Allerlei kopjes, net afgewassen. Ze moeten nog afgedroogd en weggeborgen worden.

Ik moet nog dit, ik moet nog dat!

Ik moet zoveel

Heb jij dat ook, dat gevoel dat je zoveel moet doen? Thuis klinkt het als: Ik moet nog boodschappen doen. Ik moet poetsen. Ik moet dringend wat tuinwerk doen. Ik moet de vuilnisbak nog buiten zetten. Ik moet eten klaarmaken. Ik moet de afwas doen. Ik moet opruimen. Ik moet wat papierwerk in orde brengen. Ik moet opstaan en ik moet slapen gaan en ik moet alles daar tussenin. Op het werk gaat het al niet veel beter. Daar moet ik ervoor zorgen dat ik alles doe wat tot mijn takenpakket behoort. En ik weet niet hoe dat er bij jou aan toegaat, maar bij mij zijn de dagen behoorlijk gevuld. Soms weet ik niet wat ik eerst moet doen.

En dan kan het gevoel ontstaan dat het leven alleen nog bestaat uit dingen die moeten. En het lijkt alsof al die ‘moetens’ je energievat leeg zuigen. Als je tegen de dag aankijkt vanuit alles waar jij van overtuigd bent dat moet, dat is het alsof je tegen een berg aankijkt. Het lijkt een haast ondoenbare hindernis op je levensweg, niet in het minst als je nu al ziet dat ook de volgende dag én de daaropvolgende én de daaropvolgende … uit vele van die ‘moetens’ zal bestaan.

Mij helpt het dan om structuur aan te brengen. Ik maak lijstjes met alles wat ik op een dag meen te moeten doen. Op die lijstjes schrijf ik ook wat ik graag zou willen doen en waar ik graag voldoende tijd voor overhoud. Ken je dat verhaal van de vele steenbrokken die je in een vat moet krijgen. Als je zomaar alles dooreen in dat vat wil scheppen, dan blijkt het vat te klein. De kunst bestaat erin eerst de grootste brokken in het vat te leggen. Daarna vul je aan met de iets kleinere brokken, die vallen als vanzelf tussen die grote brokken in. Vervolgens ga je verder met de echt kleine brokken en tot slot giet je ook het gruis in de ton. Op die manier blijkt alle steenafval een plekje te vinden. Als ik dus in mijn dag eerst de grote en belangrijke taken – vaak die dingen die ik graag wil doen – een plekje geef en daarna de iets minder grote en tot slot alle gaatjes opvul met de kleine dingen, dan blijkt er voldoende tijd en energie om meer te doen dan ik dacht te kunnen doen.

Ja, soms laat ik die kleine dingen net even wat langer wachten dan ‘men’ denkt dat het moet. Om je één voorbeeld te geven: ik doe niet na elke maaltijd de afwas. Sterker nog, ik doe niet elke dag de afwas. Vaak doe ik de afwas tijdens het wachten in een kookproces. Als alles op het vuur staat, heb ik vaak iets van tijd over. In mijn huishouden is dat de tijd voor die kleine dingen. En ja, dan doe ik wel eens een ‘halve afwas’. Wat weg is, is weg, en de rest kan wachten tot een volgende keer. Je raadt het al: bij mij moet het huis er niet piekfijn bij liggen. En dat is alvast één ‘moeten’ minder.

Er moet zoveel minder dan ik dacht

Veel van de dingen waarvan we denken dat we ze moeten doen, zijn ons opgedrongen door wat anderen als ‘normaal’ beschouwen. We leerden het op die manier in ons gezin van herkomst. Familie, vrienden of collega’s vinden dat het zo hoort. De maatschappij legt ons een aantal van die ‘moetens’ op. Vanuit de reclame wordt ons een onrealistisch ideaalbeeld opgedrongen. En op die manier vult ons leven zich met dingen die onze energie wegvreten.

Eigenlijk zouden we ons bij alles wat we doen de vraag kunnen stellen of we dat wel willen doen. Ik herinner me een verhaal van Marshall Rosenberg – dat is de man van de verbindende communicatie – over een vrouw die het vreselijk vond dat ze elke dag voor haar gezin moest koken. Daar lag voor haar zo’n druk op, dat er meermaals ruzie in het gezin uit ontstond. In een meeting met Marshall Rosenberg begreep die vrouw ineens dat ze zo’n hekel had aan koken, dat het haar hele leven vergalde. Zij werd er verbitterd van en daardoor zocht ze ruzie om de kleinste dingen. Die dag nam de vrouw een besluit: ik zal niet meer koken. Dat vertelde ze aan haar huisgenoten van zodra ze thuis kwam. Een maand of zo later kwam één van zonen van die vrouw naar een meeting met Marshall Rosenberg. Hij vertelde vanuit zijn perspectief: Goddank, ons moeder kookt niet meer. De maaltijden zijn nu veel lekkerder en bovendien is er veel minder spanning en ruzie in huis.

Dat is wat wij ook kunnen doen: stilstaan bij alles waarvan we denken dat het moet. En dan oordelen: is dit iets wat ik wil doen of is dit is waarvan beslis om het niet meer te doen. In het eerste geval verandert je kijk erop. ‘Ik wil dit doen’ voelt heel anders aan dan ‘ik moet dit doen’. Van iets wat je opgedrongen wordt, evolueert het naar iets waar je uit jezelf voor kiest. Omdat het belangrijk is, voor jou – voor je gezin – voor de mensen je toevertrouwd. In het tweede geval zoek je naar betere oplossingen, naar een manier van doen die beter bij jou past. Je kiest er dan voor om het oordeel van wat hoort van je af te zetten, ten voordele van je eigen welbevinden.

Er is zoiets als een ‘heilig moeten’

En dan is er iets wat ik een ‘heilig moeten’ noem. Er zijn van die dingen waarvan jij van binnenuit voelt: ik kan niet anders. Vaak gaat dat over iets waarvan je ziet dat jij daarmee de wereld een beetje beter kunt maken. Je oefent er een positieve invloed mee uit in jouw wereld, maar ook in de wereld van anderen.

Ikzelf, bijvoorbeeld, kan niet anders dan jullie dit schrijven. Het verlangen om iets te doen met natuurlijke gezondheidszorg borrelde bij mij op in de geschiedenislessen van het eerste jaar van het secundair onderwijs. We leerden er over de kruidenvrouw, die met natuurlijke middeltjes de dorpsgenoten hielp als ze ziek werden. Ja, het was die vrouw die ook wel eens als heks op de brandstapel kwam. Maar ze deed wat ze moest doen, ze kon niet anders, het lag als een levensdoel in haar ingebakken. Ze kon de mensen niet zien lijden, ze had er een talent voor, ze had ook vaak van haar moeder geleerd hoe het moest. En dus ‘moest’ ze helpen, ook als ze daarmee haar eigen leven in gevaar bracht. Sinds mijn dertiende ‘weet’ ik dat ik dit ‘moet’ doen.

Een ‘heilig moeten’ ontstaat uit jouw wezen, uit wie jij ten diepste bent. Het ontstaat uit een zielsverlangen om iets in de wereld te zetten. Voor de één is dat een gezin te stichten en het allerbeste te doen voor de eigen kinderen. Voor een ander is het de keuze voor een bepaald beroep om, vaak vanuit een talent, juist op dat vlak een verschil te maken. Voor elk van ons is het een verlangen om iets te betekenen voor een ander. En ja, daaruit vloeit veel voort dat ‘moet’. Als ik mensen wil bereiken met mijn ideeën, dan ‘moet’ ik schrijven. Maar weet je, ook dat doe ik toevallig heel erg graag. Als ik er de nodige tijd voor vrijmaak, dan kost het mij verder weinig moeite. Ik ben ook altijd blij als ik iets heb geschreven. En als ik herlees wat ik heb geschreven, dan denk ik wel eens dat niet ik, maar iets goddelijks in mij heeft geschreven. Je voelt het al: dit ‘moeten’ is van een heel andere aard dan het vele ‘moeten’ uit het eerste deel van deze blog.

Dit is dus wat ik je toewens: dat je in het vele ‘moeten’ jouw eigen weg mag vinden in wat je wel en wat je niet meer wil doen. Maak je geest vrij van wat je denkt te moeten doen en bedenk eigen oplossingen om je leven op een vrijere manier vorm te geven. En ontdek vervolgens dat ‘heilige moeten’ binnen in jezelf. Zoek manieren om daarmee aan de slag te gaan, en je zult voelen hoe het leven meer betekenis krijgt. En ja, dat laatste wens ik jou én allen in je omgeving toe. Want mensen zullen het voelen, als jij die weg op gaat …

 

Dit artikel maakt deel uit van GEZONDHEID-WIJZER door Hilde Ryckewaert, Consulent Natuurlijke Gezondheidszorg. Wil jij ook tweewekelijks de GEZONDHEID-WIJZER in je mailbox krijgen, vul dan onderstaand formulier in.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨