar je energie uit haalt, … Wil je gezond blijven, dan is het kwestie van op zoek te gaan naar al die dingen die je energie geven. Want je energieniveau bepaalt ook je gezondheidsniveau.

Ziek zijn is een tekort aan energie

En dus, inderdaad, als je energieniveau bepalend is voor je gezondheidsniveau, dan mag je ook concluderen dat ziekte een tekort aan energie is. Al naar gelang het soort energie dat het lichaam tekort heeft, vertoont dat lichaam bepaalde symptomen. Vanuit een vervolgopleiding binnen de natuurlijke gezondheidszorg waar ik me nu in verdiep, wordt mij steeds duidelijker dat de geneeskunde van de toekomst een energetische geneeskunde zal zijn.

Ik mocht het zelf al meerdere keren in de praktijk zien gebeuren, hoe een energetische remedie het zelfgenezend vermogen van een zieke mens aan het werk zet en hoe daar dan hernieuwde gezondheid uit voortvloeit. En het mooie is dat dat het lichaam zelf kiest waar het eerst heling brengt. Misschien nam je iets om van een chronische sinusitis af te geraken, maar merk je dat je lichaam eerst aan de slag gaat met veel dieper liggende klachten. Je merkt dat oude klachten even opnieuw de kop opsteken, om daarna voorgoed te verdwijnen. Of je voelt hoe je ’s morgens energieker wakker wordt dan vroeger het geval was. En na verloop van tijd, als je energie zoveel beter is geworden, raakt ook die chronische sinusitis genezen.

Dat is de kracht van je eigen zelfgenezend vermogen. Help je wezen met de juiste energie, en je wordt dag na dag een beetje meer gezond. Je geest wordt vrij om volop creatief te zijn, voor je eigen ontwikkeling én tot opbouw van een wereld waar het goed is om te leven, voor iedere mens, voor iedere dier, voor ieder stukje natuur.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Een bol look

Niet bewezen dat het werkt

In mijn praktijk krijg ik enerzijds mensen over de vloer die overtuigd zijn dat ze hun gezondheid flink vooruit helpen met wat ik voor ze doe. Het zijn zij die op regelmatige basis langskomen voor een massage of een voetreflex. Het zijn zij die, als het hun op emotioneel vlak wat minder gaat, vragen naar Bachbloesems. Het zijn zij die bereid zijn om hun voedingspatroon aan te passen om zo diabetes en de daaruit voortvloeiende klachten te vermijden.

Ik krijg ook mensen over de vloer die wat meer sceptisch staan. Vaak klinkt dan in een eerste consult iets van aarzeling of iets van ongeloof: ‘Anderen zeggen wel dat wat jij doet werkt, maar ik geloof dat nog niet.’ En vaak zijn het ook die mensen die, als je hun iets aanraadt, zeggen dat hun dokter zegt dat het niet bewezen is dat wat jij aanraadt ook werkt.

Tools van een gezondheidsbegeleider

Een gezondheidsbegeleider is geen arts. Een arts mag een diagnose stellen en medicijnen voorschrijven. Een gezondheidsbegeleider mag dat niet. Als je het werkterrein van beide uit elkaar zou moeten halen, dan zou het als volgt klinken: Een arts geneest zieke mensen, een gezondheidsbegeleider bevordert de gezondheid van mensen. Het werkterrein van de arts is ziekte, het werkterrein van de gezondheidsbegeleider is gezondheid.

Een arts werkt met reguliere diagnostiek, medische beeldvorming, bloedanalyses, operaties, radiotherapie, medicijnen. Een gezondheidsbegeleider werkt met voeding, voedingssupplementen, kruiden, Bachbloesems, relaxatietechnieken, voetreflexologie, massage, gesprek. Als je beide vergelijkt, dan zie je zo dat wat arts doet, een veel schadelijkere invloed op het lichaam kan hebben dan wat een gezondheidsbegeleider doet. Medicijnen zijn uit zichzelf toxisch, het is vergif dat gebruikt wordt om ziekte te verslaan. Radiotherapie maakt niet alleen zieke cellen kapot, maar ook gezonde. Het is dan ook terecht dat hier heel grondig onderzoek gevoerd moet worden om te bepalen of die werkwijzen een voldoende positief verschil maken, met andere woorden: geneest een medicijn eerder dan dat het verder ziek maakt?

Dat alles wil natuurlijk niet zeggen dat de zachtere methoden die een gezondheidsbegeleider hanteert, gewoon zomaar kunnen en mogen gebruikt worden. Ook daar is kennis van zaken nodig, laat dat duidelijk zijn. En die kennis is er ook, en wordt ook verworven door allerlei onderzoek. Dat onderzoek hoeft echter niet altijd de standaard te halen die voor medicijnen en andere medische handelingen wel nodig is.

Dubbelblind gerandomiseerd placebo gecontroleerd onderzoek

Het gebeurt wel eens dat een cliënt bij een arts te rade gaat over iets wat een gezondheidsbegeleider heeft aangeraden: aanpassing van de voeding, een voedingssupplement, een massage, … en dan van die arts te horen krijgt dat het niet bewezen is dat zoiets werkt. Wat een arts bedoelt, is dat er geen ‘dubbelblind gerandomiseerd placebo gecontroleerd onderzoek’ is gebeurd. Dit is immers de standaard die nodig is voor medicijnen. Het betekent:

  • Dubbelblind: noch de arts, noch de patiënt weten of het medicijn werd toegediend, dan wel een placebo.
  • Gerandomiseerd: een experiment waarbij de proefpersonen willekeurig over twee of meer groepen worden verdeeld om de variabelen tussen mensen evenredig te verdelen. Zo mogen vb. niet alle oudere personen in de ene groep zitten en alle jongere in de andere.
  • Placebo gecontroleerd: een van de groepen krijgt een placebo, een behandeling die er net dezelfde uitziet, maar geen werking heeft. Dat kan gaan om eenzelfde pilletje – een klein rood pilletje, bijvoorbeeld – waarvan een deel het echte medicijn bevatten en een deel gewoon uit een vulstof bestaat. Dat kan ook gaan om een operatieve ingreep, waarbij bij een deel van de mensen de ingreep helemaal gebeurt en bij een ander deel alleen een snede gemaakt wordt, die dan weer gehecht wordt. Voor de rest is die behandeling helemaal gelijk: dezelfde preoperatieve behandeling, dezelfde verdoving, dezelfde duur van de behandeling, dezelfde postoperatieve behandeling.

Dat onderzoek gebeurt dan eerst op dieren, daarna op een kleine groep mensen, daarna op een grote groep mensen. Dit alles moet vooraleer een medicijn of een behandeling goedgekeurd wordt om het regulier te gebruiken bij welbepaalde ziektes of mankementen. Je begrijpt dat dit soort onderzoek een dure en tijdrovende zaak is.

Werkt het niet, omdat het niet bewezen is?

En nee,

  • Het is niet op deze manier bewezen dat bepaalde voeding gezonder voor je is dan andere.
  • Het is niet op deze manier bewezen dat matige beweging je lichaam soepeler houdt en dus gezond voor je is.
  • Het is niet op deze manier bewezen dat biologische bessen, bepaalde soorten paddenstoelen, gefermenteerde knoflook, … je lichaam gezond houden en minder kans geven om bepaalde klachten te ontwikkelen.
  • Het is niet op deze manier bewezen dat dieptemassage heel wat pijnklachten kan verhelpen.
  • Het is niet op deze manier bewezen dat relaxatietechnieken je beter doen slapen.

Veel van wat gezondheidsbegeleiders doen, is niet op deze manier bewezen. Dat kan ook niet, want dubbelblind gerandomiseerd placebo gecontroleerd onderzoek kost massaal veel tijd en geld. Die tijd en dat geld kunnen de bio-landbouw, de fabrikant van voedingssupplementen, de practitioner in een complementaire praktijk (of de beroepsverenigingen van deze mensen) niet investeren. Big Pharma kan dat wel, want het leidt tot het kunnen nemen van patenten op geneesmiddelen, en dat zorgt er dan weer voor dat de kosten voor dit soort onderzoek teruggewonnen kunnen worden. Geen enkele framboos, geen enkele shiitake-paddenstoel, geen enkele massage of voetreflex kan zoveel opbrengen dat het onderzoek ervan betaald kan worden.

Er is dus nood aan een ander soort ‘onderzoek’, nl. dat de ervaring van mensen die met dit soort zaken geholpen zijn, mee mag tellen. In onze hoogtechnologische maatschappij is dat soort onderzoek absoluut mogelijk, en het gebeurt ook. Alleen hecht men er niet dezelfde waarde aan. Nochtans is het dat wat ik hoop voor onze maatschappij: dat de ervaring van mensen mee mag tellen in onze gezondheidszorg. Het is wenselijk, omdat heel wat zware medische behandelingen vermeden kunnen worden als er meer en eerst wordt ingezet op leefstijl. Het is noodzakelijk, omdat onze huidige ziektezorg over niet al te lange tijd onbetaalbaar zal blijken. Willen we als maatschappij de gezondheid van mensen hoog in het vaandel blijven dragen, dan is een ommekeer onvermijdelijk, en dan moeten we accepteren dat wat velen als positief ervaren, ook positief is.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Het gezicht van een meisje, vol acné

GEZONDHEID-WIJZER bij huidklachten

De minst erge manier van ziek zijn

De mens is wezenlijk één. Toegegeven, we kunnen de mens onderverdelen in domeinen en in stelsels, maar wezenlijk zijn we één. En als één deel van de mens ziek is, dan is de hele mens ziek. Toch kunnen we gradaties van ziekte – en dus ook van gezondheid – onderkennen. Een mens bestaat uit een fysiek, een emotioneel, een mentaal en een spiritueel aspect.

  • Fysiek: alles wat het lichaam aangaat, van irritatie van de huid over maag- of longproblemen tot een hartinfarct of een herseninfarct.
  • Emotioneel: alles wat de gevoelens aangaat, van vreugde, blijheid en een gevoel van gelukkig zijn over onverschilligheid tot diep verdriet, woede of agressie.
  • Mentaal: alles wat het denken aangaat, van helder denken en oplossingen kunnen bedenken over een mistig brein tot dementie.
  • Spiritueel: alles wat zingeving aangaat, van ‘er te mogen zijn’ en onvoorwaardelijke liefde over een zoektocht naar de zin van het leven tot levensmoeheid en het niet meer zien zitten en zelfmoordgedachten.

Wie spiritueel ziek is, is het diepste ziek. Daarop volgt mentaal ziek zijn en vervolgens emotioneel ziek zijn. Wie alleen maar ziek is op het fysieke niveau, is het gezondst. En ook binnen dat fysieke niveau is er een gradatie. Het moge duidelijk zijn dat een ontsteking van de hersenen of het hart veel gevaarlijker zijn dan een ontsteking van de longen of de maag. En dat is dan weer een stuk gevaarlijker dan alleen maar een ontsteking van de huid.

Als we het hier hebben over huidklachten, dan hebben we het dus over de minst erge manier van ziek zijn. Toegegeven, een kwaal op huidniveau kan behoorlijk vervelend zijn, maar we gaan er doorgaans niet aan dood. Pas als een huidklacht kanker is geworden – en dat is de verst gevorderde manier van ziek zijn – of als de hele huid zodanig is aangetast dat ze haar functie niet meer kan vervullen, is een huidziekte ook dodelijk. En dat maakt dat we bij een huidziekte alle tijd en alle kansen hebben om die op een natuurlijke manier te helen.

Want ook dit moet je weten: als je een huidklacht onderdrukt, word je dieper ziek. Een huidklacht met cortisone behandelen, zal de huidklacht (tijdelijk) doen verdwijnen, maar op termijn ontstaan daardoor ademhalingsklachten. En als je dan die astma met cortisone behandelt, kan ook die weer verdwijnen, maar dan ontstaan wellicht spierklachten en tenslotte hartproblemen en tenslotte de dood. Huidklachten kun je dus het beste op een natuurlijke manier behandelen. Dat behoedt je voor dieper ziek worden.

Behandeling van buitenaf

Wil je de huid van buitenaf verzorgen, gebruik dan natuurlijke producten. Vermijd gewone geparfumeerde zepen, kies voor een zeep met een neutrale pH-waarde. Gebruik geen gewone make-up, maar alternatieve cosmetica op waterbasis. Gebruik geen synthetische smeersels die de poriën verstoppen, maar gebruik natuurlijke producten.

Om je huid te verzorgen, kun je olie gebruiken:

  • Zoete amandelolie: voedend, verzachtend, verzorgend
  • Jojoba-olie: ontsteking remmend, verstevigt de huid, hydraterend, regelt de talgproductie
  • Avocado-olie: een zeer vette olie die snel intrekt, sterk verzorgend
  • Arganolie: tonicum voor de huid, bijzonder geschikt bij brandwonden, littekens, striae, cellulitis
  • Kokosolie: bruinend, verkoelend na de zon, antibacterieel
  • Abrikozenpitolie: verstevigend, samentrekkend, UV-beschermend
  • Hazelnootolie: bevordert de elasticiteit, te gebruiken bij couperose, spataders, aambeien
  • Zonnebloempitolie: stimuleert de aanmaak van collageen
  • Macadamia-olie: gaat huidveroudering tegen
  • Muskaatroosolie: cel regenererend, vertraagt carcinogene celgroei in de huid
  • Bernagie-olie: regelt de vochtbalans in de huid, verjongend

Is de huid geschonden, dan kun je goudsbloemzalf gebruiken.

Calendula officinalis of goudsbloem

Calendula officinalis of tuingoudsbloem werkt ontsmettend, ontsteking-werend en wond-helend. Calendulazalf kan ingezet worden bij schaafwonden, snijwonden en slecht genezende, etterende wonden. Ze is een zegen bij gevoelige en geïrriteerde huid, bij ruwe en schrale huid, bij kloven.

Ook gel uit het binnenste van de aloe vera is een belangrijke middel in de huidverzorging.

Aloe vera

Aloe vera is een eerste hulp-middel bij droge, schrale en schilferende huid. Ze kan ingezet worden bij brandwonden (eerste en tweede graad) en bij wonden door stralingstherapie. Ze gaat vroegtijdige veroudering van de huid en rimpelvorming tegen.

Behandeling van binnenin

Bij spontane ontsteking van de huid – denk aan acné, zweren, eczeem – is het aangewezen om de huid niet alleen van buitenaf te behandelen. Als de huid irritatie vertoont, ligt de oorzaak daarvan immers vaak in het milieu binnenin het lichaam. De huid staat, via transpiratie en talgvorming, mee in voor het dagelijks ontgiften van het lichaam. Als het lichaam te veel toxische stoffen via de huid probeert te verwijderen, kan de huid daar last van krijgen. Willen we dus een zuivere huid, dan werken we best ook aan een gezonde voeding met weinig toxische belasting.

  • Eet voldoende verse groenten, liefst van biologische kwaliteit.
  • Eet vers fruit
  • Eet volle granen: zilvervliesrijst, quinoa.
  • Eet zure melkproducten: yoghurt, kefir, kwark.
  • Drink voldoende water.
  • Vermijd voedsel waar je allergisch of intolerant voor bent.
  • Vermijd suiker en zoetstoffen.
  • Vermijd alle slechte vetten: geraffineerde oliën, geharde vetten (margarine, mayonaise, sausen).
  • Vermijd een overmaat aan omega-6 vetzuren: maisolie, sojaolie, zonnebloemolie.
  • Vermijd een overmaat aan dierlijke eiwitten: varkensvlees, vaste kazen, koemelk.
  • Vermijd alcohol, koffie, echte thee, chocolade, cola.

Als we daarnaast ook af en toe inzetten op het detoxen van ons lichaam, krijgen huidklachten minder kansen.

Energetische behandeling

Soms blijven huidklachten bestaan, ondanks de beste natuurlijke verzorging zoals hierboven beschreven. De kans is dan groot dat je batterij, je energiepeil wat is gezakt. Je zelfgenezend vermogen kan op dit moment niet de nodige energie opbrengen om de huidklachten de baas te kunnen. Hier kan homeopathie wellicht hulp bieden. Een homeopaat zoekt een passend middel bij het geheel van de klachten die jij vertoont. Hij zoekt naar alles wat ‘strange’ (vreemd), ‘rare’ (zeldzaam)  en ‘peculiar’ (bijzonder) is. Op basis daarvan kiest hij een homeopathisch middel dat jou net die kleine prikkel geeft, waarop je lichaam reageert met een genezende reactie. Je krijgt als het ware dat ene duwtje in de rug, waardoor je energiepeil weer opgekrikt wordt. Niet het homeopathisch middel, maar jouw eigen zelfgenezend vermogen zorgt dan voor de rest.

Heb je huidklachten en zoek je hiervoor verlichting, dan kun je bij mij of bij één van mijn collega’s gezondheidsbegeleiders terecht.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

 

Een rustiek huis met een open voordeur

Je huid – Je huis

Gezondheidsbegeleiders werken doorgaans holistisch. Dat wil zeggen dat ze de mens als een geheel zien. Als één deeltje van de mens ziek is, dan is die hele mens ziek. En pas als alle deeltjes van de mens gezond zijn, is de hele mens gezond. Als je mij niet zomaar helemaal gelooft, ga dan bij jezelf maar eens na wat er gebeurt als één tand pijn doen. Of nog, hoe jij je voelt als met de kleine teen van je linkervoet tegen een deur stoot. Die pijn kan zo overweldigend zijn dat niets anders nog tot je doordringt. De mens is één, elk deeltje van die ene mens hangt aan het andere vast. En dus, ja, je kunt hoofdpijn krijgen als je maag niet in orde is. Je kunt je helemaal ellendig voelen als je een verkoudheid hebt. En als ergens je spieren te gespannen staan, dan krijg je pijn op andere plekken in je lichaam.

Als gezondheidsbegeleider kijk ik dus op een holistische manier naar jou. En toch kies ik er het komende jaar af en toe voor om de spotlights te richten op één enkel deeltje. Dan vertel ik je over de betekenis van dat deel van je lichaam, zowel fysiek als van uit een eerder psychologische hoek. Ik vertel je ook over mogelijke klachten en hoe die zich verhouden tot het geheel. En in deze reeks mag de huid de spits afbijten.

Je huid, de grens tussen binnen en buiten

De huid is het grootste orgaan van de mens. Zijn hele buitenkant is ermee bekleed. De huid van een volwassen mens is zo’n 2m² groot en weegt tot wel 20 kg. Ze bestaat uit drie lagen: de opperhuid, de lederhuid en het onderhuidse bindweefsel. Samen vormen deze drie lagen de scheidingslijn tussen binnen en buiten. Wat binnen moet blijven, blijft binnen. Wat buiten moet blijven, blijft buiten. Stel je jezelf maar eens voor zonder huid. Dan sijpelde je bloed via kleine haarvaatjes langzaam de ruimte rondom in en dan kwam allerlei vuil zonder enige tegenstand gewoon je lichaam binnen.

Toch is de huid niet hermetisch afgesloten. Ze bevat poriën, zweetklieren en talgklieren. Ze maakt deel uit van een schitterend reguleringssysteem. De huid regelt mee onze warmtehuishouding. Hebben we het te warm, dan gaan we zweten. Hebben we het te koud, dan gaan we rillen. De huid is ook een belangrijk uitscheidingsorgaan. Afvalstoffen wordt uitgescheiden in stoelgang en in urine, maar ook door vele kleine zweetkliertjes en talgkliertjes in de huid. Het is daarom ook levensbedreigend als een groot deel van de huid geschonden is. Dan verliest de huid haar vermogen om in deze systemen mee te werken.

Symboliek van de huid

Je zou aan de huid kunnen denken als aan een muur rondom een middeleeuwse stad. Het is een grens met daar wat toegangspoorten in. Als de muur rondom de stad niet onderhouden wordt, komt de stad in gevaar. Als de poorten zomaar open blijven staan en ieder vrijelijk binnen mag, riskeer je overbevolking, relletjes, vervuiling, epidemieën, enz. Als de poorten hermetisch gesloten worden, riskeer je een tekort aan water, voedsel, brandhout, grondstoffen voor de ambachtslieden, enz. De stad kan alleen bloeien als muren en poorten doen wat ze moeten doen.

Zo is het ook met de huid. Als alles zomaar binnen mag, gaat het fout. Als niets nog binnen mag, gaat het evengoed fout. Maar er is meer. De huid toont aan de buitenkant als het binnenin niet helemaal klopt. Als er zich te veel toxische stoffen in het lichaam opstapelen, zal de huid dat tonen. Je krijgt dan acne, zweren, huiduitslag, eczeem. Als de persoonlijke ruimte niet gerespecteerd wordt, kan zich dat tonen in overgevoeligheid of in ongevoeligheid van de huid. Als je continu dingen doet die niet bij je passen of die je stress geven, dan heeft dat een weerslag op je huid. Je kunt er bleek van worden, of juist gaan blozen of er rooie vlekken van krijgen. Kortom als het tussen binnen in jezelf en de buitenwereld niet goed zit, dan zal zich dat weerspiegelen in je huid.

De huid in drievoud

Ooit vertelde een wijze vrouw me dat die scheidingslijn tussen binnen en buiten er eentje in drievoud is. Je heb je letterlijke huid, je hebt je kledij en je hebt je huis. Samen vormen ze een stukje persoonlijke ruimte, samen tonen ze aan de buitenkant iets van jouw binnenkant.

Je huid

Dat is de meest nabije grens tussen binnen en buiten. Via die buitenkant toon jij jezelf aan de wereld rondom. Mensen zien het als je wat bleekjes ziet of als je bloost. Met je mimiek en met je lichaamstaal toon je nog veel duidelijker hoe het met je gaat. Wil je zorg dragen voor jezelf, draag dan zeker ook zorg voor je huid. Het is je visitekaartje naar de buitenwereld toe. Over hoe je voor je huid het beste zorg kunt dragen, vertel ik je een volgende keer. Nog even geduld, dus …

Je kledij

Je kledij vormt een tweede grens tussen binnen en buiten. Want nee, niet iedereen mag bij je binnen tot op huidniveau. Met je kledij kies je hoe jij je toont aan anderen. Je kunt iets dragen dat voelt als jij, maar je kunt ook kiezen voor een verkleedpartij. Je kunt je meer of minder bloot geven, en dat zowel letterlijk als figuurlijk. Niet iedereen hoeft immers altijd direct te weten hoe jij je voelt.

Je huis

Je huis vormt een derde grens tussen binnen en buiten. In normale omstandigheden is je voordeur gewoon dicht. Mensen moeten aanbellen als ze bij je binnen willen. Jij bepaalt wie welkom is en wie niet. Het is je goed recht om je grenzen te bewaken en je binnenwereld te vrijwaren van al te opdringerige pottenkijkers.

En zo ontstaat er een natuurlijke afstand tussen jezelf en de mensen, dieren, dingen. Er zijn er die je liever helemaal niet binnenlaat. Er zijn er die wel eens bij je op bezoek mogen komen – en nee, niet iedereen geraakt tot in je keuken of je slaapkamer. Er zijn er die tot op knuffelafstand mogen komen en er zijn er die je mogen raken tot op je huid. Jij bepaalt op elk moment wie tot waar mag komen. Dat is je goed recht, en het bepaalt mee je gezondheid. Wil je dus gezond zijn en gezond blijven, draag dan zorg voor die grens in drievoud, die grens tussen binnen en buiten.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Allerlei kopjes, net afgewassen. Ze moeten nog afgedroogd en weggeborgen worden.

Ik moet nog dit, ik moet nog dat!

Ik moet zoveel

Heb jij dat ook, dat gevoel dat je zoveel moet doen? Thuis klinkt het als: Ik moet nog boodschappen doen. Ik moet poetsen. Ik moet dringend wat tuinwerk doen. Ik moet de vuilnisbak nog buiten zetten. Ik moet eten klaarmaken. Ik moet de afwas doen. Ik moet opruimen. Ik moet wat papierwerk in orde brengen. Ik moet opstaan en ik moet slapen gaan en ik moet alles daar tussenin. Op het werk gaat het al niet veel beter. Daar moet ik ervoor zorgen dat ik alles doe wat tot mijn takenpakket behoort. En ik weet niet hoe dat er bij jou aan toegaat, maar bij mij zijn de dagen behoorlijk gevuld. Soms weet ik niet wat ik eerst moet doen.

En dan kan het gevoel ontstaan dat het leven alleen nog bestaat uit dingen die moeten. En het lijkt alsof al die ‘moetens’ je energievat leeg zuigen. Als je tegen de dag aankijkt vanuit alles waar jij van overtuigd bent dat moet, dat is het alsof je tegen een berg aankijkt. Het lijkt een haast ondoenbare hindernis op je levensweg, niet in het minst als je nu al ziet dat ook de volgende dag én de daaropvolgende én de daaropvolgende … uit vele van die ‘moetens’ zal bestaan.

Mij helpt het dan om structuur aan te brengen. Ik maak lijstjes met alles wat ik op een dag meen te moeten doen. Op die lijstjes schrijf ik ook wat ik graag zou willen doen en waar ik graag voldoende tijd voor overhoud. Ken je dat verhaal van de vele steenbrokken die je in een vat moet krijgen. Als je zomaar alles dooreen in dat vat wil scheppen, dan blijkt het vat te klein. De kunst bestaat erin eerst de grootste brokken in het vat te leggen. Daarna vul je aan met de iets kleinere brokken, die vallen als vanzelf tussen die grote brokken in. Vervolgens ga je verder met de echt kleine brokken en tot slot giet je ook het gruis in de ton. Op die manier blijkt alle steenafval een plekje te vinden. Als ik dus in mijn dag eerst de grote en belangrijke taken – vaak die dingen die ik graag wil doen – een plekje geef en daarna de iets minder grote en tot slot alle gaatjes opvul met de kleine dingen, dan blijkt er voldoende tijd en energie om meer te doen dan ik dacht te kunnen doen.

Ja, soms laat ik die kleine dingen net even wat langer wachten dan ‘men’ denkt dat het moet. Om je één voorbeeld te geven: ik doe niet na elke maaltijd de afwas. Sterker nog, ik doe niet elke dag de afwas. Vaak doe ik de afwas tijdens het wachten in een kookproces. Als alles op het vuur staat, heb ik vaak iets van tijd over. In mijn huishouden is dat de tijd voor die kleine dingen. En ja, dan doe ik wel eens een ‘halve afwas’. Wat weg is, is weg, en de rest kan wachten tot een volgende keer. Je raadt het al: bij mij moet het huis er niet piekfijn bij liggen. En dat is alvast één ‘moeten’ minder.

Er moet zoveel minder dan ik dacht

Veel van de dingen waarvan we denken dat we ze moeten doen, zijn ons opgedrongen door wat anderen als ‘normaal’ beschouwen. We leerden het op die manier in ons gezin van herkomst. Familie, vrienden of collega’s vinden dat het zo hoort. De maatschappij legt ons een aantal van die ‘moetens’ op. Vanuit de reclame wordt ons een onrealistisch ideaalbeeld opgedrongen. En op die manier vult ons leven zich met dingen die onze energie wegvreten.

Eigenlijk zouden we ons bij alles wat we doen de vraag kunnen stellen of we dat wel willen doen. Ik herinner me een verhaal van Marshall Rosenberg – dat is de man van de verbindende communicatie – over een vrouw die het vreselijk vond dat ze elke dag voor haar gezin moest koken. Daar lag voor haar zo’n druk op, dat er meermaals ruzie in het gezin uit ontstond. In een meeting met Marshall Rosenberg begreep die vrouw ineens dat ze zo’n hekel had aan koken, dat het haar hele leven vergalde. Zij werd er verbitterd van en daardoor zocht ze ruzie om de kleinste dingen. Die dag nam de vrouw een besluit: ik zal niet meer koken. Dat vertelde ze aan haar huisgenoten van zodra ze thuis kwam. Een maand of zo later kwam één van zonen van die vrouw naar een meeting met Marshall Rosenberg. Hij vertelde vanuit zijn perspectief: Goddank, ons moeder kookt niet meer. De maaltijden zijn nu veel lekkerder en bovendien is er veel minder spanning en ruzie in huis.

Dat is wat wij ook kunnen doen: stilstaan bij alles waarvan we denken dat het moet. En dan oordelen: is dit iets wat ik wil doen of is dit is waarvan beslis om het niet meer te doen. In het eerste geval verandert je kijk erop. ‘Ik wil dit doen’ voelt heel anders aan dan ‘ik moet dit doen’. Van iets wat je opgedrongen wordt, evolueert het naar iets waar je uit jezelf voor kiest. Omdat het belangrijk is, voor jou – voor je gezin – voor de mensen je toevertrouwd. In het tweede geval zoek je naar betere oplossingen, naar een manier van doen die beter bij jou past. Je kiest er dan voor om het oordeel van wat hoort van je af te zetten, ten voordele van je eigen welbevinden.

Er is zoiets als een ‘heilig moeten’

En dan is er iets wat ik een ‘heilig moeten’ noem. Er zijn van die dingen waarvan jij van binnenuit voelt: ik kan niet anders. Vaak gaat dat over iets waarvan je ziet dat jij daarmee de wereld een beetje beter kunt maken. Je oefent er een positieve invloed mee uit in jouw wereld, maar ook in de wereld van anderen.

Ikzelf, bijvoorbeeld, kan niet anders dan jullie dit schrijven. Het verlangen om iets te doen met natuurlijke gezondheidszorg borrelde bij mij op in de geschiedenislessen van het eerste jaar van het secundair onderwijs. We leerden er over de kruidenvrouw, die met natuurlijke middeltjes de dorpsgenoten hielp als ze ziek werden. Ja, het was die vrouw die ook wel eens als heks op de brandstapel kwam. Maar ze deed wat ze moest doen, ze kon niet anders, het lag als een levensdoel in haar ingebakken. Ze kon de mensen niet zien lijden, ze had er een talent voor, ze had ook vaak van haar moeder geleerd hoe het moest. En dus ‘moest’ ze helpen, ook als ze daarmee haar eigen leven in gevaar bracht. Sinds mijn dertiende ‘weet’ ik dat ik dit ‘moet’ doen.

Een ‘heilig moeten’ ontstaat uit jouw wezen, uit wie jij ten diepste bent. Het ontstaat uit een zielsverlangen om iets in de wereld te zetten. Voor de één is dat een gezin te stichten en het allerbeste te doen voor de eigen kinderen. Voor een ander is het de keuze voor een bepaald beroep om, vaak vanuit een talent, juist op dat vlak een verschil te maken. Voor elk van ons is het een verlangen om iets te betekenen voor een ander. En ja, daaruit vloeit veel voort dat ‘moet’. Als ik mensen wil bereiken met mijn ideeën, dan ‘moet’ ik schrijven. Maar weet je, ook dat doe ik toevallig heel erg graag. Als ik er de nodige tijd voor vrijmaak, dan kost het mij verder weinig moeite. Ik ben ook altijd blij als ik iets heb geschreven. En als ik herlees wat ik heb geschreven, dan denk ik wel eens dat niet ik, maar iets goddelijks in mij heeft geschreven. Je voelt het al: dit ‘moeten’ is van een heel andere aard dan het vele ‘moeten’ uit het eerste deel van deze blog.

Dit is dus wat ik je toewens: dat je in het vele ‘moeten’ jouw eigen weg mag vinden in wat je wel en wat je niet meer wil doen. Maak je geest vrij van wat je denkt te moeten doen en bedenk eigen oplossingen om je leven op een vrijere manier vorm te geven. En ontdek vervolgens dat ‘heilige moeten’ binnen in jezelf. Zoek manieren om daarmee aan de slag te gaan, en je zult voelen hoe het leven meer betekenis krijgt. En ja, dat laatste wens ik jou én allen in je omgeving toe. Want mensen zullen het voelen, als jij die weg op gaat …

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

 

Twee volwassenen op een schommel, aan het strand.

Energiegevers en energievreters

Energie

Vorige keer noemde ik een aantal bronnen van vitaliteit: zon, frisse lucht, levend voedsel, afval afvoeren. Als alles goed gaat, ontstaat daaruit alle energie die nodig is om een zinvol leven te kunnen leiden. Blijkbaar is dat niet altijd zo, want heel wat mensen gaan vermoeid of depressief door het leven. Ze vinden als het ware niet de nodige energie om voluit te kunnen leven. De oorzaak daarvan is tweeërlei: er komt te weinig energie binnen én er vloeit te gemakkelijk energie weg. Met andere woorden, de balans is zoek. Vandaag kijken we van wat meer nabij naar die balans.

Voedsel en energie

Energie ontstaat, via een complex proces, uit onze voeding. We eten en dat voedsel komt in maag en darmen terecht. In de hele weg van mond tot kont gebeurt er van alles met dat voedsel: het wordt fijngemalen, er worden verterende zuren op losgelaten, er komen enzymen aan te pas, er zijn darmbacteriën die hun werk doen, en dat alles maakt dat het voedsel tot op de molecule afgebroken wordt. Dat is nodig, want alleen die kleine moleculen kunnen door de darmwand heen in het bloed gebracht worden. Voedselbrokken die te groot blijven, worden onverteerd terug uitgescheiden. Willen we dus energie halen uit ons voedsel, dan moeten we ons spijsverteringsstelsel hierbij ondersteunen. Dit kan vooral door in alle rust te eten en door goed te kauwen. Alleen op die manier kan het eerste proces, het verteren van voedsel, optimaal verlopen.

Vervolgens komt dat verteerde voedsel doorheen de darmwand in onze bloedstroom terecht. Bloed dat voedsel vanuit de darm transporteert, gaat eerst naar de lever voor verwerking. De lever zuivert wat aangevoerd wordt en laat het voedsel al een eerste bewerking ondergaan, zodat het bruikbaar wordt in ons lichaam. Vervolgens wordt het nodige opnieuw aan het bloed afgegeven en getransporteerd naar de cellen. Daar gebeurt iets wat ‘stofwisseling’ genoemd wordt. De mitochondriën in de cellen zetten bepaalde stoffen – denk aan glucose (suiker) en vetten – om in energie. Die energie wordt dan gebruikt om alle processen in het lichaam op gang te houden. Wat over is, hebben wij ter beschikking om te leven.

Een paar doordenkertjes hierover:

  • Als we eten in situaties van onrust, dan werkt ons spijsverteringsstelsel niet goed. Denk daarbij aan: eten tijdens het werk of tijdens het auto rijden – eten terwijl je TV kijkt – een snelle hap tussendoor, terwijl je rond blijft lopen – emo-eten – … Dit betekent dat je misschien wel voldoende eet, maar onvoldoende verteert. Er komt te weinig je lichaam binnen, en je lichaam kan dus niet voldoende energie maken uit wat het van je kreeg.
  • Als ons voedsel te veel toxische stoffen bevat, moet onze lever overuren maken om het aangevoerde bloed te zuiveren. Aangezien de lever maar één taak tegelijk kan doen, worden er onvoldoende stoffen naar de cellen doorgestuurd om tot energie verwerkt te worden. Oplossing hier is het eten van zo natuurlijk mogelijk voedsel.
  • Voor de verbranding in onze cellen is zuurstof nodig. Tenminste, de verbranding met zuurstof geeft het meeste rendement. Fermentatie van glucose kan ook, maar dat geeft een veel geringer rendement en er ontstaat verzuring door. Daar krijg je het gevoel van zoals bij een te felle sportprestatie. De pijnlijke en stramme spieren die je daarna voelt, zijn het gevolg van melkzuur in de spieren door zuurstofgebrek tijdens de productie van energie. Zorg dus zeker ook voor voldoende zuurstof, zodat je energie in optimale omstandigheden aangemaakt kan worden.
  • Als we voortdurend ’te zwaar’ eten – te vet, te zoet, te veel – dan vraagt onze spijsvertering meer energie. De balans tussen de energie die ontstaat uit voedsel en de energie die nodig is om voedsel te verteren raakt dan verstoord. Als dat zo is, dan krijg je last van een postprandiale dip, een gevoel van vermoeidheid korte tijd na het eten. Je krijgt een middagdipje of je valt in slaap bij de TV na het avondeten.

Zoals je ziet, kun je zelf  heel wat doen om optimaal energie uit je voedsel te halen.

Relaties en energie

We weten het allemaal: sommige contacten met mensen geven energie, anderen vreten energie. Nu kun je natuurlijk niet alle ongewenste contacten verbreken. En toch, er is meer mogelijk dan je denkt. Een aantal contacten – die waarvan je voelt dat ze jou nergens toe dienen en alleen energie vreten – die verbreek je best wel. Denk aan die zogenaamde vriend of vriendin die jou altijd weet te vinden als hij of zij iets nodig heeft, maar die nooit tijd heeft als jij eens iemand nodig hebt. Zo iemand is geen vriend of vriendin, het is een parasiet.

En dan zijn er die contacten die (te) veel van je vragen, maar die je niet zomaar kunt verbreken: mensen op het werk, mensen in de familie. Maak daar voor jezelf dan afspraken rond:

  • Ik ga correct met die collega om, maar ik stel mijn grenzen. Ik zeg niet op elke vraag ‘ja’. Als mij iets gevraagd wordt, dan geef ik aan er eens over te willen nadenken. Ik geef mijn antwoord pas nadat ik bij mezelf ben nagegaan of ik dat wel wil.
  • Bij ‘verplicht’ familiebezoek – dat wil zeggen, het bezoek aan familieleden waarmee je het contact niet wil of kan verbreken – bepaal jij zelf hoe ver je daarin wil gaan. Je kunt het beste voor jezelf daar vooraf een en ander rond vastleggen. Jij kiest hoe vaak je op bezoek gaat bij zo’n ’toxisch’ familielid en ook hoe lang dat bezoek mag duren. Het is makkelijker bij een eisende oma langs te gaan als jij van te voren bepaalt dat je maar één keer in te week zult langsgaan en dat je dan telkens één uur zult blijven. De afbakening maakt het contact leefbaar.

De contacten met mensen die je energie geven, die kun je het beste ten volle valideren. Maak er tijd voor, geniet er ten volle van, investeer erin. Je weet immers dat die investering zal opbrengen. Je levensvreugde, je levenskracht, je levensenergie krijgt er een boost van. Jij kunt er na zo’n contact weer even tegen.

Bezigheden en energie

We kennen het allemaal: er zijn van die activiteiten waarbij je tijd en ruimte vergeet als je ermee bezig bent. Het is alsof de tijd vliegt. En ze lijken je helemaal geen energie te kosten, integendeel, ze geven je een pint vers bloed. Dat zijn die bezigheden die helemaal passen bij wie jij bent. Ze zijn je als het ware op het lijf geschreven. Je wordt er enthousiast van. Daarnaast zijn er ook activiteiten waar je al van te voren tegenop ziet. Je stelt ze uit, als je ze dan aanpakt, word je er zo moe van.

Er zijn natuurlijk wel dingen die ‘moeten’, maar ik denk dat veel van de dingen waarvan we denken dat ze ‘moeten’, misschien toch niet zo dwingend zijn. Moet ons huis er altijd zo piekfijn bij liggen? Moet er eerst gepoetst worden, vooraleer we aan iets plezierigs mogen beginnen? Of mogen we ook eerst iets doen wat we graag doen? Moeten we ons schuldig voelen als we een boek lezen, een wandeling maken, ons met onze hobby bezighouden?

Een belangrijk aspect van onze bezigheden is onze job. Ik denk dat het heel belangrijk is, dat je job bij je past. Als je alleen gaat werken omwille van de centen, maar je moet daarbij voortdurend dingen doen die je niet graag doet, dan hou je dat niet vol. Het financiële aspect van een job is belangrijk, maar onvoldoende als het alleen dat is wat je van een job krijgt. Er moet ook altijd iets zijn waar jij voldoening uit haalt. Er moet een zekere gedrevenheid zijn, iets wat jouw leven een meerwaarde geeft, iets waar je fier op kunt zijn en waar je werkvreugde uit haalt. Dan pas geeft je werk je energie, dan pas loont je werk op een dieper niveau.

Zorgen en energie

Ik denk dat ik mag beweren dat zorgen de grootste energievreters zijn. Van financiële zorgen, bijvoorbeeld, kun je letterlijk ziek worden. De zorgen om een partner of een kind, kunnen jouw energie op de duur helemaal onderuit halen. En ook je gezondheid kan een bron van zorgen zijn. Veel andere zorgen, zijn vaak onnodig. We maken ons zorgen omdat de dingen niet lopen zoals wij dat willen. Misschien moeten we leren accepteren dat het leven het anders met ons voorheeft. In plaats van ons zorgen te maken, kunnen we beter leren zien hoe het anders kan.

Als het gaat om die fundamentele dingen als een basisinkomen, de partner en de kinderen, de eigen gezondheid, blijven de zorgen wellicht bestaan. Toch is het goed ook dan te leren vertrouwen – op een God, op de Levenskracht in onszelf, op een Universeel weten dat groter is dan wij kunnen zien – dat de dingen ten beste gebeuren. Waar vertrouwen de plaats mag innemen van zorgen, daar ontstaat zicht op nieuw Léven. Dat is wat je bijvoorbeeld wel eens hoort van mensen die een zware ziekte hebben doorgemaakt. Ze noemen dat ze die ziekte nodig hebben gehad. Ze hebben er immers ontdekt wat werkelijk van belang is, en van daaruit hebben ze andere keuzes gemaakt voor hun toekomst. Besef hierin vooral dit: zorgen vreten energie, vertrouwen geeft energie.

Te weinig energie

Op vandaag hebben wel meer mensen te weinig energie. Denk maar aan mensen met burn-out, depressie, chronisch vermoeidheidssyndroom. Een gezondheidsbegeleider kan met je meekijken naar energievreters en energiegevers in je leven. Een gezondheidsbegeleider kan je helpen in het doorgronden van wat voor jou nodig is om voller te kunnen léven. Zelf zie je dat immers vaak niet zomaar, je zit er te veel met je neus bovenop. Een ander laten meekijken, zou wel eens het verschil kunnen maken. Weet dus, dat je het niet alleen hoeft te doen.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

 

Oude boom waarvan je zowel de takken als de wortels ziet.

Bronnen van vitaliteit

Vorige keer had ik het over vitaliteit, levenskracht, energie. Vandaag wil ik daarop voortborduren. Waar halen wij, mensen, die vitaliteit vandaan? Wat moeten we doen of laten om die levenskracht in ons te voeden? Wat geeft energie, wat rooft energie? Als we op die vragen een antwoord hebben, kunnen we bewuster kiezen voor wat we wel en wat we niet toelaten in ons leven. We kunnen dan de balans laten doorslaan in de richting van ‘leven honderduit’.

De zon

Het allereerste wat nodig is om energie te winnen, dat is de zon. De zon geeft licht en warmte, en beide zijn nodig. Kijk maar naar de planten. In de koude wintermaanden trekken planten zich terug. Het groen lijkt van de aarde te verdwijnen. Van zodra de zon meer warmte geeft, barst al dat verborgen groen weer uit. Bomen botten weer, planten gaan groeien en bloeien, de aarde komt tot leven. Ook de mens leeft op als de zon schijnt en warmte geeft.

En niet alleen de zonnewarmte is van belang, ook zonlicht wakkert onze levenskracht aan. Velen voelen dat in deze donker wordende dagen aan zichzelf. Dat het langer donker blijft en vroeger donker wordt, brengt een zekere vorm van depressiviteit met zich mee. Mensen voelen het aan hun humeur, velen hebben het moeilijk als de dagen donkerder worden.

Dat tekort aan zonlicht en zonnewarmte leidt tot winterblues en op langere termijn tot voorjaarsmoeheid. Daarom, als het ook maar even kan, maak elke dag op het middaguur een kleine. Zorg dat je de zon hebt gezien, en van haar warmte en licht hebt genoten. Het beste wat je in de winter en het vroege voorjaar kan doen om je levenskracht een boost te geven is immers … naar buiten gaan, de zon tegemoet.

Frisse lucht

Als je naar buiten gaat, heb je niet alleen de zon, met haar licht en warmte, maar ook de frisse lucht. Adem een paar keer goed in en en uit, en je voelt je herleven. Je krijgt zuurstof, en die is nodig om, via een verbrandingsproces in je mitochondriën – dat zijn de energiecentrales in je cellen – energie op te wekken. Zonder zuurstof geen verbranding en zonder verbranding geen energie. Zo simpel is het.

Maar frisse lucht brengt je meer dan alleen zuurstof. De wind in je haren verwaait ook storende gedachten. Je krijgt een frisse kop, en dus ook een nieuwe kijk op de dingen. Je laat los wat niet helpend is, er komt ruimte vrij voor nieuwe ideeën. Mijn tip voor meer van dat soort frisheid? Trek er eens op uit als het flink waait. Ga het gevecht aan met de wind die je tegenhoudt of juist vooruit stuwt. Wedden dat je tintelend van energie weer naar binnen komt?

Levend voedsel

Energie ontstaat uit een verbrandingsproces, noemden we net. Zuurstof is daar een deel van, maar ook brandstof, en die brandstof halen we uit ons voedsel. Nu is de kwaliteit van die brandstof natuurlijk afhankelijk van de kwaliteit van ons voedsel. Bij een goede verbranding, blijft weinig restafval over. Bij een minder goede verbranding, stapelt afval zich in ons lichaam op. Die afvalslakken, zoals ze ook genoemd worden, maken dat we ons minder fit gaan voelen of dat onze gewrichten en spieren stijver worden. Er vormen zich kristallen die pijn veroorzaken.

Voedsel zorgt ook voor de nodige bouwstoffen voor ons lichaam. Kwaliteitsvol voedsel bouwt ons op, kwaliteitsarm voedsel maakt dat we stilaan aftakelen. Daarom hou ik een pleidooi voor natuurlijk voedsel, het liefst zo vers mogelijk. Vers voedsel bevat vitale bouwstoffen, voedsel dat in een fabriek is verwerkt tot kant-en-klare maaltijden is dood. Het kan onze levenskracht niet langer voeden.

Afval afvoeren

We mogen alles in huis hebben om energie te produceren, als we niet ook heel regelmatig afval afvoeren, kunnen we ons niet energiek voelen. In een mensenlichaam gebeurt die grote schoonmaak vooral ’s nachts. Terwijl we slapen doet ons lichaam alle nodige herstel- en opruimwerken. En als alles goed zit, is tegen de morgen alle afval dat de vorige dag werd opgestapeld klaar om uitgescheiden te worden. Als het goed zit, ruikt je slaapkamer ’s morgens niet zo fris, is je ochtendurine donkerder en maak je net voor of net na het ontbijt stoelgang.

Als het niet zo goed zit, dan blijft er afval achter. Dat kan als je te veel toxische stoffen binnenkrijgt, die allemaal door de lever verwerkt moeten worden. Dat kan ook als je uitscheidingsorganen niet zo goed meer werken. Afval dat achterblijft zet zich vast in gewrichten, in spieren, in vetcellen. Is dat laatste het geval, dan kan een gezondheidsbegeleider je op weg helpen om ook dat overtollige afval kwijt te raken.

Resultaat: energie!

Inderdaad, als alles goed zit – zon, zuurstof, voedsel en het afvoeren van afval – dan zou jij elke morgen voldoende energie moeten hebben om de dag zinvol door te kunnen brengen. Vitaliteit voel je als je met die energie doet wat bij jou past. Gebruik jij je energie te veel voor dingen die moeten, voor dingen waar jij een hekel aan hebt, dan stroomt je energie niet. Ze lekt geleidelijk aan weg. Gebruik jij je energie daarentegen voor dingen waar je enthousiast van wordt, dan vermeerdert die energie zich. Je raakt niet leeg en uitgeput. En juist daarom is de manier waarop jij leeft van uiterst groot belang. En daarover schrijf ik volgende keer meer.

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨